diff --git a/resources/translations/nl_NL/about/contributors.md b/resources/translations/nl_NL/about/contributors.md new file mode 100644 index 000000000..c7c3a71f9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/about/contributors.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Medewerkers +==== +![Dit project wordt beheerd door Ghostkeeper](../../../articles/images/contributors/Ghostkeeper.png) + +programmeren +---- +![Ghostkeeper - versie 1.1 en hoger](../../../articles/images/contributors/Ghostkeeper.png) +![Alekseisasin - Versie 1.0](../../../articles/images/contributors/Alekseisasin.png) + +artikel +---- +![Ghostkeeper - Herschrijven van alle inhoud in v2.0 en vele artikelen sinds](../../../articles/images/contributors/Ghostkeeper.png) +![Ellecross - basis van inhoud in v1.0](../../../articles/images/contributors/Ellecross.jpg) +![Jeroen Stevens - basis van inhoud in v1.0](../../../articles/images/contributors/no_avatar.svg) +![Christerbeke - Artikel over Adaptive Layer Height](../../../articles/images/contributors/Christerbeke.jpg) +![Laurent Lalliard - Kleine correcties](../../../articles/images/contributors/5axes.png) +![Sophist - Kleine correcties](../../../articles/images/contributors/Sophist.jpg) + +vertalingen +---- +![Goodfeat - Russisch](../../../articles/images/contributors/Goodfeat.png) +![Laurent Lalliard - Frans](../../../articles/images/contributors/5axes.png) +![Vb138 - Tsjechisch](../../../articles/images/contributors/Vb138.png) +![SekIsBack - Duits](../../../articles/images/contributors/Sekisback.jpg) \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/about/glossary.md b/resources/translations/nl_NL/about/glossary.md new file mode 100644 index 000000000..0a151b917 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/about/glossary.md @@ -0,0 +1,116 @@ +Glossary +==== +Op deze pagina worden enkele branchetermen uitgelegd die door Cura worden gebruikt. Cura is niet altijd de meest consistente als het gaat om het gebruik van terminologie, dus sommige termen zijn synoniemen. + +* **Adaptive layers:** Een techniek die de laaghoogte over de print varieert om de zichtbaarheid van de topologie te verminderen en toch redelijk snel te printen. +* **Aliasing:** Een printdefect waarbij de resolutielimiet van de stappenmotoren zichtbaar is aan de buitenkant van de print. +* **Anti-overhang mesh:** Een model dat voorkomt dat er ondersteuning wordt gegenereerd om een overhang te ondersteunen waarmee het model overlapt. Synoniem van "support blocker". +* **Bead:** Een streng materiaal nadat het is neergezet door de extrudertrein. De term "bead(kraal)" wordt gebruikt in de wetenschap waar het belangrijk is om rekening te houden met de daadwerkelijke vorm van de streng nadat deze is gestold. Vergelijkbaar met "lijn". +* **Blob:** Een klodder overtollig materiaal aan de buitenkant van de print. +* **Bowden tube:**Een holle, flexibele buis die wordt gebruikt om het filament door de extrudertrein te leiden. +* **Bridging:** Een techniek om overhangende lijnen in de lucht te printen, door rechte lijnen tussen twee rustpunten te spannen. Cura kan de parameters van overbruggingslijnen aanpassen en zal de richting van sommige lijnen aanpassen om bruggen te creëren. +* **Brim:** Een rand van materiaal, bevestigd aan de print, die werkt als een skirt, maar die de print ook beter aan de bouwplaat hecht door meer oppervlakte te bieden waar het materiaal aan kan kleven. +* **Build plate:** Het platform waarop de print wordt geplaatst terwijl deze wordt gemaakt. Sommige platform's worden verwarmd om het materiaal tijdens het printen beter te laten plakken. +* **Build volume:** De 3D-ruimte waar de printer bij kan om materiaal te extruderen. +* **Coasting:** Een techniek waarbij het laatste deel van een extrusiebaan wordt geprint met 0% filament doorvoer, waardoor de nozzle van zijn overdruk wordt ontdaan. +* **Combing:** Een beweging die probeert te voorkomen dat je tijdens het verplaatsen van de nozzle, wanden oversteekt, om te voorkomen dat er een zichtbaar litteken aan de buitenkant van de print ontstaat. +* **Coordinate origin:** De locatie op het platform waar een nozzle zou bewegen als hij de instructie krijgt om naar de coördinaten [0, 0, 0] te gaan. +* **CuraEngine:** Een programma dat Cura gebruikt om het zware werk van het slicen te doen. Converteert 3D-modellen naar g-code. +* **Cutting mesh:** Een model op het platform dat instellingen kan wijzigen voor het deel van het volume dat overlapt met daadwerkelijk afgedrukte modellen. Het model zelf wordt niet geprint, maar knipt stukken uit van andere modellen en kan dan de instellingen of extruder wijzigen waarmee die onderdelen geprint worden. +* **Disallowed area:** Een locatie op het platform waar je geen model mag plaatsen om te printen. Bijvoorbeeld omdat het clips zou raken die het bed naar beneden houden, de primepijler, of omdat uw afdruk hulponderdelen zou hebben die groter dan het bouwvolume zouden zijn. +* **Draft shield (tochtscherm):** Een omhulsel van materiaal dat rond het object wordt geprint en dat de temperatuur rond de print constant houdt. +* **Elephant's foot:** Een print fout waarbij de onderkant van de print is breder is dan gewenst. +* **Extruder:** De feeder, optionele Bowden-buis, warmtezone, hot-end en nozzle samen. Sommige printers hebben meerdere extruders of hebben meer dan één van sommige delen van de extrudertrein. Afkorting van "extrudertrein". +* **Extruder switch:** Gewoonlijk is slechts één van de extruders tegelijkertijd actief. Een extruderschakelaar is wanneer het de actieve extruder van de ene extruder naar de andere verandert. +* **Extruder train:** De feeder, optionele Bowden-buis, warmtezone, hot-end en nozzle samen. Sommige printers hebben meerdere extrudertreinen of hebben meer dan één van sommige delen van de extrudertrein. +* **Extrusion:** De handeling van het doorvoeren van filament door de extrudertrein, zodat er materiaal uit het nozzle komt, dat hopelijk op de juiste plaats wordt afgezet om de print te vormen. +* **Face:** Een plat oppervlak van een 3D-mesh. Met driehoekige mazen (de enige soort die Cura kan verwerken), zijn alle vlakken driehoeken in 3D-ruimte. +* **Fan:** Niet zomaar een ventilator van de printer, maar specifiek de ventilator(en) die aan de printkop zijn bevestigd die de print afkoelen net nadat het materiaal is geëxtrudeerd. +* **FDM printing:** Gefuseerde afzettingsmodellering. Een vorm van 3D-printen waarbij lijnen van plastic in een bepaalde vorm worden geëxtrudeerd. Dit is de enige techniek van 3D-printen die Cura ondersteunt. Synoniem van "FFF-afdrukken". +* **Feeder:** Een motor en tandwielkast die het filament door de extrusietrein duwt of trekt. +* **Feedrate:** De snelheid waarmee filament in de extrudertrein wordt doorgevoerd. +* **FFF printing:** Fabricage van gefuseerde filamenten. Een vorm van 3D-printen waarbij lijnen van plastic in een bepaalde vorm worden geëxtrudeerd. Dit is de enige techniek van 3D-printen die Cura ondersteunt. Synoniem van "FDM-afdrukken". +* **Filament:** Een touw van plastic wordt in de 3D-printer gevoerd. Het komt op spoelen. Als het eenmaal geëxtrudeerd is, is het geen filament meer maar gewoon materiaal. +* **Flow:** De snelheid van extrusie materiaal als verhouding van zijn normale snelheid. Meer dan 100% stroom extrudeert theoretisch meer materiaal dan in het toegewezen volume past. Minder dan 100% stroom extrudeert theoretisch te weinig materiaal. +* **Gantry:** Het mechanische frame dat de printkop rond het bouwvolume beweegt. +* **Gap filling:** Een techniek die door Cura wordt gebruikt om kleine openingen in de afdruk op te vullen met materiaal met behulp van zeer kleine lijnsegmenten. +* **Gradual infill:** Een techniek waarbij de hoeveelheid materiaal wordt verminderd in lagere delen van een volume, maar nog steeds hoog in hogere delen om het materiaal erboven goed te ondersteunen. Deze wordt niet alleen gebruikt voor materiaal maar ook voor ondersteuning. +* **Hardness:** Een maatstaf voor de mate waarin een print bestand is tegen elastische vervorming of perforatie. +* **Heater:** Een verwarmingselement dat het filament op de temperatuur brengt die nodig is voor 3D-printen. +* **Heat zone:** De zone waar het filament opwarmt terwijl het naar de nozzle gaat. Aan het begin van de warmtezone is het filament op kamertemperatuur. Aan het einde is het op printemperatuur. +* **Hop:** Een techniek waarbij de nozzle omhoog wordt bewogen (+Z) om met een beetje speling over de print te bewegen. Synoniem van "Z-hop". +* **Hot end:** Het hete metalen of keramische bit met daarin de nozzle, het verwarmingselement en de temperatuursensor. +* **Infill:** Een structuur aan de binnenkant van een print die de bovenskin omhoog houdt en de print extra stevigheid geeft. +* **Infill mesh:** Vergelijkbaar met "Cutting mesh", maar is alleen van toepassing waar het overlapt met het vul volume van een ander model. Dit is een model dat instellingen aanpast voor vulling van een ander model. +* **Inner walls:** Alle wanden behalve de buitenste wand. Hoewel een onderdeel op een laag slechts één buitenwand heeft, kan het een willekeurig aantal binnenwanden hebben. +* **Inset:** Een bewerking op polygonen die een kleinere/dunnere polygoon produceert, waarvan de contour op een bepaalde afstand blijft van de contour van de originele polygoon. Een inzet met een negatieve afstand wordt een "offset" genoemd. +* **Ironing:** Een techniek waarbij de nozzle nog een keer over het bovenoppervlak gaat om het extra glad te maken. +* **Jerk:** Een limiet op de hoeveelheid onmiddellijke snelheidsverandering die wordt toegepast aan het begin van elke beweging. Dit is niet hetzelfde als de gebruikelijke definitie van "schok" in de natuurkunde! +* **Layer:** 3D-printen gebeurt in dunne laagjes materiaal. Deze lagen zijn 2D-vormen met een bepaalde dikte, die verticaal gestapeld een 3D-print vormen. +* **Layer shift:** Een print fout waarbij de horizontale positie van een laag onbedoeld wordt gewisseld, waardoor meestal ook de rest van de print is verwisseld. +* **Layer split:** Een printfout waarbij de lagen niet goed genoeg aan elkaar plakken en openbarsten. +* **Line:** Een stuk materiaal nadat het door de extrudertrein is neergezet. In Cura worden lijnen gemodelleerd als rechthoekige blokken met een bepaalde breedte, dikte (laaghoogte) en lengte. Vergelijkbaar met "lijn". +* **Line segment:** Om de 3D-printterm "lijn" ondubbelzinnig te maken, zal Cura bij het verwijzen naar een lijnsegment in wiskundige zin altijd de volledige term "lijnsegment" gebruiken om een rechte geometrische lijn van beperkte lengte aan te duiden. +* **Material:** Het materiaal waar je 3D print uit bestaat. Typisch een thermoplast in FFF-afdrukken. +* **Mesh:** Een verzameling driehoeken die samen een model vormen. Hoewel het soms wordt gebruikt als synoniem van "object" en "model", wordt dit meestal gebruikt in de context van een stuk gegevens in plaats van iets dat u zou willen printen. +* **Model:** Een 3D-model geladen in de 3D-scène van Cura (vóór het slicen). Synoniem van "voorwerp". +* **Nozzle:** De opening waar het printmateriaal de extrudertrein verlaat. +* **Object:** Een 3D-model geladen in de 3D-scène van Cura (vóór het slicen). Synoniem van "model". +* **Offset:** Een bewerking op polygonen die een grotere/dikkere polygoon produceert, waarvan de contour op een bepaalde afstand blijft van de contour van de originele polygoon. Een offset met een negatieve afstand wordt een "inzet" genoemd. +* **One-at-a-time mode:** Een manier om meerdere objecten af te drukken waarbij elk object volledig wordt voltooid voordat het doorgaat met het volgende object, terwijl normaal gesproken een laag voor elk object wordt afgedrukt voordat verder wordt gegaan met de volgende laag. +* **Ooze shield:** Een omhulsel van materiaal dat rond de print wordt geprint en dat eventueel uitgesijpeld materiaal opvangt wanneer een beweging de nozzle naar de print beweegt. +* **Oozing:** Materiaal uit de nozzle lekken terwijl dat niet de bedoeling is. Meestal laat dit een sliert materiaal achter langs het verplaats pad. +* **Outer wall:** De buitenste wand. Er is slechts één buitenwand per onderdeel per laag. +* **Overextrusion:** Te veel materiaal in een beperkt volume extruderen, waardoor het materiaal overloopt naar waar het niet hoort te gaan. +* **Overhang:** Een deel van de print dat niet (of niet volledig) wordt ondersteund door materiaal in de onderliggende lagen. Als de overhang te extreem is om goed te printen, is ondersteuning of overbrugging noodzakelijk. +* **Overpressure:** Tijdens het printen wordt de nozzlekamer onder hoge druk gehouden om ervoor te zorgen dat het materiaal consistent wordt geëxtrudeerd. +* **Parking:** De handeling waarbij de print even wordt onderbroken terwijl de nozzle niet in de buurt van de print is, zodat het materiaal kan afkoelen. +* **Part:** Een doorlopende vorm (polygoon) op een enkele laag. Een enkel model kan bij het slicen in meerdere delen op bepaalde lagen worden opgesplitst. +* **Pattern:** Een techniek om een volume te vullen met materiaal, hoewel niet noodzakelijkerwijs met 100% dichtheid. Cura biedt keuze tussen verschillende patronen zoals lijnen, raster, concentrisch, tetraëdrisch, enz. +* **Pillowing:** Een afdrukfout waarbij de bovenskin uitpuilt of uiteenvalt tussen de plekken waar deze op de vullingsijnen eronder rust. +* **Polygon:** Een 2D-vorm of gesloten lus die bestaat uit een reeks punten met daartussen rechte lijnsegmenten. +* **Prime blob:** Een klodder materiaal die aan het begin van een print wordt gemaakt om een extruder te primen. +* **Prime tower:** Een structuur die naast de print wordt gecreëerd en waarmee de printer zijn nozzles op hogere lagen kan primen zonder dat het overtollige materiaal op de zijkant van de daadwerkelijke print terechtkomt. Gebruikt voor prints waarbij meerdere extruders betrokken zijn om een extruder te primen na een tijdje stand-by te hebben gestaan. +* **Priming:** De handeling van het doorvoeren van wat materiaal om ervoor te zorgen dat het filament is uitgelijnd met de punt van het nozzle en dat de nozzlekamer correct is gevuld en onder druk staat. Meestal gedaan aan het begin van een print of na een extruderwissel. +* **Purging:** De handeling van het extruderen van materiaal als afval. Een veelvoorkomende reden voor zuiveren is "primen". +* **Raft:** Een techniek om de hechting van het platform te verbeteren door een stevige plaat onder je print te printen die later wordt weggegooid. De plaat heeft veel oppervlak en is geprint met dikke lijnen die goed plakken en eventuele onregelmatigheden in de vlakheid van de bouwplaat opvangen. +* **Retraction:** De handeling van het gebruik van de feeder om het materiaal in te trekken in de nozzlekamer. Meestal gedaan om tijdelijk te voorkomen dat het materiaal uit het nozzle stroomt om een schone verplaatsbeweging te maken. +* **Ringing:** Een printfout waarbij het oppervlak wiebelt als gevolg van inconsistente extrusie of wiebelen van de nozzle. Gebeurt meestal na het te snel maken van scherpe bochten. +* **Scar:** Een beschadiging aan de buitenkant van de print waar de nozzle het materiaal in het voorbijgaan smolt. +* **Seam:** De locatie waar een gesloten lus begint en stopt. Deze plek is meestal zichtbaar op de uiteindelijke afdruk, dus je wilt hem op een plek plaatsen waar hij niet erg zichtbaar is. +* **Shell:** Zowel de wanden als de skin. +* **Skin:** De boven- en onderkant van de print. Deze worden altijd afgedrukt met een dichtheid van 100%, meestal met het lijnenpatroon. Synoniem van "boven/onder". +* **Skirt:** Een contour die rond de print op de eerste laag is geprint om zowel het materiaal te primen als om de gebruiker te laten zien of de bouwplaat volledig geleveld is. +* **Slicing:** Het proces waarbij een 3D-model wordt omgezet in instructies voor een 3D-printer om het te printen. Binnen de context van CuraEngine wordt dit soms ook gebruikt voor het proces van het maken van doorsneden van het model, wat een van de fasen is van het volledige slicingproces. +* **Spiralise mode:** Een modus om alleen de omtrek van de modellen af te drukken, meestal terwijl de Z-coördinaat geleidelijk door de laag wordt vergroot om de Z-naad te elimineren door het model in één grote spiraal af te drukken. Buiten Cura wordt dit ook wel "vaasmodus" genoemd. +* **Stand-by:** Bij het printen met meerdere extruders is meestal slechts één van de extruders tegelijk actief. De andere extruders staan stand-by. +* **Stitching:** Een onderdeel van het slicen. Het maken van doorsneden van een groep driehoeken resulteert in een aantal lijnsegmenten op elke laag. Stitching combineert die lijnsegmenten tot polygonen en bepaalt wat de binnenkant van de laag is. +* **Strength:** Overkoepelende term die verschillende maten van weerstand tegen beweging aangeeft, waaronder hardheid, stijfheid en taaiheid wanneer verschillende soorten kracht worden uitgeoefend. +* **Stringing:** Wanneerbij verplaats bewegingen er materiaal lekt, ontstaan er dunne strengen materiaal die "stringing" worden genoemd. De strengen strekken zich niet noodzakelijkerwijs helemaal uit over de lengte van een verplaatsing. Een minder extreme vorm hiervan resulteert in "blobs". +* **Support:** Een deel van de print dat na het printen wordt verwijderd, maar nodig was om delen van de print op hun plaats te houden terwijl de print nog bezig was, om te voorkomen dat materiaal naar beneden viel of te veel wiebelde. +* **Support blocker:** Een model dat voorkomt dat er ondersteuning wordt gegenereerd om een overhang te ondersteunen waarmee het model overlapt. Synoniem van "anti-overhang mesh". +* **Support floor:** De onderkant van de steun, gebruikt waar de steun op het model rust. Dit deel van de steun kan optioneel geprint worden met verschillende instellingen. Er is geen ondersteuningsvloer waar de ondersteuning op het platform rust. +* **Support infill:** Het belangrijkste onderdeel van ondersteuning. Als er geen ondersteuningsstructuur is, bestaat de ondersteuning alleen uit ondersteuningsvulling. +* **Support interface:** Het steundak en de vloer, waar het model op de steun rust en waar de steun op het model rust. De onderkant van de ondersteuning waar de ondersteuning op de bouwplaat rust, krijgt geen ondersteuningsstructuur. +* **Support mesh:** Een model dat gevuld wordt met ondersteunende structuur, in plaats van bedrukking zoals een normale bedrukking. Kan worden gebruikt om de vorm van uw steun aan te passen. +* **Support roof:** De bovenzijde van de steun, gebruikt waar het model op de steun rust. Dit deel van de steun kan optioneel geprint worden met verschillende instellingen. +* **Support towers:** Een techniek om zeer dunne of kleine delen van de print te ondersteunen. Het onderdeel wordt ondersteund door de punt van een toren die verder naar beneden breder wordt zodat de steun niet omvalt tijdens het printen. +* **Thermoplastic:** Een soort plastic die zacht wordt bij het smelten. Alleen thermoplasten kunnen worden gebruikt voor FFF-afdrukken. +* **Thickness:** De grootte van een structuur in verticale richting (Z). Vergelijk met "breedte". +* **Top/bottom:** De boven- en onderkant van de print. Deze worden altijd afgedrukt met een dichtheid van 100%, meestal met het lijnenpatroon. Synoniem van "skin". +* **Top surface:** Het hoogste deel van de bovenskin. Zelden meer dan 1 laag, dit bovenoppervlak kan met afzonderlijke instellingen worden bedrukt om een hogere kwaliteit te bereiken zonder veel extra printtijd te kosten. +* **Topography:** Het effect waarbij de beperkte laaghoogte een bijna vlak oppervlak verandert in iets dat lijkt op een geografische hoogtekaart met ringen waar de lagen eindigen. +* **Toughness:** Een maatstaf voor een afdruk in hoeverre deze bestand is tegen plastische vervorming. +* **Transition (of walls):** De plaats waar een verschillend aantal wanden samenkomt om het onderdeel dunner of dikker te maken door in sommige delen een ander aantal wanden te gebruiken dan in andere. +* **Travel (move):** De nozzle van de ene plaats naar de andere verplaatsen zonder materiaal te extruderen. +* **Underextrusion:** Te weinig materiaal extruderen om een volume goed te vullen of om sterke en doorlopende lijnen goed te maken. +* **Underpressure:** In ingetrokken toestand wordt de nozzlekamer op een negatieve druk gehouden om het materiaal naar binnen te zuigen en sijpelen te voorkomen. +* **Vase mode:** Een modus om alleen de omtrek van de modellen af te drukken, meestal terwijl de Z-coördinaat geleidelijk door de laag wordt verhoogd om de Z-naad te elimineren. Cura noemt dit altijd "spiraalvormige modus". +* **Walls:** De zijkanten van de print. Ze staan horizontaal rond het model. +* **Warping:** Kromtrekken van de print na het printen, doordat het materiaal krimpt of door interne spanningen die aan het materiaal trekken terwijl het nog niet gestold is. +* **Width:** De grootte van een structuur in de horizontale richting (X/Y). Vergelijk met "dikte". +* **Winding order:** De volgorde van punten die een polygoon vormen. Met de klok mee of tegen de klok in. In Cura geeft een opwindvolgorde tegen de klok in een positieve vorm aan, terwijl een opwindvolgorde met de klok mee een gat aangeeft. De ingevoerde 3D-modellen moeten driehoeken hebben met een tegen de klok in draaiende volgorde van buitenaf gezien.sp +* **Wiping:** Een techniek om de nozzle met opzet een eerder geprinte structuur te laten kruisen om loshangend sijpelend materiaal van de punt van de nozzle af te vegen, om te voorkomen dat materiaal aan de buitenkant van de print wordt geplaatst. +* **Wire printing:** Een techniek om een model af te drukken door alleen een draadframe rond het model af te drukken. Zeer experimenteel. +* **Z seam:** Een zichtbare plek op de buitenwand waar de nozzle van de ene laag naar de andere ging. Vaak verkeerd gebruikt in plaats van alleen "naad". +* **Z hop:** Een techniek waarbij de nozzle omhoog wordt bewogen (+Z) om met een beetje speling over de print te bewegen. Synoniem van "hop". \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/about/preferences.md b/resources/translations/nl_NL/about/preferences.md new file mode 100644 index 000000000..9db47a6b2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/about/preferences.md @@ -0,0 +1,11 @@ +[//]: # (Do not translate this file! While translating the main text doesn't cause any harm, translating the labels of the preferences here will cause them to stop working.) +Preferences +==== +In this page you can change the behaviour of the settings guide. + +[ ] Show articles in setting tooltips (requires restart) +[ ] Window always in front + +Language +---- +The language can be changed by clicking on the letter symbol in the top-right corner of any article. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_mesh_surface_mode.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_mesh_surface_mode.md new file mode 100644 index 000000000..7c848a26a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_mesh_surface_mode.md @@ -0,0 +1,42 @@ +Oppervlaktemodus +==== +Normaal gesproken maakt Cura doorsneden van alle driehoeken in je mesh. Deze lijnsegmenten worden samengevoegd om lussen te vormen. Alle lussen die niet gesloten zijn, worden weggegooid. + +Deze instelling bepaalt wat er moet gebeuren met deze niet-gesloten lussen. Als de instelling "Normaal" is, worden ze verwijderd. Met de instelling "Oppervlak" worden alle doorsneden als contouren geprint. Wanneer ingesteld op "Beide", worden de gesloten contouren normaal geprint, maar de niet-gesloten contouren worden afzonderlijk geprint als extra wanden. + + + + +![Normale modus laat het enkele niet-gesloten oppervlak aan de rechterkant weg](../../../articles/images/magic_mesh_surface_mode_normal.png) +![Surface-modus drukt alleen de oppervlakken af zonder ze als gesloten volumes te behandelen](../../../articles/images/magic_mesh_surface_mode_surface.png) +![Print zowel de volumes als het extra niet-gesloten oppervlak aan de rechterkant](../../../articles/images/magic_mesh_surface_mode_both.png) + +De extra vlakken die worden geprint, bevatten alleen de verticale vlakken als enkele lijnen. Er is geen opvultechniek voor horizontale vlakken aangezien de vlakken geen gesloten polygonen zijn. Ze kunnen niet worden gevuld omdat er geen innerlijke werking is. Er mogen geen toppen, bodems, vullingen of supporten zijn. Alleen enkele lijnen. + +De extra oppervlakken worden afgedrukt alsof het buitenmuren zijn, dus ze worden beïnvloed door de afdruksnelheid van de buitenmuur, de lijndikte, enzovoort. Het zal deze oppervlakken ook afdrukken met een lijn die precies gecentreerd is op het oppervlak, in plaats van de lijn langs de binnenkant van het model uit te lijnen. Dat betekent dat het zich aan weerszijden van het oppervlak met een halve lijnbreedte uitstrekt. Dit gebeurt omdat het onduidelijk is welke zijde van het oppervlak de binnenkant van het model is. Uw afdruk zal niet maatnauwkeurig zijn. Als, zoals in de schermafbeelding hierboven, het extra oppervlak is uitgelijnd met een normaal, vast oppervlak en je gebruikt de optie "Beide" om eventuele ontbrekende muren te voltooien, dan zullen de lagen niet goed uitgelijnd zijn. + +**Als u zowel de normale volumes als de extra oppervlakken print, denk er dan aan dat de volumes worden geprint met de buitenwand volledig binnen het volume. De extra gebieden worden zo geprint dat de lijn gecentreerd is op het gebied en de helft van de breedte van de lijn zich aan elke kant bevindt. Wanneer een extra vlak wordt uitgelijnd op het oppervlak van een gesloten volume, zoals in de bovenstaande figuren, wordt het vlak verschoven met een halve lijnbreedte. Het extra oppervlak heeft immers geen interieur om naar toe te bewegen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_spiralize.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_spiralize.md new file mode 100644 index 000000000..b335db54c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/magic_spiralize.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Buitencontour Spiraliseren +==== +Het spiraliseren van de buitencontour is een speciaal geval. + +Als u laag voor laag print, moet de nozzle normaal gesproken van de ene laag naar de volgende gaan. Deze beweging zorgt ervoor dat nozzle bijna een fractie van een seconde stilstaat, waardoor een naad op het oppervlak achterblijft die bekend staat als de Z-naad. Deze instelling is ontworpen om dat en meer te voorkomen. Het vereenvoudigt het printproces aanzienlijk door veel aspecten van het proces te elimineren. + +Bij het spiraliseren van het model krijgt het model geen vulling of toppen. Er wordt slechts één wand en één verdieping verkregen. Wanneer de optie [Gespiraliseerde contouren effenen](smooth_spiralized_contours.md) is ingeschakeld, wordt de hoogte van nozzle geleidelijk verhoogd over de hoogte van één laag. Hierdoor ontstaat een spiraal die de contouren van het model volgt. Er is geen beweging van de ene laag naar de volgende omdat de nozzle al geleidelijk naar de volgende laag is verplaatst. + +Spiralize-modus is gebruikelijk op veel slicers. Het wordt ook wel "vaasmodus" genoemd omdat het goed is voor het printen van vazen. Enkele andere eigenschappen zijn: +* Drukt extreem snel af. +* Het oppervlak wordt zeer glad. Er is niet langer een [Naden](../troubleshooting/seam.md) die deze naar de volgende laag verplaatst wanneer [Gespiraliseerde contouren effenen](smooth_spiralized_contours.md) is ingeschakeld. +* De druk zal niet erg stabiel zijn. Als het model te groot is, heeft het de neiging om te breken [Laag Splitsing](../troubleshooting/layer_splitting.md) vanwege de dunne wand. +*Terwijl het verwijderen van de stiksels de print waterdicht maakt, is het moeilijk om hem waterdicht te krijgen als de print eenmaal een bepaalde grootte heeft. Daarom is het aan te raden om minimaal 2 wanden te hebben. Het is dan niet meer mogelijk om de buitencontour te spiraliseren. + +**Spiraliseren werkt niet goed op prints met veel horizontale vlakken. Het kan geen overhangen aan en geprint geen toppen, dus niets kan tegen een horizontaal oppervlak rusten. Het werkt ook niet goed als er meerdere delen op een laag staan.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_angle.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_angle.md new file mode 100644 index 000000000..ec1ab752f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_angle.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Matrijshoek +==== +Net als bij de functie [Overhang printbaar maken](../experimental/conical_overhang_enabled.md) wijzigt deze instelling de vorm zodat deze zonder support kan worden geprint. Alleen de buitencontour van de mal wordt veranderd, dus de vorm van je mal wordt niet beïnvloed. + + +![Onder een hoek van 40 graden kan de onderkant van deze mal worden geprint zonder support](../../../articles/images/mold_angle.png) + +Het verkleinen van deze hoek vermindert de extreme uitsteeklengtes. Dit maakt de print betrouwbaarder. Dit verbreedt echter ook de basis van de print, wat de duur van de print aanzienlijk verlengt en het materiaalverbruik verhoogt. + +Voor sommige vormen is het niet voldoende om de buitenste vorm te wijzigen om correct te printen. Ze heeft nog steeds support nodig. U kunt een soortgelijk effect bereiken door [Conische supportstructuur inschakelen](../experimental/support_conical_enabled.md) in te schakelen. + + +![Deze matrijs heeft support nodig](../../../articles/images/mold_needs_support.png) \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..e703f74b3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_enabled.md @@ -0,0 +1,67 @@ +Matrijs +==== +Met deze functie maakt de printer, in plaats van het model zelf te printen, een negatief van het model, een matrijs waarin u een ander materiaal kunt gieten om uw model te maken. Deze matrijs heeft een aantal specifieke eigenschappen die hem geschikt maken voor zowel gieten als printen met de FFF printer. Dit maakt het proces van [Rapid Casting](https://en.wikipedia.org/wiki/Rapid_casting) mogelijk. + + + +![Een model dat je wilt casten](../../../articles/images/mold_enabled_shell.png) +![De Matrijs voor dit model](../../../articles/images/mold_enabled_mould.png) + +Cura's vormgeneratie creëert een holle body met de exacte vorm die u wilt gieten. Rond deze holte wordt een matrijs gemaakt met een specifieke breedte, die configureerbaar is via de instelling [Minimale matrijsbreedte](mold_width.md). Boven en onder de matrijs wordt een laag gemaakt met een specifieke hoogte, die kan worden ingesteld met de instelling [Dakhoogte matrijs](mold_roof_height.md). Om het gietmateriaal in te kunnen vullen wordt deze laag niet bovenop het model gemaakt. Het wordt ook niet onderaan het model gemaakt. Het is bedoeld om op de platform te blijven terwijl het model wordt gegoten. + +Ontwerp uw matrijs +---- +Vormcreatie in Cura is niet perfect. Er ontbreken een paar dingen. Hier zijn enkele tips om ze te repareren. +* Cura maakt geen sprues voor alle lokale pieken in uw model. Overal waar u een spruw nodig heeft, moet u verticale takken aan uw model toevoegen. +* Cura ondersupportt het gieten van extra materiaal niet als uw materiaal krimpt als het afkoelt. Als je materiaal gebruikt dat veel krimpt, moet je zelfs op het hoogste punt van je model extra gietbomen toevoegen. +* De vorm van Cura bestaat altijd uit één stuk. Voor veel vormen betekent dit dat de vorm wordt vernietigd om deze te verwijderen. Vormen kunnen op een aantal manieren worden vernietigd: door pure kracht, of door het te verwarmen als het materiaal binnenin dit toelaat, of door een materiaal te gebruiken zoals PVA dat oplost in water. +* Cura ondersupportt niet het inbrengen van staven of draden om de vorm te versterken. Om dit mogelijk te maken, plaatst u extra staven in uw model zodat Cura holtes voor hen achterlaat, en plaats daarna de staaf of draad. +* Leegtes in uw matrijs worden zonder voorafgaande kennisgeving gemaakt. Als je gietstuk veel holtes vereist, heb je lopers of andere kanalen nodig om het materiaal goed naar binnen te laten stromen en de lucht eruit te laten komen. Houd er ook rekening mee dat uw matrijs mogelijk moet worden vernietigd om de matrijs eruit te krijgen zodra deze is gestold. + +Materialen om de matrijs te printen +---- +De ideale vorm is: +* heel stijf +* bestand tegen hoge temperaturen +* chemisch inert zodat het niet hecht aan het gietmateriaal +* gemaakt van een materiaal dat niet krimpt + +Ook moeten sommige vormen worden vernietigd om het model eruit te krijgen. Hiervoor kun je een bros materiaal kiezen of een materiaal dat kan worden opgelost met water of andere chemicaliën, zoals PVA. + +Materialen om te gieten +---- +Er zijn veel verschillende soorten materialen waaruit een matrijs kan worden gegoten. Sommige zijn meer compatibel met 3D-geprinte matrijsen dan andere. Hier zijn enkele voorbeelden van materialen die geschikt zijn: +* **Siliconen**. Siliconen hecht niet aan kunststoffen, dus makkelijk te verwijderen. Bovendien is siliconen zeer flexibel, waardoor het geschikt is voor ondersnijdingen. Daarnaast zijn siliconen thermohardend en hittebestendig, waardoor je de matrijs ook na het uitharden eenvoudig kunt verwijderen. Het gieten van siliconen vereist echter speciaal gereedschap. Bovenal heb je een vacuümkamer nodig om de luchtbellen uit de siliconen te krijgen. +* **Zand**. Zand is een industriestandaard voor het maken van een negatief, omdat het zeer hittebestendig is, maar niet verwarmd hoeft te worden om te worden gegoten. Na het gieten kun je het vastbinden met beton of lijm om te voorkomen dat het uit elkaar valt. Je kunt het dan gebruiken om nog een negatief te maken van een meer hittebestendig materiaal. +* **stucwerk**. Vergelijkbaar met zand, maar over het algemeen gemaakt van een fijnere korrel. Dit heeft als voordeel dat de binding al in het materiaal is verwerkt, zodat deze niet opnieuw hoeft te worden ingebonden. Het eindresultaat kan echter brozer zijn. +* **Was**. U kunt een model in was gieten om individuele kaarsen of beeldjes te maken. Wax heeft een lage smelttemperatuur waardoor de matrijs niet zal smelten. Bovendien hecht het niet aan kunststoffen, waardoor het makkelijker uit de vorm te halen is. Wax is zeer kneedbaar en gemakkelijk te veranderen zodra het uit de matrijs is verwijderd. Als je hier een kaars op maat van maakt, vergeet dan niet om een lont toe te voegen voor het uitharden. +* **Chocolade**, als een speciale, individuele traktatie of geschenk. Om chocolade te gieten, smelt het tot net boven het smeltpunt, giet het in de vorm, schud een beetje om de luchtbellen eruit te krijgen en plaats het onmiddellijk in de vriezer. Je kunt de vorm ook in een koudwaterbad in de vriezer plaatsen om de warmte sneller af te voeren. Na vijf minuten kun je de chocolade voorzichtig uit de vorm halen. + +FFF-printen kan alleen met thermoplasten. Thermoplasten zijn kunststoffen die van nature zacht worden bij hoge temperaturen. Dit is niet compatibel met gietmaterialen die heet zijn bij het gieten. Sommige materialen die over het algemeen niet compatibel zijn met 3D-geprinte matrijsen: +* **Metalen** die moeten worden verwarmd tot boven het smeltpunt van kunststoffen om vloeibaar genoeg te zijn om te gieten. De hoeveelheid warmte van het metaal zal je matrijs smelten. +* **Kunststof die hecht aan het plastic waarvan de matrijs is gemaakt**. U kunt de matrijs na het gieten niet van het model scheiden. Je kunt wat lossingsmiddel opspuiten, maar als het materiaal te veel op elkaar lijkt, blijft het permanent aan de matrijs plakken. +* **Materialen die te veel krimpen na stollen**. Materialen die krimpen voordat ze stollen, zijn prima, zolang je maar lang genoeg poorten hebt voor nieuw materiaal om de holte te vullen wanneer dit gebeurt. +* **Epoxy** is niet geschikt, want hoewel de hars koud is wanneer deze wordt gegoten, komt er door de chemische reactie van de twee componenten voldoende warmte vrij om het plastic te smelten. Bovendien hecht epoxyhars zeer goed aan kunststoffen. + +Als je een object moet maken van een materiaal dat niet direct compatibel is met 3D-printen, moet je in verschillende gietfasen werken. Elke fase creëert een negatief van de vorige fase. U kunt bijvoorbeeld de vorm van uw object normaal printen (met deze instelling uit) en er vervolgens een negatief van maken door de vorm in een stucbad te plaatsen. Omdat stucwerk veel hittebestendiger is, kun je dan materialen gebruiken die heter moeten worden verwarmd om te smelten, zoals: Als brons, of materialen die combineren met kunststoffen zoals. B. Epoxy. + +Het gietproces +---- +Gieten met een 3D-geprinte matrijs is vrijwel hetzelfde als met elke andere matrijs en is sterk afhankelijk van de gebruikte materialen. Er zijn echter een paar eigenaardigheden om op te letten als het gaat om 3D-geprinte vormen. + +De thermoplast waarmee u uw matrijs heeft geprint, heeft een lage warmtecapaciteit en kan een relatief lage glasovergangstemperatuur hebben. Dit betekent dat de tijd na het gieten van de matrijs van cruciaal belang is. Als het materiaal te langzaam afkoelt, kan de matrijs week worden. Hierdoor kan de vorm vervormen en wordt het moeilijker om de vorm los te maken van het resultaat. Om het uitharden van het gietstuk te versnellen, kunt u het bijvoorbeeld onderdompelen in een ijsbad. + +3D-geprinte mallen hebben ook meer ribbels langs hun zijkanten vanwege de grenzen tussen de lagen. Deze maken het moeilijker om de mal uit het gips te halen. Als je een lossingsmiddel gebruikt tussen de vorm en het gietstuk, gebruik dan iets dat deze openingen kan opvullen. Dunne smeermiddelen zijn niet genoeg. Meer geschikte tussenlagen zijn was of dikkere smeermiddelen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_roof_height.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_roof_height.md new file mode 100644 index 000000000..0c71e5a98 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_roof_height.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Dakhoogte Matrijs +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik je de boven- en onderkant van je vorm wilt hebben. Dit is alleen de verticale dikte. De horizontale dikte wordt bepaald door de instelling [Minimale matrijsbreedte](mold_width.md). + + +Er is geen horizontaal gedeelte op het hoogste punt van uw model om het materiaal te gieten. Ook komt er geen horizontaal gedeelte onder het model, aangezien de platform zelf dient om de mal daar af te sluiten. Indien een horizontaal gedeelte onder het model gewenst is, kan hiervoor een ![Raft](../../../articles/images/adhesion_type_raft.png) worden gebruikt. + +Door dikkere boven- en onderkanten te printen, wordt uw mal stabieler en krimpbestendiger. Dit vereist echter ook meer materiaal en het printen duurt langer. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_width.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_width.md new file mode 100644 index 000000000..776ddd2a9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/mold_width.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Minimale matrijsbreedte +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de wanden van de vorm moeten zijn. Dit geldt alleen voor de horizontale richting. De verticale richting wordt bepaald door de instelling [Dakhoogte matrijs](mold_roof_height.md). + +Het printen van een dikkere wand zorgt ervoor dat de mal stijver is, waardoor deze beter bestand is tegen het krimpen van het gietmateriaal. Er is echter ook meer materiaal voor nodig en het printen duurt langer. Als de vorm erg dun is, is het logisch om deze volledig met wanden te vullen. Hierdoor kunnen de buitenwanden meer bijdragen aan de stijfheid van de binnenwanden. De stijfheid van de binnenwanden is het belangrijkste om de krimp tegen te gaan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/print_sequence.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/print_sequence.md new file mode 100644 index 000000000..6d967806d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/print_sequence.md @@ -0,0 +1,26 @@ +Print Volgorde +==== +Als er meerdere modellen op de platform worden geplaatst, bepaalt dit de volgorde waarin de lagen voor die objecten worden geprint. Er zijn twee opties. + +Alles in een keer +---- +Alle objecten worden gelijktijdig geprint, dwz de lagen worden voor alle objecten gelijktijdig van onder naar boven geprint. Van elk object wordt één laag geprint voordat de volgende laag wordt geprint. + +Dit heeft twee grote voordelen: +* De vorige laag krijgt meer tijd om af te koelen, wat resulteert in een betere kwaliteit bij het printen van kleine objecten. +* Het volledige bouwvolume kan worden gebruikt om te printen. + +De een na de ander +---- +De objecten worden opeenvolgend geprint, wat betekent dat alle lagen van een object worden geprint, en vervolgens gaat het terug naar de platform om het volgende object te printen. + +De belangrijkste voordelen van deze modus zijn: +* Als de print om welke reden dan ook mislukt, zijn alle objecten die vóór de fout zijn voltooid, perfect in orde. +* Er zijn minder traverse bewegingen nodig om heen en weer te gaan tussen modellen. Dit bespaart wat printtijd en vermindert het aantal littekens op het oppervlak waar de nozzle het object verlaat en binnengaat. + +Deze modus heeft echter enkele beperkingen om kop- en portaalbotsingen met het model te voorkomen. +* U kunt geen objecten printen die hoger zijn dan de portaalhoogte van uw printer. De portaalhoogte kan worden ingesteld in het dialoogvenster Machine-instellingen van de printer. Deze portaalhoogte geeft de verticale afstand aan tussen de nozzlepunt en de printkopwagen. De reden voor deze beperking is dat de printkop naar beneden moet bewegen naar de plaat om het tweede object te printen. Dit betekent dat het eerste object door de printkopwagen kan worden geraakt terwijl het tweede object wordt geprint. Theoretisch kan het laatst geprinte object hoger zijn dan de printkopdrager, maar omwille van de eenvoud staat Cura dit niet toe. +* Objecten moeten verder uit elkaar staan om te voorkomen dat de printkop de eerder geprinte modellen aan de zijkant raakt. +* De volgorde waarin de objecten worden geprint is vast en geoptimaliseerd zodat de objecten dichter bij elkaar kunnen worden geprint. Als uw printkop niet symmetrisch is, kan dit veel plaatruimte besparen. + +**Een enkel object is alleen beschikbaar in enkele extrusie. Als u een printer met meerdere extruders gebruikt, moet u op één na alle extruders uitschakelen om deze instelling te laten verschijnen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/relative_extrusion.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/relative_extrusion.md new file mode 100644 index 000000000..44f8190ec --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/relative_extrusion.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Relatieve Extrusie +==== +Cura schrijft opdrachten voor de printer om uw object in G-code te printen. Deze commando's verplaatsen de printkop naar specifieke posities en zetten de feeder aan. Normaal slaat Cura zowel de coördinaten voor de beweging van de printkop als de positie van de feed op als absolute coördinaten. Als deze instelling echter is ingeschakeld, worden de inspringcoördinaten relatief vastgelegd. + +Als dit is uitgeschakeld (d.w.z. absolute extrusie), wordt de positie van het filament aan het begin van de print vergrendeld als de nulcoördinaat. De positie van het filament neemt door het hele bestand toe naarmate er meer materiaal wordt geëxtrudeerd en het filament steeds verder weg moet bewegen van het startpunt aan het begin van de print. + +Als dit echter is geactiveerd, wordt de extrusie afzonderlijk in elke regel G-code geschreven, relatief ten opzichte van de positie van de vorige regel. Elke lijn bevat dan alleen de hoeveelheid materiaal die voor die specifieke lijn is geëxtrudeerd. + +Relatieve extrusie maakt het gemakkelijk om de G-code te bewerken nadat deze is gemaakt. Als er ergens tussenin, als extra materiaal moet worden geëxtrudeerd (om lijnsegmenten toe te voegen of te verwijderen, of om nozzle aan te passen), moet de nieuwe extrusie gewoon in het te bewerken onderdeel worden geschreven. Als een absolute extrusie wordt gebruikt, moet de positie van de extruder vervolgens worden gereset met G92 om ervoor te zorgen dat alle volgende opdrachten correct zijn. + +Als er echter op enig moment tijdens de verwerking van de G-code (in Cura, de firmware of de beweging) afrondingsfouten zijn, zal de absolute extrusie deze automatisch corrigeren in de volgende regel. Bij relatieve extrusie resulteert dit in over- of onder-extrusie, zij het in zeer geringe mate. + +Niet alle printerfirmware ondersupportt relatieve extrusie. + +**Als absolute extrusie wordt gebruikt, stelt Cura de filamentpositie elke 10 meter opnieuw in om afrondingsfouten met drijvende komma in de firmware te voorkomen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/blackmagic/smooth_spiralized_contours.md b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/smooth_spiralized_contours.md new file mode 100644 index 000000000..1bc4a4735 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/blackmagic/smooth_spiralized_contours.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Gespiraliseerde contouren effenen +==== +Als [Buitencontouren spiraliseren](magic_spiralize.md) is ingeschakeld, schakelt deze instelling de meest belangrijke functie van de modus Spiralize in of uit: in plaats van elke laag opeenvolgend te printen met hoogte-intervallen, wordt de hoogte geleidelijk verhoogd naarmate de laag vordert. + +Omdat de modus Spiraliseren ervoor zorgt dat de meeste lagen alleen de wanden met een enkele omtrek printen, neemt die enkele omtrek de vorm aan van een spiraal, wat de functie Spiraliseren zijn naam geeft. Op de eerste en laatste laag van de print wordt de doorvoer geleidelijk verminderd om over-extrusie te voorkomen en de juiste hoogte te bereiken. + +Doordat de nozzle tijdens de shift geleidelijk naar de volgende laaghoogte wordt gebracht, is er geen naad meer waar de nozzle overgaat naar de volgende laag. Dit elimineert effectief de Z-naad. + +Anderzijds wordt de laag een halve laaghoogte naar boven of beneden verschoven. Dit is minder nauwkeurig. Er kunnen vervaging van fijne details in de print zijn. + +Met deze instelling worden de naden niet verwijderd wanneer u meer dan één omtrek op een laag printt. Het extruderen moet nog steeds worden onderbroken na de omtrek om naar het volgende geprinte deel te gaan. Dit laat nog steeds een naad achter. + +**Dit effect is niet zichtbaar in de laagweergave vanwege weergavebeperkingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..f0ff5aea8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_enabled.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Koelen van de Print Inschakelen +==== +Deze instelling zet de ventilatoren op de printkop aan of uit tijdens het printen. De ventilatoren zijn ontworpen om het materiaal tijdens het printen af te koelen, zodat het sneller stolt. + +Materialen met een lage glasovergangstemperatuur, zoals b.v. PLA, moet tijdens het printen worden gekoeld. De ventilatoren helpen hierbij door koelere lucht uit de omgeving te blazen op het hete materiaal dat net uit de nozzle is gekomen. Anders zal het door de hitte gaan zakken, waardoor het vervormt en zelfs de print helemaal mis kan gaan. Op plaatsen waar het materiaal in de lucht hangt, b.v. B. op een overstek is doorzakken niet te voorkomen, zodat het materiaal daar direct gekoeld moet worden. + +Voor materialen met een hogere glasovergangstemperatuur, zoals: ABS, het wordt nog steeds aanbevolen om de ventilatoren aan te zetten, maar ze kunnen voor bepaalde delen van de print langzamer draaien. Op de meeste printers kan de [Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed.md) nauwkeurig worden geregeld, dus het is niet alleen een aan/uit-schakelaar. In de regel kunt u de ventilatorsnelheid nauwkeurig regelen. + +Alleen bij materialen met een zeer hoge glasovergangstemperatuur dient u de ventilatoren volledig uit te schakelen. Als de ventilatoren vervolgens worden ingeschakeld, kunnen er extrusieproblemen optreden en wordt de voltooide print broos. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_at_height.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_at_height.md new file mode 100644 index 000000000..acc58c776 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_at_height.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Normale Ventilatorsnelheid op Hoogte +==== +De ventilatorsnelheid begint bij de waarde van de instelling [Startsnelheid ventilator](cool_fan_speed_0.md) aan het begin van de print. Tijdens de eerste printlagen om het in deze instelling gespecificeerde niveau te bereiken, zal de ventilatorsnelheid geleidelijk toenemen tot de [Normale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_min.md). + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Gewoonlijk wordt de initiële ventilatorsnelheid aanzienlijk verlaagd omdat de eerste laag tijdens het printen warm moet blijven. Als de eerste laag afkoelt, begint het materiaal te [Kromtrekken](../troubleshooting/warping.md). Hierdoor komt de eerste laag van de platform los, waardoor de print mislukt. Als de tweede laag echter te snel afkoelt, zal deze toch krimpen en de eerste laag naar boven afschuiven, waardoor ook de print kromtrekt. Het doel van deze instelling is om meerdere lagen te kunnen printen met een lagere ventilatorsnelheid. Op deze manier kan kromtrekken worden voorkomen totdat de print voldoende stijfheid heeft om kromtrekken te weerstaan. + +Het simpelweg verminderen van de snelheid van de ventilator tijdens de eerste paar lagen zou resulteren in een grote verandering in ventilatorsnelheid, wat merkbaar zou zijn in de oppervlaktekwaliteit van de uiteindelijke print. Dit leidt tot strepen. In plaats daarvan wordt de ventilatorsnelheid geleidelijk gewijzigd naar de normale ventilatorsnelheid. + +* Het verhogen van deze instelling kan [Problemen met (print)bed hechting](../troubleshooting/bed_adhesion_problems.md) verbeteren. +* Als uw platform tot een hoge temperatuur wordt verwarmd, moet u deze instelling mogelijk verlagen om te voorkomen dat u een [Olifant voet](../troubleshooting/elephants_foot.md) print of lekt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_layer.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_layer.md new file mode 100644 index 000000000..f5ce9a628 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_full_layer.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Normale Ventilatorsnelheid op Laag +==== +De ventilatorsnelheid begint bij de waarde van de instelling [Startsnelheid ventilator](cool_fan_speed_0.md) wanneer het printen begint. Tijdens de eerste printlagen zal de ventilatorsnelheid geleidelijk toenemen tot de [Normale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_min.md) volgens deze instelling. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Gewoonlijk wordt de initiële ventilatorsnelheid aanzienlijk verlaagd omdat de eerste laag tijdens het printen warm moet blijven. Als de eerste laag afkoelt, begint het beeldmateriaal te [Kromtrekken](../troubleshooting/warping.md). Hierdoor komt de eerste laag van de platform los, waardoor de print mislukt. Als de tweede laag echter te snel afkoelt, zal deze toch krimpen en de eerste laag naar boven afschuiven, waardoor ook de print kromtrekt. Het doel van deze instelling is om meerdere lagen te kunnen printen met een lagere ventilatorsnelheid. Op deze manier kan kromtrekken worden voorkomen totdat de print voldoende stijfheid heeft om kromtrekken te weerstaan. + +* Het verhogen van deze instelling kan [Problemen met (print)bed hechting](../troubleshooting/bed_adhesion_problems.md) verbeteren. +* Als uw platform tot een hoge temperatuur wordt verwarmd, moet u deze instelling mogelijk verlagen om te voorkomen dat u [Olifantvoet](../troubleshooting/elephants_foot.md) of lekt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..a2ca2f36c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Ventilatorsnelheid +==== +De snelheid waarmee de ventilatoren op de printkop draaien tijdens het grootste deel van het printproces. Dit is een percentage van het maximale vermogen van de ventilatoren. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +* Hogere snelheid zorgt voor betere koeling. Dit vermindert sijpelen en stringing. +* Hogere snelheid resulteert in betere overhangen en verminderd Pilowingffect. +* Lagere snelheid vermindert kromtrekken van sommige materialen en maakt het printen stabieler. + +Bij het printen van materialen met een lage glasovergangstemperatuur, zoals: PLA, de ventilatorsnelheid moet bijna altijd maximaal zijn. Deze materialen hebben vrijwel geen last van snelle afkoeling, aangezien de warmte van nozzle de temperatuur iets boven het glasovergangsbereik houdt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_0.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_0.md new file mode 100644 index 000000000..5e0be9e87 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Startsnelheid ventilator +==== +De snelheid waarmee de ventilatoren op de printkop draaien aan het begin van het printen, tijdens de eerste paar lagen. De ventilatorsnelheid gaat dan langzaam over naar de normale ventilatorsnelheid. Bij het aantal lagen gespecificeerd door de [Normale Vventilatorsnelheid op Laag](cool_fan_full_layer.md) instelling, gaat de ventilatorsnelheid over naar [Normale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_min.md). + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +De ventilatorsnelheid is meestal lager aan het begin van het printproces dan tijdens de rest van het printproces. Hierdoor koelt het materiaal langzamer af en hecht het beter aan de platform, wat de hechting verbetert. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_max.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_max.md new file mode 100644 index 000000000..edbde0312 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_max.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale Ventilatorsnelheid +==== +De snelheid waarmee de ventilatoren in de printkop draaien wanneer de laag wordt geprint tijdens de minimale laagtijd. Met de minimale laagtijd wilt u de laag zo snel mogelijk afkoelen om de tijd te verminderen die nodig is om de laag af te koelen voordat de printer de volgende laag aanbrengt. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Wanneer de print van een laag tussen [Drempelwaarde Normale/Maximale Ventilatorsnelheid](cool_min_layer_time_fan_speed_max.md) en [Minmale Laagtijd](cool_min_layer_time.md) ligt, zal de ventilatorsnelheid tussen [Normale Ventilator snelheid](cool_fan_speed_min.md) en de [Maximale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_max.md) geïnterpoleerd. Zodra de minimale schakeltijd is bereikt, wordt ook het maximale ventilatortoerental bereikt. Op deze manier wordt de print maximaal gekoeld om deze zo snel mogelijk af te koelen voordat de volgende laag wordt aangebracht. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_min.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_min.md new file mode 100644 index 000000000..da1379a7b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_fan_speed_min.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Normale Ventilatorsnelheid +==== +De snelheid waarmee de ventilatoren op de printkop draaien, tenzij de laag erg klein is. Dit is de ventilatorsnelheid die voor het grootste deel van uw printen wordt gebruikt. Als de laag echter klein is, wordt de ventilatorsnelheid verhoogd tot [Maximale ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_max.md) om de laag sneller af te koelen. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +* Hogere snelheid zorgt voor betere koeling. Dit vermindert sijpelen en stringing. +* Hogere snelheid resulteert in betere overhangen en verminderd Pilowing effect. +* Lagere snelheid vermindert kromtrekken van sommige materialen en maakt het printen stabieler. + +Bij het printen van materialen met een lage glasovergangstemperatuur, zoals: PLA, de ventilatorsnelheid moet bijna altijd maximaal zijn. Deze materialen hebben vrijwel geen last van snelle afkoeling, aangezien de warmte van nozzle de temperatuur iets boven het glasovergangsbereik houdt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_lift_head.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_lift_head.md new file mode 100644 index 000000000..90b3e54ae --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_lift_head.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Printkop Optillen +==== +Wanneer de [Minimale Laagtijd](cool_min_layer_time.md) is bereikt, vertraagt de printkop om te voorkomen dat er sneller dan de minimale laagtijd wordt geprint. Dit geeft de vorige laag voldoende tijd om af te koelen en uit te harden voordat de volgende laag wordt aangebracht. De printkop vertraagt totdat hij [Minimumsnelheid](cool_min_speed.md) bereikt. + +Als deze instelling is ingeschakeld en de printkop is ingesteld om langzamer te bewegen dan de minimumsnelheid om aan de minimale laagtijd te voldoen, zal de printkop iets omhoog bewegen nadat de laag is geprint. Hij wacht dan een tijdje totdat de minimumtijd voor de laag is bereikt voordat hij aan de volgende laag begint. + +Als deze instelling is uitgeschakeld, gaat de printer onmiddellijk door naar de volgende laag. Het wacht niet op de minimale laagtijd, dus lagen worden geprint op lagen die mogelijk niet volledig zijn uitgehard. + +![Als de minimale schakeltijd is bereikt, kan de printkop omhoog gaan](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +De printkop wordt altijd 3 mm verhoogd. Er is momenteel geen manier om dit te configureren. + +Compromissen +---- +Er is een compromis in het vertragen van nozzle om de laag een betere kans te geven om af te koelen. De minimale laagtijd is bedoeld om het materiaal wat tijd te geven om af te koelen door de beweging van de printkop te vertragen. Gedurende deze tijd zullen de ventilatoren op maximaal vermogen blazen om het materiaal sneller af te koelen, maar de hete nozzle zit nog steeds op het plastic. Voor zeer kleine onderdelen kan de hete nozzle meer warmte in de print overbrengen dan de ventilatoren kunnen afblazen. Hierdoor smelt het plastic nog meer dan wanneer je geen minimale laagtijd zou hebben. + +Dit compromis wordt opgelost door de printkop op te tillen. Je kunt nog steeds tot op zekere hoogte vertragen, maar bij hele kleine lagen wordt de hete nozzle weggeschoven, zodat deze geen warmte meer in de print overdraagt. De printkop blijft zo dichtbij dat eventuele ventilatoren op de printkop op de print blijven blazen. + +Het nadeel van deze techniek is dat het effectief een [Hoogte Z-sprong](../travel/retraction_hop.md) uitvoert, wat op zijn beurt resulteert in [Stringing](../troubleshooting/stringing.md). Hoewel het optillen van de printkop doorhangen en klodderen kan verbeteren, veroorzaakt het een andere reeks problemen. Een beetje handmatig afwerken met een mes kan de snaren die dit veroorzaakt elimineren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time.md new file mode 100644 index 000000000..da820476f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time.md @@ -0,0 +1,16 @@ +Minimale Laagtijd +==== +De minimale laagentijd bepaalt de kortst toegestane printtijd voor een laag. De printer mag niet sneller dan dit printen. + +Dit is nodig om de vorige laag af te laten koelen alvorens de volgende laag erop te leggen. Dit zorgt ervoor dat de vorige laag volledig is uitgehard om uitzakken te voorkomen. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Deze instelling heeft drie effecten: +* Als een laag sneller print dan de instelling [Drempelwaarde Normale/Maximale Ventilatorsnelheid](cool_min_layer_time_fan_speed_max.md), wordt de ventilatorsnelheid verhoogd naar [Maximale ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_max.md). Zodra een laag zo klein is dat het de minimale laagtijd nodig heeft om te printen, wordt de maximale ventilatorsnelheid gebruikt. Tussen deze twee waarden wordt de ventilatorsnelheid geïnterpoleerd. +* Als de laag minder dan de Minimale Verschuivingstijd nodig heeft om te printen, wordt de printsnelheid verlaagd zodat het nog steeds de Minimale Verschuivingstijd kost. +* Als de printkop te veel zou vertragen (langzamer dan de instelling [Minimumsnelheid](cool_min_speed.md)), dan wacht de printkop aan het einde van een laag en brengt de printkop optioneel iets omhoog. + +Er is een compromis in het vertragen van nozzle om de laag een betere kans te geven om af te koelen. De minimale laagtijd is bedoeld om het materiaal wat tijd te geven om af te koelen door de beweging van de printkop te vertragen. Gedurende deze tijd zullen de ventilatoren op maximaal vermogen blazen om het materiaal sneller af te koelen, maar de hete nozzle zit nog steeds op het plastic. Voor zeer kleine onderdelen kan de hete nozzle meer warmte in de print overbrengen dan de ventilatoren kunnen afblazen. Hierdoor smelt het plastic nog meer dan wanneer je je niet aan een minimale laagtijd houdt. + +Als u relatief koude materialen print of als de ventilatoren op de printkop bijzonder sterk zijn, kan het materiaal een langere minimale schakeltijd verdragen om doorzakken te verminderen. Als de minimale schakeltijd te hoog wordt ingesteld, zal de sproeier steeds vaker vertragen, wat ook op sommige plaatsen klonters en verzakkingen veroorzaakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time_fan_speed_max.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time_fan_speed_max.md new file mode 100644 index 000000000..2027d18e3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_layer_time_fan_speed_max.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Drempelwaarde Normale/Maximale Ventilatorsnelheid +==== +Deze instelling specificeert de printtijd van de laag waar deze zo kort is dat de ventilatorsnelheid toeneemt in de richting van [Maximale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_max.md). Voor lagen die langer nodig hebben om te printen, wordt de [Normale Ventilatorsnelheid](cool_fan_speed_min.md) gebruikt. Voor lagen die een kortere printduur hebben, wordt de ventilatorsnelheid geïnterpoleerd tussen de normale en maximale ventilatorsnelheid, tot [Minimale Laagtijd](cool_min_layer_time.md), waarbij de ventilatorsnelheid de maximale ventilatorsnelheid bereikt. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Door deze drempel te verlagen (naar kortere lagen) zal de ventilator vaker draaien met het normale toerental van de ventilator. Door deze drempel te verhogen zal de ventilator vaker op hogere snelheden draaien, ook al zijn de verschuivingen niet erg klein. + +Het is raadzaam om een bepaalde afstand aan te houden tussen de minimale laagtijd en de drempel voor de normale/maximale ventilatorsnelheid. Als de drempel is ingesteld op de minimale laagtijd, stopt de ventilator abrupt als de verschuiving iets onder de drempel komt. Dit resulteert in zichtbare strepen op het oppervlak van de print omdat er een harde grens wordt gecreëerd waar de ventilator plotseling stopt. Als er in plaats daarvan een verschil is tussen de twee instellingen, zal de verandering van de ventilatorsnelheid geleidelijker zijn en zullen de strepen niet zichtbaar zijn in de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_speed.md b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_speed.md new file mode 100644 index 000000000..cc2e46453 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/cooling/cool_min_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimumsnelheid +==== +Als een laag heel weinig tijd nodig heeft om te printen, wordt de printsnelheid voldoende verlaagd zodat de laag nog steeds de [Minimale Laagtijd](cool_min_layer_time.md) nodig heeft om te printen. Het wordt echter niet verlaagd tot onder deze minimumsnelheid. Als het printen van de laag met de minimale snelheid minder zou duren dan de minimale laagtijd, wacht de printer aan het einde van de laag totdat de minimale laagtijd is verstreken. + +Het aanhouden van de minimale laagtijd is belangrijk om de vorige laag te laten uitharden voordat de volgende laag wordt aangebracht. Het verlagen van de printsnelheid helpt omdat de ventilatoren op de printkop het filament langer kunnen blazen. Het te veel verlagen van de printsnelheid is echter nadelig omdat de warmte van de nozzle zich kan verspreiden naar de onderliggende lagen en aangrenzende wanden. Hierdoor kan het oppervlak erg rommelig worden en plaatselijk doorzakken. Om deze reden is er ook een minimumsnelheid. Aan het einde van de laag komt de printkop normaal gesproken een beetje omhoog (tenzij de instelling [Printkop Optillen](cool_lift_head.md) is uitgeschakeld), waardoor de blazer het filament iets langer kan blazen totdat de minimale laagtijd voorbij is. + +![Welke ventilatorsnelheid wordt waar gebruikt](../../../articles/images/cool_fan_speed.svg) + +Een heel klein onderdeel kan bijvoorbeeld een laag hebben die 3 seconden nodig heeft om te printen bij een normale snelheid van 30 mm/s, maar de minimale laagtijd is ingesteld op 10 seconden. De printer zou dan zijn snelheid verlagen tot 9 mm/s, dus het zou precies 10 seconden duren om dat deel et printen. Als er echter een minimumsnelheid van 10 mm/s was ingesteld, zou de printer deze laag in plaats daarvan met 10 mm/s printen en in 9 seconden klaar zijn. Als [Printkop Ooptillen](cool_lift_head.md) is ingeschakeld, wacht de printer 1 seconde aan het einde van de laag voordat de volgende laag begint (anders gaat hij direct door zonder te wachten). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_angle.md b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_angle.md new file mode 100644 index 000000000..67a4d710c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_angle.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Hoek uitloopscherm +==== +Het uitloopscherm zal de vorm van het model volgen. Het moet dicht bij het model blijven, anders ontsnapt er nieuw materiaal op de weg van de bescherming naar het model. Het model kan echter horizontale vlakken hebben, wat zou leiden tot steile overstekken in de uitloopscherm. Deze instelling beperkt de steilheid van de uitloopschermp zodat deze niet inzakt. + +![In plaats van het model naar beneden en naar boven te volgen, wordt het niet steiler dan de opgegeven hoek](../../../articles/images/ooze_shield.svg) + +* Een waarde van 0 zorgt ervoor dat het uitloopschermp volledig loodrecht rond de hele vorm staat. Hoe kleiner de hoek, hoe stabieler de bescherming. +* Een waarde van 90 zorgt ervoor dat het uitloopschermp het model nauw volgt. Hoe groter de hoek, hoe beter de uitloopscherm het sijpelen op het model voorkomt. + +Hoewel het theoretisch logisch zou zijn om hier een vergelijkbare waarde te gebruiken als voor de [Overhanghoek Supportstructuur](../support/support_angle.md), is de uitloopscherm slechts een enkele regel. Deze enkele lijn is zwakker dan uw model en meer onderhevig aan vervorming. Het is goed om een iets ondiepere hoek te gebruiken dan wat gewoonlijk goed wordt geprint in uw model om te voorkomen dat het uitloopscherm splijt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_dist.md b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_dist.md new file mode 100644 index 000000000..9ee98ce6f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_dist.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Afstand voor Uitloopscherm +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver het uitloopscherm (minimaal) van uw object verwijderd moet zijn. Er moet een zekere afstand worden aangehouden om te voorkomen dat de uitloopscherm of de druppels erop aan uw model blijven plakken. + +![Er wordt een horizontale afstand gehouden tussen het uitloopscherm en het model](../../../articles/images/ooze_shield.svg) + +Plaats de uitloopscherm zo dicht mogelijk bij het model zonder het aan te raken. Hoe dichter de beschermkap bij het model is, hoe minder tijd nozzle heeft om te blijven druppelen. + +Soms is het schild verder van het model verwijderd omdat het schild ook onder een bepaalde [Hoek Uitlopscherm](ooze_shield_angle.md) moet staan om te voorkomen dat het instort. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..e6ce9322d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/ooze_shield_enabled.md @@ -0,0 +1,39 @@ +Uitloopscherm Inschakelen +==== +Bij het printen met meerdere extruders zit er soms nog wat materiaal in de inactieve extruders. Als de nozzles nog heet zijn, heeft dit materiaal de neiging naar buiten te sijpelen. Dit is het probleem dat uitloopscherm is ontworpen om te voorkomen. Het uitloopscherm is een rand rond het object die de afvoer onder de nozzle opvangt. + + +![Het uitloopschermp wordt geprint met de eerste extruder van een laag, wat resulteert in een afwisselend patroon met twee extruders](../../../articles/images/ooze_shield.png) +![Sommige parameters kunnen worden aangepast voor het Uitloopscherm](../../../articles/images/ooze_shield.svg) + +De lekbescherming print tot de hoogte van de hoogste extruderschakelaar. Boven deze hoogte wordt er geen nozzle in de print bewogen nadat deze in de standby-modus is geweest, dus het printen van een uitloopschermp is niet nodig. Het uitloopscherm wordt geprint met de extruder beginnend op een laag. Deze extruder wisselt elke laag af, wat een gevaar is bij het werken met twee verschillende materialen die niet goed aan elkaar plakken. Als het echter later wordt geprint, wanneer de andere extruder wordt geactiveerd, wordt het anti-sijpeleffect grotendeels vernietigd. + +Het uitloopscherm is dun genoeg om gemakkelijk te breken of te snijden, en houdt afstand tot het model zodat deze kan worden verwijderd zonder de afwerking te beschadigen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_brim_enable.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_brim_enable.md new file mode 100644 index 000000000..999c0affc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_brim_enable.md @@ -0,0 +1,37 @@ +Brim primepijler +==== +De Primepijler Brim is een extra Brim, vergelijkbaar met de Brim-optie in de instelling [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md). Deze brim kan afzonderlijk van de normale hechting worden geactiveerd en gedeactiveerd. Indien ingeschakeld, wordt er een extra marge geprint rond de primepijler. Deze brim is een platte laag rond de prime tower die de hechting van de primepijler aan de platform verbetert. + + +![De Type Hechting aan Platform is ingesteld op "skirt" maar er is nog steeds een skirt rond de brim](../../../articles/images/prime_tower_brim_enable.png) + +Door de brim van de prime pijler te activeren, krijgt de primepijler meer oppervlakte om op het platform te worden aangesloten. Omdat de primepijlern vrij hoog en slank kan worden, kan deze bij zeer hoge druk omvallen. De brim van de primepijler is bedoeld om dit te voorkomen, maar dit betekent een kleine investering in printtijd, materiaal en ruimte op de platform. + +De primepijler brim krijgt de breedte die is gedefinieerd in de instelling [Breedte Brim](../platform_adhesion/brim_width.md). Wanneer het "Platformhechtingstype" is ingesteld op "Brim", verdubbelt deze instelling effectief de breedte van de brim rond de primepijler. diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_circular.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_circular.md new file mode 100644 index 000000000..c2be32fa1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_circular.md @@ -0,0 +1,37 @@ +Ronde Primepijler +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, krijgt de prime-pijler de vorm van een cilinder. Als het is uitgeschakeld, is de hoofdtoren vierkant. + + +![Vierkante primepijler](../../../articles/images/prime_tower_circular_disabled.png) +![Ronde primepijler](../../../articles/images/prime_tower_circular_enabled.png) + +In beide gevallen is de hoofdtoren nog steeds hol. De ronde prime-toren is strikt kleiner dan de vierkante prime-toren (omdat de hoeken zijn afgesneden). Het [Minimumvolume primepijler](prime_tower_min_volume.md) zal nog steeds correct zijn. + +Als het materiaal de neiging heeft om te kromtrekken, heeft de vierkante prime-toren vier hoeken die los kunnen komen van de platform. Hierdoor is de kans groter dat hij omvalt, in vergelijking met de ronde prime-toren. Er zijn ook grotere versnellingen betrokken bij het printen van een vierkante prime-toren. Deze versnellingen maken de doorvoer inconsistent, en dat is niet wat je zou willen om het materiaal te primen. + +De ronde prime-toren is in bijna elk aspect beter. Daarom wordt de instelling verwijderd in nieuwere versies van Cura. Die versies zullen altijd een ronde prime-toren hebben. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_enable.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_enable.md new file mode 100644 index 000000000..3537efd46 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_enable.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Primepijler Inschakelen +==== +Hiermee wordt een toren van een mix van materialen op je platform geprint. De toren is bedoeld om weggegooid te worden, maar dient om het materiaal voor te bereiden na elke extruderwissel. + +![Hoe een Primepijler eruit ziet en wat de afmetingen zijn](../../../articles/images/prime_tower.svg) + +Terwijl andere extruders aan het printen zijn, kan een nozzle wat materiaal uitstoten, waardoor de nozzlekamer leeg blijft. Een latere voorbereiding van het materiaal is essentieel, anders zal het materiaal in het begin niet goed vloeien. + +De primepijler bestaat uit een buitenschil die per laag volledig geprint wordt met een extruder. Dit is nodig om de torenstabiliteit te garanderen, maar vereist soms extra extruderveranderingen voor sommige printen. Alle andere extruders printen in lussen in deze schaal en voeren hun materiaal af in de toren, bij voorkeur langs de binnenwanden. Deze extruders hoeven niet te primen als ze toevallig in de laag beginnen, omdat ze dan niet in de stand-bymodus gaan. + +Het materiaal dat voor de buitenschaal is gekozen, is het materiaal met de grootste [Hechtingsgevoeligheid](../material/material_adhesion_tendency.md). Dit is een verborgen instelling die niet kan worden gewijzigd via de gebruikersinterface en bepaalt hoe goed de lagen aan elkaar blijven plakken. Door het materiaal te kiezen met de grootste hechting tussen de lagen, wordt het risico op het breken van de primepijler geminimaliseerd. Als meerdere materialen dezelfde hechtingsneiging hebben (bijvoorbeeld bij tweekleurenprints met hetzelfde type materiaal), wordt het laagste aantal extruders gekozen. + +Naast het primen maakt nozzle ook een beweging in de toren om materiaal van nozzle weg te vegen dat zich tijdens de standby-modus heeft opgehoopt. Dit voorkomt dat het slib aan het geprinte materiaal blijft kleven. Om deze reden wordt de primepijler ook wel eens *veegtoren* genoemd. + +De nadelen van de primepijler zijn dat het extra tijd kost om te printen en wat ruimte in beslag neemt op de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_min_volume.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_min_volume.md new file mode 100644 index 000000000..f7a58d9f0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_min_volume.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Mimimumvolume primepijler +==== +Dit geeft aan hoeveel materiaal er moet worden gespoeld elke keer dat de extruder wordt vervangen. Het idee hierachter is dat er een bepaald volume uit de nozzle stroomde terwijl deze in de standby-modus stond. Het met deze instelling gespecificeerde volume is bedoeld om dit te compenseren. + +![Het geëxtrudeerde volume is groen gemarkeerd.](../../../articles/images/prime_tower.svg) + +Deze instelling specificeert de minimale hoeveelheid materiaal die moet worden gestort. De contouren van de primepijler zijn echter volledig afgewerkt, waardoor er meer materiaal kan worden afgegeven, afhankelijk van hoe goed het volume overeenkomt met het volume van een contour. + +Sommige printers hebben meerdere afzonderlijke nozzles, terwijl andere meerdere materialen in één nozzle voeren. Een goede waarde voor deze instelling is voor beide heel verschillend. +* Als uw printer meerdere nozzles heeft, is de enige vereiste voor het geprimed volume om te compenseren voor het materiaal dat verloren is gegaan terwijl de andere nozzle actief was. Er is wat materiaal gelekt en de benodigde druk in de nozzlekamer is weggevallen. Een kleine hoeveelheid materiaal is voldoende om de druk in de nozzlekamer te herstellen. Meer stroombare materialen zoals PETG vereisen typisch een groter minimumvolume. Als het minimale volume van de inlaattoren te laag is, zal [Onder-extrusie](../troubleshooting/underextrusion.md) optreden aan het begin van het extrusiepad na de extruderwissel. +* Als uw printer meerdere filamenten in hetzelfde nozzle duwt, moet de primepijler ook het resterende materiaal uit nozzle spoelen. Bij het terugtrekken van het vorige filament zal er altijd een klein kloddertje in nozzle achterblijven, aangezien het materiaal daar onder de verwarmingszone vloeibaar was en niet met de rest van het filament wordt meegetrokken. Het minimale volume van de primepijler moet daarom minimaal het volume van de gehele hete zone van de nozzle zijn. In de praktijk is er veel meer nodig, want als het nieuwe filament erin wordt geduwd, vermengt het zich met het oude filament en duwt het opzij. Er is veel meer materiaal nodig als buffer om al het oude materiaal eruit te krijgen, zodat het niet verontreinigd raakt. Dit alles overtreft het probleem van het herstel van de nozzledruk als gevolg van sijpelen, dus het sijpelen is dan geen probleem meer. In dit geval, als het minimale volume van de primepijler te laag is, zullen de materialen mengen, zodat de kleuren meer lopen of u krijgt putjes in uw print na het oplossen van het wateroplosbare supporsmateriaal. + +Het te hoog instellen van het minimale volume van de primepijler is relatief onschadelijk, maar zal resulteren in langere printtijden en meer verspilling van materiaal. Het volume wordt beperkt door de [Formaat Primepijler](prime_tower_size.md). Het volume kan hoger worden ingesteld dan het totale volume van de primepijler op die laag, maar wanneer de primepijler volledig is ingepland, heeft dit geen invloed meer op de print. + +Het volume kan voor elke extruder anders zijn, dus de uiteindelijke toren kan voor elk van de extruders een ander aantal contouren hebben. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_x.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_x.md new file mode 100644 index 000000000..65c4dc4ef --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +X-Positie Primepijler +==== +Met deze instelling kunt u de primepijler verplaatsen. Het specificeert de X-coördinaat van een hoek van de primepijler. + +![De X-coördinaat van de primepijler](../../../articles/images/prime_tower.svg) + +Merk op dat deze coördinaten niet het middelpunt van de primepijler aangeven, maar de hoek met de laagste X- en Y-coördinaten. De coördinaten van de primepijler zijn g-code coördinaten, die afwijken van de coördinaten die Cura gebruikt om de modelposities weer te geven. De positie van de primepijler wordt op de platform weergegeven met een cirkelvormige schaduw, wat betekent dat er geen andere objecten kunnen worden geplaatst. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_y.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_y.md new file mode 100644 index 000000000..f15f87bc6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_position_y.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Y-Positie Primepijler +==== +Met deze instelling kunt u de primepijler verplaatsen. Het specificeert de Y-coördinaat van een hoek van de primepijler. + +![De Y-coördinaat van de inductietoren](../../../articles/images/prime_tower.svg) + +Merk op dat deze coördinaten niet het middelpunt van de primepijler aangeven, maar de hoek met de laagste X- en Y-coördinaten. De coördinaten van de primepijler zijn g-code coördinaten, die afwijken van de coördinaten die Cura gebruikt om de modelposities weer te geven. De positie van de primepijler wordt op de platform weergegeven met een cirkelvormige schaduw, wat betekent dat er geen andere objecten kunnen worden geplaatst. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_size.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_size.md new file mode 100644 index 000000000..d6d711cf9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_size.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Formaat Primepijler +==== +Met deze instelling wordt de breedte van de primepijler aangepast. + +![De breedte van de Primepijler](../../../articles/images/prime_tower.svg) + +Als u de primepijler breder maakt, wordt deze stabieler. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van uw print. + +Een bredere primepijler neemt echter ook meer ruimte in beslag op je platform. Ook neemt de hoeveelheid materiaal die wordt geprint boven de [Mminimumvolume primepijler](prime_tower_min_volume.md) toe naarmate het geprinte volume naar boven wordt afgerond om volledige contouren rond de pijler te creëren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_wipe_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_wipe_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..604c1fc35 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/prime_tower_wipe_enabled.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Inactive Nozzle vegen op primepijler +==== +Indien ingeschakeld, veegt de printer het vorige nozzle af na het voorbereiden van het volgende nozzle in de primepijler. + +De volgorde van gebeurtenissen is als volgt wanneer dit is ingeschakeld: +1. De printer schakelt over naar de nieuwe extruder. +2. De nieuwe extruder wordt voorbereid door een primepijler te printen. +3. nozzle dat vóór de extruderwissel actief was, wordt op de primepijler afgeveegd. +4. De printer blijft het onderdeel printen met de nieuwe extruder. + +Houd er rekening mee dat wanneer u dit doet, de printer nozzle zal wissen dat actief was vóór de extruderwissel, niet het momenteel actieve nozzle. Als uw printer meerdere nozzles heeft die op een bepaalde afstand van elkaar staan, ziet u mogelijk enige beweging in de slice-weergave die nutteloos lijkt. Dit komt omdat het verplaatsen naar deze positie ervoor zorgt dat het vorige nozzle over de primepijler beweegt (die niet wordt weergegeven in de plakweergave). + +Nadat een nozzle op stand-by gaat, is hij nog een tijdje behoorlijk heet. Terwijl het heet is, heeft er wat materiaal de neiging om eruit te sijpelen. Tijdens het primen van het volgende nozzle op de primepijler, heeft het de kans gehad om een beetje af te koelen, dus het sijpelen is vertraagd. Deze instelling zorgt ervoor dat het materiaal dat naar buiten drupt in het midden van de primepijler wordt weggeveegd, zodat het niet op de zijkant van je afgedrukte model terechtkomt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_extra_prime_amount.md b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_extra_prime_amount.md new file mode 100644 index 000000000..60d6ebba8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_extra_prime_amount.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Extra primehoeveelheid na wisselen van nozzle +==== +Met deze instelling kunt u de printer zo configureren dat er telkens een beetje extra materiaal wordt verwijderd nadat de extruder is verwisseld. Het is bedoeld om de druk op de nozzle te herstellen nadat deze heeft gesijpeld terwijl andere extruders aan het printen waren of tijdens een extruderwissel. + +Terwijl andere extruders aan het printen zijn, zal deze extruder stand-by hebben gewacht. Gedurende deze tijd zal het echter materiaal sijpelen. Dat materiaalverlies kan worden gecompenseerd door wat extra materiaal door te drukken. Dit brengt de druk terug in de nozzlekamer. Het materiaal dat eruit is gesijpeld, bevindt zich echter nog steeds op de punt van het nozzle, dus tenzij een [Primepijler inschakelen](prime_tower_enable.md) of [Uitloopscherm inschakelen](ooze_shield_enabled.md) wordt gebruikt, komt het op de zijkant van uw afdruk terecht . + +**Deze instelling kan per extruder worden geconfigureerd. De geconfigureerde hoeveelheid materiaal wordt verwijderd aan het *begin* van het plan van die extruder, voordat met het materiaal wordt geprint.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_prime_speed.md b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_prime_speed.md new file mode 100644 index 000000000..bacdc51c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_prime_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Primesnelheid bij Wisselen Nozzles +==== +Terwijl een nozzle stand-by staat, wordt het materiaal uit de hittezone gehouden om het te beschermen tegen degradatie. Deze instelling configureert hoe snel het materiaal wordt teruggeduwd in de nozzlekamer na het verwisselen van extruders. + +Aangezien het intrekken voor de extruderschakelaar langer is, kan deze instelling apart van de [Intreksnelheid (Primen)](../travel/retraction_prime_speed.md) worden geconfigureerd. Door de instelling te verhogen, kan het sijpelen worden verminderd, maar bestaat de kans dat het filament wordt afgeslepen, waardoor de feeder de grip op het filament kan verliezen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_amount.md b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_amount.md new file mode 100644 index 000000000..2fca9e5f1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_amount.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Intrekafstand bij Wisselen Nozzles +==== +Wanneer u met meerdere extruders print, worden de extruders die momenteel niet printen, stand-by gehouden. Het materiaal moet tijdens stand-by volledig uit de warmtezone worden teruggetrokken, omdat het anders te veel tijd krijgt om uit te sijpelen. + +Deze instelling bepaalt hoe ver het materiaal voor deze extruder wordt teruggetrokken wanneer de extruder in stand-by gaat tijdens een extruderwissel. Het kan afzonderlijk van de [Intrekafstandafstand](../travel/retraction_amount.md) worden geconfigureerd, omdat de terugtrekafstand meestal veel groter is om ervoor te zorgen dat het materiaal niet blijft sijpelen en degenereren in de nozzlekamer terwijl de andere extruders aan het printen zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speed.md b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speed.md new file mode 100644 index 000000000..e7f2adc88 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Intrekkingssnelheid bij Wisselen Nozzles +==== +Terwijl een nozzle stand-by staat, wordt het materiaal uit de hittezone gehouden om het te beschermen tegen degradatie. Deze instelling configureert hoe snel het materiaal uit de nozzlekamer wordt teruggetrokken bij het overschakelen naar een andere extruder. + +Aangezien de terugtrekking voor de extruderschakelaar langer is, kan deze instelling apart van de [Intreksnelheid(intrekken)](../travel/retraction_retract_speed.md) worden geconfigureerd. Door de instelling te verhogen, kan het sijpelen worden verminderd, maar bestaat de kans dat het filament wordt afgeslepen, waardoor de feeder de grip op het filament kan verliezen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speeds.md b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speeds.md new file mode 100644 index 000000000..7d8e6e54c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/dual/switch_extruder_retraction_speeds.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Intreksnelheid bij Wisselen Nozzles +==== +Terwijl een nozzle stand-by staat, wordt het materiaal uit de hittezone gehouden om het te beschermen tegen degradatie. Deze instelling configureert hoe snel het materiaal uit de nozzlekamer wordt teruggetrokken bij het overschakelen naar een andere extruder. + +Aangezien de terugtrekking voor de extruderschakelaar langer is, kan deze instelling apart van de [Intreksnelheid(intrekken)](../travel/retraction_retract_speed.md) worden geconfigureerd. Door de instelling te verhogen, kan het sijpelen worden verminderd, maar bestaat de kans dat het filament wordt afgeslepen, waardoor de feeder de grip op het filament kan verliezen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..09cd2872a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_enabled.md @@ -0,0 +1,44 @@ +Adaptieve lagen gebruiken +==== +Aanpassingslagen past de laaghoogte van uw print lokaal aan om de printtijd en -kwaliteit te optimaliseren op basis van de oppervlaktekenmerken van het model. De lagen worden dunner gemaakt als er vlakke hellingen zijn, of dikker als de wanden steil zijn. Het doel is om snel te printen waar het kan, maar gedetailleerd waar het moet. + + +![Met het "laaghoogte" kleurenschema kun je zien dat het dunnere lagen blauw kleurt en dikkere lagen geel](../../../articles/images/adaptive_layer_height_enabled.png) + +De laaghoogte wordt zo aangepast dat de horizontale afstand tussen de randen van de lagen constant blijft. Voor vlakke oppervlakken is er een grote horizontale verplaatsing met een kleine verticale verplaatsing, dus een kleine verticale verplaatsing wordt toegepast om de horizontale verplaatsing constant te houden. Op steile vlakken is er een kleine horizontale verplaatsing met een grote verticale verplaatsing, dus er wordt een grote verticale verplaatsing gemaakt om de horizontale verplaatsing constant te houden. Op deze manier wordt het topografische effect van de lagen constant gehouden. De maximale afstand tussen twee aangrenzende lagen wordt op een constante afstand gehouden van de instelling [Topografieformaat aanpasbare lagen](adaptive_layer_height_threshold.md). + +Als het model zowel vlakke vlakken als steile vlakken op dezelfde hoogte heeft, wordt aangenomen dat de laaghoogte de kleinste van de twee lagen is. Dit maakt de hoogte van de laag soms onnodig klein omdat er een horizontaal vlak naast ligt. Dit is te zien in de bovenstaande schermafbeelding, evenals de halve hoogte van de silo aan de linkerkant. + +Overeenkomende lagen zijn streng beperkt om de printkwaliteit te verbeteren. De hoogte van de laag mag niet meer afwijken dan een bepaalde [Maximale variatie adaptieve lagen](adaptive_layer_height_variation.md) van de oorspronkelijke [Laag Hoogte](../resolution/layer_height.md) instelling. Het verschil in laaghoogte tussen twee aangrenzende lagen mag niet meer zijn dan een bepaalde [Stapgrootte variatie adaptieve lagen](adaptive_layer_height_variation_step.md). Dit zorgt ervoor dat de laaghoogte geleidelijk overgaat, in plaats van plotseling van de ene laag naar de andere te halveren. + +Met adaptieve lagen kan de printtijd aanzienlijk worden verkort zonder dat dit ten koste gaat van de printkwaliteit, in sommige gevallen zelfs met verbeterde kwaliteit. De effecten van het aanpassen van de laaghoogte zijn immens. In de meeste gevallen zal het gebruik van dikkere lagen op plaatsen waar het model verticaal staat de printtijd aanzienlijk verkorten. De [Topografie](../troubleshooting/topography.md) wordt ook verminderd omdat de lagen horizontaal dichter bij elkaar liggen. + +Deze functie kan echter ook met een aantal problemen gepaard gaan. +* Bij het wijzigen van de laaghoogte moeten meestal ook enkele andere instellingen worden aangepast, b.v. de nozzletemperatuur. Aanpassingslagen passen deze niet automatisch aan. Dit kan leiden tot b.v. Overhangen die beter zouden printen bij een lagere printtemperatuur worden niet optimaal geprint. +* Als de laaghoogte over de hele laag wordt gewijzigd voor een klein element ergens in een klein deel van de laag, zullen er strepen zichtbaar zijn in de rest van de laag. +* Hiermee worden ook onbedoeld de verticale afstanden aangepast. Dit kan de printkwaliteit negatief beïnvloeden. De [Dikte Boven-/Onderkant](../top_bottom/top_bottom_thickness.md) wordt bijvoorbeeld meestal lager omdat Cura de instelling [Bovenlagen](../top_bottom/top_layers.md) als true aanneemt en de lagen dunner worden. Dit kan leiden tot pillowing. Getroffen instellingen die mogelijk niet langer correct zijn, zijn onder meer: + * [Dikte Bovenkant](../top_bottom/top_thickness.md) + * [Bodemdikte](../top_bottom/bottom_thickness.md) + * [Max skinhoek voor uitbreiding](../top_bottom/max_skin_angle_for_expansion.md) + * [Staphoogte Geleidelijke Vulling](../infill/gradual_infill_step_height.md) + * [Geleidelijke supportvulling hoogte traptreden](../support/gradual_support_infill_step_height.md) + * [Dikte Vullaag](../infill/infill_sparse_thickness.md) + * [Dikte vullaag supportvulling](../support/support_infill_sparse_thickness.md) + * [Z-afstand Supportstructuur](../support/support_z_distance.md) + * [Dikte Supportdak](../support/support_roof_height.md) + * [Dikte supportvloer](../support/support_bottom_height.md) + * [Overhanghoek Supportstructuur](../support/support_angle.md) + * [Hoogte Traptreden Supportstructuur](../support/support_bottom_stair_step_height.md) + * [Hoek van Pijlerdak](../support/support_tower_roof_angle.md) + * [Hoek Uitloopscherm](../dual/ooze_shield_angle.md) + * [Maximale Modelhoek](../experimenteel/conical_overhang_angle.md) \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_threshold.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_threshold.md new file mode 100644 index 000000000..085dc2afd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_threshold.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Topografieformaat aanpasbare lagen +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver (horizontaal) de randen van de lagen uit elkaar moeten liggen op een bepaalde helling. De hoogte van de lagen wordt aangepast om de gewenste verplaatsing te bereiken. Wanneer u de [Topografie](../troubleshooting/topography.md) probeert te voorkomen, bepaalt deze instelling in wezen hoe ver de topografische contouren uit elkaar liggen. + +Als u deze instelling verlaagt, worden de lagen over het algemeen dunner omdat de horizontale randen van de lagen dichter bij elkaar moeten komen. Als u deze instelling verhoogt, worden de lagen dikker omdat de randen van de lagen verder uit elkaar kunnen liggen. De dikte van de lagen blijft echter binnen het bereik dat is gedefinieerd door de instellingen [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md) en [Maximale variatie adaptieve lagen](adaptive_layer_height_variation.md). + +Verlaag deze instelling om het topografische effect aan de boven- of onderkant van uw print te verminderen. Dit zal echter langer duren om printen. Verhoog deze instelling om de printtijd te verkorten. + +Het is bijna altijd beter om de instelling voor de laaghoogte aan te passen in plaats van deze instelling en de rest van de instellingen dienovereenkomstig te wijzigen. Begin met een profiel met een laaghoogte die u nodig heeft om het topografische effect tot een acceptabel niveau te verminderen. Gebruik vervolgens de bijpassende lagen om wat variatie rond die laaghoogte mogelijk te maken. Dit zorgt ervoor dat de rest van de printinstellingen zijn afgestemd op de laaghoogte waarmee u daadwerkelijk gaat printen. Met deze instelling kunt u aanpassingslagen lichtjes wegen om meer van de onderkant of bovenkant van het acceptabele bereik te kiezen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation.md new file mode 100644 index 000000000..e2175b1c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Maximale varatie adaptieve lagen +==== +Met deze instelling kunt u het bereik beperken waaruit de Adaptive Layers een laaghoogte mogen selecteren. De laaghoogte mag niet meer afwijken dan deze variatie van de normale [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md). + +Met een normale laaghoogte van 0,15 mm en een variatie van 0,1 mm kunnen Adaptive Layers bijvoorbeeld lagen maken met een dikte tussen 0,05 mm en 0,25 mm. + +Deze instelling beperkt de prestaties van de functie Match Layers. Als het bereik van de laaghoogte te smal is, zal de laaghoogte altijd heel dicht bij de oorspronkelijke laaghoogte zijn die is ingesteld met de instelling voor de plakhoogte. De Fit Layers-functie doet dan niet veel om tijd te besparen of de kwaliteit te verbeteren. + +Als het gebied echter erg groot is, kunnen de lagen erg dik of erg dun worden. Zeer dikke lagen vereisen een hoge uitstroom uit de nozzle, wat niet altijd mogelijk is door de beperkte nozzlegrootte en de smeltcapaciteit van het verwarmingsspoor in de printkop. Ook zijn zeer dunne lagen niet altijd mogelijk door de viscositeit van het materiaal of de onnauwkeurigheid van de Z-as. Daarom is het logisch om het bereik te beperken waarin Adaptive Layers de laaghoogte kunnen aanpassen. Anders heeft de printer moeite om de gewenste laaghoogte te bereiken. + +De laaghoogte kan nooit onder de 0,001 mm komen, ook niet als het bereik het toelaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation_step.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation_step.md new file mode 100644 index 000000000..925f2822d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/adaptive_layer_height_variation_step.md @@ -0,0 +1,38 @@ +Stapgrootte variatie adaptieve lagen +==== +Wanneer de gewenste laaghoogte van een laag sterk afwijkt van die van een aangrenzende laag, zal er een groot verschil zijn in doorvoersnelheid vanaf de nozzle, wat kan leiden tot over- of onder-extrusie. Deze instelling zorgt ervoor dat het verschil in laaghoogte een geleidelijke verandering is om dit te voorkomen. Met deze instelling kunt u de maximale verandering in laaghoogte tussen twee aangrenzende lagen instellen. + + + +![Een grote stapgrootte maakt zeer plotselinge laaghoogteveranderingen mogelijk](../../../articles/images/adaptive_layer_height_variation_step_0_05.png) +![Een kleine toename vereist een soepelere verandering in laaghoogte](../../../articles/images/adaptive_layer_height_enabled.png) + +Als u deze instelling verlaagt, wordt de overgang van de laaghoogte geleidelijker. Dit heeft een aantal effecten op het printen: +* Er is minder over-extrusie bij overgang naar een lagere laaghoogte, omdat de doorvoer uit de nozzle tijd heeft om zich aan te passen aan een lagere doorvoersnelheid. Dit voorkomt vlekken op het oppervlak. +* Er is minder onder-extrusie bij de overgang naar een dikkere laaghoogte omdat de doorvoer uit de nozzle zich geleidelijk kan aanpassen aan een grotere doorvoersnelheid. +* De strepen zullen minder zichtbaar zijn. Terwijl gebieden met verschillende laaghoogtes nog steeds een verschillende textuur en kleur hebben, liggen deze gebieden nu verder uit elkaar, waardoor ze moeilijker te zien zijn. +* Het topografische effect komt terug op plaatsen in het model waar een scherpe hoek een plotselinge overgang naar dunnere lagen zou moeten veroorzaken. Dit komt omdat de laaghoogte niet zo snel kan worden aangepast, dus voor vlakke ondergronden moeten dikkere lagen worden gebruikt. +* Evenzo, als het model een scherpe hoek heeft die een plotselinge overgang naar dikkere lagen zou moeten veroorzaken: de printer maakt onnodig dunne lagen, waardoor de printtijd wordt verspild waar dit niet nodig is. + +Door de implementatie van het matching slice-algoritme vindt de geleidelijke overgang naar een andere laaghoogte altijd *boven* de hoek in het model plaats die de overgang veroorzaakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_enable_more_layers.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_enable_more_layers.md new file mode 100644 index 000000000..cde9a40b1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_enable_more_layers.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Brug heeft meerdere lagen +==== +Als deze instelling is geactiveerd, wordt de skin ook aangepast in hogere lagen boven de brug. Vervolgens kunt u de doorvoersnelheid, snelheid, dichtheid en ventilatorsnelheid van de tweede en derde laag over de brug zorgvuldig aanpassen. + +De eerste laag die de brug oversteekt, heeft verreweg de grootste invloed op het uiterlijk van de brug. Als deze laag doorzakt, is er niets dat hem tegenhoudt. De tweede en derde laag hebben materiaal eronder dat het gewicht van de laag erboven (gedeeltelijk) kan dragen. Toch kan het aanpassen van de bovenste lagen positieve effecten hebben. +* Een vermindering van de dichtheid kan het gewicht van het materiaal dat op de onderste laag rust, verminderen. +* Door de ventilatorsnelheid te verhogen, zakt het materiaal minder door, waardoor de onderste laag minder wordt belast. +* Het verlagen van de printsnelheid heeft een soortgelijk effect als het verhogen van de ventilatorsnelheid, omdat de ventilatoren het materiaal harder kunnen blazen. +* Het verminderen van de doorvoer kan het gewicht van het materiaal verminderen en de koelingseffectiviteit verbeteren. + +Er zijn echter ook andere implicaties, dus elk van deze instellingen is een ballans. Het inschakelen van de 2e en 3e laag override-instellingen zorgt voor een nauwkeurigere afstemming, maar vereist ook meer experimenten om een goed resultaat te krijgen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..a04095b19 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid brug +==== +Deze instelling regelt de ventilatorsnelheid terwijl wanden en skin worden overbrugd. Deze ventilatorsnelheid overschrijft de normale [Ventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md). + +Normaal gesproken moet de ventilatorsnelheid tijdens het overbruggen zo hoog mogelijk worden ingesteld. De ventilatorsnelheid moet hoger zijn dan voor de rest van het printproces. Dit voorkomt uitzakken omdat het materiaal sneller kan stollen. + +Bij sommige materialen met een hoge temperatuur kan een hoge ventilatorsnelheid echter leiden tot onder-extrusie of zelfs volledige verstopping van de nozzle. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_2.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_2.md new file mode 100644 index 000000000..c0415d37b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_2.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid tweede brugskin +==== +Deze instelling regelt de ventilatorsnelheid tijdens het printen van de skin van de tweede laag over een brug. Deze ventilatorsnelheid overschrijft de normale [Ventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md). + +Als de [Ventilatorsnelheid brug](bridge_fan_speed.md) voor de eerste laag van de brug is verhoogd, wil je waarschijnlijk ook de ventilatorsnelheid voor de tweede laag verhogen. Hierdoor koelt het materiaal sneller af, waardoor het minder tegen de vorige laag aanleunt. Er zijn eigenlijk geen noemenswaardige nadelen. In theorie zou een te hoge ventilatorsnelheid ervoor zorgen dat de lagen te zwak hechten en de sterkte in gevaar brengen. De lagen hechten echter zeer zwak, zelfs met een brug, dus het verlagen van de ventilatorsnelheid kan weinig toevoegen aan de sterkte. + +Bij sommige materialen met een hoge temperatuur kan het opvoeren van de ventilator echter leiden tot onder-extrusie of zelfs volledige verstopping van de nozzle. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_3.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_3.md new file mode 100644 index 000000000..3477f222b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_fan_speed_3.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid derde brugskin +==== +Deze instelling regelt de ventilatorsnelheid tijdens het printen van de skin van de derde laag over een brug. Deze ventilatorsnelheid overschrijft de normale [Ventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md). + +Als de [Ventilatorsnelheid brug](bridge_fan_speed.md) is verhoogd voor de eerste en tweede laag van de brug, wil je hoogstwaarschijnlijk ook de ventilatorsnelheid voor de derde laag verhogen. Hierdoor koelt het materiaal sneller af, waardoor het minder tegen de vorige laag aanleunt. Er zijn eigenlijk geen noemenswaardige nadelen. In theorie zou een te hoge ventilatorsnelheid ervoor zorgen dat de lagen te zwak hechten en de sterkte in gevaar brengen. Bij een bridge zijn de lagen echter al heel zwak met elkaar verbonden, dus het verlagen van de ventilatorsnelheid voegt weinig toe aan de sterkte. + +Bij sommige materialen met een hoge temperatuur kan het opvoeren van de ventilator echter leiden tot onder-extrusie of zelfs volledige verstopping van de nozzle. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_settings_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_settings_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..626536f44 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_settings_enabled.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Bruginstellingen inschakelen +==== +Als uw model een overhang heeft die aan beide zijden wordt ondersteund, zal Cura dit herkennen en het overhangende gedeelte van de skin aanpassen om beter te kunnen printen. Als deze instelling is ingeschakeld, kunt u de detectie van deze overhangen en het resulterende gedrag afstemmen om ze beter te overbruggen. + + + + +![Wanneer een brug wordt gedetecteerd, worden de skinlijnen uitgelijnd om de opening zo goed mogelijk te overbruggen.](../../../articles/images/bridge_settings_enabled_default.png) +![Als bridge-instellingen zijn ingeschakeld, worden de bridge-lijnen geprint met verschillende instellingen](../../../articles/images/bridge_settings_enabled_enabled.png) + +Normaal gesproken gebruikt Cura een vrij rudimentaire overbruggingstechniek. Cura detecteert overhangende delen van de skin die aan meerdere kanten worden ondersupportd. De [Lijnrichtingen boven-/onderkant](../top_bottom/skin_angles.md) wordt aangepast om deze gebieden automatisch te overbruggen. Dit zorgt ervoor dat zoveel mogelijk van de overhang op meerdere lagen wordt ondersteund en verbetert de printkwaliteit. + +Als deze instelling echter is ingeschakeld, kunt u dit gedrag verder afstemmen op uw behoeften. Zo kunt u de instellingen aanpassen: +* Printsnelheid +* Doorvoer +* Dichtheid (zelfde als de vulling maar met de lijnen van de skin) +* Ventilator snelheid +* voor de wanden ook de uitloop. + +Deze instellingen kunnen afzonderlijk worden aangepast voor zowel de skin die een kloof overbrugt als de wanden. Als [Brug heeft meerdere lagen](bridge_enable_more_layers.md) is ingeschakeld, kunnen ze ook afzonderlijk worden ingesteld voor de tweede en derde laag boven de overbrugde opening. U kunt ook instellen welke delen van de print als overbruggingszones worden beschouwd door de [Drempelwaarde voor brgskinsupport](bridge_skin_support_threshold.md) en [Minimale brugwandlengte](bridge_wall_min_length.md) in te stellen. + +Door overbruggingsinstellingen in te schakelen, krijgt u meer controle over hoe overbrugging wordt verwerkt in uw print. Als u de overbruggingsparameters heel goed instelt, kunt u de kwaliteit van uw uitsteeklengten en de nauwkeurigheid in verticale richting aanzienlijk verbeteren. Het enige nadeel is dat als u de bridge-instellingen voor uw printer niet aanpast, de print ook kan verslechteren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density.md new file mode 100644 index 000000000..e96421396 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density.md @@ -0,0 +1,42 @@ +Dichtheid brugskin +==== +Deze instelling regelt de dichtheid van de onderkant van de print waar deze een opening overbrugt. Bij 100% dichtheid worden de lijnen naast elkaar geplaatst. Bij lagere dichtheden liggen de lijnen verder uit elkaar. + + + +![Bij een dichtheid van 100% liggen de lijnen direct naast elkaar.](../../../articles/images/bridge_skin_density_100.png) +![Bij 50% dichtheid is er enige afstand tussen de lijnen.](../../../articles/images/bridge_skin_density_50.png) + +Bij deze instelling spelen twee hoofdeffecten een rol: de hechting tussen de lijnen en de koeling. + +Als je de lijnen van de skin vlak naast elkaar legt, blijven ze aan elkaar plakken. Hierdoor ziet de onderkant van de overbrugde opening er mooier uit omdat het oppervlak doorlopend is en er niet uitziet als een draad. Ook kan de tweede lijn bij het overbruggen een beetje tegen de eerste lijn aanleunen, waardoor de brug iets minder doorhangt. + +Er is echter nog een ander effect: verkoeling. Als de lijnen verder uit elkaar staan, kunnen ze sneller afkoelen en verzakken ze minder. Dit geldt natuurlijk alleen als de ventilator aan staat; dus voor materialen met hoge temperaturen zal deze strategie niet werken. + +Welke van deze effecten sterker is, hangt af van de viscositeit van het materiaal, hoe snel het stolt en de ventilatorsnelheid. Enige afstemming is altijd nodig. + +**Als de instelling [Doorvoer brugskin](bridge_skin_material_flow.md) minder dan 100% is, zelfs bij 100% dichtheid, zal er enige afstand tussen de lijnen zijn omdat de lijnen dunner zijn.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_2.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_2.md new file mode 100644 index 000000000..cb979e596 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_2.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Dichtheid tweede brugskin +==== +Deze instelling regelt de skindichtheid in de tweede laag boven de brug. Bij 100% dichtheid worden de lijnen naast elkaar geplaatst. Bij lagere dichtheden liggen de lijnen verder uit elkaar. + +Als je de lijnen van de skin vlak naast elkaar legt, blijven ze aan elkaar plakken. Hierdoor wordt het model waterdicht en ziet het er gladder uit aan de onderkant van de print. Ook kunnen de volgende lijnen een beetje leunen op de vorige lijnen, wat doorhangen voorkomt. + +Het materiaal kan dan echter ook niet meer afkoelen. Met wat ruimte tussen de lijnen van de skin, kan er lucht omheen stromen, waardoor de koeling en stolling aanzienlijk worden versneld. Dit geldt natuurlijk alleen als de ventilator aan staat; dus voor materialen met hoge temperaturen zal deze strategie niet werken. Het doorhangeffect is ook minder in de tweede laag omdat deze tegen de eerste kan aanleunen, dus andere factoren, zoals b.v. B. de gladheid, spelen een grotere rol in deze laag. Houd er ook rekening mee dat je op een gegeven moment waarschijnlijk wilt dat de bodem volledig gesloten is voor waterdichtheid of een gevoel van gladheid. + +Welke van deze effecten sterker is, hangt af van de viscositeit van het materiaal, de stollingssnelheid en de ventilatorsnelheid. Enige afstemming is altijd nodig. + +**Als de instelling [Doorvoer tweede brugskin](bridge_skin_material_flow_2.md) minder dan 100% is, zelfs bij 100% dichtheid, zal er wat ruimte tussen de lijnen zijn omdat de lijnen dunner zijn.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_3.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_3.md new file mode 100644 index 000000000..792fdab78 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_density_3.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Dichtheid derde brugskin +==== +Deze instelling regelt de skindichtheid in de derde laag boven de brug. Bij 100% dichtheid worden de lijnen naast elkaar geplaatst. Bij lagere dichtheden liggen de lijnen verder uit elkaar. + +Als je de lijnen van de skin vlak naast elkaar legt, blijven ze aan elkaar plakken. Hierdoor wordt het model waterdicht en ziet het er gladder uit aan de onderkant van de print. Ook kunnen de volgende lijnen een beetje leunen op de vorige lijnen, wat doorhangen voorkomt. + +Het materiaal kan dan echter ook niet meer afkoelen. Met wat ruimte tussen de lijnen van de skin, kan er lucht omheen stromen, waardoor de koeling en stolling aanzienlijk worden versneld. Dit geldt natuurlijk alleen als de ventilator aan staat; dus voor materialen met hoge temperaturen zal deze strategie niet werken. Het doorhangeffect is ook minder in de derde laag omdat deze tegen de eerste en tweede laag kan aanleunen, dus andere factoren, zoals b.v. B. de gladheid, spelen een grotere rol in deze laag. Houd er ook rekening mee dat je op een gegeven moment waarschijnlijk wilt dat de bodem volledig gesloten is voor waterdichtheid of een gevoel van gladheid. + +Welke van deze effecten sterker is, hangt af van de viscositeit van het materiaal, de stollingssnelheid en de ventilatorsnelheid. Enige afstemming is altijd nodig. + +**Als de instelling [Doorvoer derde brugskin](bridge_skin_material_flow_3.md) minder dan 100% is, zelfs bij 100% dichtheid, zal er wat ruimte tussen de lijnen zijn omdat de lijnen dunner zijn.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..fdf39bc86 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Doorvoer brugskin +==== +Deze instelling regelt de hoeveelheid materiaal die wordt geëxtrudeerd om de onderkant van de bruggen te printen. + + + +![Bij 100% vloei worden de lijnen geprint met hun normale lijnbreedte](../../../articles/images/bridge_skin_density_100.png) +![Bij 50% vloei worden de lijnen dunner gemaakt](../../../articles/images/bridge_skin_material_flow_50.png) + +Het verminderen van de hoeveelheid materiaal vermindert effectief de lijnbreedte aan de onderkant en overbrugt een opening. Met een kleinere lijnbreedte is de verhouding tussen oppervlakte en massa van de lijnen groter, waardoor ze sneller kunnen afkoelen en minder doorzakken. + +Het te veel verlagen van de doorvoer zal echter resulteren in een grote verandering in de doorvoer, vooral in combinatie met een [Snelheid brugskin](bridge_skin_speed.md). In werkelijkheid kan het materiaal zijn doorvoer niet erg snel veranderen, waardoor de lijnen iets dikker zijn dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt vertraagd en iets dunner dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt verhoogd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_2.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_2.md new file mode 100644 index 000000000..60e44063c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_2.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer tweede brugskin +==== +Deze instelling past de hoeveelheid materiaal aan die wordt geëxtrudeerd om de tweede skinlaag boven een brug printen. + +Door de hoeveelheid materiaal te verminderen, wordt de lijnbreedte van de onderkant effectief verminderd en wordt een opening overbrugd. Met een kleinere lijnbreedte is de verhouding tussen oppervlakte en massa van de lijnen groter, waardoor ze sneller kunnen afkoelen en minder tegen de eerste laag leunen. + +Het te veel verminderen van de doorvoer zal echter resulteren in een grote verandering in de doorvoer, vooral in combinatie met een [Snelheid tweede brugskin](bridge_skin_speed_2.md). In werkelijkheid kan het materiaal zijn doorvoer niet erg snel veranderen, waardoor de leidingen iets dikker zijn dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt vertraagd en iets dunner dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt verhoogd. + +Houd er ook rekening mee dat je de onderkant waarschijnlijk op een gegeven moment wilt sluiten, om waterdicht te zijn of om er gewoon beter uit te zien. Het hebben van te veel lagen met een schaarse vulling zorgt voor diepe scheuren die zelfs in het vullingpatroon kunnen reiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_3.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_3.md new file mode 100644 index 000000000..a501e4392 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_material_flow_3.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer derde brugskin +==== +Deze instelling past de hoeveelheid materiaal aan die wordt geëxtrudeerd om de derde skinlaag boven een brug printen. + +Door de hoeveelheid materiaal te verminderen, wordt de lijnbreedte van de onderkant effectief verminderd en wordt een opening overbrugd. Met een verminderde lijnbreedte is de verhouding tussen oppervlakte en massa van de lijnen groter, waardoor ze sneller kunnen afkoelen en niet zo veel tegen de eerste en tweede laag van de brug leunen. + +Het te veel verminderen van de doorvoer zal echter resulteren in een grote verandering in de doorvoer, vooral in combinatie met een [Snelheid tweede brugskin](bridge_skin_speed_2.md). In werkelijkheid kan het materiaal zijn doorvoer niet erg snel veranderen, waardoor de leidingen iets dikker zijn dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt vertraagd en iets dunner dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt verhoogd. + +Houd er ook rekening mee dat je de onderkant waarschijnlijk op een gegeven moment wilt sluiten, om waterdicht te zijn of om er gewoon beter uit te zien. Het hebben van te veel lagen met een schaarse vulling zorgt voor diepe scheuren die zelfs in het vullingpatroon kunnen reiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed.md new file mode 100644 index 000000000..c99a91bf0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Snelheid brugskin +==== +Deze instelling regelt de snelheid waarmee de onderste lijnen van de skin worden geprint terwijl een opening wordt overbrugd. + +Voor materialen waarbij de ventilator aan moet staan en hoog moet staan (bijv. PLA), is het over het algemeen beter om de bruggen heel langzaam printen. Hierdoor kunnen de ventilatoren veel lucht over het materiaal blazen, waardoor het zeer snel stolt. Het materiaal heeft dan minder kans om te vervormen. Dit is minder effectief op materialen waarvoor de ventilator niet zo snel hoeft te draaien of op printers die geen erg krachtige ventilator hebben. + +Het langzame printen resulteert echter ook in een grote verandering in de snelheid waarmee het materiaal uit de nozzleopening moet worden geëxtrudeerd. Hoewel de printkop over het algemeen zeer snel kan vertragen, zal het materiaal in de nozzlekamer nog een tijdje blijven stromen door de latente druk in de nozzlekamer. Dus wanneer de printkop vertraagt, zal er wat over-extrusie zijn aan het begin van de overbruggingslijn. Wanneer de printkop daarna weer versnelt, treedt er enige onder-extrusie op. Door de snelheid dichter bij de normale [Snelheid Boven-/Onderkant](../speed/speed_topbottom.md) te houden, wordt dit voorkomen. + +Over het algemeen is het beter om de skinoverbruggende lijnen heel langzaam te printen met materialen die bij lage temperaturen printen, zoals: PLA. Voor materialen die bij hoge temperaturen worden geprint, zoals: Polycarbonaat, het is beter om de lijnen van de overbruggingsskin printen met dezelfde snelheid als de normale snelheid voor de boven-/onderlaag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_2.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_2.md new file mode 100644 index 000000000..d25c1813f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_2.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Snelheid tweede brugskin +==== +Deze instelling regelt de printsnelheid van de skinlijnen in de tweede laag boven de brug. + +Voor materialen waarbij de ventilator aan moet staan en hoog moet staan (bijv. PLA), is het over het algemeen beter om de bruggen heel langzaam printen. Hierdoor kunnen de ventilatoren veel lucht over het materiaal blazen, waardoor het zeer snel stolt. Het materiaal heeft dan minder kans om door te zakken, waardoor het tegen de eerste overbruggingslaag aanleunt en meer doorzakt. Dit is minder effectief op materialen waarvoor de ventilator niet zo snel hoeft te draaien of op printers die geen erg krachtige ventilator hebben. + +Als u langzamer print, verandert ook de snelheid waarmee het materiaal uit de nozzleopening moet worden geëxtrudeerd aanzienlijk. Deze verandering in doorvoer kost tijd, wat resulteert in over-extrusie wanneer de printkop vertraagt voor de brug, en onder-extrusie daarna. Aangezien de tweede laag minder kritisch is voor de overhangkwaliteit dan de normale overbruggingslaag, is het beter om de tweede laag printen met een snelheid die dichter bij de normale [Snelheid Boven-/Onderkant](../speed/speed_topbottom.md) ligt om over- en om onder-extrusie te voorkomen. + +Over het algemeen is het beter om de overbruggingslagen langzaam printen met materialen die bij lage temperaturen printen, zoals: PLA. Voor materialen die bij hoge temperaturen worden geprint, zoals: Polycarbonaat, het is beter om de lijnen van de overbruggingsskin printen met dezelfde snelheid als de normale snelheid voor de boven-/onderlaag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_3.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_3.md new file mode 100644 index 000000000..f70062826 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_speed_3.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Snelheid derde brugskin +==== +Deze instelling regelt de printsnelheid van de skinlijnen in de derde laag boven de brug. + +Voor materialen waarbij de ventilator aan moet staan en hoog moet staan (bijv. PLA), is het over het algemeen beter om de bruggen heel langzaam printen. Hierdoor kunnen de ventilatoren veel lucht over het materiaal blazen, waardoor het zeer snel stolt. Het materiaal heeft dan minder kans om door te zakken, waardoor het op de eerste en tweede overbruggingslaag zou gaan leunen en meer zou doorzakken. Dit is minder effectief op materialen waarvoor de ventilator niet zo snel hoeft te draaien of op printers die geen erg krachtige ventilator hebben. + +Als u langzamer print, verandert ook de snelheid waarmee het materiaal uit de nozzleopening moet worden geëxtrudeerd aanzienlijk. Deze verandering in doorvoer kost tijd, wat resulteert in over-extrusie wanneer de printkop vertraagt voor de brug, en onder-extrusie daarna. Aangezien de derde laag minder kritisch is voor de kwaliteit van de overhang dan de eerste twee overbruggingslagen, is het beter om de derde laag printen met een snelheid die dichter bij de normale [Snelheid Boven-/Onderkant](../speed/speed_topbottom.md) ligt. Dit om over- en onder-extrusie te voorkomen. + +Over het algemeen is het beter om de overbruggingslagen langzaam printen met materialen die bij lage temperaturen printen, zoals: PLA. Voor materialen die bij hoge temperaturen worden geprint, zoals: Polycarbonaat, het is beter om de lijnen van de overbruggingsskin te printen met dezelfde snelheid als de normale snelheid voor de boven-/onderlaag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_support_threshold.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_support_threshold.md new file mode 100644 index 000000000..d1e4d9096 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_skin_support_threshold.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Drempelwaarde voor brugskinsupport +==== +Met deze instelling kunt u specificeren hoe gevoelig de detectie van overbruggingsgebieden moet zijn. Overbruggingsgebieden worden geïdentificeerd door het deel van de skin dat wordt ondersupportd door iets in de vorige laag. + +Voor elk onderbroken gebied van de skin wordt gecontroleerd hoeveel van die skin wordt onderateund door iets in de laag eronder. Als het gebied onvoldoende wordt ondersteund, wordt de brugtechniek toegepast op de delen van de skin die niet worden ondersteund. + +De toepassing van de brugtechniek op de buitenskin resulteert in veranderingen in doorvoer en printsnelheid. Hiermee wordt geprobeerd de snelheid aan te passen waarmee materiaal uit de nozzle stroomt, maar dit is meestal moeilijk te veranderen. Als gevolg hiervan zullen sommige delen van de print over-extruderen en andere delen onder-extruderen als de doorvoer zich probeert aan te passen. Dus als u de doorvoer aanpast voor een zeer kleine overhang, zal de printkwaliteit waarschijnlijk eerder verslechteren dan verbeteren. + +Als u deze instelling verhoogt, wordt de overbruggingstechniek toegepast op andere kleinere delen van de overhang waar de overbrugging minder effectief is, maar de doorvoer nog steeds wordt verstoord. Als u deze instelling verlaagt, wordt de overbruggingstechniek alleen gebruikt bij zeer grote overhangen. Dit resulteert in minder stromingsveranderingen, maar kan de kwaliteit van de overstek in kleinere overhanggebieden verminderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_sparse_infill_max_density.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_sparse_infill_max_density.md new file mode 100644 index 000000000..f14980ef2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_sparse_infill_max_density.md @@ -0,0 +1,25 @@ +Maximale dichtheid van dunne vulling brugskin +==== +Als u print met een zeer lage opvuldichtheid, zal de skin de neiging hebben om door te hangen, wat resulteert in [Pillowing](../troubleshooting/pillowing.md) en algemene onregelmatige oppervlakken aan de bovenkant van de print. Eventueel kunnen de overbruggingstechnieken ook op de buitenskin worden toegepast. Deze instelling bepaalt vanaf welke vulling de overbruggingstechniek moet worden toegepast. + + +![De buitenste laag overbrugt de infill](../../../articles/images/bridge_sparse_infill_max_density.png) + +Deze instelling is geconfigureerd als een drempel zodat de profielen één waarde bevatten. Omdat de gebruiker de vuldichtheid voortdurend aanpast, wordt overbrugging voor de skin automatisch in- of uitgeschakeld. + +Het overbruggen van de skin resulteert over het algemeen in een gladder oppervlak bij zeer lage vulsnelheden. Zorg er echter voor dat er voldoende [Bovenlagen](../top_bottom/top_layers.md) zijn om het oppervlak goed af te sluiten zonder de overbruggingstechniek op de toplagen te gebruiken. De overbruggingstechniek, vooral met verminderde [Doorvoer derde brugskin](bridge_skin_material_flow_3.md), zal het oppervlak niet volledig sluiten. Als de bovenste skin niet genoeg lagen heeft, verschijnen er gaten in de print en komt de sterkte in gevaar. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_coast.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_coast.md new file mode 100644 index 000000000..f9566082c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_coast.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Coasting brugwand +==== +Bij het overbruggen met wandlijnen stopt de materiaaltoevoer even voordat een brug wordt geprint. Gedurende deze tijd laat men het resterende materiaal in de nozzlekamer naar buiten stromen om de druk in de nozzlekamer te verminderen. Deze techniek wordt [Coasting Inschakelen](coasting_enable.md) genoemd. Deze instelling kan worden gebruikt om de hoeveelheid overschrijding te regelen. Dit bepaalt in wezen hoe ver voor een brug het materiaal stopt met stromen. + +Nadat de brug is voltooid, wordt het niet-geëxtrudeerde materiaal nog steeds uitgeworpen. De totale hoeveelheid geëxtrudeerd materiaal blijft hetzelfde. Hierdoor wordt de druk op nozzle hersteld, waardoor onder-extrusie wordt voorkomen. + + +![Geen extrusie aan de ene kant van de brug en extra extrusie aan de andere kant](../../../articles/images/bridge_skin_density_100.png) + +De eenheid van deze instelling is niet intuïtief te begrijpen. De afstand tot de brug waarop het materiaal stopt met stromen, is afhankelijk van een aantal factoren: +* De lengte van de vorige wand tot aan de brug. Hoe langer de wand, hoe meer hij kan lekken. +* De doorvoer uit de nozzle tijdens de normale wand, bepaald door de [Wandsnelheid](../speed/speed_wall.md), de [Lijnbreedte Wand](../resolution/wall_line_width.md), de [Wanddoorvoer](../material/wall_material_flow.md) en de [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md) van deze wanden. Hoe groter de doorvoer in normale wanden, hoe langer de uitloopafstand. +* De filament doorvoer tijdens printen van de overbrugde wand hangt af van de [Snelheid brugwand](bridge_wall_speed.md) en [Doorvoer brugwand](bridge_wall_material_flow.md) van die wanden. Hoe groter de doorvoer in overbrugde wanden, hoe *korter* de uitloopafstand. + +Deze instelling is een vermenigvuldigingsfactor voor de uiteindelijke lengte. + +Het doel van deze vertraging is om de druk in de nozzlekamer te verlagen. Dit is nodig omdat een eventuele restdruk in de nozzlekamer ervoor zorgt dat het materiaal over een aanzienlijke afstand naar beneden wordt geprint voordat het stolt nadat de tegendruk is verwijderd. Dit naar beneden printen van het materiaal veroorzaakt doorbuiging. In wezen worden de overhangende lijnen naar beneden geduwd door de rest van het materiaal dat zich nog in nozzle bevindt. Wanneer de druk in de nozzlekamer wordt verlaagd, neemt ook deze kracht af en treedt er minder doorbuiging op. + +Door de vertraging te vergroten, wordt de druk in de nozzlekamer verminderd tegen de tijd dat de brug moet worden geprint, waardoor de doorbuiging wordt verminderd. De print is dan nauwkeuriger. Als u de vertragingstijd echter te veel verlengt, zal er een fase van onder-extrusie zijn net voordat de brug wordt geprint. Aangezien deze onder-extrusie in de wanden van de print zit, zal deze duidelijk zichtbaar zijn aan de zijkant van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..2c6d9d8e0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_material_flow.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer brugwand +==== +Deze instelling past de hoeveelheid materiaal aan die wordt geëxtrudeerd om overbruggingswanden te printen. + +Door de hoeveelheid materiaal te verminderen, wordt de lijnbreedte van de wanden die een opening overbruggen effectief verminderd. Met een kleinere lijnbreedte is de verhouding tussen oppervlakte en massa van de lijnen groter, waardoor ze sneller kunnen afkoelen en minder doorzakken. + +Het te veel verminderen van de doorvoer zal echter resulteren in een grote verandering in de doorvoer, vooral in combinatie met een [Snelheid brugwand](bridge_wall_speed.md). In werkelijkheid kan het materiaal zijn doorvoer niet erg snel veranderen, waardoor de leidingen iets dikker zijn dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt vertraagd en iets dunner dan bedoeld wanneer de doorvoer wordt verhoogd. Het eerste van deze effecten kan worden gecompenseerd door wat [Coasting brugwand](bridge_wall_coast.md), maar dit vereist een zorgvuldige afstemming. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_min_length.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_min_length.md new file mode 100644 index 000000000..69f8e7cb4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_min_length.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Minimale brugwandlengte +==== +Wanneer u detecteert welke delen van uw print een brug vormen, kunt u met deze instelling een minimale lengte instellen voor overbrugde wanden. Alle wanden die korter zijn dan deze minimale lengte, worden niet beschouwd als overbruggende wanden, maar als overhangende wanden en worden geprint met de normale instellingen voor het printen van die wanden. Alle wanden die lange tijd niet worden ondersupportd, worden gemarkeerd als overbrugging. + +Het overbruggen van korte lijnstukken is vaak niet effectief. Deze lijnen zullen sowieso niet veel doorhangen omdat ze maar een korte afstand hoeven te overbruggen. Als echter de overbruggingstechniek wordt gebruikt, worden de [Doorvoer brugwand](bridge_wall_material_flow.md) en [Snelheid brugwand](bridge_wall_speed.md) ook aangepast. Dit verandert de snelheid waarmee het materiaal uit nozzle stroomt, wat resulteert in over-extrusie in sommige delen en onder-extrusie in andere. Door zeer korte wanddelen weg te filteren zal nozzle voor hen niet verstoord worden, maar zal de kwaliteit van de oversteken toch beter zijn op plaatsen waar het belangrijk is om nozzle aan te passen. Er wordt geen [Ccoasting brugwand](bridge_wall_coast.md) gedaan en overgeëxtrudeerd na de brug, om de druk in de nozzlekamer te herstellen. Als gevolg hiervan zal de print waarschijnlijk consistenter zijn, maar ten koste van doorzakken in die korte brug als deze niet kort genoeg is om te overbruggen met normale extrusie. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_speed.md new file mode 100644 index 000000000..43a30c0ff --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/bridge_wall_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Snelheid brugwand +==== +Deze instelling regelt de snelheid waarmee de wandlijnen worden geprint terwijl een opening wordt overbrugd. + +Voor materialen waarbij de ventilator aan moet staan en hoog moet staan (zoals PLA), is het over het algemeen beter om bruggen heel langzaam te printen. Hierdoor kunnen de ventilatoren veel lucht over het materiaal blazen, waardoor het zeer snel stolt. Het materiaal heeft dan minder kans om te vervormen. Dit is minder effectief op materialen waarvoor de ventilator niet zo snel hoeft te draaien, of op printers die geen erg krachtige ventilator hebben. + +Het langzame printen resulteert echter ook in een grote verandering in de snelheid waarmee het materiaal uit de nozzle moet worden geëxtrudeerd. Hoewel de printkop over het algemeen zeer snel kan vertragen, zal het materiaal in de nozzlekamer nog een tijdje blijven stromen door de latente druk in de nozzlekamer. Dus wanneer de printkop vertraagt, zal er wat over-extrusie zijn aan het begin van de overbruggingslijn. Wanneer de printkop daarna weer versnelt, treedt er enige onder-extrusie op. Door de snelheid dichter bij de normale [Wandsnelheid](../speed/speed_wall.md) te houden, wordt dit voorkomen. + +Over het algemeen geldt voor materialen die bij lage temperaturen worden geprint, zoals: PLA, beter om de overbruggingswanden heel langzaam printen. Bij het printen van materialen met een hoge temperatuur, zoals polycarbonaat, is het beter om de overbruggingswanden met dezelfde snelheid te printen als de normale wandsnelheid. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/clean_between_layers.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/clean_between_layers.md new file mode 100644 index 000000000..391d8653b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/clean_between_layers.md @@ -0,0 +1,18 @@ +Nozzle afvegen tussen lagen +==== +Met deze instelling kan aan het einde van elke laag een procedure worden uitgevoerd om al het materiaal van de nozzle te vegen. Als u een printer heeft met een ingebouwde veegborstel, zorgt het inschakelen van deze instelling ervoor dat Cura de printer vertelt dat hij periodiek nozzle met die borstel moet afvegen. + +![Visualisatie van de bewegingen tijdens het wissen](../../../articles/images/clean_between_layers.svg) + +Deze wisprocedure bestaat uit een reeks stappen: +1. Als [Intrekken voor afvegen ingeschakelen](wipe_retraction_enable.md), wordt het materiaal ingetrokken. +2. Als [Z-Sprong afvegen](wipe_hop_enable.md) is ingeschakeld, gaat nozzle omhoog of gaat de platform omlaag. +3. nozzle beweegt voorbij de [X-positie afveegborstel](wipe_brush_pos_x.md). +4. nozzle wordt [Aaantal afveegbewegingen](wipe_repeat_count.md) op de borstel afgeveegd. +5. nozzle wordt teruggezet in zijn oorspronkelijke positie. +6. Z-Jump wordt beëindigd als deze is geactiveerd. Het materiaal wordt teruggeduwd. +7. Het printen pauzeert voor een [afvegen pauzeren](wipe_pause.md). + +Het doel van dit proces is om regelmatig vervuiling van de nozzle te verwijderen. Sommige materialen hebben de neiging naar de nozzle te stijgen vanwege de hoge oppervlaktespanning door capillaire werking. Deze kunnen in de printkop komen en zich daar ophopen, wat de printkop kan beschadigen. Andere materialen die vezels of andere vulstoffen bevatten, kunnen ervoor zorgen dat de vulstof tijdens het printen op de nozzle spuit. Dit zal het materiaal wegvegen. + +De afveegmethode is nu echter niet erg configureerbaar. Het veegt altijd in de X-richting, waarbij de Y-positie van de laatste positie in de print behouden blijft. Dit betekent dat een printer met een borstel in een hoek niet goed zal werken met deze functie. Je zou een borstel langs een hele kant van het bouwvolume nodig hebben. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_enable.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_enable.md new file mode 100644 index 000000000..6e3e13d7f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_enable.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Coasting Inschakelen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, stopt de nozzle met het extruderen van materiaal net voordat een muurcontour wordt gesloten. De gedachte hierachter is dat de nozzlekamer dan op het laatste stukje van de lijn kan leeglopen, waardoor de druk op de nozzle wordt verminderd en deze kan worden geblokkeerd door het begin van de contour. Dit leidt dan tot een kleinere naad aan het begin van de contour en vermindert het uitlopen in de volgende verplaats beweging. + + +![In de lagenweergave is de naad goed te zien wanneer Coasting is geactiveerd, omdat er dan een verplaats beweging is](../../../articles/images/coasting_enable.png) + +Het activeren van Coasting is bedoeld om de zichtbaarheid van de naad in de wanden te verminderen. Als je meestal grote, dikke naden hebt, kan het inschakelen van deze functie dit effect verminderen. Het is in feite het tegenovergestelde van wat de [Veegafstand buitenwand](../shell/wall_0_wipe_dist.md) doet, dus het is een goed idee om eerst te proberen het afvegen te verminderen voordat je probeert te coasten . + +In theorie leidt coasting altijd tot onder-extrusie. Of dit bij het printen zichtbaar is, hangt af van de specifieke omstandigheden. Coasting is meestal iets effectiever op direct drive printers. Als uw printer een directe aandrijving heeft, moet u [Coasting-volume](coasting_volume.md) op een lagere waarde instellen dan bij gebruik van kabels of flexibele aandrijfassen, omdat de respons van de doorvoer veel sneller zal zijn. Ook is het met Bowden-transportsystemen veel moeilijker om de hoeveelheid uitloop te regelen op een manier die de zichtbaarheid van de naad effectief vermindert. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_min_volume.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_min_volume.md new file mode 100644 index 000000000..34cec6ffd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_min_volume.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Minimaal Volume vóór Coasten +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat een minimale hoeveelheid materiaal goed wordt geëxtrudeerd voordat uitlopen wordt toegepast. Als de contour zo klein is dat deze minimale hoeveelheid materiaal niet goed wordt geëxtrudeerd, zal deze niet uitlopen naar het einde van de contour. + +Dit is nodig omdat voor zeer kleine stukken, als uitloop wordt toegepast, het geen tijd heeft om het materiaal weer goed te laten stromen wanneer het van de ene uitlopende contour naar de andere gaat. Dit leidt heel gemakkelijk tot onder-extrusie. Het is dan beter om de coasting-techniek over te slaan. + +Als u deze instelling verhoogt, wordt onder-extrusie bij zeer kleine onderdelen verminderd. Het zal echter ook de zichtbaarheid van de naden voor die onderdelen vergroten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_speed.md new file mode 100644 index 000000000..affcd0057 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Coasting-snelheid +==== +Tijdens coasting komt er niets meer uit de nozzle. Het gedraagt zich echter niet helemaal als een beweging. De nozzle beweegt nog steeds met ongeveer dezelfde snelheid. Met deze instelling kan de exacte snelheid waarmee de nozzle blijft bewegen worden geconfigureerd. + +De snelheid van coasting wordt geconfigureerd in verhouding tot de normale printsnelheid. Dit betekent dat als de [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md) en [Snelheid Binnenwand](../speed/speed_wall_x.md) verschillende snelheden hebben, ze ook met verschillende snelheden zullen coasten. Meestal wordt het coasten gedaan met een iets lagere snelheid dan de normale printsnelheid, om onder-extrusie tegen te gaan. + +Door de snelheid van coasten te verminderen, wordt het onder-extrusie-effect verminderd dat natuurlijk coasting tijdens de wand veroorzaakt, maar wordt het onder-extrusie-effect vergroot nadat de nozzle verder is gegaan om de volgende structuur te printen omdat de nozzle al langer sijpelt. Een verlaagde snelheid kan het beste worden gecombineerd met een verlaagd [Coasting-volume](coasting_volume.md) voor het uitlopen, zodat de nozzle niet te lang blijft sijpelen. + +Het verminderen van de snelheid vermindert ook het effect van uitlopen in het algemeen, aangezien de nozzle ook langer op de naad zal rusten. Hierdoor wordt de naad meer zichtbaar. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_volume.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_volume.md new file mode 100644 index 000000000..3a62e8e41 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/coasting_volume.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Coasting-volume +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver voor het einde van de contour de feder stopt met het doorvoer van materiaal. De lengte van de uitloop is echter geconfigureerd in een materiaalvolume. Het hangt nauwer samen met het volume in de nozzlekamer. + + + +![Coasting 0.06mm³ materiaal](../../../articles/images/coasting_enable.png) +![Coasting 0.03mm³ materiaal](../../../articles/images/coasting_volume_0_03.png) + +Door het Coastingvolume te vergroten, stopt de nozzle met extruderen voordat de contour is voltooid. Het resultaat is meer onder-extrusie naar het einde toe. De functie van vrijloop is om de klodder te compenseren wanneer de contour sluit, dus het vergroten van het vrijloopvolume kan grotere klodders compenseren. + +Het te veel vergroten van het uitloopvolume zal echter leiden tot ernstige onder-extrusie aan het einde van de contour. Het kan zelfs leiden tot enige onder-extrusie van alles dat na contour wordt geprint, omdat de druk op de nozzle dan nog laag is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_angle.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_angle.md new file mode 100644 index 000000000..5f026c6de --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_angle.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Maximale Modelhoek +==== +Deze instelling configureert de overhanghoek (in graden) die wordt gegenereerd om [Overhang Printbaar Maken](conical_overhang_enabled.md). Het vergroten van deze hoek zorgt voor meer overhang, waardoor Cura het model minder hoeft te veranderen. Als je deze hoek verkleint, heeft het object nauwelijks overhang. + + + +![Een maximale modelhoek van 50°](../../../articles/images/conical_overhang_enabled_enabled.png) +![Een maximale modelhoek van 20°](../../../articles/images/conical_overhang_angle_20.png) + +In een hoek van 90° blijft het model zoals het was, met al zijn overhangen. Het model wordt niet gewijzigd. Bij een hoek van 0° worden alle hellingen volledig verticaal. + +Door deze hoek te verkleinen, wordt de overhang van het model kleiner. Hierdoor is het model makkelijker printen. Het zakt niet meer zo veel door en het oppervlak aan de onderzijde wordt gladder. Het geprinte object komt dan echter niet meer exact overeen met het oorspronkelijke model. Het kost ook wat meer tijd en materiaal om het printen. + +De hoek kan ook negatief zijn. Hierdoor wordt de hele print kegelvormig en heeft een brede basis. Dit kan tot interessante effecten leiden, maar heeft geen echt praktisch nut. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..268d37550 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_enabled.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Overhang Printbaar Maken +==== +Met deze instelling wordt uw model zodanig getransformeerd dat het geen overhang meer heeft. Extra materiaal wordt onder de overhang geplaatst en geprint alsof het deel uitmaakt van het model. + + + +![Een toren met enkele overhangende delen](../../../articles/images/conical_overhang_enabled_disabled.png) +![De overhang wordt printbaar gemaakt](../../../articles/images/conical_overhang_enabled_enabled.png) + +Onder alle overhangende delen wordt materiaal geplaatst, dat naar beneden toe steeds kleiner wordt. In veel gevallen zal de oversteek aflopen naar het object zelf. De helling waarop de overhang naar het object toe groeit, wordt bepaald door de [Maximale Modelhoek](conical_overhang_angle.md). + +Deze instelling is een gemakkelijke manier om de noodzaak van support te voorkomen. Deze instelling is vooral effectief bij het printen van modellen met enigszins ruwe oppervlakken of reliëf op de zijkanten. Deze kleine stukjes overhang zouden normaal gesproken naar beneden hangen, waardoor losse strengen van onsamenhangende plastic draad ontstaan. Er kan een back-up van worden gemaakt met enige support, maar dit kan lang duren om printen en toch wat littekens achterlaten. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt de overhang naar het model toe afgevlakt. Het ziet er dan naar uit dat het zo moet worden geprint. + +Als de overhang verder van het hoofdlichaam reikt dan breed, kan toch een overhang in de vorm van een lijn ontstaan. Dit gebeurt omdat het supernatant dan oneindig dun wordt gekskinen, waardoor het verdwijnt. In dit geval kunt u overwegen of het nog nodig is om support printen. In het geval van de bovenstaande afbeeldingen is dit het geval met de kleine blokjes aan de zijkant van de toren, maar deze is zo klein dat hij met een simpele overbrugging waarschijnlijk gemakkelijk kan overhangen. + +Als de overhang verder uitsteekt dan het geheel, kan dit nog steeds leiden tot een overhang in de vorm van een lijn. Dit gebeurt doordat de uitstulping vervolgens oneindig dun wordt gekrompen, waardoor deze verdwijnt. Als dit gebeurt, kunt u overwegen of het misschien nog steeds nodig is om een support te printen. In het geval van de bovenstaande afbeeldingen gebeurt dit met de kleine blokken aan de zijkant van de toren, maar het is zo klein dat een eenvoudige overbrugging het waarschijnlijk goed zal laten overhangen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_hole_size.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_hole_size.md new file mode 100644 index 000000000..56181da56 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/conical_overhang_hole_size.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Maximale overhang oppervlak gat +==== +Aangezien de instelling [Overhang Printbaar Maken](conical_overhang_enabled.md) elk type overhang elimineert, worden alle bruggen automatisch neergelaten en wordt de onderliggende overhang gesloten. Als de overstek echter aan alle kanten is ingesloten, wordt deze verlaagd totdat de ingesloten overhang volledig is gevuld. Dit heeft het effect dat alle neerwaartse gaten volledig worden gevuld, zelfs als de overhang die moet worden verwijderd slechts een klein stipje helemaal bovenaan is. + +Om dit effect te voorkomen, zorgt deze instelling ervoor dat de overhang open blijft als deze aan alle kanten gesloten is en kleiner is dan een bepaald gebied. Dit geldt alleen voor gaten. Regelmatige overhang aan de buitenkant van het model blijft zich naar beneden uitstrekken om een redelijk printbare hoek te behouden. + + +![Een klein gebied aan de punt kan overhangen zodat dit gat niet wordt opgevuld.](../../../articles/images/conical_overhang_hole_size.png) + +Voor de meeste modellen is het redelijk veilig om deze waarde in te stellen op enkele tientallen vierkante millimeters. Als u deze te laag instelt, wordt het model meer aangepast om uitsteeksels te ondersupporten die eigenlijk te klein zijn om support te vereisen. Als u de waarde echter te hoog instelt, ontstaan er aanzienlijke overhangende gebieden die moeilijk te overbruggen zijn. + +Als er vanwege deze instelling grote overhanggebieden zijn, is het een goed idee om eerst de [Bruginstellingen inschakelen](bridge_settings_enabled.md) te controleren voordat u probeert het model aan te passen om de overhang te verwijderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_density_image.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_density_image.md new file mode 100644 index 000000000..e9f265f4f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_density_image.md @@ -0,0 +1,28 @@ +Dichtheid kruisvulling afbeelding +==== +Met deze instelling kunt u een afbeelding opgeven die de dichtheid op verschillende punten in de vulling weergeeft. De dichtheid van de vulling varieert op bepaalde plaatsen, afhankelijk van de helderheid van de afbeelding. Dit werkt alleen voor het [Vulpatroon](../infill/infill_pattern.md) omdat dit patroon de dichtheid kan aanpassen zonder lijnen te knippen, wat zou resulteren in een onderbroken doorvoer en een lagere sterkte. + + +![De dichtheid van de vulling varieert over het object](../../../articles/images/cross_infill_density_image.png) +![Het afbeeldingsbestand dat is gebruikt om het patroon te maken](../../../articles/images/cross_infill_density_image_mask.png) + +Het pad naar de afbeelding wordt gespecificeerd als een lokaal pad, bijvoorbeeld `C:\Projects\3D Printing\infill_density.png` op Windows of `/home/ghostkeeper/3d_printing/infill_density.png` op Unix. Ondersupportde bestandsindelingen zijn JPG, PNG, TGA, BMP, PSD, GIF, HDR en PIC. De afbeelding wordt over het object geschaald zodat het precies binnen het selectiekader van het object past. De helderheid van de afbeelding bepaalt de dichtheid van de vulling: +* Als de afbeelding zwart is, wordt de [Dichtheid Vulling](../infill/infill_sparse_density.md) gebruikt. +* Als de afbeelding wit is, neigt de vuldichtheid naar 0%. + +De dichtheid van de opvulling zal nooit hoger zijn dan de waarde die is opgegeven in de instelling [Lijnafstand Vulling](../infill/infill_line_distance.md). Het kan alleen worden verminderd. Het patroon is ook beperkt in waar het zijn dichtheid kan verminderen. Hoewel wordt geprobeerd de gewenste infill-dichtheid zo goed mogelijk te benaderen, is dit niet altijd mogelijk. Wanneer de infill-dichtheid erg laag is, zijn er bijzonder weinig mogelijkheden om de infill aan te passen, waardoor de print de afbeelding zeer losjes volgt. Op plaatsen waar de infill-dichtheid hoog is, wordt het beeld zeer nauwkeurig getraceerd. De geselecteerde dichtheid is ook sterk gekwantificeerd. De dichtheid kan alleen worden verdubbeld of gehalveerd, maar Cura [dither](https://en.wikipedia.org/wiki/Dither) het patroon voor een grotere effectieve nauwkeurigheid. + +Met deze instelling kunt u uw vulling zeer breed aanpassen. Omdat het kruisvulpatroon voornamelijk wordt gebruikt voor flexibele materialen, wordt deze instelling gebruikt om zeer specifieke zachtheids- of hardheidsbeperkingen te bereiken. U kunt bijvoorbeeld een schoenzool printen met aangepaste zachtheid om beter bij de voet te passen, of een mechanisch apparaat dat op bepaalde plaatsen moet buigen. + +**Deze instelling vertaalt zich niet goed in Cura-projectbestanden. Het projectbestand slaat het pad naar de afbeelding op als een instellingswaarde, maar niet de afbeelding. Als het projectbestand op een andere computer wordt geopend, wordt de dichtheidsafbeelding waarschijnlijk niet hersteld.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_pocket_size.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_pocket_size.md new file mode 100644 index 000000000..bd6fd69fc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_infill_pocket_size.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Luchtbelgrootte bij Kruis3D +==== +Het cross 3D [Vulpatroon](../infill/infill_pattern.md) is gemaakt om flexibele prints mogelijk te maken. Het patroon bevat echter 4-weg kruisingen die erg rigide zijn. Deze instelling zorgt ervoor dat het patroon de kruisingen vermijdt om op bepaalde plaatsen niet te rigide te zijn. Het zorgt ervoor dat het patroon een luchtzak achterlaat in de kruising. Deze instelling bepaalt de maat van de bel. + + + +![De standaard belmaat van 2 mm](../../../articles/images/infill_pattern_cross_3d.png) +![Een belformaat van 0,5 mm](../../../articles/images/cross_infill_pocket_size_0_5.png) + +Het patroon varieert de afstand rond de 4-weg kruising. Deze instelling bepaalt de grootte van de bel in de lagen wanneer de lijnen elkaar volledig raken. De maximale grootte van de bel wordt bepaald door de dichtheid van de vulling. De belkmaat wordt niet groter geprint dan de vierkantswortel van 2 keer de opvulafstand. Het invoeren van een grotere waarde heeft geen effect, maar kan nog steeds worden ingevoerd om grotere belformaten mogelijk te maken als de [Stappen Geleidelijke vulling](../infill/gradual_infill_steps.md) of [Dichtheid kruisvulling afbeelding](cross_infill_density_image.md ) is gebruikt. + +Als u de waarde van deze instelling verhoogt, wordt de vulling verticaal zwakker en wordt de kracht gelijkmatiger verdeeld, wat resulteert in een meer gelijkmatige verdeling van de kracht. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_support_density_image.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_support_density_image.md new file mode 100644 index 000000000..055854212 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/cross_support_density_image.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Dichtheid kruisvulling afbeelding voor supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u een afbeelding specificeren die de dichtheid op verschillende locaties op de drager aangeeft. De dichtheid van de drager varieert op bepaalde plaatsen, afhankelijk van de helderheid van het beeld. Dit werkt alleen voor het [Patroon Supportstructuur](../support/support_pattern.md) omdat dit patroon de dichtheid kan aanpassen zonder lijnen te snijden, wat zou resulteren in een onderbroken doorvoer en verminderde sterkte. + + +![Supportdichtheid is groter aan de zijkanten](../../../articles/images/cross_support_density_image.png) +![Het afbeeldingsbestand dat is gebruikt om het patroon te maken](../../../articles/images/cross_support_density_image_mask.png) + +Het pad naar de afbeelding wordt gespecificeerd als een lokaal pad, bijvoorbeeld `C:\Projects\3D Printing\infill_density.png` op Windows of `/home/ghostkeeper/3d_printing/infill_density.png` op Unix. Ondersteunde bestandsindelingen zijn JPG, PNG, TGA, BMP, PSD, GIF, HDR en PIC. De afbeelding wordt over het object geschaald zodat het precies binnen het selectiekader van het object past. De helderheid van de afbeelding bepaalt de dichtheid van de vulling: +* Als de afbeelding zwart is, wordt de [Dichtheid Supportstructuur](../support/support_infill_rate.md) gebruikt. +* Als de afbeelding wit is, benadert de dragerdichtheid 0%. + +De supportdichtheid zal nooit de waarde overschrijden die is opgegeven in [Lijnafstand Supportstructuur](../support/support_line_distance.md). Het kan alleen worden verminderd. Het patroon is ook beperkt in waar het zijn dichtheid kan verminderen. Hoewel het de gewenste supportdichtheid zo goed mogelijk probeert te benaderen, is dit niet altijd mogelijk. Wanneer de dragerdichtheid erg laag is, is er bijzonder weinig gelegenheid om de dragerdichtheid aan te passen, waardoor de print de afbeelding zeer losjes volgt. Op plaatsen waar de supportdichtheid hoog is, wordt het beeld zeer nauwkeurig gevolgd. De geselecteerde dichtheid is ook sterk gekwantificeerd. De dichtheid kan alleen worden verdubbeld of gehalveerd, maar Cura [dither](https://en.wikipedia.org/wiki/Dither) het patroon voor een grotere effectieve nauwkeurigheid. + +Met deze instelling kunt u uw support zeer breed aanpassen. Als bepaalde delen van uw print gevoelig zijn voor doorzakken of zeer nauwkeurig moeten worden geprint, kunt u de dichtheid daar lokaal verhogen om ze beter te ondersupporten zonder printtijd op te offeren of het verwijderen van de support moeilijker te maken. + +**Deze instelling vertaalt zich niet goed in Cura-projectbestanden. Het projectbestand slaat het pad naar de afbeelding op als een instellingswaarde, maar niet de afbeelding. Als het projectbestand op een andere computer wordt geopend, wordt de dichtheidsafbeelding waarschijnlijk niet hersteld.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_dist.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_dist.md new file mode 100644 index 000000000..57f87001c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_dist.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Tochtscherm X-/Y-afstand +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver van de print het windscherm moet worden geprint. + +Hoe verder het windscherm van uw print verwijderd is, hoe minder effectief het is om de temperatuur in het windscherm constant te houden. Er stroomt dan meer lucht om de print heen, waardoor de print minder beschermd is tegen luchtstromen. + +Als u het tochtscherm echter verder van de print verwijdert, kan dit ook helpen om uw print te koelen doordat de ventilatoren op de printkop goed op uw print kunnen blazen. + +Als u het tochtscherm verder van het object plaatst, heeft u ook meer ruimte nodig. U kunt het niet verder van uw object printen dan uw bouwvolume toelaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..db39ba462 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_enabled.md @@ -0,0 +1,25 @@ +Tochtscherm Inschakelen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, bouwt de printer een scherm rond uw print die de print beschermt tegen luchtstromen uit de omgeving. + + +![Er is een scherm om het model geprint](../../../articles/images/draft_shield_enabled.png) + +Sommige printers en printmaterialen zijn erg gevoelig voor de omgeving waarin ze worden geprint. printen op verschillende delen van de platform kan verschillende resultaten opleveren, omdat ze kwetsbaarder zijn voor stromingen van buitenlucht. Als de print 's nachts wordt uitgevoerd en de kamer kouder wordt, kan dit een aanzienlijke invloed hebben op de print. Het windscherm is ontworpen om dit effect te verminderen door een klein, geïsoleerd volume rond de print te creëren. Dit dient als een geïmproviseerde "verwarmingskamer" om de print warm te houden en te beschermen tegen koude tocht van buitenaf. + +Het schild wordt geprint terwijl het model wordt geprint. Als er meerdere extruders bij de print betrokken zijn, wordt het windscherm geprint met de extruder die de laag start. Dit gebeurt afwisselend van laag tot laag. + +Windscherm heeft verschillende belangrijke effecten op het printen: +* Het houdt de temperatuur van de print constanter. Dit is het beoogde effect van het windscherm. Dientengevolge moet streepvorming als gevolg van temperatuurveranderingen in de kamer worden verminderd. +* Over het algemeen is de temperatuurbinnen het tochtscherm hoger dan zonder tochtscherm. Dit komt omdat de warmte moeilijker kan ontsnappen en er geen convectiestromen kunnen opstijgen met de hete lucht uit de druk. Dit heeft invloed op alle aspecten van de print. Met name is er meer draden en verslapping. +* De ventilatoren op de printkop worden minder effectief. Ook daar verstoort het schild de luchtstroom. Om de effectiviteit van de ventilatoren op de printkop te vergroten, kan de [Tochtscherm X/Y-afstand](draft_shield_dist.md) worden vergroot. +* Het windscherm kan functioneren als [Uitloopscherm](../dual/ooze_shield_enabled.md). Wanneer er verplaatsbewegingen worden gemaakt naar een object dat wordt beschermd door een windscherm, wordt het materiaal dat op nozzle achterblijft op het blad afgeveegd. +* Het windscherm kan dienen als [Primepijler](../dual/prime_tower_enable.md). Omdat het voor het object wordt geprint, is het printen van het windscherm een manier om het materiaal door te spoelen en goed te laten vloeien. Dit is echter alleen effectief met 2 extruders, aangezien niet alle met meer dan 2 extruders worden gespoeld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height.md new file mode 100644 index 000000000..d3861bdf2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height.md @@ -0,0 +1,20 @@ +Hoogte Tochtscherm +==== +Als de [Beperking Tochtscherm](draft_shield_height_limitation.md) instelling is ingesteld op "Beperkt", kunt u met deze instelling de hoogte definiëren tot welke het tochtscherm moet worden beperkt. + + +![Het tochtscherm is beperkt tot een hoogte van 20 mm.](../../../articles/images/draft_shield_height_limitation.png) + +De onderkant van de print is meestal het meest gevoelig voor temperatuurwisselingen. Als de ruimte koud is, vindt hier de meeste vervorming plaats, waardoor de print los kan komen van de platform. Met deze instelling kunt u de hoogte van het tochtscherm tot een bepaalde hoogte beperken. Dit kan u wat tijd en materiaal besparen. Het tochtscherm beschermt dan nog steeds de onderkant van de print en blokkeert ook de luchtstroom van de opstijgende warme lucht (tot op zekere hoogte). + +Het tochtscherm kan nooit hoger geprint worden dan het object zelf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height_limitation.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height_limitation.md new file mode 100644 index 000000000..e1a5d9eb9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/draft_shield_height_limitation.md @@ -0,0 +1,30 @@ +Beperking van het Tochtscherm +==== +Het tochtscherm kan ofwel over de gehele hoogte van het model geprint worden of slechts tot een bepaalde hoogte. Met deze instelling kun je zelf kiezen hoe hoog het tochtscherm moet komen. + + + +![Het tochtscherm is even hoog als het model](../../../articles/images/draft_shield_enabled.png) +![De hoogte van het tochtscherm is beperkt tot 20 mm.](../../../articles/images/draft_shield_height_limitation.png) + +De onderkant van de print is meestal het meest gevoelig voor temperatuurwisselingen. Als de ruimte koud is, vindt hier de meeste vervorming plaats, waardoor de print los kan komen van de platform. Met deze instelling kunt u de hoogte van het tochtscherm tot een bepaalde hoogte beperken. Dit kan u wat tijd en materiaal besparen. Het tochtscherm beschermt dan nog steeds de onderkant van de print en blokkeert ook de luchtstroom van de opstijgende warme lucht (tot op zekere hoogte). + +Het tochtscherm kan nooit hoger geprint worden dan het object zelf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_extrusion_offset_factor.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_extrusion_offset_factor.md new file mode 100644 index 000000000..c7f4eeff2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_extrusion_offset_factor.md @@ -0,0 +1,14 @@ +Doorvoercompensatiefactor +==== +Doorvoercompensatiefactor is een experiment dat lijkt op de functie [Linear Advance](http://marlinfw.org/docs/features/lin_advance.html) van Marlin. Het doel van doorvoer Balancing is om te compenseren voor onder- en over-extrusie wanneer de doorvoer van materiaal uit de nozzle verandert. Deze instelling configureert de grootte van het effect. + +De doorvoerscompensatiefactor beweegt het filament naar voren met elke beweging met de hoeveelheid extra materiaal die nodig is in de volgende seconde. Tussen elke beweging zijn er drie mogelijke scenario's. +* Als de twee aangrenzende verplaatsingscommando's dezelfde doorvoer hebben (omdat hun lijnbreedte, laaghoogte en snelheid hetzelfde zijn), dan zal de voedingssnelheid ook hetzelfde zijn. Het filament wordt in geen enkele richting tussen deze lijnen bewogen. +* Naarmate de doorvoer toeneemt met de volgende regel, blijft het filament naar voren bewegen tijdens de tweede regel. Dit verhoogt de druk in de nozzlekamer, waardoor het materiaal sneller geëxtrudeerd kan worden bij het printen van de lijn en volgende lijnen. +* Als de doorvoer op de volgende regel afneemt, zal het filament tijdens de tweede regel teruggaan. Dit vermindert de druk in de nozzlekamer, waardoor het materiaal vertraagt bij het printen van de tweede lijn en volgende lijnen. + +De afstand die het filament aflegt is gelijk aan de hoeveelheid materiaal die per seconde geëxtrudeerd zou worden tijdens de lijn (als de lijn lang genoeg zou zijn om een volle seconde te printen). Met deze instelling kan deze afstand echter worden aangepast. Het verhogen van de factor verhoogt het compensatie-effect. Verlaging ervan zal het compensatie-effect verzwakken. Bij hogere factoren duurt het printen ook langer omdat het filament meer op en neer bewogen moet worden. + +Als deze doorvoerompensatie is ingeschakeld, moet de druk in de nozzlekamer beter overeenkomen met de aankomende doorvoer. Dit kan zowel onder- als over-extrusie verminderen en het object nauwkeuriger afmetingen geven. + +De compensatie vindt echter plaats tijdens een enkele regel. Dit kan soms een korte lijn zijn waarbij het filament zeer snel moet bewegen. De printkop moet mogelijk vertragen om de feeder bij te kunnen houden, wat resulteert in een klodder. Soms kan het ook een lange lijn zijn, waardoor de kracht van het effect afneemt. Dit maakt de hele extrusiesnelheidscompensatiefunctie onbetrouwbaar en is de reden waarom deze instelling nog steeds experimenteel is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_max_extrusion_offset.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_max_extrusion_offset.md new file mode 100644 index 000000000..cc143a766 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/flow_rate_max_extrusion_offset.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale extrusieoffset voor doorvoercompensatie +==== +Doorvoercompensatie is een experiment dat lijkt op de functie [Linear Advance](http://marlinfw.org/docs/features/lin_advance.html) van Marlin. Het doel van doorvoer Balancing is om te compenseren voor onder- en over-extrusie wanneer de doorvoer van materiaal uit de nozzle verandert. Deze instelling stelt een limiet in voor de afstand die het materiaal zal intrekken of voortbewegen om te compenseren voor doorvoer veranderingen. + +De doorvoerscompensatiefactor verplaatst het filament verder naar voren of naar achteren vanaf zijn oorspronkelijke positie tijdens het printen. Deze instelling beperkt hoe ver het filament kan verplaatsen vanaf zijn thuispositie. + +Compensatie resulteert in extra filamentbeweging tijdens het printen, waardoor de printkop af en toe vertraagt om het filament te verplaatsen. Om dit effect te verminderen, kunt u de afstand die het filament aflegt beperken. Dit voorkomt dat de printkop moet vertragen om de feeder bij te kunnen houden. Dit maakt de doorvoerscompensatie echter minder effectief. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/infill_enable_travel_optimization.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/infill_enable_travel_optimization.md new file mode 100644 index 000000000..20fdb9038 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/infill_enable_travel_optimization.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Bewegingsoptimalisatie vulling +==== +Als u deze instelling inschakelt, kan de doorlooptijd van uw print enigszins worden verkort. Door de verplaatsbewegingen te verkorten zal de druk iets sneller zijn en zal de nozzle ook wat minder gaan lekken. Het duurt echter ook langer om het model te slicen. + +Normaal gesproken optimaliseert Cura nogal naïef de volgorde waarin de opvullijnen worden geprint. Na elke lijn zoekt en tekent Cura de dichtstbijzijnde lijn om te tekenen. Voor sommige ongebruikelijke, gecompliceerde vormen kan het pad naar deze volgende vulling echter behoorlijk lang zijn, omdat de [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) vereist dat nozzle een omweg maakt. Cura onderschat dan naïef de afstand en kiest wellicht voor een langere verplaatsbeweging in plaats van een kortere. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt de afstand nauwkeurig berekend zodat een betere keuze kan worden gemaakt. + +Deze instelling heeft doorgaans weinig invloed op de slicing tijd. Voor gecompliceerde printen met veel kleine onderdelen (waar dit het handigst is), kan het echter de slicing tijd met orden van grootte verlengen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..7faf47490 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_enabled.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Rafelig Oppervlak +==== +Wanneer u met een ongelijkmatige skin print, wordt het oppervlak aan de zijkanten van de print opzettelijk opgeruwd. Dit geeft de print een soort textuur. + + +![wanden zien er onrustig uit in Cura's gelaagde weergave](../../../articles/images/magic_fuzzy_skin_enabled.png) +![Het printresultaat heeft een ruwe textuur](../../../articles/images/magic_fuzzy_skin_photo.jpg) + +Deze modus voegt een willekeurige rimpeling toe aan de buitenwand. De printkop trilt willekeurig tijdens het printen van de buitenwand. Hierdoor voelt het oppervlak ruw aan. Het oppervlak is alleen aan de zijkanten van de print ongelijk. De bovenkant zal niet ongelijk zijn. + +Door de oneffenheden wordt de maatnauwkeurigheid niet meer gegeven. De druk zal zeker groter zijn dan het originele model. De oneffen buitenskin zorgt er ook voor dat de print langer duurt omdat de printkop veel versnelt bij het printen van de buitenwand. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_outside_only.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_outside_only.md new file mode 100644 index 000000000..964bddd90 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_outside_only.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Alleen rafelig oppervlak buitenkant +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt het effect [Rafelig Oppervlak](magic_fuzzy_skin_enabled.md) alleen toegepast op de buitenwanden van de print. + + +![De buitenkant is ongelijk maar de binnenkant niet.](../../../articles/images/magic_fuzzy_skin_outside_only.png) + +Een ongelijkmatige skin kan een leuk effect zijn om wat textuur aan het model toe te voegen of de grip te vergroten, maar het gaat ten koste van de maatnauwkeurigheid die je van de print mag verwachten. Dit is een probleem wanneer de print ergens aan moet worden bevestigd, b.v. B. op een handvat of op een paar schroeven. In dergelijke gevallen kunt u het ongelijkmatige skineffect op de binnencontouren van de print uitschakelen en beperken tot de buitencontouren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_density.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_density.md new file mode 100644 index 000000000..2fe5b461a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_density.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Dichtheid Rafelig Oppervlak +==== +Deze instelling bepaalt de frequentie waarmee nozzle trilt als het langs de wand beweegt. Bij een hogere dichtheid beweegt nozzle vaker op en neer langs het oppervlak. "Dichtheid" verwijst hier naar de dichtheid van punten waarop nozzle van richting kan veranderen. + +Bij een hogere dichtheid is de structuur fijner, wat resulteert in een grovere textuur. Dit heeft ook een grote impact op de printtijd. Om een gladdere maar grovere textuur te creëren, kunt u de dichtheid verlagen. + +Wanneer de oneffen skin is ingeschakeld, bestaat de skin in plaats van het oorspronkelijke oppervlak volledig uit rechte lijnsegmenten tussen de trillende bewegingen. Bij een lage dichtheid zijn gekromde oppervlakken mogelijk niet erg gekromd omdat de oorspronkelijke resolutie hoger was dan de coördinaatdichtheid vanwege het ongelijkmatige skin-effect. + +Vanwege algoritmische beperkingen kan de dichtheid niet te veel worden verhoogd als de [Dikte Rafelig Oppervlak](magic_fuzzy_skin_thickness.md) erg hoog is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_dist.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_dist.md new file mode 100644 index 000000000..07d70676d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_point_dist.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Puntafstand Rafelig Oppervlak +==== +Deze instelling stelt de afstand tussen skinbewegingen langs de originele wand in. Als de afstand klein is, beweegt de printkop heel vaak in verschillende richtingen langs de wand. Het zal trillen met een hoge frequentie. + +Bij kleinere afstanden wordt de structuur fijner, wat resulteert in een grovere textuur. Dit heeft ook een grote impact op de printtijd. Om een gladdere maar grovere textuur te creëren, kunt u de dichtheid verlagen. + +Wanneer de oneffen skin is ingeschakeld, bestaat de skin in plaats van het oorspronkelijke oppervlak volledig uit rechte lijnsegmenten tussen de trillende bewegingen. Bij een lage dichtheid zijn gekromde oppervlakken mogelijk niet erg gekromd omdat de oorspronkelijke resolutie hoger was dan de coördinaatdichtheid vanwege het ongelijkmatige skin-effect. + +Vanwege algoritmische beperkingen kan de dichtheid niet te veel worden verhoogd als de [Dikte Rafelig Oppervlak](magic_fuzzy_skin_thickness.md) erg hoog is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..d41e192d7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/magic_fuzzy_skin_thickness.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Dikte Rafelig oppervlak +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver nozzle zal wiebelen bij het printen van de skin wanneer [Rafelig Oppervlak](magic_fuzzy_skin_enabled.md) is ingeschakeld. + +![Normale onnauwkeurigheid](../../../articles/images/magic_fuzzy_skin_photo.jpg) +![10mm dikte](../../../articles/images/magic_fuzzy_skin_thickness.jpg) + +Door de waarde te verhogen, wordt het oppervlak ruwer. Door de waarde te verlagen, komt het oppervlak dichter bij het origineel. In extreme gevallen leidt een hoge waarde tot een harige print. De buitenwand bestaat dan in wezen uit een rafelig touwtje om je object heen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/material_alternate_walls.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_alternate_walls.md new file mode 100644 index 000000000..6cb411425 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_alternate_walls.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Alternerende wandrichtingen +==== +Als deze instelling is geactiveerd, worden de wanden afwisselend met de klok mee en tegen de klok in geprint. + +De eerste binnenwand is geprint in de tegenovergestelde richting van de buitenwand, en de tweede binnenwand is geprint in de tegenovergestelde richting. Daarnaast begint de volgende laag ook in de tegenovergestelde richting, dus de op elkaar gestapelde wanden worden ook afwisselend geprint. + +Het veranderen van de compressierichting vermindert het effect van interne spanningen in het model, waardoor het effect van [Kromtrekken](../troubleshooting/warping.md) wordt verminderd. Tijdens het printen van een lijn trekt nozzle behoorlijk hard aan het filament van gesmolten materiaal, waardoor het plastic uitrekt. Tijdens het uitharden kan deze spanning het model vervormen. Als de aangrenzende lijnen in de tegenovergestelde richting worden geprint, wordt deze spanning gecompenseerd door de aangrenzende lijnen in de tegenovergestelde richting te trekken. De kracht van de spanning wordt gecompenseerd door een spanning in de tegenovergestelde richting. + +Het nadeel van het veranderen van de wandrichtingen komt voort uit de hysterese van het printerportaal. Als de assen of rollen van de printer speling hebben, worden de diagonale lijnen op een iets andere plaats geplaatst wanneer in de tegenovergestelde richting wordt geprint. Hierdoor wordt de wand minder glad en zijn de printafmetingen minder nauwkeurig. Dit effect treedt niet op bij een goed afgestelde printer. Dus als de printer de riemen, katrollen en precieze onderdelen heeft aangespannen, zal het wisselen van wandrichting waarschijnlijk alleen maar voordelen opleveren. + +Bij [Wandvolgorde](../shell/inset_direction.md) maakt deze instelling de naad van de wand beter zichtbaar en veroorzaakt het wat rimpellen omdat nozzle een volledige 180° draai maakt net voor het begin van de buitenwand, waardoor trillingen. Bij het printen van buiten naar binnen is dit effect minder merkbaar. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_dependent_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_dependent_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..47e224cc0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_dependent_temperature.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Automatische Temperatuurinstelling +==== +Als je sneller wilt printen, kun je het beste op een iets hogere temperatuur printen. Hierdoor wordt het thermoplastische materiaal vloeibaarder en kan het sneller uit de nozzle stromen. Deze instelling past automatisch de temperatuur aan, afhankelijk van de gemiddelde doorvoer van het materiaal uit de nozzle. + +Raadpleeg de [Grafiek Doorvoertemperatuur](material_flow_temp_graph.md) om te weten hoeveel de temperatuur moet worden aangepast. De doorvoer wordt berekend in kubieke millimeters per seconde. Als je dit in de printtemperatuur relatie zet, krijg je een bepaalde temperatuur. Deze temperatuur wordt dan gebruikt als printtemperatuur. Als deze instelling geactiveerd is, wordt de normale [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) niet meer gebruikt, maar de temperatuur berekend uit de doorvoer. + +Het doel van deze instelling is om een betere printkwaliteit te bereiken door over- en onder-extrusie tijdens grote stroomveranderingen binnen een print te verminderen. Een veelvoorkomend geval hiervoor is de grens tussen de buitenskin en de vulling. Omdat de skin meestal veel langzamer wordt geprint dan de infill, moeten de lagen met veel infill op een iets hogere temperatuur worden geprint, zodat het materiaal goed kan extruderen terwijl de infill wordt geprint. + +In veel printers heeft de PID-controller die de temperaturen in nozzle van de printer regelt de neiging om overdreven te reageren wanneer er in korte tijd veel temperatuurveranderingen zijn. Hierdoor kan de printtemperatuur erg onnauwkeurig zijn bij gebruik van deze instelling. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura en kan niet worden geactiveerd.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_temp_graph.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_temp_graph.md new file mode 100644 index 000000000..121d875ab --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/material_flow_temp_graph.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Grafiek Doorvoertemperatuur +==== +Als je sneller wilt printen, kun je het beste op een iets hogere temperatuur printen. Hierdoor wordt het thermoplastische materiaal vloeibaarder en kan het sneller uit de nozzle stromen. Als [Automatische Temperatuurinstelling](materiaaldoorvoer_afhankelijke_temperatuur.md) is ingeschakeld, specificeert deze instelling bij welke temperatuur het materiaal moet worden geprint voor elke doorvoersnelheid. nozzle wordt dan gemiddeld voor elke laag om een temperatuur voor die laag te bepalen. + +Doorvoer wordt berekend in kubieke millimeters per seconde, gemiddeld over een hele laag. De temperatuur wordt gegeven in graden Celsius. De waarde van deze instelling moet een door komma's gescheiden lijst van coördinaten zijn. Elke coördinaat heeft de vorm `[, ]`. + +Het doel van deze instelling is om een betere printkwaliteit te bereiken door over- en onder-extrusie tijdens grote doorvoerveranderingen binnen een print te verminderen. Een veelvoorkomend geval hiervoor is de grens tussen de buitenskin en de vulling. Omdat de skin meestal veel langzamer wordt geprint dan de infill, moeten de lagen met veel infill op een iets hogere temperatuur worden geprint, zodat het materiaal goed kan extruderen terwijl de infill wordt geprint. + +In veel printers heeft de PID-controller die de temperaturen in nozzle van de printer regelt de neiging om overdreven te reageren wanneer er in korte tijd veel temperatuurveranderingen zijn. Hierdoor kan de printtemperatuur erg onnauwkeurig zijn bij gebruik van deze instelling. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura en kan niet worden geactiveerd.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/max_extrusion_before_wipe.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/max_extrusion_before_wipe.md new file mode 100644 index 000000000..ad549d95c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/max_extrusion_before_wipe.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Materiaalvolume tussen afvegen +==== +Je kunt niet alleen op elke laag vegen, maar alleen als je een bepaalde hoeveelheid materiaal hebt geprint. Deze instelling configureert de hoeveelheid materiaal die tussen de afveegbeurten kan worden geëxtrudeerd. Als een laag meer materiaal bevat, kan halverwege de laag een veegproces worden gestart. + +Het voordeel van vegen bij elke laagtwissel is dat er toch een naad zit bij de laagwissel. Dit is een goed moment om nozzle van de print weg te halen, omdat er dan geen extra naad ontstaat. Als een laag echter te veel extrusie bevat (zoals vaak het geval is bij lagen met veel skin), kan er toch materiaal terugstromen bij de nozzle. In dergelijke gevallen kan het instellen van een maximale hoeveelheid materiaal dat tussen de afveegbeurten wordt geëxtrudeerd, helpen om nozzle schoon te houden. + +**Deze instelling is nooit geïmplementeerd. Het heeft geen effect op de print.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/minimum_polygon_circumference.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/minimum_polygon_circumference.md new file mode 100644 index 000000000..fb27ab9be --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/minimum_polygon_circumference.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Minimale polygoonomtrek +==== +Cura verwijdert meestal details van het model die kleiner zijn dan wat nozzle redelijkerwijs kan printen. Met deze instelling kunt u deze drempel aanpassen om meer of minder details te verwijderen. Deze instelling meet de omtrek van elke vorm op elke laag en als deze kleiner is dan de waarde van deze instelling, wordt die vorm niet geprint. + +Het is logisch om details te verwijderen die kleiner zijn dan een lijnbreedte. Dit versnelt het snijden een beetje. Dit geldt echter niet altijd voor delen die kleiner zijn dan de [Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md) wanneer de functie [Dunne wanden printen](../shell/fill_outline_gaps.md) is ingeschakeld. . Als er nog heel kleine stukjes moeten worden geprint, kunt u deze instelling verlagen. + +Het verhogen van deze instelling kan ook helpen om kleine details te verwijderen en een snellere print te geven. Als deze kleine details niet geprint hoeven te worden, kan men enkele verplaatsbewegingen besparen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_base_wall_count.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_base_wall_count.md new file mode 100644 index 000000000..0e02b9bb8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_base_wall_count.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Aantal wanden grondvlak raft +==== +Hoewel het raft meestal slechts een lijnpatroon is, heeft de onderste laag van het raft de mogelijkheid om extra wanden eromheen te krijgen. Deze houden het lijnpatroon op zijn plaats, zodat het beter aan de platform kan blijven plakken. Deze instelling bepaalt hoeveel wanden de basislaag van het raft moeten omringen. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Het hebben van ten minste één wand is bijna altijd een goed idee. De lijnen van het raft zijn aparte lijnen met een begin- en eindpunt. Wanneer losse lijnen naast elkaar worden geprint, zullen sommige lijnen van de platform loskomen als nozzle beweegt. Als deze lijnen zijn bevestigd aan iets stevigs, b.v. op een wand zijn ze niet zo gevoelig voor losraken. + +Meerdere wanden rond de basislaag zorgen voor een nog betere hechting. Het begint zich op dezelfde manier te gedragen als een brim [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md) De extra wanden nemen echter meer tijd in beslag om te printen. Voor de meeste prints is één wand voldoende. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_remove_inside_corners.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_remove_inside_corners.md new file mode 100644 index 000000000..7da91ce70 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/raft_remove_inside_corners.md @@ -0,0 +1,20 @@ +Binnenhoeken raft verwijderen +==== +Wanneer deze instelling is ingeschakeld, worden alle binnenhoeken van het raft volledig verwijderd, waardoor het raft een [convexe vorm](https://en.wikipedia.org/wiki/Convex_set) krijgt. Het raft heeft dan alleen buitenhoeken. + + +![Het raft volgt niet langer de vorm van het model](../../../articles/images/raft_remove_inside_corners.png) + +Dit komt in principe overeen met een zeer hoge [Raft effenen](../platform_adhesion/raft_smoothing.md). Het verwijderen van de binnenhoeken van het raft heeft een aantal effecten: +* Het is niet meer mogelijk dat een klein deel van het raft ver boven de rest van het raft uitsteekt. Kleine delen van het raft zullen eerder losraken van de platform, vooral bij sterk vervormde materialen. Het verwijderen van de binnenhoeken vermindert dit effect, waardoor de print betrouwbaarder wordt. +* Het raft is groter, waardoor de totale hechtkracht op de platform toeneemt. +* Het printen van het raft duurt langer en gebruikt meer materiaal. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_angles.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_angles.md new file mode 100644 index 000000000..e46e5a60f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_angles.md @@ -0,0 +1,7 @@ + Lijnrichtingen bovenskin +==== +Met deze instelling kunt u andere richtingen kiezen voor het patroon voor de bovenste lagen van de skin, gespecificeerd door de instelling [Bovenste skinlagen](../top_bottom/roofing_layer_count.md) dan voor de rest van de boven- en onderkant. + +Alleen de bovenste skinlaag(lagen) worden in deze richtingen geprint. De waarde voor deze instelling is een door komma's gescheiden lijst van hoeken in graden. De aanwijzingen in deze lijst worden afwisselend van laag tot laag gebruikt. + +De functie van deze instelling is voornamelijk cosmetisch. Hoewel specifieke oriëntaties voor de lijnen in de bovenste en onderste patronen sterker kunnen zijn voor uw specifieke onderdeel, is de impact van de bovenste laag hierop minimaal. In plaats daarvan kunt u een oriëntatie kiezen die er van uw kant beter uitziet. U kunt bijvoorbeeld de lijnen in de lengterichting op uw model uitlijnen voor een mooiere visueel aanzicht. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..bd165c491 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_line_width.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Lijnbreedte bovenskin +==== +Met de instelling [Bovenste skinlagen](../top_bottom/roofing_layer_count.md) kunnen sommige lagen bovenaan een andere lijndikte hebben dan de dieper gelegen skinlagen. + +De buitenskin bovenop het geprinte deel heeft meerdere functies. Bovenal moet het de gaten aan de bovenkant sluiten die door de vulling zijn gemaakt en het geeft het onderdeel veel sterkte. Afgezien daarvan moet het er idealiter nog steeds mooi en glad uitzien. Het verkleinen van de [Lijnbreedte Boven-/onderkant](../resolution/skin_line_width.md) kan dienen om een gladder oppervlak te creëren, maar zal resulteren in veel meer tijd om printen. Deze instelling kan worden gebruikt om een glad oppervlak met zeer dunne lijnen te creëren zonder dat de rest van de boven- en onderkant met dezelfde lijnbreedte hoeft te worden geprint. Hierdoor wordt de printtijd minder beïnvloed. + +Verklein de lijndikte van de skin aan de bovenkant voor een gladder oppervlak aan de bovenkant van uw print. Dit zal echter wat langer duren om printen. + +Door de lijnbreedte te veel te verkleinen, kan de materiaalstroom worden verstoord wanneer de doorvoer door de nozzle onder het minimum daalt. Dit zorgt ervoor dat het materiaal druipt als het uit de nozzzle komt en de bovenkant pokdalig en ondergeëxtrudeerd raakt. + +Deze techniek is vergelijkbaar met [Strijken inschakelen](../top_bottom/ironing_enabled.md). Bij het strijken wordt er echter een extra pas gemaakt op dezelfde laag met zeer dunne lijnen en worden er slechts kleine hoeveelheden geëxtrudeerd. Met deze instelling worden de dunne lijnen in hun eigen laag geprint in plaats van in de skin. Gladmaken leidt (opzettelijk) tot over-extrusie. Bij deze instelling is dit niet het geval. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_monotonic.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_monotonic.md new file mode 100644 index 000000000..1624bf4e0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_monotonic.md @@ -0,0 +1,52 @@ +Monotone volgorde bovenlaag +==== +Normaal gesproken regelt Cura lijnen zo dat de afstand ertussen klein is. Als deze instelling is geactiveerd, worden de lijnen op het oppervlak zo gerangschikt dat aangrenzende lijnen altijd overlappend in dezelfde richting worden geprint. + +Wanneer lijnen op het oppervlak worden geprint, overlappen de lijnen meestal een beetje de aangrenzende lijnen omdat de vorm van een lijn geen perfecte rechthoek is. Deze overlap geeft de lijnen een lichte schuine stand, waardoor ze licht in verschillende richtingen anders weerkaatsen. Wanneer aangrenzende lijnen elkaar anders overlappen, verandert deze reflectie. Dit zie je terug in het eindresultaat. Het geeft een andere glans aan verschillende delen van het oppervlak. Door in een gelijkmatige volgorde te printen, is de overlap over het oppervlak gelijk, dus er zijn geen verschillen in lichtreflectie. Hierdoor ziet het oppervlak er egaler en gladder uit. + + + +![Niet-gelijke volgorde](../../../articles/images/skin_monotonic_disabled.gif) +![Monotone volgorde, altijd beginnend vanaf de rechter benedenhoek](../../../articles/images/skin_monotonic_enabled.gif) + +De gelijkmatige volgorde vergroot de lengte van de nozzle bewegingen enigszins, maar dit effect is zeer minimaal. Het beïnvloedt alleen de print visueel. De gelijkmatige volgorde heeft geen mechanische voordelen. + +Om een glad oppervlak te krijgen, moet u deze instelling combineren met de instelling [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) om skinbewegingen te voorkomen, en misschien [Hoogte Z-sprong](../enable travel/retraction_hop.md ). Als alternatief kunt u ook [Strijken inschakelen](../top_bottom/ironing_enabled.md) inschakelen, maar dat doet het nut van deze instelling volledig teniet. Gladmaken heeft zijn eigen [Monotone strijkvolgorde](../top_bottom/ironing_monotonic.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..bbe00426a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/roofing_pattern.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Patroon bovenskin +==== +Met deze instelling kunt u een ander patroon kiezen voor de bovenste skinlagen die zijn gespecificeerd door de instelling [Bovenste skinlagen](../top_bottom/roofing_layer_count.md) dan voor de rest van de bovenste en onderste lagen. + +Alleen de bovenste laag(en) van de skin worden in dit patroon geprint. + +De functie van deze instelling is voornamelijk cosmetisch. Hoewel sommige opties voor de instelling [Patroon Boven-/Onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern.md) verschillende effecten hebben op sterkte of waterdichtheid, is het effect van de toplaag hier minimaal. In plaats daarvan kunt u een ander patroon kiezen dat meer geschikt is voor uw onderdeel. U kunt bijvoorbeeld het concentrische patroon kiezen voor ronde objecten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/skin_alternate_rotation.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/skin_alternate_rotation.md new file mode 100644 index 000000000..8c3ef72de --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/skin_alternate_rotation.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Afwisselende rotatie van de buitenskin +==== +Wanneer de boven- en onderkant worden geprint met de lijnen of zigzag [Patroon](../top_bottom/top_bottom_pattern.md), worden de lijnen meestal uitgelijnd in de diagonale richtingen, waarbij de twee richtingen later afwisselen. Als deze instelling is ingeschakeld, wisselen ze in plaats daarvan in vier richtingen af: twee diagonale richtingen, verticaal en horizontaal. + +![Afwisselend vier richtingen](../../../articles/images/skin_alternate_rotation.gif) + +Deze instelling heft de instelling [Top/Bottom Line Directions](../top_bottom/skin_angles.md) op. Het gedrag is echter hetzelfde. Deze instelling kan zelfs volledig worden nagebootst door de hoeken '[45, 135, 0, 90]' in te voeren. + +Over het algemeen zal uw print het stijfst zijn in de richting evenwijdig aan de richting van de lijnen. Als deze instelling niet is ingeschakeld, is deze het stijfst in de twee diagonale richtingen en het zwakst in de orthografische richtingen. Deze diagonale richtingen zijn gekozen omdat de meest voorkomende portaalmechanismen voor 3D-printers meer motoren gebruiken voor diagonale bewegingen, waardoor ze sneller in die richtingen kunnen accelereren. + +Als deze instelling is ingeschakeld, worden de richtingen van de lijnen gelijkmatiger verdeeld. Hierdoor wordt ook de sterkte van het object gelijkmatiger verdeeld. Dit maakt het object sterker in de verticale en horizontale richting, maar iets zwakker in de diagonale richtingen. Ook duurt het iets langer voordat het object is geprint. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/slicing_tolerance.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/slicing_tolerance.md new file mode 100644 index 000000000..a5128c752 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/slicing_tolerance.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Slicetolerantie +==== +Met de Slicetolerantie kunt u instellen hoe u omgaat met de onnauwkeurigheid van het verdelen van een mesh in een beperkt aantal lagen. U kunt ervoor kiezen om de lagen het oppervlak te laten naderen, door het oppervlak begrensd te blijven of het oppervlak volledig te omsluiten. + +Centrum +---- +![Centrum](../../../articles/images/slicing_tolerance_middle.svg) + +Bij gebruik van middle blijven de lagen zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke oppervlak. Dit betekent dat de lagen soms boven het oorspronkelijke oppervlak uitsteken en soms in het oorspronkelijke oppervlak zakken. Over het algemeen zal het volume van de lagen zeer dicht bij het volume van de originele mesh liggen. + +Om de gemiddelde tolerantie te krijgen, berekent Cura een doorsnede door de helft van de dikte van elke laag. Alles wat binnen de doorsnede ligt, wordt onderdeel van de laag. + +Inclusief +---- +![Inclusief](../../../articles/images/slicing_tolerance_inclusive.svg) + +Bij gebruik van inclusief bevatten de lagen *minstens* het gehele originele volume. Als het oppervlak schuin staat, zullen de lagen iets uitsteken. Het totale volume van de lagen zal bijna altijd groter zijn dan het volume van de originele mesh. + +Om de inclusieve tolerantie te krijgen, berekent Cura doorsneden aan de boven- en onderkant van de hoogte van elke laag. Alle vlakken die zich in *één* van deze doorsneden bevinden, worden beschouwd als onderdeel van de laag. Kleine details die tussen de twee doorsneden liggen, worden nog steeds genegeerd omdat ze kleiner zijn dan één laaghoogte. + +Exclusief +---- +![Exclusief](../../../articles/images/slicing_tolerance_exclusive.svg) + +Als Exclusief wordt gebruikt, worden de lagen in het oorspronkelijke volume opgenomen. Wanneer het oppervlak wordt gekanteld, zijn de lagen iets kleiner dan het oorspronkelijke volume. Het totale volume van de lagen zal bijna altijd kleiner zijn dan het volume van de originele mesh. + +Om de exclusieve tolerantie te krijgen, berekent Cura doorsneden aan de boven- en onderkant van de hoogte van elke laag. Alleen vlakken die zich in *beide* van deze doorsneden bevinden, worden als onderdeel van de laag beschouwd. + +Gebruiken +---- +Deze instelling is genoemd naar het doel en niet naar het functionele effect. Als je meerdere onderdelen hebt die langs elkaar moeten schuiven, kan de theoretische vorm van de lagen een exacte pasvorm fysiek verhinderen. In een dergelijk geval kunt u deze instelling op Exclusief instellen om ervoor te zorgen dat de slices binnen de grenzen van het oorspronkelijke volume blijven. Behoudens kromtrekken, uitzakken en soortgelijke vervormingseffecten, zou dit garanderen dat de onderdelen zouden passen en langs elkaar zouden kunnen schuiven. + +In werkelijkheid zijn er altijd andere effecten die dit voorkomen. In de praktijk kan deze instelling worden gebruikt om iets meer of minder tolerantie te bereiken tussen twee hellende vlakken, zoals te zien is in de bovenstaande afbeeldingen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_max_length.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_max_length.md new file mode 100644 index 000000000..48eaf7373 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_max_length.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale lengte klein kenmerk +==== +Kleine details van de print zijn vaak erg maatgevend. Deze instelling zorgt ervoor dat kleine gaatjes in de print langzamer worden geprint om een grotere nauwkeurigheid te bereiken. + +Als een gat in de print een kleinere omtrek heeft dan gespecificeerd door deze instelling, wordt de snelheid waarmee de omtrek van dat gat wordt geprint vermenigvuldigd (meestal verminderd) met een factor [Kleine kenmerksnelheid](small_feature_speed_factor.md). Deze instelling is een andere manier om de [Maximale grootte kleine gaten](small_hole_max_size.md), wat algemener is dan alleen voor ronde gaten. + +Een veelvoorkomend gebruik van deze functie is het printen van schroefgaten met zeer nauwkeurige afmetingen. Bij het printen van kleine gaatjes heeft de druppel de neiging om samen met nozzle in de hoek te worden getrokken. Als de hoek erg scherp is, zoals bij kleine gaatjes, heeft dit tot gevolg dat het gaatje kleiner wordt. Als je langzamer print, neemt deze weerstand af omdat het materiaal meer tijd heeft om uit te harden, simpelweg omdat de mechanische weerstand minder is. + +Als u deze instelling verhoogt, worden meer contouren gemarkeerd als "kleine objecten". Een groter deel van de gaatjes in de print wordt langzamer geprint. Dit zal ertoe leiden dat die gaten nauwkeuriger worden geprint, maar de printtijd zal toenemen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor.md new file mode 100644 index 000000000..449656ddf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Kleine kenmerksnelheid +==== +Contouren korter dan de [Maximale lengte klein kenmerk](small_feature_max_length.md) kan met een lagere snelheid worden geprint. Met deze instelling kunt u de snelheid opgeven waarmee deze contouren moeten worden geprint, als een factor van hun [Wandsnelheid](../speed/speed_wall.md). + +Bij het printen van kleine gaatjes heeft de rand de neiging om met nozzle in de hoek te worden getrokken. Als de hoek erg scherp is, zoals bij kleine gaatjes, heeft dit tot gevolg dat het gaatje kleiner wordt. Langzamer printen vermindert deze spanning omdat het materiaal meer tijd heeft om uit te harden en de mechanische spanning simpelweg minder is. + +Door de snelheid voor deze kleine elementen te verlagen, worden de afmetingen nauwkeuriger. Dit verhoogt echter ook de printtijd enigszins. Omdat deze contouren per definitie klein zijn, is de extra printtijd meestal niet erg hoog. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor_0.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor_0.md new file mode 100644 index 000000000..07229dac1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_feature_speed_factor_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Kleine kenmerken eerste laagsnelheid +==== +Contouren korter dan de [Maximale lengte klein kenmerk](small_feature_max_length.md) kan met een lagere snelheid worden geprint. Met deze instelling kunt u de snelheid specificeren waarmee deze contouren op de eerste laag moeten worden geprint, als een factor van hun [Wandsnelheid](../speed/speed_wall.md). Dit kan afzonderlijk worden geconfigureerd van de printsnelheid van kleine objecten op de [Kleine kenmerksnelheid](small_feature_speed_factor.md) . + +Kleine contouren hebben niet veel oppervlak om op de platform te plakken. Vooral bij [Vulling vóór Wanden](../infill/infill_before_walls.md) zijn de wanden voor kleine gaatjes vaak kleine cirkels die bovenop het platform liggen. Als nozzle er later in één beweging langs beweegt, kunnen ze van de platform worden afgescheurd. Hierdoor kan de printsnelheid voor deze kleine contouren lager zijn in vergelijking met de andere contouren. Hierdoor kan het materiaal beter vloeien en versmelten met de platform, waardoor het risico wordt verkleind dat ze van de platform worden gescheurd. + +Het verlagen van de printsnelheid voor deze kleine contouren heeft weinig negatieve invloed op de printsnelheid. Omdat deze contouren per definitie klein zijn en dit slechts de eerste laag is, is de extra printtijd gelukkig niet significant. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/small_hole_max_size.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_hole_max_size.md new file mode 100644 index 000000000..a967ec2d4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/small_hole_max_size.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale grootte kleine gaten +==== +Kleine details van de print zijn vaak erg maatgevend. Deze instelling zorgt ervoor dat kleine gaatjes in de print langzamer worden geprint om een grotere nauwkeurigheid te bereiken. + +Als een cirkelvormig gat een diameter heeft die kleiner is dan de waarde van deze instelling, wordt de snelheid waarmee de omtrek van dat gat wordt geprint, vermenigvuldigd (meestal verminderd) met een factor [Kleine kenmerksnelheid](small_feature_speed_factor.md). Voor gaten die niet rond zijn, worden ze met een andere snelheid geprint als de omtrek kleiner is dan een cirkel met de hier gespecificeerde diameter. Zie ook [Maximale lengte klein kenmerk](small_feature_max_length.md); dit is de instelling die daadwerkelijk wordt gebruikt voor het snijden. + +Een veelvoorkomend gebruik van deze functie is het printen van schroefgaten met zeer nauwkeurige afmetingen. Bij het printen van kleine gaatjes heeft de kraal de neiging om samen met nozzle in de hoek te worden getrokken. Als de hoek erg scherp is, zoals bij kleine gaatjes, heeft dit tot gevolg dat het gaatje kleiner wordt. Als je langzamer print, wordt deze weerstand verminderd omdat het materiaal meer tijd heeft om uit te harden en de mechanische weerstand simpelweg minder is. + +Als u deze instelling verhoogt, worden meer contouren gemarkeerd als "kleine objecten". Een groter deel van de gaatjes in de print wordt langzamer geprint. Dit zal ertoe leiden dat die gaten nauwkeuriger worden geprint, maar de printtijd zal toenemen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_flow.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_flow.md new file mode 100644 index 000000000..f104affcc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_flow.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Spaghettivulling +==== +Met deze instelling wordt de dichtheid van de spaghettivulling direct aangepast. + +Normaal gesproken heeft de instelling [Infill Density](../infill/infill_sparse_density.md) bij het printen van vullingen alleen invloed op de [Afstand tussen opvullijnen](../infill/infill_line_distance.md). Omdat de [Lijnbreedte Vulling](../resolution/infill_line_width.md) hetzelfde blijft, maar de lijnen dichter bij elkaar liggen, zal het verhogen van de infill-dichtheid ertoe leiden dat meer van het infill-volume met materiaal wordt gevuld. + +Dit werkt anders wanneer [Spaghetti Infill](spaghetti_infill_enabled.md) is ingeschakeld. Vullijnafstand past niet alleen de afstand tussen opvullijnen aan, maar ook de lijnbreedte om de gewenste dichtheid te bereiken die door deze instelling wordt gespecificeerd. Deze instelling specificeert precies het aandeel van het totale vulvolume dat met materiaal moet worden gevuld. Als u deze instelling verhoogt, worden de lijnen breder. + +Wanneer u spaghettivulling gebruikt om flexibele vulling te maken, bepaalt deze instelling in wezen hoe stijf de vulling zal zijn. Het verminderen van de stroom resulteert in een zachtere vulling, terwijl het verhogen van de stroom de vulling stijver maakt. Als u de stroom echter te veel vermindert, wordt de vulling niet meer gelijkmatig verdeeld. Het heeft de neiging om naar de bodem van het volume te vallen en daar stapels spaghetti te vormen die niet bijdragen aan de stijfheid van de bovenkant. + +Wanneer u spaghettivulling gebruikt om materiaal te gieten, moet deze instelling waarschijnlijk dicht bij 100% worden ingesteld om het model volledig met materiaal te vullen. U kunt deze waarde echter nog enigszins aanpassen als uw materiaal tijdens het uitharden de neiging heeft te krimpen of uit te zetten. + +**Deze instelling wordt vermenigvuldigd met de instelling [Infill doorvoer](../material/infill_material_flow.md).** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..e23ac9753 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_enabled.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Spaghetti Vulling +==== +Als deze instelling is geactiveerd, zal Cura alle vullingen van meerdere lagen tegelijk naar een hogere laag extruderen. Dit is een extreme vorm van de [Infill dikte](../infill/infill_sparse_thickness.md) methode, maar zonder het doel om de sterkte van de infill te behouden. Het heeft enige functionaliteit om de extreme hoeveelheden extrusie aan te kunnen. + +Deze functie is niet geschikt voor normale materialen. Meestal wilt u ofwel de stevigheid van normale opvulpatronen, of u laat de opvulling helemaal weg. Er zijn echter twee use-cases voor deze functie. + +Gebruiks gevallen +---- +Met flexibele materialen kan deze techniek zeer zachte texturen produceren. Spaghettivulling zorgt meestal voor losse ringen die niet goed aan elkaar plakken. Deze ringen zijn in alle richtingen even zacht. Om dit effect te bereiken mag de dichtheid van de vulling echter niet te laag zijn, anders komt alle spaghetti op de onderkant van de print terecht. Het is raadzaam om een [spaghettistroom](spaghetti_flow.md) tussen 30% en 60% te gebruiken, afhankelijk van de lijnbreedte en laaghoogte. Het resultaat is een vulling die in alle richtingen even stijf en redelijk zacht is. + +Het andere gebruik voor de spaghettivulling is gieten. Als u een printer heeft met een puntstorthulpmiddel, kunt u deze functie gebruiken om uw model redelijk gelijkmatig te vullen met gecontroleerde afzettingen van materiaal. In dit geval moet de [vloeidichtheid](spaghetti_flow.md) waarschijnlijk rond de 100% liggen, afhankelijk van de krimp/expansieverhouding van het gietmateriaal. + +Pas andere instellingen voor spaghettivulling aan +---- +Beide toepassingen vereisen een zeer speciale behandeling van de vulling. Hier zijn enkele instellingen die u waarschijnlijk moet aanpassen aan uw behoeften: +* De [infill printsnelheid](../speed/speed_infill.md) moet enorm worden verlaagd. Als de nozzle de infill van 10 lagen tegelijk moet extruderen, moet u de printsnelheid met minimaal een factor 8 verlagen. +* Stel de [Dikte van opvulling](../infill/infill_sparse_thickness.md) in op de hoogte van de laag. +* Verhoog de [printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) iets (voor de extruder die de vulling print). Hierdoor kan het materiaal goed uit de nozzle stromen en wordt de extrusie versneld. +* Stel de [Z Seam Alignment](../shell/z_seam_type.md) in op willekeurig om de textuur willekeurig te maken. + +**In Cura's laagweergave wordt de vulling weergegeven als zeer dikke lijnen. Dat komt omdat Cura ervan uitgaat dat het materiaal op dezelfde laag blijft en zich daar uitspreidt. In werkelijkheid zal het naar beneden vallen.** + +**Als spaghetti-invulling wordt gebruikt, heeft de instelling [Infill line width](../resolution/infill_line_width.md) geen effect meer. De lijnbreedte wordt aangepast aan de vereisten van de instellingen [Infill Line Distance](../infill/infill_line_distance.md) en [Spaghetti Flow](spaghetti_flow.md).** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_extra_volume.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_extra_volume.md new file mode 100644 index 000000000..1fd25139d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_extra_volume.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Spaghetti vulling extra volume +==== +Met deze instelling wordt elke keer dat de infill wordt geprint een extra hoeveelheid materiaal geëxtrudeerd. Dit gebeurt bij elke stap wanneer de spaghetti-infill wordt geprint in [StepFunction](spaghetti_infill_stepped.md), of anders eenmaal per verticale kolom met infill. + +Wanneer spaghettivulling wordt gebruikt om te vullen, kan een [sprue](https://en.wikipedia.org/wiki/Sprue_\(manufacturing\)) worden opgevuld met materiaal of verliezen compenseren via het start- en stopmechanisme. + +Wanneer u spaghetti-vulling gebruikt om zachte vulstructuren te creëren, kunt u hiermee de onder-extrusie door de plotselinge omschakeling naar een hogere doorvoer compenseren. Er is echter geen mechanisme om de plotselinge daling van de doorvoer te compenseren nadat de infill is geprint, dus er zullen nog steeds klodders op het geprinte materiaal zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_stepped.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_stepped.md new file mode 100644 index 000000000..87b799162 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_infill_stepped.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Functie voor het vullen van spaghetti +==== +Deze instelling bepaalt of het vulmateriaal met tussenpozen wordt aangebracht tijdens het printen of dat al het materiaal wordt aangebracht net voordat het vulvolume bovenaan sluit. + +Als het materiaal tijdens het printen periodiek wordt aangebracht, verspreidt het zich beter. Hierdoor kan de vulling zich in de onderste plooien van het model verspreiden en gelijkmatiger in alle richtingen worden verdeeld, waardoor de vulling zachter wordt. + +Als u de vulling echter vaker extrudeert, duurt het langer. Het duurt even voordat de materiaalstroom begint en stopt, wat resulteert in over- en onder-extrusie. Als de vulling wordt geprint met een andere extruder, b.v. met een nozzle is een frequentere gereedschapswissel vereist. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_inset.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_inset.md new file mode 100644 index 000000000..ccba73ab5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_inset.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Spaghetti afstand +==== +Er moet een zekere afstand van de wanden worden aangehouden, zodat de spaghetti-vulling zich gelijkmatig in alle richtingen kan verspreiden. Deze instelling stelt die afstand in. + +Het gedrag van deze instelling is bijna hetzelfde als dat van de instelling [Overlap fill](../infill/infill_overlap_mm.md). Als de vuloverlapping is ingesteld op de negatieve waarde van deze instelling, blijft het gebied dat de nozzle doorloopt hetzelfde. Het verschil is echter dat het totale geëxtrudeerde volume voor de vulling door deze instelling ongewijzigd blijft. Hoewel het verkleinen van de overlap van de infill de hoeveelheid materiaal die als infill wordt geëxtrudeerd, vermindert, verandert het aanpassen van deze instelling het totale volume dat als infill wordt geëxtrudeerd niet. + +Wanneer spaghettivulling als flexibel vulpatroon wordt gebruikt, moet deze instelling zo worden gekozen dat het materiaal tijdens de afdaling niet tegen de wanden komt voordat het op het materiaal rust. Als het inzetstuk te klein is, zal de spaghettivulling in plaats daarvan aan de wanden blijven plakken, waardoor daar grote klompen materiaal ontstaan. Als het inzetstuk echter te groot is, wordt al het materiaal in het midden geconcentreerd in plaats van aan alle kanten gelijke kracht te genereren. + +Wanneer u spaghettivulling gebruikt om te gieten, moet deze instelling worden aangepast aan de bredere schenktuiten die typisch zijn voor printers die materiaal kunnen gieten, zodat het materiaal niet over de wand stroomt buiten het vulvolume. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_height.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_height.md new file mode 100644 index 000000000..c9f779383 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_height.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale hoogte spaghettivulling +==== +Met deze instelling kunt u configureren hoe vaak de stappen voorkomen wanneer spaghetti-infill wordt gedaan in [steps](spaghetti_infill_stepped.md). + +Als je de spaghettivulling met meer stappen maakt, wordt de spaghetti gelijkmatiger over het vulvolume verdeeld. Het materiaal kan zich zo verspreiden in de plooien van het model. Als de spaghettivulling bedoeld is om een soepele vulling te maken, voorkomt dit zwakke plekken in de vulling. Als de spaghettivulling wordt gebruikt als vulmateriaal voor het gieten, zal de vulling niet zoveel luchtbellen hebben. + +Het verhogen van het aantal stappen zal echter meer tijd vergen om printen. De printkop moet meer bewegen en als de infill met een andere extruder wordt geprint, moeten de gereedschappen vaker worden vervangen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_infill_angle.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_infill_angle.md new file mode 100644 index 000000000..a91764dc4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/spaghetti_max_infill_angle.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale vulhoek spaghetti +==== +Deze instelling configureert de maximale overhanghoek die het materiaal zal bereiken wanneer het vulmateriaal ernaast wordt geplaatst. Als een plek vanwege deze limiet niet met de juiste dichtheid wordt gevuld, worden extra [stappen](spaghetti_infill_stepped.md) ingevoegd langs de hoogte van het infill-volume om ervoor te zorgen dat die plekken goed worden bereikt. + +Als de spaghetti-vulling als flexibele vulling moet worden gebruikt, moet deze instelling waarschijnlijk vrij hoog worden ingesteld. Als u deze instelling verhoogt, zijn er meer stappen nodig om onder platte daken te komen. Omdat spaghettivulling horizontaal niet erg ver uitrekt, helpt het toevoegen van extra lagen het materiaal onder die platte daken te duwen. + +Als de spaghettivulling met gegoten materiaal moet worden gebruikt, kan deze instelling aanzienlijk worden verminderd. Omdat het gegoten materiaal vloeibaar is, kan het zeer ver onder oppervlakken doordringen. Zet het echter nog niet op 0°, aangezien de meeste gietmaterialen enige viscositeit hebben. Misschien wilt u nog steeds onder een aantal platte daken gieten om ervoor te zorgen dat de matrijs de mal volledig volgt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_angle.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_angle.md new file mode 100644 index 000000000..f1ddd8465 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_angle.md @@ -0,0 +1,61 @@ +Hoek Conische Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de kantelhoek waaronder de conische draagstructuur wordt geprint. + + + + +![Een hoek van 30 graden](../../../articles/images/support_conical_enabled.png) +![Een hoek van 10 graden](../../../articles/images/support_conical_angle_10.png) +![Een hoek van -10 graden, waardoor de basis breder wordt](../../../articles/images/support_conical_angle_neg10.png) + +De conische supporthoek is de belangrijkste afweging tussen de stabiliteit van de support en de hoeveelheid support die wordt gegenereerd. + +Als u een grote hoek gebruikt, wordt de support over een groot deel van de hoogte erg dun. Dit scheelt veel supportsmateriaal en printtijd. Als er veel supportmateriaal nodig is, kan dit veel tijd en materiaal besparen, aangezien meer dan de helft van het supportmateriaal wordt weggelaten. Omdat de drager echter aan de onderkant erg dun wordt, kan de drager ook minder stabiel worden, waardoor de kans op het mislukken van de print groter wordt. Om dit te voorkomen, kunt u de [Minimale Breedte Conische Supportstructuur](support_conical_min_width.md) vergroten. + +Als je een negatieve hoek gebruikt, wordt de support naar beneden toe breder en heeft deze de vorm van een vulkaan. Als je print kleine high-top elementen bevat die support nodig hebben, resulteert dit meestal in zeer hoge [Pijlers Gebruiken](../support/support_use_towers.md) die gemakkelijk kunnen omvallen tijdens het printen. Met een negatieve hoek worden deze hoge, dunne supportstructuren naar beneden toe breder. Dit geeft ze extra stabiliteit. Het printen van deze dragers duurt echter langer omdat er meer materiaal nodig is. Een hoek van ongeveer -5° is meestal voldoende om zelfs de hoogste en dunste draagconstructies voldoende stabiliteit te geven. Als uw materiaal de neiging heeft om tijdens de beweging sterk te sijpelen, is een grotere negatieve hoek vereist, \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..92dda3acb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_enabled.md @@ -0,0 +1,48 @@ +Conische supportstructuur inschakelen +==== +Wanneer deze instelling is ingeschakeld, staat de draagconstructie aan de zijkanten niet meer volledig verticaal. De support krijgt een conische vorm die naar beneden toe kleiner of groter wordt. + + + +![De support wordt naar beneden toe kleiner](../../../articles/images/support_conical_enabled.png) +![support neemt toe naar beneden](../../../articles/images/support_conical_angle_neg10.png) + +De support zelf kantelt in een bepaalde [Hoek Conische Supportstructuur](support_conical_angle.md). Bij negatieve hoeken wordt de support naar beneden toe groter, wat de support beduidend stabieler maakt. Bij positieve hoeken wordt het naar beneden toe kleiner. Dit bespaart veel materiaal en printtijd. Om te voorkomen dat de support instabiel wordt, kan er ook een [Minimale Breedte Conische Supportstructuur](support_conical_min_width.md) voor de support worden gedefinieerd. + +De conische support is de belangrijkste parameter in de afweging tussen printtijd en supportsstabiliteit. Er zijn twee belangrijke use-cases voor conische support: +* Besparing van materiaal en printtijd. Met een conische support bespaart u gemakkelijk de helft van het materiaal dat nodig is voor de support en dus de helft van de tijd die nodig is om te printen. Dit is vooral handig bij grote hoeveelheden support voor grote en hoge printen. +* Gebruik een negatieve hoek om de support stabieler te maken. Als je print kleine high-top elementen bevat die support nodig hebben, resulteert dit meestal in zeer hoge [Pijlers Gebruiken](../support/support_use_towers.md) die gemakkelijk kunnen omvallen tijdens het printen. Met de conische support kunnen deze hoge, dunne draagconstructies aan de onderkant breder gemaakt worden. Dit geeft ze extra stabiliteit. Het printen van deze dragers duurt echter langer omdat er meer materiaal nodig is. + +Als de [Plaatsing Supportstructuur](../support/support_type.md) is ingesteld om de support alleen op de platform te plaatsen, maakt de conische support het mogelijk om het model te omhelzen om het model ook te ondersupporten op plaatsen die andere delen van het model bedekken. De support rust nog steeds alleen op de platform, maar kan door zijn vorm nu ook de overhangende delen in de hoeken bereiken die anders niet ondersupport zouden worden. + +Deze functie is een iets eenvoudigere en minder extreme versie van de[Tree Support](../support/support_structure.md). Boomsupportsstructuur heeft veel van dezelfde voordelen als conische support. De boomsupportsstructuur gebruikt echter een heel ander algoritme en geeft meer vrijheid in het ontwerp van de support, terwijl de conische support meer het algoritme volgt dat wordt gebruikt om de gewone support te genereren. Dit betekent dat de normale supportsinstellingen de neiging hebben om beter te werken bij gebruik met de conische support, maar ze moeten aanzienlijk worden aangepast voor de boomsupportsstructuur. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_min_width.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_min_width.md new file mode 100644 index 000000000..61490bd71 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_conical_min_width.md @@ -0,0 +1,41 @@ +Minimale Breedte Conische Supporttructuur +==== +Wanneer conische support is ingeschakeld en de supportsstructuur moet krimpen, bepaalt deze instelling de minimale breedte waartoe conische support de support zal verkleinen. De support wordt niet dunner tenzij het overhangende gebied dat support nodig heeft, al dunner wordt. + + + +![Een minimale breedte van 5 mm](../../../articles/images/support_conical_enabled.png) +![Een minimale breedte van 20 mm](../../../articles/images/support_conical_min_width_20.png) + +Wanneer een groot volume support op een kleine supportpijler rust, is die support erg gevoelig voor kantelen. Verhoging van de minimale breedte vergroot de breedte van de basiskolom van de support die de kegel kan vastgrijpen. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de print, maar kost extra materiaal. Al met al zal de conische support minder effectief zijn in het verminderen van de printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_some_zags.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_some_zags.md new file mode 100644 index 000000000..a7822411b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_some_zags.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Supportstructuur in Stukken Breken +==== +Als het zigzag [Patroon Pupportstructuur](../support/support_pattern.md) wordt gebruikt voor de support, kan de support eenvoudig worden verfrommeld om deze te verwijderen. Dit wordt moeilijker wanneer het draagvlak erg breed is. Deze instelling breekt de zigzagsupport in stukken die gemakkelijker één voor één uit elkaar kunnen worden gehaald, maar die nog steeds breed genoeg zijn om hun stabiliteit te behouden. + + +![Elke 8 regels wordt een verbindingslijn weggelaten, waardoor de support in stukken wordt gebroken.](../../../articles/images/support_skip_some_zags.png) + +Door de support in stukken te breken, is het gemakkelijker om de support af te breken, omdat u de support stuk voor stuk kunt afbreken. Dit vermindert echter de sterkte en stijfheid van de support enigszins, vooral als de [Grootte Supportstuk](support_skip_zag_per_mm.md) erg klein is ingesteld. Als gevolg hiervan is er een iets grotere kans op kantelen van de support, wat leidt tot stringing en slechte overhangen. + +Deze instelling voorkomt ook dat de hele support in één stuk wordt losgetrokken. Als er veel supporten zijn, moeten deze afzonderlijk worden verwijderd. Als de support anders gemakkelijk genoeg is om los te trekken, kan deze instelling het zelfs moeilijker maken (hoewel het nog steeds gemakkelijker kan zijn) om de support uit te trekken. + +Deze instelling gaat slecht samen met het [Aantal wandlijnen supportstructuur](../support/support_wall_count.md). Als de support een extra wand om zich heen heeft, verbindt die wand de stukken opnieuw, waardoor het moeilijker wordt om stukken af te breken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_zag_per_mm.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_zag_per_mm.md new file mode 100644 index 000000000..cb18e3b83 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_skip_zag_per_mm.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Grootte Supportstuk +==== +Als support [Supportstructuur in Stukken Breken](support_skip_some_zags.md) is, bepaalt deze instelling hoe groot elk supportblok zal zijn. + + +![Elk blok is ongeveer 20 mm breed.](../../../articles/images/support_skip_some_zags.png) + +Kleinere stukken zijn meestal gemakkelijker te verwijderen dan grotere stukken. Er is minder oppervlak om aan het model te plakken, dus er is minder kracht nodig om de support te verwijderen. Dus als het verwijderen van support meestal niet moeilijk is, kan het verwijderen van support meer werk zijn. Elk stuk moet dan afzonderlijk worden verwijderd in plaats van de hele support in één groot stuk te verwijderen. + +Als de stukjes erg klein zijn, kan de structurele integriteit van de drager in gevaar komen. Het supportpatroon lijkt dan meer op het lijnenpatroon, waardoor de kans op kantelen groter wordt. Dit zou resulteren in meer besnaring en een slechtere overhangkwaliteit op de punten waar de support omklapt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_enable.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_enable.md new file mode 100644 index 000000000..d66b6ce7f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_enable.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Boom supporttructuur +==== +De boomsupportstructuur biedt een alternatieve benadering om het model te ondersteunen in vergelijking met de traditionele supporttechniek. Boomsupport creëert een vertakkende structuur die begint op de platform met een kleine basis, maar groeit naar de delen die support nodig hebben. + + +![Een boomachtige structuur ondersteund de overhang](../../../articles/images/support_structure_tree.png) + +De boomsupportstructuur kan obstakels vermijden als ze naar de overhangende gebieden groeien. Waar mogelijk zal de boom vanaf de platform omhoog groeien om het oppervlak waarop de support rust niet te beschadigen. Als dit niet mogelijk is, zal de boom op het oppervlak van het model rusten, zo dicht mogelijk bij de overhang om verspilling van tijd en materiaal te minimaliseren. De takken van de support van de boom worden beperkt door de [Tree Support Branch Angle](../support/support_tree_angle.md) zodat ze niet te steil overhangen. Dit beperkt het vermogen om rond obstakels te groeien en bepaalt ook de hoogte waarop takken beginnen te vertakken. + +De boomsupportstructuur is standaard hol. De normale supportinstellingen zijn echter nog steeds van toepassing op het gebied dat wordt omsloten door de takken van de boom. In het bijzonder kan de [Support Density](../support/support_infill_rate.md) worden gebruikt om meer structurele stijfheid aan de support toe te voegen. Omdat de supportstructuur van de boom inherent kronkelig is, heeft deze gewoonlijk voldoende sterkte voor zijn doel. + +De boomdraagconstructie biedt een aantal voordelen ten opzichte van de normale draagconstructie, om er een paar te noemen: +* Voor een boomdraagconstructie is over het algemeen veel minder materiaal nodig dan voor een reguliere draagconstructie. Doorgaans wordt tussen 25% en 50% van het materiaalverbruik bespaard. Dit bespaart veel tijd en materiaalkosten. +* Wanneer geprint met hetzelfde materiaal als de print, ziet de overhang er meestal beter uit bij gebruik van de boomdraagstructuur. +* De boomdraagconstructie is makkelijker te verwijderen dan een normale draagconstructie. +* De supportstructuur voor bomen laat minder littekens achter op het oppervlak dan normale support, omdat deze rond het model naar de platform kan reiken. + +Dit heeft echter ook enkele nadelen: +* De boomsupportstructuur kost veel meer tijd om te snijden. Geduld is vereist, vooral bij grote modellen. +* Er zijn veel stromingsonderbrekingen bij het printen van de kleinste takken, waardoor de boomdraagstructuur ongeschikt is voor het printen van moeilijk te extruderen materialen, zoals PVA of flexibele materialen. +* De structuur van de boomsupport is niet erg goed voor het ondersupporten van sommige mechanische modellen. In het bijzonder heeft hij de neiging om te weinig takken te plaatsen om vlakke, hellende overstekken te ondersupporten. + +Hoewel de boomsupportstructuur tegelijk met de normale support kan worden geactiveerd, is dit over het algemeen niet wenselijk. De twee soorten support overlappen elkaar en resulteren in overexpansie. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_count.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_count.md new file mode 100644 index 000000000..8c5227fef --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_count.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Aantal wandlijnen van boomsupportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt het aantal contouren dat binnen de boomsupportstructuur wordt geprint. Hoe meer contouren, hoe stijver de draagstructuur van de boom. + +![Twee wanden](../../../articles/images/support_tree_wall_count.png) + +Meer wanden maken de support veel stabieler, vooral bij grote [hoeken van takken](../support/support_tree_angle.md). Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de print en verkleint de kans dat de supporttakken breken. + +Dit verhoogt echter ook aanzienlijk de tijd en het materiaal dat nodig is voor support. + +Deze instelling werkt ongeveer hetzelfde als de instelling [Aantal supportwandlijnen](../support/support_wall_count.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..e0d6caf5a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_tree_wall_thickness.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Wanddikte van de boomsupportconstructie +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de omtrek van de boomsupportstructuur moet zijn. Hoe dikker de omtrek, hoe meer contouren in de vorm van de boom worden geprint. + +![Bij een wanddikte van 0,8 mm zijn er twee contouren binnenin de boomdsupportstructuur](../../../articles/images/support_tree_wall_count.png) + +Dikkere wanden maken de support veel stabieler, vooral bij grote [hoeken van takken](../support/support_tree_angle.md). Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de print en verkleint de kans dat de supporttakken breken. + +Dit verhoogt echter ook aanzienlijk de tijd en het materiaal dat nodig is voor support. + +Deze instelling werkt ongeveer hetzelfde als de instelling [Aantal supportwandlijnen](../support/support_wall_count.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/support_zag_skip_count.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_zag_skip_count.md new file mode 100644 index 000000000..46223750c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/support_zag_skip_count.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Aantal Lijnen Supportstuk +==== +Als de support [Supportstructuur in Stukken Breken](support_skip_some_zags.md) is, bepaalt deze instelling hoeveel supportlijnen in één blok worden gecombineerd. + + +![Elk blok bevat 8 regels.](../../../articles/images/support_skip_some_zags.png) + +Kleinere blokken zijn meestal gemakkelijker te verwijderen dan grotere blokken. Er is minder oppervlak om aan het model te plakken, dus er is minder kracht nodig om de support te verwijderen. Dus als het verwijderen van support meestal niet moeilijk is, kan het verwijderen van support meer werk zijn. Elk stuk moet dan afzonderlijk worden verwijderd in plaats van de hele support in één groot stuk te verwijderen. + +Als de stukjes erg klein zijn, kan de structurele integriteit van de drager in gevaar komen. Het patroon van de support lijkt dan meer op het lijnenpatroon, waardoor de kans op omvallen groter wordt. Dit zou resulteren in meer draden en een slechtere overhangkwaliteit op de punten waar de support omklapt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_angle.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_angle.md new file mode 100644 index 000000000..4f7ca6f65 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_angle.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Hoek Overhangende Wand +==== +Deze instelling specificeert de drempel waarboven een wand wordt gemarkeerd als een "overhangende wand". Deze overhangende wanden kunnen met een andere snelheid worden geprint door de instelling [Snelheid Overhangende Wand](wall_overhang_speed_factor.md) te gebruiken. + +Als deze voorkeur op 0° staat, worden alle wanden als overhangende wanden behandeld. Als deze voorkeur op 90° staat, worden geen wanden als overhangende wanden behandeld. Ook worden wanden die op een drager rusten niet als overhangende wanden behandeld. + +Het doel van deze functie is om betere overhangkwaliteiten te bieden voor gebieden die bijna moeten worden support door een [Support genereren](../support/support_enable.md), maar niet helemaal. In plaats van extra tijd en materiaal te besteden aan support en het oppervlak te beschadigen bij het verwijderen van de support, kunt u deze overhangende wanden iets langzamer printen en de [Overhanghoek Supportstructuur](../support/support_angle.md) iets hoger instellen. Hiermee wordt bereikt dat het printen van toenemende overhanghoeken beter gespreid kan worden. + +Als u deze instelling hoger instelt dan de Overhanghoek van de support, wordt het effect van deze functie aanzienlijk verminderd, aangezien wanden die zich boven de support bevinden niet worden gedefinieerd als overhangende wanden, dus wanden die zijn geprint met een overhanghoek die is gedefinieerd als overhangende wand, worden ook ondersteund en niet geprint met verschillende snelheden. Deze functie heeft echter ook effect wanneer support is uitgeschakeld of voor delen van de overhang die om andere redenen niet worden ondersteund, zoals [Minimumgebied supportstructuur](../support/minimum_support_area.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_speed_factor.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_speed_factor.md new file mode 100644 index 000000000..1007fa8ea --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wall_overhang_speed_factor.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Snelheid Overhangende Wand +==== +Deze instelling kan worden gebruikt om de snelheid in te stellen waarmee [Hoek Overhangende Wand](wall_overhang_angle.md) wordt geprint. Snelheid wordt ingesteld als een verhouding van hun normale printsnelheid, die ofwel [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md) of [Snelheid Binnenwand](../speed/speed_wall_x.md) is. + +Overhangen printen bij lagere snelheden kunnen zeer effectief zijn om doorzakken te verminderen. Dit heeft een aantal positieve effecten op je print. +* wanden krijgen meer tijd om te verbinden met de aangrenzende wanden van de vorige laag. Hierdoor blijven ze beter rechtop staan, wat doorhangen vermindert. +* Wanneer de ventilatorsnelheid hoog is ingesteld, hebben de ventilatoren meer tijd om het filament af te koelen. Hierdoor zal het sneller stollen. Als de printsnelheid hoog is ingesteld, heeft het materiaal meer tijd om te zakken. +* Het materiaal in de overhang is nog verbonden met een parel die uit de nozzle komt. Langzamer printen houdt nozzle dichter bij het materiaal tijdens het stollen, wat betekent dat de trekkracht van nozzle op het materiaal effectiever is om de rups omhoog te houden terwijl het stolt. + +Overhangen bij het printen bij lagere (of andere) snelheden kunnen echter ook negatieve effecten hebben: +* Het printen duurt uiteraard langer. +* De rand waar de printsnelheid verschilt kan aan de buitenkant duidelijk zichtbaar zijn. Dit zal resulteren in een zichtbare rand in uw print die misschien niet wenselijk is. +* Bij het vertragen zal er een tijdelijke over-extrusie van de nozzle zijn vanwege de hoge druk in de nozzlekamer. Dit kan scheuren veroorzaken of de kwaliteit van de overhang aantasten. Naarmate de snelheid wordt verhoogd, treedt enige onder-extrusie op. Over het algemeen werkt deze techniek beter voor grote overhanggebieden dan voor kleine overhanggebieden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_brush_pos_x.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_brush_pos_x.md new file mode 100644 index 000000000..3a877d028 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_brush_pos_x.md @@ -0,0 +1,11 @@ +X-positie afveegborstel +==== +Deze instelling bepaalt waar nozzle beweegt tijdens het vegen. + +De afveegbewerking ondersteund alleen wissen in X-richting. Dit betekent dat de veegborstel de gehele Y-as moet overspannen. Het afvegen gebeurt direct links of rechts vanaf het punt waar de nozzle op de laag terechtkomt. De wisbeweging zelf vindt ook uitsluitend in de X-richting plaats. + +Het wissen kan zowel in de negatieve X-richting als in de positieve X-richting worden gedaan. Als u de positieve X-richting gebruikt, moet u nozzle waarschijnlijk iets voorbij de rand van het bouwvolume verplaatsen. Als de borstel in de negatieve X-richting staat, moet deze coördinaat hoogstwaarschijnlijk negatief zijn. + +De nozzle zal tijdens het afvegen nooit voorbij dit punt komen. Het afvegen zelf gebeurt vanaf dit punt in de richting van het model. Het zal niet verder afvegen dan dit punt. + +Deze coördinaat zit in het G-code coördinatensysteem, dat verschilt van de coördinaten die Cura weergeeft in de verplaatsingstool voor objectplaatsing. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_amount.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_amount.md new file mode 100644 index 000000000..f171c3183 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_amount.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Hoogte Z-sprong voor afvegen +==== +Deze instelling configureert hoeveel speelruimte er moet worden gecreëerd bij het wissen tijdens het verplaatsen. Dit kan onafhankelijk van [Hoogte Z-sprong](../travel/retraction_hop.md) worden geconfigureerd. + +Tijdens het afvegen beweegt nozzle snel heen en weer. Hierdoor zal de printer heftig schudden, waardoor de platform en het portaalsysteem ook op en neer gaan oscilleren. Als de normale z-jump-hoogte erg smal is geconfigureerd, moet er iets meer ruimte worden gelaten voor de z-jump-bewerking tijdens het wissen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_enable.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_enable.md new file mode 100644 index 000000000..e6c3fca1d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_enable.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Z-sprong afvegen +==== +Met deze instelling wordt de wisbewerking uitgevoerd tijdens de Z-sprong. Dit kan apart van de normale [Z-sprong wanneer ingetrokken](../travel/retraction_hop_enabled.md) worden geconfigureerd. + +Het afvegen omvat twee zeer lange bewegingen die de rand van het bouwvolume bereiken. Tijdens deze verplaatsingen kan de printkop een behoorlijke snelheid bereiken omdat hij veel tijd heeft om te accelereren. Bij hoge snelheden is er een verhoogd risico dat de printkop per ongeluk over reeds geprinte delen stoot. Daarom moet u z-jumps inschakelen, zelfs als u dit bij normaal printen niet zou doen. + +De z-hop in deze procedure wordt uitgevoerd ongeacht of [Z-sprong alleen over Geprinte Delen](../travel/retraction_hop_only_when_collides.md) wordt uitgevoerd of dat er geprinte delen tussen zitten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_speed.md new file mode 100644 index 000000000..497458b57 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_hop_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Sprongsnelheid voor afvegen +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle omhoog - of omlaag over de platform gaat - bij z-springen om te vegen. Dit kan apart van de normale [Snelheid Z-sprong](../speed/speed_z_hop.md) worden geconfigureerd. + +Als u de [Hoogte Z-sprong voor afvegen](wipe_hop_amount.md) aanpast, moet u ook de snelheid aanpassen aan de extra afstand die moet worden afgelegd. Merk echter op dat de grotere afstand ook een grotere bewegingssnelheid mogelijk maakt als gevolg van acceleratie. Voorheen werd de topsnelheid mogelijk helemaal niet bereikt vanwege acceleratiebeperkingen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_move_distance.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_move_distance.md new file mode 100644 index 000000000..7176b0a1a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_move_distance.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Verplaatsingsafstand voor afvegen +==== +Met deze instelling kunt u specificeren hoe breed de veegbewegingen moeten zijn. nozzle verplaatst deze afstand bij [Aantal afveegbewegingen](wipe_repeat_count.md). + +Aanvankelijk wordt nozzle net na het afvegen op een [X-positie afveegborstel](wipe_brush_pos_x.md) geplaatst. De in deze instelling gespecificeerde afstand moet zo worden gekozen dat wanneer de nozzle over die afstand wordt verplaatst, deze aan de andere kant van de borstel wordt geplaatst. Een te grote afstand leidt tot onnodige beweging en kan ertoe leiden dat nozzle teruggaat in het bouwvolume, waardoor het het model onnodig kan raken als [Z-sprong afvegen](wipe_hop_enable.md). Als ze niet ver genoeg beweegt, kan ze de borstel niet goed raken. + +De afstand kan ook negatief zijn. nozzle veegt dan in de andere richting. Afhankelijk van de keuze van [X-positie afveegborstel](wipe_brush_pos_x.md) kan dit nodig zijn om in de juiste richting te wissen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_pause.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_pause.md new file mode 100644 index 000000000..b686d2ba3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_pause.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Afvegen pauzeren +==== +Met deze instelling kan nozzle een korte pauze nemen na het afvegen. + +Het veegproces is vrij lang voor een verplaatsbeweging. De nozzle gaat helemaal tot aan de rand van het bouwvolume en beweegt daar heen en weer en moet dan terug naar de print. Gedurende deze tijd zal er veel sijpelen en een langere [Intrekafstand voor afvegen](wipe_retraction_amount.md) die nodig kan zijn. Na het terugtrekken is er een tijd dat de stroming uit nozzle nog op gang moet komen. Door deze pauze kan de nozzlekamer opnieuw onder druk komen te staan wanneer het materiaal weer wordt teruggetrokken, waardoor de eerste lijn goed kan printen zonder noemenswaardige onder-extrusie. + +Als u te lang pauzeert, zal er een klodder verschijnen waar nozzle terechtkomt. Afhankelijk van de [Vulling vóór Wanden](../infill/infill_before_walls.md) maakt dit misschien niet uit, omdat de klodder aan de binnenkant van de print kan verschijnen waar deze niet zichtbaar is. Het materiaal dat voor deze klodder is gebruikt, wordt echter niet gebruikt voor de volgende geprinte lijnen, dus ook daar treedt onder-extrusie op. Deze instelling vereist een zorgvuldige afstemming. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_repeat_count.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_repeat_count.md new file mode 100644 index 000000000..e6faa99e6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_repeat_count.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Aantal afveegbewegingen +==== +Deze instelling bepaalt hoe vaak nozzle bij elke veeg van de borstel wordt geveegd. nozzle beweegt heen en weer over nozzle totdat het dat aantal bereikt. + +De initiële verplaatsingen van en naar de veegposities worden niet meegeteld met deze instelling, maar de [X-positie afveegborstel](wipe_brush_pos_x.md) bevindt zich altijd achter de borstel. Daarom wordt nozzle nog twee keer afgeveegd voor en na het afvegen op de borstel. + +Door vaker af te vegen, wordt het vegen effectiever bij het verwijderen van restmateriaal uit nozzle. Het afvegen duurt dan echter ook langer en het materiaal kan bij het afvegen meer uit de nozzle komen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_amount.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_amount.md new file mode 100644 index 000000000..4749d4668 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_amount.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Intrekafstand voor afvegen +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver het materiaal moet worden teruggetrokken tijdens het vegen. Deze instelling kan onafhankelijk van de instelling [Intrekafstand](../travel/retraction_amount.md) worden gemaakt. + +Bij het afvegen beweegt nozzle helemaal naar de zijkant van de printer, heen en weer daarheen en dan helemaal terug. Dit is in wezen een zeer lange verpaatsingsbeweging. Aangezien deze verplaatsing langer is dan de gemiddelde verplaatsing tijdens het printen, kunt u overwegen de intrekafstand te vergroten wanneer u veegt die verder gaat dan de afstand die bij normaal printen wordt gebruikt. + +Het verder intrekken van het materiaal kost meer tijd en het filament slijt sneller, maar het materiaalverlies door sijpelen wordt verminderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_enable.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_enable.md new file mode 100644 index 000000000..72a2ca0e4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_enable.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Intrekken voor afvegen inschakelen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt het materiaal tijdens het afvegen ingetrokken. Dit kan afzonderlijk van [Intrekken Inschakelen](../travel/retraction_enable.md) worden geconfigureerd. + +Bij het afvegen beweegt nozzle helemaal naar de zijkant van de printer, beweegt daar heen en weer en trekt zich vervolgens helemaal terug. Dit is in wezen een zeer lange reisbeweging. Omdat deze verplaatsing langer is dan de gemiddelde verplaatsing tijdens de printrun, moet u de media tijdens dit proces laten intrekken, ook al is intrekken normaal uitgeschakeld. + +Naarmate er materiaal wordt aangezogen, wordt de hoeveelheid materiaal die bij het afvegen naar buiten komt, verminderd. Het materiaal dat bij het afvegen naar buiten komt, wordt meestal met de borstel weggeveegd. Dit materiaal gaat dan echter verloren. Dientengevolge is er onmiddellijk na het afvegen enige onder-extrusie, omdat dit materiaal eruit is gesijpeld in plaats van op de juiste plaats te worden geplaatst. + +Aan de andere kant kan het instrekken enige tijd kosten en leiden tot onnodige slijtage van het filament. Als onder-extrusie geen probleem is, kan het uitschakelen van de invoer wat tijd besparen en de betrouwbaarheid verbeteren. Dit kan b.v. goed werken wanneer de [Vulling vóór Wanden](../infill/infill_before_walls.md) aangezien enige onder-extrusie tijdens het vullen niet echt een probleem is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_extra_prime_amount.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_extra_prime_amount.md new file mode 100644 index 000000000..f0de12989 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_extra_prime_amount.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Extra primehoeveelheid na intrekken voor afvegen +==== +Als [Intrekken voor afvegen inschakelen](wipe_retraction_enable.md) is ingeschakeld, wordt het materiaal teruggetrokken nadat het wissen is voltooid. Wanneer dit gebeurt, wilt u misschien dat het filament iets verder wordt geduwd dan de oorspronkelijke [Intrekafstand voor afvegen](wipe_retraction_amount.md) om het verloren filament ondanks het terugtrekken te compenseren. Dit kan apart worden geconfigureerd van de [Extra Primehoeveelheid na intrekken](../travel/retraction_extra_prime_amount.md). + +Bij het afvegen beweegt nozzle helemaal naar de zijkant van de printer, beweegt daar heen en weer en trekt zich vervolgens helemaal terug. Dit is in wezen een zeer lange verplaatsbeweging. Aangezien deze verplaatsing langer duurt dan de gemiddelde verplaatsing door de print, kan er meer materiaal verloren zijn gegaan door lekkage. Om dit te compenseren, moet u mogelijk meer materiaal doorvoeren na het afvegen dan na normale verplaatsbewegingen. + +Als er te veel extra materiaal wordt doorgevoerd, zal enige over-extrusie optreden. Dit manifesteert zich als een klodder waar de nozzle na het afvegen terecht komt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_prime_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_prime_speed.md new file mode 100644 index 000000000..4f10cd48f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_prime_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Primesnelheid Intrekken voor afvegen +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel het materiaal na het afvegen wordt teruggetrokken. Deze instelling kan onafhankelijk van de normale [Intreksnelheid(Primen)](../travel/retraction_prime_speed.md) snelheid worden gemaakt. + +Langzamer terugtrekkenn kan ertoe leiden dat er een kleine klodder verschijnt waar nozzle na het afvegen terechtkomt. Een lagere snelheid kan echter nodig zijn om het materiaal goed te laten stromen na een langere terugtrekking voor het veegproces. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_retract_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_retract_speed.md new file mode 100644 index 000000000..999bf88bd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_retract_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Intreksnelheid voor afvegen (intrekken) +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel het materiaal wordt ingetrokken om te worden afgeveegd. Deze instelling kan onafhankelijk van de normale [Intreksnelheid](../travel/retraction_retract_speed.md) worden gemaakt. + +Aangezien het materiaal dat tijdens dit afvegen uit de nozzle komt, toch wordt afgeveegd, kan de intreksnelheid voor deze bewerking enigszins worden verlaagd in vergelijking met de rest van de afdruk. Dit vermindert slijtage aan het filament. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_speed.md new file mode 100644 index 000000000..75fc36731 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wipe_retraction_speed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Intreksnelheid voor afvegen +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel het filament in- en uitschuift tijdens het wissen. Dit kan onafhankelijk van de normale [Intreksnelheid](../travel/retraction_speed.md) worden geconfigureerd. + +Aangezien het materiaal dat tijdens dit afvegen uit de nozzle komt, toch wordt afgeveegd, kan de intreksnelheid voor deze bewerking enigszins worden verlaagd in vergelijking met de rest van de print. Dit vermindert slijtage aan het filament. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_bottom_delay.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_bottom_delay.md new file mode 100644 index 000000000..9f85d68c1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_bottom_delay.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Neerwaardse Vertraging Draadprinten +==== +Bij deze instelling pauzeert de nozzle even na het printen van een schuin naar beneden lopende lijn. + +![Het punt waar de nozzle stopt](../../../articles/images/wireframe_bottom_delay.svg) + +Als nozzle stilstaat, blijft het een beetje materiaal doorlopen en vormt een klodder. Deze klodder helpt het zaagtandpatroon aan de horizontale ring eronder te bevestigen. Dit verbetert de sterkte en betrouwbaarheid van de print. + +Het toevoegen van een vertraging verhoogt echter de printtijd aanzienlijk. Er zijn veel plaatsen waar nozzle dan pauzeert \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_drag_along.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_drag_along.md new file mode 100644 index 000000000..c33d27d06 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_drag_along.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Meeslepen Draadprinten +==== +Bij het printen van de diagonale neerwaartse beweging van het zaagtandpatroon voor draadprinten, heeft het materiaal de neiging om een beetje mee te slepen. Deze instelling compenseert dit effect door de vorm van het zaagtandpatroon enigszins te veranderen. De punten van de tanden worden naar boven en naar achteren gebracht. + +![De punten van de zaagtanden worden heen en weer bewogen](../../../articles/images/wireframe_drag_along.svg) + +De punten van de tanden worden precies in de tegenovergestelde richting van de neerwaartse diagonale beweging bewogen. Hopelijk, terwijl het materiaal wordt voortgesleept, zullen de toppen van het zaagtandpatroon op hun beoogde plaats terechtkomen. + +Als het goed is afgesteld, wordt het zaagtandpatroon nauwkeuriger geprint. Als gevolg hiervan zal de volgende horizontale ring die bovenop het zaagtandpatroon wordt geplaatst, niet zo ver doorhangen als anders het geval zou zijn. De hele structuur wordt stabieler en het printen wordt betrouwbaarder. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..24956868e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_enabled.md @@ -0,0 +1,16 @@ +Draadprinten +==== +Deze instelling maakt een heel ander soort printen mogelijk, genaamd draadprinten. Bij draadprinten drukt de printer geen vast object af, maar alleen een driehoekig netwerk van dunne draden dat zich aan de buitenvorm aanpast. + +Deze techniek heeft een aantal voordelen: +* Het drukt veel sneller af dan een vast object. +* Het gebruikt slechts een fractie van het materiaal dat bij normaal printen zou worden gebruikt. +* Het lijkt alsof het met de hand is gemaakt met een 3D-printpen. + +Het resulterende object is echter niet functioneel. Het is ongeveer de juiste maat, wat het handig maakt voor prototyping om een idee te krijgen van de schaal van de print, hoewel de maat ook niet erg nauwkeurig is. Het resulterende object is uiterst kwetsbaar, niet alleen tijdens het printen maar ook daarna. Het is moeilijk om het van de platform te halen zonder het te beschadigen. Ook verliest het model de meeste details. + +Bij het printen met draadstructuur worden ringen van materiaal aangebracht met een relatief grote verticale afstand van enkele millimeters. Tussen deze ringen wordt een zaagtandvorm geprint, waardoor de volgende ring op de vorige kan rusten. Waar het oppervlak van het model horizontaal is, wordt een vergelijkbare techniek gebruikt om de bovenkant te sluiten. Binnen het dak bevinden zich concentrische ringen die bij elkaar worden gehouden door een zaagtandvorm die zorgvuldig in de lucht wordt opgehangen door van buitenaf (waar het tegen een wand kan stoten) naar binnen te bouwen. + +Wireframe-printen werkt alleen betrouwbaar op vormen die bijna volledig verticaal zijn, vergelijkbaar met het type modellen dat goed zou werken met [Buitencontour Spiraliseren](../blackmagic/magic_spiralize.md). Als het oppervlak over grote vlakken horizontaal is, moet de dakafsluittechniek een extreem grote afstand overbruggen. Dit zal dan hoogstwaarschijnlijk mislukken. Als het model vervolgens halverwege een horizontaal vlak omhoog gaat, zal het vrijwel zeker in de lucht printen. + +**Cura's laagweergave geeft het printen van draad direct na het snijden niet correct weer. Het resultaat kan echter nog steeds worden bekeken door de G-code op schijf op te slaan en die G-code opnieuw te openen met Cura.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_fall_down.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_fall_down.md new file mode 100644 index 000000000..485146ad4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_fall_down.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Valafstand Draadprinten +==== +Houd er bij het printen van het draadframe rekening mee dat het materiaal doorzakt voordat het door de latente warmte de kans krijgt om te stollen. Dit zou het zaagtandpatroon te kort maken. Terwijl de horizontale ringen kunnen overbruggen door de continue horizontale beweging, kan het zaagtandpatroon dat niet. Deze instelling compenseert de korte gestalte van het zaagtandpatroon door het patroon iets groter te maken, zodat de volgende horizontale ring er goed op rust. + +![Hoe de hoogte van het zaagtandpatroon wordt gecompenseerd](../../../articles/images/wireframe_fall_down.svg) + +De waarde van de instelling wordt opgeteld bij de hoogte van de zaagtanden. Dit compenseert hopelijk de doorbuiging bij het printen van die zaagtanden. Als de instelling correct is, drukt de horizontale ring stevig bovenop het zaagtandpatroon, in plaats van lager te vallen dan de beoogde printhoogte. + +In combinatie met [Meeslepen Draadprinten](wireframe_drag_along.md), wordt de hoogte van het zaagtandpatroon de normale [Verbindingshoogte Draadprinten](wireframe_height.md) plus de waarde van de Drag-instelling plus de waarde van die instelling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flat_delay.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flat_delay.md new file mode 100644 index 000000000..bb42d9e63 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flat_delay.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Vertraging Platte Lijn Draadprinten +==== +Tijdens het printen van de horizontale ringen van het wireframe pauzeert de nozzle een fractie van een seconde bij elk lijnsegment. Deze instelling configureert de duur van deze pauze. De pauze is precies waar de horizontale ring het zaagtandpatroon eronder ontmoet. + +![De plaatsen waar de nozzle zal pauzeren](../../../articles/images/wireframe_flat_delay.svg) + +Als u volledig tot stilstand komt en even pauzeert, zal er een kleine klodder doorgesijpeld materiaal zijn waar de nozzle pauzeert. De druk van het materiaal dat uit de nozzlekamer stroomt, drukt ook de horizontale ring iets naar beneden. Hierdoor hecht de ring extra goed aan het zaagtandpatroon eronder. + +De pauze verhoogt de totale printtijd aanzienlijk. Er zijn veel plaatsen waar nozzle stopt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow.md new file mode 100644 index 000000000..4148b6bcb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer Draadprinten +==== +Met deze instelling kan het doorvoer aangepast worden tijdens het printen met de Wire Printing techniek. Dit dient simpelweg als een vermenigvuldiger op de lijnbreedte en laaghoogte. Het bepaalt direct hoeveel materiaal wordt gebruikt voor Wire Printing. + +Met deze instelling wordt de doorvoer voor de hele print aangepast, maar de doorvoer kan ook apart worden aangepast voor de [Doorvoer Platte Lijn Draadprinten](wireframe_flow_flat.md) of de [Verbindingsdoorvoer Draadprinten](wireframe_flow_connection.md). + +Bij het printen van draden wordt de afstand tussen lijnen en lagen niet bepaald door lijnbreedte of laaghoogte. Alleen de [Verbindingeshoogte Draadprinten](wireframe_height.md) en de [Afstand Dakuitsparingen Draadprinten](wireframe_roof_inset.md) worden gebruikt. Dus in plaats van de draadprintdoorvoer aan te passen, kunt u net zo goed de [laaghoogte](../resolution/layer_height.md) of [Lijnbreedte Vulling](../resolution/line_width.md) instellingen of de [Doorvoer](../material/material_flow.md). Dit heeft hetzelfde effect. Deze instellingen worden echter gebruikt om een printprofiel te maken met de juiste doorvoer voor draadprinten zonder de printkwaliteit te beïnvloeden van normale printen waarbij geen draadprint wordt gebruikt. + +Door de doorvoer te verhogen, worden de draden dikker. Dit maakt het frame stijver als het eenmaal is gestold. Dit verhoogt echter ook de hoeveelheid warmte in het frame, waardoor het langer duurt om de draden te laten stollen. Hierdoor gaan de draden doorhangen en neemt de betrouwbaarheid van de print af, omdat de draden mogelijk niet goed zijn aangesloten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_connection.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_connection.md new file mode 100644 index 000000000..1a6e53f2d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_connection.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Verbindingsdoorvoer Draadprinten +==== +Deze instelling configureert de doorvoersnelheid (en dus de dikte van de draden) van de draden die op en neer gaan in de draadframestructuur. Deze is los van de horizontale ringen in te stellen. + +![Waar de verschillende doorvoerinstellingen van toepassing zijn](../../../articles/images/wireframe_flow.svg) + +Door de doorvoer te vergroten, worden de draden dikker. Dit maakt de verbindingen stijver als ze eenmaal zijn gestold. Dit verhoogt echter ook de hoeveelheid warmte in de draden, zodat ze langer nodig hebben om te stollen. Dit vermindert de betrouwbaarheid van de print omdat de draden mogelijk niet goed worden aangesloten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_flat.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_flat.md new file mode 100644 index 000000000..9c51502c2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_flow_flat.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer Platte Lijn Draadprinten +==== +Deze instelling configureert de doorvoersnelheid (en dus de dikte van de draden) van de horizontale ringen in de draadframestructuur. Dit kan afzonderlijk van de snelheid van de op- en neerwaartse draden worden geconfigureerd. + +![Waar de verschillende doorvoerinstellingen van toepassing zijn](../../../articles/images/wireframe_flow.svg) + +Door de doorvoer te vergroten, worden de draden dikker. Dit maakt de horizontale ringen stijver als ze eenmaal gestold zijn. Dit verhoogt echter ook de hoeveelheid warmte in de horizontale ringen, waardoor ze langer nodig hebben om te stollen. Hierdoor zullen de draden doorhangen en wordt de betrouwbaarheid van de print verminderd, omdat de draden mogelijk niet goed worden aangesloten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_height.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_height.md new file mode 100644 index 000000000..7e1bd0a2b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_height.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Verbindingshoogte Draadprinten +==== +Draadprinten drukt een reeks ringen rond de omtrek af. De verticale afstand van de ringen wordt bepaald door deze instelling. Met deze instelling kunt u bepalen hoe lang de verbindingen tussen twee concentrische ringen moeten zijn. + +![Draadprint gevisualiseerd vanaf de zijkant, hoogtemarkering](../../../articles/images/wireframe_height.svg) + +De ringen zijn verbonden in een zaagtandpatroon. Deze bestaat uit een verticale lijn en een diagonale lijn. De verticale lijn komt exact overeen met de lengte van de verbinding. De diagonale lijn staat in een hoek van 45°. Deze instelling bepaalt dus niet alleen de verticale hoogte tussen de ringen, maar ook de horizontale maat van het zaagtandpatroon. Het bepaalt hoe dicht het frame in het algemeen zal zijn. + +Door de hoogte te verlagen, wordt het frame dichter. Dit maakt het frame stabieler en het printen betrouwbaarder. Het duurt dan echter ook langer voordat de lijst geprint is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_nozzle_clearance.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_nozzle_clearance.md new file mode 100644 index 000000000..4f5894f92 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_nozzle_clearance.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Tussenruimte Nozzle Draadprinten +==== +Deze aanpassing past eenvoudig de afstand tussen de verticale stutten van het zaagtandpatroon van de draadprint aan. Het maakt het patroon breder dan het hoog is, met als uitgangspunt dat er ruimte overblijft voor nozzle om naar de vorige horizontale ring te gaan. + +Typisch omvat het zaagtandpatroon een diagonaal die precies 45° schuin staat. De hoogte van de tanden is precies hetzelfde als hun breedte. Deze instelling vergroot de breedte van deze tanden. Hierdoor wordt de diagonale lijn platter geprint. + +Als u deze instelling verhoogt, neemt het aantal verbindingen tussen de horizontale ringen van het draadframe af. Hierdoor wordt het frame zwakker, maar neemt de printtijd iets af. Als nozzle erg breed en vlak is, kan deze instelling worden gebruikt om te voorkomen dat nozzle de aangrenzende tanden raakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed.md new file mode 100644 index 000000000..9f52e9615 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Snelheid Draadprinten +==== +Deze instelling configureert de algehele verplaatsingssnelheid van de printkop in elke fase van het draadprintproces. De snelheid kan afzonderlijk worden ingesteld voor de [Opwaardse Printsnelheid Draadprinten](wireframe_printspeed_up.md), [Neerwaardse Printsnelheid Draadprinten](wireframe_printspeed_down.md) en [Hhorizontale Printsnelheid Draadprinten](wireframe_printspeed_flat.md) bewegingen, evenals voor de horizontale bewegingen op de [Printsnelheid Bodem Draadprinten]( wireframe_printspeed_bottom.md). Deze instelling heeft (standaard) invloed op al deze snelheden. + +Als u de printsnelheid verhoogt, kost het minder tijd om printen. Dit verhoogt echter ook de trillingen en vermindert de nauwkeurigheid van de nozzlebewegingen. De betrouwbaarheid van draadprinten hangt vooral af van de sterkte van de verbindingen. Hoe hoger de snelheid, hoe minder kans er is om twee punten in het frame goed met elkaar te verbinden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_bottom.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_bottom.md new file mode 100644 index 000000000..ee24bf0cc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_bottom.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printsnelheid Bodem Draadprinten +==== +Deze instelling configureert de printsnelheid van de concentrische ringen op de eerste laag van de print bij gebruik van draadprinten. De printsnelheid van de initiële vlakke laag kan afzonderlijk van de rest van de horizontale lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de verschillende snelheden van toepassing zijn op draadprinten](../../../articles/images/wireframe_printspeed.svg) + +Voor de eerste vlakke laag hoeft de draadprinttechniek niet te worden overbrugd. Afhankelijk van de consolidatie-eigenschappen van uw materiaal en de ventilatorsnelheden van uw printer, kan de onderste laag iets langzamer printen dan de overige vlakke lagen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_down.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_down.md new file mode 100644 index 000000000..132cf474a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_down.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Neerwaardse Printsnelheid Draadprinten +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel de nozzle naar beneden beweegt bij een diagonale beweging in een zaagtandpatroon. De snelheid van de neerwaartse beweging kan afzonderlijk van de rest van de draadprintsnelheid worden geconfigureerd. + +![Waar de verschillende snelheden van toepassing zijn op draadprinten](../../../articles/images/wireframe_printspeed.svg) + +Langzamer bewegen kost meer tijd, maar geeft het materiaal meer tijd om te stollen. Dit maakt de print betrouwbaarder. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_flat.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_flat.md new file mode 100644 index 000000000..4c1d5c265 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_flat.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Horizontale Printsnelheid Draadprinten +==== +Deze instelling specificeert hoe snel nozzle horizontaal moet bewegen bij het printen van de horizontale ringen van het draadframe. De snelheid van de horizontale lijnen kan afzonderlijk van de rest van de draadprintsnelheid worden geconfigureerd. + +![Waar de verschillende snelheden van toepassing zijn op draadprinten](../../../articles/images/wireframe_printspeed.svg) + +De onderste horizontale laag wordt geprint met [Printsnelheid Bodem Draadprinten](wireframe_printspeed_bottom.md). Dit is apart in te stellen. + +Langzamer printen kost meer tijd, maar geeft het materiaal meer tijd om uit te harden. Dit verbetert het overbruggingsvermogen van het materiaal, waardoor de print betrouwbaarder wordt en er uiteindelijk ook beter uitziet. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_up.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_up.md new file mode 100644 index 000000000..47272cae0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_printspeed_up.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Opwaartse Printsnelheid Draadprinten +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle omhoog beweegt tijdens het uitvoeren van een verticale beweging in een zaagtandpatroon. De snelheid van de opwaartse beweging kan afzonderlijk van de rest van de draadprintsnelheid worden geconfigureerd. + +![Waar de verschillende snelheden van toepassing zijn op draadprinten](../../../articles/images/wireframe_printspeed.svg) + +De opwaartse beweging vindt niet gedurende de gehele beweging plaats met de opgegeven snelheid. Voor het kleinste stukje opwaartse beweging gedefinieerd door de instelling [Langzaam Opwaarts Draadprinten](wireframe_up_half_speed.md) beweegt de printkop met de helft van die snelheid. + +Een langzamere opwaartse beweging kost meer tijd, maar geeft het materiaal meer tijd om te stollen. Op die manier zal het niet zo veel in de richting van de diagonaal worden getrokken. Als je echter te langzaam gaat, wordt de lijn ook naar beneden geprint door de traagheid van het filament en de druk in de nozzlekamer. Het filament heeft dan de neiging te wiebelen, waardoor de kans kleiner wordt dat de volgende horizontale lijn een goede verbinding kan maken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_drag_along.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_drag_along.md new file mode 100644 index 000000000..36319f43e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_drag_along.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Meeslepen Dak Draadprinten +==== +Bij het printen van gesmolten plastic heeft nozzle de neiging een deel van het materiaal mee te trekken, zelfs nadat het is geëxtrudeerd. Dit effect is nog meer uitgesproken bij het printen in de lucht voor het draadframedak bij het printen in de Wire-modus. Deze instelling zorgt ervoor dat het zaagtandpatroon aan de bovenkant van de print iets dieper naar binnen doorloopt om te compenseren voor de nozzle weerstand. + +![De extra binnenwaartse afstand wordt geconfigureerd met deze instelling](../../../articles/images/wireframe_roof_drag_along.svg) + +Deze instelling zorgt ervoor dat de binnenste pieken van het zaagtandpatroon bovenaan de print verder naar binnen worden verschoven. De punten worden precies in de tegenovergestelde richting van de diagonalen bewogen, die naar buiten bewegen, niet de rechte stukken, die naar binnen bewegen. + +Met zorgvuldige afstemming is het doel van deze aanpassing om de bevestiging van de binnenste pieken van het zaagtandpatroon aan de concentrische ring die is geprint en erop rust, te verbeteren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_fall_down.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_fall_down.md new file mode 100644 index 000000000..fb7d0dee2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_fall_down.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Valafstand Dak Draadprinten +==== +Bij het printen van het dak van een draadframe in draadprintmodus, zullen sommige lijnen in de lucht zweven. Deze lijnen hebben de neiging om naar beneden te vallen, waardoor hun gesmolten materie zakt voordat ze uiteindelijk op hun plaats stollen. Met deze aanpassing kunt u deze doorzakking in het dak van de constructie compenseren. De lijnen die in de lucht zouden hangen, zijn iets hoger geprint, zodat ze ongeveer stollen waar ze zouden moeten eindigen. + +Alleen de hoekpunten die in de lucht zijn geprint, worden omhoog geduwd. Het verbindende zaagtandvormige patroon tussen elke concentrische cirkel is met de helft van zijn hoeken bevestigd aan de concentrische ring die ervoor is geprint, zodat die hoeken niet naar boven worden verschoven. Alleen de hoeken aan de binnenkant van het zaagtandpatroon worden naar boven verplaatst. + +Deze instelling is sterk afhankelijk van de printtemperatuur en het gebruikte materiaal. Sommige materialen, zoals: PLA, stolt zeer snel, terwijl andere langer duren. Als je op de koude kant print, stolt het sneller. Ook de kamertemperatuur heeft een grote invloed op de mate van doorzakken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_inset.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_inset.md new file mode 100644 index 000000000..d01c5fb94 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_inset.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Afstand Dakuitsparingen Draadprinten +==== +Als het oppervlak van het model horizontaal is, b.v. De bovenkant van het model zal bijvoorbeeld een reeks concentrische ringen printen die in een zaagtandpatroon zijn verbonden. Deze instelling bepaalt de afstand tussen deze concentrische ringen. + +![Bovenaanzicht van het draadframe, met de inzetmarkering](../../../articles/images/wireframe_roof_inset.svg) + +Tussen de concentrische inzetstukken is een zaagtandpatroon geprint. Het zaagtandpatroon heeft niet alleen de hoogte die door deze instelling wordt gespecificeerd, maar ook de basisbreedte van het zaagtandpatroon. De diagonale lijn wordt op een afstand van de basis van de door deze instelling gespecificeerde rechte lijn op de binnenste ring geplaatst. Deze instelling geeft dus de algehele dichtheid van het dakpatroon, niet alleen de afstand tussen de inzetstukken. + +Als u deze instelling verlaagt, komen de concentrische inzetstukken dichter bij elkaar, waardoor de algehele dichtheid van het patroon toeneemt. Dit verkleint de afstand die het materiaal moet afleggen bij het passeren van de bovenkant van het model. Dit verbetert de betrouwbaarheid en vergroot de kans dat er een juiste verbinding wordt gemaakt tussen elke afzonderlijke inzet. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_outer_delay.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_outer_delay.md new file mode 100644 index 000000000..68b79d6a9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_roof_outer_delay.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Vertraging buitenzijde dak tijdens draadprinten +==== +Met deze instelling kunt u nozzle zo configureren dat het elke keer dat het de buitenomtrek raakt even pauzeert terwijl het zaagtandpatroon in het dak van het draadframe wordt geprint. + +![De rode stippen zijn plaatsen waar de nozzle pauzeert](../../../articles/images/wireframe_roof_outer_delay.svg) + +Bij stilstand creëert de nozzle een klein kloddertje op het stoppunt, dat wordt veroorzaakt door lekkage. Deze blob verbetert de verbinding tussen het zaagtandpatroon en de omringende omtrek. + +Pauzeren neemt een aanzienlijk deel van de printtijd in beslag omdat er veel plaatsen zijn waar de nozzle pauzeert. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_straight_before_down.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_straight_before_down.md new file mode 100644 index 000000000..10dbd4179 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_straight_before_down.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Neerwaartse Lijnen Rechtbuigen Draadprinten +==== +Deze instelling is een andere compensatiefactor die kan worden toegepast om het doorzakken van het materiaal tijdens het printen van de draad te compenseren. In plaats van diagonaal recht naar beneden te bewegen voor het zaagtandpatroon, zorgt deze instelling ervoor dat nozzle horizontaal loopt over een bepaalde lengte draad en vervolgens verder naar beneden beweegt. + +![Eerst horizontaal recht en dan weer omlaag](../../../articles/images/wireframe_straight_before_down.svg) + +De rechte horizontale beweging is bedoeld om het materiaal iets omhoog te trekken voordat het naar beneden beweegt. Als het goed is afgesteld, zal het materiaal in een rechte diagonaal worden ingevoerd in plaats van in een doorzakkende curve. Hierdoor wordt het zaagtandpatroon sterker en komen de punten van de tanden beter overeind om de volgende horizontale ring te ondersteunen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_strategy.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_strategy.md new file mode 100644 index 000000000..8bdd4e657 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_strategy.md @@ -0,0 +1,26 @@ +Draadprintstrategie +==== +Het meest kritieke probleem voor de betrouwbaarheid van draadprinten zijn de verbindingspunten waar de lagen van het frame met elkaar verbonden zijn. Er zijn verschillende strategieën om deze verbindingen te versterken. Met deze instelling kunt u de strategie kiezen die de printer moet gebruiken. + +Compenseren +---- +Met deze strategie probeert de printer de absorptiefactoren van het model te compenseren. Als het materiaal in gesmolten toestand uit nozzle komt, valt het een beetje naar beneden voordat het stolt en wordt meegesleurd door de bewegingen van nozzle. Deze strategie vervormt het zaagtandpatroon dat de lagen van het frame verbindt op een manier die hopelijk weer op zijn plaats zal eindigen. + +Er zijn twee compensatiefactoren beschikbaar: een die het zaagtandpatroon alleen verticaal vervormt tot [Valafstand Draadprinten](wireframe_fall_down.md), en een die het zaagtandpatroon diagonaal vervormt tot [Meegeslepen Draadprinten](wireframe_drag_along.md). + +Knooppunt +---- +Wanneer deze strategie wordt gekozen, wordt er een kleine heen en weer beweging gemaakt aan de bovenkant van elke zaagtand om daar een "knoop" van materiaal te vormen. Het doel van de knoop is om de horizontale ring boven een gebied te geven om te verbinden met het zaagtandpatroon. De knoop zal van kant tot kant een beetje variëren, dus als de horizontale ring niet erg nauwkeurig is geplaatst, is de kans groter dat ze aan elkaar knopen. Ook trekt de knoop de lijn iets verder omhoog, zodat de horizontale ring eroverheen schuift. En tot slot zal de knoop ook enige lekkage veroorzaken vanwege het ontbreken van inkepingen in deze verplaatsbewegingen. Dit creëert een blob + +![Waar de knoop is geprint en hoe groot deze is](../../../articles/images/wireframe_top_jump.svg) + +De beweging voor dit "knooppunt" bestaat uit een reeks verplaatsbewegingen: +1. Eerst beweegt nozzle iets omhoog en naar achteren. +2. Wanneer er een [Opwaardse Vertraging Draadprinten](wireframe_top_delay.md) in de top is, zal de nozzle pauzeren voor de ingestelde vertragingstijd. Deze pauze wordt gemaakt aan de bovenkant van de beweging van de knoop. +3. Ten derde: nozzle gaat terug naar de normale hoogte. Tegelijkertijd beweegt nozzle naar voren en weg van de verticale lijn. + +Intrekken +---- +Als voor deze strategie wordt gekozen, wordt het materiaal na elke opwaartse beweging bij het printen van het zaagtandpatroon ingetrokken. Het idee is dat als het materiaal naar binnen wordt getrokken, de draad afbreekt. Dit vermindert het effect van het slepen van het materiaal met de beweging van nozzle, omdat de vorige lijn niet langer aan nozzle is bevestigd. Daarna maakt de nozzle een kleine sprong van 1 millimeter en vervolgt de diagonale beweging naar beneden richting de onderste laag. + +Een groot nadeel van deze strategie is dat de diagonale lijn naar beneden ook niet gefixeerd is. Dit maakt extrusie vrijwel nutteloos tijdens deze lijn. Het materiaal komt gewoon in een klodder op de onderste laag terecht. Het maalt het materiaal ook meer omdat het heen en weer wordt getrokken zonder veel tussenkomst van extruderen. Dit alles kost ook veel tijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_delay.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_delay.md new file mode 100644 index 000000000..f93ca04e0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_delay.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Opwaartse Printsnelheid Draadprinten +==== +Met deze instelling pauzeert nozzle even na het printen van een opwaartse lijn. + +![De plaats waar de nozzle pauzeert.](../../../articles/images/wireframe_top_delay.svg) + +Terwijl nozzle zich nog steeds bovenaan de stijgende lijn bevindt, heeft de stijgende lijn tijd om te stollen. Dit voorkomt dat het wordt opgeveegd door nozzle als het weer naar beneden beweegt. + +Uiteraard verlengt deze vertraging de printtijd aanzienlijk. Bij stilstand kan de warmte van nozzle het materiaal ook doen smelten, waardoor het er aan de bovenkant uitloopt. Dit voegt een klodder gesmolten materiaal toe aan een enkele lijn filament, waardoor die lijn een beetje topzwaar wordt. + +Deze instelling voegt een hele reeks factoren toe aan de print die moeilijk te voorspellen zijn. Welke exacte vertraging het meest geschikt is voor uw materiaal, printer en model moet experimenteel worden bepaald. Over het algemeen heeft een redelijke verhoging van de vertraging een positief effect op de betrouwbaarheid van de print, maar een grote negatieve invloed op de printsnelheid. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_jump.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_jump.md new file mode 100644 index 000000000..b19854b2b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_top_jump.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Knoopgrootte Draadprinten +==== +Wanneer de [Draadprint Strategie](wireframe_strategy.md) is ingesteld op Nodes, wordt een kleine op- en neergaande beweging uitgevoerd aan het uiteinde van elke zaagtand. Deze instelling configureert de hoeveelheid van deze beweging. + +![Waar het knooppunt is geplaatst en hoe groot het is](../../../articles/images/wireframe_top_jump.svg) + +De beweging voor dit "knooppunt" bestaat uit een reeks verplaatsingen: +1. Eerst beweegt nozzle omhoog over de afstand die is opgegeven in deze instelling. Tegelijkertijd beweegt nozzle de helft van deze afstand naar achteren. +2. Als er een [Opwaardse Vertraging Draadprinten](wireframe_top_delay.md) bovenaan staat, zal de nozzle gedurende de ingestelde tijd pauzeren. Deze pauze wordt gemaakt aan de bovenkant van de beweging van de knoop. +3. Ten derde: nozzle gaat terug naar de normale hoogte. Tegelijkertijd beweegt nozzle 1,5 keer de knoopgrootte naar voren en eindigt op de afstand die in deze instelling is opgegeven vanaf de verticale lijn. + +Het doel van de knoop is om de horizontale ring boven een oppervlak te geven om te verbinden met het zaagtandpatroon. De knoop zal van kant tot kant een beetje variëren, dus tenzij de horizontale ring heel nauwkeurig wordt geplaatst, is de kans groter dat ze aan elkaar blijven kleven. Ook trekt de knoop de lijn iets verder omhoog, zodat de horizontale ring eroverheen schuift. En tot slot zal de knoop ook enige lekkage veroorzaken vanwege het ontbreken van inkepingen in deze reisbeweging. Hierdoor ontstaat een klodder waarop de horizontale ring beter kan rusten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_up_half_speed.md b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_up_half_speed.md new file mode 100644 index 000000000..e78cb5ba2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/experimental/wireframe_up_half_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Langzaam Opwaards Draadprinten +==== +Wanneer u de opwaartse beweging start van het zaagtandpatroon dat aangrenzende horizontale ringen verbindt in het frame van de Wireframe-modus, kan de opwaartse beweging worden vertraagd voor het eerste deel van de verticale lijn. Deze instelling bepaalt hoeveel van de verticale lijn langzamer wordt geprint. Dit deel van de verticale lijn wordt geprint met de helft van de [Opwaartse Printsnelheid Draadprinten](wireframe_printspeed_up.md). + +![Waar de verschillende snelheden van toepassing zijn op draadprinten](../../../articles/images/wireframe_printspeed.svg) + +In plaats van [Neerwaardse Vertraging Draadprinten](wireframe_bottom_delay.md) onderaan, is het misschien beter om de nozzle draaiende te houden. Dit voorkomt dat de hete nozzle de horizontale ring eronder opnieuw smelt, maar drukt het zaagtandpatroon toch stevig op de horizontale ring. De druk in de nozzlekamer duwt het materiaal naar beneden op de ring eronder. + +De snelheid waarmee nozzle tijdens deze draadlengte beweegt, kan niet afzonderlijk worden aangepast. Het is altijd de helft van de normale snelheid. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/connect_infill_polygons.md b/resources/translations/nl_NL/infill/connect_infill_polygons.md new file mode 100644 index 000000000..6d2c37f9e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/connect_infill_polygons.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Vulpolygonen Verbinden +==== +Als de vulling uit gesloten lijnen bestaat, kunnen deze gesloten lijnen worden samengevoegd tot één lijn. Als u deze functie activeert, worden er kleine verbindingen gemaakt tussen aangrenzende polygonen. + +Deze instelling is alleen beschikbaar als de vulling uit aangrenzende lijnen bestaat. Dit betekent dat ofwel: +* Het [Vulpatroon](infill_pattern.md) is ingesteld op Kruis of Kruis 3D. +* De infill-lijnen zijn [Vermenigvuldiging Vullijn ](infill_multiplier.md) met een even getal. +* Er zijn minstens 2 [Aantal Extra Wanden Rond vulling](infill_wall_line_count.md). + +![Met meerdere opvullijnen zijn er veel lussen in dit opvulpatroon.](../../../articles/images/connect_infill_polygons_disabled.png) +![Schakel deze instelling in om de lussen met elkaar te verbinden.](../../../articles/images/connect_infill_polygons_enabled.png) + +Het doel van deze functie is het voorkomen van teveel nozzle bewegingen. De laatste lijn bestaat uit een enkele lus voor elk verbonden stuk infill, dus er zijn extra geen nozzle bewegingen. Dit maakt het gemakkelijker om met flexibele filamenten te werken omdat ze moeilijker te voeden zijn en het beste werken als ze door nozzle mogen blijven stromen. + +Het verbinden van deze lussen kan de vulling ook sterker maken omdat de verbinding tussen de lussen binnenin wordt verbeterd. Wanneer de polygonen echter zijn aangesloten, moet de printkop vlak voor een aansluiting vaak 180 graden draaien. Deze wendingen zorgen er soms voor dat de verbinding niet volledig tot stand komt. In sommige gevallen kan dit er ook toe leiden dat de vulling zwakker wordt. Het hangt allemaal af van hoe de lussen door de vorm van uw model verstrengelen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_step_height.md b/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_step_height.md new file mode 100644 index 000000000..6d7a0fa45 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_step_height.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Staphoogte Geleidelijke Vulling +==== +Bij een geleidelijke vulling wordt de dichtheid van de vulling in meerdere stappen van boven naar beneden verminderd. Bij elke stap wordt de dichtheid van de vulling gehalveerd. Deze instelling specificeert de hoogte van deze treden, wat de afstand is tussen twee plaatsen waar de vulling in tweeën wordt gedeeld. +![Staphoogte Geleidelijke Vulling 1,5 mm](../../../articles/images/gradual_infill_step_height_small.png) +![Staphoogte Geleidelijke Vulling van 5 mm](../../../articles/images/gradual_infill_step_height_large.png) + +Bij geleidelijke vulstappen blijft een deel van de vulling natuurlijk in de lucht hangen. Meestal corrigeert dit echter zichzelf: de eerste laag vulling hangt in de lucht en hecht alleen goed aan de zijkanten van de print. De lagen die erop zijn geplaatst kunnen aan de uiteinden een beetje op de vorige laag rusten, maar zullen in het midden doorzakken. Dit wordt geleidelijk beter, laag voor laag. + +* Verklein de incrementele vulling-stapgrootte om snel een lage vulling-dichtheid te krijgen. Dit bespaart printtijd en materiaalverbruik. +* Verhoog de incrementele vulstapgrootte als de vulling niet genoeg ruimte heeft om zichzelf te corrigeren wanneer de volgende stap in opvuldichtheid plaatsvindt. Als u de waarde van deze instelling verhoogt, wordt het printen betrouwbaarder. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_steps.md b/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_steps.md new file mode 100644 index 000000000..78d251242 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/gradual_infill_steps.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Stappen Geleidelijke Vulling +==== +Geleidelijke vulling vermindert de hoeveelheid vulling door de dichtheid van vulling in de onderste lagen te verminderen. Dit bespaart printtijd en materiaal zonder de oppervlaktekwaliteit significant te beïnvloeden. Het belangrijkste doel van vullingen bij printen van optische kwaliteit is om het bovenoppervlak te ondersupporten. Met deze functie wordt de vulling alleen hiervoor uitgelijnd. + +Deze instelling specificeert in hoeveel stappen de opvuldichtheid wordt verminderd. Bij elke stap wordt de vulling-dichtheid gehalveerd. Als je bijv. Als u bijvoorbeeld begint met 20% vulling en twee incrementele vullingen, hebben de onderste delen respectievelijk 10% vulling en 5% vulling. + +![Normale vulling](../../../articles/images/gradual_infill_disabled.png) +![Vulling in 2 stappen](../../../articles/images/gradual_infill_step_height_large.png) + +**Als u "Incrementele opvulstappen" in de aanbevolen modus aanvinkt, wordt deze instelling ingesteld op 5 stappen en wordt de opvuldichtheid verhoogd tot 90%. Dit resulteert in een zeer hoge dichtheid aan de bovenrand (90%) en een zeer lage dichtheid aan de onderrand van de print (2,8%).** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_angles.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_angles.md new file mode 100644 index 000000000..1ab600856 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_angles.md @@ -0,0 +1,16 @@ +Lijnrichting vulling +==== +De vullijnen worden indien mogelijk meestal onder een hoek van 45 graden uitgelijnd. Onder deze hoek werken zowel de X- als de Y-motor samen om een maximale acceleratie van de printkop te bereiken bij gebruik van een printer met het gebruikelijke Cartesiaanse portaalmechanisme. + +Met deze instelling kunt u die hoek aanpassen. U kunt het aanpassen om meer kracht te produceren voor uw specifieke model of om een grotere acceleratie te bereiken voor uw specifieke portaalsysteem (bijvoorbeeld voor Delta-printers). + +![Vulling-lijnen met standaard hoeken van 45 en 135 graden](../../../articles/images/infill_pattern_lines.png) +![Vulling-lijnen met aangepaste hoeken van 0 en 30 graden](../../../articles/images/infill_angles_0_30.png) + +De waarde van deze instelling moet een door komma's gescheiden lijst van hoeken zijn tussen vierkante haken. Een hoek van 0 graden resulteert in een lijn evenwijdig aan de Y-as. Deze waarden zijn afwisselend verdeeld over de lagen. +* De uiteindelijke print is het sterkst in de richting van de vullijnen. Als u wilt dat de print een specifieke kracht in horizontale richting uitoefent, is het logisch om de vullijnen in die richting uit te lijnen. +* Laat de instelling als een lege lijst om de standaardinstelling te gebruiken. +* De standaard is afhankelijk van het vulpatroon: + * Voor Cross en Cross 3D-invulpatronen is de standaard [22]. Hiermee worden zoveel mogelijk lijnen in de buurt van de diagonalen uitgelijnd. + * Voor lijn- en zigzagopvulpatronen is de standaardwaarde [45.135]. Hierdoor wisselt de uitlijning laag voor laag tussen de twee diagonalen. + * Voor alle andere patronen is de standaard [45]. Dit lijnt zoveel mogelijk lijnen uit in de buurt van de diagonalen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_before_walls.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_before_walls.md new file mode 100644 index 000000000..811f5c9a1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_before_walls.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Vulling vóór wanden +==== +Dit heeft invloed op de volgorde waarin de onderdelen worden geprint. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt de vulling van een onderdeel geprint voordat de wanden van dat onderdeel in elke laag worden geprint. + +![De instelling is uitgeschakeld, dus de wanden worden eerst geprint.](../../../articles/images/infill_before_walls_disabled.gif) +![De instelling is ingeschakeld zodat de infill eerst wordt geprint.](../../../articles/images/infill_before_walls_enabled.gif) + +Deze instelling is een compromis tussen nauwkeurigheid en kracht: +* Als de wanden worden geprint voordat ze worden opgevuld, hebben de wanden mogelijk geen houvast, waardoor ze meer kunnen zakken. De wanden zijn dan echter reeds massief en worden niet van de vulling weggeduwd, zodat de vulling niet door de wanden heen kan komen. +*Als de vulling voor de wanden wordt geprint, worden de wanden weggeduwd op de punten waar de vulling aan de wanden is bevestigd, waardoor de wanden minder precies worden en de vulling door het oppervlak heen zichtbaar is, waardoor een patroon ontstaat dat van buiten zichtbaar is. De vulling houdt de wanden echter beter op hun plaats terwijl ze worden geprint. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..3b7df9149 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Vullingextruder +==== +Deze instelling bepaalt welke extruder moet worden gebruikt om de vulling printen. Deze instelling is alleen beschikbaar voor printers met meerdere extruders. + +![De buitenkant van het model is geprint met het zilveren materiaal, maar de vulling is geprint met het blauwe materiaal](../../../articles/images/infill_extruder_nr.png) + +Als uw printer voor elke extruder een andere nozzle kan gebruiken, kunt u de opvulling met een grotere nozzle printen om de printsnelheid en kracht te verhogen zonder de visuele kwaliteit van de skin op te offeren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_line_distance.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_line_distance.md new file mode 100644 index 000000000..306721791 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_line_distance.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Lijnafstand Vulling +==== +In plaats van de [Dichtheid vulling](infill_sparse_density.md) als een percentage op te geven, is het ook mogelijk om de vulling-dichtheid te configureren door de afstand tussen aangrenzende opvullijnen op te geven. Een grotere afstand tussen vullijnen resulteert in een algehele lagere vuldichtheid. + +De afstand tussen vullijnen is een andere manier om naar deze eigenschap te kijken dan vuldichtheid. De afstand tussen de vullijnen geeft de afstand aan die de lijnen van het betreffende oppervlak moeten afleggen van de ene vullijn naar de volgende. Het verkleinen van de vullijnafstand verkleint dus de overbrugde afstand en verbetert de kwaliteit van de oppervlakken. + +![4mm afstand tussen de lijnen, wat een vulling-dichtheid van 20% geeft](../../../articles/images/infill_pattern_grid.png) +![8mm afstand tussen de lijnen, wat een vulling-dichtheid van 10% geeft](../../../articles/images/infill_sparse_density_low.png) + +Normaal gesproken wordt de vullijnafstand berekend op basis van de gewenste vuldichtheid, afhankelijk van het geselecteerde vulpatroon en de lijnbreedte. Vullijnafstand heeft prioriteit. + +Het verhogen van de opvuldichtheid (door de regelafstand te verkleinen) heeft grote effecten op uw print, namelijk +* Uw print wordt stabieler. +* De bovenkant wordt beter ondersteund, waardoor deze gladder en waterdichter is. +* De pilowing effecten worden verminderd omdat de warmtezakken kleiner zijn. +* Je print heeft meer materiaal nodig en is dus zwaarder. +* Het duurt langer om het printen te voltooien. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_multiplier.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_multiplier.md new file mode 100644 index 000000000..82a6ca851 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_multiplier.md @@ -0,0 +1,16 @@ +Vermenigvuldiging Vullijn +==== +Naarmate u deze instelling verhoogt, plaatst Cura meer opvullijnen direct naast de andere opvullijnen. + +![Vermenigvuldigd met 3](../../../articles/images/infill_multiplier.png) + +Dit verhoogt de opvuldichtheid boven de dichtheid die is opgegeven in de instelling [Dichtheid Vulling](infill_sparse_density.md), maar in plaats van de vulling-lijnen gelijkmatig te spreiden, worden ze direct naast elkaar geplaatst. Vergeleken met het simpelweg verhogen van de vuldichtheid, kan dit de stabiliteit van de vulling vergroten, aangezien de vullijnen tegen elkaar kunnen leunen voor extra stabiliteit. + +Als een oneven vermenigvuldigingsfactor is ingesteld, blijven de oorspronkelijke vullijnen op hun plaats, terwijl extra vullijnen in de gaten in het vulpatroon worden ingevoegd. Wanneer een even vermenigvuldiger is ingesteld, worden de oorspronkelijke vullijnen verwijderd en worden de lijnen direct op hun plaats geplaatst. + +Vergeleken met het alternatief om de opvuldichtheid met dezelfde vermenigvuldiger te verhogen, heeft dit verschillende gevolgen voor uw print. +* De opvulling wordt over het algemeen stijver, vergelijkbaar met het vergroten van de breedte van de opvullijnen, omdat de opvullijnen tegen elkaar kunnen afschuiven. +* De vulling wordt meer door de skin heen zichtbaar, waardoor de oppervlaktekwaliteit afneemt. +* De openingen tussen de vullijnen zijn groter omdat de lijnen meer geconcentreerd zijn. Hierdoor zakt de buitenskin meer door en kan deze gaan opbollen. + +**Deze instelling heeft geen effect als de opvuldichtheid 100% of hoger is.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_x.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_x.md new file mode 100644 index 000000000..3e23bbd4a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_x.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Vulling X-offset +==== +Normaal gesproken zijn de opvulpatronen gecentreerd in het midden van het 3D-model. Deze instelling samen met de [Vulling Y-offset](infill_offset_y.md) maakt het mogelijk om het middelpunt van het patroon te verschuiven. Deze instelling past de X-coördinaat van het middelpunt aan. + +![Vulling is gecentreerd](../../../articles/images/infill_offset_xy_0.png) +![Vulling is 2 mm naar rechts verschoven](../../../articles/images/infill_offset_x_2.png) + +Wanneer u print met een lage vuldichtheid, kunt u de vulling zeer nauwkeurig positioneren, waarbij elke vullijn wordt geplaatst waar de sterkte het meest nodig is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_y.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_y.md new file mode 100644 index 000000000..729387311 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_offset_y.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Vulling Y-offset +==== +Normaal gesproken zijn de opvulpatronen gecentreerd in het midden van het 3D-model. Deze instelling, samen met de [Vulling X-Offset](infill_offset_x.md), maakt het mogelijk om het middelpunt van het patroon te verschuiven. Deze instelling past de Y-coördinaat van het middelpunt aan. + +![Vulling is gecentreerd](../../../articles/images/infill_offset_xy_0.png) +![Vulling is 2mm naar boven verplaatst](../../../articles/images/infill_offset_y_2.png) + +Wanneer u print met een lage vuldichtheid, kunt u de vulling zeer nauwkeurig positioneren, waarbij elke vullijn wordt geplaatst waar de sterkte het meest nodig is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap.md new file mode 100644 index 000000000..f5db7ae84 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Overlappingspercentage vulling +==== +Als de vulling de wanden een beetje overlapt, zal het beter aan de wanden blijven plakken, waardoor het onderdeel veel stabieler wordt. Deze instelling bepaalt hoeveel de vulling de wanden overlapt, als percentage van de lijndikte van de vulling. + +![Een weergave van de vulling-overlap en wipe-afstand](../../../articles/images/infill_overlap.svg) + +* Hoe groter de overlap, hoe beter de vulling aan de wanden hecht en hoe sterker het onderdeel. +* Het zorgt er echter ook voor dat de vulling door de wanden heen zichtbaar is, wat resulteert in een patroon op het oppervlak van de print. Dit vermindert de optische kwaliteit van het oppervlak. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap_mm.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap_mm.md new file mode 100644 index 000000000..9d55947dc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_overlap_mm.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Overlap Vulling +==== +Als de vulling de wanden een beetje overlapt, zal het beter aan de wanden blijven plakken, waardoor het onderdeel veel stabieler wordt. Deze instelling bepaalt hoeveel de vulling de wanden overlapt. + +![Een weergave van de vulling-overlap en wipe-afstand](../../../articles/images/infill_overlap.svg) + +* Hoe groter de overlap, hoe beter de vulling aan de wanden hecht en hoe sterker het onderdeel. +* Het zorgt er echter ook voor dat de vulling door de wanden heen zichtbaar is, wat resulteert in een patroon op het oppervlak van de print. Dit vermindert de optische kwaliteit van het oppervlak. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..4987c39ae --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_pattern.md @@ -0,0 +1,155 @@ +Vulpatroon +==== +Het vulpatroon definieert een structuur waarmee het object wordt gevuld. Er zijn verschillende patronen beschikbaar, elk met zijn eigen voordelen. Sommige zijn bedoeld voor zeer specifieke toepassingen. + +Raster +---- +![Raster](../../../articles/images/infill_pattern_grid.png) + +Het rasteropvulpatroon creëert twee loodrechte lijnen. Samen vormen ze een patroon van vierkanten. +* Sterkste patroon in verticale richting. +* Vrij sterk in de twee richtingen van de lijnen. +* Niet zo sterk in de diagonaal. +* Zeer goede support voor de structuur. Je oppervlak ziet er erg glad uit. + +Lijnen +---- +![Lijnen](../../../articles/images/infill_pattern_lines.png) + +Het lijnenpatroon creëert parallelle lijnen. Standaard verandert het lijnpatroon loodrecht van richting van laag naar laag, dus op het eerste gezicht lijkt het op het rasterpatroon. Dit kan echter worden gewijzigd met de instelling [Lijnrichting vulling](infill_angles.md). +* Het beste patroon voor een glad oppervlak samen met zigzag omdat de afstand tussen de lijnen het kleinst is. +* Neigt zwak in de verticale richting omdat de lagen slechts kleine punten hebben waar ze aansluiten. +* Het is extreem zwak in de horizontale richting, behalve in de ene richting waarin de lijnen zijn uitgelijnd. Maar zelfs in die richting is het niet bijzonder bestand tegen afschuiving, dus het zal vrij snel bezwijken onder belasting. + +Driehoeken +---- +![Driehoeken](../../../articles/images/infill_pattern_triangles.png) + +Het driehoekspatroon creëert drie reeksen lijnen in drie verschillende richtingen. Samen vormen ze een patroon van driehoeken. +* Zeer goed bestand tegen afschuiving. +* Ongeveer gelijke sterkte in elke horizontale richting. +* De bovenlijnen moeten zeer lang overbruggen, wat veel skinlagen nodig heeft om een egaal oppervlak te krijgen. +* De doorvoerbeweging wordt ernstig verstoord op kruispunten, wat resulteert in een relatief lage sterkte bij hoge vulsnelheden. + +Drie zeshoek +---- +![Drie zeshoek](../../../articles/images/infill_pattern_trihexagon.png) + +Het Drie zeshoek-patroon creëert drie reeksen lijnen in drie verschillende richtingen, net als het Triangle-patroon, maar verschoven van elkaar zodat ze elkaar niet allemaal op dezelfde plaats kruisen. +* Sterkste patroon in horizontale richting. +* Ongeveer gelijke sterkte in elke horizontale richting. +* Zeer goed bestand tegen afschuiving. +* De bovenlijnen moeten zeer lang overbruggen, wat veel skinlagen nodig heeft om een egaal oppervlak te krijgen. + +Kubus +---- +![Kubus](../../../articles/images/infill_pattern_cubic.png) + +Het patroon creëert kubussen, een 3-dimensionaal patroon. De kubussen zijn staand op een hoek uitgelijnd, zodat ze kunnen worden geprint zonder overhangende binnenvlakken. +* Ongeveer gelijke sterkte in elke richting, inclusief de verticale richting. +* Redelijk sterk in alle richtingen. +* Verminderde dempende effecten omdat er geen lange verticale holtes zijn gevuld met hete lucht. + +Kubus subgebied +---- +![kubus onderverdeling](../../../articles/images/infill_pattern_cubic_subdivision.png) + +Het subregiopatroon van de kubus creëert kubussen, een driedimensionaal patroon. De kubussen zijn staand op een hoek uitgelijnd, zodat ze kunnen worden geprint zonder overhangende binnenvlakken. Dit patroon creëert echter grotere kubussen in het volume, wat materiaal bespaart. Het laat de opvullijnen weg waar ze het minst nuttig zijn. + +Dit patroon kan resulteren in een lagere vuldichtheid dan gewenst. Het is aan te raden om bij gebruik van dit patroon de vulling-dichtheid drastisch te verhogen. Optimalisatie werkt het beste bij hoge opvullingspercentages. + +Dit patroon wordt algoritmisch gegenereerd door een gigantische kubus rond het hele volume te maken, die vervolgens wordt verdeeld in 8 subkubussen wanneer deze een wand raakt. Dit proces wordt vervolgens herhaald, zodat de subkubussen die tegen een wand botsen steeds weer worden onderverdeeld. Dit wordt herhaald totdat de afstand tussen de vullijnen is bereikt. +* Sterkste monster naar gewicht en printtijd. +* Ongeveer gelijke sterkte in elke richting, inclusief de verticale richting. +* De vulling wordt verzameld in dunne delen. +* Verminderd kusseneffect omdat er geen lange verticale holtes zijn gevuld met hete lucht. +* Als een hogere vullingsdichtheid wordt gebruikt, zal de vulling niet zo veel door de wanden heen zichtbaar zijn, wat een betere oppervlaktekwaliteit oplevert voor dezelfde printtijd. +* Leidt tot inkepingen, wat niet goed werkt met flexibele of vloeiende materialen. +* Het slice-proces duurt langer. + +Octet +---- +![Octet](../../../articles/images/infill_pattern_octet.png) + +Het octetpatroon creëert een combinatie van regelmatige vierkanten en kubussen, een 3-dimensionaal patroon. Op regelmatige afstanden worden meerdere afvullijnen naast elkaar geplaatst. +* Hierdoor ontstaat een sterk binnenframe waar meerdere parallelle lijnen elkaar raken. De belasting wordt snel afgevoerd naar dit binnenframe. +* Sterk op modellen met een gemiddelde dikte van ongeveer een centimeter. +* Vermindert het kusseneffect omdat er geen lange holtes zijn gevuld met hete lucht. +* Leidt tot een zeer lange overbruggingsafstand voor de skin, wat de kwaliteit van de afwerking beïnvloedt. + +Kwart kubus +---- +![Kwart kubus](../../../articles/images/infill_pattern_quarter_cubic.png) + +Het kwart-kubuspatroon creëert een driedimensionale mozaïekstructuur die bestaat uit vierkanten en afgeknotte vierkanten. Soms worden meerdere vullijnen naast elkaar geplaatst. +* Er ontstaan twee aparte binnenframes, vergelijkbaar met een octet, waarin meerdere parallelle lijnen elkaar raken. De belasting wordt snel afgevoerd naar dit binnenframe. De frames zijn in twee verschillende richtingen georiënteerd, waardoor ze afzonderlijk zwakker zijn, maar de afstand om de belasting over deze frames te verdelen, wordt verkleind. +* Sterk op modellen met een geringe dikte van enkele millimeters. +* Vermindert het kusseneffect omdat er geen lange holtes zijn gevuld met hete lucht. +* Leidt tot een zeer lange overbruggingsafstand voor de skin, wat de kwaliteit van de afwerking beïnvloedt. + +Concentrisch +---- +![Concentrisch](../../../articles/images/infill_pattern_concentric.png) + +Het concentrische patroon creëert ringen evenwijdig aan de wanden. +* Het sterkste vullingpatroon bij gebruik van 100% vulling omdat niet alleen geen lijnen elkaar kruisen, maar de lijnen ook zodanig zijn uitgelijnd dat de niet-isotrope sterkte van de lijnen de belasting gelijkmatig verdeelt. +* Produceert de meest flexibele prints, met een zeer zwakke en gelijkmatige sterkte in alle horizontale richtingen. +* Sterker in de hoeken dan in de horizontale. +* Bij 100% opvuldichtheid kan de media in het midden vastlopen, wat de betrouwbaarheid van het printen van ronde vormen beïnvloedt waar de concentrische cirkels op één punt samenkomen. +* Bij sommige vormen kunnen enkele vullijnen in de lucht hangen, wat geen extra stabiliteit toevoegt ten opzichte van de materiaalkosten en printtijd. +* Tenzij u 100% vulling gebruikt, is dit het zwakste vullingspatroon in horizontale richting. Het voegt helemaal geen kracht toe. + +Zigzag +---- +![Zigzag](../../../articles/images/infill_pattern_zigzag.png) + +Het zigzagpatroon zorgt ervoor dat nozzle lijnen trekt in een zigzagpatroon. Dit is vergelijkbaar met de lijnen, maar de lijnen zijn verbonden in één lange lijn, waardoor onderbrekingen in de doorvoer worden voorkomen. +* Het op één na sterkste vulpatroon bij gebruik van 100% vulling. Het drukt echter betrouwbaarder af dan het concentrische vulpatroon op ronde vormen. +* Het beste patroon voor een glad oppervlak omdat de afstand tussen de lijnen het kleinst is. +* Neigt vrij zwak te zijn in verticale richting omdat de lagen slechts kleine punten hebben waar ze met elkaar verbonden zijn. +* Het is extreem zwak in de horizontale richting, behalve in de ene richting waarin de lijnen zijn uitgelijnd. Maar zelfs in die richting is het niet afschuifbestendig, dus het zal vrij snel bezwijken onder belasting. + +Kruis +---- +![Kruis](../../../articles/images/infill_pattern_cross.png) + +Het kruisvulpatroon creëert een ruimtevullende vorm die eruitziet als kruisen aan de binnenkant van het lichaam. +* Het is gelijkmatig plooibaar in alle horizontale richtingen, waardoor het geschikt is voor het printen van zachte en flexibele objecten. +* Creëert geen lange rechte lijnen in horizontale richting, dus het is gelijkmatig squishy langs de hele omtrek. Er zijn geen sterke punten. +* Springt helemaal niet in, waardoor het gemakkelijker wordt om op flexibele materialen te printen. +* Is sterker in de hoekpunten dan in horizontale richting. +* Het slice-proces duurt langer. +* Zeer zacht in horizontale richtingen. + +Kruis 3D +---- +![Kruis 3D](../../../articles/images/infill_pattern_cross_3d.png) + +Het Kruis 3D-vulpatroon creëert een ruimtevullende vorm die eruitziet als kruisen aan de binnenkant van het volume. Dit patroon loopt langs de Z-as zodat het in verticale richting zwakker wordt. +* Ongeveer gelijkmatig plooibaar in alle richtingen, horizontaal en verticaal, waardoor dit patroon het meest geschikt is voor het printen van zachte en flexibele objecten. +* Creëert geen lange rechte lijnen, waardoor het gelijkmatig zacht wordt over het hele oppervlak. +* Springt helemaal niet in, waardoor het gemakkelijker is om met flexibele materialen te printen. +* Het slice-proces duurt langer. +* Zal in alle richtingen erg zacht zijn. + +Gyroïde +---- +![Gyroïde](../../../articles/images/infill_pattern_gyroid.png) + +Het gyroïde-vulpatroon creëert een golvend patroon dat van richting verandert. +* Dit patroon creëert een volume dat volledig doorlaatbaar is voor vloeistoffen, waardoor het een bruikbaar patroon is voor oplosbare materialen. +* Gelijke kracht in alle richtingen maar niet erg sterk. Dit maakt het geschikt voor flexibele materialen, maar het resultaat zal iets harder en minder vergevingsgezind zijn dan de Cross (3D) opvulpatronen. +* Bestand tegen afschuiving. +* Het slice-proces duurt langer en creëert grote G-code-bestanden. Sommige printers kunnen moeite hebben met het bijhouden van de vele G-code-commando's per seconde, en kunnen moeilijk bij te houden zijn via een seriële verbinding met lage baud rates. + +Bliksem +---- +![Bliksem](../../../articles/images/infill_pattern_lightning.png) +![Het bliksempatroon opgebouwd vanaf de zijkanten.](../../../articles/images/infill_pattern_lightning_side.png) + +Het bliksempatroon is een minimaal zaagtandpatroon dat alleen bedoeld is om het bovenoppervlak te ondersupporten. De gespecificeerde vuldichtheid wordt alleen bereikt net onder de bovenzijde van het vulvolume. +* De gespecificeerde vulling-dichtheid wordt alleen bereikt onder de bovenzijde van het vulling-volume. +* Het verhogen van de vuldichtheid resulteert in de beste oppervlaktekwaliteit van alle ontwerpen, zonder dat er meer tijd of materiaal nodig is. +* Voorkomt dat vullingen op veel plaatsen door muren heen zichtbaar zijn, simpelweg door geen vullingen te hebben. +* Verhoogt de sterkte van het onderdeel niet significant. + \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_randomize_start_location.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_randomize_start_location.md new file mode 100644 index 000000000..c624c0b7e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_randomize_start_location.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Start Willekeurig invullen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt willekeurig bepaald op welke positie de printer de vulling op een laag begint printen. + +Het begin van de vulling is meestal iets zwakker dan de rest van de vulling. Dit gebeurt wanneer de vulling sneller wordt geprint met dikkere lijnen of met een grotere laaghoogte. De materiaalstroom moet plotseling versnellen en dit gebeurt niet onmiddellijk, dus er treedt gedurende korte tijd onder-extrusie op. Als dit in elke laag op dezelfde plaats gebeurt, verzwakt dit de vulling-structuur. De plek waar dit gebeurt is de zwakste schakel en de vulling eromheen zal meer stress ervaren. Wanneer de druk wordt onderworpen aan een kracht, is de kans het grootst dat deze breekt. + +Normaal gesproken wordt het vullen gestart met de lijn die zich het dichtst bij de nozzle bevond toen het vullen begon, om de verplaats tijden te verkorten. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt deze startpositie willekeurig gekozen. Dit verdeelt de kwetsbaarheden. Er is dan niet meer slechts één zwakste schakel in de ketting, dus de vulling is uiteindelijk sterker. + +Hierdoor neemt de nozzle verplaats tijd iets toe en komen er meer druppels in het model, omdat de afstand tot het beginpunt van de vulling niet meer geoptimaliseerd is. + +**Hoewel de startpositie willekeurig is verdeeld, is deze nog steeds deterministisch. Het tweemaal herhalen van dezelfde slice zou moeten resulteren in dezelfde startposities.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_density.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_density.md new file mode 100644 index 000000000..ad488b887 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_density.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Dichtheid Vulling +==== +Deze instelling configureert de opvuldichtheid van de print, wat een belangrijke factor is in de sterkte van de uiteindelijke print en de kwaliteit van de afwerking. Hoe hoger de vuldichtheid, hoe dichter de vullijnen bij elkaar liggen. Je kunt zelfs meer dan 100% dichtheid krijgen, maar dat zal resulteren in over-extrusie. + +![20% vullingsdichtheid](../../../articles/images/infill_pattern_grid.png) +![10% vullingsdichtheid](../../../articles/images/infill_sparse_density_low.png) + +Verschillende vulling-dichtheden werken beter met verschillende vulling-patronen. Opvulpatronen met veel hoeken en veel kruisingen werken niet goed bij hoge opvuldichtheden. Hoeken zijn een probleem omdat het filament de neiging heeft lucht vast te houden aan de buitenkant van de hoek waar het materiaal moet worden afgezet. Kruisingen zijn een nog groter probleem, omdat wanneer de ene lijn een andere kruist, de doorvoer wordt verstoord, wat resulteert in onder-extrusie direct na de kruising. + +Het verhogen van de opvuldichtheid (door het verkleinen van de regelafstand) heeft grote effecten op uw print, namelijk: +* Uw print wordt stabieler. +* De bovenkant wordt beter ondersupport, waardoor deze gladder en waterdichter is. +* De kusseneffecten worden verminderd omdat de warmtezakken kleiner zijn. +* Je print heeft meer materiaal nodig en is dus zwaarder. +* Het duurt langer om het printen te voltooien. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..bb49f1873 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_sparse_thickness.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Dikte Vullaag +==== +Omdat de laaghoogte van de opvulling niet essentieel is voor de optische kwaliteit, kunt u dikkere opvullagen gebruiken om de printtijd te verkorten. Deze instelling zorgt ervoor dat de lagen van de vulling met elkaar worden gecombineerd als meerdere lagen van de vulling direct op elkaar liggen. Sommige lagen zullen geen opvulmateriaal printen, maar de hoogste van de gecombineerde lagen zal meer materiaal hebben dat wordt geëxtrudeerd om te compenseren. + +In de laagweergave lijkt het alsof de vullijnen veel breder zijn geworden. Wanneer ze daadwerkelijk worden geprint, vallen de vullijnen naar beneden in plaats van horizontaal uit te spreiden. + +![De dikte van de opvullaag is ingesteld op 3 keer de hoogte van de laag.](../../../articles/images/infill_sparse_thickness.png) + +De dikte van de opvullaag moet een veelvoud zijn van de hoogte van de normale laag. Indien dit niet het geval is, wordt naar boven afgerond op de eerstvolgende hogere laag. + +* Wees voorzichtig voordat u de laaghoogte te veel vergroot. Bij het overschakelen van en naar de vulling moet fillament door de nozzle sterk worden versneld en vertraagd. Dit gebeurt met een zekere vertraging, zodat er aan het begin van de vulling te weinig wordt geëxtrudeerd en aan het einde van de vulling te veel. +* Opvulmateriaal wordt nog steeds geprint in de tussenlagen met een kleinere laaghoogte als er geen opvulmateriaal in de omringende lagen is. Dit kan ertoe leiden dat op schuine wanden kleine lijnen vulling worden geprint. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_angle.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_angle.md new file mode 100644 index 000000000..4bcc5ced7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_angle.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Overhanghoek vulling +==== +Bij gebruik van infill-support bepaalt deze instelling de minimale overhanghoek van het oppervlak dat moet worden ondersteund. Dit is vergelijkbaar met de instelling [Overhanghoek Supportstructuur](../support/support_angle.md) voor gewone supporten. + +![Een lage hoek resulteert in meer support](../../../articles/images/infill_support_angle_low.png) +![Een hoge hoek resulteert in minder support](../../../articles/images/infill_support_angle_high.png) + +Door deze hoek te vergroten wordt de invulling minder ondersteund door de bovenkant. Dit bespaart printtijd en materiaal, maar zorgt ervoor dat de buitenskin iets meer doorhangt. +* Een waarde van 0° gedraagt zich als een normale vulling. Hij ondersteund alles. +* Een waarde van 90° verwijdert al het vulmateriaal. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..42a4e4b98 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_support_enabled.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Supportvulling +==== +Als deze functie is geactiveerd, wordt de vulling behandeld als support. De vulling wordt dan alleen gemaakt waar nodig om het bovenoppervlak te ondersteunen. Het gedraagt zich alsof het model hol is en binnenin support creëert, maar die support wordt gecreëerd met behulp van de vulinstellingen. + +![Normale invulling](../../../articles/images/infill_support_enabled_disabled.png) +![Vulling-structuur ingeschakeld](../../../articles/images/infill_support_angle_low.png) + +* Dit bespaart veel materiaal voor de vulling met zeer weinig optisch verlies. +* De toppen kunnen iets meer doorzakken als deze functie is ingeschakeld. +* Wel kan de horizontale sterkte van de vulling afnemen. In veel gevallen zal er geen opvulling achter de wanden zijn waar de wanden deel uitmaken van een steile helling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wall_line_count.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wall_line_count.md new file mode 100644 index 000000000..df89b0999 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wall_line_count.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Aantal Extra Wanden Rond vulling +==== +Deze instelling voegt een reeks contouren toe rond de opvulgebieden. Dit is vergelijkbaar met het verhogen van de [Aantal Wandlijnen](../shell/wall_line_count.md), maar de contouren gaan niet alleen rond de skin en de wanden, maar bevinden zich ook tussen de skin en de vulling. Het is ook vergelijkbaar met het toevoegen van [Aantal Extra Wandlijnen Rond Skin](../top_bottom/skin_outline_count.md) maar rond de vulling en niet rond de skin. + +Deze wanden worden geprint met de vulling instellingen. + +![Twee extra wanden rond de vulling](../../../articles/images/infill_wall_line_count.png) + +Vergeleken met het toevoegen van extra wanden rond de skin, verhoogt deze instelling de sterkte van het model en vermindert de zichtbaarheid van de vulling door de skin, maar verhoogt ook de printtijd en het materiaalverbruik. Hoewel extra wanden van de buitenskin materiaal vervangen dat sowieso als skin zou zijn geprint, voegt deze instelling in feite materiaal toe, tenzij de opvuldichtheid al 100% is. + +Dit lijkt erg op het toevoegen van extra wanden rond de hele print. Het is echter aan te raden om minimaal één extra wand rond de invulling of skin toe te voegen om te voorkomen dat de skinlijnen in de lucht eindigen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wipe_dist.md b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wipe_dist.md new file mode 100644 index 000000000..00a39f45c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/infill_wipe_dist.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Veegafstand Vulling +==== +Bij deze instelling beweegt nozzle iets verder dan het einde van de vullijn. Het doel van dit is om het materiaal op de wand ernaast af te vegen. Hierdoor sluit de vullijn beter aan op de wand. + +![Een visualisatie van de vulling-overlap en afveeg-afstand](../../../articles/images/infill_overlap.svg) + +Hoewel dit het object sterker maakt, heeft het als grote nadeel dat het door de wand wordt geleid en een zichtbare markering op de buitenkant van de print achterlaat. Hierdoor schijnt het vulpatroon meer door de buitenskin. + +Dit geldt alleen voor de uiteinden van de opvullijnen. Als u aaneengesloten vullijnen gebruikt, zijn er veel minder vullijnuiteinden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_overhang_angle.md b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_overhang_angle.md new file mode 100644 index 000000000..899d4e978 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_overhang_angle.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Hoek overhang bliksemvulling +==== +De Bliksem-infill ondersteund alleen de bovenkant van het model van binnenuit waar deze overhangt. Deze instelling bepaalt de hoek van de overhang die door de bliksem wordt ondersteund vanuit de binnenkant van het model. + + + +![Overhang tot 30° wordt niet ondersteund](../../../articles/images/lightning_infill_support_angle_30.png) +![Tot 70° wordt niet ondersupportd, dus alleen het bovenste deel van de bol wordt ondersteund.](../../../articles/images/lightning_infill_overhang_angle_70.png) + +Door de hoek te vergroten, wordt de geproduceerde hoeveelheid vulling verminderd. De top wordt minder ondersupport, tenzij het een zeer steile overhang is. Dit bespaart tijd en materiaal, maar kan er ook voor zorgen dat het blad op sommige plaatsen doorzakt. Het resultaat kan [Pillowing](../troubleshooting/pillowing.md) of een over het algemeen ruwer oppervlak zijn. + +In tegenstelling tot de bovenliggende instelling [Hoek supportstructuur bliksemvulling](lightning_infill_support_angle.md) heeft deze instelling geen invloed op de overhang in het vulpatroon zelf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_prune_angle.md b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_prune_angle.md new file mode 100644 index 000000000..fdcd2f99d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_prune_angle.md @@ -0,0 +1,41 @@ +Snoeihoek bliksemvulling +==== +Het Bliksemvulling-patroon creëert een boomachtige structuur aan de binnenkant van de print die klein begint maar vertakt om alle delen van de bovenkant van de print te bereiken die interne support nodig hebben. Deze instelling specificeert hoe ver de takken van de boom kunnen overhangen bij de eindpunten. + + + +![Bij 40° is de bliksemvulling redelijk stabiel](../../../articles/images/lightning_infill_prune_angle_40.png) +![Bij 70° hangen de takken vrij steil over](../../../articles/images/lightning_infill_prune_angle_70.png) + +Door de afknothoek te vergroten, kan de vulling onderaan kleiner beginnen maar toch het hele bovenoppervlak bedekken. In veel gevallen hoeft het niet eens meer onderaan te beginnen, maar kan het direct aan de zijkanten worden bevestigd. De belangrijkste effecten van het vergroten van deze hoek zijn: + +* Verminderde printtijd en materiaalverbruik. +* Gladdere wanden omdat er minder vulmateriaal de wanden van binnenuit raakt. +* Iets lagere sterkte. +* Grotere kans op printfouten. Als de overhang te steil is, zal er aan het einde van elke lijn een aanzienlijke overhang zijn die doorhangt en los kan komen. + +In de praktijk kan de trimhoek groter zijn dan de normale overhanghoek of de andere overhanghoeken van de bliksemvulling. Omdat de lijnen goed worden ondersteund op de onderliggende laag, is een iets grotere overhang niet echt een probleem. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_straightening_angle.md b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_straightening_angle.md new file mode 100644 index 000000000..6b65c2d0d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_straightening_angle.md @@ -0,0 +1,48 @@ +Rechtbuighoek bliksemvulling +==== +Deze instelling bepaalt hoe steil het bliksempatroon naar binnen mag uitsteken. + +Bliksemvulling creëert de gelijknamige bliksemachtige zigzaglijnen waar het de bovenkant van de print moet ondersupporten, maar deze nemen veel tijd in beslag vanwege de scherpe hoeken in de lijnen. Daarom proberen we hieronder deze gekartelde lijnen recht te trekken om de printtijd te verkorten. Dit rechttrekken leidt tot uitsteeksels. De instelling bepaalt hoeveel overhang is toegestaan. + + + +![Bij 40° convergeren de opvullijnen snel naar rechte lijnen](../../../articles/images/lightning_infill_straightening_angle_40.png) +![Bij 10° zijn er geen steile overstekken meer in de invulling](../../../articles/images/lightning_infill_straightening_angle_10.png) + +Snel rechttrekken (grotere overhang) verkort de printtijd enigszins, maar vermindert ook de printbetrouwbaarheid, vooral bij dunne lijnbreedtes. Als de overhang te steil is, zal de laag splijten. De opening bevindt zich aan de binnenkant van de print en is vaak geen probleem, maar het kan ervoor zorgen dat dat deel van de vulling volledig mislukt, waardoor een deel van de bovenkant niet wordt ondersupportd. Dit wordt dan zichtbaar als een oneffen gebied of kussen aan de bovenkant, of in het slechtste geval zelfs een wirwar van gesmolten plastic. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_support_angle.md b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_support_angle.md new file mode 100644 index 000000000..052f38dcf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/lightning_infill_support_angle.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Hoek supportstructuur bliksemvulling +==== +Het Bliksemvulling-patroon is alleen bedoeld om van binnenuit te helpen printen. Deze instelling bepaalt de maximale hoek van de overhang, niet alleen van de oppervlakken die het ondersupportt, maar ook binnen de vulling zelf. Als u deze instelling verlaagt, wordt er meer vulling gecreëerd. Als u deze instelling verhoogt, neemt de hoeveelheid vulling af. + +Het patroon onderssteund de bovenkant van de print van binnenuit, maar alleen de bovenkant, die aanzienlijk meer overhangt dan deze hoek. Het patroon heeft ook eindpunten die onder een bepaalde hoek uitsteken om een vertakkende boomstructuur te creëren, en de zijkanten van deze vertakkende structuur hebben een binnenhoek om verder in bepaalde gebieden te reiken. Deze drie aspecten van de overhang kunnen ook afzonderlijk worden geregeld met de instellingen [Hoek overhang bliksemvulling](lightning_infill_overhang_angle.md), [Snoeihoek bliksemvulling](lightning_infill_prune_angle.md) en [Rechtbuighoek bliksemvulling](lightning_infill_straightening_angle.md). + + + +![Bij een kleine overhanghoek is veel support nodig](../../../articles/images/lightning_infill_support_angle_30.png) +![Steile overhangen zijn toegestaan met een hoge overhanghoek](../../../articles/images/lightning_infill_support_angle_60.png) + +Als u deze instelling verhoogt, is er aanzienlijk minder materiaal nodig en wordt de printtijd verkort. Dit leidt echter ook tot vervorming. Deze vervorming zit aan de binnenkant van het model en is dus niet direct zichtbaar. Als de [Dikte Bovenkant](../top_bottom/top_thickness.md) echter onvoldoende is, kan [Pillowing](../troubleshooting/pillowing.md) optreden. Omdat de binnenhoeken in het paneel ook meer mogen overhangen, is het waarschijnlijk dat het paneel hoger op de wanden zal beginnen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/min_infill_area.md b/resources/translations/nl_NL/infill/min_infill_area.md new file mode 100644 index 000000000..d76cbdb5d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/min_infill_area.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Minimumgebied vulling +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat zeer kleine onderdelen worden gevuld met het skinpatroon in plaats van met het opvulpatroon, waardoor ze op zichzelf staan. + +![Instellen op 0 vult de magere voeten van dit model met vulling](../../../articles/images/min_infill_area_disabled.png) +![Ingesteld op 150, voeten worden gevuld met buitenste skin](../../../articles/images/min_infill_area_150.png) + +Soms kunnen zeer kleine holle ruimtes niet goed gevuld worden met vulmateriaal omdat de vullijnen zo kort zijn en het materiaal geen tijd heeft om goed te vloeien. Deze instelling zorgt ervoor dat ze in plaats daarvan worden gevuld met skin, waardoor ze ook sterker worden en openingen tussen de skin en de vulling worden voorkomen. + +Als u deze instelling op 0 zet, wordt deze functie uitgeschakeld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_layers.md b/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_layers.md new file mode 100644 index 000000000..c9ef32674 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_layers.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Lagen skinrandondersteuning +==== +Door concave vormen te printen ontstaat er een buitenskin die ergens in het midden van de vulling eindigt. Deze instelling voegt een extra lijn toe door de vulling om de rand van de skin te ondersupporten, zodat deze iets minder doorhangt. + +![Onder de rand van de skin wordt een rand door de vulling getrokken](../../../articles/images/skin_edge_support_thickness.png) + +Een enkele lijn door de openingen in de vulling zal nog steeds doorzakken, dus de lijn kan op meerdere lagen worden getrokken onder de rand van de skin die support nodig heeft. Deze instelling bepaalt het aantal lagen waardoor deze lijn wordt getrokken onder de rand van de skin. Als alternatief kunt u ook de [Dikte skinrandondersupporting](skin_edge_support_thickness.md) aanpassen van de lagen waardoorheen de lijn wordt getrokken. + +In het algemeen heeft de verhoging de volgende effecten op de print: +* De rand van de skin wordt beter ondersteund wat resulteert in een gladder bovenoppervlak omdat de skin volledig van links naar rechts kan worden overbrugd. +* Het printproces duurt iets langer en gebruikt meer materiaal. + +Als de vulsnelheid hoog is, heeft deze instelling weinig effect op het bovenoppervlak en kan [over-extrusie](../troubleshooting/overextrusion.md) in de vulling ontstaan. Het is het beste om het op 0 lagen te laten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..920b3d719 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/skin_edge_support_thickness.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Dikte skinrandondersteuning +==== +Indien concave vormen worden geprint ontstaat er een buitenskin die ergens in het midden van de vulling eindigt. Deze instelling voegt een extra lijn toe door de vulling om de rand van de skin te ondersupporten, zodat deze iets minder doorhangt. + +![Onder de rand van de skin wordt een rand door de vulling getrokken](../../../articles/images/skin_edge_support_thickness.png) + +Een enkele lijn door de openingen in de vulling zal nog steeds doorzakken, dus de lijn kan op meerdere lagen worden getrokken onder de rand van de skin die support nodig heeft. Deze instelling stelt de verticale dikte van de lijn onder de rand van de skin in. Als alternatief kunt u het [Lagen skinrandondersupporting](skin_edge_support_layers.md) direct instellen onder de rand van de skin waarop deze lijn wordt geprint. + +In het algemeen heeft een verhoging de volgende effecten op de print: +* De rand van de skin wordt beter ondersteund wat resulteert in een gladder bovenoppervlak omdat de skin volledig van links naar rechts kan worden overbrugd. +* Het printproces duurt iets langer en gebruikt meer materiaal. + +Als de vulsnelheid hoog is, heeft deze instelling weinig effect op het bovenoppervlak en kan [over-extrusie](../troubleshooting/overextrusion.md) in de vulling ontstaan. Het is het beste om het op 0 lagen te laten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/sub_div_rad_add.md b/resources/translations/nl_NL/infill/sub_div_rad_add.md new file mode 100644 index 000000000..867161d85 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/sub_div_rad_add.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Kubische onderverdeling shell +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat het opvulpatroon van het subgebied van de kubus iets meer naar binnen wordt verkleind om de sterkte van de print te verbeteren. + +![kubus subgebied zonder extra shell](../../../articles/images/sub_div_rad_add_small.png) +![Extra shell van 5mm](../../../articles/images/sub_div_rad_add_large.png) + +In het kubussubgebied worden de grenzen tussen acht aangrenzende kubussen verwijderd als geen van de kubussen de grens van de verpakking raakt. Deze instelling duwt die grens verder naar binnen zodat de grenzen tussen de kubussen niet worden verwijderd. + +Dit zorgt ervoor dat het kubussubgebiedpatroon vaker maximale dichtheid trekt. Dit verhoogt de sterkte van het object, maar ook de tijd en het materiaal dat nodig is voor het printen. In extreme gevallen zorgt het verhogen van deze instelling ervoor dat het kubussubgebied lijkt op het eenvoudige kubuspatroon. + +U kunt hier ook een negatieve waarde instellen. Hierdoor worden de randen tussen de kubussen vaker verwijderd, waardoor de hoeveelheid opvulling rond de randen effectief wordt verminderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/infill/zig_zaggify_infill.md b/resources/translations/nl_NL/infill/zig_zaggify_infill.md new file mode 100644 index 000000000..d4040ca41 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/infill/zig_zaggify_infill.md @@ -0,0 +1,18 @@ +Vullijnen verbinden +==== +Deze instelling verbindt de eindpunten van het opvulpatroon, waar de opvulling de binnenwand of skin raakt, met een lijn die de rand van het opvulgebied volgt. + +![Geen verbonden vulling](../../../articles/images/infill_pattern_grid.png) +![Aaneengesloten opvullijnen](../../../articles/images/zig_zaggify_infill_enabled.png) + +Hiermee wordt het volledige vulpatroon omgezet in een enkele of zeer weinig lijnen. Conversie naar een enkele lijn is niet altijd mogelijk. Het beginpunt van deze lijn is willekeurig, dus het kan zijn dat het niet voor elke laag hetzelfde is, vooral als de vorm waarin de vulling zich bevindt van laag tot laag verschilt. + +Het samenvoegen van de vulling heeft een aantal voordelen, maar ook enkele nadelen: +*Uw onderdeel wordt sterker omdat het praktisch een halve omtrek meer heeft. +* Door het grotere oppervlak hecht de vulling beter aan de wanden, waardoor het onderdeel ook stabieler is. +* De doorvoer wordt constanter gehouden, zodat u de vulling op hogere snelheid kunt printen zonder stroomproblemen. Dit is vooral belangrijk voor materialen die moeilijk te extruderen zijn. +* Tijdens het printen van de vulling vindt er beduidend minder toevoer plaats, waardoor het materiaal niet wordt weggeslepen. +* Het effect van de instelling [Overlappingspercentage vullingl](infill_overlap.md) wordt vergroot, aangezien meer van de infill-lijnen de wanden zullen overlappen. +* Er is meer materiaal nodig om de vulling printen. +* Het printen van de vulling kost doorgaans meer tijd, aangezien de routes doorgaans sneller zijn dan het printen van de vullingslijnen. +* De vulling heeft de neiging om meer door de wanden te schijnen omdat het in een groter deel van de wanden wordt geduwd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_abs.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_abs.md new file mode 100644 index 000000000..e291b6227 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_abs.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Absolute Positie voor Primen Extruder +==== +Wanneer de [Primeblob inschakelen](../platform_adhesion/prime_blob_enable.md) wordt gebruikt, kan de positie van deze indent-methode worden ingesteld met een [X](../platform_adhesion/extruder_prime_pos_x.md) en [Y](.. /platform_adhesion/ extruder_prime_pos_y.md) positie kan worden ingesteld. Deze instelling bepaalt of het de positie op de platform is of een positie ten opzichte van de skin printerpositie. + +Als deze instelling is ingeschakeld, zijn de X- en Y-coördinaten relatief ten opzichte van een specifieke vaste positie op de platform. De extruder zal altijd daarheen bewegen om een Primeblob te creëren. + +Als deze instelling is uitgeschakeld, verwijzen de X- en Y-coördinaten naar de positie waarin de nozzle zich bevindt wanneer deze voor het eerst naar die extruder overschakelt. Voor de eerste extruder zou dit de coördinaat [0,0] zijn. Voor de andere extruders zou dit hun startpositie zijn zoals gedefinieerd in het definitiebestand van de extruder. Deze uitgangspositie kan ook relatief zijn. + +Het wordt sterk aanbevolen om een absolute startpositie te gebruiken. Een absolute startpositie is gegarandeerd vrij van botsingen met andere delen van de print, aangezien je op die plek geen objecten op de platform kunt plaatsen. Een relatieve inspringpositie kan overal op de platform zijn, waardoor u ergens op de eerste laag kunt beginnen. Het gebruik van een relatieve inspringpositie kan wat tijd besparen, maar het is het risico niet waard. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_z.md new file mode 100644 index 000000000..bae8d9f13 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruder_prime_pos_z.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Z positie voor Primen Extruder +==== +Wanneer [Primeblob inschakelen](../platform_adhesion/prime_blob_enable.md) is ingeschakeld, specificeert deze instelling de z-coördinaat waar de beweging van de priming-blob begint. Cura zal naar deze positie gaan voordat de doorvoer wordt uitgevoerd. + +In tegenstelling tot de X- en Y-coördinaten is dit een machine-instelling. Dit komt omdat wordt aangenomen dat de bewerking een vaste Z-coördinaat heeft. Om een Primeblob te creëren, moet nozzle naar de platform toe bewegen en misschien een beetje op en neer bewegen. [X](../platform_adhesion/extruder_prime_pos_x.md) en [Y](../platform_adhesion/extruder_prime_pos_y.md) kunnen worden geselecteerd met de normale instellingen om de positie van de feed drop te verplaatsen als de ruimte op de platform beperkt is is, maar de z-coördinaat niet. + +Het enige dat dit verandert, is de Z-coördinaat waar Cura de nozzle naartoe verplaatst voordat het doorvoer commando wordt uitgevoerd. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruders_enabled_count.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruders_enabled_count.md new file mode 100644 index 000000000..ae2deeb9b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/extruders_enabled_count.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Aantal ingeschakelde extruders +==== +Deze instelling slaat op hoeveel extruders momenteel zijn ingeschakeld in de front-end. De extruders kunnen worden in- of uitgeschakeld via een selectievakje in het configuratiemenu bovenaan in het midden van het scherm. + +Deze instelling wordt automatisch aangepast door Cura wanneer de gebruiker een extruder in- of uitschakelt. De instelling mag niet worden gewijzigd door de gebruiker of in profielen. Andere instellingen kunnen dit gebruiken om een geschikte instellingswaarde te bepalen of om te zien of multi-extrusie-instellingen moeten worden weergegeven. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/gantry_height.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/gantry_height.md new file mode 100644 index 000000000..b62a5bdf2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/gantry_height.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Rijbrug hoogte +==== +Deze instelling meet de afstand tussen de platform en het portaalsysteem waaraan de printkop is opgehangen. Deze hoogte is een bovengrens wanneer u [Print Volgorde](../blackmagic/print_sequence.md) print, aangezien het eerder geprinte object de portal zou kunnen raken. + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +De meeste 3D-printers hebben hun printkoppen aan een of twee dwarsbalken hangen. De vorm van dit portaal is niet door Cura gemodelleerd: of het nu gaat om twee kruisende staven, een enkele arm die uit één richting komt of een enkele dwarsbalk waarlangs de printkop in één richting kan bewegen. Cura ziet dit portaal als een hard plafond bij het één voor één printen, ongeacht in welke volgorde de modellen worden geprint. Bij het één voor één printen wordt de hoogte van het bouwvolume verlaagd tot deze portaalhoogte, om aan te geven dat er geen modellen hoger dan de portaalhoogte zijn toegestaan. + +Een uitzondering is wanneer er slechts één object op de platform wordt geladen. Dit object mag hoger zijn dan de portaalhoogte omdat er dan niets anders op de platform zal zijn dat tegen het portaal kan botsen. + +**Aangezien dit een machine-instelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. De portaalhoogte kan worden gewijzigd in het dialoogvenster met printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het voorkeurendialoogvenster.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_acceleration.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_acceleration.md new file mode 100644 index 000000000..152a6164b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_acceleration.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Standaardacceleratie +==== +Deze instelling specificeert de acceleratie die uw firmware gebruikt wanneer Cura de [Acceleratieregulering Inschakelen](../speed/acceleration_enabled.md) niet regelt. + +Dit wordt gebruikt om de juiste tijdsschattingen voor uw print te krijgen wanneer Cura de acceleratiesnelheden niet regelt. Alle printen zullen dan met dezelfde acceleratie plaatsvinden. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_always_write_active_tool.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_always_write_active_tool.md new file mode 100644 index 000000000..0d6ed7e85 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_always_write_active_tool.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Tool voor altijd actief schrijven +==== +Deze instelling specificeert hoe bepaalde G-code-commando's met een gereedschapsparameter door de printer worden geïnterpreteerd. Sommige G-code-opdrachten kunnen een parameter bevatten die aangeeft op welke extruder het van toepassing is. Sommige firmware interpreteert deze parameter als een opdracht om naar die tool over te schakelen en vervolgens de G-code uit te voeren, terwijl sommige firmware deze parameter interpreteert als een opdracht om de G-code toe te passen op een andere extruder dan de momenteel actieve. + +De enige commando's waarvoor dit geldt en die relevant zijn voor 3D printen zijn de commando's voor het verwarmen van de nozzles, `M104` en `M109`. Laten we het volgende voorbeeld nemen van een warmteopdracht die wordt uitgevoerd terwijl de eerste extruder (`T0`) aan het printen is: + +`M104 S210 T1` + +Er zijn twee mogelijke interpretaties van dit commando: +* Terwijl de eerste extruder doorgaat met printen, verwarmt u de tweede extruder tot 210°C. Dit is de interpretatie die wordt bepleit door Marlin, Reprap, Sailfish en hun afgeleide firmwarepakketten. +* Schakel eerst over naar de tweede extruder, verwarm vervolgens de tweede extruder tot 210°C. Dit is de interpretatie van Smoothieware en zijn afgeleide firmware. + +Vanwege Cura's strategie voor temperatuurbeheersing is het nooit nodig om de tweede interpretatie uit te voeren. Als de printer het g-code-commando op de tweede manier interpreteert, schrijft Cura in plaats daarvan de volgende g-code: + +`M104 S210 T1` + +`T0` + +In wezen weet hij dat de printer als gevolg van deze opdracht naar de tweede extruder zal overschakelen, dus hij moet terugschakelen naar de eerste extruder om daar verder te gaan met printen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_buildplate_type.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_buildplate_type.md new file mode 100644 index 000000000..d4d04d3c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_buildplate_type.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Materiaal van het platform +==== +Met deze instelling kunt u aangeven van welk materiaal uw platform is gemaakt. Er zijn momenteel twee opties: aluminium of glas. + +Cura doet absoluut niets met deze informatie, behalve het doorgeven aan de g-code in de Griffin g-code-header. Hierdoor weet de printer of de g-code voor de juiste platform is. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_center_is_zero.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_center_is_zero.md new file mode 100644 index 000000000..a2dde8a11 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_center_is_zero.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Is oorsprongpunt centraal +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, bevindt de 0,0-coördinaat van de printer zich in het midden van het buildvolume in plaats van in de linkervoorhoek. + +Voor sommige printers gaat de firmware ervan uit dat de 0,0-coördinaat zich in het midden van het buildvolume bevindt. Dit is gebruikelijk bij delta-printers, die meestal cilindrische bouwvolumes hebben en geen kubussen. + +Als de nulcoördinaat van de printer in het midden ligt, bevat de uiteindelijke g-code zowel negatieve als positieve coördinaten. De oorsprong van de coördinaten bevindt zich in het midden van het bouwvolume van Cura. Cura toont ook zijn driekleurige coördinatenmarkering in het midden. De coördinaten van 3MF-bestanden worden echter nog steeds behandeld alsof de oorsprong van de coördinaten zich in de linkervoorhoek van de printer bevindt, aangezien het 3MF-bestandsformaat dit vereist. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een selectievakje voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_depth.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_depth.md new file mode 100644 index 000000000..0219e3197 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_depth.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Machine diepte +==== +Deze instelling specificeert het bereik van Y-coördinaten waarbinnen de nozzle(s) kunnen bewegen. Het is eigenlijk de bruikbare grootte van de printer. + +Dit komt niet overeen met de werkelijke diepte van de printer op het schap. De eigenlijke printer heeft ook een frame of arm rond het bouwvolume, en die maat is exclusief die maat. Het gaat alleen om de grootte van het bouwvolume, d.w.z. de coördinaten waarin de nozzle kan bewegen. + +![De afmetingen van het bouwvolume](../../../articles/images/build_volume_dimensions.svg) + +Als er meerdere nozzles zijn, kunnen mogelijk niet alle nozzles het volledige bouwvolume bereiken. Bij sommige printers reiken sommige nozzles mogelijk niet tot aan één kant van het bouwvolume als de printer meerdere nozzles heeft die ten opzichte van elkaar zijn verschoven. Deze instelling geeft eenvoudigweg de som van de volumes weer die alle nozzles kunnen bereiken. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. De diepte kan worden gewijzigd in het dialoogvenster Printerinstellingen in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_disallowed_areas.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_disallowed_areas.md new file mode 100644 index 000000000..577865630 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_disallowed_areas.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Verboden gebieden +==== +Deze instelling toont alle gebieden op de platform waar de printkop niet mag printen. De gebruiker mag geen objecten in deze gebieden of zo dichtbij plaatsen dat er iets zou worden afgeprint (zoals een rand). + +![Grijze vierkanten geven niet-toegestane gebieden aan waar de clips zich op de platform bevinden.](../../../articles/images/machine_disallowed_areas.png) + +Deze verboden gebieden zijn nodig om te voorkomen dat de printkop ergens tegenaan botst. Er kan bijvoorbeeld een veegborstel binnen het bereik van de printkop zijn, of een bedieningspaneel, of een camera die iets te ver in het bouwvolume uitsteekt. Als de gebruiker te dicht bij deze objecten zou printen, zou de printkop ermee in botsing komen. In het beste geval treedt een [laagverschuiving](../troubleshooting/layer_shift.md) op. In het ergste geval wordt de printkop of het object waar de printkop tegenaan botst beschadigd. + +De niet-toegestane gebieden worden als grijze arcering op de platform getekend om de gebruiker te waarschuwen dat er geen objecten kunnen worden geplaatst. Deze schaduwen kunnen in alle richtingen worden verlengd om te voorkomen dat de rand of het schort er tegenaan stoot, en ook om verschillende andere redenen. Er zijn ook andere schaduwen op de platform, bijvoorbeeld om het bewegingsbereik te beperken wanneer de sproeiers verschoven zijn. + +Als alleen de actieve nozzle tegen het obstakel zou botsen, kan de vergelijkbare instelling [Verboden gebieden voor de nozzle](nozzle_disallowed_areas.md) voorkomen dat de nozzle in botsing komt met het obstakel, terwijl de printkop toch over het obstakel kan gaan. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_end_gcode.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_end_gcode.md new file mode 100644 index 000000000..ea910b61f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_end_gcode.md @@ -0,0 +1,53 @@ +Eind G-code +==== +Met deze instelling kan een stukje g-code worden geschreven om aan het einde van elke print te worden uitgevoerd. Met deze g-code kan de printer zijn componenten afsluiten en opruimen na het printen. + +Enkele voorbeelden van dingen die vaak worden gedaan in de eind-g-code zijn: + +* Intrekken van het materiaal. +* Koeling van de nozzle(s). +* Koeling van de platform. +* Zet de ventilatoren uit. + +Voor een redelijk uitgebreide lijst van beschikbare g-codes om hier te schrijven, zie de [RepRap Wiki](https://reprap.org/wiki/G-code). + +Verwijzingen naar instellingen +---- +Bij het bewerken van de eind-G-code kunt u verwijzen naar de waarden van andere instellingen. Hiervoor wordt een specifieke syntaxis gebruikt. Er wordt naar instellingen verwezen met hun *sleutel*. Deze sleutel is een interne naam in Cura. Het is niet zichtbaar in de gebruikersinterface. Voor een volledige lijst van alle sleutels, zie [dit document](https://github.com/Ultimaker/Cura/blob/master/resources/definitions/fdmprinter.def.json) in de Cura-broncode. + +De syntaxis om de waarde van een globale instelling te krijgen is als volgt: + +`{setting_key}` + +Met andere woorden, schrijf de sleutel van de instelling tussen accolades. Zo wordt de globale waarde van een instelling bepaald. Veel instellingen kunnen echter voor elke extruder anders zijn. Deze moeten als volgt worden aangeduid: + +`{setting_key, #}` + +Hier moet u in plaats van het "#"-symbool het nummer van de extruder schrijven waarvan u de instelling wilt krijgen. Extruders beginnen te tellen vanaf 0. Algemene instellingen kunnen ook worden verkregen door een extruder op te geven, maar deze zullen voor alle extruders hetzelfde zijn. Als u een extruderspecifieke temperatuur probeert te krijgen zonder het extrudernummer op te geven, krijgt u de waarde voor de eerste extruder die niet is uitgeschakeld. + +U kunt deze referenties b.v. Gebruik het bijvoorbeeld om af te koelen tot een stand-bytemperatuur of om de standaardversnelling en schok van de printer te herstellen. Hier zijn enkele voorbeelden: + +`M104 T0 S{material_standby_temperature, 0} ;standby voor de volgende print` + +`M104 T1 S{material_standby_temperature, 1}` + +`M204 P{machine_acceleration} T{machine_acceleration}` + +Wees voorzichtig met de snelheidsinformatie. G-code accepteert doorgaans doorvoersnelheden in millimeters per *minuut*, terwijl instellingen in millimeters per *seconde* zijn. Er is momenteel geen manier om de juiste voedingssnelheid te selecteren. Met deze referenties is het onmogelijk om berekeningen te maken. + +Andere informatie +---- +Er is ook wat aanvullende informatie beschikbaar met dezelfde syntaxis als voor verwijzingen naar instellingen: + +* `{time}` verwijst naar de skinige lokale tijd van de dag waarop het werd gesneden. +* `{date}` verwijst naar de datum waarop het werd gesneden. +* `{day}` verwijst naar de dag van de week waarop het werd gesneden. +* `{initial_extruder_nr}` verwijst naar de extruder die gaat printen. + +* `{material_id}` verwijst naar een unieke identificatie voor het actieve materiaal. Specificeer de extruder vergelijkbaar met andere instellingen. +* `{material_name}` verwijst naar de naam van het actieve materiaal. Dit is meestal de naam die je aantreft op een website waar het materiaal wordt verkocht. +* `{material_type}` verwijst naar de actieve materiaalklasse, zoals PLA of ABS. +* `{material_brand}` verwijst naar de fabrikant van het materiaal. + + +**Deze instelling is een apparaatinstelling en komt daarom niet voor in de normale lijst met instellingen. Het kan worden gewijzigd door op "Apparaatinstellingen" te klikken in de lijst met printers in het instelling \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_x.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_x.md new file mode 100644 index 000000000..1077b0ece --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +X eindstop in positieve richting +==== +Deze instelling vertelt Cura in welke richting de printer langs de X-as moet bewegen wanneer deze het uitlijncommando ontvangt. Als deze instelling is uitgeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop voor de X-as zich op de nul- (of negatieve) coördinaat van het bouwvolume bevindt. Indien ingeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop van de X-as zich op de maximale X-coördinaat van de printer bevindt. Wanneer de printer opstart, moet deze naar deze eindstops gaan, zodat de printer weet waar de printkop zich bevindt. + +Deze instelling wordt door Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3GWriter-plug-in om de homing G-code-opdracht correct te implementeren bij het schrijven van een X3G-toolpath-bestand. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_y.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_y.md new file mode 100644 index 000000000..5f293e68c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_y.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Y eindstop in positieve richting +==== +Deze instelling vertelt Cura in welke richting de printer langs de Y-as moet bewegen wanneer deze het uitlijncommando ontvangt. Als deze instelling is uitgeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop voor de Y-as zich op de nul (of negatieve) coördinaat van het bouwvolume bevindt. Indien ingeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop van de Y-as zich op de maximale Y-coördinaat van de printer bevindt. Wanneer de printer opstart, moet deze naar deze eindstops gaan, zodat de printer weet waar de printkop zich bevindt. + +Deze instelling wordt door Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3GWriter-plug-in om de homing G-code-opdracht correct te implementeren bij het schrijven van een X3G-toolpath-bestand. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_z.md new file mode 100644 index 000000000..89cbd38c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_endstop_positive_direction_z.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Z-eindaanslag in positieve richting +==== +Deze instelling vertelt Cura in welke richting de printer langs de Z-as moet bewegen wanneer deze het uitlijncommando ontvangt. Als deze instelling is uitgeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop voor de Z-as zich op de nul (of negatieve) coördinaat van het bouwvolume bevindt. Indien ingeschakeld, wordt aangenomen dat de eindstop van de Z-as zich op de maximale Z-coördinaat van de printer bevindt. Wanneer de printer opstart, moet deze naar deze eindstops gaan, zodat de printer weet waar de printkop zich bevindt. + +Deze instelling wordt door Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3GWriter-plug-in om de homing G-code-opdracht correct te implementeren bij het schrijven van een X3G-toolpath-bestand. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruder_count.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruder_count.md new file mode 100644 index 000000000..c7edfdbd5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruder_count.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Aantal extruders +==== +Deze instelling bepaalt hoeveel extruders deze printer heeft. Sommige printers hebben meerdere extruders, zodat ze het materiaal waarmee ze printen tijdens dezelfde print kunnen veranderen. + +Voor elk van de extruders geeft Cura een tabblad met instellingen weer. De instellingen kunnen meestal apart worden aangepast, hoewel sommige instellingen niet per extruder kunnen worden aangepast (bijvoorbeeld de temperatuur van het bouwvolume). Het aantal extruders wordt ook beperkt door de extruderdefinitiebestanden die beschikbaar zijn voor de skinige printer, aangezien Cura ook meer informatie nodig heeft over deze extruders, zoals hun relatieve positie op de printkop. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. In het dialoogvenster met printerinstellingen is er een dropdown-widget die u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het instellingendialoogvenster.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_heater.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_heater.md new file mode 100644 index 000000000..6950f2f0b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_heater.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Extruders delen verwarming +==== +Met deze instelling kunt u ervoor zorgen dat alle nozzlejes in deze printer een enkele verwarming gebruiken. Cura zal de nozzles van bepaalde extruders niet afkoelen wanneer ze inactief zijn. Omdat ze een verwarming delen, is de veronderstelling dat de extruder warm moet blijven voordat een andere extruder kan blijven extruderen. + +Meestal is dit vereist bij mengnozzleken waarbij meerdere filamenten in hetzelfde nozzle worden gevoerd. Deze nozzle heeft maar één heater die het filament dat zich op dat moment in de nozzle bevindt opwarmt. Tegelijkertijd zou Cura, als Cura de verwarming voor elk filament afzonderlijk regelde, proberen nozzle warm te houden voor het actieve filament terwijl het afkoelde tot de [Stand-bytemperatuur](../material/material_standby_temperature.md) voor de andere filamenten . Dit is niet mogelijk en resulteert in ofwel alleen het eerste filament opwarmen of permanent printen tot stand-bytemperatuur als de firmware alleen de warmteopdrachten toepast op één nozzle, ongeacht op welk gereedschap ze zijn gericht. Door Cura te vertellen dat de extruders een verwarming delen, wordt dit probleem vermeden. + +Cura gaat er niet per se van uit dat de extruders die een verwarming delen ook een matrijs delen. Er is hiervoor een aparte instelling die specificeert dat de [Extruders delen nozzle](machine_extruders_share_nozzle.md). + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een selectievakje voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_nozzle.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_nozzle.md new file mode 100644 index 000000000..8b7196f6f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_share_nozzle.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Extruders delen nozzle +==== +Met deze instelling kunt u specificeren dat uw printer slechts één nozzle heeft en dat al het filament door hetzelfde nozzle wordt geduwd. Cura zal dan haar voorbereidingsstrategie wijzigen. + +Normaal gesproken gaat Cura ervan uit dat na het uitvoeren van de [Start G-Code](machine_start_gcode.md) alle extruders hun filament bij de nozzletip hebben en klaar zijn om te printen. Als de extruders een nozzle delen, is dit niet mogelijk omdat er maar één filament tegelijk in de nozzle kan zitten. In plaats van de normale vulprocedure met een [Primeblob inschakelen](../platform_adhesion/prime_blob_enable.md) of extra roklijnen, moet nozzle worden geprimed als een volledige extruderwissel. Dit omvat printen in de [Primepijler inschakelen_tower](../dual/prime_tower_enable.md) indien ingeschakeld. + +Als alle extruders een nozzle delen, is het logisch dat ze ook een verwarming [Extruders delen verwarming](machine_extruders_share_heater.md). Cura creëert echter niet op zichzelf een verbinding tussen de twee. Zorg er dus voor dat u beide inschakelt als uw printer daadwerkelijk een enkele nozzle en een enkele verwarming voor alle extruders heeft. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een selectievakje voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_shared_nozzle_initial_retraction.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_shared_nozzle_initial_retraction.md new file mode 100644 index 000000000..050033862 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_extruders_shared_nozzle_initial_retraction.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Initiële terugtrekking gedeelde nozzle +==== +Wanneer de extruders van een printer [Extruders delen nozzle](machine_extruders_share_nozzle.md), gaat Cura er niet vanuit dat alle extruders beginnen met het filament aan de punt van nozzle. Deze instelling geeft aan hoe ver het filament vanaf nozzle begint. Het filament kan op een andere afstand beginnen dan de [Intrekafstand bij Wisselen Nozzles](../dual/switch_extruder_retraction_amount.md) omdat het filament mogelijk verder weg is opgeslagen terwijl de printer inactief was dan toen de extruder inactief was tijdens het printen. + +![afstand van inactief filament voor printen](../../../articles/images/machine_extruders_shared_nozzle_initial_retraction.svg) + +Cura gebruikt dit om ervoor te zorgen dat het filament zich bij de nozzlepunt bevindt voordat het materiaal begint te verzamelen voor de eerste extruderwissel. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_feeder_wheel_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_feeder_wheel_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..414b17c8c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_feeder_wheel_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Diameter van het feedertandwiel +==== +Deze instelling is een maat voor de diameter van het wiel dat het filament heen en weer beweegt in de feeder. + +![Het invoerwiel heeft meestal het meest gripvaste oppervlak.](../../../articles/images/machine_feeder_wheel_diameter.svg) + +Deze instelling wordt door Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3GWriter-plug-in om de feed correct te beheren. Het moet weten hoe snel de feeder moet worden verplaatst om het filament op de juiste afstand te verplaatsen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_filament_park_distance.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_filament_park_distance.md new file mode 100644 index 000000000..e110c228a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_filament_park_distance.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Parkeerafstand filament +==== +Deze instelling geeft aan waar het filament moet worden geparkeerd wanneer het niet meer in gebruik is. Als u met meerdere extruders print en een van de extruders hoeft niet zo hoog te printen als de andere, dan wordt het filament na het laatste gebruik in een parkeerpositie geplaatst. Dit wordt echter niet meer gedaan. In plaats daarvan wordt het nu teruggetrokken tot de [Intrekafstand nozzleschakelaar](../dual/switch_extruder_retraction_amount.md). + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_firmware_retract.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_firmware_retract.md new file mode 100644 index 000000000..636afaf62 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_firmware_retract.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Intrekken via firmware +==== +Normaal gesproken veroorzaakt Cura een feed door de beweging van de feeder te regelen en hem te vertellen het filament een beetje naar binnen te trekken. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt in plaats daarvan een `G10`-commando geschreven, wat betekent dat de printer het filament moet invoeren, of een `G11`-commando om verder te gaan. + +Als u ervoor kiest om firmware-feeds te gebruiken, bepaalt de firmware van de printer hoe ver en hoe snel het filament moet worden ingevoerd. De printer weet misschien meer over zijn eigen geometrie dan Cura, waardoor hij beter kan beslissen hoe het filament moet worden ingevoerd. Hierdoor heeft Cura echter geen controle meer over deze inkepingen en weet Cura meer over de print zelf. Kortom, de slicer en de firmware hebben verschillende informatie, en deze instelling bepaalt welke van de twee de keuze heeft. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_gcode_flavor.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_gcode_flavor.md new file mode 100644 index 000000000..2b224e7b1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_gcode_flavor.md @@ -0,0 +1,80 @@ +Versie G-code +==== +Hoewel G-code een gestandaardiseerd formaat is voor het verzenden van instructies naar CNC-machines zoals 3D-printers, zijn er nog steeds enkele verschillen in welke G-codes door elke printer worden ondersupportd, wat hun oorspronkelijke status is en soms hoe de opdrachten moeten worden geïnterpreteerd. Met de G-code-smaak kunt u grotendeels specificeren welke reeks opdrachten uw printer accepteert. + +Het verschil tussen de verschillende G-code varianten is over het algemeen vrij klein. De hoofdcommando's, zoals het verplaatsen en verwarmen van nozzle, zijn over het algemeen hetzelfde. + +Lees de documentatie bij de firmware van uw printer om de juiste G-code-variant te selecteren. Daar moet u leren welke functies worden ondersupportd en welke niet. Dit zijn de beschikbare varianten in Cura en hun verschillen. + +Marlijn +---- +Marlin wordt beschouwd als de standaard G-codevariant. Het is bedoeld voor de belangrijkste release van [Marlin Firmware](https://marlinfw.org/), de meest populaire 3D-printfirmware en vormt de basis van de meeste alternatieve firmwares die er zijn. + +Marlijn (volumetrisch) +---- +Dit is een variant van Marlin waarbij de extrusie-opdrachten de extrusiehoeveelheid specificeren in kubieke millimeters in plaats van filamentlengtes. Dit zijn de opvallende wijzigingen: +* De parameter `E` van het `G1`-commando wordt berekend in kubieke millimeters, het volume plastic dat wordt toegevoerd, in plaats van de lengte van het filament dat tijdens die beweging wordt ingevoerd. +* De statistieken aan het begin van de G-code tonen ook het gebruikte filament in kubieke millimeters. + +RepRap +---- +Dit is een variant gericht op het ondersupporten van printers en is voortgekomen uit het [RepRap-project](https://reprap.org/wiki/RepRap). Ze heeft een aantal opmerkelijke uitzonderingen: +* Vermeld altijd de extruder bij het instellen van de begintemperatuur van de laag, ook als er maar één extruder is. +* Keer terug naar relatieve extrusie na het printen. +* Verander de acceleratie met behulp van de `P` en `T` parameters van de `M204` opdracht, voor respectievelijk druk en verplaatsversnelling, in plaats van de `S` parameter. +* Verander jerk met commando `M566` in plaats van commando `M205`. + +Ultimaker 2 +---- +Deze G-code variant is bedoeld voor de Ultimaker 2 familie. De firmware van deze familie had het vreemde idee dat de printer de materiaalgerelateerde instellingen moest regelen en niet de slicer. Dit zijn de uitzonderingen: +* Er zullen geen printtemperatuurcommando's zijn in de G-code. +* Er zijn geen g-code temperatuuropdrachten voor de platform. +* Er zullen geen commando's voor de temperatuur van het bouwvolume zijn in de G-code. +* Aangenomen wordt dat de eerste nozzle de [printtemperatuur voor de eerste laag](../material/material_print_temperature_layer_0.md) heeft wanneer het printen begint. +* Er wordt aangenomen dat het bouwvel op [Temperatuur eerste laag](../material/material_bed_temperature_layer_0.md) is wanneer het printen begint. +* De parameter 'E' van het commando 'G1' wordt berekend in kubieke millimeters, het volume plastic dat wordt toegevoerd en niet de lengte van het filament dat tijdens die beweging wordt ingevoerd. +* In de statistieken aan het begin van de G-code wordt het gebruikte filament weergegeven in kubieke millimeters. + + +Griffioenen +---- +Dit is de G-code variant voor moderne Ultimaker printers, de Ultimaker 3 en nieuwere modellen. Deze printers hebben een set metadata nodig in een bepaald formaat aan het begin van de G-code. De verschillen in deze G-code variant zijn: +* Aan het begin van de G-code staat een grote header die metadata bevat zoals de duur van de print, de naam van de printopdracht en wat praktische informatie zoals de starttemperatuur en de begrenzingsbox van de print. +* Er zijn geen commando's voor het bouwen van een temperatuur in de G-code. +* Aangenomen wordt dat het eerste nozzle zich bij het begin van het printen op [Eerste laag printtemperatuur](../materiaal/materiaal_print_temperatuur_laag_0.md) bevindt. +* Er wordt aangenomen dat het bouwvel de [temperatuur van de eerste laag van het bouwvel] (../material/material_bed_temperature_layer_0.md) heeft wanneer het printen begint. +* Er wordt niet aangenomen dat de printer start met de eerste extruder, dus aan het begin van het printen met een `T`-commando zal hij altijd overschakelen naar de startende extruder. +* Voor elke extruder wordt bij de eerste printstart een druppel geprint met `G280` in plaats van een streepje. + +Mmakerbot +---- +Dit is een G-code-smaak die bedoeld is voor op [Sailfish](https://www.sailfishfirmware.com/) gebaseerde firmware. Deze firmware wordt gebruikt in opvolgers van de originele Makerbot-printers. Enkele opvallende verschillen zijn: +* Bij het wijzigen van de printtemperatuur wordt `M109` (temperatuur instellen en onderhouden) niet ondersupportd. In plaats daarvan wordt `M104` uitgevoerd, die niet wacht tot de temperatuur is bereikt. Vervolgens gebruikt het 'M116' om de printer te vertellen dat hij moet wachten tot die temperatuur is bereikt. +* De `E`-afmeting van het `G1`-extrudeercommando wordt niet gereset tijdens het printen. Bij andere varianten wordt deze parameter na elke 10 meter filament gereset met een `G92 E0`-opdracht om afrondingsfouten met drijvende komma in de firmware te voorkomen, maar niet bij deze variant. +* Het wisselen van extruder gebeurt met het `M135`"-commando en niet met het `T`-commando. +* De ventilatorsnelheid wordt niet gerapporteerd. De ventilator is volledig aan of uit. Cura geeft de printer de opdracht om de ventilator aan te zetten wanneer hij anders wil dat de ventilatorsnelheid 50% of meer is. + +Bits from bytes +---- +Dit is een G-code variant voor de Bits from Bytes printers, die hun eigen firmware hebben. Hun G-code variant verschilt aanzienlijk van andere. De volgende wijzigingen worden door Cura doorgevoerd: +* Extrusiehoeveelheden worden geschreven met de snelheid van de feeder en niet met de parameter `E`. +* Inspringingen worden geschreven met `M101` of `M201`", afhankelijk van de actieve extruder. +* De invoersnelheid wordt gegeven met een apart commando `M108`. +* Rijbewegingen worden gespecificeerd met een `M103`-commando in plaats van `G1` uit te schakelen voor `G0`. Er worden geen `G0`-commando's gegeven. +* De printer is ingesteld om automatisch intrekken te gebruiken met de opdracht `M227`. +* Cura zal nieuwe regels in Windows-stijl uitvoeren, voorafgegaan door een regelterugloop in plaats van alleen een nieuwregelsymbool. +* De `E`-afmeting van het `G1`-extrudeercommando wordt niet gereset tijdens het printen. Bij andere smaken wordt deze parameter na elke 10 meter filament gereset met een `G92 E0`-opdracht om afrondingsfouten met drijvende komma in de firmware te voorkomen, maar niet bij deze. + +Mach3 +---- +Dit is een G-code-smaak die dichter bij de manier blijft waarop CNC-freesmachines G-code verwachten. Er is slechts één opmerkelijk verschil: +* De extrusiehoeveelheden worden geschreven met de parameter `A` van het commando `G1` en niet met de parameter `E`. + +Repetier +---- +Dit is een G-code variant voor de 3D-printers van Repetier. Het bootst de output van de Repetier-slicer na. Dit zijn de opvallende verschillen in deze g-code variant: +* Wanneer firmware-inspringingen zijn ingeschakeld, gebruiken de inspringingen voor een extruderschakelaar `G10 S1` om aan te geven dat het een inspringing is voor een extruderschakelaar. +* acceleratiewijzigingen worden gemaakt met de commando's 'M201' en 'M202' (om respectievelijk acceleratie en rijversnelling printen) en niet met 'M204'. +* Jerk-wijzigingen worden gemaakt met het commando `M207` en niet met het commando `M205`. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een vervolgkeuzemenu voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_polygon.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_polygon.md new file mode 100644 index 000000000..e6c364962 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_polygon.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Apparaatkop veelhoek +==== +Dit is een instelling die vroeger op dezelfde manier werd gebruikt als [Machine Head and Fans Polygon](machine_head_with_fans_polygon.md) nu is. Deze instelling werd gebruikt om de botsingszone rond objecten te bepalen bij het [sequentieel] printen (../blackmagic/print_sequence.md). + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +Latere versies ontdekten echter dat de ventilatoren net zo gemakkelijk konden botsen als de rest van de printkop. Deze instelling is permanent verwijderd in Cura 4.5, hoewel het in veel eerdere versies geen effect had. In uw skinige versie van Cura heeft deze instelling geen effect. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_with_fans_polygon.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_with_fans_polygon.md new file mode 100644 index 000000000..373145628 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_head_with_fans_polygon.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Machinekop en ventilatorpolygoon +==== +Deze instelling vertelt Cura hoe de vorm van uw printkop eruitziet van bovenaf gezien. Dit is nodig om botsingen te voorkomen bij het printen in [Printvolgorde](../blackmagic/print_sequence.md). + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) +![Van bovenaf gezien is de vorm van de printkop relatief ten opzichte van de nozzlepositie](../../../articles/images/machine_head_with_fans_polygon.png) + +Deze instelling bevat een lijst met coördinaten die een veelhoek vormen. De coördinaten zijn relatief ten opzichte van de "positie" van de kop, waar de nozzles ook relatief ten opzichte van zijn gepositioneerd. + +Cura gebruikt dit om een botsingsgebied te creëren rond de objecten die u printt in "Een-voor-een"-modus. Dit botsingsgebied voorkomt dat de objecten te dicht bij elkaar komen te staan, zodat ze niet kunnen worden geprint zonder dat de printkop botst met het eerder geprinte model. Het botsingsgebied heeft echter niet dezelfde vorm als de printkop zelf: het is een bolle schil rond de printkop om botsingen te voorkomen, zelfs wanneer deze beweegt. Ook wordt het gereduceerd om symmetrisch te zijn. Als de nozzle zich bijvoorbeeld meer links van de printkop bevindt (zoals in de afbeelding hierboven), wordt het botsingsgebied verkleind zodat een ander object rechts van de reeds geprinte objecten kan worden geplaatst. De volgorde waarin deze objecten worden geprint + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. De grootte van de printkop kan echter ruwweg worden aangegeven in het dialoogvenster met printerinstellingen, dat zich in de lijst met toegevoegde printers in het instellingenvenster bevindt. U kunt alleen de positie links, rechts, boven en onder aan de printkop specificeren.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heat_zone_length.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heat_zone_length.md new file mode 100644 index 000000000..9ed4e8cb4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heat_zone_length.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Lengte verwarmingszone +==== +Deze instelling meet de afstand tussen de punt van nozzle en het punt langs het filament waar het filament begint op te warmen. + +De thermische zone bepaalt in wezen de "gevarenzone" waarin het filament zich bevindt tijdens het printen. Zolang nozzle heet is en het filament zich binnen deze warmtezone bevindt, zal het filament smelten en daardoor degraderen. Deze meting is daarom een goed startpunt voor langdurige retracties, zoals de [Intrekafstand bij Wisselen Nozzles](../dual/switch_extruder_retraction_amount.md) of de [Parkeerafstand filament](machine_filament_park_distance.md). Bij sommige profielen zijn de aanvoerlengtes afhankelijk van de lengte van de verwarmingszone. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_bed.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_bed.md new file mode 100644 index 000000000..86c31f4f5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_bed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Heeft verwarmd platform +==== +Deze instelling geeft aan of de printer een Platform heeft die de temperatuur kan regelen. Dit soort Platformen worden in veel 3D-printers geïnstalleerd om de hechting tussen de print en de Platform te verbeteren. + +Als de printer geen verwarmd bouwbed heeft, zijn de instelling [Platformtemperatuur](../material/material_bed_temperature.md) en de bijbehorende instellingen niet zichtbaar voor de gebruiker. Ook geeft Cura geen opdrachten aan de printer voor de temperatuur van de plaat. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een selectievakje voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_build_volume.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_build_volume.md new file mode 100644 index 000000000..0b765f5fe --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_heated_build_volume.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Heeft temperatuurstabilisatie van werkvolume +==== +Deze instelling beschrijft of de printer de temperatuur van het bouwvolume kan regelen. + +Alle 3D-printers verwarmen hun bouwvolume tot op zekere hoogte door de verwarmingen in hun nozzle en bouwplaten, maar sommige printers hebben actieve verwarmings- of ventilatiesystemen en een temperatuursensor. Hierdoor kunnen ze de temperatuur in hun bouwvolume regelen. + +Als deze instelling is uitgeschakeld, wordt de instelling [Temperatuur werkvolume](../material/build_volume_temperature.md) verborgen in de gebruikersinterface. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. Er is echter een selectievakje voor deze instelling in het dialoogvenster Printerinstellingen, dat u kunt vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_height.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_height.md new file mode 100644 index 000000000..b698efadf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_height.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Machine hoogte +==== +Deze instelling specificeert het verticale bereik van Z-coördinaten waardoor de nozzle(en) kunnen bewegen. Het is eigenlijk de bruikbare grootte van de printer. + +Dit is niet de werkelijke hoogte van uw printer op het schap. De eigenlijke printer heeft ook een portaal of arm en voetstuk rond het bouwvolume en deze afmeting is exclusief deze maat. Het gaat alleen om de grootte van het bouwvolume, d.w.z. de coördinaten waarin de nozzle kan bewegen. + +![De afmetingen van het bouwvolume](../../../articles/images/build_volume_dimensions.svg) + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. De hoogte kan worden gewijzigd in het dialoogvenster Printerinstellingen in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_e.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_e.md new file mode 100644 index 000000000..24b19569f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_e.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale Filamentacceleratie +==== +Deze instelling specificeert de maximale acceleratie die de invoermotoren van uw printer aankunnen, volgens de firmware van de printer. + +Deze instelling wordt alleen gebruikt om de juiste tijdschattingen te krijgen. De door Cura ingestelde [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md) kent geen limiet, maar Cura gaat ervan uit dat je firmware een specifieke limiet per as instelt. Als de acceleratie voor de feeder deze instelling overschrijdt, wordt de tijdschatting van deze bewegingen aangepast om aan te nemen dat uw firmware de acceleratie beperkt. De totale acceleratie kan nog groter zijn bij diagonaal accelereren met meerdere assen tegelijk. + +Het komt vaak voor dat de acceleratiegrenzen voor de feeder worden bereikt omdat (afhankelijk van de firmware) de door Cura ingestelde acceleratie ook de feeder beïnvloedt. Het is dus van cruciaal belang dat deze instelling correct is geconfigureerd om de juiste tijdschattingen voor retraites te krijgen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_x.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_x.md new file mode 100644 index 000000000..21e16ae5b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale Acceleratie X +==== +Deze instelling specificeert de maximale acceleratie die de motor en het frame van uw printer aankunnen in de X-richting, volgens de firmware van de printer. + +Deze instelling wordt alleen gebruikt om de juiste tijdschattingen te krijgen. De door Cura ingestelde [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md) kent geen limiet, maar Cura gaat ervan uit dat je firmware een specifieke limiet per as instelt. Als de acceleratie in de X-as deze instelling overschrijdt, wordt de tijdsschatting van deze bewegingen aangepast om aan te nemen dat uw firmware de acceleratie beperkt. De totale acceleratie kan nog groter zijn bij diagonaal accelereren met meerdere assen tegelijk. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_y.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_y.md new file mode 100644 index 000000000..18a8bf867 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_y.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale Acceleratie Y +==== +Deze instelling specificeert de maximale acceleratie die de motor en het frame van uw printer aankunnen in de Y-richting, volgens de firmware van de printer. + +Deze instelling wordt alleen gebruikt om de juiste tijdschattingen te krijgen. De door Cura ingestelde [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md) kent geen limiet, maar Cura gaat ervan uit dat je firmware een specifieke limiet per as instelt. Als de acceleratie van de Y-as deze instelling overschrijdt, wordt de tijdsschatting van deze bewegingen aangepast om aan te nemen dat uw firmware de acceleratie beperkt. De totale acceleratie kan nog groter zijn bij diagonaal accelereren met meerdere assen tegelijk. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_z.md new file mode 100644 index 000000000..857e5a852 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_acceleration_z.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale Acceleratie Z +==== +Deze instelling specificeert de maximale acceleratie die de motor en het frame van uw printer aankunnen in de Z-richting, volgens de firmware van de printer. + +Deze instelling wordt alleen gebruikt om de juiste tijdschattingen te krijgen. De door Cura ingestelde [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md) kent geen limiet, maar Cura gaat ervan uit dat je firmware een specifieke limiet per as instelt. Wanneer de acceleratie op de Z-as deze instelling overschrijdt, wordt de tijdsschatting van deze bewegingen aangepast om aan te nemen dat uw firmware de acceleratie beperkt. De totale acceleratie kan nog groter zijn bij diagonaal accelereren met meerdere assen tegelijk. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_e.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_e.md new file mode 100644 index 000000000..99ba5f904 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_e.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale snelheid E +==== +Deze instelling specificeert de hoogste snelheid waarmee uw feeder het filament kan verplaatsen. + +Dit wordt gebruikt om de snelheid van [Intreksnelheid](../travel/retraction_speed.md) te beperken. Je kunt je filament niet sneller terugtrekken dan je feeder kan. + +Het wordt ook gebruikt om correcte tijdschattingen te berekenen als de inspringsnelheid ooit een beperkende factor zou zijn in hoe snel een regel kan worden geprint. In werkelijkheid gaat de feed echter meestal orden van grootte sneller dan de snelheid waarmee het plastic in de nozzle kan smelten en de snelheid waarmee de printkop kan bewegen om een strakke lijn in de print te trekken, zodat dit nooit echt een beperkende factor is. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_x.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_x.md new file mode 100644 index 000000000..326a15abe --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale snelheid X +==== +Deze instelling geeft de hoogste snelheid aan die uw printer kan bereiken in de X-richting. + +Het wordt gebruikt om de [Printsnelheid](../speed/speed_print.md) en gerelateerde instellingen te beperken. U kunt geen hogere printsnelheid gebruiken dan de maximale snelheid als u diagonaal met alle assen tegelijk beweegt. Het wordt ook gebruikt om correcte tijdschattingen te berekenen wanneer een nozzle niet diagonaal verplaatst en dan de maximale snelheid in de X-as overschrijdt. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_y.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_y.md new file mode 100644 index 000000000..6408f1a67 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_y.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale snelheid Y +==== +Deze instelling geeft de hoogste snelheid aan die uw printer in de Y-richting kan bereiken. + +Het wordt gebruikt om de [Printsnelheid](../speed/speed_print.md) en gerelateerde instellingen te beperken. U kunt geen hogere printsnelheid gebruiken dan de maximale snelheid als u diagonaal met alle assen tegelijk beweegt. Het wordt ook gebruikt om de juiste tijdschattingen te berekenen wanneer een nozzle niet diagonaal verplaatst en dan de maximale snelheid op de y-as overschrijdt. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_z.md new file mode 100644 index 000000000..4e8319742 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_feedrate_z.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale snelheid Z +==== +Deze instelling geeft de hoogste snelheid aan die uw printer kan bereiken in de Z-richting. + +Het wordt gebruikt om de [Snelheid Z-sprong](../speed/speed_z_hop.md) te beperken. U kunt geen hogere z-sprongsnelheid gebruiken dan de maximale snelheid die uw printer kan bereiken. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_e.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_e.md new file mode 100644 index 000000000..02906e5a3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_e.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Standaard filamentschok +==== +Deze instelling specificeert de jerk rate die je firmware gebruikt voor de feeder wanneer Cura de [Schok (jerk) regulereing inschakelen](../speed/jerk_enabled.md) van de print niet bestuurt. + +Dit wordt gebruikt om de juiste tijdsschattingen voor uw print te krijgen wanneer Cura de schoksnelheden niet beheert. Alle printen zullen dan met dezelfde Schoksnelheid plaatsvinden. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_xy.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_xy.md new file mode 100644 index 000000000..3ecc38cd1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_xy.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Vooraf ingestelde XY-schok +==== +Deze instelling specificeert de schoksnelheid die uw firmware gebruikt voor de X- en Y-richtingen wanneer Cura de [jerk](../speed/jerk_enabled.md) niet bestuurt tijdens het printen. + +Cura gaat ervan uit dat je firmware dezelfde schok rate gebruikt voor de X- en Y-richtingen, maar deze schok rate kan verschillen voor de Z-richting en de feeder. + +Dit wordt gebruikt om de juiste tijdsschattingen voor uw print te krijgen wanneer Cura de schoksnelheden niet beheert. Alle printen zullen dan met dezelfde schoksnelheid plaatsvinden. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_z.md new file mode 100644 index 000000000..abac26fd2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_max_jerk_z.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Standaard Z-schok +==== +Deze instelling specificeert de schok rate die je firmware gebruikt voor de Z-richting wanneer Cura de [Schok (jerk) regulering Inschakelen](../speed/jerk_enabled.md) van de print niet bestuurt. + +Dit wordt gebruikt om de juiste tijdsschattingen voor uw print te krijgen wanneer Cura de schoksnelheden niet beheert. Alle printen zullen dan met dezelfde schokksnelheid plaatsvinden. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_min_cool_heat_time_window.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_min_cool_heat_time_window.md new file mode 100644 index 000000000..c7d65f31b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_min_cool_heat_time_window.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimale tijd stand-by temperatuur +==== +Deze instelling configureert de minimale stand-bytijd voor nozzle om af te koelen tot de stand-bytemperatuur. Als nozzle is ingesteld op een kortere periode dan deze stand-bytijd, wordt het niet afgekoeld maar blijft het op de [Eindtemperatuur voor printen](../material/material_final_print_temperature.md). + +Uw nozzle heeft een PID-controller die regelt hoeveel energie wordt gebruikt om uw nozzle te verwarmen om de juiste temperaturen te bereiken. Wanneer nozzle wordt bevolen om snel achter elkaar af te koelen en op te warmen met grote temperatuurverschillen, heeft de PID-regelaar de neiging om het vereiste verwarmingsvermogen verkeerd te voorspellen. Dit leidt tot grote schommelingen in de werkelijke nozzle-temperatuur. Dit kan worden gebruikt om te voorkomen dat de [Stand-bytemperatuur](../material/material_standby_temperature.md) wordt bereikt wanneer nozzle voor een zeer korte tijd inactief is. + +De optimale waarde voor deze instelling hangt af van de instelling van uw PID-regelaar. Sommige regelaars kunnen snellere veranderingen in de doeltemperatuur beter aan dan andere, en deze zijn mogelijk beter in staat om een korte standby-periode aan te kunnen. Een lagere instelling zou dan helpen voorkomen dat het materiaal in nozzle vergaat. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_minimum_feedrate.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_minimum_feedrate.md new file mode 100644 index 000000000..2d5d4774b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_minimum_feedrate.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimale Doorvoersnelheid +==== +De Marlin-firmware voor 3D-printers, waarvan de meeste printerfirmwares zijn afgeleid, heeft een minimumsnelheid voor al zijn bewegingen. Deze instelling geeft aan wat deze minimumsnelheid is voor de firmware van uw printer. + +De minimale snelheid is een aanpassing om fouten in de firmware door deling door nul te voorkomen. De firmware moet de tijdsintervallen tussen stappen berekenen om een signaal met de juiste timing naar de motoren te sturen. Als de motor met 0 snelheid moet bewegen (d.w.z. stilstand), zou dat een oneindig tijdsinterval zijn dat de firmware niet goed aankan. Dit is echter alleen het geval als geen van de motoren van de printer daadwerkelijk draait. Bij beweging in de X-richting bijvoorbeeld draait de Y-as motor nog niet, maar door de fijne kneepjes van stappenmotoren is de minimale voeding hier niet van toepassing. + +Cura gebruikt dit minimale voorschot om correcte tijdsinschattingen te maken. Het wordt toegepast bij het versnellen aan het begin van een print of na een pauze, en bij het vertragen tot stilstand aan het einde van een print of voor een pauze. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_name.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_name.md new file mode 100644 index 000000000..89d4acd2f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_name.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Type Machine +==== +Dit is een zinvolle instelling die beschrijft met welk printermodel u printt. + +Momenteel wordt deze instelling alleen gebruikt om de juiste metadata in de G-code header uit te zenden voor de Griffin g-code variant. Met deze informatie kan de printer identificeren voor welk printermodel de G-code is geoptimaliseerd. Als de printer is aangesloten op een groep printers van verschillende typen, kan deze besluiten dat het juiste type printer deze G-code moet printen. Als de voorkeursprinter niet beschikbaar is, kan deze de gebruiker een waarschuwing geven dat de G-code niet voor die printer is ontworpen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_cool_down_speed.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_cool_down_speed.md new file mode 100644 index 000000000..3a0a003a9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_cool_down_speed.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Afkoelsnelheid +==== +Deze instelling vertelt Cura hoe snel je nozzle afkoelt als het niet wordt verwarmd. Het wordt gebruikt om te voorspellen wanneer nozzle moet worden gekoeld voordat de extruder wordt omgeschakeld. + +![De nozzles worden verwarmd voordat de extruder wordt omgeschakeld.](../../../articles/images/temperature_regulation.svg) + +Wanneer de extruder wordt gewisseld, zal Cura de actieve nozzle voorkoelen net voordat deze klaar is, zodat deze tijdens het wachten iets minder zal sijpelen. Cura probeert ook te voorspellen hoeveel de nozzle is afgekoeld terwijl deze inactief was. Zo weet hij hoeveel moeite hij moet doen om ze daarna weer op te warmen. + +Als de nozzle daadwerkelijk sneller afkoelt dan deze instelling aangeeft, komt de nozzle sneller op de gereedtemperatuur dan Cura voorspelt. Hierdoor kan het langer duren voordat de nozzle is opgewarmd dan Cura voorspelt en wacht de printer bij de nozzle-schakelaar totdat de nozzle verder is verwarmd. + +Als de nozzle inderdaad langzamer afkoelt dan deze instelling aangeeft, kan de nozzle nog warm zijn als Cura een commando stuurt om de nozzle voor te verwarmen, waardoor deze te snel opwarmt. De nozzle zal een tijdje op printtemperatuur zijn voordat het zijn beurt is om te printen. Gedurende deze tijd zal het een beetje druppelen en zal het plastic iets meer degraderen. + +De werkelijke koelsnelheid is geen constante snelheid in graden per seconde. Het hangt veeleer af van het verschil tussen de skinige nozzletemperatuur en de temperatuur van het bouwvolume. Wanneer nozzle heet is, koelt het sneller af, en wanneer het de gereedtemperatuur nadert, koelt het langzamer af. Als u dit instelt, kunt u proberen de tijd te meten die nodig is om van [Eindtemperatuur voor printen](../material/material_final_print_temperature.md) naar [Stand-bytemperatuur](../material/material_standby_temperature.md) af te koelen. Dit is het belangrijkste stukje informatie dat Cura probeert te voorspellen. Als je kleine printen maakt, wil je misschien de afkoelsnelheid iets verhogen om te compenseren dat je vaker warm blijft. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_expansion_angle.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_expansion_angle.md new file mode 100644 index 000000000..fac5f8709 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_expansion_angle.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Nozzlehoek +==== +Deze instelling bevat een meting van de nozzlehoek in graden. Een kleinere hoek betekent dat de punt erg scherp is. Een grotere hoek betekent dat de punt botter is. + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +Deze hoek wordt gebruikt om de afstand tussen aangrenzende supporten te bepalen bij gebruik van [Deaadprinten](../experimental/wireframe_enabled.md). Als nozzle erg bot is, moeten de verticale supporten zeer ver uit elkaar staan, zodat nozzle andere supporten niet raakt. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_head_distance.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_head_distance.md new file mode 100644 index 000000000..224fdd21f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_head_distance.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Nozzlelengte: +==== +Deze instelling specificeert de afstand tussen de nozzlepunt en de behuizing van de printer. + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +Deze instelling wordt niet door Cura gebruikt, maar profielen kunnen deze wel gebruiken om de waarden voor andere instellingen te bepalen, zoals de [Verbindingshoogte Draadprinten](../experimental/wireframe_height.md). + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_heat_up_speed.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_heat_up_speed.md new file mode 100644 index 000000000..a1c983c80 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_heat_up_speed.md @@ -0,0 +1,15 @@ +Verwarmingssnelheid +==== +Deze instelling vertelt Cura hoe snel uw printer dat nozzle kan opwarmen. Het wordt gebruikt om te voorspellen wanneer nozzle moet worden voorverwarmd voordat van extruder wordt gewisseld. + +![De nozzles worden verwarmd voordat de extruder wordt omgeschakeld.](../../../articles/images/temperature_regulation.svg) + +Bij het wisselen van nozzles zal Cura de volgende nozzle voorverwarmen voordat deze moet worden gebruikt, zodat deze klaar is voor gebruik wanneer de andere extruder net klaar is. Het doet dit door het verschil tussen de skinige nozzletemperatuur en de doelnozzletemperatuur te nemen en dit te delen door de verwarmingssnelheid om een tijdsduur te krijgen voor het voorverwarmen van nozzle. + +Als de nozzle inderdaad sneller opwarmt dan deze instelling aangeeft, zal de nozzle enige tijd op de doeltemperatuur zijn voordat de andere extruder klaar is met printen. Gedurende deze tijd zal er wat materiaal uitlekken en kan het plastic een beetje in de nozzle degraderen, wat resulteert in [Onder-extrusie](../troubleshooting/underextrusion.md). + +Als de nozzle inderdaad langzamer opwarmt dan deze instelling aangeeft, zal de printer bij de extruderschakelaar moeten wachten tot de nozzle de gewenste temperatuur heeft om te printen. Dit zal wat extra tijd kosten. Ook wordt tijdens dit wachten de vorige extruder op de uiteindelijke printtemperatuur gehouden, waardoor deze meer materiaal aanzuigt en het plastic in de nozzle weer afbreekt. Dit is nodig om te voorkomen dat het materiaal tijdens het snijden verder afkoelt dan Cura verwachtte, waardoor het temperatuurverschil groter zou zijn dan Cura verwacht en dus de volgende keer nog langer wachten. Dit zou resulteren in een op hol geslagen effect, waarbij de voorspelling met elke laag slechter wordt, dus Cura moet het vorige materiaal warm houden, + +De werkelijke verwarmingssnelheid is geen constante snelheid in graden per seconde. Het hangt veeleer af van het verschil tussen de skinige nozzletemperatuur en de temperatuur van het bouwvolume. Als de printer koud is, warmt hij sneller op en als hij dichter bij de doeltemperatuur komt, warmt hij langzamer op. Ook de PID-controller van de printer speelt hierin een grote rol. De meeste regelaars vertragen de verwarming net voordat de doeltemperatuur wordt bereikt om doorschieten te voorkomen. Als je dit instelt, probeer dan de tijd te meten die nodig is om van [Stand-bytemperatuur](../material/material_standby_temperature.md) naar [Starttemperatuur voor printen](../material/material_initial_print_temperature.md) te gaan om op te warmen. Dit is het belangrijkste stukje informatie dat Cura probeert te voorspellen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_id.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_id.md new file mode 100644 index 000000000..dd2bb7470 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_id.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Nozzle-ID +==== +Dit is een instelling bedoeld voor specifieke nozzleprofielen en geeft aan om welk type nozzle het gaat. + +De waarde van deze instelling wordt geschreven in de kop van de G-code bij gebruik van de [Versie G-code](machine_gcode_flavor.md). Op deze manier weet de printer voor welk nozzle de G-code is en kan de gebruiker waarschuwen dat ze nozzle willen vervangen voordat ze beginnen met printen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_size.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_size.md new file mode 100644 index 000000000..2a4a38526 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_size.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Nozzlediameter +==== +Deze instelling meet de diameter van de nozzleopening waardoor het materiaal stroomt. + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +Dit is een belangrijke maatregel waar andere instellingen naar kunnen verwijzen. Allereerst wordt de [Lijnbreedte](../resolution/line_width.md) meestal aangepast op basis van de grootte van de nozzle. Sommige printerprofielen beperken ook de laaghoogte op basis van de grootte van de nozzle, aangezien de grootte van de nozzle de belangrijkste factor is in hoe snel materiaal kan worden geëxtrudeerd. + +De grootte van de nozzle wordt ook direct voor een detail gebruikt: bij het vullen van [Vul gaten tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) worden lijnstukken die meer dan twee nozzlematen uit elkaar liggen niet samengevoegd. + +Pas de grootte van nozzle niet aan, tenzij u het fysieke nozzle daadwerkelijk verandert. Sommige slicers (waaronder Cura 15.04 en eerder) gebruiken de term "tipgrootte" voor de breedte van de printen lijnen. Cura gebruikt hiervoor de [Lijnbreedte](../resolution/line_width.md) instelling. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst. Als uw printer specifieke profielen heeft voor de beschikbare jets, kunt u deze selecteren in het menu Printerinstelling bovenaan in het midden van het scherm. Anders kunt u de diameter van de nozzle instellen in het dialoogvenster Printerinstellingen, te vinden in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_temp_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_temp_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..74282e58e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_temp_enabled.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Regulering van de nozzletemperatuur inschakelen +==== +Als deze instelling is uitgeschakeld, geeft Cura geen temperatuurcommando's aan de G-code. In plaats daarvan laat Cura de firmware van de printer de nozzle opwarmen voordat ze gaan printen. + +De functionaliteit is vergelijkbaar met [Heeft verwarmd platform](machine_heated_bed.md). Als deze instelling is uitgeschakeld, zijn de instellingen voor temperatuurregeling zoals [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) niet zichtbaar voor de gebruiker. + +De tijdelijke deactivering kan worden gebruikt om de print droog te laten lopen. Om dit te doen, moet u ook de [Heft verwarmd platform](machine_heated_bed.md), [Heeft temperatuurstabilisatie van werkvolume](machine_heated_build_volume.md) en [Doorvoer](../material/material_flow.md) instellen op 0 %. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_tip_outer_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_tip_outer_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..72c9139bf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_nozzle_tip_outer_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Buitendiameter nozzle +==== +Deze instelling beschrijft de buitendiameter van de nozzlepunt op het dunste punt, aan de onderkant. + +![printkopafmetingen](../../../articles/images/head_dimensions.svg) + +Andere instellingen kunnen dit gebruiken om automatisch enkele standaardwaarden in te stellen, zoals: de afstand tussen de vloeiende lijnen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_scale_fan_speed_zero_to_one.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_scale_fan_speed_zero_to_one.md new file mode 100644 index 000000000..1e0fc7d78 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_scale_fan_speed_zero_to_one.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Zet de ventilatorsnelheid op 0-1 +==== +Om de snelheid te regelen waarmee de ventilatoren van de printer draaien, voegt Cura een snelheidsregelende parameter in de g-code-commando's in. Meestal is deze parameter een getal tussen 0 en 255. Sommige printers accepteren echter ook een getal tussen 0 en 1 en interpreteren dit dan anders. Deze instelling zorgt ervoor dat Cura de ventilatorsnelheid schrijft als een getal tussen 0 en 1 in plaats van tussen 0 en 255. + +Er zijn 3 verschillende firmware-gedragingen in de verschillende printers op de markt. +* De meeste printers accepteren de ventilatorsnelheid alleen als een getal tussen 0 en 255. Deze instelling moet dan worden uitgeschakeld, anders zal de ventilator nooit goed draaien. +* Sommige printers (met name RepRapFirmware) accepteren getallen tussen 0 en 255, maar interpreteren getallen tussen 0 en 1 als ze 1 of lager zijn. Deze instelling moet dan worden ingeschakeld, anders kan het voorkomen dat Cura de ventilatorsnelheid probeert in te stellen op 0,4% (1 op 255), maar dat de printer deze in plaats daarvan op 100% instelt. +* Sommige printers accepteren alleen cijfers tussen 0 en 1. Deze instelling moet dan ook worden geactiveerd, anders staat de ventilator altijd volledig uit of volledig aan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_shape.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_shape.md new file mode 100644 index 000000000..90ae7f89c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_shape.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Vorm van het platform +==== +Met deze instelling kunt u de vorm specificeren die het printbare volume op uw printer zal aannemen. Er zijn twee opties: rechthoekig of elliptisch. + +![Een rechthoekige platform](../../../articles/images/machine_shape_rectangular.png) +![Een elliptische platform](../../../articles/images/machine_shape_elliptic.png) + +Elliptische bouwvolumes zijn gebruikelijk in 3D-printers in Delta-stijl. Als de platform elliptisch is, verwijzen de [Apparaatbreedte](machine_width.md) en [Machine diepte](machine_depth.md) van het bouwvolume naar de twee stralen van de ellips. Cura staat alleen toe dat objecten binnen de ellips worden geplaatst, dus het totale bouwvolume is kleiner in vergelijking met een rechthoekige platform van dezelfde afmetingen. + +**Deze instelling is een apparaatinstelling, wat betekent dat deze niet voorkomt in de normale lijst met instellingen. Het kan worden gewijzigd door op "Apparaatinstellingen" te klikken in de lijst met printers in het instellingenscherm.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_show_variants.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_show_variants.md new file mode 100644 index 000000000..438f393b4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_show_variants.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Machinevarianten tonen +==== +Tot Cura 2.1 bepaalde deze instelling of printerdefinities die van deze printer zijn afgeleid, als varianten van de printer in een aparte vervolgkeuzelijst moeten worden weergegeven. + +Sinds Cura 2.3 heeft deze instelling geen effect meer. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_start_gcode.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_start_gcode.md new file mode 100644 index 000000000..20e45fc98 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_start_gcode.md @@ -0,0 +1,63 @@ +Start G-code +==== +Met deze instelling kan een stukje G-code worden geschreven om aan het begin van elke print te worden uitgevoerd. Deze G-code kan worden gebruikt om de printer klaar te maken om printen. + +Enkele voorbeelden van dingen die vaak worden gedaan in de opstart-g-code zijn: +* Prime de nozzle(en). +* Opwarmen van de platform. +* Opwarmen van de nozzle(s). +* Zorg ervoor dat de juiste extruder is geselecteerd. +* Configureer ventilatoren, acceleratie of schok. +* Automatische bednivellering. +* Lineaire voeding configureren. + +Voor een redelijk uitgebreide lijst van beschikbare g-codes om hier te schrijven, zie de [RepRap Wiki](https://reprap.org/wiki/G-code). + +Verwijzingen naar instellingen +---- +Bij het bewerken van de start-G-code kunt u verwijzen naar de waarden van andere instellingen. Hiervoor wordt een specifieke syntaxis gebruikt. Er wordt naar instellingen verwezen met hun *sleutel*. Deze sleutel is een interne naam in Cura. Het is niet zichtbaar in de gebruikersinterface. Voor een volledige lijst van alle sleutels, zie Cura's broncode in [dit document](https://github.com/Ultimaker/Cura/blob/master/resources/definitions/fdmprinter.def.json). + +De syntaxis om de waarde van een globale instelling te krijgen is als volgt: + +`{setting_key}` + +Met andere woorden, schrijf de sleutel van de instelling tussen accolades. Zo wordt de globale waarde van een instelling bepaald. Veel instellingen kunnen echter voor elke extruder anders zijn. Deze moeten als volgt worden aangeduid: + +`{setting_key, #}` + +Hier moet u in plaats van het "#"-symbool het nummer van de extruder schrijven waarvan u de instelling wilt krijgen. Extruders beginnen te tellen vanaf 0. Algemene instellingen kunnen ook worden verkregen door een extruder op te geven, maar deze zijn hetzelfde voor alle extruders. Als u een extruderspecifieke temperatuur probeert te krijgen zonder het extrudernummer op te geven, krijgt u de waarde voor de eerste extruder die niet is uitgeschakeld. + +Deze referenties kun je bijvoorbeeld gebruiken voor het voorverwarmen tot de juiste temperatuur of het instellen van versnellingen. Hier zijn enkele voorbeelden: + +`M104 S{material_print_temperature_layer_0, 0} ;voorverwarmen` + +`M140 S{material_bed_temperature_layer_0} ;heat bed` + +`M204 P{acceleration_print, 0} T{acceleration_travel, 0}` + +`M205 X{jerk_print, 0}` + +Wees voorzichtig met de snelheidsinformatie. G-code accepteert doorgaans doorvoersnelheden in millimeters per *minuut*, terwijl instellingen in millimeters per *seconde* zijn. Er is momenteel geen manier om de juiste voedingssnelheid te selecteren. Met deze referenties is het niet mogelijk om berekeningen uit te voeren. + +Andere informatie +---- +Sommige aanvullende informatie is ook beschikbaar via dezelfde syntaxis als de verwijzingen naar de instellingen: + +* `{time}` verwijst naar de lokale tijd van de dag waarop het werd gesneden. +* `{date}` verwijst naar de datum waarop het werd gesneden. +* `{day}` verwijst naar de dag van de week waarop het werd gesneden. +* `{initial_extruder_nr}` verwijst naar de extruder die gaat printen. + +* `{material_id}` verwijst naar een unieke identificatie voor het actieve materiaal. Specificeer de extruder vergelijkbaar met de andere instellingen. +* `{material_name}` verwijst naar de naam van het actieve materiaal. Dit is meestal de naam die je aantreft op een website waar het materiaal wordt verkocht. +* `{material_type}` verwijst naar de actieve materiaalklasse, zoals PLA of ABS. +* `{material_brand}` verwijst naar de fabrikant van het materiaal. +* `{print_time}` verwijst naar de geschatte duur van de print (opgemaakt volgens ISO-8601). +* `{filament_amount}` verwijst naar de gebruikte filamentlengte in meters, voor elke extruder afzonderlijk. Dit is opgemaakt als een lijst met vierkante haken. +* `{filament_weight}` verwijst naar het gewicht van het gebruikte filament in grammen, voor elke extruder afzonderlijk, opgemaakt als een lijst met vierkante haken. Als het spoelgewicht niet bekend is, is dit 0. +* `{filament_cost}` verwijst naar de kosten van het gebruikte filament, afzonderlijk voor elke extruder. De eenheid van de kosten is dezelfde als gespecificeerd op de materiaalbeheerpagina in de instellingen. Als de eenheid onbekend is, wordt deze op 0 gezet. + + +Warmte voor start G-code +---- +Cura geeft automatisch verwarmingsopdrachten voordat uw opstart-G-code begint. Zo hoeft de opstart G-code er geen rekening mee te houden dat de nozzle verwarmd moet worden. U kunt direct beginnen met het verwarmen van nozzle. Als uw start-gcode een verwijzing naar een temperatuur bevat (voor nozzle of bed), wordt deze uitgeschakeld (respectievelijk voor nozzle of het bed). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_e.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_e.md new file mode 100644 index 000000000..56ea99a33 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_e.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Stappen per millimeter (E) +==== +De meeste 3D-printers gebruiken stappenmotoren in hun feeders om het filament heen en weer te bewegen. Deze motoren draaien in stappen en hebben moeite om tussen twee posities van de stappen te blijven. De stappen zijn in wezen de precisie van het voer. Deze instelling geeft die precisie: hoeveel stappen van de motor zou ertoe leiden dat het filament één millimeter beweegt? + +Dit geldt niet voor printers die geen stappenmotoren in hun feeders gebruiken. Cura gaat er ook van uit dat de stapgroottes van de feeder voor elke extruder hetzelfde zijn wanneer er meerdere feeders bij betrokken zijn. + +Deze instelling wordt in Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3Gwriter-plug-in om X3G-bestanden uit te voeren met de juiste stapgroottes. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_x.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_x.md new file mode 100644 index 000000000..307c6dead --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_x.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Stappen per millimeter (X) +==== +De meeste 3D-printers gebruiken stappenmotoren om de printkop rond het bouwvolume te bewegen. Deze motoren draaien in stappen en hebben moeite om tussen twee posities van de stappen te blijven. De stappen zijn in feite de resolutie van de printer. Deze instelling geeft deze resolutie: Hoeveel stappen van de motor resulteren in een beweging van één millimeter in de X-richting? + +Dit geldt niet voor printers die de X-richting beweging niet aansturen met een aparte motor (bijvoorbeeld Delta printers) of die geen stappenmotoren gebruiken om de printkop in de X-richting te bewegen. + +Deze instelling wordt in Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3Gwriter-plug-in om X3G-bestanden uit te voeren met de juiste stapgroottes. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_y.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_y.md new file mode 100644 index 000000000..5b0790162 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_y.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Stappen per millimeter (Y) +==== +De meeste 3D-printers gebruiken stappenmotoren om de printkop rond het bouwvolume te bewegen. Deze motoren draaien in stappen en hebben moeite om tussen twee posities van de stappen te blijven. De stappen zijn in feite de resolutie van de printer. Deze instelling geeft deze resolutie: Hoeveel stappen van de motor resulteren in een beweging van één millimeter in de Y-richting? + +Dit geldt niet voor printers die de beweging in de Y-richting niet met een aparte motor regelen (bijv. Delta-printers) of die geen stappenmotoren gebruiken om de printkop in de Y-richting te bewegen. + +Deze instelling wordt in Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3Gwriter-plug-in om X3G-bestanden uit te voeren met de juiste stapgroottes. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_z.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_z.md new file mode 100644 index 000000000..920dddc9e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_steps_per_mm_z.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Stappen per millimeter (Z) +==== +De meeste 3D-printers gebruiken stappenmotoren om de printkop rond het bouwvolume te bewegen. Deze motoren draaien in stappen en hebben moeite om tussen twee posities van de stappen te blijven. De stappen zijn in feite de resolutie van de printer. Deze instelling geeft deze resolutie: Hoeveel stappen van de motor resulteren in een beweging van één millimeter in de Z-richting? + +Dit geldt niet voor printers die de beweging in de Z-richting niet met een aparte motor regelen (bijv. Delta-printers) of die geen stappenmotoren gebruiken om de printkop of platform in de Z-richting te bewegen. + +Deze instelling wordt in Cura helemaal niet gebruikt. Het wordt echter gebruikt door de X3Gwriter-plug-in om X3G-bestanden uit te voeren met de juiste stapgroottes. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_use_extruder_offset_to_offset_coords.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_use_extruder_offset_to_offset_coords.md new file mode 100644 index 000000000..83d8b2335 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_use_extruder_offset_to_offset_coords.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Offset met extruder +==== +Deze instelling bepaalt of Cura coördinaten schrijft voor de printkop of voor nozzle om naar toe te bewegen. + +Als uw printer slechts één nozzle heeft, is het coördinatensysteem van uw printer hoogstwaarschijnlijk uitgelijnd met nozzle. Dit betekent dat als u naar positie [50,50] gaat, de nozzletip daadwerkelijk naar die positie wordt verplaatst. Als uw printer echter meerdere nozzles heeft en die nozzles zich naast elkaar in de printkop bevinden, dan is dit van belang. + +Op sommige printers zal de printkop naar dezelfde plek bewegen, ongeacht welk nozzle momenteel is geactiveerd. Terwijl de G-code de printer zou kunnen bevelen om naar positie [50,50] te gaan, zou de punt van de momenteel actieve nozzle in plaats daarvan naar positie [68,50] kunnen worden verplaatst, aangezien deze zich bijvoorbeeld 18 mm rechts van de eerste nozzle. Als dit het geval is, moet deze instelling worden ingeschakeld. + +Andere printers passen automatisch de positie van de printkop aan om de actieve nozzle te verplaatsen naar de positie gespecificeerd in de G-code. Dat wil zeggen, als de G-code de printer vertelt om naar positie [50,50] te gaan, zou de momenteel actieve extruder naar die positie gaan. De printkop zelf zou een beetje opzij bewegen om de actieve extruder daar te positioneren. Als uw printer zich zo gedraagt, moet deze instelling worden uitgeschakeld. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_width.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_width.md new file mode 100644 index 000000000..c7703fa09 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/machine_width.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Apparaatbreedte +==== +Deze instelling specificeert het bereik van X-coördinaten waarbinnen de nozzle(en) kunnen bewegen. Het is eigenlijk de bruikbare grootte van de printer. + +Dit is niet de werkelijke breedte van uw printer op het schap. De eigenlijke printer heeft ook een frame of arm rond het bouwvolume, en die maat is exclusief die maat. Het gaat alleen om de grootte van het bouwvolume, d.w.z. de coördinaten waarin de nozzle kan bewegen. + +![De afmetingen van het bouwvolume](../../../articles/images/build_volume_dimensions.svg) + +Als er meerdere nozzleken zijn, kunnen mogelijk niet alle nozzleken het volledige bouwvolume bereiken. Bij sommige printers reiken sommige nozzles mogelijk niet tot aan één kant van het bouwvolume als de printer meerdere nozzles heeft die ten opzichte van elkaar zijn verschoven. Deze instelling geeft eenvoudigweg de som van de volumes weer die alle nozzles kunnen bereiken. + +**Omdat dit een apparaatinstelling is, wordt deze normaal gesproken niet vermeld in de normale lijst met instellingen. De breedte kan worden gewijzigd in het dialoogvenster Printerinstellingen in de lijst met toegevoegde printers in het dialoogvenster Instellingen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_prepend.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_prepend.md new file mode 100644 index 000000000..c254472e3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_prepend.md @@ -0,0 +1,8 @@ + +Platformtemperatuur invoeren +==== +Deze instelling vertelt de slicing-backend of er al dan niet opdrachten moeten worden geschreven voor de temperatuur van de platform aan het begin van de print vóór de start-gcode. Het wordt automatisch ingesteld aan het begin van een slice. + +Voor de meeste bewerkingen tijdens [Start G-Code](machine_start_gcode.md) is het zinvol om de platform op de juiste temperatuur te krijgen voor het printen. Om het voor ontwikkelaars van printerdefinities gemakkelijker te maken, verwarmt Cura automatisch de platform voordat de opstart-g-code wordt uitgevoerd. Als de start-G-code echter een verwijzing naar de temperatuur van de platform bevat, zal de platform niet meer automatisch opwarmen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst. Het wijzigen heeft ook geen effect omdat Cura het automatisch zal veranderen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_wait.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_wait.md new file mode 100644 index 000000000..610cde2ba --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_bed_temp_wait.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Wachten op verwarmen van platform +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wacht de printer telkens wanneer de temperatuur van de platform verandert totdat deze is bereikt. + +De platformtemperatuur wordt normaal gesproken alleen gewijzigd na de eerste laag wanneer de [Platformtemperatuur voor de eerste laag](../material/material_bed_temperature_layer_0.md) verandert van de normale [Platformtemperatuur](../material/material_bed_temperature.md) verschilt. Als u printt in [Print Volgorde](../blackmagic/print_sequence.md) wordt de platform ook gewijzigd wanneer u over de eerste laag voor het volgende model begint. In deze gevallen wacht de printer totdat de nieuwe temperatuur is bereikt voordat hij verder gaat met printen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..5dc5b1e55 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Diameter +==== +Deze instelling beschrijft de diameter van het filament dat in nozzle wordt gevoerd. Het is belangrijk dat Cura de extrusiesnelheid correct berekent en het aantal intrekkingen correct beperkt. + +De meeste printers verwachten dat de G-code aangeeft hoe ver het extrusiewiel moet draaien om voldoende te extruderen om een lijn printen. Deze filamentdiameter is nodig om de juiste hoeveelheid materiaal te laten vloeien. Als de firmware van de printer extrusiehoeveelheden als volumetrisch interpreteert, is dit niet nodig, maar de filamentdiameter wordt nog steeds gebruikt om het aantal terugtrekkingen over een bepaalde filamentlengte te beperken. + +De meeste printers gebruiken tegenwoordig filament met een diameter van 1,75 mm. Een andere veel voorkomende diameter is 2,85 mm. + +**Een materiaal verschijnt alleen in de lijst met materialen die beschikbaar zijn voor de printer als de diameter van het filament compatibel is met de extruder. Controleer de machine-instellingen van uw printer (onder het tabblad Extruder) om te zien welk filament uw extrudertrein accepteert.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_guid.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_guid.md new file mode 100644 index 000000000..114deef78 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_guid.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Materiaal-GUID +==== +Deze instelling bevat een unieke identificatie voor het materiaal dat zich op de spoel bevindt die momenteel in de printer is geladen. Dit identificeert op unieke wijze het plastic dat de printer binnenkomt, inclusief fabrikant en kleur. Het is echter hetzelfde voor verschillende coils van hetzelfde materiaal. Kortom, elk item dat u in een online winkel ziet, krijgt een unieke ID. Cura gebruikt deze unieke identifier voor twee doeleinden: om de configuratie te synchroniseren met die van je printer (als je printer is aangesloten op Cura) en om profielen te groeperen die bij hetzelfde materiaal horen. + +Wanneer een Ultimaker-printer via het netwerk of internet met Cura is verbonden, geeft de printer Cura een lijst met GUID's voor de materialen die momenteel in de printer zijn geladen. Cura koppelt deze GUID's aan de GUID's in zijn profielen, waardoor het weet welke profielen de gebruiker moet tonen. + +Het wordt ook gebruikt om de beschikbare kwaliteitsniveaus voor een bepaald materiaal te groeperen. Het profielsysteem van Cura is zeer complex, en dit is een van de eigenaardigheden: Normaal gesproken toont Cura alle kwaliteitsprofielen die beschikbaar zijn voor de skinige materiaalsoort. Dat wil zeggen, als een specifieke fabrikant aangeeft dat hun materiaal een PLA-type is, zijn alle kwaliteitsprofielen voor PLA beschikbaar. Als er echter een kwaliteitsprofiel is dat het skinige materiaal per GUID specificeert, dan is alleen dat kwaliteitsprofiel beschikbaar. Dit betekent in wezen dat er profielen zijn die speciaal voor dit filament zijn gemaakt en dat de algemene profielen niet meer mogen verschijnen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_prepend.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_prepend.md new file mode 100644 index 000000000..171ab6527 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_prepend.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Materiaaltemperatuur invoegen +==== +Deze instelling vertelt de slicing-backend of er al dan niet opdrachten moeten worden geschreven voor de nozzletemperatuur aan het begin van de print vóór de start-gcode. Het wordt automatisch ingesteld aan het begin van een slice. + +Voor de meeste bewerkingen tijdens de [Start G-Code](machine_start_gcode.md) is het zinvol om de nozzle op de juiste temperatuur te brengen voor het printen. Om het voor ontwikkelaars van printerdefinities gemakkelijker te maken, verwarmt Cura automatisch nozzle voordat de opstart-g-code wordt uitgevoerd. Als de start-G-code echter een verwijzing bevat naar een temperatuurinstelling van de dop, zal de dop niet meer automatisch opwarmen. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst. Het wijzigen heeft ook geen effect omdat Cura het automatisch zal veranderen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_wait.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_wait.md new file mode 100644 index 000000000..1e554d0c0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/material_print_temp_wait.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Wachten op verwarmen van nozzle +==== +De eerste laag kan een andere [Printtemperatuur van de eerste laag](../material/material_print_temperature_layer_0.md) hebben dan de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md). Als deze instelling is ingeschakeld, wacht de printer totdat deze temperatuur is bereikt voordat hij verder gaat met printen. + +Het wacht tot de temperatuur is opgewarmd of afgekoeld tot de juiste temperatuur. Terwijl de identificatie van deze instelling zegt dat je moet wachten om op te warmen, koelt het ook af. nozzle wacht niet op andere temperatuurveranderingen, zoals: de [Starttemperatuur voor printen](../material/material_initial_print_temperature.md), de [Eindtemperatuur voor printen](../material/material_final_print_temperature.md) of de [Stand-bytemperatuur](../material/material_standby_temperature.md ). Wanneer u print in [Printvolgorde](../blackmagic/print_sequence.md) zal de nozzle ook wachten tot de temperatuur van de eerste laag is bereikt als het moet terugkeren naar de eerste laag voor de volgende objecten. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/machine_settings/nozzle_disallowed_areas.md b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/nozzle_disallowed_areas.md new file mode 100644 index 000000000..ecd549e48 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/machine_settings/nozzle_disallowed_areas.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Verboden gebieden voor de nozzle +==== +Deze instelling toont alle gebieden op uw platform waar het actieve nozzle niet mag komen. De gebruiker mag geen objecten in deze gebieden of zo dichtbij plaatsen dat er iets zou worden geprint (zoals een brim). + +![Grijze gebieden geven de gebieden aan waar de nozzle niet is toegestaan op de platform.](../../../articles/images/machine_disallowed_areas.png) + +Deze instelling is alleen van toepassing op de *actieve nozzle*, wat betekent dat u nog steeds objecten naast deze verboden gebieden kunt printen, zelfs als hierdoor andere nozzles over die verboden gebieden zouden bewegen. Deze instelling is dus alleen zinvol voor printers die de inactieve nozzles omhoog brengen of deze buiten het bouwvolume parkeren wanneer ze inactief zijn. In tegenstelling tot de normale [Verboden gebieden](machine_disallowed_areas.md), worden deze verboden gebieden niet verschoven, afhankelijk van de offset tussen de nozzles. + +Deze verboden gebieden zijn nodig om te voorkomen dat nozzle ergens tegenaan botst. Er kunnen bijvoorbeeld enkele clips, een sticker of een logo op de platform staan. Als de gebruiker te dicht bij deze objecten zou printen, zou de nozzle ermee in botsing komen. In het beste geval treedt een [laagverschuiving](../troubleshooting/layer_shift.md) op. In het ergste geval zou nozzle of het object waar nozzle tegenaan botst worden beschadigd. + +De verboden gebieden worden als grijze gebieden op de platform geprint om de gebruiker aan te geven dat daar geen objecten kunnen worden geplaatst. Deze oppervlakken kunnen in alle richtingen worden verlengd om te voorkomen dat de brim of skirt ze raakt en om verschillende andere redenen. Er zijn ook andere schaduwen op de platform, bijvoorbeeld om het bewegingsbereik te beperken wanneer de sproeiers verschoven zijn. + +**Omdat dit een machine-instelling is, is deze instelling normaal gesproken niet zichtbaar in de instellingenlijst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/build_volume_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/build_volume_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..572abd462 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/build_volume_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Temperatuur werkvolume +==== +Sommige printers hebben een gesloten printkamer die is uitgerust met een verwarmingselement en temperatuursensoren, zodat ze kunnen bepalen hoe warm de printkamer wordt. Op deze printers bepaalt deze instelling hoe warm de lucht in de printkamer wordt. + +Printen op een hogere temperatuur in de printkamer kan het kromtrekken veroorzaakt door afkoeling van de print verminderen.Bovendien is het plastic gegloeid, wat ook helpt om vervorming te verminderen en de sterkte te vergroten, vooral als het gaat om kristallijn materiaal. Bij sommige materialen voor hoge temperaturen, zoals polyoxymethyleen (POM), is een warme printkamer essentieel voor succesvol printen. + +Het printen op een hogere temperatuur vermindert echter ook de koeleffectiviteit van de ventilatoren. Dit vermindert de kwaliteit van de overhang, wat leidt tot doorhangen en olifantenpoten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/default_material_bed_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/default_material_bed_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..ab1676354 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/default_material_bed_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Standaardtemperatuur platform +==== +Deze instelling stelt de ideale platformtemperatuur in voor het materiaal tijdens het printen. Door de temperatuur van het platform in de materiaalmanager te wijzigen, wordt deze instelling feitelijk gewijzigd. De werkelijke temperatuur van het platform kan nog steeds variëren met verschillende kwaliteitsprofielen. Het is zelden nodig om deze instelling te wijzigen, tenzij u ongebruikelijk materiaal gebruikt. + +De instelling wordt gebruikt voor de normale [Platformtemperatuur](materiaal_bed_temperatuur.md) en [Platformtemperatuur voor de eerste laag](materiaal_bed_temperatuur_laag_0.md). + +Als u met meerdere verschillende materialen print, wordt de temperatuur van de platform ingesteld op de hoogste temperatuur voor elk materiaal. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/default_material_print_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/default_material_print_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..0f72b49fe --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/default_material_print_temperature.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Standaard printtemperatuur +==== +Deze instelling stelt de ideale printtemperatuur voor het materiaal in. Als u de printtemperatuur wijzigt in de materiaalmanager, wordt deze temperatuur aangepast. De werkelijke printtemperatuur kan echter variëren met verschillende kwaliteitsprofielen. Het is zelden nodig om deze instelling te wijzigen, tenzij u ongebruikelijk materiaal gebruikt. + +Deze instelling wordt overgedragen naar de andere temperatuurinstellingen die de extrusietemperaturen in verschillende stadia van het printproces instellen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/infill_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/infill_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..7c181274e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/infill_material_flow.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer vulling +==== +Met deze instelling wordt het doorvoer alleen voor vullen aangepast. Het doorvoer voor de vulling kan apart van het doorvoer voor de rest van de print worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of dikte op te lossen. Hetzelfde effect kan worden bereikt door de [Lijnafstand Vulling](../infill/infill_line_distance.md) en [Lijnbreedte Vulling](../resolution/infill_line_width.md) van de vulling aan te passen, maar deze instelling kan intuïtiever zijn . + +Problemen met de extrusiesnelheid of vulling-sterkte worden meestal veroorzaakt door een van twee dingen: overlappende vulling-patronen of een te grote verandering in de doorvoersnelheid tussen de vulling en andere structuren. In plaats van de doorvoersnelheid aan te passen, kan het effectiever zijn om het [Vulpatroon](../infill/infill_pattern.md) of [Lijnbreedte Vulling](../resolution/infill_line_width.md) aan te passen. Kies een opvulpatroon dat zichzelf niet kruist, zoals B. Zigzag, en kies een lijnbreedte die dichter bij de extrusiesnelheid van de wanden en de skin ligt. Als de lijndikte moet worden vergroot voor sterkte, maar de doorvoersnelheid is beperkt, wordt aanbevolen om [Vermenigvuldiging Vullijn](../infill/infill_multiplier.md) te wijzigen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_adhesion_tendency.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_adhesion_tendency.md new file mode 100644 index 000000000..9cf7e8a77 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_adhesion_tendency.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Hechtingsgevoeligheid +==== +Dit is een beschrijving van een eigenschap van het materiaal dat wordt gebruikt voor het printen. Het beschrijft hoe goed het materiaal de neiging heeft om aan zichzelf te hechten, met name hoe sterk de hechting tussen lagen kan zijn. + +Momenteel heeft deze instelling alleen invloed op de primepijler om te bepalen welk materiaal wordt gebruikt om de stevige buitenschaal te printen die de toren rechtop houdt. Het materiaal met de grootste neiging tot plakken wordt gebruikt om de buitenste schil van de primepijler te printen. + +**Er is geen eenheid voor deze instelling. Het is slechts een relatieve eigenschap.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retracted_position.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retracted_position.md new file mode 100644 index 000000000..4fe8da94b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retracted_position.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intrekpositie voor niet-uitlopen +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling wordt gebruikt om de eerste positie in te stellen waarin het medium wordt ingevoerd om te voorkomen dat het opraakt. Het materiaal is op dit moment nog niet afgebroken. Het doel is eenvoudig om de druk op de nozzlekamer snel te ontlasten door deze naar binnen te trekken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retraction_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retraction_speed.md new file mode 100644 index 000000000..7ce4dc2cd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_anti_ooze_retraction_speed.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intreksnelheid voor niet-uitlopen +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling regelt de snelheid waarmee het materiaal naar de eerste positie wordt gevoerd om te voorkomen dat het opraakt. Het materiaal is op dit moment nog niet afgebroken. Het doel is eenvoudig om de druk op de nozzlekamer snel te ontlasten door deze naar binnen te trekken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..8d43e69c2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Platformtemperatuur +==== +Sommige printers hebben een verwarmt platform. Deze instelling bepaalt hoe warm de platform wordt. + +Door de platform te verwarmen blijft het materiaal licht vloeibaar en plakkerig. Sommige materialen kristalliseren bij stollen, waardoor het materiaal sterk krimpt. Het verwarmde bed houdt het materiaal net boven deze temperatuur om deze krimp te voorkomen en de kleverigheid van de vloeibare kunststof te behouden. Dit alles om de hechting van de print op de platform te verbeteren. + +Als de platform echter te warm wordt gehouden, zal de print zeer vloeibaar zijn op de plaats waar deze de platform raakt. Hierdoor geeft het materiaal een beetje mee, waardoor een [Olifantvoet](../troubleshooting/elephants_foot.md) onderaan de print verschijnt. Dit kan worden gecompenseerd met de instelling [Eerste Laag Horizontale uitbreiding](../shell/xy_offset_layer_0.md) maar beïnvloedt de maatnauwkeurigheid. De verwarming van de platform zorgt ook voor een temperatuurverschil tussen het materiaal dat bovenop de platform ligt en het materiaal verderop in het model, wat resulteert in [Warping](../troubleshooting/warping.md) wanneer het materiaal verderop begint krimpen. + +Als deze instelling is ingesteld op 0 graden, geeft Cura geen instructies om de temperatuur van de platform te wijzigen, wat firmwareproblemen kan veroorzaken als er geen verwarmde platform aanwezig is. + +**Als je de temperatuur van de platform in een materiaalprofiel aanpast, wordt de instelling [Standaardtemperatuur platform](default_material_bed_temperature.md) aangepast. Normaal gesproken is de temperatuur van de platform hetzelfde als de standaardtemperatuur van de platform, maar soms kan het kiezen van een andere kwaliteit leiden tot kleine aanpassingen van de temperatuur van de platform. Deze temperatuurinstelling voor de platform is de instelling die daadwerkelijk wordt gebruikt voor het printen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..d5edf5a1a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_bed_temperature_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Platformtemperatuur voor de eerste laag +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de platform op een andere temperatuur wordt verwarmd terwijl de eerste laag wordt geprint. + +Door de platform kan het materiaal sneller afkoelen omdat de warmte van het gesmolten materiaal sneller naar de platform kan worden overgebracht dan naar de omringende lucht. Als de platform tijdens het printen van de eerste laag iets meer wordt verwarmd, blijft het materiaal iets langer weg van het stolpunt, zodat er geen thermische schok is die ervoor zorgt dat de laag krimpt en kromtrekt. + +**Nadat de eerste laag klaar is, wordt de temperatuur van het bed aangepast aan de normale bedtemperatuur, maar het duurt even voordat het bed deze temperatuur bereikt.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_retracted_position.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_retracted_position.md new file mode 100644 index 000000000..b41937a2e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_retracted_position.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intrekpositie voor voorbereiding van afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal bij het invoeren schoon worden afgebroken voor een filamentwisseling om het door de feeder te verplaatsen zonder in de war te raken. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling past de tweede positie aan waarnaar het materiaal wordt gevoerd om het materiaal tot een dunne draad uit te rekken. Deze dunne draad steekt uit de verwarmde zone in de matrijs om deze te laten uitdruppelen en stollen. De dunne, harde materiaalstreng kan dan worden afgebroken in de volgende stap van het inrijgen. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_speed.md new file mode 100644 index 000000000..83e2cc890 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_speed.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intreksnelheid voor voorbereiding van afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling regelt de snelheid waarmee het materiaal naar de tweede positie wordt gevoerd om het materiaal tot een dunne draad uit te rekken. Deze dunne draad steekt uit de verwarmde zone in de nozzle om deze te laten uitdruppen en stollen. De dunne, harde materiaalstreng kan dan worden afgebroken in de volgende stap van het intrekken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..56ece304c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_preparation_temperature.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Temperatuur voor voorbereiding van afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling past de temperatuur van nozzle aan wanneer het materiaal naar de tweede positie wordt teruggetrokken om het materiaal tot een dunne draad uit te rekken. Deze dunne draad steekt uit de verwarmde zone in de nozzle om deze te laten uitdruppelen en stollen. De dunne, harde materiaalstreng kan dan in de volgende fase van het intrekken worden afgebroken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_retracted_position.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_retracted_position.md new file mode 100644 index 000000000..27108a789 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_retracted_position.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intrekpositie voor afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling stelt de derde positie in waar het materiaal wordt toegevoerd om uiteindelijk het filament te breken van het stuk dat onvermijdelijk in nozzle blijft. Hoewel het stuk in nozzle niet kan worden uitgetrokken vanwege de gesmolten toestand, mag het deel dat wordt uitgetrokken geen dunne draad aan de punt hebben, omdat deze vast kan komen te zitten in de feeder. Deze laatste trekkracht zal het filament breken, maar hopelijk zal het dankzij de vorige twee stappen schoon breken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_speed.md new file mode 100644 index 000000000..13c5443ae --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_speed.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Intreksnelheid voor afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling regelt de snelheid waarmee het materiaal wordt aangezogen, waardoor uiteindelijk het filament van het bit afbreekt dat onvermijdelijk in nozzle achterblijft. Hoewel het stuk in nozzle niet kan worden uitgetrokken vanwege de gesmolten toestand, mag het deel dat wordt uitgetrokken geen dunne draad aan de punt hebben, omdat deze vast kan komen te zitten in de feeder. Deze laatste trekkracht zal het filament breken, maar hopelijk zal het dankzij de vorige twee stappen schoon breken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_break_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..c9f9c8add --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_break_temperature.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Temperatuur voor afbreken +==== +Bij sommige printers moet het materiaal schoon worden afgebroken wanneer het wordt ingevoerd voor een filamentwisseling, zodat het zonder klitten door de feeder kan worden verplaatst. Deze instelling configureert een deel van de procedure om netjes af te sluiten. + +Deze instelling stelt de temperatuur in waarop moet worden afgekoeld voordat het filament afbreekt. Deze afkoeling vindt plaats tussen de tweede en derde fase (zoals weergegeven in de onderstaande afbeeldingen). Het doel is om het filament te laten uitharden zodat de printer het netjes kan afbreken, in plaats van het eruit te trekken in een lange streng die in de feeder zou kunnen blijven haken. + +![Eerst wordt het materiaal naar binnen getrokken om druppelen te verminderen.](../../../articles/images/filament_switch_anti_ooze.svg) +![Ten tweede wordt het filament langzaam doorgevoerd om een dunne draad te trekken die gemakkelijk te scheiden en te stollen is.](../../../articles/images/filament_switch_break_preparation.svg) +![Ten derde wordt het filament snel verder gevoerd om het filament te snijden.](../../../articles/images/filament_switch_break.svg) + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_crystallinity.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_crystallinity.md new file mode 100644 index 000000000..03607336a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_crystallinity.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Kristallijn materiaal +==== +Geeft aan of het materiaal al dan niet kristalstructuren vormt wanneer het stolt. + +Dit is een puur beschrijvende instelling. De materiaalprofielen kunnen deze instelling instellen om aan te geven of hun materialen kristallijn zijn of niet, maar de gebruiker kan dit niet wijzigen. Een profiel kan deze eigenschap echter gebruiken om voorkeurswaarden te bepalen. Hierdoor kunnen dezelfde formules worden gebruikt voor verschillende materialen, waardoor het gemakkelijker wordt om profielen te ontwikkelen en profielen te gebruiken voor specifieke materiaalcombinaties. + +**Deze instelling is niet zichtbaar in de gebruikersinterface.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_length.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_length.md new file mode 100644 index 000000000..c5df16d91 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_length.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Afvoerduur einde van filament +==== +Sommige printers kunnen automatisch een nieuwe spoel laden wanneer het materiaal op is. In dit geval moeten ze het materiaal opnieuw voorbereiden voordat het printproces kan voortzetten. Deze instelling bepaalt de lengte van het filament dat wordt gebruikt om de nieuwe spoel te primen. + +Dit geldt alleen als het nieuwe materiaal hetzelfde is als het vorige. Als u overschakelt naar een ander materiaal, wordt een andere [Afvoerduur flush](material_flush_purge_length.md) gebruikt. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om correct over te schakelen naar de nieuwe spoelen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_speed.md new file mode 100644 index 000000000..f7621b288 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_end_of_filament_purge_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Afvoersnelheid einde van filament +==== +Sommige printers kunnen automatisch een nieuwe spoel laden wanneer het materiaal op is. In dit geval moeten ze het materiaal opnieuw voorbereiden voordat ze het printproces voortzetten. Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee het materiaal vervolgens wordt voorbereid. + +Dit geldt alleen als het nieuwe materiaal hetzelfde is als het vorige. Bij het overschakelen naar een ander materiaal wordt een andere [Afvoersnelheid flush](material_flush_purge_speed.md) gebruikt. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om correct over te schakelen naar de nieuwe spoelen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_extrusion_cool_down_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_extrusion_cool_down_speed.md new file mode 100644 index 000000000..cd52bc6a3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_extrusion_cool_down_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Aanpassing Afkoelsnelheid Doorvoer +==== +Als [Automatische Temperatuurinstelling](../experimental/material_flow_dependent_temperature.md) is ingeschakeld, wordt de printtemperatuur aangepast aan de hoeveelheid geëxtrudeerd materiaal. + +Wanneer het materiaal in de nozzlekamer opwarmt, onttrekt het warmte aan de nozzle. Hoe sneller het materiaal wordt geëxtrudeerd, hoe meer warmte er uit nozzle wordt gehaald. Als de temperatuursonde niet precies op de punt van de nozzle zit, zal de nozzle bij het extruderen van materiaal een iets lagere temperatuur hebben dan wanneer deze stationair draait, zelfs met een goede PID-regelaar. + +Deze instelling beschrijft hoeveel warmte er tijdens het printen in de nozzle verloren gaat. De extra warmte die verloren gaat tijdens extrusie wordt dan gecompenseerd door de gewenste printtemperatuur uit de G-code te verhogen. De waarde van de instelling hangt af van het ontwerp van de nozzle, de warmtecapaciteit van het geprinte materiaal en de extrusiesnelheid. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_final_print_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_final_print_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..b671d36c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_final_print_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Eindtemperatuur voor printen +==== +Vlak voor de overstap naar een andere extruder wordt de nozzle enigszins afgekoeld tot de uiteindelijke printtemperatuur. Hierdoor koelt de nozzle wat eerder af voordat de extruder klaar is met printen. Het afkoelen begint op een moment dat de nozzle naar verwachting de uiteindelijke printtemperatuur bereikt, precies wanneer de extruderwissel plaatsvindt. Daarna koelt het verder af tot de stand-by temperatuur. + +![De tijd voor het begin van de koeling (pre-cooling) wordt berekend zodat de nozzle kan afkoelen tot de uiteindelijke printtemperatuur wanneer de nozzle wordt vervangen.](../../../articles/images/temperature_regulation.svg) + +Als de uiteindelijke printtemperatuur iets lager is dan de normale printtemperatuur, zal de nozzle niet zo veel lekken tijdens het wachten in de standby-modus terwijl de andere extruder aan het printen is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..374177a9e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer +==== +Het aanpassen van de doorvoer bepaalt direct hoeveel materiaal er wordt afgegeven. Normaal gesproken berekent Cura de hoeveelheid materiaal zodat het materiaal de exacte ruimte in de breedte, hoogte en lengte van de lijn vult, maar dit kan via de doorvoerinstellingen worden aangepast. + +Het belangrijkste gebruiksscenario voor doorvoeraanpassing is om een ​​fout in de extrusielijn te compenseren. Als de nozzle bijvoorbeeld gemakkelijk verstopt raakt, kan dit leiden tot onder-extrusie. Het verhogen van de doorvoer zou dan meer materiaal door de verstopte nozzle kunnen dwingen, hopelijk resulterend in de juiste hoeveelheid materiaal die aan het einde wordt geproduceerd. Op deze manier kan ook een afwijking in de diameter van het filament worden gecompenseerd. + +Het is bijna altijd beter om het eigenlijke probleem op te lossen dat de over- of onder-extrusie veroorzaakt, maar het aanpassen van de doorvoer kan een gemakkelijke tijdelijke oplossing zijn. + +**Als u wilt dat de lijnen breder zijn, kunt u beter de werkelijke lijnbreedte instellen. De lijnbreedte hoeft niet noodzakelijk overeen te komen met de grootte van de nozzle. Door de lijnbreedte aan te passen, wordt ook de afstand tussen de lijnen aangepast, waardoor over- of onder-extrusie wordt voorkomen. Door het doorvoer aan te passen, wordt de afstand niet aangepast.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_flow_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_flow_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..5ed4754be --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_flow_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer eerste laag +==== +Net als de normale [Doorvoer](material_flow.md), past deze instelling de hoeveelheid materiaal aan die door nozzle wordt geperst, maar deze instelling heeft alleen invloed op de laag die bovenop de platform ligt. + +Het aanpassen van de doorvoer bepaalt direct hoeveel materiaal wordt aangebracht. Normaal gesproken wordt de hoeveelheid materiaal door Cura berekend zodat het materiaal de exacte ruimte in de breedte, hoogte en lengte van de lijn vult, maar dit kan worden aangepast met de doorvoerinstellingen. + +Door de doorvoer voor de eerste laag te vergroten, wordt het materiaal harder op de platform geduwd. Dit verbetert de hechting aan de platform. Deze aanpassing kan ook worden gebruikt om een onjuist waterpas bed te compenseren. Als het bed te dichtbij staat, overweeg dan om de doorvoer te verminderen. Als het bed te ver weg is, overweeg dan om de doorvoer te verhogen. Maar het is nog steeds beter om het bed goed af te stellen als je de kans hebt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_length.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_length.md new file mode 100644 index 000000000..3636c9b53 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_length.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Afvoerduur flush +==== +Wanneer de printer het filament voor een nozzle moet vervangen, moet hij het resterende materiaal dat zich nog in de nozzlekamer bevindt, wegspoelen. Deze instelling bepaalt hoeveel materiaal wordt gebruikt om het vorige materiaal uit te spoelen. + +Dit geldt alleen voor de periode na het overstappen op een andere materiaalsoort. Als hetzelfde materiaaltype opnieuw wordt geladen (bijvoorbeeld omdat de vorige spoel leeg was), wordt een andere [Einde van filamentspoeltijd](material_end_of_filament_purge_length.md) gebruikt. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_speed.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_speed.md new file mode 100644 index 000000000..3cc47f08b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_flush_purge_speed.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Afvoersnelheid flush +==== +Wanneer de printer het filament voor een nozzle moet vervangen, moet hij het resterende materiaal dat zich nog in de nozzlekamer bevindt, wegspoelen. Deze instelling bepaalt hoe snel het filament door de feeder wordt geduwd om het oude materiaal weg te spoelen. + +Dit geldt alleen na het overstappen op een andere materiaalsoort. Als hetzelfde materiaaltype opnieuw wordt geladen (bijvoorbeeld omdat de vorige spoel leeg was), wordt een andere [Afvoersnelheid einde van filament](material_end_of_filament_purge_speed.md) gebruikt. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om hun filamentwisselprocedure correct te configureren.** +Een nabewerkingsscript kan worden gebruikt om het commando `M600` in de print in te voegen, waardoor een filamentwisseling wordt geactiveerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_initial_print_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_initial_print_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..ac21f4a67 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_initial_print_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Starttemperatuur voor printen +==== +Nadat de nozzle stand-by heeft gestaan terwijl andere extruders aan het printen zijn, zal deze op een iets lagere temperatuur opstarten. Het warmt dan onmiddellijk op tot de normale printtemperatuur zodra het printen is begonnen. + +![De extruderwissel vindt plaats bij een iets lagere temperatuur dan de normale printtemperatuur](../../../articles/images/temperature_regulation.svg) + +Als u opnieuw begint met printen bij een iets lagere temperatuur, neemt de hoeveelheid lekkage af terwijl de nozzle in stand-by staat. Ten slotte treedt de meeste lekkage op wanneer nozzle op de hoogste temperatuur is. Door het verlagen van de temperatuur start het printproces op een iets lagere temperatuur, waardoor het doorsijpelen tijdens het printproces kan optreden wanneer dit werkelijk gewenst is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_maximum_park_duration.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_maximum_park_duration.md new file mode 100644 index 000000000..537734f94 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_maximum_park_duration.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale parkeerduur +==== +Zelfs als een printer een droogkamer heeft, kan deze het materiaal nog een tijdje bij de nozzle houden nadat de laatste print is voltooid of het materiaal is geladen, omdat de gebruiker waarschijnlijk binnenkort een nieuwe print zal maken. Deze instelling bepaalt de maximale hoeveelheid tijd die materiaal beschikbaar is om buiten de uithardingskamer te printen. Als het langer buiten blijft, wordt het beschadigd door het vocht in de lucht. + +Het verlagen van deze instelling dwingt printers om filament sneller terug te recyclen naar de droge opslag, wat minder handig is voor de gebruiker. Als het materiaal echter te lang wordt geparkeerd, zal het vocht dat uit de lucht wordt opgenomen ervoor zorgen dat het materiaal verslechtert. Dit kan de wrijving in de extrudertrein verhogen, wat resulteert in knarsende geluiden wanneer de printer weer begint te printen. Ook kan het materiaal brozer worden, wat resulteert in zwakkere onderdelen of gebroken filament. Gebroken filament zal resulteren in mislukte printen of niet-invoer als de printer een bowden-buis heeft. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Drukkers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om te beslissen hoe lang het filament uit droge opslag moet worden bewaard.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_no_load_move_factor.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_no_load_move_factor.md new file mode 100644 index 000000000..e374357cd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_no_load_move_factor.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Verplaatsingsfactor zonder lading +==== +Deze aanpassing drukt het verschil uit in de lengte van het filament terwijl het wordt doorgevoerd tussen de feeder en de nozzlekamer. + +Wanneer het filament uit nozzle wordt geduwd, is er tegendruk van nozzle zelf (vanwege de kleinere nozzleopening) en van het materiaal in de nozzle, of het nu het geprinte deel of het bed is. Ondertussen duwt het door van de andere kant. Dit comprimeert het filament op de weg tussen de feeder en nozzle, waardoor het filament effectief wordt verkort. Daarom vereist het transporteren van het filament van de feeder naar de nozzle minder beweging dan het transporteren van het filament naar de juiste printpositie. + +Deze instelling vertelt de printer hoe ver het filament moet worden verplaatst om het bij nozzle te krijgen, omdat het weet hoe lang de afstand is van de feeder tot nozzle. Dit kan ook helpen bepalen hoeveel materiaal moet worden voorgeladen om de nozzle op de juiste druk voor de print te krijgen. + +Materialen die makkelijker comprimeren, zoals TPU of Polypropyleen, hebben een lagere factor dan stijve materialen zoals PLA. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar in de interface van Cura. Het kan alleen worden ingesteld door de profielen. Het wordt ook niet gebruikt door Cura bij het snijden. Printers die het materiaalbestandsformaat van Cura begrijpen, kunnen het echter gebruiken om te bepalen hoe het filament tussen de feeder en de nozzle moet worden verplaatst.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..a801dd303 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printtemperatuur +==== +Dit verwijst naar de temperatuur van de nozzle tijdens het printen.De printtemperatuur is een van de meest invloedrijke instellingen die invloed hebben op hoe het materiaal zich tijdens het printen gedraagt. Zelfs een klein temperatuurverschil kan een grote impact hebben op hoe het plastic vloeit. + +Elk filament heeft een specifiek temperatuurbereik waarin het kan worden geprint. Dit staat meestal aangegeven op de verpakking en op het technische gegevensblad. Over het algemeen maakt het verhogen van de temperatuur thermoplasten vloeibaarder. Hierdoor kan de printer het materiaal sneller extruderen omdat er minder interne wrijving is. Bij het printen met grote laaghoogtes, brede lijnen, grote stroomsnelheden of hoge snelheden, moet de temperatuur zich aan de hoge kant van het temperatuurbereik bevinden. Een warmere print maakt het echter ook moeilijker voor het materiaal om af te koelen, waardoor de overhang meer doorhangt (meer support nodig) en meer stringing veroorzaakt. + +Een te hoge temperatuur zorgt ervoor dat het materiaal degradeert tijdens het printen. Dit kan nozzle verstoppen en mogelijk de printer beschadigen. Als de temperatuur te laag is ingesteld, zal de feeder tegen het materiaal wrijven, waardoor het niet kan extruderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..2ab5b8be1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_print_temperature_layer_0.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Printtemperatuur van de eerste laag +==== +De nozzle kan tijdens de eerste laag op een andere temperatuur printen dan voor de rest van de print. + +Dit is handig voor het verbeteren van de hechting van het bed. Bij een iets hogere temperatuur is het materiaal in de eerste laag vloeibaarder. Hierdoor kan het beter stromen, luchtbellen onder druk verminderen en het contactoppervlak met de platform vergroten. Het laat het materiaal ook iets langer uitharden, wat vervorming vermindert. Voor de rest van de print is een hogere temperatuur niet wenselijk omdat dit zou leiden tot verzakking en stringing op uitsteeksels. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage.md new file mode 100644 index 000000000..446424cda --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Schaalfactor krimpcompensatie +==== +Met deze instelling wordt het model automatisch geschaald voor het slicen. Het doel is om de krimp te compenseren die optreedt als de print afkoelt tot kamertemperatuur. Door de print iets groter te maken dan gewenst, kan het eindresultaat beter aansluiten bij de oorspronkelijke afmetingen van het invoermodel. Deze schaalfactor wordt gelijkelijk toegepast op alle dimensies (X, Y en Z). + +De hele modelgroep wordt geschaald vanuit het midden. Wanneer u meerdere modellen print, worden ze allemaal geschaald vanaf hetzelfde startpunt. Hierdoor kunt u de modellen zeer dicht bij elkaar plaatsen zonder ze in de uiteindelijke print te overlappen. Ook zijn de botsingsgebieden van de modellen geschaald, zodat je precies kunt zien waar je print terecht komt. Dit voorkomt ook dat u modellen op plaatsen plaatst waar ze functies van de print of printer zouden verstoren, b.v. B. met de primepijler of de clips van de platform. + +Een factor 100% veroorzaakt geen schaling. Een schaalfactor van iets meer dan 100% is redelijk voor veel technische materialen zoals ABS of polypropyleen. Een schaalfactor van minder dan 100% zou erop wijzen dat het materiaal groeit als het afkoelt, een beetje zoals schuim. + +Zuivere chemische gegevens over hoeveel een materiaal krimpt tussen printtemperatuur en kamertemperatuur zijn niet voldoende om een goede waarde voor deze instelling te voorspellen, aangezien het printproces ook krimp beïnvloedt. Wanneer het plastic in een lijn wordt geëxtrudeerd, strekt het zich uit in de richting van de lengte van de lijn en krimpt het meer in die as. De krimp is niet uniform, maar deze instelling past alleen een uniforme schaalfactor toe in alle richtingen. Om nauwkeurige resultaten te krijgen, moet u de schaalfactor toepassen op de as die het meest relevant is voor uw toepassing. Als er veel lange, rechte lijnen langs de belangrijkste dimensie zijn, moet de schaalfactor groter zijn. + +Als de schaalfactor groter is dan 100,5% en u drukt iets groots af, dan zal Cura een waarschuwing tonen dat er mogelijk problemen zijn [Kromtrekken](../troubleshooting/warping.md). + + +**Deze instelling is niet zichtbaar in de instellingenlijst. Het is slechts een interne instelling die wordt overschreven door het materiaalprofiel.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_xy.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_xy.md new file mode 100644 index 000000000..816ec8d9e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_xy.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Horizontale schaalfactor krimpcompensatie +==== +Met deze instelling wordt het model automatisch horizontaal geschaald voor het slicen. Het doel is om eventuele krimp te compenseren die optreedt als de print afkoelt tot kamertemperatuur. Door de print iets groter te maken dan gewenst, kan het eindresultaat beter aansluiten bij de oorspronkelijke afmetingen van het invoermodel. Deze schaalfactor wordt alleen toegepast op de X- en Y-richtingen. + +De schaling in de horizontale richtingen is belangrijker omdat in deze richting de interne spanningen van de print het grootst zijn. Meestal is de horizontale krimp groter dan de verticale krimp. Omdat de lijnen horizontaal worden geprint, trekken de lijnen in horizontale richting meer samen dan in verticale richting. + +De hele scène wordt geschaald vanuit het midden. Wanneer u meerdere modellen print, worden ze allemaal geschaald vanaf hetzelfde startpunt. Hierdoor kunt u de modellen zeer dicht bij elkaar plaatsen zonder dat ze elkaar overlappen in de uiteindelijke print. Ook zijn de botsingsgebieden van de modellen geschaald, zodat je precies kunt zien waar je print terecht komt. Dit voorkomt ook dat je modellen in de scene plaatst op plaatsen waar ze zouden botsen met kenmerken van de print of printer, b.v. B. met de primepijler of de clips van de platform. + +Een factor 100% veroorzaakt geen schaling. Een factor iets boven 100% is geschikter voor veel technische materialen zoals ABS of polypropyleen. Een schaalfactor van minder dan 100% zou erop wijzen dat het materiaal groeit als het afkoelt, een beetje zoals schuim. + +Zuivere chemische gegevens over hoeveel een materiaal krimpt tussen printtemperatuur en kamertemperatuur zijn niet voldoende om een goede waarde voor deze instelling te voorspellen, aangezien het printproces ook krimp beïnvloedt. Wanneer het plastic in een lijn wordt geëxtrudeerd, strekt het zich uit in de richting van de lengte van de lijn en krimpt het meer in die as. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_z.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_z.md new file mode 100644 index 000000000..62ef4da44 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_shrinkage_percentage_z.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Verticale schaalfactor krimpcompensatie +==== +Met deze instelling wordt het model automatisch in verticale richting geschaald voor het slicen. Het doel is om eventuele krimp te compenseren die optreedt als de print afkoelt tot kamertemperatuur. Door de print iets groter te maken dan gewenst, kan het eindresultaat beter aansluiten bij de oorspronkelijke afmetingen van het invoermodel. Deze schaalfactor is alleen van toepassing op de Z-richting. + +Schalen in verticale richting is minder een probleem dan in horizontale richting omdat er minder interne spanningen zijn in verticale richting. Er zijn geen verticaal geprinte lijnen, dus de krimp na het printen is bijna volledig horizontaal. Het materiaal zelf krimpt als het afkoelt, maar dat is een heel klein effect, vooral bij PLA. + +Een factor 100% veroorzaakt geen schaling. Een schaalfactor van iets meer dan 100% is redelijk voor sommige materialen met een hoge temperatuur, zoals polycarbonaat. Een schaalfactor van minder dan 100% zou erop wijzen dat het materiaal groeit als het afkoelt, een beetje zoals schuim. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_standby_temperature.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_standby_temperature.md new file mode 100644 index 000000000..0a472517a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_standby_temperature.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Stand-bytemperatuur +==== +Cura gaat ervan uit dat multi-extruderprinters aparte nozzles hebben die verschillende temperaturen kunnen hebben. Terwijl één extruder aan het printen is, moeten de overige nozzles op een lagere temperatuur worden gehouden om te voorkomen dat het materiaal in de nozzlekamer ontbindt en lekt. Deze lagere temperatuur is de stand-by temperatuur. + +![Terwijl de blauwe extruder aan het printen is, koelt de rode extruder af tot de stand-by temperatuur.](../../../articles/images/temperature_regulation.svg) + +Een goede stand-bytemperatuur is laag genoeg om het filament te beschermen tegen degradatie die nozzle zou kunnen verstoppen. Het is laag genoeg om te voorkomen dat het materiaal nozzle verlaat. Maar het is ook hoog genoeg om snel door te gaan met printen als de andere extruders klaar zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/material_surface_energy.md b/resources/translations/nl_NL/material/material_surface_energy.md new file mode 100644 index 000000000..a10e2bd1d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/material_surface_energy.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Oppervlakte-energie +==== +Deze instelling beschrijft hoe sterk de oppervlakte-energie in het geprinte materiaal is. Het mag niet worden gewijzigd, maar wordt alleen gespecificeerd door het gebruikte materiaal. + +De instelling wordt momenteel niet gebruikt bij het snijden, maar sommige printerprofielen gebruiken deze om te bepalen of een primepijler al dan niet moet worden gebruikt. + +**De instelling is niet zichtbaar in de Cura-interface. Het kan alleen worden aangepast via de profielen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/prime_tower_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/prime_tower_flow.md new file mode 100644 index 000000000..8e98167b4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/prime_tower_flow.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer Primepijler +==== +De doorvoer van de primepijler. Als u deze waarde verhoogt, wordt er meer materiaal in een kleiner gebied geperst. + +Als u deze instelling verhoogt, wordt nozzle sneller gevuld. Dit kan wat tijd besparen. Een te hoge instelling kan echter leiden tot over-extrusie. Hierdoor kunnen er druppels op de primepijler ontstaan, waardoor de toren kan kantelen. + +Met deze instelling wordt rekening gehouden bij het berekenen van het aantal perimeters dat de primepijler voldoende volume moet hebben voor de [Minimumvolume primepijler](../dual/prime_tower_min_volume.md). Dus als u de doorvoer verhoogt, heeft de primepijler minder omtrek. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/retract_at_layer_change.md b/resources/translations/nl_NL/material/retract_at_layer_change.md new file mode 100644 index 000000000..8375c2a51 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/retract_at_layer_change.md @@ -0,0 +1,4 @@ +Intrekken bij laagwisseling +==== +Als deze optie is geactiveerd, wordt het filament ingetrokken wanneer het naar de hoogte van de volgende laag wordt verplaatst. +Dit kan worden gebruikt om de Z-naad op het oppervlak te verminderen. Het zal echter alleen effectief zijn als de intrekafstand erg klein is. Als de intrekafstand groot is, zorgt de duur van het terugtrekken ervoor dat het materiaal zoveel lekt dat het terugtrekken wordt tegengegaan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/roofing_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/roofing_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..fd3075db6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/roofing_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Bovenste oppervlakte skindoorvoer +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de bovenkant aangepast. De doorvoer voor de bovenzijde is apart van het doorvoer van de rest van de skin in te stellen. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid voor de bovenkant is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of een niet erg gladde bovenkant op te lossen. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiehoeveelheid tijdens het printen aan de bovenzijde, is het beter om de [Printtemperatuur](material_print_temperature.md), [Lijnbreedte bovenskin](../experimental/roofing_line_width.md) en [Snelheid Bovenskin](../speed/speed_roofing.md) samen om een betrouwbare doorvoer uit de nozzle te krijgen. + +Als de bovenkant niet glad is, is de functie [Strijken inschakelen](../top_bottom/ironing_enabled.md) het proberen waard, maar de instelling [Lijnbreedte bovenskin](../experimental/roofing_line_width.md) is ook een effectievere manier om om de gladheid van de bovenkant te optimaliseren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..ff3e3a0c2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer boven/onder +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de boven- en onderkant aangepast. Det doorvoer voor het bovenste en onderste deel kan apart van het doorvoer van de rest van de print worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoer voor de boven- en onderkant is een noodmaatregel om problemen met extrusiesnelheid of waterdichting op te lossen. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid tijdens het printen van de bovenkant, is het beter om te kijken naar de [Dichtheid Vulling](../infill/infill_sparse_density.md) en [Vulpatroon](../infill/infill_pattern.md) of gooi misschien naar de [Stappen Geleidelijke Vulling](../infill/gradual_infill_steps.md) om de afstand die de top moet overbruggen te verkleinen. Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid bij het printen van de onderkant, kijk dan eens naar de [Dichtheid Supportstructuur](../support/support_infill_rate.md), het [Patroon Supportstructuur](../support/support_pattern.md) en klik op de [Geleidelijke supportvulling traptreden](../support/gradual_support_infill_steps.md). Ook temperatuur en printsnelheid zijn belangrijke factoren voor een goede en consistente extrusie. + +Als de boven- of onderkant niet waterdicht is, is het beter om de temperatuur te regelen. Pillowing moet worden vermeden, maar als de temperatuur te laag is, zal onder-extrusie optreden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..208e37254 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/skin_material_flow_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Initiële laag onderste lijn +==== +De stroom van de eerste laag kan worden gewijzigd met de parameter [Doorvoer eerste laag](material_flow_layer_0.md), maar deze parameter maakt het mogelijk om de fijnere details van de eerste laag te regelen door alleen de stroom van de skin van de eerste laag te wijzigen. + +Sommige delen van de eerste laag zullen eerder van platform afbladderen dan andere. De eerste regels van de afdruk zijn het meest riskant. Door deze instelling te gebruiken, kunt u de doorvoer van de skin verminderen om over-extrusie daar te voorkomen, terwijl de doorvoer van de printwand hoger blijft. + +Als de doorvoer van de eerste laag te hoog is, kan de skin gaan rimpelen, wat er lelijk uitziet aan de onderkant van de print en ervoor kan zorgen dat de print van het platform scheurt. Voor wanden is dit niet zo'n groot probleem. Het verdient aanbeveling om de doorvoer lager te houden dan nozzle van de [Initiële laag buitenwandstroom](wall_0_material_flow_layer_0.md) en [Initiële laag binnenwandstroom](wall_x_material_flow_layer_0.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/skirt_brim_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/skirt_brim_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..1ef83f6ff --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/skirt_brim_material_flow.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Doorvoer Skirt-/Brim +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de skirt of de brim aangepast. Het doorvoer voor de skirt of brim kan apart van het doorvoer voor de rest van de print worden ingesteld. + +Door de stroomsnelheid van de skirt of brim te verhogen, kan deze beter aan het platform hechten, omdat het materiaal met meer kracht op het platform wordt gedrukt. Er moet echter voor worden gezorgd dat er niet te veel wordt geëxtrudeerd. Als het materiaal boven de brim uitsteekt, kan het nozzle het van het platform scheuren wanneer een beweging de brim kruist. Bovendien, als de skirt- of brimlijnen te veel overlappen, zullen sommige lijnen het platform niet kunnen bereiken omdat ze worden geblokkeerd door te brede aangrenzende lijnen. Dit kan nadelig zijn voor de hechting aan het platform. In plaats daarvan kan de [Skirt/Brim Line Width](../resolution/skirt_brim_line_width.md) hetzelfde effect krijgen door harder op het platform te drukken, maar de lijnen worden ook verder verdeeld zodat ze allemaal aan de het platform hechten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/support_bottom_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/support_bottom_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..5fe077a75 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/support_bottom_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer supportvloer +==== +Met deze instelling wordt het doorvoer alleen voor de supportvloer aangepast. Het doorvoer voor de supportvloer kan apart van het doorvoer voor de rest van de support worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoer tijdens supportgrond is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of hechting tussen het model en de support op te lossen. Hetzelfde effect kan worden bereikt door de [Lijnbreedte supportvloer](../resolution/support_bottom_line_width.md) of [Lijnafstand supportvloer](../support/support_bottom_line_distance.md) van de supportbodem aan te passen, maar het aanpassen van de doorvoer is misschien intuïtiever. + +Als er een probleem is met de extrusiesnelheid, is het beter om te kijken naar de [Snelheid supportvloer](../speed/speed_support_bottom.md), [Printtemperatuur](material_print_temperature.md) en [Lijnbreedte Vulling](../resolution /support_bottom_line_width.md ) om te bekijken. Misschien is het verschil tussen het doorvoer van de supportvloer en de andere structuren in de laag te groot. Misschien is de lijndikte te dun om goed te extruderen. Wanneer de structuur wordt geprint met een [Extruder Verbindingsstructuur](../support/support_interface_extruder_nr.md) is een veelvoorkomend probleem dat het materiaal waarmee de structuur wordt geprint niet genoeg tijd krijgt om goed te stromen. Dit kan gedaan worden door een [Primepijler inschakelen](../dual/prime_tower_enable.md) + +Als de support te goed aan het model blijft plakken, is het aanpassen van de [Lijnbreedte supportvloer](../resolution/support_bottom_line_width.md) meestal effectiever omdat de lijnen ook dichter bij elkaar komen om dezelfde opvuldichtheid van de support te bereiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/support_interface_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/support_interface_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..c8b8d537f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/support_interface_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer supportinterface +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de supportstructuur aangepast. Het doorvoer voor de supportstructuur kan afzonderlijk van het doorvoer van de rest van de support worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoer op de supportstructuur is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of adhesie van model tot support op te lossen. Hetzelfde effect kan worden verkregen door de [Lijnbreedte Verbindingsstructuur](../resolution/support_interface_line_width.md) of [Lijnafstand supportdak](../support/support_roof_line_distance.md) van de supportstructuur aan te passen, maar het aanpassen van de doorvoer kan intuïtiever. + +Als er een probleem is met de extrusiesnelheid, is het beter om te kijken naar de [Vulsnelheid Verbindingsstructuur](../speed/speed_support_interface.md), [Printtemperature](material_print_temperature.md) en [Lijnbreedte Verbindingsstructuur](../resolution /support_interface_line_width.md) om te bekijken. Er kan een te groot verschil zijn tussen de doorvoer van de supportstructuur en de andere structuren op de laag. Misschien is de lijndikte te dun om goed te extruderen. Wanneer de structuur wordt geprint met een [Extruder Verbindingsstructuur](../support/support_interface_extruder_nr.md) is een veelvoorkomend probleem dat het materiaal waarmee de structuur wordt geprint niet genoeg tijd krijgt om goed te stromen. Dit kan gedaan worden door een [Primepijler inschakelen](../dual/prime_tower_enable.md) + +Als de support te goed aan het model blijft plakken, is het aanpassen van de [Lijnbreedte supportvloer](../resolution/support_bottom_line_width.md) meestal effectiever omdat de lijnen ook dichter bij elkaar komen om dezelfde opvuldichtheid van de support te bereiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/support_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/support_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..72e23c15e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/support_material_flow.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Doorvoer support +==== +Met deze instelling wordt het doorvoer alleen voor support aangepast. Het doorvoer voor de support kan apart van het doorvoer voor de rest van de print worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid tijdens support is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of de hechting van de support aan de print op te lossen. Het aanpassen van de [Lijnbreedte Supportstructuur](../resolution/support_line_width.md) of [Lijnafstand Supportstructuur](../support/support_line_distance.md) van de support kan hetzelfde effect bereiken, maar het aanpassen van de doorvoer kan intuïtiever zijn. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid of supportsterkte, is het beter om te kijken naar [Snelheid Supportstructuur](../speed/speed_support.md) en [Printtemperatuur](material_print_temperature.md). Misschien is het verschil in doorvoersnelheid tussen de support en de andere structuren te groot om goed te extruderen. Een ander veelvoorkomend probleem met de supportdoorvoersnelheid is dat er te veel kruisingen zijn in het [Patroon Supportstructuur](../support/support_pattern.md). Het kan helpen om een patroon te kiezen dat zichzelf niet kruist, zoals: Gyroid of Zigzag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/support_roof_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/support_roof_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..b1f240315 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/support_roof_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer supportdak +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de supportdak aangepast. De doorvoer voor het supportdak kan apart worden ingesteld van de doorvoer voor de rest van de support. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid op het supportdak is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of de hechting van model aan support op te lossen. Hetzelfde effect kan worden bereikt door de [Lijnbreedte supportdak](../resolutie/support_roof_line_width.md) of [Lijnafstand supportdak](../support/support_roof_line_distance.md) van het supportdak aan te passen, maar het aanpassen van de doorvoersnelheid kan intuïtiever. + +Als er een probleem is met de extrusiesnelheid, is het beter om te kijken naar de [Snelheid Supportdak](../speed/speed_support_roof.md), [Printtemperature](material_print_temperature.md) en [Lijnbreedte Vulling](../resolution /support_roof_line_width.md ) om te bekijken. Misschien is het verschil tussen het doorvoer van het supportdak en de andere constructies in de laag te groot. Misschien is de lijndikte te dun om goed te extruderen. Wanneer de structuur wordt geprint met een [Extruder Verbindingsstructuur](../support/support_interface_extruder_nr.md) is een veelvoorkomend probleem dat het materiaal waarmee de structuur wordt geprint niet genoeg tijd krijgt om goed te stromen. Dit kan door gebruik te maken van een [Primepijlerinschakelen](../dual/prime_tower_enable.md) of door het [Supportdak horizontale uitbreiding](../support/support_roof_offset.md) + +Als de support te goed aan het model blijft plakken, is het aanpassen van de [lijnbreedte suppotdak](../resolution/support_roof_line_width.md) meestal effectiever, omdat hierdoor ook de lijnen dichter bij elkaar komen om dezelfde opvuldichtheid van de support te bereiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..66e29c8f8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Buitenste wanddoorvoer +==== +Met deze instelling wordt de doorvoer alleen voor de buitenwand ingesteld. De doorvoer voor de buitenwand kan apart van het doorvoer voor de binnenwanden worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid voor de buitenwand is een noodmaatregel om problemen met extrusiesnelheid of maatnauwkeurigheid op te lossen. Hetzelfde effect kan ook worden bereikt door de instellingen [Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md) en [Uitsparing Buitenwand](../shell/wall_0_inset.md) aan te passen, maar deze instelling kan aanvankelijk lijkt een meer intuïtieve een methode van aanpassing. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid op de buitenwand, is het beter om te kijken naar [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md) en [Printtemperatuur](material_print_temperature.md). Misschien krijgt het materiaal niet genoeg vaart uit de nozzle, een hogere printsnelheid kan helpen. Misschien zijn de lijnen te dun om goed te extruderen. Misschien is het materiaal te koud of te heet. + +Als er een probleem is met de maatnauwkeurigheid, is het beter om te kijken naar de [Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md), de [Horizontale Uitbreiding](../shell/xy_offset.md) en de [Wandvolgorde]( ../shell/outer_inset_first.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..27f5d5997 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/wall_0_material_flow_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Initiële laag buitenwandstroom +==== +De dorvoer van de eerste laag kan worden gewijzigd met de functie [Doorvoer eerste laag](material_flow_layer_0.md), maar deze parameter maakt het mogelijk om de fijnere details van de eerste laag te regelen door alleen de doorvoer van de buitenste wand van de eerste laag te wijzigen. + +Sommige delen van de eerste laag zullen eerder loskomen van het platform dan andere. De eerste regels van de afdruk zijn het meest riskant. Met deze instelling kunt u de buitenwand aanpassen om een hogere doorvoer te hebben om deze beter aan het platform te bevestigen. Dit is handig als de print geen rand heeft, omdat de buitenwand dan als een enkele losse lijn op het platform wordt geprint met relatief weinig oppervlak om aan te hechten. + +Door alleen stroomsnelheid van de buitenwand te veranderen, kunnen problemen met een hoge stroomsnelheid, zoals [over-extrusie](../troubleshooting/overextrusion.md) worden vermeden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/wall_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/wall_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..42071c68c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/wall_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Wanddoorvoer +==== +Met deze instelling wordt het doorvoer alleen voor de wanden aangepast. Het doorvoer voor de wanden is apart in te stellen van het doorvoer voor de rest van de print. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid voor de wanden is een noodmaatregel om problemen met extrusiesnelheid of maatnauwkeurigheid op te lossen. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid op wanden, is het beter om te kijken naar [Snelheid buitenwand](../speed/speed_wall_0.md) en [Printtemperatuur](material_print_temperature.md). Misschien krijgt het materiaal niet genoeg vaart uit de nozzle, een hogere printsnelheid kan helpen. Misschien zijn de lijnen te dun om goed te extruderen. Misschien is het materiaal te koud of te heet. + +Als er een probleem is met de maatnauwkeurigheid, is het beter om te kijken naar [Lijnbreedte Wand](../resolution/wall_line_width.md), [Horizontale Uitbreiding](../shell/xy_offset.md) en [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow.md b/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow.md new file mode 100644 index 000000000..0a9643197 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Doorvoer binnenwand(en) +==== +Met deze instelling wordt het doorvoer alleen voor de binnenwanden aangepast. Het doorvoer voor de binnenwanden kan apart van het doorvoer voor de buitenwand worden ingesteld. + +Het aanpassen van de doorvoersnelheid voor de binnenwanden is een noodmaatregel om problemen met de extrusiesnelheid of maatnauwkeurigheid op te lossen. + +Als er alleen een probleem is met de extrusiesnelheid op wanden, is het beter om te kijken naar [Snelheid Binnenwand](../speed/speed_wall_x.md) en [Printtemperatuur](material_print_temperature.md). Misschien krijgt het materiaal niet genoeg vaart uit de nozzle, een hogere printsnelheid kan helpen. Misschien zijn de [Lijnbreeedte Binnenwand(en)](../resolution/wall_line_width_x.md) om goed te extruderen. Misschien is het materiaal te koud of te heet. + +Als er een probleem is met de maatnauwkeurigheid, is het beter om te kijken naar de [Lijnbreeedte Binnenwand(en)](../resolution/wall_line_width_x.md), de [Horizontale Uitbreiding](../shell/xy_offset.md) en de [Wandvolgorde]( ../shell/outer_inset_first.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..4fe25c67e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/material/wall_x_material_flow_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Initiële laag binnenwandstroom +==== +De stroom van de eerste laag kan worden gewijzigd met de parameter [Doorvoer eerste laag](material_flow_layer_0.md), maar deze parameter maakt het mogelijk om de fijnere details van de eerste laag te regelen door alleen de stroom van de binnenwanden van de eerste laag te wijzigen. + +Sommige delen van de eerste laag zullen eerder loskomen van het printbed dan andere. De eerste regels van de afdruk zijn het meest riskant. Met deze instelling kunt u de binnenwanden aanpassen om een hogere doorvoer te hebben om ze beter aan het printbed te hechten. Dit is vooral handig bij het printen van de binnenmuren vóór de buitenmuur, omdat de eerste binnenmuur dan in één losse lijn wordt afgeprint voordat deze aan de buitenmuur en de rand wordt bevestigd. + +Door alleen de doorvoer van de binnenmuur te veranderen, kunnen problemen met een hoge doorvoer, zoals een [Olifant voet](../troubleshooting/elephants_foot.md) worden vermeden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/alternate_carve_order.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/alternate_carve_order.md new file mode 100644 index 000000000..5f44e28a2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/alternate_carve_order.md @@ -0,0 +1,3 @@ +Verwijderen van afwisselend raster +==== +Wanneer meerdere meshes elkaar overlappen, zal Cura meestal een deel van de ene mesh verwijderen om ruimte te maken voor de andere. Met deze optie wisselen de mazen laag voor laag af, waardoor een vermengde structuur ontstaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/carve_multiple_volumes.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/carve_multiple_volumes.md new file mode 100644 index 000000000..66264742a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/carve_multiple_volumes.md @@ -0,0 +1,3 @@ +Rastersnijpunt verwijderen +==== +Normaal gesproken, wanneer meerdere mazen elkaar kruisen, zouden beide worden geprint, wat resulteert in over-extrusie. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt een van de mazen door de andere geknipt. Op deze manier is er geen over-extrusie en ziet het resultaat er van buiten hetzelfde uit. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_extensive_stitching.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_extensive_stitching.md new file mode 100644 index 000000000..59ce8a9c6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_extensive_stitching.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Uitgebreid Hechten +==== +Cura moet weten waar het interieur van het model is om het met materiaal te kunnen vullen. Als het oppervlak van uw model niet volledig gesloten is of binnenwanden heeft, kan het onduidelijk zijn waar de binnenkant van het model zich bevindt. + +Een veelvoorkomend geval waarin het model incompleet is, is wanneer een extra stuk van het model is bevestigd aan een anders gesloten onderdeel. Dit gebeurt vaak bij het bewerken van meshes met CAD-software die niet is ontworpen voor productie (alleen voor digitale weergave), zoals: Blender of SketchUp. Een voorbeeld hiervan ziet u in de volgende afbeeldingen. + + + + +![De röntgenfoto toont een extra oppervlak aan de binnenkant](../../../articles/images/meshfix_extensive_stitching_xray.png) +![Als deze instelling uit staat, wordt alleen het volledig gesloten object geprint.](../../../articles/images/meshfix_extensive_stitching_disabled.png) +![Als deze instelling is ingeschakeld, wordt het extra stuk dienovereenkomstig toegevoegd.](../../../articles/images/meshfix_extensive_stitching_enabled.png) + +Deze instelling zorgt ervoor dat Cura de gaten in de mesh beter probeert te dichten wanneer deze niet volledig is gesloten. Dit vergroot de kans op een goede print, maar verlengt de slicetijd en kan soms verkeerde oppervlakken aan elkaar hechten \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_keep_open_polygons.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_keep_open_polygons.md new file mode 100644 index 000000000..ae6a257c4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_keep_open_polygons.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Onderbroken Oppervlakken Behouden +==== +Cura moet weten waar de binnenkant van je model is om het volume met materiaal te kunnen vullen. Als het model niet goed gesloten is, dan is dit dubbelzinnig. Normaal gesproken print Cura geen onderdelen die niet goed gesloten zijn. + +Als deze instelling is ingeschakeld, blijven plakjes waarvan de omtrek niet goed is gesloten, behouden. De grens is kunstmatig gesloten met een rechte lijn. Dit kan ertoe leiden dat sommige modellen met kleine openingen in hun oppervlak worden gecorrigeerd. Maar het kan ook leiden tot verkeerde interpretaties van de binnenkant van uw model. + + + + +![Deze kubus mist een hoek](../../../articles/images/meshfix_keep_open_polygons_shell.png) +![Meestal worden de niet-gesloten lagen niet geprint.](../../../articles/images/meshfix_keep_open_polygons_disabled.png) +![Als deze instelling is ingeschakeld, wordt de vorm kunstmatig gesloten.](../../../articles/images/meshfix_keep_open_polygons_enabled.png) + +In de röntgenweergave worden gaten die met deze instelling kunnen worden gedicht, in rood weergegeven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_deviation.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_deviation.md new file mode 100644 index 000000000..0b2125a99 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_deviation.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Maximale afwijking +==== +Hoewel inrvoer met een hoge resolutie op het eerste gezicht misschien beter lijkt, kan de printer vaak niet goed overweg met G-code met hoge resolutie. Daarom zal Cura de resolutie van de invoer tijdens het slicen verminderen. Deze instelling bepaalt hoe ver het verkleinde pad mag afwijken van het oorspronkelijke pad om de resolutie te verlagen. + + + +![Voordat de resolutie wordt verlaagd](../../../articles/images/meshfix_maximum_resolution_0.05.png) +![Na het verlagen van de resolutie (ad extremum)](../../../articles/images/meshfix_maximum_resolution_1.png) + +De printer moet de G-code verwerken terwijl deze draait. Als de G-code veel kleine lijnsegmenten bevat, kan de printkop zo snel door de beweging racen dat de processor van de 3D-printer het niet kan bijhouden. Dit zorgt ervoor dat de printkop sporadisch vertraagt, zodat de CPU de achterstand kan inhalen of gewoon wacht op het volgende bewegingscommando. Dit zorgt ervoor dat het oppervlak erg ruw wordt of zelfs kleine klodders krijgt omdat de doorvoer van de sproeikop niet perfect overeenkomt met de sporadische beweging van de sproeier. Soms resulteert een lagere resolutie in een betere printkwaliteit. + +Deze instelling geeft aan in hoeverre het nieuwe pad met lagere resolutie mag afwijken van het oorspronkelijke pad met hoge resolutie. Van lijnen wordt aangenomen dat ze verbinding maken met andere lijnsegmenten als ze korter zijn dan [Maximale resolutie](meshfix_maximum_resolution.md). Als deze reductie er echter toe zou leiden dat het pad meer afwijkt dan de afstand die door deze instelling is opgegeven, zullen de lijnen geen verbinding maken. + +Houd er rekening mee dat niet gegarandeerd dezelfde hoekpunten uit elke laag worden verwijderd als de hoekpunten overeenkomen. Resolutiereductie wordt in 2D uitgevoerd door hoekpunten van de vormen van de laag te verwijderen, niet in 3D door hoekpunten van de mesh te verwijderen. Als de resolutie te veel wordt verlaagd, resulteert dit vaak in een onregelmatig oppervlak in plaats van een gekarteld oppervlak. + +Vanwege structurele integriteit wordt het sterk aanbevolen dat paden niet meer dan een halve lijnbreedte afwijken. Als u echter wilt dat het oppervlak glad is of er mooi uitziet, geeft deze instelling in wezen aan hoe ernstig de onregelmatigheden op het oppervlak kunnen zijn. De maximale afwijking moet zo klein zijn dat deze niet met het blote oog te zien is. + +Als u echter de maximale afwijking te veel verkleint, wordt de resolutie sterk verminderd. De resulterende g-code kan dan niet goed worden geprint vanwege het onvermogen van de CPU om de korte bewegingsopdrachten bij te houden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_extrusion_area_deviation.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_extrusion_area_deviation.md new file mode 100644 index 000000000..739a31d4b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_extrusion_area_deviation.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Maximale afwijking doorvoergebied +==== +Wanneer u lijnen van verschillende breedten print, is het gebruikelijk dat een lijn geleidelijk dunner wordt naar een van de eindpunten toe. Deze instelling bepaalt de toename waarmee deze lijnen dunner of breder worden door te bepalen hoe dicht de lijnen moeten blijven bij het gebied dat ze idealiter zouden moeten bestrijken. + + + +![Lagere resolutie als hoge afwijking is toegestaan](../../../articles/images/meshfix_maximum_extrusion_area_deviation_high.png) +![Vloeiende lijnbreedte wanneer lage afwijking vereist is](../../../articles/images/meshfix_maximum_extrusion_area_deviation_low.png) + +G-code-opdrachten kunnen de printer niet vertellen om een regel met variabele breedte printen. Het moet lijnen met een vaste breedte printen. Cura kan een lijn opsplitsen in meerdere segmenten van geleidelijk veranderende breedte. Dit voegt echter veel lijnsegmenten toe bij het printen. De CPU van de printer kan tijdens het printen mogelijk niet al deze instructies verwerken. Deze instelling kiest het detailniveau van de lijnsegmenten met variabele breedte. Een hogere resolutie (lagere afwijking) resulteert in theorie in nauwkeurigere lijnen, maar verhoogt ook aanzienlijk het aantal instructies. + +Hoewel het er mooi uitziet in laagweergave wanneer de breedte van een lijn geleidelijk verandert, heeft het vrijwel geen effect op de daadwerkelijke print. Fysieke 3D-printers passen hun doorvoer niet precies genoeg aan om een verbetering te zien wanneer de resolutie hier wordt verhoogd. Onder normale omstandigheden moet deze instelling zo hoog worden ingesteld dat het nooit een beperkende factor is in de resolutie van de G-code. Dit minimaliseert het risico op een buffer-underrun. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_resolution.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_resolution.md new file mode 100644 index 000000000..d45ebdcf8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_resolution.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Maximale resolutie +==== +Hoewel invoer met een hoge resolutie op het eerste gezicht misschien beter lijkt, kan de printer vaak niet goed overweg met G-code met hoge resolutie. Daarom zal Cura de resolutie van de invoer tijdens het slicen verminderen. Deze instelling bepaalt de resolutie die Cura maximaal houdt. + + + +![Voordat de resolutie wordt verlaagd](../../../articles/images/meshfix_maximum_resolution_0.05.png) +![Na het verlagen van de resolutie (ad extremum)](../../../articles/images/meshfix_maximum_resolution_1.png) + +De printer moet de G-code verwerken terwijl deze draait. Als de G-code veel kleine lijnsegmenten bevat, kan de printkop zo snel door de beweging racen dat de processor van de 3D-printer het niet kan bijhouden. Dit zorgt ervoor dat de printkop sporadisch vertraagt, zodat de CPU de achterstand kan inhalen of gewoon wacht op het volgende bewegingscommando. Dit zorgt ervoor dat het oppervlak erg ruw wordt of zelfs kleine klodders krijgt omdat de doorvoer van de sproeikop niet perfect overeenkomt met de sporadische beweging van de sproeier. Soms resulteert een lagere resolutie in een betere printkwaliteit. + +Deze instelling specificeert een minimale lengte voor de lijnsegmenten. Lijnsegmenten die korter zijn dan de opgegeven lengte komen in aanmerking voor verbinding met andere lijnsegmenten. Ze worden vervolgens samengevoegd wanneer het nieuwe pad niet meer dan [Maximale afwijking](meshfix_maximum_deviation.md) afwijkt van het oorspronkelijke pad. + +Houd er rekening mee dat niet gegarandeerd dezelfde hoekpunten uit elke laag worden verwijderd als de hoekpunten overeenkomen. Resolutiereductie wordt in 2D uitgevoerd door hoekpunten van de vormen van de laag te verwijderen, niet in 3D door hoekpunten van de mesh te verwijderen. Als de resolutie te veel wordt verlaagd, resulteert dit vaak in een onregelmatig oppervlak in plaats van een gekarteld oppervlak. + +Het wordt aanbevolen om de resolutie van het model voldoende te verlagen zodat de printkop niet significant vertraagt, zodat de CPU de achterstand kan inhalen. Als de resolutie niet voldoende wordt verlaagd, wordt het oppervlak ruw omdat de printkop langzamer gaat werken terwijl de extrusie doorgaat. Als de resolutie te veel wordt verlaagd, wordt het oppervlak ook ruw omdat de wanden niet overal precies op elkaar liggen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_travel_resolution.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_travel_resolution.md new file mode 100644 index 000000000..c8dddd7c4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_maximum_travel_resolution.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale bewegingsresolutie +==== +Als het model een zeer hoge resolutie heeft, zal Cura de resolutie verlagen zodat de processor van de printer de verwerking van de G-code-instructies tijdens de uitvoering kan bijhouden. De maximale resolutie van de routes kan bij het printen apart van de [Maximale resolutie](meshfix_maximum_resolution.md) worden bepaald. + +Omdat verplaatsingen veel sneller worden uitgevoerd dan printbewegingen, loopt de printkop veel sneller door de lijnsegmenten van het verplaatspad dan andere lijnsegmenten. De CPU zou deze lijnsegmenten veel sneller moeten verwerken om de nozzle bij te houden. Om deze reden moet de resolutie van de verplaatsingen lager zijn dan de resolutie van de langzamere extrusiebewegingen. + +Ook de resolutie van de beweging tijdens de verplaatsingen is vaak niet van belang voor de printkwaliteit. Omdat er niet wordt geëxtrudeerd, is er geen oppervlak dat wazig of gekarteld kan worden. Om deze reden heeft het verlagen van de resolutie van de routes geen noemenswaardige invloed op de printkwaliteit. + +De meeste verplaatsingen van Cura zijn rechte lijnen. Dit zijn de snelste bewegingen en genereren de minste trillingen. Wanneer Cura echter bedoeld is om botsingen te vermijden, heeft het de neiging om het oppervlak van het te vermijden gebied te volgen. De route rondom dit gebied heeft dan een vergelijkbare resolutie als het te mijden gebied. Daarom heeft deze instelling geen echt effect tenzij [Combing-Modus](../travel/retraction_combing.md) is ingeschakeld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all.md new file mode 100644 index 000000000..db96dc41d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Overlappende Volumes Samenvoegen +==== +Normaal gesproken, wanneer een model meerdere lichamen bevat die elkaar kruisen, wordt het lichaam dat zich in beide lichamen bevindt niet gevuld. Deze instelling zorgt ervoor dat Cura de interne structuren negeert en gewoon alles invult, ongeacht hoeveel lagen er rond het lichaam zijn. + + + + +![Een mesh met twee elkaar kruisende kubussen](../../../articles/images/meshfix_union_all_shell.png) +![Niet alle volumes samengevoegd](../../../articles/images/meshfix_union_all_disabled.png) +![Samenvoegen heeft het gat verwijderd](../../../articles/images/meshfix_union_all_enabled.png) + +Technisch gezien verandert deze instelling de regel van [Even-Oneven](https://en.wikipedia.org/wiki/Even%E2%80%93odd_rule) in [Nonzero](https://en.wikipedia.org/wiki/Nonzero-rule). Normaal gesproken wordt een volume gevuld wanneer het wordt omgeven door een oneven aantal lagen. Als deze instelling is ingeschakeld, wordt deze gevuld als deze wordt omgeven door een niet-nul aantal lagen. + +**Dit werkt alleen voor bodies binnen hetzelfde model. Als je meerdere bestanden hebt geladen en ze overlappen elkaar in Cura, heeft deze instelling geen effect. Vergelijk de instelling Mesh Overlap verwijderen om problemen op te lossen met meerdere afzonderlijke meshes die elkaar overlappen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all_remove_holes.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all_remove_holes.md new file mode 100644 index 000000000..87d9c56fd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/meshfix_union_all_remove_holes.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Alle Gaten Verwijderen +==== +Sommige modellen, vooral die gemaakt voor fabricagetechnieken zoals spuitgieten, hebben vaak interne holtes die niet zichtbaar zijn. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, verwijdert Cura deze interne holtes. + + + +![Dit model heeft een gat in het midden](../../../articles/images/meshfix_union_all_remove_holes_disabled.png) +![Als de instelling is ingeschakeld, wordt het gat verwijderd](../../../articles/images/meshfix_union_all_remove_holes_enabled.png) + +De holtes aan de binnenkant kunnen er zijn om materiaal te besparen, maar er zijn enkele beperkingen met 3D-printen waardoor deze modellen slecht printen. 3D-printers doen het bijvoorbeeld niet goed met dunne wanden die niet vele malen zo breed zijn als de lijndikte, en de bovenste laag heeft de neiging door te zakken tenzij ondersupportd door vulmateriaal. Over het algemeen is het beter om een solide mesh te maken en de slicer te laten beslissen hoe deze wordt gevuld. Met deze Mesh Fix-instelling kunt u dat doen zonder de mesh te hoeven bewerken. + +Cura controleert alleen of een spouw in horizontale richting volledig is omsloten. Er wordt niet gecontroleerd of een spouw van boven of van onder open is. Het verschil kan nog steeds zichtbaar zijn van boven of van onder. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/multiple_mesh_overlap.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/multiple_mesh_overlap.md new file mode 100644 index 000000000..afbfd2a6b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/multiple_mesh_overlap.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Samengevoegde rasters overlappen +==== +Deze instelling creëert een overlap waar twee modellen elkaar ontmoeten. Hierdoor blijven de twee rasters veel beter aan elkaar plakken. + +Dit is handig voor prints met meerdere verschillende materialen. Normaal gesproken zijn de modellen voor meerkleurige prints zo ontworpen dat ze precies bij elkaar passen. Als je ze zo print, plakken ze niet zo goed aan elkaar. Het is beter om ze een beetje te overlappen om de prints aan elkaar te laten aansluiten. + +Verhoog deze instelling om de stabiliteit te verbeteren. Als u de waarde echter te veel verhoogt, gaat u te veel extruderen, wat de afwerking onaantrekkelijk maakt en ervoor kan zorgen dat de print omvalt. Als u de waarde verhoogt, vervagen de grenzen tussen modellen, waardoor kleuren in meerkleurige prints minder nauwkeurig worden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/meshfix/remove_empty_first_layers.md b/resources/translations/nl_NL/meshfix/remove_empty_first_layers.md new file mode 100644 index 000000000..34e7ff2a1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/meshfix/remove_empty_first_layers.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Lege eerste lagen verwijderen +==== +Als deze functie is ingeschakeld, worden alle lege lagen aan de onderkant van de print verwijderd. De hele print wordt naar beneden geschoven totdat deze op de platform rust. In plaats van lege lagen waardoor de print mislukt, zal de print iets lager zijn. + +Als Cura de instelling "Automatisch modellen op platform plaatsen" heeft ingeschakeld, heeft deze instelling waarschijnlijk weinig effect. Maar ze kan nog steeds een rol spelen. Wanneer modellen automatisch op de platform worden geplaatst, worden de modellen nauwkeurig uitgelijnd met de platform. Als de eerste laag(en) echter alleen elementen bevatten die te klein zijn om te printen (bijvoorbeeld omdat de onderkant niet helemaal glad is), kan de eerste laag in de uiteindelijke print nog leeg zijn. Deze instelling voorkomt dit door de rest van de lagen één laag naar beneden te verplaatsen. + +Na het naar beneden schuiven van de print blijven de instellingen die gelden voor de eerste laag gelden. Dus ook al is de oorspronkelijke eerste laag verwijderd, de [Print Temperatuur van de eertse laag](../material/material_print_temperature_layer_0.md) en vergelijkbare instellingen worden nog steeds toegepast op de nieuwe eerste laag. + +Normaal gesproken moet deze instelling altijd worden ingeschakeld om te voorkomen dat printen mislukken omdat de onderkant niet perfect glad is of niet goed is uitgelijnd met de platform. U kunt deze instelling echter uitschakelen als u een printtaak in meerdere fasen uitvoert die in de lucht moet beginnen. + +Wanneer [Support genereren](../support/support_enable.md) is ingeschakeld, strekt de support zich uit tot aan de platform, zodat de eerste paar lagen niet langer leeg zijn. Er worden geen lagen verwijderd en de print beweegt niet naar beneden. + +Als de instelling [Slicetolerantie](../experimental/slicing_tolerance.md) is ingesteld op "Exclusive", zal de eerste laag altijd leeg zijn. Als deze instelling niet is ingeschakeld, is de eerste laag leeg en zal de print hoogstwaarschijnlijk mislukken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..344183ede --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,6 @@ +Extruder Hechting aan Platform +==== +Als u extra hechtstructuren op de platform print, zoals: een brim of een raft, deze instelling bepaalt welke extruder wordt gebruikt om die structuren te printen. + +* Als je print met materiaal dat niet goed aan de platform kleeft, kan het handig zijn om een raft te gebruiken dat geprint is met materiaal dat goed plakt. +* Als u slechts één extruder gebruikt voor uw print en het niet de eerste extruder is, wordt deze instelling niet automatisch op dezelfde extruder ingesteld als uw model. Je print zal nog steeds meerdere extruders gebruiken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_type.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_type.md new file mode 100644 index 000000000..9d6743d0e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/adhesion_type.md @@ -0,0 +1,59 @@ +Type Hechting aan Platform +==== +Er zijn drie soorten hechting van platformen: skirt, brim en raft. U kunt de soorten hechting ook eenvoudig uitschakelen door deze op "Geen" te zetten. + + + + +![Skirt](../../../articles/images/adhesion_type_skirt.png) +![Brim](../../../articles/images/adhesion_type_brim.png) +![Rraft](../../../articles/images/adhesion_type_raft.png) + +Skirt +---- +Een skirt is een enkele lijn die je print omringt. Het draagt niet direct bij aan een betere plaathechting. Als u de andere methoden echter niet wilt gebruiken, heeft deze methode twee functies. +* Het zorgt ervoor dat uw nozzle wordt gevuld voordat uw werkelijke model wordt geprint om ervoor te zorgen dat het materiaal goed stroomt. +* Hiermee kunt u zien of uw platform goed is geleveld. + +Brim +---- +Een brim is een vlak gebied met één laag rond de basis van uw model. Het doel is om de randen van uw print omlaag te houden en het contactgebied tussen uw print en de platform te vergroten. +* Door het grotere oppervlak hecht de print beter aan de platform. Dit is handig voor vrijwel elke print die groter is dan enkele centimeters. +* Deze brim houdt ook de randen van de print naar beneden. Materialen die veel krimpen bij afkoeling (zoals ABS) hebben de neiging om veel krom te trekken wanneer ze worden geprint. Een voldoende brede brim kan de hoeken op hun plaats houden en deze vervorming voorkomen. + +Raft +---- +Een raft is een dikke plaat tussen het model en het platform. Deze raft beschermt je print tegen de hitte van het platform. Het heeft ook een groot oppervlak om aan het bord te hechten. De voetafdruk wordt bovenop deze raft geplaatst, waar het veel beter kan hechten. Pas echter op voor dunne prints, want het kan moeilijk zijn om het raft te verwijderen zonder de print te beschadigen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_gap.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_gap.md new file mode 100644 index 000000000..548d8b458 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_gap.md @@ -0,0 +1,25 @@ +Brimafstand +==== +Deze instelling creëert een opening tussen het model en de brim. De brimlijnen zitten niet meer strak om het model. + + + +![De brim houdt een bepaalde afstand tot het model](../../../articles/images/brim_gap.png) + +Deze opening moet het gemakkelijker maken om de brim van het model te trekken. Door de brimlijnen iets weg te bewegen van het eigenlijke model (in de orde van een halve lijnbreedte), wordt de verbinding tussen de brim en het model zwakker dan één laag, waardoor het gemakkelijker wordt om de brim met de hand te scheuren. Het vermindert ook het litteken of de olifantenpoot die de brim achterlaat na verwijdering. Dit is vooral effectief bij een grotere [Hoogte Eerste Laag](../resolution/layer_height_0.md) omdat de dikke brim dan moeilijker te verwijderen is. + +Aan de andere kant vermindert dit ook de effectiviteit van de brim om het model op de platform te houden. Met een dunner contactoppervlak kan de brim geen grote kracht op het model uitoefenen om het tegen de effecten van [Kromtrekken](../troubleshooting/warping.md) te houden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_line_count.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_line_count.md new file mode 100644 index 000000000..8108c9fb2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_line_count.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Aantal Brimlijnen +==== +Bepaalt hoeveel lijnen er rond de basis van de print worden geprint. + +![Deze brim heeft 8 lijnen.](../../../articles/images/brim_width.svg) + +Meer brimlijnen verbeteren de hechting aan de platform door het oppervlak van de print te vergroten. Dit verkleint echter het effectieve printgebied. + +**Deze instelling heft de instelling [Breedte Brim](brim_width.md) op.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_outside_only.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_outside_only.md new file mode 100644 index 000000000..3946b9cd4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_outside_only.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Brim Alleen aan Buitenkant +==== +Als uw model gaten heeft in de eerste laag op de platform, voorkomt deze instelling dat er een brim aan de binnenkant van het gat wordt geprint. + + + +![Brim overal geprint.](../../../articles/images/brim_outside_only_original.png) +![Alleen brim buiten](../../../articles/images/brim_outside_only_enabled.png) + +De brim aan de binnenkant voegt meestal weinig extra hechting toe tussen de print en de platform en heeft geen effect op het voorkomen van krimp. Het verwijderen van de brim aan de binnenkant kan je wat tijd besparen na het printen omdat je de brim niet uit de binnenste gaten hoeft te halen. + +**Als er een ander object in het gat zit, kan de brim om technische redenen niet worden verwijderd.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_replaces_support.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_replaces_support.md new file mode 100644 index 000000000..419059244 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_replaces_support.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Brim vervangt de supportstructuur +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, blijft de brim het model onder de support volgen in plaats van rond de support te gaan. De drager wordt dan in de volgende laag over de brim geprint. Er zal nog steeds een brim rond de support worden geprint. + + + +![Uitgeschakeld, de brim gaat om de support](../../../articles/images/brim_replaces_support_disabled.png) +![Ingeschakeld, de brim loopt onder de support](../../../articles/images/brim_replaces_support_enabled.png) + +Door deze instelling in te schakelen, kan de brim het model beter volgen. Hierdoor wordt het model beter op de platform gehouden, waardoor kromtrekken wordt voorkomen. + +In sommige gevallen vermindert dit de totale breedte van de brim voor sommige delen van de support. In deze gevallen ligt de support echter zo dicht bij het model dat de brim overgaat in het model, zodat hier nauwelijks hechtingsproblemen optreden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_width.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_width.md new file mode 100644 index 000000000..f7d88718e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/brim_width.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Breedte Brim +==== +Deze instelling stelt de breedte van de brim in millimeters in. + +![De afmetingen van de brim](../../../articles/images/brim_width.svg) + +Een bredere brim verbetert de hechting aan de platform door het oppervlak van de print te vergroten. Dit verkleint echter het effectieve printgebied. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_x.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_x.md new file mode 100644 index 000000000..3275682bd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +X-positie Primen Extruder +==== +Sommige printers kunnen het extrusieproces voorbereiden voordat ze gaan printen met een speciale G-code-opdracht (G280). Deze instelling, in combinatie met de instelling [Y-Positie voor Primen Extruder](extruder_prime_pos_y.md) bepaalt waar deze prime plaatsvindt. Deze instelling definieert het X-coördinaat. + +Deze coördinaten staan in het G-code coördinatensysteem, dat verschilt van het coördinatensysteem dat Cura gebruikt om de plaatsing van de objecten weer te geven. + +Cura geeft met een kleine cirkel op de platform aan waar de voorbereiding plaatsvindt. Het is niet toegestaan om daar objecten te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_y.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_y.md new file mode 100644 index 000000000..4220222f6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/extruder_prime_pos_y.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Y-positie voor Primen Extruder +==== +Sommige printers kunnen het extrusieproces voorbereiden voordat ze gaan printen met een speciale G-code-opdracht (G280). Deze instelling, in combinatie met de instelling [X-Positie voor Primen Extruder](extruder_prime_pos_x.md) bepaalt waar deze prime wordt uitgevoerd. Deze instelling definieert het X-coördinaat. + +Deze coördinaten staan in het G-code coördinatensysteem, dat verschilt van het coördinatensysteem dat Cura gebruikt om de plaatsing van de objecten weer te geven. + +Cura geeft met een kleine cirkel op de platform aan waar de voorbereiding plaatsvindt. Het is niet toegestaan om daar objecten te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/layer_0_z_overlap.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/layer_0_z_overlap.md new file mode 100644 index 000000000..5e2ad14dd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/layer_0_z_overlap.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Z Overlap Eerste Laag +==== +Deze instelling is alleen beschikbaar bij het printen met een raft. Het verlaagt alle lagen van het model behalve de eerste laag. Hierdoor wordt de eerste laag harder op het raft geprint. + +![Afmetingen van een raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Deze instelling wordt gebruikt om de luchtspleet op het raft te compenseren. De eerste laag heeft echter enige tijd gehad om af te koelen zodat deze niet te veel aan het raft blijft plakken. Vervolgens wordt de eerste laag door de tweede laag op het raft geprint, zodat de druk nog steeds stabiel is. +* Door de overlap te vergroten, krijgt u meer hechting op het raft, wat de betrouwbaarheid verhoogt. +* Deze instelling beïnvloedt de maatnauwkeurigheid in verticale richting. +* Deze instelling kan over-extrusie veroorzaken als deze erg hoog is ingesteld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/prime_blob_enable.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/prime_blob_enable.md new file mode 100644 index 000000000..e5a86521a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/prime_blob_enable.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Primeblob inschakelen +==== +Als deze optie is geactiveerd, geeft Cura een opdracht om de printer voor te bereiden net voordat de extruder voor het eerst wordt gebruikt. De printer bereidt zichzelf voor door een kleine klodder materiaal op de platform te maken. + +Het doel van de voorbereiding is ervoor te zorgen dat het materiaal goed stroomt. Als de invoerdruppel niet is ingeschakeld, zal de printer in plaats daarvan primen tijdens de brim of skirt. Dit is het belangrijkste gebruik voor de skirt, maar met een brim zal dit de plakkerigheid van de brim enigszins verminderen. + +Het effect van deze instelling op de G-code is dat Cura het M280-commando op een specifieke plaats zet. **Dit werkt momenteel alleen op Ultimaker-printers sinds de Ultimaker 3**, omdat zij de enige zijn die de M280-opdracht hebben geïmplementeerd. De instelling is niet zichtbaar op andere printers. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_acceleration.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_acceleration.md new file mode 100644 index 000000000..5188343f7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_acceleration.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printacceleratie Raft +==== +Deze instelling configureert de acceleratie van de printkop tijdens het printen van het raft. + +Omdat het raft meestal uit lange lijnsegmenten bestaat, heeft een toenemende acceleratie meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de acceleratie bespaart echter wat tijd bij het navigeren door de hoeken aan het einde van de lijnen. + +Als u de acceleratie verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van het raft. Hierdoor wordt het oppervlak van het raft aan de bovenzijde ruwer. Voor andere lagen heeft dit een grotere invloed op de hechting op de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_airgap.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_airgap.md new file mode 100644 index 000000000..2675bc574 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_airgap.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Luchtruimte Raft +==== +Er wordt een opening gelaten tussen het model en het raft zodat het raft kan worden gescheiden van de eigenlijke print. Hierdoor plaatst de printer het object iets op het raft. + +![Afmetingen van het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Het vergroten van de afstand maakt het gemakkelijker om het raft te verwijderen, maar de kans is groter dat het raft losraakt tijdens het printen, waardoor de print verpest wordt. Als je het raft geprint met een ander model dan het model op het raft, is het aan te raden deze afstand relatief klein te houden, anders loopt de print kans op mislukken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_acceleration.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_acceleration.md new file mode 100644 index 000000000..3a73d967d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_acceleration.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printacceleratie Raft +==== +Deze instelling configureert de acceleratie van de printkop tijdens het printen van de onderste laag van het raft. acceleratie tijdens de onderste laag van het raft kan afzonderlijk van de middelste en bovenste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft een toenemende acceleratie meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de acceleratie bespaart echter wat tijd bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de acceleratie verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van de onderste laag van het raft. Dit verhoogt enigszins het risico dat het raft losraakt van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..50c792965 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Raft basisextruder +==== +Deze instelling selecteert de extruder die wordt gebruikt voor de basislaag van het raft. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +De basislaag is de laag die bovenop de platform zit. Het moet voor voldoende hechting op de platform zorgen, dus het is goed om een materiaal te kiezen dat goed hecht op de platform en niet krimpt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..1acace30c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid Grondlaag Raft +==== +Deze instelling configureert de ventilatorsnelheid bij het printen van de onderste laag van het raft. De ventilatorsnelheid bij het printen van de onderste laag kan afzonderlijk van de middelste en bovenste laag worden geconfigureerd. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Het is logisch om de ventilatorsnelheid apart in te stellen voor de onderste laag, omdat het verlagen van de ventilatorsnelheid de hechting aan het bed kan verbeteren en kromtrekken kan verminderen. Het verhogen van de ventilatorsnelheid kan de gladheid van het oppervlak van het raft verbeteren, maar dit is geen probleem voor de onderste laag. Om deze reden is het zinvol om de ventilatorsnelheid iets lager in te stellen dan op de bovenste lagen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_jerk.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_jerk.md new file mode 100644 index 000000000..ce4aec1a3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_jerk.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printschok Grondvlak Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee nozzle door hoeken kan gaan terwijl de onderste laag van het raft wordt geprint. De schoksnelheid voor de onderste laag van het raft kan afzonderlijk van de middelste en bovenste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft het verhogen van de schoksnelheid meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de schoksnelheid zal echter wat tijd besparen bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de schoksnelheid verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van de onderste laag van het raft. Dit verhoogt enigszins het risico dat het raft losraakt van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_spacing.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_spacing.md new file mode 100644 index 000000000..a40f16df0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_spacing.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Tussenruimte Lijnen Grondvlak Raft +==== +Deze instelling bepaalt hoe ver de lijnen uit elkaar liggen in de onderste laag van het raft. Deze instelling is vergelijkbaar met de instelling [Lijnafstand Vulling](../infill/infill_line_distance.md). Het belangrijkste doel is om aan te passen hoe goed het raft op de platform blijft plakken. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Het verkleinen van de afstand tussen de lijnen van de onderste laag heeft verschillende effecten: +* Een kleinere afstand verbetert de hechting van het raft aan de platform omdat er meer oppervlak is waar het raft aan kan kleven. +* Het raft zal wat stugger zijn. +* Het duurt langer om de eerste laag van het raft printen. Deze laag wordt heel langzaam geprint, waardoor het effect groter is dan de andere lagen van het raft. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..9eeb85d8b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_line_width.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Lijnbreedte Grondvlak Raft +==== +Deze instelling configureert de breedte van de lijnen die worden gebruikt om de onderste laag van het raft te printen. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +De lijnen van de basislaag van het raft moeten erg dik zijn. Dikkere lijnen zorgen ervoor dat het materiaal zeer hard op de platform wordt geprint, wat de hechting verbetert. De lijnen kunnen iets breder zijn dan de maat van nozzle, maar er is een limiet aan hoe ver materiaal zijdelings kan stromen met kleine nozzles. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_speed.md new file mode 100644 index 000000000..71f4e244e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printsnelheid Grondvlak Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de onderste laag van het raft wordt geprint. De snelheid van de onderste laag kan afzonderlijk van de snelheden van de bovenste en middelste laag worden geconfigureerd. + +![Waar de onderste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Als de basislaag langzamer wordt geprint, kan het materiaal beter vloeien. Dit vergroot het contactoppervlak tussen het raft en de platform, waardoor het beter aan de platform hecht. Als het materiaal langer warm blijft, wordt het plastic ook getemperd, waardoor interne spanningen worden verminderd. Beide effecten verminderen kromtrekken. De basislaag wordt meestal langzamer geprint dan de andere lagen. Als u de printsnelheid van de basislaag te veel verlaagt, duurt het printen natuurlijk langer. + +Wanneer het raft wordt gebruikt, is de [Printsnelheid Eerste Laag](../speed/speed_print_layer_0.md) van het model van toepassing, niet de eerste laag van het raft. De verplaatsingen binnen het raft worden uitgevoerd met de normale [Bewegingsnelheid](../speed/speed_travel.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..407f3c973 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_base_thickness.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dikte Grondvlak Raft +==== +Deze instelling past de verticale dikte van de onderste laag van het raft aan. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Net als bij de instelling [Eerste laaghoogte](../resolution/layer_height_0.md) zorgt het verhogen van de hoogte van de eerste laag van het raft ervoor dat nozzle met meer kracht wordt geëxtrudeerd. Dit verbetert de hechting tussen het raft en de platform. De extra laaghoogte is ook geschikt voor variaties in de hoogte van de platform als de platform niet perfect vlak is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..8449ff133 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid Raft +==== +Deze instelling configureert de ventilatorsnelheid terwijl het raft aan het printen is. + +Door de ventilatorsnelheid te verhogen, wordt het materiaal sneller afgekoeld. Dit kan leiden tot vervorming omdat de interne spanningen in de kunststof niet kunnen worden opgeheven voordat de kunststof is uitgehard. Het kan er ook voor zorgen dat het raft minder hecht aan de platform, omdat het materiaal niet zo ver naar buiten kan stromen als anders het contactoppervlak met de platform zou vergroten. Met een hogere ventilatorsnelheid overbruggen de lijnen echter ook de middelste en bovenste lagen beter, waardoor een gladder oppervlak voor uw raft ontstaat, wat uiteindelijk resulteert in een gladder oppervlak voor uw print. + +Wanneer het raft in gebruik is, beïnvloedt de [Startsnelheid ventilator](../cooling/cool_fan_speed_0.md) de ventilatorsnelheid in de eerste laag van het model, niet de eerste laag van het raft. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_acceleration.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_acceleration.md new file mode 100644 index 000000000..479d9e757 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_acceleration.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printacceleratie Midden Raft +==== +Deze instelling configureert de acceleratie van de printkop tijdens het printen van de middelste laag van het raft. acceleratie tijdens de middelste laag van het raft kan afzonderlijk van de onderste en bovenste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de middelste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft een toenemende acceleratie meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de acceleratie bespaart echter wat tijd bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de acceleratie verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van de middelste laag van het raft. Dit verhoogt enigszins het risico dat het raft losraakt van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..b79fd0014 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Raft middelste extruder +==== +Deze instelling selecteert de extruder die wordt gebruikt voor de middelste lagen van het raft. + +![Waar de middelste lagen zich in het raft bevinden](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +De tussenlagen zijn ingeklemd tussen de basislaag en de toplagen. Ze fungeren als een bufferzone om de warmte van de platform weg te houden van de toplagen, zorgen voor enige structurele sterkte en ondersupporten de toplagen beter dan de basislaag zou kunnen. Daarom is het belangrijk om een materiaal te kiezen dat goed hecht met de basis- en toplaagmaterialen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..154e92f39 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid Midden Raft +==== +Deze instelling configureert de ventilatorsnelheid bij het printen van de middelste laag van het raft. De ventilatorsnelheid bij het printen van de middelste laag kan afzonderlijk van de onderste en bovenste laag worden geconfigureerd. + +![Waar de middelste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Het is logisch om de ventilatorsnelheid afzonderlijk te configureren voor de middelste laag, omdat het verlagen van de ventilatorsnelheid de hechting van het bed kan verbeteren en kromtrekken kan verminderen. Het verhogen van de ventilatorsnelheid kan de gladheid van het oppervlak verbeteren, maar dat is geen probleem voor de middelste laag. Daarom is het logisch om de ventilatorsnelheid iets lager in te stellen dan voor de bovenste lagen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_jerk.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_jerk.md new file mode 100644 index 000000000..c180ac0f4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_jerk.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printschok Midden Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee nozzle door hoeken kan gaan terwijl de middelste laag van het raft wordt geprint. De schoksnelheid tijdens de middelste laag van het raft kan afzonderlijk van de onderste en bovenste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de middelste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft het verhogen van de schoksnelheid meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de schoksnelheid bespaart echter wat tijd bij het navigeren door de hoeken aan het einde van de lijnen. + +Als u de schoksnelheid verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van de middelste laag van het raft. Dit verhoogt enigszins het risico dat het raft losraakt van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_layers.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_layers.md new file mode 100644 index 000000000..63b512777 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_layers.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Raft middelste lagen +==== +Het raft kan een willekeurig aantal middelste lagen hebben. Deze instelling bepaalt hoeveel middelste plakjes worden geprint. + +![Waar de middelste lagen van het raft zijn](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Meer middelste lagen hebben meer tijd nodig om te printen, maar verhogen de stijfheid van het raft en beschermen het model beter tegen de hitte van de platform. Hetzelfde effect kan worden verkregen door [Bovenlagen Raft](raft_surface_layers.md) te vergroten. De toplagen zijn echter afgestemd om een mooi glad oppervlak te creëren, wat lang kan duren om met veel lagen te printen. De middelste lagen hoeven niet glad te zijn, dus veel van hen hebben niet veel invloed op de printtijd. diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_spacing.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_spacing.md new file mode 100644 index 000000000..f8f5ef9e6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_spacing.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Tussenruimte Midden Raft +==== +Deze instelling past de afstand tussen aangrenzende lijnen in de middelste laag van het raft aan. Dit komt ongeveer overeen met de instelling [Lijnafstand Vulling](../infill/infill_line_distance.md). Het belangrijkste doel is om de stijfheid van het raft en de support van de toplaag aan te passen. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Een grote afstand tussen de lijnen verkort de printtijd van het raft. Daarnaast kan het raft dan makkelijker gebogen worden, waardoor het makkelijker afbreekt. Als de lijnen echter erg ver uit elkaar liggen, worden de bovenste lagen van het raft niet goed ondersupportd. Hierdoor wordt het oppervlak van het raft oneffen, wat de hechting tussen het raft en het model vermindert en de onderkant van het model schokkeriger maakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..fb4df7722 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_line_width.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Lijnbreedte Midden Raft +==== +Deze instelling stelt de breedte van de lijnen in de middelste laag van het raft in. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Bredere lijnen verhogen de stijfheid van het raft. Dit maakt het gemakkelijker om het raft te verwijderen op sommige materialen die veel kromtrekken. Anderen zijn moeilijker omdat je het raft moet buigen om het te verwijderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_speed.md new file mode 100644 index 000000000..6e341acd4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printsnelheid Midden Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de middelste laag van het raft wordt geprint. De snelheid van de middelste laag kan afzonderlijk van de snelheden van de bovenste en onderste laag worden geconfigureerd. + +![Waar de middelste laag in het raft zit](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Als de middelste laag langzamer wordt geprint, blijft het materiaal langer warm, waardoor interne spanningen worden verminderd. Dit vermindert kromtrekken als het materiaal afkoelt. Langzamer printen kost echter ook meer tijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..e1265fc30 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_interface_thickness.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Lijndikte Midden Raft +==== +Deze instelling past de verticale dikte van de middelste laag van het raft aan. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Met een dikkere raftlaag neigt het raft wat stugger te zijn. Dit voorkomt dat het tijdens het printen en na het printen kromtrekt. Tijdens het printen wil je dat het raft stijf is, zodat het niet kromtrekt, wat de hechting aan de platform zou verbreken en het raft aan het model zou versmelten. Na het printen moet het raft flexibel zijn, zodat het gemakkelijker van het model kan worden losgemaakt. Dat is de balans die moet worden gevonden voor deze instelling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_jerk.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_jerk.md new file mode 100644 index 000000000..573bc4e93 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_jerk.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printschok (jerk) Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van het raft. + +Aangezien het raft meestal uit lange lijnsegmenten bestaat, heeft het verhogen van de schoksnelheid meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de schoksnelheid zal echter wat tijd besparen bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de schoksnelheid verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van het raft. Dit maakt het oppervlak van het raft ruwer voor de bovenkant. Voor andere lagen heeft dit een grotere invloed op de hechting op de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_margin.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_margin.md new file mode 100644 index 000000000..17788f3ce --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_margin.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Extra Marge Raft +==== +Deze instelling maakt het raft breder dan het model. Het specificeert de breedte van het extra frame rond het model. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Door deze instelling te verhogen, wordt de hechting tussen het raft en de platform aanzienlijk verbeterd. Niet alleen is er meer oppervlakte voor het raft om aan de platform te hechten, maar de verlengingen verzachten ook de hoeken van het raft. Als de hoeken zachter zijn, heeft kromtrekken minder invloed op het raft. Ten tweede is het raft gemakkelijker los te maken van het model omdat er een groter gebied is om op het raft te grijpen. + +Een groter raft vereist echter ook meer ruimte op de platform. Er is meer materiaal en tijd nodig om het v \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_smoothing.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_smoothing.md new file mode 100644 index 000000000..4f87eadb0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_smoothing.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Raft effenen +==== +Met deze instelling kunnen de binnenhoeken van het raft gladder worden gemaakt. De instelling specificeert de straal van een boog. Alle binnenhoeken die scherper zijn dan de opgegeven boogradius, worden afgevlakt om de boogradius te behouden. + + + +![Niet gladmaken](../../../articles/images/raft_smoothing_0mm.png) +![straal van 5 mm](../../../articles/images/raft_smoothing_5mm.png) + +De technische term hiervoor is [morfologische sluiting](https://en.wikipedia.org/wiki/Closing_\(morphology\)). Alle gaten kleiner dan de opgegeven straal worden gesloten. De scherpe binnenhoeken worden daardoor verzacht. + +De functie van deze instelling is om het raft stijver te maken. Als meerdere delen door dunne verbindingen met elkaar zijn verbonden, kan het raft op deze punten buigen. Dit maakt het minder stijf en minder bestand tegen vervorming. Als u deze instelling verhoogt, sluiten de afzonderlijke onderdelen beter op elkaar aan, waardoor het raft stabieler wordt. Het oppervlak van het raft wordt groter, waardoor het raft beter blijft plakken. Daarnaast heeft het raft een kleinere totale omtrek, waardoor er minder plekken zijn waar het kan kromtrekken. De vertraging zou daarom over het geheel genomen minder moeten zijn. + +Het totale volume van het raft wordt echter ook vergroot. Dit gebruikt meer materiaal en duurt langer om te printen, vooral omdat het raft meestal erg langzaam print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_speed.md new file mode 100644 index 000000000..c4cf3ef43 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printsnelheid Raft +==== +Deze instelling bepaalt de algehele snelheid waarmee het raft wordt geprint. De werkelijke snelheid waarmee het raft wordt geprint kan nog variëren als de snelheid apart wordt ingesteld voor de onderste, middelste of bovenste lagen. + +Over het algemeen is het een voordeel om het raft langzamer te printen dan de rest van de print. Door langzamer te printen, kan het plastic langer uitharden omdat het langer warm blijft, wat de interne spanningen binnen de lijnen vermindert en kromtrekken vermindert. Doordat het langer heter blijft, kan het materiaal ook beter vloeien, waardoor het contactoppervlak met het printbed groter wordt en de hechting verbetert. Over het algemeen zal uw raft stijver, sterker, betrouwbaarder en plakkeriger zijn. + +Natuurlijk duurt het dan langer om het raft te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_acceleration.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_acceleration.md new file mode 100644 index 000000000..b2c553734 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_acceleration.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printacceleratie Bovenkant Raft +==== +Deze instelling configureert de acceleratie van de printkop tijdens het printen van de bovenste lagen van het raft. acceleratie tijdens de bovenste lagen van het raft kan afzonderlijk van de onderste en middelste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de bovenste lagen in het raft zitten](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft een toenemende acceleratie meestal weinig invloed op de printtijd. Een toename van de acceleratie bespaart echter wat tijd bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de acceleratie verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van het raft. Hierdoor wordt de bovenkant van het raft minder glad, wat weer de onderkant van de print die op het raft rust minder glad maakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..cba200f78 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Raft bovenste extruder +==== +Deze instelling selecteert de extruder die zal worden gebruikt om de bovenste lagen van het raft printen. + +![Waar de bovenste lagen van het raft zijn](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +De toplagen zitten bovenop de middelste lagen en dienen als basis voor de eigenlijke print. Het is goed om een materiaal te gebruiken dat goed hecht aan de middelste laag, maar de hechting aan het model moet zorgvuldig worden afgesteld met de instelling [Luchtruimte Raft](raft_airgap.md). Indien het materiaal van de toplagen niet goed hecht aan het model, dient de hechting verbeterd te worden door de luchtspleet te verkleinen en vice versa. Als het model te goed plakt, zal het na het printen niet loslaten, maar als het niet goed genoeg plakt, kan het tijdens het printen loslaten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..f7082f298 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid Bovenkant Raft +==== +Deze instelling configureert de ventilatorsnelheid bij het printen van de bovenste lagen van het raft. De ventilatorsnelheid bij het printen van de bovenste lagen kan afzonderlijk van de onderste en middelste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de bovenste lagen in het raft zitten](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Het is logisch om de ventilatorsnelheid voor de toplagen apart in te stellen, aangezien de ventilatorsnelheid een grote invloed heeft op de bedhechting, maar voor de toplagen is dit geen probleem. Het verhogen van de ventilatorsnelheid verbetert echter de gladheid van het bovenoppervlak van het raft (wat geen probleem is voor de onderste lagen). Het is daarom zinvol om de ventilatorsnelheid voor de bovenste lagen iets hoger in te stellen dan voor de onderste lagen. Als de ventilatorsnelheid echter te hoog is, kunnen sommige materialen vervormen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_jerk.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_jerk.md new file mode 100644 index 000000000..0f196cba2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_jerk.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printschok Bovenkant Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de printkop door de hoeken kan gaan bij het printen van de bovenste lagen van het raft. De schoksnelheid tijdens de bovenste lagen van het raft kan afzonderlijk van de onderste en middelste lagen worden geconfigureerd. + +![Waar de bovenste lagen in het raft zitten](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Omdat het raft meestal uit lange stukken lijn bestaat, heeft het verhogen van de schoksnelheid meestal weinig invloed op de printtijd. Het verhogen van de schoksnelheid bespaart echter wat tijd bij het nemen van bochten aan het einde van de lijnen. + +Als u de schoksnelheid verhoogt, gaat de printer meer trillen bij het printen van het raft. Hierdoor wordt de bovenkant van het raft minder glad, wat weer de onderkant van de print die op het raft rust minder glad maakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_layers.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_layers.md new file mode 100644 index 000000000..92324a61b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_layers.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Bovenlagen Raft +==== +Dit is het aantal lagen in het bovenste deel van het raft. Er is altijd een basislaag en een middenlaag, maar er kan een willekeurig aantal toplagen zijn. Deze toplagen zijn meestal erg dicht om een glad oppervlak te creëren waarop het model kan worden geprint. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Hoe meer lagen, hoe gladder het oppervlak waarop het model zal worden geprint, omdat de dun gevulde onderste en middelste lagen moeten worden overbrugd. Een gladder oppervlak laat de onderkant van de print er beter uitzien en verhoogt de hechting tussen het raft en het model. + +Het printen van meer lagen duurt echter ook veel langer. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_spacing.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_spacing.md new file mode 100644 index 000000000..9bc99c53a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_spacing.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Bovenruimte Raft +==== +Deze instelling specificeert de afstand tussen de lijnen van de bovenste lagen van het raft. Het is vergelijkbaar met de instelling [Lijnafstand Vulling](../infill/infill_line_distance.md). + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Normaal gesproken zijn de bovenste lagen van het raft erg dicht, wat betekent dat de lijnen relatief dicht bij elkaar liggen. Een dichtere toplaag maakt het oppervlak van het raft gladder. Hierdoor wordt ook de onderkant van de print gladder. Een gladdere bovenkant verbetert ook de hechting tussen het model en het raft. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..d8ffec354 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_line_width.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Breedte Bovenste Lijn Raft +==== +Deze instelling specificeert hoe breed de lijnen van de bovenste lagen van het raft zullen zijn. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Om een glad oppervlak voor het raft te creëren, moeten de lijnen van de bovenste lagen vrij dun zijn en dicht bij elkaar liggen met de instelling [Bovenruimte Raft](raft_surface_line_spacing.md). Dunnere lijnen zorgen voor een gladder oppervlak, wat op zijn beurt een gladdere onderkant van de print creëert en de hechting tussen het raft en de print verbetert. + +Het printen van dunnere en dicht bij elkaar liggende lijnen duurt echter ook aanzienlijk langer. Als de lijnen te dun zijn, zal er ook onder-extrusie optreden, waardoor de hechting tussen het raft en het model wordt verminderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_speed.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_speed.md new file mode 100644 index 000000000..166061d37 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_speed.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Printsnelheid Bovenkant Raft +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de bovenste lagen van het raft worden geprint. De snelheid van de bovenste laag kan afzonderlijk van de snelheden van de middelste en onderste laag worden geconfigureerd. + +![Waar de bovenste lagen in het raft zitten](../../../articles/images/raft_dimensions_simplified.svg) + +Wanneer de toplagen langzamer worden geprint, blijft het materiaal langer heter, wat interne spanning en kromtrekken vermindert. Ook kan nozzle de aangrenzende raftlijnen verwarmen om ze glad te strijken. Dit zorgt voor een gladder oppervlak voor het raft en dus een gladder oppervlak voor uw print. + +Dit gaat echter ten koste van de printtijd. Omdat er vaak meer dan één toplaag is, is de impact van snelheid op de printtijd groter voor de bovenste laag dan voor de onderste en middelste laag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..69689f232 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/raft_surface_thickness.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dikte Bovenkant Raft +==== +Deze instelling past de dikte van de oppervlaktelagen aan. Dit is slechts de hoogte van één laag, dus de totale hoogte van de oppervlaktelagen is gelijk aan deze instelling vermenigvuldigd met de waarde van de [Bovenlagen Raft](raft_surface_layers.md) instelling. + +![Afmetingen gerelateerd aan het raft](../../../articles/images/raft_dimensions.svg) + +Een lage laaghoogte heeft de neiging om het effect van koeling op het raft te verbeteren. Dit verbetert de overhang en daarmee de gladheid van het raft. Een gladder raft betekent dat de druk erop ook soepeler is en de hechting tussen het raft en het object wordt verbeterd. Een te vlakke laag leidt echter tot onder-extrusie, wat nadelig is voor de hechting. Houd er ook rekening mee dat de doorvoer veel verandert tussen de bovenste laag van het raft en de onderste laag van het object, wat resulteert in enige onder-extrusie bij het printen van de eerste laag van het object. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..242fffb12 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Extruder Skirt/Brim +==== +Wanneer een skirt of brim wordt geprint, bepaalt deze instelling welke extruder moet worden gebruikt om deze te printen. + +Zowel de skirt als de brim zijn omzoomd voor elke extruder die in de print wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat het materiaal wordt voorbereid. Deze instelling selecteert alleen de extruder die wordt gebruikt voor het eerste deel van de skirt of brim. + +Als de printer meerdere extruders heeft maar de eerste extruder niet wordt gebruikt voor de rest van de print, wordt deze instelling niet automatisch ingesteld op een van de extruders die in gebruik zijn. Je print zou nog steeds die eerste extruder gebruiken voor de skirt of brim. Dit kan resulteren in verspilling van tijd en materiaal, of het aanbrengen van de verkeerde kleur op de onderkant van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_minimal_length.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_minimal_length.md new file mode 100644 index 000000000..093b6d0f6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_brim_minimal_length.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Minimale Skirt/Brimlengte +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat nozzle voldoende is geprimed voordat wordt geprint door meer brim- of skirtlijnen toe te voegen dan oorspronkelijk was ingesteld door het vereiste [Aantal Skirtlijnen](skirt_line_count.md) of [Aantal brimlijnen](brim_line_count.md). Als de minimale lengte in deze instelling niet wordt bereikt door de totale omtrek van alle toegevoegde skirt- of brimlijnen, worden meer contouren toegevoegd. + +Het doel van deze instelling is ervoor te zorgen dat het materiaal voldoende is voorbereid voordat de print wordt gestart. De waarde van deze instelling moet zo worden gekozen dat het volume dat door deze minimale lengte wordt geëxtrudeerd, net genoeg is om de nozzle voor het printen te vullen. + +**De verboden gebieden rond de platform zijn niet geschikt voor deze instelling, omdat de effecten niet bekend zijn vóór het slicen. Als u met deze instelling kleine voorwerpen aan de brim van de printer plaatst, kan de printer buiten de grenzen van het printvolume komen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_gap.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_gap.md new file mode 100644 index 000000000..5c3892b4b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_gap.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Skirtafstand +==== +Met deze instelling wordt de afstand tussen het model en de skirt aangepast. + +Dit is de afstand tussen de dichtstbijzijnde lijn van de skirt en het model. Als de skirt uit meerdere lijnen bestaat, worden deze extra lijnen verder van het model geplaatst. + +Door voldoende afstand te houden, hecht de skirt zich niet aan het model, waardoor het effect van olifantenpoten wordt verminderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_line_count.md b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_line_count.md new file mode 100644 index 000000000..07b490c69 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/platform_adhesion/skirt_line_count.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Aantal Skirtlijnen +==== +Deze instelling configureert het aantal lijnen dat rond de print voor de skirt wordt geprint. + +Een van de doelen van de skirt is om nozzle te primen, zodat het materiaal goed kan stromen. Voor zeer kleine modellen is een enkele lijn niet voldoende, dus u kunt de skin configureren om meerdere lijnen te tekenen. + +Het gebruik van de instelling [Minimale Skirt-/Brimlengte](skirt_brim_minimal_length.md) is betrouwbaarder dan deze instelling om een minimale hoeveelheid voorbereid materiaal te garanderen. Deze instelling is net iets gemakkelijker te begrijpen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/infill_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/infill_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..8ecf90f53 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/infill_line_width.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Lijnbreedte Vulling +==== +Beheer van de breedte van elke opvullijn die wordt gemaakt. De breedte van een lijn kan verschillen van de grootte van de nozzle door simpelweg meer of minder materiaal te extruderen dan nodig is. Als er meer materiaal wordt geëxtrudeerd, zal het plastic naar de zijkanten stromen, waardoor de lijn dikker wordt. Als er minder materiaal wordt geëxtrudeerd, heeft de oppervlaktespanning van het materiaal de neiging om het materiaal naar de hartlijn van nozzlepad te trekken. + +![Vullings-lijnen zijn veel breder dan de rest](../../../articles/images/infill_line_width.png) + +Door de vullijnen breder te maken, kunt u uw print steviger maken en ook de printtijd verkorten. Te veel verhogen kan echter grote schommelingen in de extrusie veroorzaken. Dit zal onder-extrusie veroorzaken bij het printen van de vulling en over-extrusie bij het printen van wat na de vulling komt, omdat de stroom door nozzle zich niet snel genoeg kan aanpassen. + +**Vullingslijnen kunnen breder zijn dan gespecificeerd in deze instelling, als u de instelling [Dikte Vullaag](../infill/infill_sparse_thickness.md) heeft aangepast.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/initial_layer_line_width_factor.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/initial_layer_line_width_factor.md new file mode 100644 index 000000000..30310c2c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/initial_layer_line_width_factor.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Lijnbreedte eerste laag +==== +Hierdoor worden de lijnen van de eerste laag in een bepaalde verhouding breder of smaller. + + +![De lijnen in de eerste laag zijn twee keer zo breed als de rest](../../../articles/images/initial_layer_line_width_factor.png) + +Het doel van deze instelling is om de hechting aan de platform te verbeteren. Om bredere lijnen te printen, moet de nozzle meer materiaal extruderen, en dat materiaal moet verder naar buiten stromen. Hierdoor duwt de nozzle het materiaal harder op de platform, waardoor de hechting tussen het filament en de platform toeneemt. +* De lijnen worden niet alleen breder of smaller, maar met dezelfde factor ook verder uit elkaar of dichter bij elkaar, zodat er geen sprake is van over- of onder-extrusie. +* Deze instelling is van invloed op alle lijndiktes: skin, wanden, hechting, draagstructuur, primepijler, enzovoort. Ze worden in dezelfde verhouding breder of smaller gemaakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height.md index 247d02e9b..7c5314a0f 100644 --- a/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height.md +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height.md @@ -1,24 +1,38 @@ -Laaghoogte +Laag Hoogte ==== -De 3D printer legt plastic neer in laagjes. De laaghoogte bepaalt hoe dik deze lagen zijn, in millimeter. Het is de belangrijkste factor voor zowel de visuele kwaliteit van de uiteindelijke print als de printtijd. +De 3D-printer brengt het plastic in lagen aan. De laaghoogte is de hoogte van deze lagen in millimeters. Het is de belangrijkste factor in zowel de visuele kwaliteit van de uiteindelijke print als de printtijd. -![0,1mm laaghoogte](../../../articles/images/layer_height_0.1.png) -![0,3mm laaghoogte](../../../articles/images/layer_height_0.3.png) + + +![0,1 mm laaghoogte](../../../articles/images/layer_height_0.1.png) +![0.3mm laaghoogte](../../../articles/images/layer_height_0.3.png) -De laaghoogte is de allerbelangrijkste instelling om de afweging te bepalen tussen de algemene kwaliteit en de printtijd. Het heeft verregaande effecten op de print. Hier zijn enkele effecten: -* Dunnere laagjes geven een betere visuele kwaliteit voor de print. Omdat de laagjes dunner zijn wordt het topografieeffect minder zichtbaar. Tevens zijn de laagjes dichter bij elkaar, waardoor het oppervlakte gladder wordt. -* Met dunnere laagjes kan de printer meer details aanbrengen aan de boven- en onderkant van de print. -* Dikkere lagen zorgt dat de print sterker wordt, tot op zekere hoogte. Er zijn minder grensvlakken tussen de lagen, en dat is vaak een zwaktepunt van de print. Dikkere laagjes schuiven niet zo veel. -* Hoe dikker de lagen, hoe minder lagen geprint hoeven te worden en hoe korter de print tijd. De nozzle hoeft minder horizontaal te bewegen. +laaghoogte is de belangrijkste instelling die van invloed is op de algehele kwaliteit en, omgekeerd, op de printtijd. Dit zijn slechts enkele van de effecten: +* Dunnere lagen verhogen de visuele kwaliteit van de print. Omdat de lagen dunner zijn, wordt de rafeling aan de randen van de lagen verminderd. Ook liggen de lagen dichter bij elkaar, waardoor de groeven tussen de lagen kleiner zijn, wat resulteert in een globaal gladder resultaat. +* Dunnere lagen zorgen ervoor dat de printer meer details kan creëren aan de boven- en onderkant van de print. +* Dikkere lagen maken de print tot op zekere hoogte stabieler. Er zijn minder randen tussen lagen, wat meestal een zwak punt is. De dikkere lagen schuiven niet zo veel af. +* Dikkere lagen verkorten de printtijd omdat de nozzle minder horizontale bewegingen hoeft te maken. -Laaghoogte vs. profielen +laaghoogte vs. profielen ---- -Veel instellingen zijn afhankelijk van de laaghoogte. Omdat de laaghoogte veel invloed heeft op hoe snel het materiaal uit de nozzle moet stromen, verandert er veel aan het printproces. Dit is erg ingewikkeld. Als bijvoorbeeld de laaghoogte wordt verhoogd, moet ook de printtemperatuur worden verhoogd om te compenseren voor het extra verlies van warmte aan de grotere hoeveelheid materiaal. Deze temperatuur beïnvloedt vervolgens de vloeibaarheid van het materiaal en daarmee hoe scherp de hoekjes worden, hoe veel koeling er nodig is, enzovoorts. Het is altijd verstandig om te beginnen vanuit een voorgemaakt profiel als er profielen zijn voor jouw printer en set-up. Begin vanuit het profiel met de laaghoogte die het dichtst ligt bij wat je nodig hebt. +Veel instellingen zijn afhankelijk van de laaghoogte. Omdat de laaghoogte de doorvoer van het materiaal door de nozzle aanzienlijk beïnvloedt, veranderen veel parameters van het printproces. Dit is erg ingewikkeld. Als je bijvoorbeeld de laaghoogte vergroot, moet je waarschijnlijk ook de printtemperatuur iets verhogen om het extra warmteverlies te compenseren. De temperatuur heeft dan invloed op de vloeibaarheid van het materiaal, wat weer van invloed is op hoe scherp de hoeken zullen zijn en welke koeling nodig is etc. Het is altijd aan te raden om te beginnen met een vooraf ontworpen kwaliteitsprofiel dat beschikbaar is voor uw printer en een laaghoogte die aan uw eisen voldoet. -Je kan de gewenste laaghoogte kiezen in de Aangepaste modus, maar voorgemaakte profielen zijn ook beschikbaar met diverse laaghoogtes. Je kan kiezen uit profielen met diverse laaghoogtes in Aanbevolen modus met de schuifbalkjes, of met een drop-down in Aangepaste modus. Omdat deze profielen ook andere instellingen aanpassen dan enkel de laaghoogte, krijg je waarschijnlijk een betere kwaliteit op deze manier. +Met de aangepaste modus kunt u de gewenste laaghoogte kiezen, maar er zijn ook vooraf ontworpen profielen met verschillende laaghoogtes beschikbaar. U kunt kiezen uit profielen voor verschillende laaghoogtes in de aanbevolen modus met een schuifregelaar of in de aangepaste modus met behulp van de vervolgkeuzewidget. Aangezien deze profielen ook enkele parameters wijzigen die afhankelijk zijn van de laaghoogte, krijgt u op deze manier waarschijnlijk een betere kwaliteit. -Overige tips +Extra informatie ---- -Op zeer kleine laaghoogtes kom je misschien tegen het resolutielimiet aan van de Z-as van de printer. Zoek op wat de stapgrootte is van de printer's Z as en zorg dat de laaghoogte een meervoud daarvan is. Als het niet goed past, zullen sommige laagjes iets dikker worden en sommige laagjes iets dunner. Dit geeft een bandeneffect. +Met zeer kleine laaghoogtes zou je de grenzen van de resolutie van je Z-as kunnen bereiken. Zoek de toename van de Z-as van uw printer op en zorg ervoor dat de laaghoogte een veelvoud daarvan is. Als dit niet het geval is, zullen sommige lagen dikker zijn dan andere, waardoor strepen ontstaan. -*De laaghoogte bepaalt niet de dikte van de eerste laag of de raftlagen. Deze hebben hun eigen instellingen om de laagdikte apart in te stellen. Als adaptieve lagen gebruikt worden, is deze laaghoogteinstelling een gemiddelde dikte, maar in werkelijkheid is er wat variatie in de dikte van de lagen.* \ No newline at end of file +**Merk op dat de instelling van de laaghoogte niet van toepassing is op de eerste laag van de print of op de raftlagen, aangezien deze hun eigen instellingen hebben om de laaghoogte afzonderlijk aan te passen. Bij gebruik van adaptieve lagen wordt deze instelling voor de laaghoogte als basislijn gebruikt, maar de werkelijke laaghoogte kan enigszins variëren.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height_0.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height_0.md new file mode 100644 index 000000000..00b77c3aa --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/layer_height_0.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Hoogte Eerste Laag +==== +Deze instelling bepaalt de dikte van de eerste laag van je print. De eerste laag wordt meestal dikker geprint dan de rest om een sterkere hechting op de platform te verkrijgen. Met deze instelling kan de dikte van de eerste laag worden vergroot zonder de resolutie van de rest van de print te verminderen. + + +![De eerste laag is dikker dan de andere lagen](../../../articles/images/layer_height_0.png) + +Naarmate de dikte van de eerste laag toeneemt, moet het nozzle meer materiaal op dezelfde afstand extruderen. Dit vereist extra kracht omdat het materiaal zich naar de zijkanten uitspreidt om de hele lijnbreedte te vullen. Door deze extra kracht hecht het materiaal beter aan de platform. Daarnaast absorbeert de dikkere laag eventuele oneffenheden in het oppervlak. Als de platform licht gebogen is, zal de dikte van de eerste laag de oneffenheden opvangen, anders zou het nozzle in de tweede laag kunnen afschrapen. + +Een te dikke beginlaag zorgt ervoor dat de eerste laag meer meegeeft, met olifantenpoten als gevolg. De instelling [Eerste Laag Horizontale uitbreiding](../shell/xy_offset_layer_0.md) kan dit voorkomen door een kleine negatieve waarde op te geven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/line_width.md new file mode 100644 index 000000000..68ae8c8fc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/line_width.md @@ -0,0 +1,83 @@ +Lijnbreedte +==== +Dit is de horizontale breedte van de lijnen die de printer print. Gewoonlijk bepaalt de diameter van de nozzleopening hoe breed uw lijnen zullen zijn, maar door meer of minder materiaal te extruderen, kan de printer een beetje variëren met hoe breed de lijnen zullen zijn. + + + +![Zeer dunne lijnen](../../../articles/images/line_width_small.png) +![Zeer brede lijnen](../../../articles/images/line_width_large.png) + +Door de lijnbreedte te verkleinen, kan de printer meer details printen. In het bijzonder stelt het de printer ook in staat om dunne delen te printen. Lijndikte is een van de meest invloedrijke instellingen voor uw print. Hier zijn enkele van de effecten: +* Als u dunnere lijnen print, kunnen dunnere delen worden geprint omdat een lijn op de dunste plekken past. +* Door de lijnbreedte aan te passen aan een even veelvoud van de dikte van je print kan het object dikker worden en het materiaal beter vloeien. +* Een kleinere lijndikte zorgt ervoor dat het oppervlak er gladder uitziet. +* Printlijnen die iets kleiner zijn dan de grootte van de nozzle verbetert de sterkte. Hierdoor kan het nozzle aangrenzende lijnen samenvoegen terwijl het een tweede passage iets over de vorige lijn maakt. +* Er treedt onder-extrusie op als u te brede lijnen print. De printer probeert meer materiaal te extruderen om de gewenste breedte van de lijn te vullen. Het materiaal zal in alle mogelijke richtingen proberen te stromen. Op een gegeven moment wordt de tegendruk echter te groot waardoor het materiaal niet meer naar de rand van de zeer brede lijnen kan stromen. Hierdoor ontstaan er gaten tussen de lijnen. +* Te kleine drukleidingen leiden ook tot onder-extrusie. Als het materiaal niet snel genoeg door het nozzle stroomt, zal de oppervlaktespanning van het materiaal ervoor zorgen dat het coaguleert in kleine druppeltjes, waardoor ongelijkmatige extrusie ontstaat en openingen tussen de druppeltjes ontstaan. +* Het printen van dunnere lijnen verlengt de printtijd aanzienlijk. + +**Het is niet aan te raden om de lijnbreedte te wijzigen onder 60% van de nozzlemaat of boven 150%. In beide gevallen kan er niet genoeg materiaal worden geëxtrudeerd.** + +De lijnbreedtes aanpassen voor voldoende wanddiktes +---- +Bij het printen van mechanische objecten die dun maar sterk moeten zijn, is een regelmatig probleem dat het onderdeel niet schoon is, zelfs niet een veelvoud van de lijnbreedte. Normaal gesproken, als het geen even veelvoud is, zal Cura de doorvoer van sommige lijnen verminderen vanwege de instelling [Overlappende wanden compenseren](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md). Hierdoor verandert de doorvoersnelheid door het nozzle, wat nadelig is voor de visuele kwaliteit. Als het een even veelvoud van de lijnbreedte is, maar geen even getal, wordt een van de wanden teruggebracht tot 0. + +Door strakke omtrekken met gelijkmatige lijnen te maken, kan de print er sterker en beter uitzien. De mogelijkheid om de lijnbreedte aan te passen zodat het gewenste aantal contouren de print vult, is een kenmerk van een doorgewinterde Cura-gebruiker. + + + + +![Standaard lijndikte waarbij de contouren niet passen en sommige lijnen dikker zijn dan andere](../../../articles/images/line_width_fit_bad.png) +![Lijnbreedte verkleinen voor een soepele pasvorm](../../../articles/images/line_width_fit_good_small.png) +![De lijndikte vergroten werkt ook](../../../articles/images/line_width_fit_good_large.png) + +Houd de doorvoer constant +---- +Grote fluctuaties in de doorvoer zijn soms problematisch voor FDM-printers. De nozzlekamer houdt een deel van het materiaal onder druk, wat de werkelijke doorvoersnelheid uit het nozzle vertraagt. Het duurt even voordat de doorvoer stijgt of daalt. Bij printers met een Bowden-systeem voor het voeden van het filament is ook de Bowden-slang veerkrachtig, waardoor het effect nog verder wordt vergroot. Als gevolg hiervan zal overschakelen naar een hogere doorvoer resulteren in over-extrusie en zal het overschakelen naar een lagere doorvoer resulteren in onder-extrusie. Het is daarom raadzaam om het doorvoer zo constant mogelijk te houden. + +Lijnbreedte heeft een grote invloed op de doorvoersnelheid. Het is raadzaam om de breedte van de lijnen dicht bij elkaar te houden en dicht bij de maat van de nozzle. Als u de lijnbreedte aanzienlijk wijzigt, kunt u ook de printsnelheid aanpassen om de doorvoersnelheid constanter te houden. Dit verbetert de maatnauwkeurigheid van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/prime_tower_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/prime_tower_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..635419a67 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/prime_tower_line_width.md @@ -0,0 +1,26 @@ +Lijnbreedte primepijler +==== +Deze instelling bepaalt de breedte van de lijnen die worden gebruikt om de primepijler te printen. + + +![Het blauwe materiaal heeft een grotere lijndikte dan het gele materiaal](../../../articles/images/prime_tower_line_width.png) + +Het kiezen van een dikkere lijndikte zorgt er soms voor dat de primepijler sneller print. Als het volume dat door een contour wordt geëxtrudeerd groot genoeg is, elimineert het vergroten van de lijnbreedte de noodzaak voor nog een ronde. Als de lijnbreedte echter te veel wordt vergroot, kan de primepijler verzwakken omdat er niet genoeg materiaal snel genoeg kan worden geëxtrudeerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/skin_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/skin_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..4de5b9ecd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/skin_line_width.md @@ -0,0 +1,22 @@ +Lijnbreedte Boven-/onderkant +==== +De breedte van de lijn aan de boven- en onderkant. De breedte van een lijn kan variëren ondanks de grootte van het nozzle door simpelweg meer of minder materiaal te extruderen dan nodig is. Naarmate er meer materiaal wordt geëxtrudeerd, zal het plastic naar de zijkanten stromen, waardoor de lijn dikker wordt. Als er minder materiaal wordt geëxtrudeerd, trekt de oppervlaktespanning van het materiaal het materiaal naar de hartlijn van het nozzlepad. + + +![De skinlijnen zijn aanzienlijk breder dan de rest](../../../articles/images/skin_line_width.png) + +Het breder maken van de skinlijnen is een gemakkelijke manier om de printtijd te verkorten, omdat er minder lijnen nodig zijn om de boven- en onderkant van het object printen. Te veel vergroting kan echter leiden tot grote extrusievariaties. Dit resulteert in onder-extrusie bij het printen van de skinlijn en over-extrusie bij het printen van het volgende deel omdat de doorvoer door het nozzle zich niet snel genoeg kan aanpassen. Het vergroten van de breedte van de skinlijn vergroot ook de kans op het maken van gaten in het oppervlak, wat niet mooi is en voorkomt dat het waterdicht is. + +Het verkleinen van de breedte van de skinlijn resulteert meestal in een mooiere top, maar dit gaat ten koste van de printtijd. Het is vaak effectiever om een andere techniek te gebruiken, zoals [Strijken](../top_bottom/ironing_enabled.md) of gewoon de [Lijnbreedte bovenskin](../experimental/roofing_line_width.md) aan te passen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/skirt_brim_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/skirt_brim_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..e1a285927 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/skirt_brim_line_width.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Lijnbreedte Skirt/Brim +==== +Deze instelling configureert de breedte van een enkele skirt of brimlijn (afhankelijk van welke actief is). + +Als u een brim gebruikt, verbetert een iets grotere lijnbreedte de hechting tussen de brim en de platform. Dit komt omdat het nozzle het materiaal met meer kracht extrudeert, waardoor de brim steviger op de platform wordt geprint. De brim hoeft er niet mooi uit te zien, dus het is logisch om de brimlijnen zo breed mogelijk te maken. + +Het vergroten van de lijnbreedte vereist meer materiaal voor de skirt. Het zorgt echter voor een goede voorbereiding in minder tijd, zodat er minder skirtlijnen nodig zijn voor kleine objecten. + +**De breedte van skirt en brim wordt ook beïnvloed door de instelling [Lijnbreedte eerste laag](initial_layer_line_width_factor.md).** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/support_bottom_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_bottom_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..78ca82a28 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_bottom_line_width.md @@ -0,0 +1,25 @@ +Lijnbreedte supportvloer +==== +Deze instelling past de breedte van de lijnen aan de onderkant van de supportconstructie aan. + + +![De onderkant van de suportconstructie (donkerblauw) is met bredere lijnen geprint dan de rest van de support](../../../articles/images/support_bottom_line_width.png) + +Het printen van dunnere lijnen zal de hechting verminderen waar de ondersteunende structuur op het model rust. Dit maakt echter ook de hechting constanter en betrouwbaarder. Dit maakt de support over het algemeen gemakkelijker te verwijderen en laat minder sporen achter op het object. Natuurlijk vraagt het printen van dunnere lijnen ook meer printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/support_interface_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_interface_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..aff5cd73a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_interface_line_width.md @@ -0,0 +1,28 @@ +Lijnbreedte Verbindingsstructuur +==== +De breedtes van de supportstructuurlijnen kunnen afzonderlijk van de breedtes van de overige supportlijnen worden geconfigureerd. + + +![De supportstructuurlijnen zijn breder dan de rest van de supportijnen](../../../articles/images/support_roof_line_width.png) + +Het printen van de supportstructuur met iets dunnere lijnen is vaak gunstig voor de kwaliteit van het overhangende oppervlak dat deze ondersupportt, omdat het oppervlak boven de supportstructuur gladder is. Dit verhoogt echter niet noodzakelijkerwijs de hechting tussen de supportstructuur en het model, dus de support wordt niet noodzakelijk moeilijker te verwijderen. + +Evenzo hecht de supportvloer gelijkmatiger, waardoor de plekken waar de support op het model rust, worden verminderd zonder de support te verzwakken. + +Als de structuurlijnen echter te dun worden geprint, zal er ongelijkmatige extrusie optreden, waardoor de support van de structuur wordt verminderd, wat resulteert in een slechtere overhangkwaliteit en een minder stabiele supportstructuur. Ook kan er een grote verandering zijn in de doorvoer door het nozzle, wat resulteert in over-extrusie bij het starten van het printen van de supportstructuur en onder-extrusie bij het printen van wat na de supportstructuur komt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/support_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..bf16692e4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_line_width.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Lijnbreedte Supportstructuur +==== +De breedte van de supportlijnen kan afwijken van de lijndikte van de rest van de print. + + +![De supportlijnen zijn breder dan de rest van de lijnen](../../../articles/images/support_line_width.png) + +De drager hoeft meestal niet exact te worden geprint, dus kan deze worden geprint met een grotere lijnbreedte om tijd te besparen zonder dat dit ten koste gaat van de sterkte van de drager. Om echter dezelfde dichtheid voor de draagstructuur te bereiken, worden de lijnen op grotere afstand van elkaar geprint. Dit heeft invloed op de kwaliteit van de overhangende delen van uw print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/support_roof_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_roof_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..fa6fd234c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/support_roof_line_width.md @@ -0,0 +1,26 @@ +Lijnbreedte Supportdak +==== +De breedte van de supprtlijnen van het dak kan afzonderlijk van de breedte van de andere supportlijnen worden geconfigureerd. + + +![De supportdaklijnen zijn breder dan de rest van de supportlines](../../../articles/images/support_roof_line_width.png) + +Het printen van het supportdak met iets dunnere lijnen is vaak gunstig voor de kwaliteit van het overhangende oppervlak dat het ondersupportt, omdat het oppervlak gladder is over de structuur van de supportstructuur. Dit verhoogt echter niet noodzakelijkerwijs de hechting tussen het supportoppervlak en het model, dus het supportoppervlak wordt niet noodzakelijk moeilijker te verwijderen. + +Het te dun printen van de daklijnen zal echter resulteren in ongelijkmatige extrusie, waardoor de support van het dak afneemt en de kwaliteit van de overhang afneemt. Ook kan er een scherpe verandering zijn in de doorvoer door het nozzle, wat resulteert in over-extrusie bij het beginnen met het printen van het supportdak en onder-extrusie bij het printen van wat na het supportdak komt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..b966a3a6c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Lijnbreedte Wand +==== +De breedte van de wandlijnen kan apart van de rest van de print worden aangepast. Deze instelling specificeert hoe breed elke wandlijn zal zijn. + + +![De wandlijnen zijn veel breder dan de rest](../../../articles/images/wall_line_width.png) + +Het is bekend dat het verminderen van de wanddikte net onder de maat van de nozzle gunstig is voor de sterkte. Het nozzle zal iets minder materiaal extruderen, maar de opening zal overlappen met de aangrenzende wandlijnen. Hierdoor wordt het materiaal vanaf de eerder geplaatste wand naar de gewenste plek geduwd. Dit betekent echter ook dat het plastic beter versmelt met de aangrenzende wanden. Hierdoor kunnen de wanden beter samensmelten, waardoor ze hun kracht kunnen bundelen. Dit verbetert de sterkte van de wanden aanzienlijk. + +Door de breedte van de wandlijn te verkleinen, kan het nozzle ook fijnere details printen. Vooral de [Breedte van buitenste wandlijnen](wall_line_width_0.md) is belangrijk voor deze eigenschap. + +Het vergroten van de wandlijnbreedte kan de printtijd verkorten. Je hebt dan minder wandlijnen nodig om delen van vergelijkbare sterkte te krijgen. De kracht wordt echter nog steeds enigszins verminderd, omdat aangrenzende wanden niet zo veel samensmelten. + +Lijnen laten passen +---- +Bij het printen van dunne objecten is het aanpassen van de wandlijnbreedte een belangrijk hulpmiddel om nauwkeurige en stabiele modellen te krijgen. Cura tekent alleen volledige omtrekken, dus als een omtrek niet past, ontstaat er een opening in de wanden, wat de sterkte en nauwkeurigheid van het object ernstig beïnvloedt. + +Cura zal proberen om dergelijke gaten tussen wanden op te vullen als [Opvulruimte tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) is ingeschakeld, maar deze techniek is niet ideaal voor elke vorm en het printen duurt vaak lang. Wanneer twee wanden elkaar overlappen, vermindert de functie [Gelijkmatige wandoverlappingen](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md) de breedte van de wandlijnen om ervoor te zorgen dat het onderdeel maatvast is, maar dit introduceert stromingsveranderingen die ook de kwaliteit beïnvloeden en de sterkte van de print. + +Voor een ideale pasvorm moet het onderdeel een exact veelvoud zijn van de breedte van de wandlijn, zodat de wanden precies in het onderdeel passen. Als u weet hoe breed uw onderdeel is, kunt u dit eenvoudig bereiken door de wandbreedte aan te passen. Eerst kijk je hoeveel contouren je wilt passen zodat de lijnen nog een redelijke breedte hebben. Vervolgens kunt u bepalen hoeveel u de breedte van de wandlijnen moet aanpassen om de lijnen goed te laten passen. Onthoud dat u de [Breedte van buitenwandlijnen](wall_line_width_0.md) en [Breedte van binnenwandlijnen](wall_line_width_x.md) afzonderlijk kunt instellen. Tel zorgvuldig het aantal keren dat elk type wand is geprint om de effecten van het veranderen van de lijndikte van de wand te voorspellen. + +Het matchen van wandlijnen is een belangrijke 3D-printvaardigheid die ervaren 3D-printergebruikers onderscheidt. Het vergt wat oefening \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_0.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_0.md new file mode 100644 index 000000000..4d02a53bf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_0.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Lijnbreedte Buitenwand +==== +De breedte van de buitenwandlijnen kan afzonderlijk van de binnenwandlijnen worden ingesteld. Deze instelling specificeert hoe breed de buitenwandlijn zal zijn. + + +![De omtrek van de buitenwand is veel breder dan de rest](../../../articles/images/wall_line_width_0.png) + +Het is bekend dat het verminderen van de lijnbreedte van de buitenwand net onder de maat van het nozzle gunstig is voor de sterkte. Het nozzle zal iets minder materiaal extruderen, maar de opening zal overlappen met de aangrenzende wandlijnen. Hierdoor wordt het materiaal vanaf de eerder geplaatste wand naar de gewenste plek geduwd. Dit betekent echter ook dat het plastic beter versmelt met de aangrenzende wanden. Hierdoor kunnen de wanden beter samensmelten, waardoor ze hun kracht kunnen bundelen. Dit verbetert de sterkte van de wanden aanzienlijk. + +Door de breedte van de buitenwandlijn te verkleinen, kan het nozzle ook fijnere details printen, omdat de dunnere lijn beter opgaat in kleine details. + +Het vergroten van de breedte van de buitenwandlijnen kan de printtijd verkorten. Met minder binnenwanden kunt u een wand van vergelijkbare dikte realiseren. De sterkte neemt echter wat af omdat de buitenwanden niet zo goed versmelten met de binnenwanden. + +Lijnen laten passen +---- +Bij het printen van dunne objecten is het aanpassen van de wandlijnbreedte een belangrijk hulpmiddel om nauwkeurige en stabiele modellen te krijgen. Cura tekent alleen volledige omtrekken, dus als een omtrek niet past, ontstaat er een opening in de wanden, wat de sterkte en nauwkeurigheid van het object ernstig beïnvloedt. + +Cura zal proberen om dergelijke gaten tussen wanden op te vullen als [Opvulruimte tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) is ingeschakeld, maar deze techniek is niet ideaal voor elke vorm en het printen duurt vaak lang. Wanneer twee wanden elkaar overlappen, vermindert de functie [Gelijmatige wandoverlappingen](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md) de breedte van de wandlijnen om ervoor te zorgen dat het onderdeel maatvast is, maar dit introduceert stromingsveranderingen die ook de kwaliteit beïnvloeden en de sterkte van de print. + +Voor een ideale pasvorm moet het onderdeel een exact veelvoud zijn van de breedte van de wandlijn, zodat de wanden precies in het onderdeel passen. Als u weet hoe breed uw onderdeel is, kunt u dit eenvoudig bereiken door de wandbreedte aan te passen. Eerst kijk je hoeveel contouren je wilt passen zodat de lijnen nog een redelijke breedte hebben. Vervolgens kunt u bepalen hoeveel u de breedte van de wandlijnen moet aanpassen om de lijnen goed te laten passen. Onthoud dat u de [Breedte van buitenwandlijnen](wall_line_width_0.md) en [Breedte van binnenwandlijnen](wall_line_width_x.md) afzonderlijk kunt instellen. Tel zorgvuldig het aantal keren dat elk type wand is geprint om de effecten van het veranderen van de lijndikte van de wand te voorspellen. + +Het matchen van wandlijnen is een belangrijke 3D-printvaardigheid die ervaren 3D-printergebruikers onderscheidt. Het vergt wat oefening. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_x.md b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_x.md new file mode 100644 index 000000000..86b7ea53d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/resolution/wall_line_width_x.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Lijnbreedte Binnenwand +==== +De lijnbreedte voor de binnenwanden kan apart van de buitenwand worden ingesteld. Deze instelling specificeert hoe breed elke binnenwandlijn zal zijn. + + +![De lijnen voor de binnenwanden zijn veel breder dan de rest](../../../articles/images/wall_line_width_x.png) + +Het is bekend dat het verminderen van de lijnbreedte van de binnenwand net onder de maat van het nozzle gunstig is voor de sterkte. Het nozzle zal iets minder materiaal extruderen, maar de opening zal overlappen met de aangrenzende wandlijnen. Hierdoor wordt het materiaal vanaf de eerder geplaatste wand naar de gewenste plek geduwd. Dit betekent echter ook dat het plastic beter versmelt met de aangrenzende wanden. Hierdoor kunnen de wanden beter samensmelten, waardoor ze hun kracht kunnen bundelen. Dit verbetert de sterkte van de wanden aanzienlijk. + +Het vergroten van de breedte van de binnenwandlijnen kan de printtijd verkorten. Je hebt dan ook minder binnenwanden nodig om onderdelen met dezelfde sterkte te krijgen. De sterkte zal echter iets lager zijn, omdat aangrenzende wanden minder samensmelten. + +Lijnen laten passen +---- +Bij het printen van dunne objecten is het aanpassen van de wandlijnbreedte een belangrijk hulpmiddel om nauwkeurige en stabiele modellen te krijgen. Cura tekent alleen volledige omtrekken, dus als een omtrek niet past, ontstaat er een opening in de wanden, wat de sterkte en nauwkeurigheid van het object ernstig beïnvloedt. + +Cura zal proberen om dergelijke gaten tussen wanden op te vullen als [Opvulruimte tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) is ingeschakeld, maar deze techniek is niet ideaal voor elke vorm en het printen duurt vaak lang. Wanneer twee wanden elkaar overlappen, vermindert de functie [Compensate Wall Overlaps](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md) de breedte van de wandlijnen om ervoor te zorgen dat het onderdeel maatvast is, maar dit introduceert stromingsveranderingen die ook de kwaliteit beïnvloeden en de sterkte van de print. + +Voor een ideale pasvorm moet het onderdeel een exact veelvoud zijn van de breedte van de wandlijn, zodat de wanden precies in het onderdeel passen. Als u weet hoe breed uw onderdeel is, kunt u dit eenvoudig bereiken door de wandbreedte aan te passen. Eerst kijk je hoeveel contouren je wilt passen zodat de lijnen nog een redelijke breedte hebben. Vervolgens kunt u bepalen hoeveel u de breedte van de wandlijnen moet aanpassen om de lijnen goed te laten passen. Onthoud dat u de [Breedte van buitenwandlijnen](wall_line_width_0.md) en [Breedte van binnenwandlijnen](wall_line_width_x.md) afzonderlijk kunt instellen. Tel zorgvuldig het aantal keren dat elk type wand is geprint om de effecten van het veranderen van de lijndikte van de wand te voorspellen. + +Het matchen van wandlijnen is een belangrijke 3D-printvaardigheid die ervaren 3D-printergebruikers onderscheidt. Het vergt wat oefening. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/alternate_extra_perimeter.md b/resources/translations/nl_NL/shell/alternate_extra_perimeter.md new file mode 100644 index 000000000..bcfb9c167 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/alternate_extra_perimeter.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Afwisselend Extra Wand +==== +Met deze instelling wordt om de andere laag een extra wand toegevoegd. Op deze manier wordt de vulling verticaal tussen de wanden geklemd, waardoor er meer druk ontstaat. + +Als u bijvoorbeeld het aantal wandlijnen instelt op twee wanden en de extra wand inschakelt, worden twee wanden geprint op even genummerde lagen en drie wanden op oneven genummerde lagen. + + +![Deze afbeelding toont de wanden die worden beïnvloed door het wijzigen van deze instelling.](../../../articles/images/alternate_extra_perimeter.gif) + +Het inschakelen van deze instelling kost extra tijd, ongeveer de helft van de tijd van het toevoegen van een extra wand. In sommige opzichten is deze afwisselende extra wand bijna net zo goed als een volledige extra wand, in sommige opzichten niet: +* Het verhoogt de hechting tussen de vulling en de wanden aanzienlijk, aangezien de vullinglijnen ook loodrecht kunnen hechten aan de extra wand erboven en eronder. In dit opzicht voldot de optie zeer goed. Ze is erg efficiënt. +* Het verhoogt de stijfheid van de print met meer dan een halve extra wand. Door zich aan de aangrenzende wand te binden, verdeelt het de spanning over meer strengen en biedt het een betere bescherming tegen krachten in horizontale richting. De afwisselende extra wand heeft noch een bijzonder voordeel, noch een bijzonder nadeel. +* Een echte extra wand zou ook de sterkte van de gelaagde composiet verhogen. wanden printen langzaam af en zijn daarom een belangrijke bron van gelaagde composietsterkte. De afwisselende extra wand sluit echter niet aan op de aangrenzende lagen, omdat deze alleen in elke andere laag voorkomt. + +Bijgevolg is de alternerende extra wand een efficiënte manier om de horizontale stijfheid te vergroten, maar niet een efficiënte manier om de verticale taaiheid te vergroten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/fill_outline_gaps.md b/resources/translations/nl_NL/shell/fill_outline_gaps.md new file mode 100644 index 000000000..cccf1c934 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/fill_outline_gaps.md @@ -0,0 +1,28 @@ +Dunne wanden printen +==== +Normaal gesproken laat Cura wanden weg die dunner zijn dan de [Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md) en negeert ze ze als te klein om printen. + +Als deze instelling is ingeschakeld, zal Cura nog steeds proberen deze onderdelen te printen. De resulterende print zal onnauwkeurig en rommelig zijn, maar zou de gewenste vorm met enige mate van betrouwbaarheid moeten produceren. + + + +![Sommige delen zijn te dun om printen](../../../articles/images/fill_outline_gaps_disabled.png) +![Als deze instelling is ingeschakeld, worden ook dunne delen geprint.](../../../articles/images/fill_outline_gaps_enabled.png) + +De kleine stukjes zijn gevuld met extreem dunne lijnen. Deze lijnen worden dan gecombineerd als ze naast elkaar en niet te lang zijn. Dit werkt in veel gevallen, maar in sommige gevallen zal er een kleine zigzag zijn, waardoor de printtijd aanzienlijk toeneemt. + +Probeer, voordat u naar deze instelling gaat, de breedte van de buitenwandlijnen een beetje aan te passen. Als uw onderdeel iets dunner is dan een lijnbreedte, verkleint u de lijnbreedte van de buitenwand van de hele print zodat de dunne delen normaal een beter resultaat kunnen geven. Als u de lijnbreedte echter te veel verkleint, zal het materiaal onbetrouwbaar vloeien, wat resulteert in onder-extrusie. + +**Hiermee wordt alleen geprobeerd delen uit te printen die dun zijn in het horizontale vlak. Voor dunne delen in z-richting zie de instelling [Slicetolerantie](../experimental/slicing_tolerance.md) of verhoog de slice-hoogte.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/fill_perimeter_gaps.md b/resources/translations/nl_NL/shell/fill_perimeter_gaps.md new file mode 100644 index 000000000..7d6f54d72 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/fill_perimeter_gaps.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Vul gaten tussen wanden +==== +Veel prints bevatten onderdelen die dunner zijn dan de gewenste wanddikte. In de meeste gevallen is dit prima, maar voor sommige prints zou dit een opening tussen de wanden achterlaten. Als deze instelling is geactiveerd, worden de openingen tussen de wanden opgevuld met een klodder extra materiaal. + +![Een lange, dunne opening tussen tegenoverliggende wanden is te zien aan de linker- en rechterkant van de afbeelding](../../../articles/images/fill_perimeter_gaps_disabled.png) +![De openingen tussen de wanden zijn gevuld met materiaal](../../../articles/images/fill_perimeter_gaps_enabled.png) + +Er zijn twee veelvoorkomende gevallen waarin het opvullen van gaten zinvol is: +* Tussen twee tegenover elkaar liggende wanden in dunne prints (zoals in de afbeeldingen hierboven). Het opvullen van deze openingen verhoogt de sterkte van het onderdeel op deze locaties omdat de twee tegenover elkaar liggende wanden niet langer afzonderlijk kunnen bewegen. +* In zeer scherpe hoeken is er een spleet in de buitenwand waar de binnenwand te dik is om de hoek te bereiken. Het opvullen van deze gaten verhoogt de sterkte, maar zorgt er ook voor dat de buitenwand er consistenter uitziet. + +**Het is aan te raden goed op te letten welke verplaatsingen nodig zijn wanneer deze geactiveerd is. Het opvullen van de gaten wordt gedaan nadat de wanden zijn geprint.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/filter_out_tiny_gaps.md b/resources/translations/nl_NL/shell/filter_out_tiny_gaps.md new file mode 100644 index 000000000..d70601765 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/filter_out_tiny_gaps.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Kleine openingen eruit filteren +==== +Het opvullen van gaten tussen wanden zal resulteren in extra verplaatsingen. Als de openingen extreem klein zijn, heeft het materiaal meestal niet genoeg tijd om voldoende uit nozzle te stromen. Wanneer deze instelling is ingeschakeld, neemt de printer niet de moeite om enkele van de kleinste gaten op te vullen. + +![Kleine openingen aan de uiteinden van de tanden zijn opgevuld](../../../articles/images/filter_out_tiny_gaps_disabled.png) +![Kleine gaten worden gefilterd zodat ze niet worden opgevuld.](../../../articles/images/filter_out_tiny_gaps_enabled.png) + +Gaten die kleiner zijn dan 2 vierkante buitenwandlijnbreedtes worden beschouwd als "kleine" openingen. Als uw [Lijnbreedte buitenwand](../resolutie/wall_line_width_0.md) bijvoorbeeld is ingesteld op 0,4 mm, zullen openingen met een oppervlakte van 0,4 mm * 0,4 mm * 2 = 0,32 mm^2 niet langer worden gevuld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/hole_xy_offset.md b/resources/translations/nl_NL/shell/hole_xy_offset.md new file mode 100644 index 000000000..390b07796 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/hole_xy_offset.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Horizontale uitbreiding gaten +==== +Dit is een corrigerende actie voor een printeffect waarbij gaatjes de neiging hebben om kleiner printen dan bedoeld. Met deze instelling kunt u de grootte van de verticale gaten in uw print vergroten. Net als bij de instelling [Horizontale Uitbreiding](xy_offset.md) worden de gaten in de print in alle richtingen vergroot. + + +Omdat het gat in alle richtingen uitzet, heeft de waarde van deze instelling betrekking op de straal van de gaten, niet op hun diameter. + + + +![De gaatjes in deze print moeten passen voor schroeven en assen, maar ze zijn te klein geprint](../../../articles/images/hole_xy_offset_0.png) +![De gaten zijn vergroot, de rest van de vorm is niet veranderd.](../../../articles/images/hole_xy_offset.png) + +Door de viscositeit van het materiaal heeft het plastic bij het printen van een lijn in een curve de neiging om met de nozzle in de curve mee te slepen. Hierdoor wordt de curve iets kleiner dan bedoeld, omdat het materiaal naar binnen in de curve wordt getrokken. Normaal gesproken is dit niet echt zichtbaar, maar bij het printen van items die heel precies moeten passen, of bij het printen van items met hele kleine verticale gaatjes, wordt dit fataal voor de nauwkeurigheid van je print. De schroeven passen niet meer, de onderdelen schuiven niet meer netjes in elkaar, enzovoort. + +Deze instelling compenseert dit door alle gaten iets groter te maken. In tegenstelling tot [Horizontale uitbreiding](xy_offset.md), heeft dit echter alleen invloed op gesloten gaten. Als er zelfs maar een klein gaatje is aan één kant (horizontaal, op dezelfde laag), dan wordt dat deel niet als een gaatje beschouwd en wordt het niet beïnvloed door deze instelling. + +Een positieve waarde maakt de gaten groter. Een negatieve waarde maakt de gaten kleiner. In combinatie met de horizontale uitzetting worden de gaten eerst vergroot voordat de normale horizontale uitzetting wordt toegepast. Dit kan ertoe leiden dat dunne delen volledig verdwijnen voordat ze door normale horizontale uitzetting worden vergroot. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/inset_direction.md b/resources/translations/nl_NL/shell/inset_direction.md new file mode 100644 index 000000000..cd1a92224 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/inset_direction.md @@ -0,0 +1,37 @@ +Wandvolgorde +==== +Deze instelling bepaalt welke wanden als eerste worden geprint: de buiten- of binnenwanden. + + + +![De binnenwand wordt eerst geprint](../../../articles/images/outer_inset_first_disabled.gif) +![De buitenwand wordt eerst geprint](../../../articles/images/outer_inset_first_enabled.gif) + +Deze instelling heeft een kleine invloed op de kwaliteit en maatnauwkeurigheid: +* printen van buitenaf verbetert de maatnauwkeurigheid. Aangrenzende wanden hebben de neiging om elkaar een beetje te duwen, vooral wanneer de breedte van de wandlijn kleiner is dan de grootte van de nozzle. De wand die als eerste wordt geprint, is al gestold en zal minder verschuiven. Dus als je eerst de buitenwand print, wordt de buitenwand nauwkeuriger gepositioneerd. +* Als de vulling voor de wanden wordt geprint, zal het printen van buiten naar binnen de doorschijning van de vulling op het oppervlak verminderen. Anders wordt eerst de vulling geprint, dan de binnenwanden, die door de vulling naar buiten worden geduwd, en dan de buitenwand, die door de binnenwanden naar buiten wordt geduwd. Hierdoor kan er aan de buitenkant een patroon zichtbaar zijn. Als de buitenwand eerst wordt geprint, kan de buitenwand stollen voordat de binnenwand erop kan printen. +* Binnenstebuiten printen is beter voor de overhang. De buitenwand ligt verder van de vorige laag dan de binnenwand. Als eerst de buitenwand wordt geprint, heeft de buitenwand nog geen houvast. Als eerst de binnenwand wordt geprint, kan de buitenwand zijdelings tegen de buitenwand aanliggen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/min_bead_width.md b/resources/translations/nl_NL/shell/min_bead_width.md new file mode 100644 index 000000000..21ea493a7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/min_bead_width.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimumbreedte dunne wandlijn +==== +Met deze instelling kunnen zeer kleine details worden geprint met een lijndikte die eigenlijk te groot is voor hen. In plaats van hele dunne lijnen te printen, print hij met een redelijke lijndikte. + +Als de [Minimum elementgrootte](min_feature_size.md) erg klein is ingesteld, kunnen sommige zeer dunne delen worden geprint. Dat werkt niet goed. Hoewel het mogelijk is om lijnen te printen die kleiner zijn dan de nozzle, niet veel. Printlijnen die te dun zijn, resulteren in inconsistente extrusie. + +In plaats daarvan zijn deze zeer dunne lijnen breder gemaakt, zodat ze gelijkmatiger worden geëxtrudeerd. Elk deel van het model dat dunner is dan de minimale wanddikte van de dunne lijn, wordt geprint met een enkele lijn van de minimale wanddikte van de dunne lijn. De lijnen worden dan breder dan de oorspronkelijke breedte van het model. Dit vermindert de maatnauwkeurigheid, maar het print in ieder geval betrouwbaarder. + +De waarde van deze instelling moet de dunste lijnbreedte zijn die de printer betrouwbaar kan printen voordat hij ruwe oppervlakken en inconsistente extrusie gaat produceren. Deze waarde ligt meestal tussen de grootte van de nozzle en de helft van de grootte van de nozzle. Een hogere waarde leidt ertoe dat dunne delen te dik worden geprint, maar vermindert het risico op onder-extrusie als gevolg van het proberen om te dunne lijnen te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/min_even_wall_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/shell/min_even_wall_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..85d189860 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/min_even_wall_line_width.md @@ -0,0 +1,47 @@ +Minimum lijnbreedte even wand +==== +Bij het printen van dunne delen past Cura de breedte van de wandlijnen aan de exacte breedte van het model aan. Cura kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan minder wandlijnen te gebruiken. Deze instelling is de drempel waarbij Cura twee lijnen samenvoegt tot één. Het kan afzonderlijk worden ingesteld met de [Minimum breedte ongelijkmatige wand](min_odd_wall_line_width.md). + + + +![De middellijn is verbreed om te passen](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_34.png) +![Als deze instelling wordt verlaagd, worden in plaats daarvan twee regels gebruikt](../../../articles/images/min_wall_line_width_even_0_1.png) + +Even versus oneven lijnen +---- +Deze instelling kan worden gebruikt om de drempel voor het verwijderen van lijnen specifiek voor een even aantal lijnen aan te passen. Dit is wanneer er twee lijnen in het midden zijn, in plaats van slechts een enkele lijn. Het bepaalt wanneer deze twee lijnen samenkomen in een enkele lijn in het midden. + +De minimale breedte van de even wandlijnen kan verschillen van de minimale breedte van de oneven wandlijnen vanwege de manier waarop ze op elkaar aansluiten. De rechte lijnen verbinden aan hun uiteinden door de uiteinden dichter bij elkaar te brengen. Daar snijden deze lijnen elkaar, wat resulteert in een kruising. Dit is anders dan een oneven aantal wanden: de lijn in het midden stopt dan gewoon en laat een gat in de print achter. Het verkleinen van de minimale breedte van de even wandlijnen vermindert over-extrusie bij de even-naar-oneven lijnovergangen. Door de minimale breedte van de oneven wandlijnen te verkleinen, wordt de opening bij de oneven-naar-even lijnovergangen kleiner. + +De openingen aan het einde van een oneven lijn zijn beter zichtbaar in het eindresultaat dan een lichte over-extrusie bij een naad, dus het kan helpen om de minimale breedte van de even wandlijn iets hoger te stellen dan de minimale oneven wandlijnbreedte. + +Het verlagen van deze instelling resulteert in: +* Vermindering van het overlapgebied waar twee lijnen samenvloeien tot één lijn. +* Verminderde maximale breedte van enkele middellijnen. +* Dunnere lijnen die mogelijk niet goed extruderen. +* Meer regels die langer duren om printen. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/min_feature_size.md b/resources/translations/nl_NL/shell/min_feature_size.md new file mode 100644 index 000000000..6dfc68625 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/min_feature_size.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimum elementgrootte +==== +Deze instelling regelt de minimale breedte van de details van het printen model. Iets dunner dan deze waarde wordt niet geprint. + +Details die kleiner zijn dan de grootte van de nozzle, zullen waarschijnlijk niet goed worden geprint. Dit is een printerbeperking. Cura kan ze nog steeds proberen te printen, accepterend dat de extrusiesnelheid niet goed is of dat de details dikker worden dan gemodelleerd. + +Als u de minimale elementgrootte verkleint, drukt de printer kleinere details van de print af. Afhankelijk van de [Minimumbreedte dunne wandlijn](min_bead_width.md), kunnen deze kleine details worden geprint door heel weinig te extruderen ,resulterend in [Onder-extrusie](../troubleshooting/underextrusion.md), of door meer redelijke lijnbreedtes te extruderen maar te groot printen. Als u deze waarde instelt op 0, gaat de printer naar de uiterste punten van elke scherpe hoek. + +Als je de minimale elementgrootte vergroot, hoeft de printer zich geen zorgen te maken over kleine details die toch niet goed uitkomen. Dit bespaart wat tijd en kan resulteren in een schonere print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/min_odd_wall_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/shell/min_odd_wall_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..7d1fe2972 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/min_odd_wall_line_width.md @@ -0,0 +1,48 @@ +Minimum breedte ongelijkmatige wand +==== +Bij het printen van dunne delen past Cura de breedte van de wandlijnen aan de exacte breedte van het model aan. Cura kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan minder wandlijnen te gebruiken. Deze instelling is de drempel waarbij Cura een lijn in het midden verwijdert. Het kan afzonderlijk worden ingesteld met de [Minimum lijnbreedte even wand](min_even_wall_line_width.md). + + + + +![Als de middellijn te klein is, worden de twee lijnen eromheen breder gemaakt](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_34.png) +![Als deze instelling wordt verlaagd, begint en eindigt de middellijn veel kleiner](../../../articles/images/min_wall_line_width_odd_0_1.png) + +Even versus oneven lijnen +---- +Deze instelling kan worden gebruikt om de drempel voor het verwijderen van lijnen specifiek voor een oneven aantal lijnen aan te passen. Dit is wanneer er een enkele regel in het midden is in plaats van twee. Het bepaalt wanneer die enkele lijn wordt verwijderd, zodat de twee lijnen eromheen iets breder zijn. + +De minimale breedte van de oneven wandlijnen kan verschillen van de minimale breedte van de rechte lijnen omdat ze in elkaar overlopen. Als een oneven lijn wordt verwijderd, stopt deze voor de overgang en brengt de omringende wanden dichterbij. Er is een klein gaatje tijdens de overgang waar de omringende lijnen nog niet helemaal bij elkaar komen. Dit is anders dan een even aantal wanden: de twee lijnen in het midden vallen dan samen en overlappen elkaar enigszins. Door de minimale breedte van de oneven wandlijnen te verkleinen, wordt de opening bij de oneven-naar-even lijnovergangen kleiner. Door de minimale breedte van de even wandlijnen te verkleinen, wordt de overlap bij de even-naar-oneven lijnovergangen kleiner. + +De openingen aan het einde van een oneven lijn zijn beter zichtbaar in het eindresultaat dan een kleine overschrijding op een kruising, dus het kan helpen om de minimale breedte voor oneven wandlijnen iets lager in te stellen dan de minimale breedte voor even wandlijnen. + +Het verlagen van deze instelling resulteert in: +* Kleine openingen wanneer een middenlijn eindigt. +* Verminderde maximale breedte van een paar even hartlijnen. +* Dunnere lijnen die mogelijk niet goed extruderen. +* Langere regels die langer duren om printen. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/min_wall_line_width.md b/resources/translations/nl_NL/shell/min_wall_line_width.md new file mode 100644 index 000000000..922a5cbc4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/min_wall_line_width.md @@ -0,0 +1,50 @@ +Minimumbreedte wandlijn +==== +Bij het printen van dunne delen past Cura de breedte van de wandlijnen aan de exacte breedte van het model aan. Cura kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan minder wandlijnen te gebruiken. Deze instelling bepaalt bij welke drempel Cura besluit een wand te verwijderen in plaats van de bestaande wanden te verdunnen. + + + +![Meestal worden de lijnen breder gemaakt om te passen](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_34.png) +![Door de minimale lijndikte te verkleinen, worden meer lijnen gebruikt.](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_1.png) + +Ander aantal wanden +---- +Als er maar één centrale lijn is en [Aantal wanden voor distributie](wall_distribution_count.md) is ingesteld op 1, werkt deze instelling precies zoals vermeld. Wanneer de lijn in het midden dunner wordt dan een bepaalde breedte, wordt deze verwijderd om andere lijnen breder te maken. In andere gevallen is de berekening wat ingewikkelder. + +De exacte berekening is complex, maar een intuïtief begrip kan nuttig zijn. In principe kun je de totale breedte van het model delen door de [Lijnbreedte Wand](../resolution/wall_line_width.md) om een specifiek aantal wanden te krijgen. Dit kan ook een breuk zijn (bijvoorbeeld 5,3 wandlijnbreedtes). De minimale wandlijnbreedte neemt alleen die fractie (0,3 lijnbreedtes) en voegt een extra wand toe als deze de minimale wandlijnbreedte overschrijdt. Als het aantal wanden bekend is, wordt de breedte van elke lijn bepaald volgens het wandverdelingsnummer. + +![Minimale wandlijndbreedte verschuift de drempel voor het toevoegen van een nieuwe lijn naar links of rechts](../../../articles/images/min_wall_line_width.svg) + +Dit betekent dat voor meerdere lijnen waarvan de breedte is aangepast, de lijnbreedte nooit zo extreem zal zijn als de minimale wandlijnbreedte zou toestaan. als bijv. Als bijvoorbeeld de middelste twee lijnen worden aangepast, zal de lijndikte niet onder het gemiddelde van de normale lijndikte en de minimale wandlijnbreedte komen. + +De instelling kan afzonderlijk worden aangepast voor [Minimum lijnbreedte even wand](min_even_wall_line_width.md) en [Minimum breedte ongelijkmatige wandlijn ](min_odd_wall_line_width.md) aantal wanden. Het aantal 0 wanden is ook een apart geval dat kan worden aangepast met de instelling [Minimum elementgrootte](min_feature_size.md). + +Afstemmen +---- +In theorie zorgt een instelling van 50% van de lijndikte ervoor dat de lijndikte het dichtst bij de normale lijndikte ligt. Het is echter beter om iets hoger te zitten. Het is voor een printer gemakkelijker om lijnen te printen die breder zijn dan de nozzles dan om dunnere lijnen te printen, en minder lijnen betekent ook dat de print sneller gaat. + +Bij zeer stroperige materialen of bij sneller printen moet de minimale wanddikte worden verkleind om te brede lijnen te voorkomen. Deze zijn moeilijk te printen als het materiaal niet genoeg tijd heeft om naar de zijkanten te vloeien. Als de minimale wandlijnbreedte te hoog is, zullen de wanden niet goed aan elkaar hechten, waardoor de print bros wordt. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/optimize_wall_printing_order.md b/resources/translations/nl_NL/shell/optimize_wall_printing_order.md new file mode 100644 index 000000000..2dc215f26 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/optimize_wall_printing_order.md @@ -0,0 +1,43 @@ +Printvolgorde van wanden optimaliseren +==== +Als dit is ingeschakeld, besteedt Cura wat extra slicing tijd om de volgorde waarin de wanden worden geprint te optimaliseren. Het doel is om het aantal verplaatsingen en intrekkingen te verminderen door wanden te printen die hetzelfde deel na elkaar omringen. + + +![Optimalisatie uitgeschakeld](../../../articles/images/optimize_wall_printing_order_disabled.gif) +![optimalisatie ingeschakeld](../../../articles/images/optimize_wall_printing_order_enabled.gif) + +Als deze optimalisatie is ingeschakeld, zal de nozzle eerst alle wanden rond een onderdeel printen voordat het naar het volgende onderdeel gaat, in plaats van eerst alle binnenwanden te printen voordat de buitenwanden worden geprint. Optimalisatie is over het algemeen positief, maar kan de maatnauwkeurigheid voor sommige onderdelen beïnvloeden, omdat de vorige wand nog niet is gestold wanneer de volgende wand ernaast wordt neergezet. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/outer_inset_first.md b/resources/translations/nl_NL/shell/outer_inset_first.md new file mode 100644 index 000000000..de175ea79 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/outer_inset_first.md @@ -0,0 +1,37 @@ +Wandvolgorde +==== +Deze instelling bepaalt welke wanden het eerst worden geprint, de buiten- of binnenwanden. + + + +![De binnenwand wordt eerst geprint](../../../articles/images/outer_inset_first_disabled.gif) +![De buitenwand wordt eerst geprint](../../../articles/images/outer_inset_first_enabled.gif) + +Het inschakelen van deze instelling heeft een kleine invloed op de kwaliteit en maatnauwkeurigheid: +* Het verbetert de maatnauwkeurigheid. Aangrenzende wanden verschuiven over het algemeen een beetje, vooral als de breedte van de wandlijn kleiner is dan de maat van de nozzle. De wand die het eerst wordt geprint is al gestold en zal dus niet zo veel verschoven worden. Dus als je eerst de buitenwand print, komt de buitenwand nauwkeuriger te staan. +* Als de vulling voor de wanden wordt geprint, is de vulling niet zo zichtbaar op het oppervlak. Anders wordt eerst de vulling geprint, dan de binnenwanden, die door de vulling naar buiten worden geduwd, en dan de buitenwand, die door de binnenwanden naar buiten wordt geduwd. Hierdoor kan er aan de buitenkant een patroon zichtbaar zijn. Als de buitenwand eerst wordt geprint, kan de buitenwand stollen voordat de binnenwand erop kan printen. +* Het is over het algemeen slechter voor de overhang als eerst de buitenwand wordt geprint. De buitenwand ligt verder van de vorige laag dan de binnenwand. Als eerst de buitenwand wordt geprint, heeft de buitenwand nog geen houvast. Als de binnenwand eerst wordt geprint, kan de buitenwand zijdelings aan de buitenwand plakken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_0_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_0_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..7c2c9931e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_0_enabled.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Gelijkmatige overlappingen van buitenwanden +==== +Bij het printen van zeer dunne delen kunnen de tegenover elkaar liggende buitenwanden zo dicht bij elkaar staan dat ze elkaar overlappen. Als beide wanden met hun normale lijnbreedte zouden worden geprint, zouden ze over-extruderen. Deze instelling voorkomt deze over-extrusie door de breedte van een van de lijnen te verkleinen, waardoor deze over-extrusie wordt voorkomen en een betere maatnauwkeurigheid wordt verkregen. + +![Waar de lijndikte wordt verkleind](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_schematic.svg) +![Alle lijnen worden over hun volle breedte geëxtrudeerd, waardoor een deel te breed is.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_disabled.png) +![De helft van de lijnen is verkleind in de breedte, wat resulteert in nauwkeuriger printen.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_enabled.png) + +De lijnbreedte van de buitenwand die een andere buitenwand overlapt, wordt verminderd met het overlapgebied. Dit compenseert de over-extrusie. + +Zoals hierboven beschreven, heeft dit de neiging de maatnauwkeurigheid te verbeteren. Het nadeel is echter dat de doorvoersnelheid ongelijker wordt, wat resulteert in onder-extrusie op sommige plaatsen en over-extrusie op andere. Ook kan de doorvoersnelheid onder de minimale doorvoersnelheid van nozzle en de extruderinstelling komen, wat resulteert in een onregelmatige doorvoer en druppelen. Om dit effect te verminderen, kunt u de [Minimale wandstroom](wall_min_flow.md) instellen, waardoor enkele van de dunste wanden in verplaatsingen worden omgezet ten koste van de maatnauwkeurigheid. + +**Deze instelling ziet er nogal lelijk uit in de laagweergave. Bij echt printen zijn er geen grenzen tussen de regels. In de laagweergave worden alleen de paden van de G-code weergegeven, maar in werkelijkheid wordt het materiaal opzij geschoven door de andere wand waarmee het overlapt. Zelfs kleine verminderingen van de doorvoer worden niet weerspiegeld in de daadwerkelijke print, omdat de doorvoersnelheid door nozzle zich niet zo snel kan aanpassen. Deze effecten zorgen ervoor dat de daadwerkelijke print vloeiender is dan de laagweergave laat zien.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..7cc799dfc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Gelijkmatige wandoverlappingen +==== +Bij het printen van zeer dunne delen kunnen de tegenoverliggende wanden zo dicht bij elkaar staan dat ze elkaar overlappen. Als beide wanden met hun normale lijnbreedte zouden worden geprint, zouden ze over-extruderen. Deze instelling voorkomt deze over-extrusie door de breedte van een van de lijnen te verkleinen, waardoor deze over-extrusie wordt voorkomen en een betere maatnauwkeurigheid wordt verkregen. + +![Waar de lijndikte wordt verkleind](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_schematic.svg) +![Alle lijnen worden over hun volle breedte geëxtrudeerd, waardoor een deel te breed is.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_disabled.png) +![De helft van de lijnen is verkleind in de breedte, wat resulteert in nauwkeuriger printen.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_enabled_enabled.png) + +De lijnbreedte van de wand die een andere wand overlapt, wordt verminderd met het overlapgebied. Dit compenseert de over-extrusie. + +Zoals hierboven beschreven, heeft dit de neiging de maatnauwkeurigheid te verbeteren. Het nadeel is echter dat de doorvoersnelheid ongelijker wordt, wat resulteert in onder-extrusie op sommige plaatsen en over-extrusie op andere. Ook kan de doorvoersnelheid onder de minimale doorvoersnelheid van nozzle en de extruderinstelling komen, wat resulteert in een onregelmatige doorvoer en druppelen. Om dit effect te verminderen, kunt u de [minimale wanddoorvoer](wall_min_flow.md) instellen, waardoor enkele van de dunste wanden in verplaatsingen worden omgezet ten koste van de maatnauwkeurigheid. + +**Deze instelling ziet er nogal lelijk uit in de laagweergave. Bij echt printen zijn er geen grenzen tussen de regels. In de laagweergave worden alleen de paden van de G-code weergegeven, maar in werkelijkheid wordt het materiaal opzij geschoven door de andere wand waarmee het overlapt. Zelfs kleine verminderingen van de doorvoer worden niet weerspiegeld in de daadwerkelijke print, omdat de doorvoersnelheid door de nozzle zich niet zo snel kan aanpassen. Deze effecten zorgen ervoor dat de daadwerkelijke print vloeiender is dan de laagweergaveweergave laat zien.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_x_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_x_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..f7b63af97 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/travel_compensate_overlapping_walls_x_enabled.md @@ -0,0 +1,14 @@ +Gelijkmatige overlappingen van binnenwanden +==== +Bij het printen van zeer dunne delen kunnen de tegenoverliggende wanden zo dicht bij elkaar staan dat ze elkaar overlappen. Als beide wanden met hun normale lijnbreedte zouden worden geprint, zouden ze over-extruderen. Deze instelling voorkomt deze over-extrusie door de breedte van een van de lijnen te verkleinen, waardoor deze over-extrusie wordt voorkomen en een betere maatnauwkeurigheid wordt verkregen. + +![Alle lijnen worden over hun volle breedte geëxtrudeerd, waardoor een deel te breed is.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_x_enabled_disabled.png) +![De helft van de regels is verkleind in breedte, wat resulteert in een nauwkeuriger printen.](../../../articles/images/travel_compensate_overlapping_walls_x_enabled_enabled.png) + +Deze instelling geldt alleen voor de binnenwanden. Compensatie voor de overlap in de binnenwanden is aan de buitenzijde minder zichtbaar omdat er minder artefacten van doorvoersnelheidsveranderingen zichtbaar worden, maar het vermindert evenzeer het effect van over-extrusie doordat de binnenwanden minder naar buiten worden geduwd. + +De lijnbreedte van de wand die een andere wand overlapt, wordt verminderd met het overlapgebied. Dit compenseert de over-extrusie. + +Zoals hierboven beschreven, heeft dit de neiging de maatnauwkeurigheid te verbeteren. Het nadeel is echter dat de doorvoersnelheid ongelijker wordt, wat resulteert in onder-extrusie op sommige plaatsen en over-extrusie op andere. Ook kan de doorvoersnelheid onder de minimale doorvoersnelheid van nozzle en de extruderinstelling komen, wat resulteert in een onregelmatige doorvoer en druppelen. Om dit effect te verminderen, kunt u de [minimale wanddoorvoer](wall_min_flow.md) instellen, waardoor enkele van de dunste wanden in verplaatsingen worden omgezet ten koste van de maatnauwkeurigheid. + +**Deze instelling ziet er nogal lelijk uit in de laagweergave. Bij echt printen zijn er geen grenzen tussen de regels. In de laagweergave worden alleen de paden van de G-code weergegeven, maar in werkelijkheid wordt het materiaal opzij geschoven door de andere wand waarmee het overlapt. Zelfs kleine verminderingen van de doorvoer worden niet weerspiegeld in de daadwerkelijke print, omdat de doorvoersnelheid door nozzle zich niet zo snel kan aanpassen. Deze effecten zorgen ervoor dat de daadwerkelijke print vloeiender is dan de laagweergave laat zien.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..de8c5ecd1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Extruder buitenwand +==== +Als uw printer meerdere extruders heeft, kunt u ook alleen de buitenwand printen met een andere extruder. + + +![De buitenwand is blauw geprint, de rest geel.](../../../articles/images/wall_0_extruder_nr.png) + +Het printen van de buitenwand met een andere extruder kan verschillende doelen dienen: +* Even een optisch effect door de buitenwand in een andere kleur te printen. +* De buitenwand kan worden geprint met een materiaal dat meer details geeft, maar ongewenste sterkte-eigenschappen heeft voor de vulling. +* De buitenwand kan worden geprint met een flexibel materiaal om een zachtere textuur op de print en meer wrijving/grip te geven. +* De buitenwand kan worden geprint met een materiaal met een lagere wrijvingscoëfficiënt, zodat bewegende delen gemakkelijker over het oppervlak kunnen schuiven. + +**Eén wand is meestal niet genoeg om een grote kleurverandering volledig te dekken. Verwacht dat er wat binnenwandkleur doorschijnt.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_inset.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_inset.md new file mode 100644 index 000000000..ec954cf41 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_inset.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Uitsparing Buitenwand +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de buitenwand iets meer naar binnen wordt geplaatst. + +Het doel van deze instelling is om de maatnauwkeurigheid te verbeteren bij gebruik van een lijnbreedte die kleiner is dan de grootte van de nozzle. Als de buitenwand wordt geprint met een lijn die kleiner is dan de grootte van de nozzle, kan het materiaal meer naar buiten stromen dan de gewenste lijnbreedte, waardoor de print breder wordt dan gewenst. Als u de buitenwand een beetje naar binnen beweegt, overlapt nozzle met de binnenwanden en duwt het materiaal naar het punt naast de binnenwand. Dit werkt alleen als de buitenwand na de binnenwanden wordt geprint. + +Als de buitenwand meer naar binnen wordt geprint, kan ook de hechting tussen de buitenwand en de binnenwanden worden vergroot. Deze hechting is erg belangrijk voor de sterkte van het onderdeel. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_wipe_dist.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_wipe_dist.md new file mode 100644 index 000000000..e693f2611 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_0_wipe_dist.md @@ -0,0 +1,27 @@ +Veegafstand buitenwand +==== +Bij deze instelling zal het de nozzle aan het einde van elke buitenwand iets verder gaan zonder te extruderen, waardoor de contour wordt afgesloten. + +![De nozzle een kleine stukje verder na voltooiing van de buitenwand.](../../../articles/images/wall_0_wipe_dist.png) + +Het doel van deze functie is om de zichtbaarheid van de naad te verminderen. Als de wand klaar is, zal er meestal nog een druppel onder de nozzle zijn. Dit kleine spoor verbindt deze druppel met het begin van de contour zodat de naad wordt gesloten. + +De naad is nog steeds zichtbaar, maar het resultaat zou iets beter moeten zijn met een kleine veegafstand. Als u deze instelling te veel verhoogt, heeft dit geen effect meer, omdat nozzle over de naad heen schiet, wat later kan leiden tot onder-extrusie als de nozzlekamer leeg raakt door te sijpelen op de buitenwand. + +Dit effect is in feite het tegenovergestelde van [Coasting inschakelen](../experimental/coasting_enable.md), dat stopt met extruderen net voor het einde van de contour. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_add_middle_threshold.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_add_middle_threshold.md new file mode 100644 index 000000000..56cb90530 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_add_middle_threshold.md @@ -0,0 +1,49 @@ +Drempel voor het toevoegen van een middellijn +==== +Bij het printen van dunne delen past Cura de breedte van de wandlijnen aan de exacte breedte van het model aan. Cura kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan minder wandlijnen te gebruiken. Deze instelling is de drempel waarop Cura een lijn in het midden zal toevoegen. Het kan afzonderlijk worden ingesteld van de [drempel waar de twee middelste lijnen samenkomen](wall_split_middle_threshold.md). + +Deze instelling is hetzelfde als [Minimale lijndikte wand (oneven)](min_odd_wall_line_width.md), maar gebruikt een andere eenheid. De eenheid van deze instelling is in fracties van een lijnbreedte, die de breedte van een onderdeel moet vergroten om een nieuwe middellijn toe te voegen. + + + +![Als de middellijn te klein is, worden de twee lijnen eromheen breder gemaakt](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_34.png) +![Als deze instelling wordt verlaagd, begint en eindigt de middellijn veel kleiner](../../../articles/images/min_wall_line_width_odd_0_1.png) + +Even versus oneven lijnen +---- +Met deze instelling kan de drempel voor het toevoegen van regels specifiek worden aangepast wanneer het aantal regels oneven is. Dit is wanneer er een enkele regel in het midden is in plaats van twee. Het bepaalt wanneer een nieuwe regel wordt toegevoegd tussen de twee middelste regels. + +De drempel voor het toevoegen van een middellijn kan anders zijn dan de drempel om de middellijn in tweeën te delen, omdat de twee lijnen anders in elkaar overlopen. Wanneer een oneven lijn wordt toegevoegd, begint deze pas als de twee omringende lijnen hem ruimte hebben gegeven. Er is een kleine opening tijdens de overgang waar de omringende lijnen nog niet genoeg ruimte hebben gemaakt. Dit is anders dan een even aantal wanden: de lijn in het midden splitst zich dan in tweeën, en deze twee lijnen overlappen elkaar enigszins totdat ze ver genoeg van elkaar verwijderd zijn. Als u de drempel voor middenlijn toevoegen verlaagt, wordt de opening bij de even-naar-oneven lijnovergangen kleiner. + +De gaten die ontstaan wanneer een oneven lijn begint, zijn beter zichtbaar in het eindresultaat dan een lichte over-extrusie bij een naad, dus het kan helpen om de drempel voor middenlijn toevoegen iets lager dan de drempel voor middenlijn splitsen in te stellen. + +Het verlagen van deze instelling resulteert in: +* Kleinere openingen wanneer een middenlijn eindigt. +* Verminderde maximale breedte van een paar even hartlijnen. +* Dunnere lijnen die mogelijk niet goed extruderen. +* Langere regels die langer duren om printen. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_distribution_count.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_distribution_count.md new file mode 100644 index 000000000..428c5e1bb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_distribution_count.md @@ -0,0 +1,50 @@ +Aantal wanden voor distributie +==== +Cura kan de breedte van de wandlijnen aanpassen om beter te passen bij de vorm die wordt geprint, maar niet elke wand hoeft in dezelfde mate te worden aangepast. Cura geeft er de voorkeur aan om de breedte van de wanden verder in het model te veranderen. Deze instelling bepaalt het aantal wanden, van binnen naar buiten geteld, dat wordt aangepast aan de beschikbare ruimte. + + + +![Geconcentreerd in het midden, daar met grote verschillen in lijndikte ](../../../articles/images/wall_distribution_count_1.png) +![Verdeeld over vele wanden](../../../articles/images/wall_distribution_count_5.png) + +Wanden met verschillende breedtes zijn moeilijker te printen dan eenvoudige wanden met constante breedte. Het kost wat tijd om de doorvoer van nozzle aan te passen, en de overgang moet ook enkele scherpe hoeken maken die rinkelen kunnen veroorzaken. Dit alles kan het beste zo ver mogelijk van de buitenkant worden gedaan, waar het zichtbaar is op het oppervlak van de print. Daarom richt Cura de aanpassing van de lijnbreedte op de binnenste wanden. + +Aan de andere kant betekent de concentratie van variatie ook dat de lijnen in het midden heel verschillende breedtes zullen hebben. Omdat ze over meerdere lijnen zijn verspreid, kan de amplitude van de variaties kleiner zijn, waardoor de effecten van de variabele lijnbreedte worden verminderd in plaats van deze aan de binnenkant te verbergen. + +Deze instelling selecteert een aantal wanden aan de binnenkant waartussen de lijndikte kan worden aangepast om de beschikbare ruimte te vullen. Dit werkt vanuit het midden twee kanten op, dus bij een instelling van 2 tot 4 wanden kunnen in het midden worden aangepast. Zelfs binnen deze wanden is de aanpassing niet gelijkmatig verdeeld. De wanden in het midden zijn altijd iets meer aangepast dan de wanden aan de buitenkant. + +De buitenwand wordt zoveel mogelijk op de nominale lijnbreedte gehouden. Deze wand heeft zo'n grote invloed op de printkwaliteit dat deze op een constante lijnbreedte wordt gehouden om het oppervlak zo glad mogelijk te maken. Pas als het stuk zo dun wordt dat het alleen nog maar uit buitenwanden bestaat, worden deze wanden aangepast. + +In de praktijk is het bijna altijd beter om de onvolkomenheden in het midden te verbergen dan ze over meerdere wanden te verspreiden. Het is dus het beste om deze instelling zo laag mogelijk te houden. Bij het werken met materialen die moeilijk te extruderen zijn of waarvan het vloeigedrag moeilijk te veranderen is, zoals: B. flexibele materialen, het is handig om deze instelling te verhogen om stroomvariaties te verminderen. Deze stromingsveranderingen kunnen echter niet geheel worden voorkomen. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..dbaece79e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Wandextruder +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kunt u ook alleen de wanden printen met een andere extruder. + + +![De wanden zijn blauw geprint, maar de rest is geel.](../../../articles/images/wall_extruder_nr.png) + +Het printen van de wanden met een andere extruder kan verschillende doelen dienen: +* Even een optisch effect door de buitenwand in een andere kleur te printen. +* De wanden kunnen worden geprint met een materiaal dat meer details geeft, maar ongewenste sterkte-eigenschappen heeft voor de vulling. +* De wanden kunnen geprint worden met een flexibel materiaal voor een zachtere textuur op de print en meer wrijving/grip. +* De wanden kunnen worden geprint uit een materiaal met een lagere wrijvingscoëfficiënt, zodat bewegende delen gemakkelijker over het oppervlak kunnen schuiven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_line_count.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_line_count.md new file mode 100644 index 000000000..aa41b52a2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_line_count.md @@ -0,0 +1,47 @@ +Aantal wandlijnen +==== +Deze instelling bepaalt hoeveel contouren er in elke laag rond de print moeten worden gemaakt. + + + +![Twee wanden](../../../articles/images/wall_thickness_0.8.png) +![Vier wanden](../../../articles/images/wall_thickness_1.6.png) + +Slechts één van de wanden is een buitenwand en wordt geprint met de instellingen voor de buitenwand. De overige wanden worden geprint met de instellingen voor de binnenwanden. + +Het aantal wanden is een belangrijke factor in hoe sterk de print zal zijn. Doordat de wanden naast elkaar staan, kunnen ze elkaar versterken, wat resulteert in een sterker onderdeel. Voor grotere printen kan dit, afhankelijk van de vorm, een veel effectievere manier zijn om een sterk object te krijgen dan de vulling aan te passen. + +Bij het aantal wanden vergroten wordt: +* De sterkte van de print wordt aanzienlijk vergroot. +* Verminderde doorschijning waar het vulpatroon van buitenaf zichtbaar is. +* Verbeterde overhangen omdat wandlijnen meestal meer uitgelijnd zijn met het dichtstbijzijnde supportpunt. +* Maak het model gemakkelijker waterdicht. +* Aanzienlijke toename van printtijd en materiaalverbruik van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow.md new file mode 100644 index 000000000..bc1fcec72 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow.md @@ -0,0 +1,14 @@ +Minimale wandstroom +==== +Compensatie van overlappingen in wandlijnen zal de doorvoer van sommige wanden verminderen. Dit kan problematisch zijn omdat de doorvoer willekeurig laag kan zijn, tot 1% wanneer de wanden elkaar bijna volledig overlappen. printen met extreem lage stroomsnelheden werkt niet goed. Het heeft de neiging om een druppelpatroon te creëren in plaats van continu lijnen te extruderen. + +Met deze instelling worden deze leidingen met extreem lage stroomsnelheden verplaatsingen door hun doorvoer te verlagen tot 0%. Materiaal zal nog steeds uitlopen zoals normale verplaatsingen, maar er zullen geen druppels zijn. + +![Overlappingen tussen wanden worden meestal geëgaliseerd](../../../articles/images/wall_min_flow_0.png) +![wanden met minder dan 50% extrusie worden omgezet in verplaatsingen](../../../articles/images/wall_min_flow_50.png) + +nozzle blijft de wand volgen om op de juiste plaats te druppelen. + +Als u deze instelling verhoogt, worden uw wanden dunner dan gewenst. Teken in plaats van hele dunne lijnen, helemaal niets. Technisch gezien is het onder-extrusie, wat betekent dat uw onderdeel dunner is dan gewenst. De wand zou hoe dan ook niet goed zijn geprint. In plaats van een lange lijn stippen of druppels over de wand te tekenen, wordt er niets geprint, waardoor de wand een beetje gladder wordt. + +Stel deze instelling in op de minimale wanddoorvoer die uw nozzle kan bereiken zonder te druppelen. Normaal gesproken ligt deze waarde rond de 60%. Wanneer de lijnbreedte onder de 60% komt, verschijnen er druppels, dus het is beter om deze lijnen om te zetten in verplaatsingen. Als u printt met grotere laaghoogtes of dikkere lijnen, kunt u deze instelling mogelijk iets verlagen om een betere maatnauwkeurigheid te krijgen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow_retract.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow_retract.md new file mode 100644 index 000000000..808a96da2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_min_flow_retract.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Intrekken bij voorkeur +==== +Compensatie van kruispunten in wandlijnen zal de doorvoer van sommige wanden verminderen. Als de doorvoer onder de waarde van de instelling [Minimum Wall doorvoer](wall_min_flow.md) komt, wordt een verplaatsingsbeweging uitgevoerd in plaats van de wandlijn. + +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt het filament tijdens verplaatsen terruggetrokken. + +Het beoogde effect van deze instelling is om het sijpelen op de wanden te verminderen. De instelling Minimum Wall doorvoer is bedoeld om het sijpelen van extreem dunne wanden te verminderen, wat er niet mooi uitziet. Dit kan verder worden verbeterd door deze instelling in te schakelen. + +Het intrekken op de buitenwanden zorgt er echter voor dat nozzle even pauzeert terwijl het filament wordt teruggetrokken. Dit laat een druppel achter op het oppervlak waar het weken plaatsvond. Dit verhoogt ook de printtijd en het filament verslijt sneller. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_split_middle_threshold.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_split_middle_threshold.md new file mode 100644 index 000000000..116d48088 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_split_middle_threshold.md @@ -0,0 +1,49 @@ +Drempel voor middenlijn splitsen +==== +Bij het printen van dunne delen past Cura de breedte van de wandlijnen aan de exacte breedte van het model aan. Cura kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan minder wandlijnen te gebruiken. Deze instelling is de drempel waarbij Cura een enkele regel in tweeën splitst naarmate de breedte van het onderdeel groter wordt. Het kan onafhankelijk van de [drempel waarop een nieuwe middelste regel wordt toegevoegd](wall_add_middle_threshold.md) worden ingesteld. + +Deze instelling is hetzelfde als [Min wandlijnbreedte (even)](min_even_wall_line_width.md), maar gebruikt een andere eenheid. De eenheid van deze instelling is de fractie van een lijnbreedte waarmee de breedte van een onderdeel moet toenemen om de middellijn in tweeën te splitsen. Omdat het breedteverschil na de splitsing tussen de twee lijnen in het midden wordt gesplitst, komt een kleinere minimale lijnbreedte voor even wanden overeen met een veel kleinere drempel voor de middellijnsplitsing dan bij het verwijderen van een oneven wand. + + + +![De middellijn is verbreed om te passen](../../../articles/images/min_wall_line_width_0_34.png) +![Als deze instelling wordt verlaagd, worden in plaats daarvan twee regels gebruikt](../../../articles/images/min_wall_line_width_even_0_1.png) + +Even versus oneven lijnen +---- +Met deze instelling kunt u de drempel voor het toevoegen van regels aanpassen, specifiek wanneer er een even aantal regels is. Dit is wanneer er twee lijnen in het midden zijn, in plaats van slechts een enkele lijn. Het bepaalt wanneer een lijn door het midden in twee lijnen wordt gesplitst. + +De drempel voor het splitsen van een middenlijn kan anders zijn dan de drempel voor het toevoegen van een middenlijn omdat de twee lijnen op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Rechte lijnen verbinden aan hun uiteinden door de uiteinden dichter bij elkaar te brengen. Er is enige overlap met deze lijnen, wat resulteert in over-extrusie. Dit is anders dan bij een oneven aantal wanden: de lijn in het midden blijft gewoon staan en laat een gat in de print achter. Het verlagen van de drempel voor middenlijn verdelen vermindert over-extrusie bij de even-naar-oneven lijnovergangen. Het verlagen van de drempel voor het toevoegen van een middellijn verkleint de grootte van de opening bij de oneven-naar-even lijnovergangen. + +De gaten die ontstaan bij het toevoegen van een middellijn zijn beter zichtbaar in het eindresultaat dan een lichte over-extrusie bij een naad, dus het kan helpen om de drempel Middenlijn splitsen iets hoger in te stellen dan de drempel Middenlijn toevoegen. + +Het verlagen van deze instelling resulteert in: +* Vermindering van het overlapgebied waar twee lijnen samenvloeien tot één lijn. +* Verminderde maximale breedte van enkele middellijnen. +* Dunnere lijnen die mogelijk niet goed extruderen. +* Meer regels die langer duren om printen. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..6f92d8261 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_thickness.md @@ -0,0 +1,47 @@ +Wanddikte +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de wand rond de print wordt. Uiteindelijk wordt het aantal binnenwanden aangepast om de gewenste dikte te bereiken. + + + +![0,8 mm dikke wanden](../../../articles/images/wall_thickness_0.8.png) +![1,6 mm dikke wanden](../../../articles/images/wall_thickness_1.6.png) + +De wanddikte moet een veelvoud zijn van de wandlijnbreedte. Indien dit niet het geval is, wordt er afgerond op een exact veelvoud. Houd er echter rekening mee dat een van de wanden een buitenwand zal zijn en de rest van de wanden een binnenwand. Deze wanden kunnen verschillende lijndiktes hebben. + +De dikte van de wanden is een belangrijke factor in hoe sterk de print zal zijn. Doordat de wanden naast elkaar staan, kunnen ze elkaar versterken, wat resulteert in een sterker onderdeel. Voor grotere printen kan dit een veel effectievere manier zijn om een sterk object te krijgen dan de vulling aan te passen aan de vorm. + +Bij het vergroten van de wanddikte wordt: +* De sterkte van de print wordt aanzienlijk vergroot. +* Verminderde doorschijning waar het vulpatroon van buitenaf zichtbaar is. +* Verbeterde overhangen omdat wandlijnen meestal meer uitgelijnd zijn met het dichtstbijzijnde supportpunt. +* Maak het model gemakkelijker waterdicht. +* Aanzienlijke toename van printtijd en materiaalverbruik van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_angle.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_angle.md new file mode 100644 index 000000000..aa7ba1831 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_angle.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Drempelhoek wandovergang +==== +Deze hoek specificeert de hoek waaronder Cura overgangen gaat maken om de ruimte goed te vullen. Alle hoeken die scherper zijn dan deze hoek worden gevuld met lijnen van variabele breedte. + + +![breder dan 10°, maakt geen overgangen meer](../../../articles/images/wall_transition_angle.png) + +Hiermee worden variabele lijndiktes in- of uitgeschakeld voor specifieke hoeken. Als twee tegenover elkaar liggende wanden bijna evenwijdig zijn, dat wil zeggen kleiner dan de hoek die in deze instelling is opgegeven, wordt het gebied ertussen gevuld met lijnen die in breedte kunnen variëren. Als ze een grotere hoek met elkaar maken, wordt de ruimte ertussen gevuld met wanden van constante breedte. + +Zoals altijd is dit een compromis. Het gebruik van een variabele breedte heeft enkele voordelen, zoals: +* Er zijn geen gaten meer tussen de regels. +* Vul dezelfde ruimte niet meer dan één keer in. +* De afmetingen van de print zijn dan nauwkeuriger. + +Het heeft echter ook enkele nadelen: +* Hoeken verschijnen in dunne delen, die kunnen verschijnen als rimpels op het oppervlak. +* Er zijn extra verplaatsbewegingen. +* De printer kan de lijnbreedte niet snel achter elkaar nauwkeurig wijzigen. + +In de praktijk is het goed om deze hoek groot genoeg te kiezen om de openingen in scherpe hoeken zoals te zien in de slice-weergave te verkleinen, maar verder zo klein mogelijk. Een kleinere hoek zorgt er over het algemeen voor dat het oppervlak er gladder uitziet. + +Het is niet mogelijk om de hoek te verkleinen tot 0° om de variabele lijnbreedten volledig te verwijderen. Bij parallelle tegenoverliggende wanden wordt de lijnbreedte altijd aangepast aan de ruimte. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_deviation.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_deviation.md new file mode 100644 index 000000000..e71597d14 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_deviation.md @@ -0,0 +1,38 @@ +Filtermarge wandovergang +==== +Sommige modellen hebben dunne elementen die rond de drempel liggen waar verschillende aantallen wanden worden gebruikt. Dit kan ertoe leiden dat het aantal wanden heen en weer gaat, zelfs als de werkelijke breedte van het stuk niet veel varieert. Deze wijziging verslechtert de printkwaliteit omdat er veel stroomveranderingen nodig zijn en er meer verplaatsingsbewegingen moeten worden toegevoegd. Deze functie verwijdert overgangen waar ze heen en weer zouden zijn gegaan. + +Wanneer een overgang wordt verwijderd, kunnen sommige lijnen tijdelijk te breed of te dun worden. Deze instelling filtert de overgangen uit door te beperken hoeveel breder of dunner de lijn mag zijn. + + + +![Met een klein bereik schommelt het tussen 2 en 3 wanden](../../../articles/images/wall_transition_filter_off.png) +![Met een hogere spanwijdte verandert het niet meer](../../../articles/images/wall_transition_filter_on.png) + +Om precies te zijn, de lijnen mogen met dit bereik dunner worden dan de [Minimumbeedte wandlijn](min_wall_line_width.md) als dit het heen en weer schakelen tussen verschillende wandtellingen verhindert. Evenzo mogen lijnen met deze marge iets breder zijn, zelfs als een extra wand met de minimale wandlijnbreedte ook had gepast. + +Dit filter is bedoeld om een veelvoorkomend probleem in dunne delen op te lossen met 3D-mazen met een lage resolutie. Het 3D-model, dat uit platte driehoeken bestaat, kan een kromme niet exact weergeven, alleen bij benadering. De curve heeft randen met platte oppervlakken ertussen. Bij het modelleren van een gebogen onderdeel met een constante breedte is het belangrijk dat de buitenranden overeenkomen met de binnenranden. Als dit niet het geval is, zal de breedte van de ring iets variëren, wat kan leiden tot het hierboven getoonde effect. Als dit het geval is, moet het overgangsfilter voorkomen dat het effect te sterk wordt. + +Het vergroten van de marge verhindert soms het ontstaan van kleine lijnsegmenten. Hierdoor kan er sneller geprint worden en kan het oppervlak er gladder uitzien. Het maakt echter ook extremere lijnbreedten mogelijk die mogelijk niet goed uit de nozzle extruderen. Bij het printen van modellen met een lage resolutie met dunne onderdelen, kan het vergroten van de marge de kwaliteit verbeteren. Bij moeilijke materialen kun je beter aan de veilige kant blijven. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_distance.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_distance.md new file mode 100644 index 000000000..63b7becf7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_filter_distance.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Filterafstand wandovergang +==== +Sommige modellen hebben dunne elementen die rond de drempel liggen waar verschillende aantallen wanden worden gebruikt. Dit kan ertoe leiden dat het aantal wanden wisseld, zelfs als de werkelijke breedte van het stuk niet veel varieert. Deze wijziging verslechtert de printkwaliteit omdat er veel doorstroom veranderingen nodig zijn en er meer verplaatsings bewegingen moeten worden toegevoegd. Deze functie verwijdert overgangen wanneer ze binnen een bepaalde afstand heen en weer zouden zijn gegaan. + + + +![Zonder een filter, overgangen tussen 2 en 3 wanden](../../../articles/images/wall_transition_filter_off.png) +![Met filter wodt niet meer gewijzigd](../../../articles/images/wall_transition_filter_on.png) + +Wanneer een overgang wordt verwijderd, kunnen sommige lijnen tijdelijk te breed of te dun worden, waardoor de minimum breedte wandlijn](min_wall_line_width.md) wordt overschreden. Uiteindelijk was er een overgang die beter aansluit bij de breedte van het onderdeel. Zonder deze overgang zal het minder of meer wanden gebruiken dan ideaal zou zijn, en de breedte van die wanden zal dienovereenkomstig worden aangepast. Dit is toegestaan tot aan de [Filtermarge wandovergang](wall_transition_filter_deviation.md). Als de breedte van de wanden te veel varieert, wordt de overgang niet verwijderd. + +Dit filter is bedoeld om een veelvoorkomend probleem in dunne delen op te lossen met 3D-mazen met een lage resolutie. Het 3D-model, dat bestaat uit platte driehoeken, kan een kromme niet exact weergeven, maar benadert deze alleen. De curve heeft randen met platte oppervlakken ertussen. Bij het modelleren van een gebogen onderdeel met een constante breedte is het belangrijk dat de buitenranden overeenkomen met de binnenranden. Als dit niet het geval is, zal de breedte van de wand iets variëren, wat kan leiden tot het hierboven getoonde effect. Als dit het geval is, moet het overgangsfilter voorkomen dat het effect te sterk wordt. + +Door de afstand te vergroten, worden in sommige gevallen kleine lijnsegmenten voorkomen. Hierdoor kan er sneller geprint worden en kan het oppervlak er gladder uitzien. Het resulteert echter ook in een groter deel van de print met extreme lijnbreedtes die mogelijk niet goed uit de nozzle komen. Bij het printen van modellen met een lage resolutie met dunne onderdelen, kan het vergroten van de afstand de kwaliteit verbeteren. Bij moeilijke materialen kun je beter aan de veilige kant blijven. + +**Deze instelling is momenteel niet zichtbaar voor de gebruiker. Het filter kan alleen worden aangepast via de [Filtermarge wandovergang](wall_transition_filter_deviation.md). Het beïnvloedt niet alleen normale wanden, maar ook wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_length.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_length.md new file mode 100644 index 000000000..4b504537a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_transition_length.md @@ -0,0 +1,28 @@ +Lengte wandovergang +==== +Voor dunne onderdelen passen niet alle wanden in de vorm. Als het onderdeel op sommige plaatsen dunner is dan op andere, zal Cura op sommige plaatsen een ander aantal wanden moeten gebruiken. Deze instelling bepaalt hoe breed het overgangsgebied zal zijn waar een wand wordt toegevoegd of verwijderd. + + + +![Een zeer korte overgang](../../../articles/images/wall_transition_length_0_2.png) +![Een langere overgang](../../../articles/images/wall_transition_length_1_5.png) + +Het overgangsgebied tussen een ander aantal wanden is altijd een beetje een probleem. Dit is het duidelijkst wanneer een enkele lijn in het midden eindigt en de twee omringende wanden de opening moeten opvullen. Ze vullen de ruimte niet meteen en er blijft een leemte. Dit resulteert in kleine gaatjes aan de boven- en onderkant van de printen. Het tegenovergestelde is waar wanneer twee wanden in één samensmelten, zodat ze elkaar een moment overlappen totdat ze samenvloeien. Over-extrusie kan maatonnauwkeurigheden veroorzaken, vooral wanneer het op de buitenwand voorkomt. Dit alles kan worden voorkomen door de overgang zo kort mogelijk te houden. + +Een korte overgang zorgt er echter ook voor dat de nozzle een aantal zeer scherpe bochten maakt om dat gat snel te vullen. Dit leidt tot meer rinkelen, vooral wanneer dit optreedt bij het printen van de buitenwand. Een langere overgang vermindert de versnellingen in de nozzle, vooral als het onder de [Printschok(jerk)](../speed/jerk_print.md) limiet valt. + +Het is logisch om deze lengte in te stellen op 1 of 2 keer de lijndikte. Printers met zwakkere frames of zwaardere printkoppen moeten mogelijk de lengte vergroten, terwijl printers die snel kunnen accelereren zonder overgaan te ervaren, het zich kunnen veroorloven om de overgang te verkorten om de visuele kwaliteit te verbeteren. + +**Deze instelling is niet alleen van toepassing op normale wanden, maar ook op wanden met extra skinen, supportwanden, vullingen en concentrische patronen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/wall_x_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_x_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..8a0e2a530 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/wall_x_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Extruder binnenwand +==== +Als uw printer meerdere extruders heeft, kunt u met een andere extruder alleen de binnenwanden printen. + + +![De binnenwanden zijn blauw geprint, de rest geel.](../../../articles/images/wall_x_extruder_nr.png) + +Het is raadzaam om de binnenwanden te printen met dezelfde extruder als de vulling, de buitenskin of de buitenwanden. Er is geen echte reden om de binnenwanden te printen met een andere extruder dan de rest, behalve misschien voor een interessant visueel effect. De kleur van de binnenwand heeft de neiging om de buitenwand iets door te laten. + +Als de binnenwanden worden geprint met dezelfde extruder als de infill, buitenskin of buitenwand, kunnen ze beter aansluiten op die structuren. Hierdoor ontstaat een stabieler onderdeel. Houd bij het instellen van de extruder voor deze andere structuren rekening met waar u de binnenwanden aan wilt laten binden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset.md b/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset.md new file mode 100644 index 000000000..bdd9f5e2b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Horizontale Uitbreiding +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat het hele model iets breder of smaller wordt. Dit is een compenserende maatregel voor maatonnauwkeurigheden in het printproces. + + + + +![Het originele model](../../../articles/images/xy_offset_neutral.png) +![Horizontaal uitgevouwen, de schroefgaten zijn nu kleiner](../../../articles/images/xy_offset_wider.png) +![Een negatieve waarde verkleint het model en maakt de schroefgaten groter.](../../../articles/images/xy_offset_slimmer.png) + +Een positieve waarde maakt de print vetter. Hierdoor worden de holtes kleiner. Een negatieve waarde maakt de print slanker en vergroot de holtes. + +Als de tolerantie van een print belangrijk is, kan deze instelling erg handig zijn. Door een lichte vervorming van kunststoffen is het mogelijk dat de werkelijke afmetingen van de print niet volledig overeenkomen met de afmetingen van het digitale model. Versterkingsfouten kunnen worden gecompenseerd door het model eenvoudig op de platform te schalen met de schaaltool, maar offsetfouten als gevolg van het printproces kunnen met deze instelling worden gecompenseerd. + +Als je weet dat je printer altijd te breed print door over-extrusie of een onnauwkeurige beweging, dan kun je deze instelling ook gebruiken om dat te compenseren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..cae53dc33 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/xy_offset_layer_0.md @@ -0,0 +1,38 @@ +Eerste laag Horiontale uitbreiding +==== +Deze instelling breidt alleen de eerste laag uit die op de platform (of op het raft) rust. Net als bij [Horizontale uitbreiding](xy_offset.md), breidt een positieve waarde de eerste laag uit, terwijl een negatieve waarde de eerste laag verkleint. + + + +![Het originele model](../../../articles/images/xy_offset_layer_0_original.png) +![De eerste laag wordt verkleind.](../../../articles/images/xy_offset_layer_0_enabled.png) + +De eerste laag wordt vaak geprint op een verwarmt platform, waardoor deze in een enigszins vloeibare toestand blijft om de hechting aan de platform te verbeteren. De eerste laag is meestal ook veel dikker dan de overige lagen. Hierdoor blijft er genoeg tijd en materiaal over om de laag zijwaarts te laten zakken, waardoor het fenomeen "olifantvoet" ontstaat, waarbij de onderkant van de print een iets bredere rand heeft. Met deze instelling kan de olifantvoet worden gecompenseerd door de eerste laag in de eerste plaats dunner te maken. Geef deze instelling een kleine negatieve waarde om de olifantvoet te compenseren. + +U kunt deze instelling ook op een hoge waarde zetten om een pseudo-brim rond uw print te maken die kan worden gecombineerd met andere hechttechnieken zoals het raft. Bedenk dat hierdoor ook de skin wordt uitgerekt, zodat er skin onder de wanden van de tweede laag zit. + +**Het combineren van deze instelling met een rand is niet effectief omdat de rand sowieso een grote rand rond de eerste laag vormt.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_corner.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_corner.md new file mode 100644 index 000000000..a812c63da --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_corner.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Voorkeur van naad en hoek +==== +Met deze instelling kunt u bepalen hoe de naden worden gepositioneerd ten opzichte van de hoeken van uw model. + +Over het algemeen zijn er twee manieren waarop de naad kan worden geplaatst: verborgen in een binnenhoek of zichtbaar in een buitenhoek. Het verbergen van de naad in een binnenhoek heeft over het algemeen de voorkeur omdat de naad daar nauwelijks zichtbaar is. Het is echter ook mogelijk om ze aan een buitenhoek te bevestigen, zodat je de naad met een mes kunt verwijderen of glad kunt schuren met wat schuurpapier als het onderdeel nabewerkt kan worden. + +Dit zijn de beschikbare opties voor deze instelling en hun effecten. +* **Geen:** Er is geen voorkeurshoek. De naad is gekozen om zo goed mogelijk te voldoen aan de vereisten voor [Uitlijning Z-naad](z_seam_type.md). +* **Naad verbergen:** Dit verbergt de naad bij voorkeur in een binnenhoek. Als Z-naaduitlijning is ingesteld op "Scherpste hoek", wordt altijd de binnenste hoek gekozen. Als deze is ingesteld op "Kortst", wordt een binnenhoek gekozen die zich in de buurt van de huidige positie van de spuitmond bevindt wanneer deze de contour start. +* **Naad zichtbaar maken:** Hierdoor wordt de naad bij voorkeur op een buitenhoek zichtbaar. Als de Z-naadverstelling is ingesteld op "Scherpste hoek", wordt altijd de scherpste buitenhoek geselecteerd. Indien ingesteld op "Kortste", wordt een buitenhoek geselecteerd die zich in de buurt van de huidige positie van nozzle bevindt wanneer het de contour begint. +* **Naad verbergen of zichtbaar maken:** Hiermee wordt een naad op een scherpe rand gemaakt, of het nu een binnen- of buitenhoek is, zolang het maar niet tegen een vlakke wand is. + +* **Slim verbergen:** Hiermee wordt de naad op een scherpe hoek geplaatst, net als "Naad verbergen of zichtbaar maken", maar binnenhoeken worden vaker gekozen dan buitenhoeken als er binnenhoeken beschikbaar zijn in de contour. Als er geen binnenhoeken zijn, kiest het een buitenhoek. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_position.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_position.md new file mode 100644 index 000000000..d0118391d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_position.md @@ -0,0 +1,72 @@ +Z-naadpositie +==== +Als de positie van de naad is ingesteld op "Aangepast" in de instelling [Uitlijning Z-naad](z_seam_type.md), wordt de naad geplaatst in de richting gespecificeerd door de instelling. + + + + + +![De naad zit aan de linkerkant](../../../articles/images/z_seam_x_left.png) +![De naad zit aan de achterkant](../../../articles/images/z_seam_y_back.png) +![De naad zit aan de rechterkant.](../../../articles/images/z_seam_x_right.png) +![De naad zit aan de voorkant](../../../articles/images/z_seam_y_front.png) + +Er zijn acht verschillende richtingen beschikbaar voor de positie van de naad. Het is het beste om een positie voor de naad te kiezen die moeilijk te zien is in het uiteindelijke object, dus het hangt sterk af van het ontwerp van uw model. Het is meestal het beste om een positie van de naad te kiezen die zich in een binnenhoek bevindt, maar als zo'n hoek niet beschikbaar is, kunt u ook een positie kiezen die na het printen gemakkelijk met een mes kan worden weggesneden. + +**De naad wordt zo dicht mogelijk bij de positie geplaatst die is opgegeven door de instellingen [Z-Naad X](z_seam_x.md) en [Z-Naad Y](z_seam_y.md). Dit is een eenvoudige instelling die de coördinaten intuïtiever instelt.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_relative.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_relative.md new file mode 100644 index 000000000..fd6ae2cbd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_relative.md @@ -0,0 +1,74 @@ +Relatieve Z-naad +==== +Als de naad op een aangepaste locatie wordt geplaatst volgens de instelling [Uitlijning Z-naad](z_seam_type.md), kunt u coördinaten invoeren voor de locatie van de naad. Meestal geven deze coördinaten een locatie op de platform aan, b.v. de achterkant van de printer. Als deze instelling is geactiveerd, worden deze coördinaten genomen ten opzichte van de positie van het model. + + + +![Uitgeschakeld: de coördinaten wijzen naar een absolute positie in het midden van de platform, dus alle witte strepen wijzen naar het midden](../../../articles/images/z_seam_relative_disabled.png) +![Ingeschakeld: De coördinaten zijn relatief ten opzichte van het model, dus elk model heeft de witte strepen in dezelfde hoek.](../../../articles/images/z_seam_relative_enabled.png) + +Wanneer een mesh op de platform wordt gedupliceerd, zorgt deze instelling ervoor dat de naad voor elk van de duplicaten op exact dezelfde plaats wordt geplaatst, in plaats van naar hetzelfde punt op de platform te wijzen. Hierdoor kunt u elk exemplaar op exact dezelfde manier printen, ongeacht de positie op de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_type.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_type.md new file mode 100644 index 000000000..ca146680e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_type.md @@ -0,0 +1,73 @@ +Uitlijning Z-naad +==== +Met deze instelling kunt u specificeren waar de naad van elke contour moet worden geplaatst. Er zijn verschillende opties beschikbaar om u nauwkeurige controle te geven over de plaatsing van de naad om de effecten te minimaliseren of om het gemakkelijker te maken om de naad te verwijderen tijdens de nabewerking. + +De naad is het punt waar de print van de contour begint en eindigt. Zelfs als het pad van de nozzle een gesloten cirkel is, zal er een naad blijven waar extrusie begint en eindigt, aangezien het printproces nooit helemaal nauwkeurig is. Met deze instelling kan de zichtbaarheid van de naad worden geminimaliseerd door deze ergens te verbergen of te verspreiden. + +Aangepast +---- +![Aangepast](../../../articles/images/z_seam_type_user.png) + +Met deze optie kunt u handmatig een locatie selecteren. De naad wordt in de hoek geplaatst die zich het dichtst bij de geselecteerde positie bevindt. Hierdoor liggen de hoeken meestal heel dicht bij elkaar, waardoor de naad makkelijk weg te knippen is. Bovendien kan de positie van de naad nauwkeurig worden bepaald. + +Standaard is een locatie aan de achterkant van de print geselecteerd. Het idee is dat gebruikers de voorkant van hun modellen naar de voorkant van de printer hebben gericht, zodat een positie op de achterkant de naad beter verbergt. + + +Kortste +---- +![Kortste](../../../articles/images/z_seam_type_shortest.png) + +Deze optie minimaliseert eenvoudig de verplaats bewegingen naar de naad zonder de naad op een specifieke locatie te plaatsen. Omdat de route korter is, bespaar je wat tijd op de routes. De naad wordt ook iets kleiner omdat er minder slib wordt geplaatst waar de nozzle op de contour terechtkomt. + +De gewenste hoek heeft toch de voorkeur door een hoek dicht bij de nozzle te kiezen. Het kiest niet de dichtstbijzijnde hoek, maar gebruikt een berekende voorkeur om de verplaats bewegingen een beetje te minimaliseren, maar ook om een geschikte hoek te gebruiken voor de [Voorkeur van naad en hoek](z_seam_corner.md) instelling. + + +Toeval +---- +![random](../../../articles/images/z_seam_type_random.png) + +Voor de naad wordt een willekeurige plek rond de rand gekozen. Deze willekeurige plek wordt in elke laag veranderd, zodat de naad redelijk gelijkmatig over het model wordt verdeeld. Omdat de naden van de verschillende lagen elkaar niet raken, zal de naad nauwelijks zichtbaar zijn. Het oppervlak ziet er over het algemeen echter wat rommeliger uit. + + +Scherpste rand +---- +![Scherpste rand](../../../articles/images/z_seam_type_sharpest.png) + +De naad wordt in de scherpste rand van de gehele contour geplaatst, afhankelijk van de randvoorkeur die is geselecteerd in de instelling [Voorkeur van naad en hoek](z_seam_corner.md). Dit kan resulteren in grotere verplaats bewegingen, maar zorgt ervoor dat de naad maximaal wordt verborgen of blootgelegd, afhankelijk van de voorkeur die is ingesteld voor de randen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_x.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_x.md new file mode 100644 index 000000000..439cb1c6e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_x.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Z-naad X +==== +Als de positie van de naad is ingesteld op "Aangepast" in de instelling [Uitlijning Z-naad](z_seam_type.md), wordt de naad gemaakt in de buurt van de positie die is ingesteld met de Z Seam X en [Z-naad Y](z_seam_y .md ) opgegeven positie. + + + +![De naad zit aan de linkerkant](../../../articles/images/z_seam_x_left.png) +![De naad zit aan de rechterkant.](../../../articles/images/z_seam_x_right.png) + +Deze instelling specificeert een absolute positie op de platform wanneer [Relatieve Z-naad](z_seam_relative.md) is uitgeschakeld, of een positie ten opzichte van het midden van het model wanneer Z Seam Realism is ingeschakeld. Als de positie absoluut is, bevindt de coördinaat zich in het g-code-coördinatensysteem, dat verschilt van de coördinaten die Cura weergeeft voor objectplaatsing. + +Het is logisch om een plek voor de naad te kiezen die nauwelijks zichtbaar is wanneer je print klaar is. Als zo'n plek niet beschikbaar is of na het printen kan worden bewerkt, kun je de naad op een plek leggen waar deze gemakkelijk met een mes kan worden afgesneden of geschuurd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_y.md b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_y.md new file mode 100644 index 000000000..a3002b166 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/shell/z_seam_y.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Z-naad Y +==== +Wanneer de positie van de naad is ingesteld op "Aangepast" in de [Uitlijning Z-naad](z_seam_type.md) instelling, komt de naad dicht bij die met de [Z-naad X](z_seam_x.md) en Z Seam instellingen Y gespecificeerd positie. + + + +![De naad zit aan de voorkant](../../../articles/images/z_seam_y_front.png) +![De naad zit aan de achterkant](../../../articles/images/z_seam_y_back.png) + +Deze instelling specificeert een absolute positie op de platform wanneer [Relatieve Z-naad](z_seam_relative.md) is uitgeschakeld, of een positie ten opzichte van het midden van het model wanneer Z Seam Relatief is ingeschakeld. Als de positie absoluut is, bevindt de coördinaat zich in het g-code-coördinatensysteem, dat verschilt van de coördinaten die Cura weergeeft voor objectplaatsing. + +Het is logisch om een plek voor de naad te kiezen die nauwelijks zichtbaar is wanneer je print wordt gemaakt. Als zo'n plek niet beschikbaar is of na het printen kan worden bewerkt, kun je de naad op een plek printen waar deze gemakkelijk met een mes kan worden afgesneden of geschuurd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..594c3713a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_enabled.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Acceleratieregulering Inschakelen +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat Cura bepaalt hoe snel de printkop moet accelereren. Net als een auto moet de printkop accelereren om van snelheid te veranderen. Normaal gesproken bepaalt de printer zelf hoe snel de printkop van richting en snelheid moet veranderen, maar als deze instelling is ingeschakeld, kan Cura daarvoor zorgen, waardoor u verschillende acceleratiesnelheden kunt hebben voor elk kenmerk van een print. + +![Een grafiek van snelheid (V) versus tijd als een nozzle heen en weer beweegt. acceleratie is de helling van de lijn bij het starten, stoppen of veranderen van richting.](../../../articles/images/velocity_acceleration_jerk.svg) + +* Hogere acceleratie zorgt ervoor dat de printkop sneller de gewenste snelheid bereikt. Dit maakt de print sneller, vooral bij het printen van kleine onderdelen, maar introduceert ook meer trillingen. Deze trilling vermindert de maatnauwkeurigheid en leidt tot rimpelen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_infill.md new file mode 100644 index 000000000..8b5a010f1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_infill.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Vulacceleratie +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt terwijl de vulling wordt geprint. De acceleratie tijdens het vullen kan op een ander tempo worden ingesteld dan bij de rest van de print. + +Aangezien de vulling zich aan de binnenkant bevindt waar deze niet zichtbaar is, heeft het aanpassen van de vulversnelling meestal weinig effect op de visuele kwaliteit van de print. Vullijnen zijn meestal lange rechte lijnen die met hoge snelheid worden geprint en verbonden door scherpe hoeken. acceleratie heeft een grote impact op de printtijd van deze lijnen. Daarom is het gebruikelijk om de acceleratie voor opvullingen iets hoger in te stellen dan de acceleratie voor de rest van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..3f7f74cc5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Acceleratie eerste laag +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de eerste laag. De acceleratie tijdens de eerste laag kan op een andere snelheid worden ingesteld dan voor de rest van de print. + +Terwijl de wanden, platformadhesie, onderzijden, support en opvulling allemaal verschillende acceleratiesnelheden kunnen hebben, lopen ze in de eerste laag allemaal met dezelfde snelheid. De acceleratiesnelheid van de eerste laag heft de acceleratiesnelheden van de afzonderlijke structuren op. De bewegingen kunnen nog steeds een andere acceleratie hebben dan de extrusiebewegingen vanwege de instellingen [Bewegingsacceleratie Eeerste laag](acceleration_travel_layer_0.md) en [Printacceleratie Eerste laag](acceleration_print_layer_0.md). De instelling [Acceleratie Skirt/Brim](acceleration_skirt_brim.md) heeft ook voorrang op de printversnelling van de eerste laag. + +Als u met hoge acceleratie print, kunnen trillingen via de printer worden doorgegeven. Deze trillingen kunnen er met name voor zorgen dat de platform op en neer gaat oscilleren, wat de hechting van de print aan de platform nadelig beïnvloedt. Het verminderen van de acceleratie voor de eerste laag kan trillingen in dit kritieke deel van het printproces verminderen. Het printen duurt echter langer en het te veel verminderen van de acceleratiesnelheden kan resulteren in ongelijkmatige extrusie in de hoeken, wat ook een negatieve invloed heeft op de hechting van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_prime_tower.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_prime_tower.md new file mode 100644 index 000000000..213632255 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_prime_tower.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Accerelatie Primepijler +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de primepijler. De acceleratie tijdens de primepijler kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de rest van de print. + +Wanneer de primepijler met een hogere acceleratie wordt geprint, is de extrusie iets consistenter, waardoor een betere voorbereiding mogelijk is. Het bespaart ook printtijd. De primepijler kan echter gemakkelijker kantelen als deze erg hoog wordt en de printer hevig trilt tijdens het printproces. + + \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print.md new file mode 100644 index 000000000..ff33a37db --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printacceleratie +==== +Hoe snel de printkop kan accelereren naar de gewenste snelheid bij het starten, stoppen of van richting veranderen. Net als een auto moet de printkop versnellen om van snelheid of richting te veranderen. + +![Een grafiek van snelheid (V) versus tijd als een nozzle heen en weer beweegt. acceleratie is de helling van de lijn bij het starten, stoppen of veranderen van richting.](../../../articles/images/velocity_acceleration_jerk.svg) + +Een hogere acceleratie zorgt ervoor dat de printkop eerder de gewenste snelheid en richting bereikt. Dit maakt de print sneller, vooral bij het printen van kleine onderdelen, maar zorgt ook voor meer trillingen. Deze trilling vermindert de maatnauwkeurigheid en leidt tot rimpellen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..192ef77a0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_print_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printacceleratie Eerste Laag +==== +Deze instelling regelt hoe snel nozzle versnelt in verschillende richtingen bij het extruderen in de eerste laag. De acceleratie tijdens de eerste laag kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de rest van de print en de acceleratie tijdens de extrusiebewegingen kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de acceleratie tijdens de verplaatsingsbewegingen. + +Terwijl de wanden, platformgrip, vloeren, support en opvulling allemaal verschillende acceleratiesnelheden kunnen hebben, lopen ze in de eerste laag allemaal met dezelfde acceleratie. De acceleratiesnelheid van de eerste laag heft de acceleratiesnelheden van de afzonderlijke structuren op. De instelling [Acceleratie Skirt/Brim](acceleration_skirt_brim.md) overschrijft de printacceleratie van de eerste laag. + +Als u met hoge acceleratie print, kunnen trillingen via de printer worden doorgegeven. Deze trillingen kunnen er met name voor zorgen dat de platform op en neer gaat oscilleren, wat de hechting van de print aan de platform nadelig beïnvloedt. Het verminderen van de acceleratie voor de eerste laag kan trillingen in dit kritieke deel van het printproces verminderen. Het printen duurt echter langer en het te veel verminderen van de acceleratiesnelheden kan resulteren in ongelijkmatige extrusie in de hoeken, wat ook een negatieve invloed heeft op de hechting van de platform. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_roofing.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_roofing.md new file mode 100644 index 000000000..a868ee47d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_roofing.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Accelleratie bovenskin +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de bovenkant. acceleratie tijdens de top kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de rest van de skin. + +Door de acceleratie tijdens het printen van de top te verminderen, kan een betere waterdichtheid worden bereikt terwijl de printtijd niet zo veel wordt beïnvloed als wanneer de hele top wordt aangepast. + +Door de acceleratie te verminderen, worden ook trillingen in de printer verminderd. Afhankelijk van de structuur van je 3D-printer kunnen deze trillingen er ook voor zorgen dat de platform gaat trillen en het oppervlak oneffen wordt. Het verminderen van de acceleratie kan dit voorkomen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_skirt_brim.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_skirt_brim.md new file mode 100644 index 000000000..54346cfa8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_skirt_brim.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Acceleratie Skirt/Brim +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de skirt of brim. De acceleratie tijdens de skirt of brim kan op een andere snelheid worden ingesteld dan voor de rest van de print. Hoewel de skirt en brim altijd alleen in de eerste laag worden geprint, heeft deze instelling voorrang op de instelling [Eerste laag printversnelling](acceleration_print_layer_0.md). Ze worden geprint met de acceleratie die is ingesteld met deze instelling en niet met de instelling van de eerste laag in het algemeen. + +Door de printsnelheid van de brim te verminderen, kunnen trillingen worden verminderd en de hechting van de brim aan de platform worden verbeterd, waardoor de effectiviteit van de brim wordt vergroot met lage printtijdkosten. + +Het effect van acceleratie op de skirt en brim is echter meestal erg klein, omdat deze bestaan uit lijnen met zachte rondingen. acceleratie wordt vaak volledig afgehandeld door de instelling [Schok Skirt/Brim](jerk_skirt_brim.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support.md new file mode 100644 index 000000000..9fc75790b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Snelheid Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de drager. De acceleratie tijdens support kan op een andere snelheid worden ingesteld dan voor de rest van de print. + +Door de acceleratiesnelheid te verhogen, print de printer de support in het algemeen sneller af, maar ook minder zorgvuldig. Hoewel dit de printtijd verkort, vergroot het ook de kans dat de printer de support omstoot en de supportstructuur verzwakt. Meestal wordt de drager geprint met een hogere acceleratie dan de rest van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_bottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_bottom.md new file mode 100644 index 000000000..b6204b370 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_bottom.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Accerelatie supportvloer +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de supportvloer. De acceleratie op de supportvloer kan op een andere snelheid worden ingesteld dan het supportdak. + +Hoewel de nauwkeurigheid van de prop-interface belangrijk is voor een goede overhangkwaliteit en ook hoe goed de prop aan het model blijft kleven en hoeveel sporen het achterlaat, is voor de propbodem de kwaliteit van de overhang geen probleem. Het kan gunstig zijn om de acceleratie van de supportvloer iets hoger te houden dan die van het supportdak om wat printtijd te besparen. Te veel acceleratie kan echter extra littekens veroorzaken en de stabiliteit van de support die erop rust beïnvloeden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_infill.md new file mode 100644 index 000000000..fa125c42c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_infill.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Acceleratie Supportvulling +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt tijdens het printen van het grootste deel van de ondersteuning. acceleratie tijdens het vullen van de ondersupporting kan worden ingesteld op een andere snelheid dan de supportstructuur. + +Naarmate u de acceleratiesnelheid verhoogt, drukt de printer de ondersteuning in het algemeen sneller af, maar ook minder zorgvuldig. Hoewel dit de printtijd verkort, vergroot het ook de kans dat de printer de support omstoot en de supportstructuur verzwakt. Meestal wordt de drager geprint met een hogere acceleratie dan de rest van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_interface.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_interface.md new file mode 100644 index 000000000..3ee932b19 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_interface.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Acceleratie Verbindingsstructuur +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de supporstructuur. acceleratie tijdens de supportstructuur kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de rest van de support. + +Als de printer zwaar trilt omdat nozzle in verschillende richtingen versnelt tijdens het printen van de supportstructuur, volgt de structuur mogelijk de vorm van het model niet erg nauwkeurig. Hierdoor kan de support op sommige plaatsen steviger aan de print hechten, waardoor er een litteken of deuk in de print achterblijft. Elders ondersupportt de support het model mogelijk niet zo goed, wat resulteert in een lelijke overhang. Het verminderen van de acceleratie kan helpen bij dit probleem, maar zal de printtijd verlengen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_roof.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_roof.md new file mode 100644 index 000000000..150197d33 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_support_roof.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Accerelatie supportdak +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van het supportdak. De acceleratie bij het supportdak kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de supportvloer. + +Het supportdak is vatbaarder voor onnauwkeurig printen, omdat dit rechtstreeks van invloed is op de kwaliteit van de overhang. Als u het supportdak instelt op een lagere acceleratiesnelheid dan de supportvloer, kunt u een betere overhangkwaliteit krijgen met dezelfde printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_topbottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_topbottom.md new file mode 100644 index 000000000..ea3d7f59e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_topbottom.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Acceleratie Boven-/Onderkant +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de boven- en onderkant van het object. De acceleratie voor de boven- en onderkant kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de rest van de print. + +Het verhogen van de acceleratie ten opzichte van de rest van het printproces kan tijd besparen. Omdat de boven- en onderkant meestal uit lange rechte lijnen bestaan, kan de nozzle daar grote snelheden bereiken. nozzle moet ook scherpe hoeken produceren met het lijnpatroon dat typerend is voor de skin, wat een hoge acceleratie vereist. Een hogere acceleratie zorgt er echter ook voor dat de printer meer trilt, maar de nauwkeurigheid van de boven- en onderkant is meestal geen obstakel omdat ze omgeven zijn door wanden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel.md new file mode 100644 index 000000000..1477e8f6b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Bewegingsaccerelatie +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt terwijl het over het bouwvolume beweegt. De acceleratie tijdens beweging kan op een andere snelheid worden ingesteld dan bij het extruderen van het materiaal. + +Verplaatsbewegingen zijn vaak extreem snel en kunnen vrij lange, rechte lijnen zijn. Hierdoor kan de nozzle hoge snelheden bereiken, waardoor acceleratie een belangrijke factor is in de printtijd. Omdat de printer tijdens deze reizen geen materiaal extrudeert, heeft eventuele trilling van de printer geen echt effect op de print. Daarom moet de bewegingsaccerelatie redelijk hoog worden ingesteld om printtijd te besparen. + +Als de acceleratie te hoog wordt ingesteld, kunnen de motoren enkele stappen verliezen, wat kan leiden tot laagverschuivingen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..7e813a3c2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_enabled.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Bewegingsacceleratie inschakelen +==== +Als deze parameter is geactiveerd, hebben de bewegingen hun eigen acceleratiesnelheid. De parameter [Bewegingsacceleratie](acceleration_travel.md) regelt vervolgens de snelheid van acceleratie tijdens het verplaatsen. + +De waarde van de acceleratie tijdens de beweging zal de waarde aannemen van de lijn die zal worden geprint op de bestemming van de beweging. Als u bijvoorbeeld naar infill beweegt, is de acceleratie tijdens het verplaatsen [Vulacceleratie](acceleration_infill.md). Wanneer het richting de buitenwand gaat, is de acceleratie [Buitenwandacceleratie](acceleration_wall_0.md). Op deze manier zal het gevoeligere structuren met een beetje meer voorzichtigheid benaderen dan andere structuren. + +Deze instelling is standaard ingeschakeld, zodat u de acceleratie tijdens het verplaatsen kunt regelen. Dit is in de meeste situaties een goede zaak, omdat een grotere verplaatsingsversnelling tijd kan besparen, terwijl een dergelijke hoge acceleratie [Rimpellen](../troubleshooting/ringing.md) zou veroorzaken wanneer het wordt gebruikt om te printen. + +Er zijn echter twee redenen waarom u het misschien wilt uitschakelen: + +* Om de snelheid van verplaatsingsversnellingen te veranderen, verandert Cura de acceleratie in beide richtingen heel vaak. Het schakelt vaak van extruderen naar verplaatsen, vooral bij bepaalde vulpatronen en bij kleine wanddetails. De controller moet deze commando's verwerken en kan de benodigde berekeningen mogelijk niet volgen. Het uitschakelen van bewegingsversnellingen vermindert dit probleem. +* Toenemende verplaatsingsversnellingen zorgen ervoor dat de printer veel gaat trillen. Deze trillingen zijn nog niet volledig gestopt aan het einde van de verplaatsing wanneer de print moet beginnen. Het kan ook een rimpeling veroorzaken aan het einde van een lijn. Door de verplaatsingsversnelling uit te schakelen, zal nozzle gevoelige structuren in de print (zoals de buitenwand) voorzichtiger benaderen dan minder gevoelige structuren (zoals de vulling). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..5f6359303 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_travel_layer_0.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Bewegingsaccerelatie Eerste Laag +==== +Deze instelling regelt hoe snel nozzle versnelt in verschillende richtingen als het versnelt tijdens de eerste laag. De acceleratie tijdens de beweging in de eerste laag kan op een andere snelheid worden ingesteld dan de beweging in de rest van de print of de extrusiebewegingen van de eerste laag. + +Printen met hoge acceleratiesnelheden kan ertoe leiden dat trillingen via de printer worden overgedragen. Deze trilling kan er met name voor zorgen dat de platform op en neer oscilleert, waardoor nozzle de platform kan raken en de printer kan worden beschadigd. De trillingen kunnen zelfs na beweging tijdens extrusie aanhouden, wat de hechting tussen het model en de platform nadelig beïnvloedt. Minder acceleratie van bewegingen tijdens de eerste laag in vergelijking met andere lagen kan deze effecten voorkomen. Om tijd te besparen kan de acceleratie tijdens de beweging in de eerste laag echter nog hoger zijn dan tijdens de extrusiebewegingen van de eerste laag, aangezien trillingen meestal alleen een probleem zijn tijdens extrusie. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall.md new file mode 100644 index 000000000..78b18e5b2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Wandacceleratie +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de wanden. De acceleratie tijdens het printen van de wanden kan op een ander tempo worden ingesteld dan bij de rest van het printen. + +De acceleratieinstelling heeft een grote invloed op de maatnauwkeurigheid van de print.Hoge acceleratiesnelheden veroorzaken trillingen in de hele printer. Deze trillingen zijn terug te zien in de print. Omdat de wanden van buitenaf duidelijk zichtbaar zijn, is het gebruikelijk om de wanden langzamer te printen dan de rest van de print, maar dit verlengt de printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_0.md new file mode 100644 index 000000000..0a084a0dc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_0.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Buitenwandacceleratie +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de buitenwanden. De acceleratie op de buitenwanden kan op een andere snelheid worden ingesteld dan op de binnenwanden. + +Het aanpassen van de acceleratie hier heeft grote invloed op de maatnauwkeurigheid van de print. Hoge acceleratiesnelheden veroorzaken trillingen in de hele printer. Deze trillingen zijn terug te zien in de print. Omdat de buitenwanden van buitenaf goed zichtbaar zijn, is het gebruikelijk om de buitenwanden met een lagere acceleratie te printen dan de binnenwanden. Dit verhoogt echter de printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_x.md b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_x.md new file mode 100644 index 000000000..b4dff5a67 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/acceleration_wall_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Binnenwandacceleratie +==== +Deze instelling bepaalt hoe snel nozzle in verschillende richtingen versnelt bij het printen van de binnenwanden. De acceleratie op de binnenwanden kan op een andere snelheid worden ingesteld dan op de buitenwanden. + +Acceleratieaanpassing beïnvloedt de maatnauwkeurigheid en de algehele printuniformiteit. Hoge acceleratiesnelheden veroorzaken trillingen in de hele printer. Deze trillingen zijn terug te zien in de print. De binnenwanden zijn van buitenaf niet zichtbaar, behalve de boven- en onderkant, maar als ze vóór de buitenwanden worden geprint, zullen de buitenwanden meer naar buiten worden geduwd waar de binnenwanden onnauwkeurig werden geprint. Als de buitenwanden eerst worden geprint, is het effect van de acceleratie van de binnenwand minder zichtbaar, maar nog steeds aanwezig omdat de buitenwand opnieuw wordt gesmolten als de nozzle passeert. + +Het is gebruikelijk om de binnenwanden met een hogere acceleratie printen dan de buitenwanden om printtijd te besparen, maar met een lagere acceleratie dan de rest van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..a45975a12 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_enabled.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Schok (jerk) regulering Inschakelen +==== +De jerk bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de bochten kan. Wanneer jerk control is ingeschakeld, bepaalt Cura hoeveel jerk moet worden toegepast tijdens de verschillende delen van de print. Indien uitgeschakeld, kiest de printerfirmware een schokwaarde. De schokwaarde van de printer is meestal vrij hoog om de slicer meer controle te geven, maar hij heeft mogelijk meer informatie over zijn eigen hardware dan Cura. + +![De relatie tussen snelheid, acceleratie en schok](../../../articles/images/velocity_acceleration_jerk.svg) + +**Een schok in 3D-printen is niet hetzelfde als een schok in de natuurkunde.** De term 'schok (jerk)' is geïntroduceerd door Marlin. Het werd daar ontwikkeld als een remedie voor het inherente probleem om een traject perfect te volgen. Aangezien nozzle (theoretisch) niet van het pad mag afwijken, zou het in elke hoek moeten vertragen tot 0 mm/s. Dit zou uw print verpesten, omdat vertragen tot 0 mm/s een klodder in elke hoek zou veroorzaken. nozzle mag niet buigen om hoeken af te snijden of doorschieten. In plaats daarvan laat Marlin de snelheidsvector onmiddellijk veranderen op elke hoek. De grootte van deze verandering in snelheidsvector wordt "schok" genoemd. + +Dus de schok is de maximale momentane verandering in snelheid die optreedt bij elke hoek van de beweging. + +Niet-Marlin-gebaseerde firmware, zoals de Sailfish-firmwarefamilie, negeert veranderingen in jerk. Deze instelling heeft dan geen effect. + +Voorbeeld van de wiskunde van de schok (jerk) +---- +Laten we als voorbeeld een heel eenvoudige print nemen: eerst 100 mm naar rechts, dan 100 mm naar beneden. De printsnelheid is ingesteld op 50 mm/s. acceleratie is ingesteld op 1000 mm/s^2. De schok is ingesteld op 10 mm/s. Dat zal gebeuren: +1. Aan het begin van een print heeft Marlin de helft van de schokwaarde nodig om te starten, dus theoretisch versnelt het onmiddellijk naar 5 mm/s. +2. Met een acceleratie van 1000 mm/s^2 duurt het 0,045 s om van 5 mm/s naar de maximale snelheid van 50 mm/s te accelereren. Gedurende deze tijd beweegt nozzle 1.2375 mm. +3. De nozzle beweegt een tijdje met de maximale printsnelheid van 50 mm/sec. +4. Marlin berekent hoe snel de nozzle door de hoek kan gaan: De nozzle maakt een hoek van 90 graden, eerst naar rechts, dan naar beneden. Om deze snelheidsverandering te beperken, gaat hij de hoek naar rechts in bij cos(90/2) * (10/2) mm/s en terug naar beneden bij cos(90/2) * (10/2) mm/s rijden uit. Hij gaat dus met ongeveer 7,07 mm/s door de hoek. +5. Het duurt 0,043 s om te vertragen van een snelheid van 50 mm/s naar 7,07 mm/s. +6. De bocht wordt genomen met een onmiddellijke snelheidsverandering. De absolute waarde van het verschil tussen de vectoren [7,07, 0] en [0, 7,07] is precies 10 mm/s, zodat de kromme direct kan worden doorlopen. +7. Het duurt 0,043 s om te versnellen van 7,07 mm/s naar 50 mm/s. +8. De nozzle draait weer een tijdje op de maximale printsnelheid van 50 mm/s. +9. Tegen het einde van het printproces wordt nozzle vertraagd van 50 mm/s naar 0 mm/s in 0,05 s. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_infill.md new file mode 100644 index 000000000..0444f86da --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_infill.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Vulschok +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de vulling. Dit kan apart van de rest van de print worden geconfigureerd. + +Omdat de vulling normaal gesproken niet zichtbaar is van buitenaf, kan deze met een grotere schok worden geprint zonder veel moeite om wat druktijd te besparen. De printer zal meer trillen, maar dit is nauwelijks merkbaar. De nozzle kan echter ook een beetje doorschieten in de hoek. Vooral bij het printen van de vulling voor de wanden kan deze overshoot het vulpatroon van buitenaf beter zichtbaar maken. + +Omgekeerd kan het verminderen van de schok ervoor zorgen dat uw druk toeneemt. De nozzle brengt meer tijd door in de hoeken waar de vulling de wanden raakt en creëert daar dus een dikkere lijn. Door deze bredere lijn hecht de vulling beter aan de wanden, waardoor het geheel sterker wordt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..e23b777e1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_layer_0.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Schok (Jerk) Eerste Laag +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan terwijl de eerste laag wordt geprint. Deze aanpassing kan afzonderlijk van de andere lagen worden gedaan. + +Wanneer u met hoge snelheid door scherpe hoeken print, is het niet alleen de printkop die horizontaal trilt. Het kan er ook voor zorgen dat de platform verticaal gaat trillen. Dit heeft een negatief effect op de hechting van het platform. Als je tijdens de eerste laag wat voorzichtiger door de hoeken gaat, kun je een meer gelijkmatige hechting van het platform krijgen, maar het printen duurt langer. + +Bovendien zorgt het verminderen van de schok er meestal voor dat de printer meer materiaal in scherpe hoeken deponeert, omdat nozzle langzamer gaat en er enige vertraging optreedt in de materiaaldoorvoer wanneer de doorvoer wordt verminderd. Deze scherpe hoeken zijn vaak de plaatsen waar de print door vervorming voor het eerst loslaat van de platform. Het is daarom voordelig om in deze hoeken iets meer materiaal aan te brengen, omdat de hoeken dan beter hechten. + +De afzonderlijke printstructuren kunnen allemaal verschillende schokwaarden hebben. Er zijn aparte instellingen voor de invulling, bodem, buiten- en binnenwanden, support en primepijler. Deze instelling heeft voorrang op al deze instellingen. Alleen de instelling [Schok Skirt/Brim](jerk_skirt_brim.md) overschrijft deze schok, aangezien skirt en brim alleen in de eerste laag kunnen voorkomen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_prime_tower.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_prime_tower.md new file mode 100644 index 000000000..8a737852f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_prime_tower.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok Primepijler +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de primepijler. Dit kan apart van de rest van de print worden geconfigureerd. + +Het verminderen van de schok vermindert de trillingen die door de printer gaan bij het printen van de primepijler. Dit kan het risico op kantelen van de primepijler verkleinen. + + \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print.md new file mode 100644 index 000000000..90720615d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Printschok (jerk) +==== +De jerk bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de bochten kan. Bij hoge schokniveaus zal nozzle niet zo veel vertragen bij het naderen van een bocht, wat resulteert in een meer constante snelheid maar ook meer trillingen. + +**Schok (Jerk) in 3D-printen is niet hetzelfde als jerk in de natuurkunde.** De term 'jerk(schok)' is geïntroduceerd door Marlin. Het werd daar ontwikkeld als een remedie voor het inherente probleem om te proberen een pad perfect te volgen. Aangezien nozzle (theoretisch) niet van het pad mag afwijken, zou het in elke hoek moeten vertragen tot 0 mm/s. Dit zou uw print verpesten, omdat vertragen tot 0 mm/s een klodder in elke hoek zou veroorzaken. nozzle mag niet buigen om hoeken af te snijden of doorschieten. In plaats daarvan laat Marlin de snelheidsvector onmiddellijk veranderen op elke hoek. De grootte van deze verandering in snelheidsvector wordt "Schok" genoemd. Dus de schok is de maximale momentane verandering in snelheid op elke hoek van de beweging. + +Het verhogen van de jerk heeft een aantal positieve en enkele negatieve effecten op je druk: +* De printtijd wordt verkort doordat de nozzle minder vertraagt in de hoeken. +* Doordat de nozzle niet afremt tot stilstand, krijg je minder klodders in de hoeken. nozzle beweegt in een meer constant tempo, zodat het niet in de hoek blijft hangen terwijl het materiaal uit de opening blijft stromen. +* De printer trilt over het algemeen meer bij elke hoek omdat de printkop de instructie krijgt om onmiddellijk van richting te veranderen met een theoretisch oneindige acceleratie. Deze trillingen hebben de neiging om hobbels in uw print te veroorzaken, wat resulteert in verminderde maatnauwkeurigheid. +* Bij extreme waarden bestaat de kans dat je motoren wat stappen in de bochten verliezen, waardoor er een laagverschuiving kan ontstaan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..262ceb111 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_print_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Printschok Eerste Laag +==== +Deze instelling regelt de snelheid waarmee nozzle door hoeken kan gaan terwijl de eerste laag wordt geëxtrudeerd. Dit kan apart van de verplaatsingen tijdens de eerste laag worden geconfigureerd. + +Het verminderen van de schok zal ervoor zorgen dat de printer meer materiaal in scherpe hoeken afgeeft naarmate de nozzle langzamer gaat, terwijl wanneer de doorvoer wordt verminderd, er enige vertraging in de materiaaldoorvoer zal zijn. Deze scherpe hoeken zijn vaak de plaatsen waar de print door vervorming voor het eerst loslaat van de platform. Het is dan gunstig om in deze hoeken extra materiaal aan te brengen omdat het ervoor zorgt dat de hoeken beter hechten. Dit effect treedt niet op tijdens de bewegingen van de eerste laag. Om deze reden is de schok tijdens het extruderen van de eerste laag meestal iets minder dan de ruk tijdens de verplaatsingsbewegingen van de eerste laag. + +De afzonderlijke printstructuren kunnen allemaal verschillende schokwaarden hebben. Er zijn aparte instellingen voor de invulling, bodem, buiten- en binnenwanden, support en primepijler. Deze instelling heeft voorrang op al deze instellingen. Alleen de instelling [Schok Skirt/Brim](jerk_skirt_brim.md) overschrijft deze jerk, aangezien skirt en brim alleen in de eerste laag kunnen voorkomen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_roofing.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_roofing.md new file mode 100644 index 000000000..08a6a75c7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_roofing.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Schok bovenskin +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de top oppervlakken. Dit kan apart van de rest van de laag worden geconfigureerd. + +Door de schok voor dit deel van de print te vergroten, wordt voorkomen dat de nozzle vastloopt in de hoeken tussen aangrenzende bovenlijnen. Dit maakt de totale lijnbreedte gelijkmatiger. Dit heeft een grotere impact wanneer de lijnbreedte veel kleiner is dan de grootte van de nozzle, wat een veelvoorkomend gebruik is voor de bovenzijde. Als u de schok echter te veel opvoert, kan de platform gaan trillen en een oneffen oppervlak ontstaan. Het kan er zelfs voor zorgen dat de motoren stappen verliezen, waardoor laag wisseling ontstaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_skirt_brim.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_skirt_brim.md new file mode 100644 index 000000000..b5989b840 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_skirt_brim.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Schok Skirt/Brim +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de skirt of brim. Dit kan afzonderlijk van de rest van de eerste laag worden geconfigureerd. + +Wanneer de nozzle door de hoeken gaat, trilt niet alleen de printkop horizontaal, maar de platform kan ook verticaal trillen. Deze trilling zorgt ervoor dat de hechting tussen de skirt of brim en de platform minder consistent is. Het verminderen van de schok bij het printen van de skirt of brim vermindert het risico dat de print loslaat van de platform. + +De hechting tussen de skirt en de platform is echter niet erg belangrijk. Als de skirt meegeeft, zal de print waarschijnlijk nog steeds werken. Ook zijn er bij het printen van de skirt of brim meestal geen erg scherpe hoeken die trillingen kunnen veroorzaken. De impact van deze instelling zal zeer klein zijn. + +Hoewel de skirt en brim altijd deel uitmaken van de eerste laag, heeft de instelling [Printschok Eerste Laag](jerk_print_layer_0.md) er geen effect op. Deze instelling heeft voorrang op de instelling Eerste laag Jerk Print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support.md new file mode 100644 index 000000000..1eba33b64 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van supportstructuur. Dit kan apart van de rest van de print worden geconfigureerd. + +Voorzichtig bochten nemen is niet belangrijk voor de ondersteuning. Ondersteuning hoeft niet mooi te zijn. Ze moet gewoon stil blijven staan. De schok kan vrij hoog worden ingesteld bij het printen van de drager. Dit maakt de dragers in het algemeen stabieler en gemakkelijker te verwijderen, aangezien de extrusiesnelheid constanter is. + +Als u de schok echter te veel verhoogt, neemt de kans op laagverwisseling toe. Dat drijft de motoren tot het uiterste. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_bottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_bottom.md new file mode 100644 index 000000000..c920a8f71 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_bottom.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Schoksupportvloer +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de supportlagen. Deze instelling kan afzonderlijk van de supportdaken worden geconfigureerd. + +Hoewel het supportdak van cruciaal belang is voor zowel de littekenvorming als de kwaliteit van de overhang, heeft de supportvloer alleen invloed op de littekenvorming. Het heeft geen invloed op de kwaliteit van de overhang, omdat het model er niet op rust, alleen op de support. Hierdoor kunt u de supportvloer iets minder voorzichtig printen dan het supportdak om wat printtijd te besparen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_infill.md new file mode 100644 index 000000000..3276da32d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_infill.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok Supportvulling +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van het grootste deel van de supportvulling. Dit kan afzonderlijk worden geconfigureerd vanuit de supportstructuur. + +Voor het vullen van de support is het niet belangrijk om voorzichtig door de hoeken te gaan. De vulling van de support hoeft niet mooi te zijn. Ze moet gewoon stil blijven staan. De schok kan dan vrij hoog worden ingesteld. Dit maakt de supporten over het algemeen sterker en gemakkelijker te verwijderen omdat de extrusiesnelheid constanter is. + +Als u de schok echter te veel verhoogt, neemt het risico van het verschuiven van de lagen toe. Dat drijft de motoren tot het uiterste. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_interface.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_interface.md new file mode 100644 index 000000000..1cfd4df61 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_interface.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Schok Verbindingstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee nozzle door de hoeken kan bewegen bij het printen van de supportstructuur. Dit kan afzonderlijk van het hoofddeel van de support worden geconfigureerd. + +Meestal kan de supportstructuur worden geprint met vrij grote schokwaarden, omdat het niet uitmaakt of er een beltoon in de interface is of dat de extrusiesnelheid inconsistent is. De supportinterface wordt echter redelijk dicht bij de daadwerkelijke print geplaatst en bepaalt hoe de support aan het object wordt bevestigd. Als de interface door trillingen onnauwkeurig wordt geprint, kan dit leiden tot littekens omdat de support te goed aan de print hecht, of slechte overhangen als er te veel ruimte is tussen de support en het model. Dit kan een reden zijn om de schok in het supportinterfacegebied iets lager in te stellen dan in de rest van de support. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_roof.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_roof.md new file mode 100644 index 000000000..ab8756771 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_support_roof.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok supportdak +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan bewegen bij het printen van de supportdaken. Dit kan afzonderlijk van de supportniveaus worden geconfigureerd. + +Het supportdak is het gebied waar het model op de support rust en is vooral belangrijk voor het creëren van mooie overhangen, maar ook voor de gebieden waar de support littekens kan veroorzaken. Beide zijn een factor die wordt beïnvloed door de nauwkeurigheid van het printen van de supportoverhang. Voor de onderkant van de support maakt de kwaliteit van de overhang niet uit, alleen de littekenvorming. Het is logisch om het supportdak iets zorgvuldiger te printen dan de onderkant. + +Het verminderen van de schok leidt echter niet altijd tot een beter printresultaat. Het verhogen van de schok zorgt voor een meer constante extrusiesnelheid. Vooral bij printers waar de invoer zich achter een lange toevoerbuis bevindt, is een constante extrusiesnelheid een belangrijker doel dan het verminderen van trillingen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_topbottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_topbottom.md new file mode 100644 index 000000000..e20e4a3e9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_topbottom.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Schok Boven-/Onderkant +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan tijdens het printen van de boven- en onderkant. Dit kan apart van de rest van de print worden geconfigureerd. + +Door de schok voor dat deel van de print te vergroten, voorkomt u dat de nozzle vastloopt in de hoeken tussen aangrenzende skinlijnen. Dit maakt de totale lijnbreedte gelijkmatiger. Als de schok echter te veel wordt verhoogd, kan het platform gaan trillen en een oneffen oppervlak creëren. Het kan er zelfs voor zorgen dat de motoren stappen verliezen, waardoor laag wisseling ontstaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel.md new file mode 100644 index 000000000..63885283e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Bewegingsschok +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee nozzle door hoeken kan gaan terwijl het over het bouwvolume beweegt. Dit kan onafhankelijk worden geconfigureerd wanneer nozzle materiaal extrudeert. + +Aangezien nozzle gedurende deze tijd geen materiaal extrudeert, maakt het niet veel uit dat de printer trilt. Als u Cura hebt geconfigureerd om [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](../travel/travel_avoid_other_parts.md) is ingeschakeld, dan zal voldoende [Mijdafstand Tijdens Bewegingen](../travel/travel_avoid_distance.md) voorkomen dat de nozzle u print verhit, zelfs als het een beetje trilt. Het is daarom zinvol om de schok tijdens de verplaatsingen zeer hoog in te stellen om printtijd te besparen. + +Als je de schok echter te hoog zet, kunnen de motoren springen, wat een laag verwisseling kan veroorzaken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..668209b8f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_enabled.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Bewegingsschok inschakelen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, hebben verplaatsingsbewegingen hun eigen acceleratienelheid. De parameter [Bewegindsschok](jerk_travel.md) bepaalt vervolgens hoe snel de verplaatsingen om de beurt kunnen zijn. + +De waarde van de schok tijdens de verplaatsing zal de waarde aannemen van de lijn die zal worden geprint op de bestemming van de verplaatsing. Als u bijvoorbeeld naar vulling beweegt, is de schok tijdens het verplaatsen de [Vulschok](jerk_infill.md). Wanneer het naar de buitenwand beweegt, zal de schok de [Schok Buitenwand](jerk_wall_0.md) zijn. Op deze manier zal het gevoeligere structuren met een beetje meer voorzichtigheid benaderen dan andere structuren. + +Deze instelling is standaard ingeschakeld, waardoor u controle heeft over schokken tijdens het bewegen. Dit is in de meeste situaties een goede zaak, omdat een verhoging van de verplaatsingssnelheid tijd kan besparen, terwijl zulke hoge draaisnelheden [Rrimpellen](../troubleshooting/ringing.md ) zouden veroorzaken bij gebruik voor printen. + +Er zijn echter twee redenen waarom u het misschien wilt uitschakelen: + +* Om de snelheid van acceleratie voor verplaatsingen te wijzigen, wijzigt Cura heel vaak de snelheid van schok in beide richtingen. Het schakelt vaak van extruderen naar bewegen, vooral bij bepaalde vulpatronen en bij kleine wanddetails. De controller moet deze commando's verwerken en kan de benodigde berekeningen mogelijk niet volgen. Het uitschakelen van bewegingsschok vermindert dit probleem. +* Toenemende bewegingschok zorgt ervoor dat de printer veel trilt. Deze trillingen zijn nog niet volledig gestopt aan het einde van de verplaatsing wanneer de print moet beginnen. Het kan ook een rimpeling veroorzaken aan het einde van een lijn. Als je de "Bewegingsschok"-functie uitschakelt, zal nozzle gevoelige structuren in de print (zoals de buitenwand) voorzichtiger benaderen dan minder gevoelige structuren (zoals de vulling). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..44c50f715 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_travel_layer_0.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Bewegingsschok Eerste Laag +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle tijdens de eerste laag door de hoeken kan. Dit kan afzonderlijk van de extrusiebewegingen tijdens de eerste laag worden geconfigureerd. + +Tijdens de verplaatsbewegingen wordt de hechting tussen de print en het platform niet beïnvloed door trillingen. Als het platform te veel trilt, kan de nozzle de print toch van het platform scheuren. Om deze reden kan de schok tijdens de verplaatsingsbewegingen van de eerste laag iets hoger worden ingesteld dan de schok tijdens de extrusiebewegingen, maar nog steeds lager dan de schok tijdens verplaatsingsbewegingen op verschillende lagen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall.md new file mode 100644 index 000000000..7eee51b6f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Wandschok +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de wanden. Dit kan apart van de rest van het printen worden geconfigureerd. + +Tijdens het printen van de wanden is de printer erg gevoelig voor trillingen. Als de printkop trilt ten opzichte van het geprinte object, zal dit in de uiteindelijke print in de vorm van rimpelingen te zien zijn. Hierdoor is het logisch om de wanden met een lagere schoksnelheid te printen dan de rest van de print. + +Hierdoor worden de hoeken aan de buitenzijde echter minder scherp omdat de nozzle in de hoek afremt en dan ook meer materiaal in de hoek vrijgeeft. Dit effect is vooral sterk in Bowden-printers, waar de responstijd van de feeder langer is. Het is een ballans instelling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_0.md new file mode 100644 index 000000000..05dff85a5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok Buitenwand +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de buitenwand. Deze kan los van de binnenwanden worden geconfigureerd. + +Tijdens het printen van de buitenwanden is de printer erg gevoelig voor trillingen. Als de printkop trilt ten opzichte van het geprinte object, is dit direct zichtbaar in de vorm van "rimpelingen" in de voltooide print. Om deze reden is het logisch om de buitenwanden met een lagere schoksnelheid te printen dan de binnenwanden. + +Hierdoor worden de hoeken aan de buitenkant echter minder scherp omdat de nozzle in de hoek verder afremt en dan ook meer materiaal in de hoek afgeeft. Dit effect is vooral sterk in Bowden-printers, waar de responstijd van de feeder langer is. Het is een ballans instelling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_x.md b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_x.md new file mode 100644 index 000000000..bcdc32a2b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/jerk_wall_x.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Schok Binnenwand +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de nozzle door de hoeken kan gaan bij het printen van de binnenwanden. Deze kan los van de buitenwand worden geconfigureerd. + +De binnenwanden zijn van buitenaf niet erg zichtbaar, behalve op platte bovenkant en bodems waar rimpelingen geen groot probleem is. Ze zijn verborgen door de buitenwand. Wanneer echter de [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md) worden geprint, duwen de trillingen in de binnenwanden de buitenwand op bepaalde punten opzij, waardoor het rimpelen op het buitenoppervlak zichtbaar is , zelfs als de buitenwand met perfecte nauwkeurigheid zou zijn geprint. Als de buitenwand eerst wordt geprint, wordt het effect minder. Een trillende nozzle dat gedeeltelijk over de buitenwand beweegt, zal echter nog steeds een zwak rimpelen veroorzaken. + +Hierdoor is de schok op de binnenwand meestal iets groter dan de schok op de buitenwand, maar nog steeds minder dan de rest van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/max_feedrate_z_override.md b/resources/translations/nl_NL/speed/max_feedrate_z_override.md new file mode 100644 index 000000000..67be027e7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/max_feedrate_z_override.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale Z-snelheid +==== +Deze instelling wijzigt de snelheid voor alle bewegingen van de platform tijdens het printen. Dit omvat alle laagwisselingen en Z-sprongen. + +Normaal gesproken wordt de snelheid van de bewegingen van de platform bepaald door de firmware, waardoor ze zo snel mogelijk bewegen. + +**[Spiralize Outer Contours](../blackmagic/magic_spiralize.md) wordt niet beïnvloed door deze instelling, hoewel dit ertoe kan leiden dat de printer de platform constant beweegt tijdens het printen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/skirt_brim_speed.md b/resources/translations/nl_NL/speed/skirt_brim_speed.md new file mode 100644 index 000000000..9505c66fe --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/skirt_brim_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Skirt-/Brimsnelheid +==== +Deze instelling stelt de snelheid van de skirt of brim apart van de rest van de print in. + +De skirt of brim wordt meestal vrij langzaam geprint, zodat deze beter aan de platform hecht. Als u langzamer (tot op zekere hoogte) print, blijft het over het algemeen beter plakken, maar duurt het langer om printen. + +Zelfs als de skirt en brim op de eerste laag worden geprint, heeft deze instelling voorrang op de instelling [Printsnelheid eerste laag](speed_print_layer_0.md). \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..7f597ba2d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_enabled.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Balanceren van de filamentstroom +==== +Het aanpassen van de doorvoer door de nozzle duurt even. Het aanpassen van de printkopsnelheid is sneller. Deze instelling stelt niet de extrusiesnelheid in bij het printen van de gap fill-techniek, maar eerder de verplaatsingssnelheid. + +De verplaatsingssnelheid wordt aangepast zodat de doorvoer gelijk blijft. Bij de gap-fill techniek zijn er echter vaak veel verplaats bewegingen die ook de stroming breken, dus het maakt meestal weinig uit. + +Het nadeel van het inschakelen van deze functie is dat je soms zeer snelle extrusiebewegingen krijgt. Dit kan tot trillingen leiden. Maar nogmaals, de gap-filling-techniek zorgt vaak al voor veel trillingen, dus ook hier zal het niet veel uitmaken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_max.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_max.md new file mode 100644 index 000000000..1d09be94e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_max.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Maximale snelheid voor fluxbalancering +==== +Wanneer de instelling [Egalisatie filamentstroom](speed_equalize_flow_enabled.md) is ingeschakeld, past de techniek voor het vullen van kleine openingen de snelheid aan zodat de doorvoer uit nozzle gelijk is aan de buitenskin, ook al zijn de lijnen veel dunner. + +Een probleem hierbij is dat zeer dunne lijnen tot extreem hoge snelheden kunnen leiden. Dergelijke snelheden kunnen niet worden bereikt door de printer, wat resulteert in verloren stappen en eventuele laag overslaan. Met deze instelling zijn deze snelheden tot een maximum beperkt. + +Omdat kleine openingen inherent klein zijn, zijn de lijnen die bij deze hoge snelheden worden getrokken, ook vaak kort. Dit betekent dat de nozzle de hoge snelheden sowieso niet kan halen vanwege acceleratielimieten. Deze instelling is meestal alleen van invloed op rechte mechanische printen, waarbij de gap-fill-techniek lange rechte sleuven tussen twee wanden opvult die te klein zijn voor het printen van de nozzle. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_width_factor.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_width_factor.md new file mode 100644 index 000000000..69a5afdfb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_equalize_flow_width_factor.md @@ -0,0 +1,16 @@ +Verhouding voor afstemmen doorvoer +==== +Met deze functie kunt u de manier wijzigen waarop uw printer de lijnbreedte aanpast: in plaats van de doorvoer van het materiaal door de nozzle te veranderen, verandert de printer de snelheid waarmee nozzle beweegt. + +FFF-printers zijn notoir slecht in het veranderen van de snelheid waarmee materiaal uit nozzle stroomt. Wanneer de printer de snelheid van de doorvoer verandert, duurt het een fractie van een seconde voordat dit zich daadwerkelijk vertaalt in een verandering in de doorvoer. Afhankelijk van de printsnelheid kan de nozzle tegen die tijd al enkele millimeters voorbij het punt zijn waar de doorvoer had moeten worden aangepast. Het is nog erger met Bowden-buisprinters. + +In plaats van de doorvoersnelheid te wijzigen, kan de printer ook de verplaatsingssnelheid van de printkop wijzigen. De printkop kan veel sneller accelereren, wat een betere controle geeft over de breedte van de lijn. Als de printkop met dezelfde invoersnelheid versnelt, wordt dezelfde hoeveelheid materiaal over een grotere lengte uitgerekt, waardoor de lijnbreedte kleiner wordt. Wanneer de printkop langzamer print, wordt dezelfde hoeveelheid materiaal in een kleinere ruimte geprint, waardoor de lijnbreedte toeneemt. + +Deze instelling is een relatie. Het kan de doorvoer (0%) of de printsnelheid (100%) of een combinatie van beide instellen. De verhouding kan zelfs meer dan 100% zijn, wat betekent dat nozzle wordt verlaagd om dikkere lijnen te creëren, maar de snelheid nog meer wordt verlaagd om te compenseren. + +Het verhogen van deze verhouding naar 100% betekent dat snelheid wordt gebruikt in plaats van doorvoer om de lijnbreedte te veranderen, wat de druk als volgt beïnvloedt: +* De lijndikte is waarschijnlijk nauwkeuriger, wat de maatnauwkeurigheid van de print verbetert. +* De doorvoer blijft hetzelfde, waardoor het printen betrouwbaarder wordt, vooral voor exotische materialen. +* Op sommige plaatsen beweegt de printkop sneller, waardoor rimpelen ontstaat. + +Deze instelling is alleen van toepassing op de variaties in lijndikte die worden veroorzaakt door het aanpassen van de lijnen aan de breedte van dunne delen en scherpe hoeken. Veranderingen in de doorvoer als gevolg van instellingen zoals verschillende lijnbreedtes voor vulling versus wanden worden niet gecompenseerd, evenmin als functies zoals overbrugging of strijken. Printers die Linear Advance of soortgelijke compensatiefuncties gebruiken, moeten deze ook gebruiken als deze instelling is ingesteld op 100%, omdat doorvoer veranderingen als gevolg van deze instellingen nog steeds kunnen optreden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_infill.md new file mode 100644 index 000000000..687a39487 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_infill.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Vulsnelheid +==== +De snelheid waarmee de vulling wordt geprint kan onafhankelijk van de normale printsnelheid worden geconfigureerd. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De optische kwaliteit van de vulling is meestal niet belangrijk, dus de vulling kan met een relatief hoge snelheid worden geprint om tijd te besparen. Aan de andere kant zorgt het verhogen van de vulsnelheid er ook voor dat de vulling meer door de wanden heen zichtbaar is omdat nozzle meer door de wanden dringt. + +Er is ook een risico dat er te veel verandering in de doorvoer wordt veroorzaakt. Vooral in combinatie met instellingen [Dikte Vullaag](../infill/infill_sparse_thickness.md) kan het verschil tussen het benodigde doorvoer voor de vulling en het benodigde doorvoer voor de rest van de print erg groot zijn. Er is een grote vertraging bij het aanpassen van de doorvoersnelheid door de nozzle. Dus als de vulling te snel wordt geprint in vergelijking met de rest, kan de doorvoer onnauwkeurig zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..c0b3bc575 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_layer_0.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Snelheid Eerste Laag +==== +Deze instelling stelt de snelheid in waarmee de onderste laag van het model wordt geprint. + +De hele eerste laag wordt meestal met deze snelheid geprint, hoewel de wanden, skin en support meestal met verschillende snelheden kunnen worden geprint. Niet zo met de eerste shift! Voor de eerste laag kan [Printsnelheid Eeste Laag](speed_print_layer_0.md) afzonderlijk worden ingesteld van [Bewegingssnelheid Eerste Laag](speed_travel_layer_0.md). De snelheid waarmee de [Skirt-/Brimsnelheid](skirt_brim_speed.md) wordt geprint, kan ook worden aangepast. Deze instelling is standaard van invloed op al deze lagen. De [Printsnelheid Grondvlak Raft](../platform_adhesion/raft_base_speed.md) wordt echter niet beïnvloed. + +Het verlagen van de snelheid van de eerste laag verbetert de hechting tussen het model en de platform. Dit komt doordat het materiaal langer warm blijft en dan langer kan uitvloeien. Dit vermindert de interne spanningen in het materiaal en vergroot het contactoppervlak, die beide de hechting vergroten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_prime_tower.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_prime_tower.md new file mode 100644 index 000000000..857f1841c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_prime_tower.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Snelheid Primepijler +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de primepijler wordt geprint. + +Het is meestal goed om de primepijler met dezelfde snelheid te printen als de rest van de print, zodat het materiaal goed wordt voorbereid. Als de primepijler echter langzamer wordt geprint, wordt deze ook stabieler, wat handig kan zijn bij vloeibare materialen of zeer hoge printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print.md new file mode 100644 index 000000000..21301a00d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Printsnelheid +==== +Deze instelling regelt de algehele snelheid waarmee het model wordt geprint. + +Omdat de snelheden ook afzonderlijk kunnen worden ingesteld voor individuele structuren van de print, zal de werkelijke printsnelheid toch variëren. Deze instelling zorgt ervoor dat de overige snelheden proportioneel worden aangepast. + +![De voorbereidingsfase heeft een kleurenschema dat de printsnelheid visualiseert](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Deze instelling heeft een grote invloed op de balans tussen de kwaliteit van de geprinte onderdelen en de printtijd. Het verhogen van de printsnelheid vermindert de printtijd, maar verhoogt de trillingen van de printkop. Het maakt het ook moeilijker voor de feeder om bij te blijven, waardoor de print vatbaarder wordt voor over- en onder-extrusie. + +Als u de printsnelheid verhoogt, is het raadzaam om ook de materiaaltemperatuur te verhogen. Dit verhoogt de vloeibaarheid van het materiaal enigszins, waardoor het gemakkelijker kan stromen bij hogere snelheden. + +**Het verhogen van de printsnelheid heeft weinig effect als de print veel kleine details bevat. Het knelpunt is dan acceleratie en schok.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..6fa6d4d01 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_print_layer_0.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Printsnelheid Eerste Laag +==== +Deze instelling past de snelheid aan waarmee de onderste laag van het model wordt geprint. + +Deze instelling past de snelheid van de extrusiebewegingen in de eerste laag aan, maar niet de verplaatsingingssnelheid. Om dit te doen, past u de instelling [Bewegingssnelheid eerste laag](speed_travel_layer_0.md) aan. Hoewel de wanden, skin en support meestal met verschillende snelheden kunnen worden geprint, kan de eerste laag dat niet. Ze worden allemaal geprint met de snelheid die hier is ingesteld. Deze instelling is standaard van invloed op de instelling [Skirt-/Brimsnelheid](skirt_brim_speed.md), maar kan ook afzonderlijk worden aangepast. De [Printsnelheid Grondvlak Raft](../platform_adhesion/raft_base_speed.md) wordt niet beïnvloed. + + +Het verlagen van de printsnelheid voor de eerste laag verbetert de hechting tussen het model en de platform. Dit komt doordat het materiaal langer warm blijft en dan langer kan uitvloeien. Dit vermindert de interne spanningen in het materiaal en vergroot het contactoppervlak, die beide de hechting vergroten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_roofing.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_roofing.md new file mode 100644 index 000000000..4004589ba --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_roofing.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Snelheid Bovenskin +==== +Deze instelling past de snelheid aan waarmee de skinlagen worden geprint als er lagen zijn zoals geconfigureerd in de instelling [Bovenste skinlagen](../top_bottom/roofing_layer_count.md). + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De bovenkant is goed zichtbaar, dus het kan de moeite waard zijn om deze langzamer printen dan de rest van de skin. Dat zou de visuele kwaliteit en de waterdichtheid van het oppervak verbeteren. Een te grote verlaging van de snelheid zal echter resulteren in een grote verandering van de doorvoer bij het overschakelen van en naar boven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_slowdown_layers.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_slowdown_layers.md new file mode 100644 index 000000000..7246507ba --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_slowdown_layers.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Aantal lagen met lagere Printsnelheid +==== +De eerste laag is niet de enige laag die langzamer word geprint. Deze instelling bepaalt hoeveel lagen langzamer moeten worden geprint. In de loop van deze verschuivingen zal de printsnelheid geleidelijk toenemen tot de normale printsnelheid. + +![De printsnelheid neemt geleidelijk toe tot 50 mm/s.](../../../articles/images/speed_slowdown_layers.svg) + +Vanaf de eerste laag neemt de snelheid lineair toe (of af) tot aan de normale printsnelheid. Dit gebeurt apart voor de wanden, skin, vulling, etc. als ze op verschillende snelheden geprint worden. + +Er zijn twee redenen om over meerdere lagen over te schakelen naar normale printsnelheden. Ten eerste bevinden de tweede en derde laag zich nog steeds vrij dicht bij de platform, en als u er snel overheen gaat, kan de print vrij gemakkelijk afscheuren. Ten tweede kan het verschil in doorvoer tussen de printsnelheid van de eerste laag en de normale printsnelheid zo groot zijn dat het enige tijd kan duren voordat de grote verandering van de doorvoer effect heeft. Een langzame overgang voorkomt onder-extruderen bij een grote snelheidsverandering. + +Een langzame overgang betekent echter ook dat het printen over het algemeen langer duurt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support.md new file mode 100644 index 000000000..be71123bd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Snelheid Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de supportstructuren worden geprint. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Meestal hoeft de support niet erg nauwkeurig te worden geprint, dus het is veilig om de support met een hogere snelheid printen dan de rest van de print. Dit kan wat printtijd besparen. + +Een te hoge snelheid zal echter resulteren in een verschil in doorvoer tussen de support en de rest van de print, wat resulteert in over-extrusie bij het gaan van support naar print en onder-extrusie bij het gaan van print naar support. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_bottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_bottom.md new file mode 100644 index 000000000..16bf920cc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_bottom.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Snelheid supportvloer +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de onderkant van de support wordt geprint wanneer [Supportvloer inschakelen](../support/support_bottom_enable.md) is ingeschakeld. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Een hogere snelheid kan wat printtijd besparen. + +Het effect van deze instelling is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Voor sommige materialen, met name materialen die snel afkoelen en een grote [Afstand van Onderkant Supportstructuur](../support/support_bottom_distance.md) hebben, verhoogt een hogere snelheid de hechting tussen de support en het model. Het effect is vergelijkbaar met bruggen, bij hogere snelheden wordt het materiaal minder voorzichtig in de lucht gehouden en heeft het geen tijd om te worden gekoeld door de ventilatoren van de printkop. Dit is iets wat je meestal niet wilt, omdat de support grotere sporen op je oppervlak achterlaat. + +Bij andere materialen vermindert een hogere snelheid de kracht waarmee het materiaal wordt neergelegd en laat weinig uitvloeien. Dit effect is vergelijkbaar met hechting aan het platform. De hogere snelheid is dan alleen gunstig totdat men de grenzen bereikt van de verandering in doorvoer die optreedt aan het begin en einde van de supportvloeren. + +Als het draagvlak zeer dicht bij het model ligt, b.v. Bij bijvoorbeeld PVA of andere oplosbare supportmaterialen kan het verhogen van de supportvloer snelheid van de support er ook toe leiden dat nozzle over het model schiet en het oppervlak enigszins beschadigt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_infill.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_infill.md new file mode 100644 index 000000000..6d3df837e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_infill.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Vulsnelheid Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee belangrijke supportstructuren worden geprint. Dat wil zeggen, alle support behalve het dak en de vloer. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Meestal hoeft de support niet erg nauwkeurig te worden geprint, dus het is veilig om de support met een hogere snelheid printen dan de rest van de print. Dit kan wat printtijd besparen. + +Een te hoge snelheid zal echter resulteren in een verschil in doorvoer tussen de support en de rest van de print, wat resulteert in over-extrusie bij het gaan van support naar print en onder-extrusie bij het gaan van print naar support. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_interface.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_interface.md new file mode 100644 index 000000000..10a9fd51b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_interface.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Vulsnelheid Verbindingsstructuur +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de boven- en onderkant van de support worden geprint wanneer [Verbindingsstructuur inschakelen](../support/support_interface_enable.md). + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Een hogere snelheid kan wat printtijd besparen. + +Een lagere snelheid kan de kwaliteit van de overhangen verbeteren. Het zorgt ervoor dat de daken nauwkeuriger en gelijkmatiger worden geprint. Hierdoor wordt ook het oppervlak op het dak nauwkeuriger. Ook het loskomen van de support van het model is gelijkmatiger en laat minder sporen achter op het model. + +Het effect van deze instelling op de onderkant van de support hangt af van hoe het materiaal zich gedraagt als het afkoelt. Afhankelijk van of het materiaal gemakkelijk af te koelen is, kan het de hechting verhogen of verlagen. + +Als de support heel dicht bij het model ligt, b.v. Bij bijvoorbeeld PVA of andere oplosbare supportmaterialen kan het verhogen van de supportsnelheid er ook toe leiden dat de nozzle het model doorschiet en het oppervlak enigszins beschadigt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_roof.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_roof.md new file mode 100644 index 000000000..0c8c6e6bf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_support_roof.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Snelheid Supportdak +==== +Deze instelling configureert de snelheid waarmee de bovenkant van de support wordt geprint wanneer [Verbindingsstructuur inschakelen](../support/support_interface_enable.md). + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Een hogere snelheid kan wat printtijd besparen, maar zal de kwaliteit van de overhang verminderen. Naarmate de printer meer trilt, wordt het supportdak minder nauwkeurig geprint en wordt het oppervlak minder glad. Dit heeft tot gevolg dat het erop geprinte model minder vloeiend wordt geprint, zeker als het model heel dicht wordt geprint, zoals in een model, bij gebruik van oplosbare support. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_topbottom.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_topbottom.md new file mode 100644 index 000000000..0c8b3fce9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_topbottom.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Snelheid Boven-/Onderkant +==== +De snelheid waarmee de boven- en onderkant van het model wordt geprint, is onafhankelijk van de normale printsnelheid in te stellen. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +Dit moet meestal vrij langzaam worden geprint als het model een overhang heeft. Zo niet, dan kan snel printen veel printtijd besparen. Het langzaam printen van de boven- en onderkant van het model heeft de volgende effecten: +* De printtijd neemt toe, soms zelfs drastisch. Omdat de boven- en onderkant lange lijnen hebben, heeft snelheid de grootste invloed op de printtijd en minder op acceleratie en schok. Boven- en onderkant kunnen een aanzienlijk deel van de totale printtijd uitmaken. +* Het verbetert de kwaliteit van de overhang wanneer de overhang erg vlak is. Overstekken die nog steeds steil aflopen, zullen niet zo veel worden beïnvloed omdat de skin in die overstek niet wordt blootgesteld. Door de overhang langzamer te printen, blijft de spanning op de filamentstrengen behouden, waardoor ze langer kunnen afkoelen. +* Net als bij de overhang verbetert dit de kwaliteit van het oppervlak. Hetzelfde overhangende effect geldt voor de manier waarop de bovenkant op de vulling rust. +* De printer trilt over het algemeen minder. Als de platform minder trilt, zien de boven- en onderkant er beter uit. + +**Deze instelling heeft geen significante invloed op de hechting van de platform, aangezien de [Printsnelheid Eerste Laag](speed_print_layer_0.md) wordt gebruikt voor de eerste paar lagen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel.md new file mode 100644 index 000000000..6d4e1f80f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel.md @@ -0,0 +1,14 @@ +Bewegingssnelheid +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de printkop beweegt als er geen materiaal wordt geprint. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De verplaatsingssnelheid is over het algemeen veel hoger dan bij elke andere snelheidsinstelling. Het verhogen van de verplaatsingssnelheid heeft onder meer de volgende effecten: +* Een hogere verplaatsingssnelheid kan de printtijd iets verkorten. +* Het vermindert de tijd die het filament nodig heeft om uit de nozzle te vloeien, waardoor het onderdeel in het algemeen schoner is en er minder uitvloeiende klodders zijn. +* Door de snelheid te verhogen, gaat de printer echter ook meer trillen, waardoor het beleffect toeneemt. Dit kan worden verminderd door Z-springen, maar de Z-sprong kost vaak meer tijd dan kan worden bespaard door de verplaatsingssnelheid te verhogen. +* Het verhogen van de snelheid verhoogt het risico dat uw print wordt omgestoten, vooral wanneer [Combing-Modus](../travel/retraction_combing.md) is uitgeschakeld. +* Bij extreme snelheden kunnen de motoren van de printer ook enkele stappen verliezen, waardoor lagen verschuiven. + +**verplaatsingssnelheid heeft minder invloed op de totale printtijd dan de meeste mensen denken. Dit komt omdat de verplaatsinstijd doorgaans slechts een klein deel van de totale printtijd is en het lang duurt voordat de hoge snelheden worden bereikt, omdat ze worden beperkt door acceleratie in plaats van maximale snelheid.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..9bb73544a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_travel_layer_0.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Bewegingssnelheid Eerste Laag +==== +Deze instelling past de snelheid van de verplaatsbewegingen aan tijdens het printen van de eerste laag. + +De printsnelheid moet tijdens de eerste laag lager zijn dan tijdens de rest van de print, omdat de kans groter is dat de nozzle de print van de platform afscheurt. + +Tijdens de eerste laag is de print gevoeliger voor trillingen van de platform. Het verhogen van de bewegingssnelheid van de eerste laag kan leiden tot verhoogde trillingen. Dit vermindert de hechting tussen de print en de platform, waardoor uiteindelijk de kans op fouten groter wordt. + +De bewegingssnelheid van de eerste laag kan echter hoger zijn dan de printsnelheid omdat deze niet onder-geëxtrudeerd is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall.md new file mode 100644 index 000000000..f7a15b632 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Wand snelheid +==== +De snelheid waarmee de wanden worden geprint is onafhankelijk van de normale printsnelheid in te stellen. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De wanden zijn de belangrijkste factor in de visuele kwaliteit van een print, dus ze moeten er goed uitzien. De snelheid waarmee de wanden worden geprint, vooral de buitenwand, is een belangrijke factor in hoe mooi die wanden eruit zien. Het is daarom aan te raden om de wanden relatief langzaam te printen. Dit vermindert de trillingen van de printer, waardoor uiteindelijk het rimpelen in uw print wordt verminderd. Het verbetert ook de kwaliteit van de overhang omdat de lagere printsnelheid de ventilatoren in staat stelt de wanden beter af te koelen, waardoor ze meer in de lucht kunnen hangen. + +Als de druksnelheid van de wand echter te laag is, bestaat het risico dat de doorvoer te veel verandert. Als de nozzle ineens veel langzamer moet extruderen, zal deze nog een tijdje veel materiaal blijven extruderen terwijl de druk in de nozzlekamer daalt, waardoor deze aan het begin van de wand overextrudeert. + +De wanden maken ook een aanzienlijk deel uit van de printtijd, dus het verminderen van de snelheid waarmee de wanden worden geprint, zal de printtijd drastisch verhogen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_0.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_0.md new file mode 100644 index 000000000..af588b50a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_0.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Snelheid Buitenwand +==== +De snelheid waarmee de buitenwanden worden geprint kan apart van de normale printsnelheid of van de binnenwanden worden geconfigureerd. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De buitenwanden zijn de belangrijkste factor in de visuele kwaliteit van een print, dus ze moeten er goed uitzien. De printsnelheid van de buitenwanden is een belangrijke factor in hoe mooi deze wanden eruitzien. Daarom is het raadzaam om de buitenwanden heel langzaam printen. Dit vermindert de trillingen in de printer, wat uiteindelijk het rimpelen vermindert. Het verbetert ook de kwaliteit van de overhang omdat de lagere printsnelheid de ventilatoren in staat stelt de wanden beter te koelen, waardoor ze beter in de lucht kunnen hangen. + +Als de druksnelheid voor de buitenwand echter te laag is, bestaat het risico op een te grote stromingsverandering. Als de nozzle ineens veel langzamer moet extruderen, zal deze nog een tijdje veel materiaal blijven extruderen terwijl de druk in de nozzlekamer daalt, waardoor deze aan het begin van de wand overextrudeert. + +De buitenwanden nemen ook een aanzienlijk deel van de printtijd voor hun rekening, dus het verminderen van de snelheid waarmee deze wanden worden geprint, zal de printtijd drastisch verhogen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_x.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_x.md new file mode 100644 index 000000000..e54a66bdb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_wall_x.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Snelheid Binnenwand +==== +De snelheid waarmee de binnenwanden worden geprint kan apart van de normale printsnelheid en de buitenwand worden geconfigureerd. + +![Verschillende structuren geprint met verschillende snelheden](../../../articles/images/speed_difference.png) + +De binnenwanden zijn voor de optische kwaliteit minder belangrijk dan de buitenwanden. Ze beïnvloeden echter de positionering van de buitenwanden door het materiaal voor de buitenwanden naar buiten te duwen als de [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md), of ze duwen de buitenwand direct naar buiten als eerst de buitenwand wordt geprint. Het is dus altijd belangrijk om de binnenwanden nauwkeurig printen, maar ze kunnen iets sneller worden geprint dan de buitenwanden om tijd te besparen. + +Het verminderen van de snelheid van de binnenwand vermindert trillingen bij het printen van deze structuur, waardoor het rimpelen wordt verminderd. Daarnaast wordt de overhang verbeterd doordat de ventilatoren op de printkop meer tijd hebben om het materiaal af te koelen terwijl het nog onder spanning wordt gehouden door de nozzle. + +Als de printsnelheid aan de binnenwand echter te laag is, bestaat het risico dat de stroming te veel verandert. Als de nozzle plotseling veel langzamer moet extruderen, zal deze een tijdje veel materiaal extruderen terwijl de druk in de nozzlekamer daalt, waardoor deze aan het begin van de wand overextrudeert. + +De binnenwanden nemen ook een aanzienlijk deel van de printtijd voor hun rekening, dus het verminderen van de snelheid waarmee de binnenwanden worden geprint, zal de printtijd drastisch verlengen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/speed/speed_z_hop.md b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_z_hop.md new file mode 100644 index 000000000..19273bbf5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/speed/speed_z_hop.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Snelheid Z-sprong +==== +Deze instelling configureert de verplaatsingssnelheid waarmee de verticale bewegingen worden uitgevoerd bij het uitvoeren van een Z-sprong. De horizontale bewegingen van een z-sprong worden niet beïnvloed omdat deze worden geconfigureerd door de [Bewegingssnelheid](speed_travel.md). + +![De verticale beweging is met de z-hop snelheid](../../../articles/images/speed_z_hop.svg) + +De z-sprongsnelheid wordt ook gebruikt als de snelheid voor het verplaatsen tussen lagen. In de praktijk speelt deze snelheid slechts een ondergeschikte rol, aangezien de beweging van een enkele laag zo kort is dat deze bijna altijd wordt beperkt door de acceleratie en niet door de maximale verplaatsingssnelheid. + +Voor de meeste printers is de Z-as robuust maar traag. Door de Z-sprongsnelheid te verhogen, worden de limieten van de Z-beweging getest, waardoor de Z-motor een paar stappen kan overslaan. Hierdoor zou de nozzle na de Z-sprong op een andere hoogte kunnen landen. Het verlagen van deze snelheid verkleint de kans dat dit gebeurt. + +Aan de andere kant zorgt een hogere Z-sprongsnelheid ervoor dat nozzle sneller van het geprinte oppervlak weg beweegt. Dit kan de grootte van de klodders verkleinen. + +Vanwege de lage acceleratiessnelheden op de Z-as wordt de gewenste Z-sprongsnelheid zelden bereikt, tenzij de Z-spronghoogte erg hoog of de snelheid erg laag is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_step_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_step_height.md new file mode 100644 index 000000000..600206d63 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_step_height.md @@ -0,0 +1,48 @@ +Geleidelijke supportvulling hoogte traptreden +==== +Bij geleidelijke support wordt de supportdichtheid periodiek in verschillende stappen van boven naar beneden verminderd. Bij elke stap wordt de dragerdichtheid gehalveerd. Deze instelling specificeert de hoogte van deze treden, d.w.z. de afstand tussen twee punten waar de supportdichtheid wordt gehalveerd. + + + +![1mm staphoogte](../../../articles/images/gradual_support_infill_step_height_1mm.png) +![3mm staphoogte](../../../articles/images/gradual_support_infill_step_height_3mm.png) + +Bij geleidelijke support wordt een deel van de support natuurlijk in de lucht gegooid. Dit herstelt zich echter meestal vanzelf, de eerste laag drager hangt in de lucht en past alleen goed aan de zijkanten van de laag. De lagen erboven kunnen aan de uiteinden een beetje leunen op de vorige laag, maar zakken in het midden door. Dit wordt met elke laag beter. Als de hoogte van de geleidelijke support groot genoeg is, is de support goed stabiel op het moment van de volgende toename van verdichting. + +Verlaag de hoogte van de geleidelijke supportvullingen om snel af te dalen naar een lage supportdichtheid. Dit bespaart printtijd en materiaalverbruik. Verhoog de geleidelijke vulhoogte van de support als de support niet genoeg ruimte heeft om zichzelf te herstellen bij de volgende stap van de supportdichtheid. Als u de waarde van deze instelling verhoogt, wordt het printen betrouwbaarder. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_steps.md b/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_steps.md new file mode 100644 index 000000000..589f8956b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/gradual_support_infill_steps.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Geleidelijke supportvulling traptreden +==== +Geleidelijke support vermindert de hoeveelheid gebruikt supportmateriaal door de supportdichtheid in de onderste lagen te verlagen. Dit bespaart printtijd en materiaal zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de overhang. Het hoofddoel van de support is het ondersupporten van overhangende gebieden. Deze functie stemt de support alleen voor dat doel af. + +Deze instelling specificeert in hoeveel stappen de supportdichtheid wordt verminderd. Bij elke stap wordt de dichtheid van de support gehalveerd. Met bijvoorbeeld een dichtheid van 20% en twee niveaus, is de supportdichtheid in de lagere gebieden respectievelijk 10% en 5%. + + +![De support wordt in 3 stappen teruggebracht naar een lagere dichtheid](../../../articles/images/gradual_support_infill_step_height_1mm.png) + +Naarmate u het aantal stappen verhoogt, wordt de dichtheid steeds meer gehalveerd, wat resulteert in een lagere dichtheid. Dit bespaart veel materiaal en printtijd, maar maakt de support zwakker. + +Een deel van de support zal in de lucht zweven. In de praktijk lost dit zich echter snel op voor de meeste supportpatronen, aangezien de lagen goed kunnen bouwen, zelfs op verzwakte onderlagen. Het doel van de [Geleidelijke supportvulling hoogte traptreden](gradual_support_infill_step_height.md) is om de lagen voldoende tijd te geven om zichzelf te herstellen voordat de volgende geleidelijke supportvulling wordt aangebracht. + +Deze instelling kan het beste worden gecombineerd met ten minste één [Aantal wandlijnen supportstructuur](support_wall_count.md). Dit geeft de supportlijnen iets om aan vast te klampen in plaats van in de lucht te zweven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/minimum_bottom_area.md b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_bottom_area.md new file mode 100644 index 000000000..63d460da4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_bottom_area.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Minimumgebied supportvloer +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat delen van de supportvloer worden weggelaten als ze erg klein zijn. Normale support wordt dan geprint in plaats van de supportvloer. + +Sommige materialen extruderen alleen goed bij hoge stroomsnelheden en hebben enige tijd nodig om op gang te komen. Wanneer dergelijke materialen worden gebruikt voor de supportvloer, zijn ze niet erg bruikbaar voor kleine vloeroppervlakken. Door ze weg te laten, bespaart u veel tijd bij het wisselen van extruders en verplaatsingen en voorkomt u klodders op het oppervlak. In plaats daarvan zal Cura een normale support printen, zodat de support ook beter ondersteund kan worden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/minimum_interface_area.md b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_interface_area.md new file mode 100644 index 000000000..b553daaf4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_interface_area.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Minimumgebied verbindingsstructuur +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat delen van de supportstructuur worden weggelaten als ze erg klein zijn. Normale support wordt dan geprint in plaats van de supportstructuur. + +Sommige materialen extruderen alleen goed bij hoge stroomsnelheden en hebben tijd nodig om op gang te komen. Als dergelijke materialen worden gebruikt voor de supportstructuur, zijn ze niet erg nuttig voor kleine structuurgebieden. Door ze weg te laten, bespaart u veel tijd bij het wisselen van extruders en verplaatsingen en voorkomt u klodders op het oppervlak. In plaats daarvan zal Cura normale support printen, zodat het model beter kan worden ondersteund. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/minimum_roof_area.md b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_roof_area.md new file mode 100644 index 000000000..b1e16657e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_roof_area.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Minimumgebied supportdak +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat delen van de supportdak worden weggelaten als ze erg klein zijn. Normale support wordt dan geprint in plaats van het supportdak. + +Sommige materialen extruderen alleen goed bij hoge stroomsnelheden en hebben enige tijd nodig om op gang te komen. Als dergelijke materialen worden gebruikt voor het supportdak, zijn ze niet erg handig voor kleine dakoppervlakken. Door ze weg te laten, bespaart u veel tijd bij het wisselen van extruders en verplaatsingen en voorkomt u klodders op het oppervlak. In plaats daarvan zal Cura normale support printen, zodat het model beter kan worden ondersteund. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/minimum_support_area.md b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_support_area.md new file mode 100644 index 000000000..2bd9195dd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/minimum_support_area.md @@ -0,0 +1,44 @@ +Minimumgebied supportstructuur +==== +Deze instelling stelt een minimummaat in voor supportstukken. Als een supportstuk in een bepaalde laag minder oppervlakte heeft dan de waarde van deze instelling, wordt de support daar weggelaten. + + + +![Geen filtering op gebied (minimumgebied is 0)](../../../articles/images/minimum_support_area_0.png) +![Kleine delen van de support zijn weggelaten](../../../articles/images/minimum_support_area_10.png) + +Deze houding is er omdat dunne supportkolommen gemakkelijk kunnen kantelen. Ze ondersteunenn meestal ook kleine elementen die waarschijnlijk goed zouden printen zonder support. Als de support omvalt, blijven er veel klodders op de print achter. Dus misschien is het beter om die dunne pijlers weg te laten. Met deze instelling kunt u de support uitfilteren op basis van het dwarsdoorsnede-oppervlak van de pijler. + +Door het oppervlak te vergroten, wordt er minder support geprint, wat het tijd- en materiaalverbruik iets vermindert. Het belangrijkste is dat de betrouwbaarheid van de print wordt verbeterd omdat er minder risico is dat supportkolommen omvallen. Dit verwijdert echter ook de support voor kleine functies in uw print, zodat de kwaliteit van de overhang voor die onderdelen achteruit kan gaan. + +Voor sommige vormen kan dit het vervelende neveneffect hebben dat de bovenkant van de support wordt verwijderd als de bovenkant onder het drempelbereik valt, maar de onderkant niet. Dit kan ertoe leiden dat onderdelen niet worden ondersteund die men normaal zou verwachten te worden ondersteund. + + +![De bovenkant van de boog wordt niet ondersteund omdat het gebied op deze lagen te klein is](../../../articles/images/minimum_support_area_problem.png) \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_angle.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_angle.md new file mode 100644 index 000000000..6415c1b1a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_angle.md @@ -0,0 +1,45 @@ +Overhanghoek Supportstructuur +==== +De overhanghoek is van invloed op de hoeveelheid materiaal die wordt neergelegd om de print te ondersteunen. De hoek specificeert de minimale hoek die moet worden ondersteund. + +**Het verlagen van de waarde van deze instelling resulteert in meer support.** + + + + +![Een lage overhanghoek zorgt voor meer support](../../../articles/images/support_angle_low.png) +![Een hoge overhanghoek zorgt voor minder support](../../../articles/images/support_angle_high.png) +![De ondersteunde gebieden worden in rood weergegeven](../../../articles/images/support_angle_prepare_mode.png) + +Als u deze instelling verlaagt, kan de printer meer van het geprinte object ondersteunen, zelfs oppervlakken die steiler zijn en niet veel doorzakken tijdens het printen. Als de support onderdelen ondersteund die niet ondersteund hoeven te worden, zal dit de printtijd en het materiaalverbruik onnodig verhogen en littekens veroorzaken waar de support de print raakt. + +Soms is het echter nodig om de supporthoek te verkleinen om te voorkomen dat het materiaal te veel doorzakt. Dit verbetert over het algemeen de maatnauwkeurigheid van het voltooide onderdeel en zorgt er ook voor dat de uitsteeksels er beter uitzien. + +Als u met support werkt, moet u een voorbeeld bekijken van hoe support eruit zal zien. Daar kun je zien waar de support daadwerkelijk wordt gegenereerd. Het aanpassen van deze instelling is dan een van de tools die je tot je beschikking hebt om te filteren waar precies de support wordt gegenereerd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_angles.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_angles.md new file mode 100644 index 000000000..9f397a101 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_angles.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Lijnrichting supportvloer +==== +De supportvloer wordt meestal zo loodrecht mogelijk georiënteerd op de support erboven en het model eronder. Als de uitlijning van de bovenvlaklijnen of de supportlijnen is aangepast, is het raadzaam om ook de uitlijning van de supportvloerlijnen aan te passen. Met deze instelling kunt u de uitlijning van de supportgrondlijnen aanpassen. + + + +![Zowel het dak als de vloer zijn hellend op 0° en 90°](../../../articles/images/support_interface_angles_0.png) +![Zowel het dak als de vloer hellen onder 45° en 135°](../../../articles/images/support_interface_angles_45.png) + +Voor deze instelling kunnen meerdere hoeken, gescheiden door komma's, worden ingevoerd. Cura wisselt van hoek in lagen. + +De supportgrondlijnen zijn ideaal uitgelijnd zodat ze loodrecht staan ​​op de modellijnen waarop ze rusten en de supportlijnen die erop rusten. Wanneer ze loodrecht georiënteerd zijn, wordt de afstand die deze lijnen moeten overspannen kleiner, waardoor de doorbuiging wordt verminderd en de supportstabiliteit wordt verbeterd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_density.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_density.md new file mode 100644 index 000000000..7b8c00913 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_density.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Dichtheid supportvloer +==== +Deze instelling bepaalt hoe dicht de supportvloer is dat de support op het model rust. + +Door de dichtheid van de supportvloer te vergroten, wordt het contactoppervlak tussen de support en het model vergroot, waardoor het plakkeriger wordt. Dit maakt de support stabieler, maar ook moeilijker te verwijderen. Materialen die zijn ontworpen om gemakkelijk te kunnen worden verwijderd, kunnen hier veel baat bij hebben, b.v. Materialen met verschillende krimpgraden of oplosbare materialen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_distance.md new file mode 100644 index 000000000..4ee0b6efa --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_distance.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Afstand van Onderkant Supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u de afstand tussen de onderkant van de support en het model waarmee de support op het model rust, aanpassen. + +![De onderste afstand tussen het donkerblauwe model en de lichtblauwe support](../../../articles/images/support_top_bottom_distance.svg) + +Als de supporten direct op het model worden geprint, blijven ze daar zeer sterk plakken. Het is beter om wat afstand te houden. Zo is de support makkelijker af te breken en laat het minder littekens achter op de print. Als u de afstand echter te veel vergroot, wordt de support instabiel. + +Als uw supportmateriaal oplosbaar is, kan deze afstand zeer klein worden gehouden. Dan kan de support eenvoudig worden afgebroken en blijven er geen littekens achter. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_enable.md new file mode 100644 index 000000000..e16e9702c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_enable.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Supportvloer inschakelen +==== +De supportvloer is een tussenconstructie tussen de support en het model waarop de support op het model rust. Het kan worden gebruikt om een stabielere basis voor de support te creëren of om de support gemakkelijker van de print te verwijderen en minder littekens achter te laten. + + +![De onderkant van de support is gekleurd in een donkerdere tint blauw](../../../articles/images/support_bottom_enable.png) + +De onderkant van de support kan langzamer geprint worden om een stabielere support te krijgen, of er kan een ander materiaal worden gebruikt dat gemakkelijker van het model te verwijderen is. Zo hoef je niet alle support met dat materiaal of instellingen te printen, wat veel printtijd kan besparen. + +**De supportvloer wordt niet gemaakt waar de support op de platform rust.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..45a7602fc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Extruder supportvloer +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kan de onderkant van de support, waar de support op het model rust, worden geprint met een andere extruder dan de bovenkant van de support, waar het model op de support rust. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder wordt gebruikt voor de supportvloer. + + +![De supportbodem is in rood geprint, de supportbovenkant in wit.](../../../articles/images/support_bottom_extruder_nr.png) + +Sommige materialen bieden betere overhangeigenschappen dan andere materialen wanneer ze als support worden gebruikt. Ze kunnen bijvoorbeeld dichter bij het oppervlak worden geprint omdat ze niet chemisch aan het oppervlak hechten of omdat ze in water oplosbaar zijn. Dergelijke materialen zijn echter vaak duur en het printen duurt langer. Met deze instelling kunt u de supportbasis printen met een andere extruder. Dit kan een deel van het dure of langzaam printende materiaal besparen. + +Voor de kwaliteit van de oversoverhang is de supportvloer minder belangrijk dan het supportdak. Als een duur materiaal spaarzaam moet worden gebruikt, is de ondergrond een goede kandidaat om met het goedkopere materiaal te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_height.md new file mode 100644 index 000000000..ec8759369 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_height.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dikte supportvloer +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de supportvloer is dat de support op het model rust. + +Een dikkere ondergrond verhoogt de effectiviteit van de ondergrond. Er is meer materiaal beschikbaar om het hoofdgedeelte van de support van het model te scheiden. Als de onderkant van de support is geprint van een materiaal dat gemakkelijk van het model kan worden losgemaakt, is de kans kleiner dat de rest van de support het model nog raakt en een litteken achterlaat. + +Een dikkere support betekent echter ook dat meer van de drager het duurdere materiaal of een langzamere printtechniek gebruikt. Dit kan ertoe leiden dat het printen langer duurt of dat duurdere materialen worden gebruikt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_line_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_line_distance.md new file mode 100644 index 000000000..db9784103 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_line_distance.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Lijnafstand supportvloer +==== +Deze instelling definieert de afstand tussen twee aangrenzende lijnen in het patroon van de supportvloer waarop de support op het model rust. + +Door de afstand tussen de lijnen in de supportbasis te verkleinen, wordt het contactoppervlak tussen de support en het model vergroot, waardoor het beter blijft plakken. Dit maakt de support stabieler, maar ook moeilijker te verwijderen. Materialen die bedoeld zijn om gemakkelijk te kunnen worden verwijderd, kunnen hier veel baat bij hebben, b.v. Materialen met verschillende krimpgraden of oplosbare materialen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_offset.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_offset.md new file mode 100644 index 000000000..a82051b67 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_offset.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Supportvloer horizontale uitbreiding +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de supportvloer in alle horizontale richtingen uitzet in de rest van de support. + +Sommige materialen die doorgaans worden gebruikt om supports te printen, extruderen slecht bij lage stroomsnelheden of hebben enige tijd nodig om op gang te komen. Kleine supportvlakken passen niet goed bij deze materialen. Met deze instelling kunnen de gebieden letterlijk worden vergroot, waardoor er meer ruimte is om deze materialen te extruderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..2c1eab66a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_pattern.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Patroon supportvloer +==== +Het patroon dat wordt gebruikt om de onderkant van de support te tekenen, kan verschillen van de rest van de support. + +De supportvloer moet het model goed overbruggen om controle te houden over hoeveel de support aan het model plakt, zodat het niet loslaat tijdens het printen maar na het printen toch verwijderbaar is. Een patroon kiezen dat niet veel kruisingen heeft, zoals een concentrisch of zigzagpatroon helpt. Hoewel deze patronen structureel niet zo sterk zijn, maakt het weinig uit voor de algehele sterkte van de support, aangezien alleen de onderkant van de support wordt aangetast. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_height.md new file mode 100644 index 000000000..59d6c7f42 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_height.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Hoogte Traptreden Supportstructuur +==== +Als [Plaatsing Supportstructuur](support_type.md) is ingesteld op Overal, kan de support bovenop het model rusten. Het volgt echter niet precies de contouren van het model. In plaats daarvan is de onderzijde van de support voorzien van een traptredepatroon. Zo sluit de support maar op een paar plekken aan op het model. + +Deze instelling bepaalt de hoogte van deze niveaus. + + +![Trapvorming onderaan de support](../../../articles/images/support_bottom_stair_step_height.png) + +De hoogte van de traptreden wordt berekend op basis van de afstand tot het oppervlak van het model. Dat wil zeggen, als u een verticale afstand heeft ingesteld in de instelling [Afstand van Onderkant Supportstructuur](support_bottom_distance.md) wordt deze afgetrokken van de hoogte en wordt de verbinding tussen het model en de support groter. Evenzo zorgt de instelling [Supportvloer inschakelen](support_bottom_enable.md) ervoor dat het effect van de traptreden wordt verminderd. + +De [Maximale breedte traptreden supportstructuur](support_bottom_stair_step_width.md) beperkt de breedte van treden. Als het oppervlak van het model zo vlak is dat een kleine staphoogte zou resulteren in een grote stapbreedte, volgt de support het oppervlak van het model voor de rest van de staphoogte. + +Als u deze instelling verlaagt, wordt de onderkant van de support gladder. Dit vergroot de hechting tussen de drager en het model, waardoor het moeilijker wordt om de drager te verwijderen, maar ook de stabiliteit van de drager. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_min_slope.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_min_slope.md new file mode 100644 index 000000000..1fb0d38ae --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_min_slope.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Minimale hellingshoek traptreden supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u de traptreden aan de onderkant van de support uitschakelen totdat de helling van het model een bepaalde hoek bereikt. + + + +![Traptreden uitgeschakeld totdat de helling 10° is](../../../articles/images/support_bottom_stair_step_min_slope_10.png) +![Traptreden uitgeschakeld totdat de helling 30° is](../../../articles/images/support_bottom_stair_step_min_slope_30.png) + +Op niet zo steile hellingen kunnen de treden aan de onderkant erg breed zijn. Ze kunnen nooit breder zijn dan de [Maximale breedte traptreden supportstructuur](support_bottom_stair_step_width.md), maar omdat deze afstand van alle kanten wordt aangehouden, kunnen de traptreden zo breed worden dat de support een aanzienlijke afstand moet overspannen. Als er een kleine vallei is waar de kolom rust, kan dit er zelfs toe leiden dat de hele onderkant overslaat en de hele kolom alleen op de hoeken van de traptreden rust. + +Voor deze gevallen kunt u de traptreden beperken tot de steilere hellingen. Deze instelling bepaalt wat een "steile" helling in dit opzicht is. + +Als u deze instelling verhoogt, zal Cura voorkomen dat de traptreden worden gegenereerd op vlakke oppervlakken. Dit maakt de support stabieler maar moeilijker te verwijderen. Uw support zal meer littekens op het oppervlak achterlaten. Door de instelling te verlagen, is de support gemakkelijker te verwijderen en blijft er een mooiere afwerking achter waar de support rust, maar in sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat de support lange afstanden moet afleggen of zelfs volledig in de lucht lijkt te hangen. + +Om een ​​mooie afwerking te krijgen, kunt u deze instelling het beste op een conservatieve, lage hoek van 5° of 10° laten staan. Als de support op een vlak maar niet geheel vlak oppervlak rust, moet u de laag controleren en de hoek vergroten als u merkt dat de support er erg onstabiel uitziet. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_width.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_width.md new file mode 100644 index 000000000..48791d5e3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_bottom_stair_step_width.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Maximale breedte traptreden supportstructuur +==== +Als de instelling [Plaatsing Supportstructuur](support_type.md) is ingesteld op Overal, mag de support op het model rusten. Het volgt echter niet precies de contouren van het model. In plaats daarvan is de onderzijde van de support voorzien van een traptredepatroon. Zo sluit de support maar op een paar plekken aan op het model. + +Deze instelling bepaalt de maximale breedte van deze treden. Normaal gesproken volgt de breedte van de trede het oppervlak van het model met een gegeven waarde van de [Hoogte Traptreden Supportstructuur](support_bottom_stair_step_height.md). Is deze echter te breed, dan wordt de breedte beperkt tot de maximale breedte van de supporttraptrede. Het volgt dan het oppervlak van het model voor de rest van het podium. + + +![Beperkte breedte van de traptreden zodat de support het model volgt](../../../articles/images/support_bottom_stair_step_width.png) + +Deze instelling moet normaal gesproken worden ingesteld op de maximale afstand die het materiaal kan overbruggen zonder de stabiliteit van de supportlijnen erboven op te offeren. Een lagere instelling zorgt ervoor dat de support het model vaker volgt, waardoor de stabiliteit van de support toeneemt. Door de instelling te verhogen, voldoet de support vaker aan de ingestelde waarde voor de supporttraphoogte, waardoor de support gemakkelijker uit het model kan worden verwijderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_enable.md new file mode 100644 index 000000000..a4b6789da --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_enable.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Supportbrim inschakelen +==== +Als de supportbrim is ingeschakeld, wordt een extra rand binnen het supportgebied van de eerste laag geprint. + + +![De supporbrim](../../../articles/images/support_brim_4mm.png) + +De supportbrim wordt *naar binnen* getrokken in tegenstelling tot de normale brim. Als het [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md) is ingesteld op Brim, wordt een andere brim *rond* de support getrokken. + +Het doel van deze brim is om de support meer oppervlakte te geven om aan de platformte hechten. Dit kan ook worden bereikt door de [Lijnafstand Supportstructuur Eerste Laag](support_initial_layer_line_distance.md) aan te passen, maar met deze functie wordt de hechting geconcentreerd rond de rand van het supportgebied, waar het effectiever is om kromtrekken te voorkomen. + +Een supportbrim voegt ook een klein beetje toe aan de printtijd en materiaalkosten, maar omdat het alleen op de eerste laag is, is het zeer minimaal. Dit maakt de support aanzienlijk stabieler, waardoor het moeilijker kan worden om het zigzagpatroon van de support af te breken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_line_count.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_line_count.md new file mode 100644 index 000000000..536a038d9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_line_count.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Aantal supportbrimlijnen +==== +Deze instelling regelt het aantal contouren dat binnen het supportgebied voor de supportbrim wordt geprint. Hoe meer lijnen, hoe breder de brim wordt. + + + +![5 randlijnen](../../../articles/images/support_brim_2mm.png) +![10 randlijnen](../../../articles/images/support_brim_4mm.png) + +Meer brimlijnen verhogen de hechting van de support aan de platformen verminderen de doorbuiging van de support. Hierdoor staat de drager stabieler, wat de betrouwbaarheid van de print ten goede komt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_width.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_width.md new file mode 100644 index 000000000..97daf417c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_brim_width.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Breedte supportbrim +==== +Met deze instelling wordt de breedte van de supportbrim aangepast. Een bredere supportbrim trekt meer contouren binnen het supportgebied voor een betere hechting. + + + +![2mm breedte](../../../articles/images/support_brim_2mm.png) +![4mm breedte](../../../articles/images/support_brim_4mm.png) + +Een bredere brim verhoogt de hechting van de support aan de platformen vermindert de vervorming van de support. Dit maakt de support stabieler, wat de betrouwbaarheid van de print verbetert. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_connect_zigzags.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_connect_zigzags.md new file mode 100644 index 000000000..eeebba509 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_connect_zigzags.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Zigzaglijnen Supportstructuur verbinden +==== +Wanneer het zigzagpatroon is geselecteerd als het [Patroon Supportstructuur](support_pattern.md), zorgt deze instelling ervoor dat de eindpunten van het supportpatroon met zichzelf verbinden, waardoor de support sterker wordt. + +Wanneer de support zichzelf terugtrekt, is er geen goed eindpunt voor het zigzagpatroon. Het eindpunt is meestal vrij zwak, vooral voor materialen die moeilijk te extruderen zijn en na een aandrijfbeweging enige tijd nodig hebben om op gang te komen. Deze instelling voorkomt dit en maakt de support sterker. Het verbetert ook de hechting aan de platform, omdat er geen eindpunt is waar het materiaal kan kromtrekken. + +Deze instelling verhoogt ook de hechting aan het model aanzienlijk als de support op het model mag rusten. De extra aansluiting volgt het model. Het wordt op het model geplaatst en vergroot het oppervlak waarmee de support aan het model hecht. Dit maakt de support ook stabieler, maar is moeilijker te verwijderen en laat meer littekens achter. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_enable.md new file mode 100644 index 000000000..12f312db5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_enable.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Support genereren +==== +3D FFF-printers werken door een streng gesmolten plastic op de juiste plaatsen te plaatsen. Als dit plastic niet wordt ondersteund, zal het doorzakken als het met aanzienlijke kracht en zwaartekracht uit nozzle wordt geduwd. Als het model er niet onder staat om de nieuwe laag te ondersteunen, moet het worden ondersteund door een extra supportstructuur, die wordt verwijderd en weggegooid nadat het model is geprint. + +Met deze instelling kunnen supportstructuren worden gemaakt om het object te ondersteunen terwijl het wordt geprint. Cura schakelt deze support niet standaard in, maar het markeert het oppervlak van het model in rood als het denkt dat het materiaal daar veel kan doorzakken als de support niet is ingeschakeld. + + + +![Rode markering van het model waar support nodig is](../../../articles/images/support_enable_prepare_mode.png) +![Supportstructuur (in cyaan) om het model te ondersteunen tijdens het printen](../../../articles/images/support_enable.png) + +Printsupport kost veel tijd en materiaal. Waar de support het model raakt, moet deze later worden afgebroken of afgesneden nadat het printproces is voltooid. Dit laat meestal een litteken achter op het oppervlak. + +Soms is support echter absoluut noodzakelijk. Als het model bijvoorbeeld een stuk heeft dat naar beneden wijst in de richting van de platform, zou dat stuk anders gewoon in de lucht blijven hangen. + +Ontwerp om support te vermijden +---- + +Hoewel dit soms noodzakelijk is, moet printsupport waar mogelijk worden vermeden. Er zijn tal van technieken om te voorkomen dat u support hoeft printen. Dit is een belangrijk onderdeel van het modelontwerp voor 3D-printen. Hieronder staan enkele technieken die u kunt gebruiken om uw 3D-model aan te passen op een manier die geen support vereist. +* Richt uw model zo dat er geen vlakke oppervlakken hoger zijn dan de platform. +* Vermijd zoveel mogelijk overhangende delen. +* Als een glad oppervlak zich direct boven de platformbevindt, sleept u deze naar beneden op de platform. +* Kleine uitsteeksels kunnen in een hoek van 45 graden worden ondersteund door de overhang in het model over te brengen. +* Grotere overhangen kunnen worden overbrugt indien aan beide zijden ondersteund. Cura past de lijnen van de onderkant van de overhang automatisch aan zodat deze in een rechte lijn over de brug lopen. Tijdens het printen van deze lijnen houdt nozzle spanning op de strip zodat deze niet doorhangt. Dit geeft het voldoende tijd om te stollen, zodat het zijn mannetje kan staan. +* Als er een opening in de overhang is, kan een zogenaamde opofferingsbrug worden gepland. Dit is een laag waarin de opening wordt gesloten. Dit zorgt voor een goede overbrugging, waardoor de tweede laag de juiste wanden van de opening eroverheen kan bouwen. Na het printen kan de opening met een mes worden geopend, omdat deze slechts één laag dik is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..b17ab818d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,30 @@ +Extruder Supportstructuur +==== +Als uw printer meerdere extruders heeft, kunt u deze instelling gebruiken om te kiezen welke van deze extruders moet worden gebruikt om de supportstructuur te printen. + + +![De support is geprint in wit materiaal, het model in blauw.](../../../articles/images/support_extruder_nr.png) + +Door een ander materiaal te gebruiken, is de support gemakkelijker te verwijderen zonder de sterkte van de support op te offeren. Verschillende soorten materialen hechten niet zo goed aan elkaar, vooral als ze verschillende krimpfactoren hebben. + +Sommige materialen zijn ook ontworpen om support printen. Sommige zijn b.v. opzettelijk extreem bros gemaakt, zodat ze gemakkelijker breken. Sommige materialen lossen op in water of ethanol, waardoor support kan worden verwijderd, zelfs als ze heel dicht bij het model worden geprint. + +Als u de drager echter print met een andere extruder dan de rest van het model, moet de printer het materiaal bij elke laag veranderen, wat de printtijd kan verlengen. Als het supportmateriaal een andere kleur heeft dan het bouwmateriaal, kan het residu van het supportrmateriaal duidelijk zichtbaar zijn op de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr_layer_0.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr_layer_0.md new file mode 100644 index 000000000..d78fe7461 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_extruder_nr_layer_0.md @@ -0,0 +1,27 @@ +Extruder Eerste Laag van Support +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kan de supportlaag die op de platformrust, worden geprint met een andere extruder dan de rest van de support. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder u wilt gebruiken voor de eerste supportlaag. + + +![De eerste supportlaag is in rood geprint, de rest in wit.](../../../articles/images/support_extruder_nr_layer_0.png) + +Sommige materialen zijn beter geschikt voor printsupport dan andere. Dit zijn vaak inerte materialen die niet goed hechten aan andere materialen en daardoor makkelijker te verwijderen zijn. Deze eigenschap is echter niet wenselijk voor de hechting op de platform. Voor de eerste laag kan dan een materiaal worden gebruikt dat beter hecht op de platformen waar het normale supportmateriaal beter op kan hechten dan op glas of aluminium. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_fan_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_fan_enable.md new file mode 100644 index 000000000..4b6705395 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_fan_enable.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ventilatorsnelheid Overschrijven +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de ventilatoren op de printkop met een andere snelheid draaien terwijl de skin die op de support rust wordt geprint. De snelheid waarmee de ventilatoren draaien, wordt bepaald door de instelling [Ondersteunde Ventilatorsnelheid Skin](support_supported_skin_fan_speed.md). + +Als het model uitsteeksels heeft, moeten deze worden ondersteund. Het onderdeel dat wordt ondersteund, moet op de support rusten, maar mag er niet aan blijven plakken. Als het materiaal te heet is, zal het veel meegeven en zwaar tegen de support leunen. Dit zal ervoor zorgen dat het te veel aan de support blijft plakken en ook de nauwkeurigheid van de overhang beïnvloedt. Met deze instelling kunt u de ventilatorsnelheid verhogen voor onderdelen waar het model op de support rust. Hierdoor koelt het materiaal sneller af waardoor het model minder aan de support plakt en de kwaliteit van de overhangen verbetert. + +Voor delen van de overhang die niet worden ondersupport, is er een vergelijkbare functie wanneer de [Bruginstellingen inschakelen](../experimental/bridge_settings_enabled.md) is ingeschakeld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angle.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angle.md new file mode 100644 index 000000000..8dffc3fb6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angle.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Lijnrichting Vulling Supportstructuur +==== +Het supportpatroon is meestal zo georiënteerd dat de lijnen loodrecht staan op de meeste dingen die het ondersteund. Dit minimaliseert de afstand die het ondersteunde materiaal moet overbruggen. Met deze instelling kan de oriëntatie van de supportlijnen individueel worden aangepast. + + + +![Een hoek van 0°](../../../articles/images/support_infill_angle_0.png) +![Een hoek van 30°](../../../articles/images/support_infill_angle_30.png) + +Als de [Lijnrichtingen bove-/onderkant](../top_bottom/skin_angles.md) zijn aangepast, is het raadzaam om ook de hoek van de support dienovereenkomstig aan te passen, zodat deze loodrecht blijft op de lijnen van de onderkant van de print . Hierdoor kunnen de onderste lijnen goed op de support rusten en niet tussen de supportlijnen vallen. Dit is vooral belangrijk voor lijnen en zigzag [Patroon Supportstructuur](support_pattern.md) waar er lange rechte lijnen zijn tussen de supportlijnen die geen support bieden. + + +**In Cura 4.3 is deze instelling verwijderd ten gunste van [Support line direction infill](support_infill_angles.md).** + \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angles.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angles.md new file mode 100644 index 000000000..238e13beb --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_angles.md @@ -0,0 +1,43 @@ +Lijnrichting Vulling Supportstructuur +==== +Het supportpatroon is meestal zo georiënteerd dat de lijnen loodrecht staan op de meeste dingen die het ondersteund. Dit minimaliseert de afstand die het ondersteunde materiaal moet overbruggen. Met deze instelling kan de oriëntatie van de supportlijnen individueel worden aangepast. + + + + +![Een hoek van 0°](../../../articles/images/support_infill_angle_0.png) +![Afwisselend tussen 30° en 60°](../../../articles/images/support_infill_angles.png) + +Met deze instelling kunnen meerdere hoeken, gescheiden door komma's, worden ingevoerd. Als er meerdere hoeken worden ingevoerd, wisselt Cura tussen die hoeken in de slices. + +Als de [Lijnrichtingen boven-/onderkant](../top_bottom/skin_angles.md) zijn aangepast, is het raadzaam om ook de hoek van de support dienovereenkomstig aan te passen, zodat deze loodrecht blijft op de lijnen van de onderkant van de print . Hierdoor kunnen de onderste lijnen goed op de support rusten en niet tussen de supportlijnen vallen. Dit is vooral belangrijk voor lijnen en zigzag [Patroon Supportstructuur](support_pattern.md) waar er lange rechte lijnen zijn tussen de supportlijnen die geen support bieden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..6e7ba78da --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Extruder Supportvulling +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kan het hoofdgedeelte van de support worden geprint met een andere extruder dan de supportinterface. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder wordt gebruikt voor het hoofdgedeelte van de support. + + +![De body van de support is in rood geprint, maar de structuur is in wit geprint.](../../../articles/images/support_infill_extruder_nr.png) + +Sommige materialen zijn beter voor het printen van dragers dan andere, maar deze materialen kunnen ook duurder of langzamer zijn om te printen. Alleen de structuur printen met het dure materiaal, maar het grootste deel van de model printen met een goedkoper materiaal kan veel tijd en geld besparen. De structuur is nog steeds geprint met het dure materiaal, zodat het deel dat het model raakt er goed uitziet of gemakkelijker af te breken is, maar het grootste deel van de support is geprint met het goedkopere materiaal. + +Als u oplosbare materialen gebruikt om de ondersteuningsinterface te printen, maar onoplosbare materialen om de vulling van de support af te drukken, moet u er rekening mee houden dat de vulling mogelijk niet uit holtes kan worden verwijderd als het fysiek onmogelijk is om de supportvulling door een kleine opening. Waar normaal gesproken een oplosbaar materiaal door een holte in oplossing naar buiten kan stromen, kunnen onoplosbare materialen er mogelijk niet doorheen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_rate.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_rate.md new file mode 100644 index 000000000..def37b58b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_rate.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Dichtheid Supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de snelheid waarmee de supportconstructies met materiaal worden gevuld. Bij hoge opvulsnelheden worden de supportlijnen zeer dicht bij elkaar geplaatst. Bij lage opvulsnelheden worden de lijnen verder uit elkaar geplaatst. + + + +![Lage support percentage](../../../articles/images/support_infill_rate_low.png) +![Hoog support percentage](../../../articles/images/support_infill_rate_high.png) + +Het verhogen van de supportdichtheid heeft zowel positieve als negatieve effecten. Hier zijn enkele van de implicaties om te overwegen: +* Omdat de afstand tussen de supportlijnen kleiner is, zal het oppervlak dat op die support rust minder doorzakken. +* De support is stabieler, wat de betrouwbaarheid van het printen verhoogt. +* Het is moeilijker om het support te verwijderen omdat het kleefoppervlak groter is. +* Er is meer materiaal nodig om de drager printen. +* printen duurt langer. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_sparse_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_sparse_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..6cfaa7234 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_infill_sparse_thickness.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Dikte vullaag supportvulling +==== +Omdat de optische kwaliteit en resolutie van de support niet belangrijk is, kun je voor de support dikkere lagen gebruiken om de printtijd te verkorten. Met deze instelling bepaal je hoe dik de lagen moeten zijn waarmee de support wordt geprint. + +In de laagweergave lijkt het alsof de supportlijnen veel breder zijn geworden. Wanneer ze daadwerkelijk worden geprint, vallen de supportlijnen verder naar beneden in plaats van horizontaal uit te spreiden. + + +![Support vullaag dikte is ingesteld op 3 keer laaghoogte.](../../../articles/images/support_infill_sparse_thickness.png) + +De dikte van de supportvulling moet een veelvoud zijn van de hoogte van de normale laag. Indien dit niet het geval is, wordt naar boven afgerond op de eerstvolgende hogere laag. + +Deze instelling is niet van toepassing op het dak of de vloer van de support, alleen op de hoofdconstructie. + +Deze instelling is vooral handig wanneer de support wordt geprint met een ander materiaal dan de rest van de print, en nog meer wanneer dat materiaal moeilijk te extruderen is, zoals plastic. Doordat de drager niet in elke laag wordt geëxtrudeerd, hoeft de printer niet zo vaak van extruder te wisselen, wat veel tijd bespaart. Naarmate er meer materiaal op de geprinte lagen wordt geëxtrudeerd, worden materialen die een bepaalde tijd nodig hebben om te vloeien, betrouwbaarder geprint. + +Zorg ervoor dat u deze waarde niet te veel verhoogt. Bij het wisselen van en naar de support moet de doorvoer door de nozzle aanzienlijk worden versneld en vertraagd. Dit gebeurt met enige vertraging, dus er is sprake van onder-extruderen wanneer de support begint en over-extruderen wanneer de support eindigt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_initial_layer_line_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_initial_layer_line_distance.md new file mode 100644 index 000000000..a6138d3ae --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_initial_layer_line_distance.md @@ -0,0 +1,22 @@ +Lijnafstand Supportstructuur Eerste Laag +==== +De dichtheid van het patroon dat wordt gebruikt om de eerste laag support printen, kan afzonderlijk van de dichtheid van de rest van de support worden ingesteld. Deze instelling configureert de afstand tussen twee aangrenzende lijnen waar de support op het platformrust. + + +![Het patroon van de eerste laag is twee keer zo dicht als de rest van de support](../../../articles/images/support_initial_layer_line_distance.png) + +Deze instelling is handig om de hechting tussen de support en de platformte verbeteren. Door het supportpatroon in de eerste laag dichter te maken, wordt het contactoppervlak tussen de support en de platformvergroot, waardoor het beter hecht. Daaropvolgende lagen kunnen dan op een materiaal worden geplaatst waar ze beter aan hechten. + +Omdat deze instelling alleen de eerste laag beïnvloedt, heeft deze geen significante invloed op de supportsterkte of tijd- en materiaalkosten. Het heeft ook geen invloed op de kwaliteit van de overoverhang. Zie de instelling [Lijnafstand supportdak](support_roof_line_distance.md) om de dichtheid van support nabij de uitsteeksels aan te passen. + +Het is raadzaam om deze instelling in te stellen op een veelvoud van de regelafstand van het hoofdgedeelte van de support. Op deze manier komen de lijnen van de support in lijn met de lijnen van de eerste laag zodat ze op de eerste laag rusten en niet in de lucht zweven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_angles.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_angles.md new file mode 100644 index 000000000..b0b77ed72 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_angles.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Lijnrichting interface Supportstructuur +==== +De supportstructuur is typisch zo loodrecht mogelijk op het model en het omringende supportlichaam georiënteerd. Als de oriëntatie van de boven-/onderlijnen of de supportlijnen is aangepast, is het raadzaam om ook de oriëntatie van de supportstructuurlijnen aan te passen. Met deze instelling kunt u de richting van de supportstructuurlijnen aanpassen. + + + +![Hoeken op 0° en 90°](../../../articles/images/support_interface_angles_0.png) +![Gehoekt op 45° en 135°](../../../articles/images/support_interface_angles_45.png) + +Voor deze instelling kunnen meerdere hoeken, gescheiden door komma's, worden ingevoerd. Cura zal deze hoeken tussen de lagen afwisselen. + +De supportstructuurlijnen zijn ideaal uitgelijnd zodat ze loodrecht staan op de lijnen waarop ze rusten en de lijnen waarop ze rusten. Door ze loodrecht uit te lijnen, verkleint u de afstand die deze lijnen moeten overbruggen, waardoor de doorbuiging wordt verminderd en de kwaliteit van de overhangen wordt verbeterd. Dit is vooral van belang wanneer de support niet helemaal gesloten is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_density.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_density.md new file mode 100644 index 000000000..b61d8b6cf --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_density.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Dichtheid Verbindingsstructuur +==== +Deze instelling bepaalt hoe nauw de structuur tussen support en model moet zijn. + +Door de dichtheid van de structuur tussen de support en het model te vergroten, kunt u een mooie afwerking van de uitsteeksels bereiken, alsof de hele support met een hoge dichtheid is geprint, zonder veel extra printtijd en materiaal te besteden. Na het printen zal het echter moeilijker zijn om de support van het model te verwijderen naarmate het contactoppervlak groter wordt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_enable.md new file mode 100644 index 000000000..6983e7448 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_enable.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Verbindingsstructuur Inschakelen +==== +Een "Verbindingsstructuur" is een intermediaire structuur tussen de normale support en het model. Deze structuur kan de eigenschappen van de supportmodelstructuurs aanpassen zonder het grootste deel van de support significant te beïnvloeden. + + +![De verbindingsstructuur is in een donkerdere tint blauw](../../../articles/images/support_interface_enable.png) + +Standaard zijn de tussenlagen dichter dan normale support. Dit geeft een beter overhangoppervlak zonder veel extra materiaal en printtijd te gebruiken. Het verwijderen van support is echter moeilijker. + +Het drageroppervlak kan ook geprint worden met een andere extruder dan de rest van de drager. Sommige ondersupportende printmaterialen kunnen erg duur en traag zijn om printen. Op deze manier wordt het grootste deel van de support geprint met het goedkopere of snellere materiaal, maar de structuur waar het gebruik van het supportmateriaal een rol speelt, wordt geprint met het materiaal van hogere kwaliteit. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..50ce51c03 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Extruder Verbindingsstructur +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kunnen de lagen waar de support het model raakt, worden geprint met een andere extruder dan het hoofdgedeelte van de support. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder wordt gebruikt voor de supportstructuur. + + +![De supportstructuur is in rood geprint, maar het hoofdgedeelte is in wit geprint.](../../../articles/images/support_interface_extruder_nr.png) + +Sommige materialen zijn beter geschikt voor printsupport dan andere. Ze hechten bijvoorbeeld niet chemisch aan de bouwstof en zijn daardoor makkelijker te verwijderen, of ze lossen op in water of alcohol. Dergelijke materialen zijn echter vaak duur en het printen duurt langer. Met deze instelling kunt u de supportstructuur printen met een andere extruder dan de hoofdeenheid, zodat het grootste deel van de support nog steeds snel en/of met goedkopere materialen wordt geprint, maar toch de voordelen heeft van het gespecialiseerde supportmateriaal. + +Als u oplosbare materialen gebruikt om de supportstructuur te printen, maar onoplosbare materialen om de supportvulling te printen, denk er dan aan dat de vulling mogelijk niet uit holtes kan worden verwijderd als het fysiek niet mogelijk is om de supportvulling te vervangen door een kleine opening. Waar een oplosbaar materiaal normaal gesproken door een holte kan stromen, kunnen onoplosbare materialen er mogelijk niet doorheen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_height.md new file mode 100644 index 000000000..1ff38b5ca --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_height.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dikte Verbindingsstructuur +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de laag is tussen de support en het model. + +Een dikkere structuur vermindert de besparingen die worden bereikt door een supportstructuur te gebruiken in plaats van alle support met een hogere dichtheid printen. + +Dit verhoogt echter ook de effectiviteit van de structuur. Omdat de dunnere vulling van de drager wordt overbrugd door de lijnen van het grensvlak, zakken de lijnen van het grensvlak iets door. Door meerdere lagen te bouwen, kan deze doorbuiging worden verminderd, waardoor het oppervlak van de supportstructuur consistenter wordt. Hierdoor wordt ook het overhangende oppervlak egaler. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_offset.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_offset.md new file mode 100644 index 000000000..5546bae88 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_offset.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Supportstructuur horizontale uitbreiding +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de supportstructuur zich in alle richtingen horizontaal in de rest van de support uitstrekt. + + +![De supportstructuur is uitgebreid met support](../../../articles/images/support_interface_offset.png) + +Er zijn twee manieren voor dit mechanisme. +* Als de supportstructuur direct eindigt bij de rand van de overhang die support nodig heeft, kan het materiaal over de rand hangen. Door de structuur iets verder uit te rekken, wordt dit voorkomen. +* Sommige materialen die doorgaans worden gebruikt om support te printen, extruderen slecht bij lage stroomsnelheden of hebben enige tijd nodig om op gang te komen. Kleine delen van de supportstructuur passen niet goed bij deze materialen. Met deze instelling kunnen de gebieden letterlijk worden vergroot, waardoor er meer ruimte is om deze materialen te extruderen. + +Vanwege technische beperkingen kan de supportstructuur niet verder worden uitgebreid dan de support zelf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..018b3d0a8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_pattern.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Patroon Verbindingsstructuur +==== +Het patroon dat wordt gebruikt om de supportstructuur te printen, kan afzonderlijk van de rest van de support worden geconfigureerd. + +De supportstructuur is vaak veel dichter dan de rest van de support. Sommige patronen werken niet zo goed bij hoge dichtheden, dus het kan zinvol zijn om een patroon te kiezen dat beter werkt bij hoge dichtheden, b.v. concentrisch of zigzag in plaats van rasters of driehoeken. + +Aangezien het supportoppervlak het deel van de support is dat het meeste supportwerk doet, kan het zinvol zijn om een patroon te kiezen dat de kwaliteit van de overhang optimaliseert in plaats van andere eigenschappen van de support, zoals oplosbaarheid of stabiliteit, te optimaliseren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_skip_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_skip_height.md new file mode 100644 index 000000000..3e4cb6805 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_interface_skip_height.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Resolutie Verbindingsstructuur +==== +Cura moet bepalen waar de verbindingsstructuur wordt geprint door boven en onder de ondersteuning te kijken waar deze in contact komt met het model. Deze instelling bepaalt de resolutie waarop wordt gecontroleerd. + +Door deze instelling te verhogen, gaat Cura werken met een lagere resolutie, wat het snijden versnelt. Als u het echter te veel verhoogt, kan Cura het plaatsen van de verbindingsstructuur overslaan als het model boven of onder de ondersteuning erg dun is. Als het model erg dun is, kan Cura's vinden het moet overslaan, zonder op te merken dat het de verbindingsstructuur daar zou moeten plaatsen. In plaats daarvan zal het gewone ondersteuning plaatsen. + +Het is normaal gesproken prima om dit op een paar laaghoogtes te laten. Als u opofferingslagen of andere enkellaagse onderdelen gebruikt, kan dit resulteren in enkele inconsistenties in de verbindingsstructuur, maar niets dat de afdruk ernstig zal beïnvloeden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_join_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_join_distance.md new file mode 100644 index 000000000..8996effda --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_join_distance.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Samenvoegafstand Supportstructuur +==== +Dunne supports zijn over het algemeen niet gewenst. Ze hebben de neiging om te kantelen, wat de print kan verpesten. Wanneer meerdere supportstukken naast elkaar worden geplaatst, kunnen ze aan elkaar worden gekoppeld en vormen dan één stuk support dat veel stabieler is. + + + +![Twee delen van de support liggen dicht bij elkaar](../../../articles/images/support_join_distance_low.png) +![Als er voldoende afstand is, worden ze samengevoegd.](../../../articles/images/support_join_distance_high.png) + +Door supportdelen aan elkaar te zetten, wordt de support stabieler en betrouwbaarder. Dit vermindert ook de printtijd, afhankelijk van het patroon. Bij veel patronen moet een extra wand worden geprint rond de hele of een deel van de omtrek, en het samenvoegen van twee supportstukken vermindert die omtrek. + +Als deze instelling te veel wordt verhoogd, kunnen supportdelen die erg ver uit elkaar liggen, met elkaar worden verbonden. Dit kan de printtijd en het materiaalverbruik verhogen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_line_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_line_distance.md new file mode 100644 index 000000000..356537da9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_line_distance.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Lijnafstand van de Supportstructuur +==== +Deze instelling definieert de afstand tussen twee aangrenzende lijnen in het supportpatroon. Dit type supportdichtheidsaanpassing is misschien intuïtiever dan supportdichtheidsaanpassing, omdat het direct de afstand aanpast die de ondersupporten lijnen moeten overspannen. + + + +![Grote regelafstand](../../../articles/images/support_infill_rate_low.png) +![Lage regelafstand](../../../articles/images/support_infill_rate_high.png) + +Het verkleinen van de afstand tussen supportlijnen heeft een aantal positieve en negatieve effecten. Hier zijn enkele van de implicaties om te overwegen: +* Het oppervlak dat op deze support rust zal minder doorzakken omdat er minder ruimte is om tussen de twee supporten te overbruggen. +* De support is stabieler, wat de betrouwbaarheid van het printen verhoogt. +* Het is moeilijker om de support te verwijderen omdat het kleefoppervlak groter is. +* Er is meer materiaal nodig om de drager printen. +* printen duurt langer. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_mesh_drop_down.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_mesh_drop_down.md new file mode 100644 index 000000000..e57a13240 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_mesh_drop_down.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Supportraster verlagen +==== +Als deze instelling is ingeschakeld voor een object en dat object is een supportraster, wordt het supportraster ook ondersteund. In plaats van alleen het volume van het raster als support printen, wordt de support ook onder het supportraster geprint. + +Als het supportraster alleen als normale support wordt geprint, hebt u volledige controle over hoe de support wordt gevormd. Dit is ideaal voor supporten die afzonderlijk in CAD-software zijn gemodelleerd of met speciale toepassingen zoals [MeshMixer](http://www.meshmixer.com/). Als u echter eenvoudiger oplossingen gebruikt, zoals eenvoudige kubussen als supportraster, kan het gemakkelijker zijn om ze gewoon op de platformte laten vallen, zodat de support stabiel is. + +**Deze instelling is alleen beschikbaar in de objectspecifieke instellingen.** Deze komt niet voor in de normale instellingenlijst. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_meshes_present.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_meshes_present.md new file mode 100644 index 000000000..fbc07b60f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_meshes_present.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Scène heeft supportrasters +==== +Dit is geen echte instelling, maar een verborgen interne instelling die andere instellingen en profielen kunnen gebruiken om hun profielen aan te passen, afhankelijk van of er supportnetwerken in de scène aanwezig zijn. + +Met deze instelling kan Cura besluiten om enkele supportgerelateerde instellingen weer te geven wanneer u supportnetwerken aan de scène toevoegt, zelfs als [Support genereren](support_enable.md) niet is ingeschakeld. + +U kunt deze instelling niet wijzigen. Cura past deze instelling automatisch aan, afhankelijk van of er supportnetwerken in de scène zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_minimal_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_minimal_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..7fa1f2b4a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_minimal_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimale diameter +==== +Deze instelling is een drempel voor de diameter van een overhang, waarbij kan worden gekozen tussen normale support en supportpijlers. Als het stuk dunner is dan deze drempel, wordt het ondersupport door een [Pijler](support_use_towers.md). Als het breder is dan deze drempel, wordt het ondersupport door normale supportstructuren. + +![Het zwaard heeft een overhangoppervlak dat kleiner is dan de minimale diameter](../../../articles/images/support_use_towers.svg) + +Als een zeer dunne overhangende strook support nodig had, zou een normale support omvallen. Dergelijke support is te wankel om goed printen. In plaats daarvan wordt een stabielere toren gecreëerd. + +Als je deze instelling verhoogt, zullen de torens vaker spawnen. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de support, maar vereist ook iets meer materiaal en printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_offset.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_offset.md new file mode 100644 index 000000000..1c36c26b3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_offset.md @@ -0,0 +1,21 @@ +Horizontale Uitzetting Supportstructuur +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de support iets breder is en zich horizontaal in alle richtingen uitstrekt. + + +![De support is breder dan nodig is om het model te ondersteunen](../../../articles/images/support_offset.png) + +Deze instelling heeft meerdere toepassingen, afhankelijk van het materiaal dat wordt gebruikt voor support en het type model dat moet worden ondersupport: +* Als u deze instelling verhoogt, wordt de support breder en dus stabieler. Dit is handig voor hoge modellen met kleine overhangen, anders zou de overhang worden ondersteund door een zeer hoge, dunne pijler. Met enige horizontale verlenging wordt het een zeer hoge maar iets bredere supportpijler. +* Het verhogen van deze instelling dient ook als veiligheidsmaatregel om ervoor te zorgen dat supportgebieden een bepaald minimumoppervlak hebben. Dit is nodig bij materialen die moeilijk te extruderen zijn, zoals PVA. +* Als u deze instelling verlaagt, vermindert u het gebruik van supportmateriaal en de printtijd. Natuurlijk verhoogt het verhogen van de instelling de materiaalvereisten en de printtijd. Zie ook de functie [Conische supportstructuur inschakelen](../experimental/support_conical_enabled.md), die de breedte van de support verkleint zonder het gebied dat de support ondersteuning aan te tasten. +* Als u deze instelling op een negatieve waarde zet, kunt u ook dunne supportpijlers volledig verwijderen. Als de support toch niet zou worden geprint, is het misschien beter om deze helemaal weg te laten. Een methode om support te verwijderen zonder de overhangkwaliteit van de rest van het model te beïnvloeden, is de Support Blocker-tool. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..069e6972b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_pattern.md @@ -0,0 +1,182 @@ +Patroon Supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u het patroon kiezen dat u wilt gebruiken om het volume van de supportstructuur te vullen. Verschillende patronen hebben verschillende sterke en zwakke punten. + + +Lijnen +---- +![Lijnen](../../../articles/images/support_pattern_lines.png) + +Het lijnenpatroon tekent rechte lijnen. De lijnen zijn zo uitgelijnd dat ze nooit loodrecht staan op de lijnen van de skin die deze moet supporten (standaard). +* Van alle patronen is deze het makkelijkst te verwijderen uit het model. Dit is erg handig wanneer er een overhangend gebied is dat zich dicht bij de platformbevindt. Indien nodig kunnen de resten met een mes worden weggesneden. +* Biedt de beste overhangkwaliteit van elk patroon, samen met zigzag. De lijnen liggen zeer dicht bij elkaar en zijn zo uitgelijnd dat ze niet loodrecht op de skin staan. +* Heeft de neiging onstabiel te zijn omdat de lijnen de neiging hebben om te kantelen. + + +Raster +---- +![raster](../../../articles/images/support_pattern_grid.png) + +Het rasterpatroon tekent twee reeksen rechte lijnen die loodrecht op elkaar staan. Ze overlappen elkaar en vormen een patroon van vierkanten. Standaard wordt er een omtrek om dit patroon geprint. +* Zeer stabiel, groeit betrouwbaar. +* Biedt middelmatige overhangkwaliteit omdat de lijnen vrij ver uit elkaar liggen. +* Kan moeilijk te verwijderen zijn omdat de support niet veel buigt. + + +Driehoeken +---- +![driehoeken](../../../articles/images/support_pattern_triangles.png) + +Het driehoekspatroon tekent drie reeksen rechte lijnen in een hoek van 60 graden ten opzichte van elkaar en vormt een patroon van gelijkzijdige driehoeken. Standaard wordt er een omtrek om dit patroon geprint. +* De meest stabiele van alle supportpatronen. +* Biedt een slechte overhangkwaliteit omdat de lijnen erg ver uit elkaar liggen. +* Kan moeilijk te verwijderen zijn omdat de support in geen enkele richting buigt. + + +Concentrisch +---- +![Concentric](../../../articles/images/support_pattern_concentric.png) + +Het concentrische patroon zorgt ervoor dat de support bestaat uit concentrische ringen die gelijkmatig van buiten naar binnen zijn verdeeld. +* De lijnen liggen dicht bij elkaar en bieden een goede support voor de overhangende delen, waardoor een glad oppervlak ontstaat wanneer de lijnen verticaal zijn georiënteerd. +* Redelijk stabiel omdat de lussen afzonderlijk een grote breedte hebben om op te staan. +* Gemakkelijk te verwijderen omdat de draagstructuur iets naar binnen buigt. +* Het eindigt vaak evenwijdig aan de wanden die het moet ondersteunen. Dit resulteert in een slechtere kwaliteit van de overhang omdat sommige wanden helemaal niet ondersreund worden. +* Zorgt er soms voor dat de support in de lucht zweeft. + + +Zigzag +---- +![Zigzag](../../../articles/images/support_pattern_zigzag.png) + +Het zigzagpatroon lijkt op het lijnpatroon, maar de lijnen zijn aan de uiteinden verbonden. +* Redelijk stabiel, wat de betrouwbaarheid aanzienlijk verhoogt. +* Biedt de beste overhangkwaliteit van alle patronen samen met het lijnpatroon. De lijnen liggen zeer dicht bij elkaar en zijn zo uitgelijnd dat ze niet loodrecht op de skin staan. +* Gemakkelijk te verwijderen. De supportstructuur buigt naar binnen en wanneer eraan wordt getrokken, trekt de support in stroken weg. +* Support wordt bijna altijd in een enkele lijn getrokken, waardoor de noodzaak voor terugtrekken of verplaatsbewegingen tot een minimum wordt beperkt. + + +Kruis +---- +![cross](../../../articles/images/support_pattern_cross.png) + +Het kruispatroon tekent een gebroken patroon met kruisachtige vormen door het hele volume. +* Van alle patronen is deze het gemakkelijkst te buigen omdat er geen lange rechte lijnen in dit patroon zitten. +* Support wordt bijna altijd in een enkele lijn getrokken, waardoor de noodzaak voor terugtrekken of verplaatsbewegingen tot een minimum wordt beperkt. + + + +Gyroide +---- +![Gyroid](../../../articles/images/support_pattern_gyroid.png) + +Het gyroïdepatroon is golvend, met een curve die heen en weer slingert. De curve varieert over lagen. +* Redelijk stabiel patroon dat de betrouwbaarheid verhoogt. +* De lucht tussen de supporten is een enkel volume. Bij het printen met oplosbare ondersupportende materialen kan het oplosmiddel (water, ethanol of iets anders) het hele interieur van de ondersupportende structuur doordringen, zelfs als er een rand onder zit. Hierdoor kan de support sneller worden opgelost. +* Ondersteund alle lijnen in de overhang gelijkelijk, ongeacht hun richting. + \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_angles.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_angles.md new file mode 100644 index 000000000..69aaf1ca3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_angles.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Lijnrichting supportdak +==== +Het supportdak wordt meestal zo loodrecht mogelijk georiënteerd op het model hierboven en het supportlichaam eronder. Als de uitlijning van de grondlijnen of de supportlijnen is aangepast, is het raadzaam om ook de uitlijning van de supportdaklijnen aan te passen. Met deze instelling kunt u de richting van de ondersupportende daklijnen aanpassen. + + + +![Zowel het dak als de bodem zijn 0° en 90° gedraaid.](../../../articles/images/support_interface_angles_0.png) +![Zowel het dak als de vloer zijn 45° en 135° gedraaid.](../../../articles/images/support_interface_angles_45.png) + +Voor deze instelling kunnen meerdere hoeken, gescheiden door komma's, worden ingevoerd. Cura zal deze hoeken afwisselend gebruiken in de lagen. + +De supportdaklijnen zijn ideaal uitgelijnd zodat ze loodrecht staan op de supportlijnen waarop ze rusten en de modellijnen waarop ze rusten. Bij een loodrechte oriëntatie wordt de afstand die deze lijnen moeten overspannen kleiner, waardoor de doorbuiging wordt verminderd en de kwaliteit van de overhangen wordt verbeterd. Dit is vooral van belang wanneer de support niet helemaal gesloten is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_density.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_density.md new file mode 100644 index 000000000..68fdf413e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_density.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dichtheid Supportdak +==== +Deze instelling bepaalt hoe stevig het dak van de support waarop het model rust moet zijn. + +Door de dichtheid van het supportdak te vergroten, krijgt u een mooie afwerking van de uitsteeksels, alsof de hele support met een hoge dichtheid is geprint, zonder veel extra tijd en materiaal te besteden. De lijnen van het Support Roof-patroon liggen dichter bij elkaar, waardoor de afstand die het model moet afleggen kleiner is. + +Het is echter moeilijker om de drager na het printen van het model te verwijderen, omdat ook het contactoppervlak wordt vergroot. Verhoogde dichtheid is met name effectief voor materialen die zijn ontworpen om gemakkelijk van het bouwmateriaal te worden verwijderd, zoals: oplosbare dragers of materialen met een hoge krimpverhouding. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_enable.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_enable.md new file mode 100644 index 000000000..02dbc5e0c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_enable.md @@ -0,0 +1,19 @@ +Supportdak inschakelen +==== +Het supportdak is een tussenconstructie tussen de support en het model, waarbij het model op de support rust. Het kan worden gebruikt om het model meer of beter te ondersteunen zonder de printtijd aanzienlijk te beïnvloeden. Het supportdak wordt meestal dichter of langzamer geprint. + + +![Het supportdak is een donkerdere tint blauw](../../../articles/images/support_roof_enable.png) + +Standaard is het supportdak dichter dan de normale support. Dit zorgt voor een betere kwaliteit van de overhang omdat het model geen grote afstanden hoeft te overbruggen. Het verwijderen van support is echter veel moeilijker. + +Het dak van het support kan ook geprint worden met een andere extruder dan de rest van de support. Sommige materialen voor printsupport kunnen erg duur en traag zijn om printen. Op deze manier wordt het grootste deel van de support nog steeds geprint met het goedkopere of sneller te printen materiaal, maar het dak dat het gebruik van het supportmateriaal benut, wordt geprint met het materiaal van hogere kwaliteit. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..3e8bf17bd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Extruder supportdak +==== +Als uw printer is uitgerust met meerdere extruders, kan de bovenkant van de support, waar het model op de support rust, worden geprint met een andere extruder dan de onderkant van de support, waar de support op het model rust. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder wordt gebruikt voor het supportdak. + + +![Het supportdak is in rood geprint, de supportbodem in wit.](../../../articles/images/support_roof_extruder_nr.png) + +Sommige materialen hebben betere overhangeigenschappen dan andere materialen wanneer ze als support worden gebruikt. Ze kunnen bijvoorbeeld dichter bij het oppervlak worden geprint omdat ze niet chemisch aan het oppervlak hechten of omdat ze in water oplosbaar zijn. Dergelijke materialen zijn echter vaak duur en het printen duurt langer. Met deze instelling kunt u het supportdak printen met een andere extruder dan de supportvloer. Op deze manier wordt het dure of trage materiaal spaarzaam gebruikt, maar is het nog steeds in staat om goede ondersteuning te produceren. + +Het supportdak is belangrijker voor de kwaliteit van de overhang dan de supportvloer. Daarom, als een duur materiaal spaarzaam moet worden gebruikt, is het het beste om het op zijn minst te gebruiken voor het supportdak. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_height.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_height.md new file mode 100644 index 000000000..3f736f8d4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_height.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Dikte Supportdak +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik het supportdak is waarop het model rust. + +Een dikker dak vermindert de besparingen die worden bereikt door een supportdak te gebruiken in plaats van de hele support met een hogere dichtheid te printen. + +Dit verhoogt echter ook de effectiviteit van het dak. Doordat de dunnere vulling van de support wordt overbrugd door de daklijnen, zakken de daklijnen iets door. Het bouwen van meerdere lagen kan doorzakken verminderen, waardoor het oppervlak van het supportdak gelijkmatiger wordt. Hierdoor wordt ook het overhangende oppervlak egaler. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_line_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_line_distance.md new file mode 100644 index 000000000..e24b0e734 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_line_distance.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Lijnafstand supportdak +==== +Deze instelling configureert de afstand tussen twee aangrenzende lijnen in het patroon van de supportdak waar het model op de support rust. + +Door de afstand tussen de ondersupportende daklijnen te verkleinen, kunt u een mooie afwerking van de overstekken bereiken, alsof de gehele support met een hoge dichtheid is geprint, zonder dat er veel extra tijd en materiaal nodig is. De afstand die het model moet overbruggen wordt kleiner. + +Het is echter moeilijker om de drager na het printen van het model te verwijderen, omdat ook het contactoppervlak wordt vergroot. Verminderde regelafstand is vooral effectief bij materialen die zijn ontworpen om gemakkelijk van het bouwmateriaal te worden verwijderd, zoals: oplosbare dragers of materialen met een hoge krimpfactor. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_offset.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_offset.md new file mode 100644 index 000000000..8e9b33998 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_offset.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Supportdak horizontale uitbreiding +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat het dak van het support zich in alle richtingen horizontaal in de rest van de support uitstrekt. + +Er zijn twee mogelijkheden voor dit mechanisme. +* Als het supportdak precies op de rand van de te ondersteunen overhang eindigt, kan het materiaal over de rand hangen. Door het dak iets verder uit te breiden wordt dit voorkomen. +* Sommige materialen die doorgaans worden gebruikt om support te printen, extruderen slecht bij lage stroomsnelheden of hebben enige tijd nodig om op gang te komen. Kleine delen van het supportdak passen niet goed bij deze materialen. Met deze instelling kun je de vlakken letterlijk vergroten zodat er meer ruimte is om deze materialen te extruderen. + +Vanwege technische beperkingen kan het supportdak niet verder worden uitgebreid dan de support zelf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..5942b33e9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_roof_pattern.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Patroon supportdak +==== +Het patroon dat wordt gebruikt om het dak van het support te printen, dit kan afzonderlijk van de rest van de support worden ontworpen. + +Het dak van de support is vaak veel dichter dan de rest van de support. Sommige patronen werken niet zo goed bij hoge dichtheden, dus het kan zinvol zijn om een patroon te kiezen dat beter werkt bij hoge dichtheden, b.v. concentrisch of zigzag in plaats van rasters of driehoeken. + +Het supportdak is ook het deel dat het overhanggebied daadwerkelijk ondersteund. U kunt daarom een patroon kiezen dat de kwaliteit van de overhang optimaliseert in plaats van andere eigenschappen van de support, zoals oplosbaarheid of stabiliteit, te optimaliseren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_structure.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_structure.md new file mode 100644 index 000000000..9b4842f28 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_structure.md @@ -0,0 +1,62 @@ +Supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u kiezen welk algoritme u wilt gebruiken voor het construeren van de draagconstructie. Deze constructies hebben heel verschillende eigenschappen, dus de keuze van een algoritme heeft grote invloed op hoe goed je print wordt onderteund. Er zijn twee opties beschikbaar. + + +Normale supportstructuur +---- +![Normale supportstructuur](../../../articles/images/support_type_everywhere.png) + +Dit is de traditionele supportstructuur die de meeste mensen gewend zijn. De structuur wordt onder de overhangen gemaakt en is meestal gevuld met een patroon dat de overshang direct ondersteund. Van daaruit valt het recht naar beneden totdat het de platform bereikt of een deel van het model dat het ondersteund. + +Normale supportconstructie is de standaard geweest voor het grootste deel van de geschiedenis van 3D-printen en werkt op dezelfde manier in alle slicers. Dit is de gouden standaard, en niet zonder reden: +* Door zijn stabiele structuur met grote contactvlakken op het model en het platform is hij zeer betrouwbaar. Het kompenseerd heel goed slechte instellingen of een slecht afgestelde printer. +* Omdat de vorm eenvoudig is, kan deze snel worden gesneden. +* De rechte supportstructuur is eenvoudig aan te passen door de gebruiker, omdat direct duidelijk is welke randen worden ondersteund en welke niet. + +De belangrijkste nadelen vloeien voort uit dezelfde kenmerken: +* Door de grote contactoppervlakken is de support vaak moeilijk te verwijderen en kan het aanzienlijke littekens achterlaten op het aangeraakte oppervlak. +* Hoewel het stabiel is, kan het veel materiaal verbruiken en kan het lang duren om printen. Dit kan tot op zekere hoogte worden tegengegaan door [Overhang Printbaar Maken](../experimental/conical_overhang_enabled.md) te gebruiken. + +Aangezien de support meestal groot en breed is, is een [Patroon Supportstructuur](support_pattern.md) nodig om het oppervlak goed te ondersteunen. De zigzagvulling kan worden gebruikt om het grootste deel van de support van een enkele lijn printen en voor eenvoudiger verwijderen. Andere patronen kunnen worden gecombineerd met een extra [Aantal wandlijnen supportstructuur](support_wall_count.md) om de support extra stabiel te maken. + + +Boom ondersteunde structuur +---- +![boom ondersupportende structuur](../../../articles/images/support_structure_tree.png) + +Met boomsupport begint de supportstructuur klein op de platformen groeit vervolgens naar de delen van de print die support nodig hebben. + +De boomsupportsstructuur kan obstakels vermijden als deze naar de overhangende gebieden groeit, omdat de supportstructuur niet recht naar beneden hoeft te vallen. Waar mogelijk zal de support alleen op de platform rusten om beschadiging van het oppervlak waarop de support rust te voorkomen. Als er geen pad is van de platform naar de overhang, zal de support op een oppervlak zo dicht mogelijk bij de overhang rusten om het materiaalverbruik te minimaliseren. De takken van de support van de boom worden beperkt door de [Hoek van takken van boomsupportstructuur](support_tree_angle.md) zodat ze niet te steil overhangen. Dit beperkt het vermogen om rond obstakels te groeien en bepaalt ook de hoogte waarop stammen beginnen te vertakken. + +De boomdraagconstructie heeft een aantal grote voordelen ten opzichte van de normale draagconstructie: +* De boomdraagconstructie verbruikt vaak veel minder materiaal dan de normale draagconstructie. Tussen 25% en 50% van het materiaalverbruik is gebruikelijk. Dit bespaart veel tijd en verlaagt de printkosten. +* Door het kleine contactoppervlak ziet de overhang er vaak beter uit bij gebruik van de boomdraagstructuur. +* Door het kleine contactoppervlak is de support ook makkelijker te verwijderen. +* Het laat minder littekens achter op het oppervlak dan normale support, omdat het vanaf de platformrond het model naar de overhang kan grijpen. + +De belangrijkste nadelen zijn echter: +* Slicen duurt aanzienlijk langer dan normale support. Geduld is vereist, vooral bij grote modellen. +* Er zijn veel stromingsonderbrekingen wanneer de kleinste takken worden geprint, waardoor de boomdraagstructuur ongeschikt is voor het printen van moeilijk te extruderen materialen, zoals PVA of flexibele materialen. +* De boomsupportsstructuur is niet goed geschikt om sommige mechanische modellen te ondersteunen. In het bijzonder heeft hij de neiging om te weinig takken te plaatsen om vlakke, hellende overstekken te ondersteunen. + +De boomsupportsstructuur is standaard hol. De knopen hebben een kleine punt, dus een opvulpatroon biedt geen extra support voor het overhangende oppervlak van het geprinte object. Door zijn gekartelde vorm is de boomsupport meestal vrij stabiel. De normale supportsinstellingen zijn echter nog steeds van toepassing op het gebied dat wordt omsloten door de takken van de boom. De [Dichtheid Supportstructuur](support_infill_rate.md) kan worden gebruikt om meer structurele sterkte aan de support toe te voegen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_supported_skin_fan_speed.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_supported_skin_fan_speed.md new file mode 100644 index 000000000..cbfb01c55 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_supported_skin_fan_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Ondersteunde Ventilatorsnelheid Skin +==== +Deze instelling configureert de ventilatorsnelheid tijdens het printen van de skin die op de support rust. + +Als het model een overhang heeft, moet deze worden ondersteund. Het onderdeel dat wordt ondersteund, moet op de support rusten, maar mag er niet aan blijven plakken. Als het materiaal te heet is, zal het veel meegeven en zwaar tegen de support leunen. Dit zal ervoor zorgen dat het te veel aan de support blijft plakken en ook de nauwkeurigheid van de overhang beïnvloedt. Met deze instelling kunt u de ventilatorsnelheid verhogen voor onderdelen waar het model op de support rust. Hierdoor koelt het materiaal sneller af waardoor het model minder aan de support plakt en de kwaliteit van de overhangen verbetert. + +Voor delen van de overhang die niet worden ondersteund, is er een vergelijkbare functie wanneer de [Bruginstellingen inschakelen](../experimental/bridge_settings_enabled.md) zijn ingeschakeld. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_top_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_top_distance.md new file mode 100644 index 000000000..7f2b68aa5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_top_distance.md @@ -0,0 +1,18 @@ +Afstand van Bovenkant supportstructuur +==== +Deze instelling bepaalt hoeveel speling er overblijft tussen de bovenkant van de support en het overhangende oppervlak van het model. + + +![De bovenste afstand tussen het donkerblauwe model en de lichtblauwe support](../../../articles/images/support_top_bottom_distance.svg) +![Er wordt een verticale afstand tussen het model en de support aangehouden](../../../articles/images/support_z_distance.png) + +De afstand tussen de support en de bovenkant is de belangrijkste factor in hoe goed de support aan het model zal hechten wanneer het model op de support rust. Door de afstand te vergroten, is het gemakkelijker om de drager na het printen te verwijderen, omdat deze niet meer zo sterk aan het geprinte object kleeft. De overhang ziet er dan echter ook slechter uit, omdat het model nog een paar lagen kan doorhangen voordat het op de support rust. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..093b7d9e6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Pijlerdiameter +==== +Sommige overhangende delen van het model zijn erg klein. De support die zou worden gegenereerd, zou gemakkelijk omvallen. In plaats daarvan genereert Cura pijlers voor deze stukken die breder zijn om te voorkomen dat ze omvallen. + +Deze instelling bepaalt hoe breed deze pijlers zijn. + +![De breedte van de supportpijler.](../../../articles/images/support_use_towers.svg) + +Bredere pijlers hebben iets meer tijd nodig om te printen en meer materiaal te gebruiken, maar ze maken ook de support stabieler, wat uiteindelijk de betrouwbaarheid van de print verbetert. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_maximum_supported_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_maximum_supported_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..8f26df265 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_maximum_supported_diameter.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Maximale pijler-ondersupport diameter +==== +Deze instelling is een drempel voor de diameter van een overhang, waarbij kan worden gekozen tussen normale support en supportpjler. Als het stuk dunner is dan deze drempel, wordt het ondersteund door een [Pijlers Gebruiken](support_use_towers.md). Als het breder is dan deze drempel, wordt het ondersteund door normale supportsstructuren. + +![Het zwaard heeft een overhangoppervlak dat kleiner is dan de minimale diameter](../../../articles/images/support_use_towers.svg) + +Als een zeer dunne overhangende strook support nodig had, zou een normale support omvallen. Dergelijke support is te wankel om goed printen. In plaats daarvan wordt een stabielere supportpijler gecreëerd. + +Als u deze instelling verhoogt, worden de supportpijler vaker gegenereerd. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de support, maar vereist ook iets meer materiaal en printtijd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_roof_angle.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_roof_angle.md new file mode 100644 index 000000000..f0625ea91 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tower_roof_angle.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Hoek van Pijlerdak +==== +Supportpijlers krijgen een spitse top die de bredere pijler van de pijler overgaat in het smalle gedeelte van de overhang dat eigenlijk support nodig heeft. + +![De hoek van het pijlerdak](../../../articles/images/support_use_towers.svg) + +Een hogere waarde zorgt ervoor dat de supportpijlers een zeer spits dak krijgen. Dit betekent dat de pijler aan de onderkant al wat smaller is, wat de stabiliteit van de pijler vermindert maar materiaal en printtijd bespaart. + +Een lagere waarde zorgt ervoor dat de supportpijlers een platter dak krijgen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_angle.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_angle.md new file mode 100644 index 000000000..2a6d584ad --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_angle.md @@ -0,0 +1,39 @@ +Hoek van takken van boomsupportsstructuur +==== +Deze instelling definieert de maximale overhanghoek die de takken van de boomsupport mogen hebben. Door de hoek te vergroten, kunnen de takken meer horizontaal worden geprint, waardoor ze verder kunnen reiken. + + + +![Een aftakhoek van 20°](../../../articles/images/support_tree_angle_20.png) +![Een aftakhoek van 40°](../../../articles/images/support_tree_angle_40.png) + +Door de vertakkingshoek te verkleinen, worden de takken meer verticaal. Naarmate het toeneemt, worden ze meer horizontaal. Omdat de takken een grotere overhanghoek mogen hebben, kunnen ze verder rond obstakels reiken, waardoor de support vaker op de platform kan rusten in plaats van op het model. Bovendien kunnen de takken op een later tijdstip van elkaar scheiden. + +De belangrijkste effecten van het vergroten van de vertakkingshoek voor boomsupport zijn onder meer: +* Minder littekens omdat er minder support is om op het model te rusten en niet op de platform. Als [Plaatsing Supportstructuur](../support/support_type.md) is ingesteld op "Bed Touch", kan een groter deel van het model worden ondersteund. +* Verminderde printtijd en materiaalverbruik omdat de knopen zich op grotere hoogte afsplitsen. De takken worden net op tijd afgesplitst om de hele overhang te bereiken. +* Lagere betrouwbaarheid. Als de overhanghoek te groot wordt, wordt de support ernstig verzwakt, waardoor de kans groter wordt dat de support breekt of omvalt. + +Grote vertakkingshoeken kunnen het beste worden gecombineerd met lage waarden voor de instelling [Resolutie bij botsingen van de boomsupportstructuur](support_tree_collision_resolution.md). Dit vermindert de positieverschuivingen van de boom als gevolg van het vermijden van botsingen. Dit voorkomt dat de overhangafstand te groot wordt wanneer de botsafstand wordt aangepast. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..7569cf5e0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter.md @@ -0,0 +1,38 @@ +Takdiameter van de boomsupportsstructuur +==== +Met deze instelling kunt u de breedte van de takken van de boomsupportsstructuur aanpassen. De hier gegeven breedte is de breedte aan de bovenkant van de takken van de boom. De bovenkant van de tak is dunner en wordt geleidelijk breder naar de onderkant toe, zoals gespecificeerd in de instelling [Hoek van takdiameter van boomsupportstructuur](support_tree_branch_diameter_angle.md). + + + +![De vorm van een tak met een diameter van 1,4 mm](../../../articles/images/support_tree_branch_diameter_1_4mm_5.png) +![De vorm van een tak met een diameter van 5mm](../../../articles/images/support_tree_branch_diameter_5mm.png) + +Bredere takken zijn stabieler en verminderen het risico dat de nozzle over de boom stoot als deze er overheen moet. + +Bredere takken sluiten ook sneller op elkaar aan. Dit bespaart wat materiaal, maar het kan er ook toe leiden dat een deel van het model niet meer goed wordt ondersteund, inclusief een deel van de support zelf. Als takken worden samengevoegd, hebben ze geen omtrek meer. Brede takken kunnen het beste worden gecombineerd met een grote [Takafstand van boomsupportstructuur](support_tree_branch_distance.md) of [Dichtheid Supportstructuur](../support/support_infill_rate.md) om delen in het midden van brede takken goed te ondersteunen. + +Bredere takken zullen het ook moeilijker hebben om door uw model te navigeren. Dit kan ertoe leiden dat meer support op het model rust dan op de platform. Als gevolg hiervan kan uw model meer littekens hebben na het verwijderen van de ondersteunde structuren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter_angle.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter_angle.md new file mode 100644 index 000000000..8e59bdca2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_diameter_angle.md @@ -0,0 +1,41 @@ +Hoek van Takdiameter van boomsupportstructuur +==== +De takken van de boomsupport zijn aan de onderkant breder dan aan de bovenkant. Dit houdt de takken stabiel, hoe hoog de support ook wordt. Met deze instelling kunt u de intensiteit regelen waarmee de support zich verspreidt. + + + +![De vorm van een tak met een diameterhoek van 5°](../../../articles/images/support_tree_branch_diameter_1_4mm_5.png) +![De vorm van een tak met een diameterhoek van 10°](../../../articles/images/support_tree_branch_diameter_angle_10.png) + +Hoe groter de hoek, hoe breder de onderkant van de boomsupport zal zijn, vooral bij hoge modellen. Dit heeft verschillende implicaties: +* De bredere onderkant zorgt ervoor dat de support minder snel omvalt. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de boomsupport. +* De bredere onderkant vereist meer materiaal en tijd om te printen. +* De supporthoek is additief aan de maximale [Hoek van takken van boomsupportstructuur](support_tree_angle.md) waarbij de takken kunnen overhangen, dus zeer hoge waarden kunnen ertoe leiden dat de boomsupport in sommige gevallen ook minder stabiel is. +* De bredere takken kunnen moeilijker door het raster navigeren, waardoor het moeilijker is om sommige delen van de overhang vanaf de platformte bereiken. Als gevolg hiervan moet de support mogelijk op het model rusten in plaats van op de platform, waardoor littekens toenemen. +* Het vermijden van botsingen met bomen is moeilijker te berekenen voor Cura, wat resulteert in een langere slicetijd. Dit kan worden tegengegaan door de instelling [Resolutie bij botsingen van de boomsupportstructuur](support_tree_collision_resolution.md) te verhogen, maar dit vermindert ook de structurele integriteit van de boomsupport. + +Over het algemeen moet de hoek zo worden gekozen dat de boomsupport net breed genoeg is om zichzelf op elke hoogte te ondersupporten zonder te wiebelig te worden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_distance.md new file mode 100644 index 000000000..e54af913b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_branch_distance.md @@ -0,0 +1,50 @@ +Takafstand van boomsupportsstructuur +==== +Deze instelling bepaalt de afstand tussen twee aangrenzende takken waarop de takken het platform raken. + + + +![takken op een afstand van 1,4 mm](../../../articles/images/support_tree_branch_distance_1_4.png) +![takken op een afstand van 5 mm](../../../articles/images/support_tree_branch_distance_5.png) + +Om het model te ondersteunen, plaatst de boomsupportsstructuur contactpunten onder het model in een verspringend rasterpatroon. Deze instelling bepaalt in wezen de grootte van dit raster en dus de afstand tussen de takken. Door de oriëntatie van de takken ten opzichte van de (standaard) richting van de skinlijnen, zal de afstand die de skinlijnen moeten overspannen hoogstwaarschijnlijk groter zijn dan deze afstand. + +Door de afstand tussen takken te verkleinen, kan een betere kwaliteit overhang worden bereikt, omdat de lijnen die op de support rusten niet zo ver hoeven te overbruggen. De support wordt ook stijver omdat er meer materiaal wordt gebruikt voor het bovenste deel van de support, waardoor de print betrouwbaarder wordt. + +Het verkleinen van de afstand tussen takken zorgt er echter ook voor dat de support meer materiaal verbruikt en meer tijd kost om te printen. + +Het verkleinen van de afstand tussen takken onder de [Takdiameter van Boomsupportstructuur](support_tree_branch_diameter.md) zorgt ervoor dat de takken samensmelten voordat ze goed kunnen worden gevormd. Dit kan ertoe leiden dat het midden van grote overhangende gebieden niet meer goed wordt ondersteund. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_collision_resolution.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_collision_resolution.md new file mode 100644 index 000000000..46c303b91 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_collision_resolution.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Resolutie bij botsingen van de boomsupportstructuur +==== +Een groot nadeel van de boomsupportsstructuur is dat het lang duurt om te berekenen wanneer deze wordt geactiveerd. De meeste berekeningen die nodig zijn voor boomsupport hebben betrekking op het vermijden van botsingen tussen de takken van de boom en het raster. Deze instelling bepaalt de nauwkeurigheid van deze berekeningen om botsingen te vermijden. Een hogere resolutie (lagere nauwkeurigheid) bespaart veel tijd in de berekeningen, maar zorgt er ook voor dat de support gekarteld lijkt wanneer deze zich dicht bij de mesh bevindt. + + + +![Lage resolutie (0,2 mm) zorgt ervoor dat de takken hoekig worden.](../../../articles/images/support_tree_collision_resolution_lo.png) +![Een hoge resolutie (0,02 mm) zorgt voor gladde takken](../../../articles/images/support_tree_collision_resolution_hi.png) + +De technische achtergrond van deze instelling is als volgt. Om botsingsresolutie van de boomsupportstructuur met het geprinte object te voorkomen, berekent Cura 3-dimensionale volumes die de middelpunten van de takken van de boom niet mogen doordringen. Zo'n volume wordt berekend voor elke mogelijke diameter van de takken van de boom, wat veel tijd kost. Het aantal mogelijke takdiameters neemt dramatisch toe met toenemende boomhoogte en met grote waarden voor [Hoek van takdiameter van boomsupportstructuur](support_tree_branch_diameter_angle.md). Om deze reden wordt de diameter afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van deze resolutie-instelling. Op sommige punten langs de hoogte van de boom wordt de botsing die de tak moet vermijden echter beperkt tot het dichtstbijzijnde patroon van een takdiameter, waardoor de tak plotseling meer bewegingsruimte krijgt. Hierdoor lijkt de boom hoekig. + +Als u deze instelling verhoogt, neemt slicen in Cura minder tijd in beslag. Hierdoor wordt de support ook hoekiger, wat de sterkte aantast en de kans vergroot dat de support tijdens het printen afbreekt, wat tot printfalen kan leiden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_max_diameter.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_max_diameter.md new file mode 100644 index 000000000..3129a68a7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_tree_max_diameter.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Stamdiameter van Boomsupportstructuur +==== +De takken van een boomsupport zijn breder aan de onderkant, zoals bepaald door [Hoek van de takdiameter van boomsupportstructuur](support_tree_branch_diameter_angle.md), om hun stabiliteit te vergroten en ze samen te laten smelten. Deze parameter stelt een limiet in voor deze diameter. Breder dan dat wordt het niet. + +Een bredere stam is steviger omdat het meer oppervlak heeft om verbinding te maken met het platform en meer invloed heeft op de zijdelingse krachten die de printkop op de stam uitoefent wanneer deze deze raakt. Een zeer brede voet heeft echter ook enkele nadelen: + +* Het neemt meer ruimte in beslag op het printbed. +* Het past niet door de nauwe openingen in de print, waardoor de tak verdwijnt of op het model rust. +* Soms is er meer materiaal nodig om te printen. In sommige gevallen kan het ook de hoeveelheid materiaal verminderen, omdat de takken sneller kunnen samensmelten. + +Door de instelling stamdiameter van boomsupportstructuur te verkleinen, wordt de betrouwbaarheid opgeofferd, maar wat nog belangrijker is, wordt de printmaat verkleind, waardoor het gemakkelijker wordt om zeer grote objecten te printen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_type.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_type.md new file mode 100644 index 000000000..85cd2cdc2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_type.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Plaatsing Supportstructuur +==== +Met deze instelling kunt u aangeven waar de support geplaatst kan worden. + + + +![support wordt gegenereerd voor alle overhangende oppervlakken](../../../articles/images/support_type_everywhere.png) +![support wordt alleen gegenereerd waar deze op de platformkan rusten](../../../articles/images/support_type_touching_buildplate.png) + +Als de supporten ergens worden geplaatst, is het betrouwbaarder voor de support. Eventuele uitsteeksels die zouden doorzakken, worden goed ondersteund. De support kan echter ook een litteken achterlaten waar ze op het model rusten. Dit verslechtert de visuele kwaliteit en oppervlaktegladheid van het model nadat de support is verwijderd. + +Als u de support alleen bevestigt waar deze de platformraakt, kan de support niet op het model rusten. Dit kan er echter toe leiden dat sommige delen van het model niet worden ondersteund. + +**Als je alleen support op het platformgebruikt, schakel dan als truc de [Conische supportstructuur inschakelen](../experimental/support_conical_enabled.md) in en geef de [Hoek Conische Supportstructuur](../experimental/support_conical_angle.md ) een negatieve waarde. Hierdoor kan de support rond het model groeien en toch het grootste deel van het raster ondersteunen zonder op het model te rusten. Als alternatief kunt u de boomsupportstructuur gebruiken.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_use_towers.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_use_towers.md new file mode 100644 index 000000000..b718c8713 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_use_towers.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Pijlers Gebruiken +==== +Kleine, overhangende gebieden vormen kleine supportpijlers. Deze pijlers kunnen gemakkelijk omvallen. In plaats van deze kleine pijlers kan Cura speciale pijlers plaatsen die breder en stabieler zijn om te voorkomen dat de support omvalt. + +![Een pijler ondersteund het zwaard, dat anders maar een zeer kleine overhang zou hebben.](../../../articles/images/support_use_towers.svg) + +Overhangen die kleiner zijn dan de [Minimale diameter](support_minimal_diameter.md) worden ondersteund door een dergelijke pijler in plaats van de normale supportstructuur. Deze torens zijn breder zodat ze niet kunnen omvallen. Bij de top van de toren versmalt de toren tot de breedte van het overhangende gebied dat daadwerkelijk support nodig heeft. + +Deze torens hebben een grotere diameter dan het gebied dat ze ondersteunen. Dit maakt de torens stabieler dan reguliere supporten, maar vereist ook meer materiaal, printtijd en platformruimte. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_wall_count.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_wall_count.md new file mode 100644 index 000000000..bc717edd8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_wall_count.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Aantal Wandlijnen supportstructuur +==== +Deze instelling voegt een reeks wanden toe rond de support. + + + +![Geen extra wanden](../../../articles/images/support_wall_count_0.png) +![3 extra wanden](../../../articles/images/support_wall_count_3.png) + +De extra wanden geven de support extra stabiliteit en verminderen het risico op kantellen. Daarnaast kan de support de randen van de overstek beter ondersteunen. Bij modellen met scherpe hoeken zijn deze randen vaak problematisch omdat de lijnen daar in de lucht terecht komen. Met deze houding kunnen ze in plaats daarvan eindigen op een supportlijn. + +De extra wanden hebben echter ook meer tijd nodig om te printen, verbruiken meer materiaal en maken het moeilijker om de support vervolgens van het object te verwijderen. Bij het werken met oplosbare supportmaterialen zorgen de extra wanden ervoor dat de support meer tijd nodig heeft om op te lossen omdat het oplosmiddel niet meer vanaf de zijkant in de support kan dringen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance.md new file mode 100644 index 000000000..72603b469 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance.md @@ -0,0 +1,30 @@ +X/Y-afstand van de Supportstructuur +==== +Het geeft aan hoe groot de horizontale afstand tussen de drager en het model moet zijn. + + +![Een horizontale opening tussen de support en het model](../../../articles/images/support_xy_distance.png) + +De horizontale speling is om te voorkomen dat de support het model raakt en een litteken op het oppervlak achterlaat. Hierdoor ontstaat echter ook een grotere afstand tussen het model en de supportconstructie ter plaatse van de overhang, waardoor kleinere overhang niet worden ondersteund. + +X/Y versus Z-afstand +---- +Zowel de X/Y-afstand als de Z-afstand moeten exact worden aangehouden, niet meer en niet minder. Dit is een beperking, dus er moet een voorkeur zijn tussen de twee. Dit wordt aangegeven door de instelling [Support Clearance Priority](support_xy_overrides_z.md). Deze instelling verandert het gedrag van de instelling support X/Y-afstand. + +![X/Y heeft voorrang op Z](../../../articles/images/support_xy_overrides_z.svg) + +Als X/Y voorrang heeft op Z, blijft de X/Y-afstand behouden, zelfs als dit betekent dat de Z-afstand te groot is. De Z-afstand wordt nog steeds minimaal gehouden. + +![Z heeft voorrang op X/Y](../../../articles/images/support_z_overrides_xy.svg) + +Als Z voorrang heeft op X/Y, wordt de Z-afstand gerespecteerd, zelfs als dit betekent dat de X/Y-afstand te klein is. De X/Y-afstand heeft alleen een effect vanaf de bovenkant van de support, waar ook de Z-afstand geen effect heeft. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance_overhang.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance_overhang.md new file mode 100644 index 000000000..da9caa5b0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_distance_overhang.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Minimale X-/Y afstand Supportstructuur +==== +Als de Z-afstand van de support de voorkeur heeft boven de X/Y-afstand, kan de horizontale afstand tussen de support en het model kleiner worden dan de instelling [X/Y-afstand Supportstructuur](support_xy_distance.md) om de vereiste [Z-afstand Supportstructuur](support_z_distance.md). + +Deze instelling definieert een minimale X/Y-afstand die moet worden aangehouden, ongeacht de Z-afstand. Nogmaals, deze minimale X/Y-afstand heeft voorrang op de Z-afstand. + +![De minimale X/Y-afstand is van toepassing wanneer de Z-afstand zou resulteren in een zeer kleine X/Y-afstand.](../../../articles/images/support_z_overrides_xy.svg) + +Het verhogen van deze instelling verkleint de kans dat de support de zijkant van het model raakt en daar een onnodig litteken achterlaat. Bovendien kan de support dan gemakkelijker worden verwijderd. Houd er echter rekening mee dat dit alleen van toepassing is op middelzware overhangen, waar de overhang meestal toch support nodig heeft. Het verhogen van deze instelling zorgt er ook voor dat de overhang meer doorhangt, waardoor de oppervlaktekwaliteit afneemt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_overrides_z.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_overrides_z.md new file mode 100644 index 000000000..53f4203a4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_xy_overrides_z.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Prioriteit Afstand Supportstructuur +==== +Zowel de [X/Y-afstand van de Supportstructuur](support_xy_distance.md) als de [Z-afstand Supportstructuur](support_z_distance.md) van de support moeten exact worden gevolgd, niet meer en niet minder. Dit is een beperking, dus er moet een voorkeur zijn tussen de twee. Deze instelling stelt die voorkeur in. + +X/Y heeft voorrang op Z +---- +![X/Y heeft voorrang op Z](../../../articles/images/support_xy_overrides_z.svg) + +Als de X/Y-afstand voorrang heeft op de Z-afstand, dan wordt de X/Y-afstand altijd constant gehouden, zelfs als dat betekent dat de Z-afstand groter is dan gewenst. De Z-afstand wordt echter nog steeds als de minimale afstand aangehouden. Dus als de overhang erg horizontaal is, heeft de Z-afstand nog steeds een effect, waardoor de X/Y-afstand groter wordt dan gewenst. + +Z heeft voorrang op X/Y +---- +![Z heeft voorrang op X/Y](../../../articles/images/support_z_overrides_xy.svg) + +Als de Z-afstand voorrang heeft op de X/Y-afstand, dan wordt de Z-afstand altijd constant gehouden, zelfs als dat betekent dat de X/Y-afstand kleiner is dan gewenst. De X/Y-afstand heeft dan alleen invloed op de print waar de Z-afstand niet in het spel is, dus niet bovenop de draagconstructies, alleen aan de zijkanten. + +Er wordt echter nog steeds een minimale X/Y-afstand aangehouden. Als de overhang erg verticaal is, zou de X/Y-afstand zo klein worden dat de support zou kunnen versmelten met de zijkanten van het model. De [Minimale X/Y-afstand Supportstructuur](support_xy_distance_overhang.md) voorkomt dit. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/support_z_distance.md b/resources/translations/nl_NL/support/support_z_distance.md new file mode 100644 index 000000000..1d059ee58 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/support_z_distance.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Z-afstand Supportstructuur +==== +Deze instelling specificeert de verticale afstand die moet worden aangehouden tussen de support en het model, zowel aan de bovenkant van de support als aan de onderkant. + + +![De Z-afstand bepaalt zowel de boven- als onderkant van de support](../../../articles/images/support_top_bottom_distance.svg) +![Een verticale afstand tussen model en support (overdreven)](../../../articles/images/support_z_distance.png) + +Deze instelling heeft de grootste invloed op hoe goed de support aansluit op het model. + +Door deze instelling te verlagen, kan de support beter aansluiten op het model. Dit zorgt ervoor dat overhangen er beter uitzien, omdat ze niet zo veel kunnen doorhangen. Daarnaast wordt de stabiliteit van de support verbeterd doordat deze stevig op het model zit aan de onderkant van de support. + +Als u deze instelling verhoogt, wordt het gemakkelijker om de support te verwijderen. Het laat minder littekens achter op het oppervlak waar de support het model ondersteunde. Aan de andere kant wordt het model ook niet langer ondersteund. Dit vermindert de oppervlaktekwaliteit van de overhang. + +In het algemeen geldt dat hoe beter het supportmateriaal hecht aan het bouwmateriaal, hoe groter deze instelling moet zijn. Als u een ander materiaal gebruikt om support printen, kan de z-afstand aanzienlijk worden verkleind, omdat twee verschillende materialen na uitharding gemakkelijker van elkaar scheiden. Als u een materiaal gebruikt met een goede laaghechting, moet de instelling iets worden verhoogd. Heter of met zwaardere lijnen printen verhoogt ook de hechting, dus deze instelling moet ook worden verhoogd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/support/zig_zaggify_support.md b/resources/translations/nl_NL/support/zig_zaggify_support.md new file mode 100644 index 000000000..bdb4ab767 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/support/zig_zaggify_support.md @@ -0,0 +1,45 @@ +Supportstructuurlijnen verbinden +==== +Bij sommige supportpatronen kan de support erg onstabiel worden wanneer dunne stroken support nodig zijn. Deze instelling zorgt ervoor dat de eindpunten van de supportlijnen worden verbonden. Hierdoor heb je meer stabiliteit. Het drukt ook de drager af met een continue doorvoer. Er zijn minder verplaatsingen nodig. + + + +![Verbroken supportlijnen](../../../articles/images/zig_zaggify_support_disabled.png) +![Verbonden supportlijnen](../../../articles/images/zig_zaggify_support_enabled.png) + +Wanneer een supportlijn wordt geprint, wordt er een lijn getrokken langs de rand van het supportgebied naar de volgende lijn in plaats van naar de volgende lijn te gaan. Dit zet het volledige supportpatroon om in een enkele of zeer weinig lijnen. Conversie naar een enkele lijn is niet altijd mogelijk. Het startpunt van deze lijn is willekeurig, dus heel vaak hangen er lijnen in de lucht omdat in de ene laag twee lijnen aan het ene eindpunt kunnen worden verbonden, terwijl ze in de volgende laag aan de andere kant zijn verbonden. Dit maakt de support iets zwakker maar nog steeds stabiel en voorkomt onderbrekingen in de doorvoer. Het gedrag van deze instelling is hetzelfde als voor [Vullijnen verbinden](../infill/zig_zaggify_infill.md). + +Het aansluiten van de supportlijnen heeft een aantal voordelen, maar ook enkele nadelen: +* De support is stabieler en kantelt niet gemakkelijk tijdens het printen. +* De doorvoersnelheid wordt constanter gehouden, zodat u de support op hogere snelheid kunt printen zonder doorvoerproblemen. Dit is vooral belangrijk voor moeilijk te extruderen dragermaterialen. +* Wanneer doorvoerintrekkingen worden gemaakt tijdens support, zijn er aanzienlijk minder doorvoerintrekkingen nodig terwijl de support wordt geprint, waardoor materiaalslijtage wordt voorkomen. +* Er is meer materiaal nodig om de drager printen. +* Het printen van de support duurt meestal langer omdat de verplaatsbewegingen meestal sneller zijn dan het printen van supportlijnen. + +Het zigzagpatroon is altijd verbonden (met een iets andere techniek). Deze instelling is niet beschikbaar voor het zigzagpatroon. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/acceleration_ironing.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/acceleration_ironing.md new file mode 100644 index 000000000..285e582ce --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/acceleration_ironing.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Strijkacceleratie +==== +Strijkacceleratie kan afzonderlijk worden ingesteld om het proces te verfijnen. + +* acceleratie tijdens het strijken is meestal aanzienlijk langzamer dan printversnelling om ervoor te zorgen dat de laag een glad oppervlak heeft. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_layers.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_layers.md new file mode 100644 index 000000000..7885527af --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_layers.md @@ -0,0 +1,30 @@ +Bodemlagen +==== +Met deze instelling kunt u het aantal dichte onderlagen van de print instellen. Een hogere waarde zorgt ervoor dat alle gaten in de onderste lagen volledig worden gesloten. Dit kan echter ook de printtijd en de gebruikte hoeveelheid filament verhogen. + + + +![14 onderste lagen](../../../articles/images/top_bottom_thickness_0.8.png) +![50 onderste lagen](../../../articles/images/bottom_thickness.png) + +* Verhoog om sterkte te verbeteren. +* Verhoog om openingen aan de onderkant van de print te dichten. +* Verlaag om de printtijd en het materiaalverbruik te verminderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_expand_distance.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_expand_distance.md new file mode 100644 index 000000000..eaf4bbe27 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_expand_distance.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Uitbreidingsafstand van onderste skinlaag +==== +Hiermee kunt u de onderste lagen van de print breder of dunner maken in horizontale richting. Normaal gesproken worden de dichte lagen alleen gemaakt over delen met lucht eronder, maar met deze instelling kunt u de lagen iets verder in horizontale richting uitrekken, waardoor de skin aan de aangrenzende wanden blijft kleven en gaten in de skin opvult. + +![Hoe een skin (de gele delen) er normaal gesproken uitziet](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Buitenskin verlengd met 1 mm](../../../articles/images/expand_skins_expand_distance_1mm.png) + +* Als u kleine gaatjes heeft in de onderste lagen van de skin (gaatjes die worden opgevuld met het opvulpatroon), kunt u deze waarde iets hoger instellen om ze te sluiten. Hierdoor kan de printer de onderste regels continu printen, wat de stabiliteit sterk verbetert. +* Als je een onderkant hebt die niet direct op de platformligt, komen er wanden onder de buitenskin. Dit verbetert de hechting tussen de onderlagen en de aangrenzende wanden doordat de onderlagen direct op de wanden worden geprint. +* Als u deze instelling op een negatieve waarde zet, wordt de breedte van de onderste lagen kleiner en worden ze vervangen door een vulling. Dit kan wat printtijd besparen, maar gaat ten koste van de sterkte. + +**Vanwege technische beperkingen kunt u deze instelling niet verlagen tot onder de waarde van [Verwijderingsbreedte onderste skinlaag](bottom_skin_preshrink.md). Verhoog de waarde [Verwijderingsbreedte onderste skinlaag](bottom_skin_preshrink.md) om meer skin te verwijderen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_preshrink.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_preshrink.md new file mode 100644 index 000000000..419e1ef0b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_skin_preshrink.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Verwijderingsbreedte onderste skinlaag +==== +Verwijdert dunne delen van volledig gevulde onderlagen en drukt ze in plaats daarvan af met een vulling. Dit bespaart printtijd en materiaal. + +Bij schuine vlakken worden de onderste lagen vaak erg dun. Ze zijn echter niet nodig, aangezien de horizontale sterkte van de wanden meer dan voldoende is wanneer het oppervlak bijna volledig verticaal is. + +![Voor het verwijderen](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Na verwijdering](../../../articles/images/skin_preshrink_shrunk.png) + +Als de onderkant van je model erg steil afloopt, zal de buitenskin erg dun zijn. Op dit punt is de horizontale [Wanddikte](../shell/wall_thickness.md) de belangrijkste factor voor de sterkte van de schaal. Omdat de wanddikte al moet worden aangepast zodat er voldoende sterkte is, is het niet de moeite waard om hier meer materiaal toe te voegen. Het weglaten van dit skinmateriaal bespaart veel printtijd. + +Als u deze instelling te veel verhoogt, kan de onderkant van kleine onderdelen open zijn omdat ze worden gevuld met opvulling in plaats van skin. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..d44fb19c8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/bottom_thickness.md @@ -0,0 +1,30 @@ +Bodemdikte +==== +Met deze instelling kunt u de dikte van de dichte onderlagen van de print instellen. Een hogere waarde zorgt ervoor dat alle gaten in de onderste lagen volledig worden gesloten. Dit kan echter ook de printtijd en de gebruikte hoeveelheid filament verhogen. + + + +![Normale bodemdikte](../../../articles/images/top_bottom_thickness_0.8.png) +![Veel dikkere onderkant](../../../articles/images/bottom_thickness.png) + +* Verhoog om sterkte te verbeteren. +* Verhoog om openingen aan de onderkant van de print te dichten. +* Verlaag om de printtijd en het materiaalverbruik te verminderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/connect_skin_polygons.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/connect_skin_polygons.md new file mode 100644 index 000000000..ce66b74e0 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/connect_skin_polygons.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Boven-/onderkant Polygonen verbinden +==== +Wanneer u een boven-/onderconcentrisch patroon gebruikt (een patroon dat bestaat uit gesloten contouren, ook wel polygonen genoemd), verbindt u alle contouren met elkaar om een enkel pad te vormen. + + + +![Het concentrische patroon creëert aparte contouren](../../../articles/images/connect_skin_polygons_original.png) +![Alle contouren zijn verbonden met een enkele curve](../../../articles/images/connect_skin_polygons_enabled.png) + +Hierdoor worden nozzle verplaatsingen gereduceert. Hierdoor ontstaan echter nieuwe scherpe hoeken waarin de nozzle sterk moet accelereren en vertragen, wat de winst in printtijd teniet doet. Het kronkelende patroon zal ook aan de buitenkant zichtbaar zijn, wat een interessant visueel effect geeft. + +De contouren gegenereerd door [Aantal Extra Wandlijnen Rond Skin](../top_bottom/skin_outline_count.md) zijn niet met elkaar verbonden. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/expand_skins_expand_distance.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/expand_skins_expand_distance.md new file mode 100644 index 000000000..8867ea08c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/expand_skins_expand_distance.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Uitbreidingsafstand van skin +==== +Vergroot of verkleind de dichte lagen aan de boven- en onderkant van de print in horizontale richting. Normaal gesproken worden de dichte lagen alleen gemaakt als er lucht boven of onder is. Met deze instelling kunt u de lagen echter iets meer horizontaal uitrekken, waardoor de sterkte wordt verbeterd door de buitenskin beter aan aangrenzende wanden te bevestigen en gaten in de skin te sluiten. + +![Hoe skins (de gele delen) er meestal uitzien](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Skins vergroot met 1 mm](../../../articles/images/expand_skins_expand_distance_1mm.png) + +* Als u kleine gaatjes heeft in de bovenste of onderste lagen van de print (gaatjes die worden opgevuld met het opvulpatroon), kunt u deze waarde iets hoger instellen om ze te sluiten. Hierdoor kan de printer continu onderste lijnen printen, wat de sterkte aanzienlijk verbetert. +* Als uw model een horizontaal vlak naast een steile wand heeft, kan het verhogen van deze instelling de hechting tussen de wanden van het steile vlak en de skin verbeteren, aangezien de skin rechtstreeks op die wanden drukt. +* Door deze instelling op een negatieve waarde in te stellen, wordt de breedte van de bovenste en onderste lagen verkleind en vervangen door opvulling. Dit kan wat tijd besparen op het printen, maar dit gaat ten koste van de sterkte. + +**Vanwege technische beperkingen kunt u deze instelling niet verlagen tot onder de waarde van [Verwijderingsbreedte voor skin](skin_preshrink.md). Verhoog de instelling [Verwijderingsbreedte voor skin](skin_preshrink.md) om meer skin te verwijderen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/initial_bottom_layers.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/initial_bottom_layers.md new file mode 100644 index 000000000..0f400eb8d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/initial_bottom_layers.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Eerste onderste lagen +==== +Deze instelling bepaalt het aantal lagen aan de onderkant van de print waar de print op de platformrust. + +De onderkant van de print heeft een drievoudige functie: het maakt de print waterdicht, verbergt de vulling voor de ogen van de kijker en geeft stevigheid. Een buitenskin die bovenop de platformrust, is zeer stabiel, waardoor het zeer gemakkelijk waterdicht te maken en de vulling te verbergen. Meestal is de buitenskin al na één laag waterdicht en wordt de vulling al naar gelang de doorschijnendheid van het materiaal verborgen, maar vaak al na één of twee lagen. Als stijfheid geen probleem is, is het logisch om het aantal onderste lagen te verminderen waar de print op de platformrust. Dat scheelt veel tijd. De extra dikte van de onderkant is alleen nodig als er een overhang of bedrukking op een drager is. + +Het verminderen van het aantal onderste lagen waar de print op de platformrust, bespaart veel printtijd en materiaal, vooral bij grote platte prints. Dit heeft echter grote invloed op de sterkte van de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..a953a32c6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_enabled.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Strijken inschakelen +==== +Strijken zorgt ervoor dat de printer nog een keer over de bovenkant gaat om het extra glad te maken. Deze extra stap heeft een zeer kleine lijnbreedte en print bijzonder langzaam. + + + +![Een normale print van bovenaf gezien](../../../articles/images/ironing_enabled_disabled.png) +![Let op de dunne lijnen bovenaan wanneer strijken is ingeschakeld..](../../../articles/images/ironing_enabled_enabled.png) + + +Strijken print een lijnenpatroon af op de bovenkant van de print. Dit heeft twee belangrijke positieve effecten: +* Het smelt het oppervlak opnieuw door er meerdere keren met een hete nozzle overheen te gaan. Vandaar de naam "strijken". Omdat de verplaatsingssnelheid zo laag is en de lijnbreedte zo klein is, verwarmt de nozzle het oppervlak veel. Het platte deel van nozzle maakt ze vervolgens glad. +* Het vult de gaten in het oppervlak. De beweging vindt plaats op hetzelfde niveau als de laag zelf, de flux is minder dan die van een volledige laag, maar is er nog steeds. In theorie kan de doorvoer nergens heen, maar in de praktijk handhaaft het de druk in de nozzlekamer. Telkens wanneer nozzle over een hobbel in het oppervlak gaat, doorvoert het materiaal in nozzle in die opening. + +Strijken heeft echter ook enkele nadelen: +* Het verhoogt de printtijd aanzienlijk. +* Als het patroon breuken heeft (omdat het naar verschillende delen moet), laat het een zichtbare lijn achter tussen het deel dat eerder is gladgestreken en het deel dat daarna is gladgestreken. Dit kan soms worden vermeden door [Strijkpatroon](ironing_pattern.md) op een ander patroon in te stellen, b.v. Concentrisch. +* Afgeschuinde oppervlakken of oppervlakken met veel detail kunnen ook worden gladgemaakt, waardoor het topografische effect wordt vergroot. De grenzen tussen de lagen worden duidelijker. Dit kan worden voorkomen door [Alleen hoogste laag strijken](ironing_only_highest_layer.md) in te schakelen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_flow.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_flow.md new file mode 100644 index 000000000..484be1683 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_flow.md @@ -0,0 +1,39 @@ +Strijkdoorvoer +==== +Strijken maakt extra lijnen in het oppervlak, wat technisch gezien over-extrusie is. Deze instelling bepaalt hoeveel er in deze extra laag wordt geëxtrudeerd. De stroming is nodig om gaten in het oppervlak op te vullen. + + + +![10% doorvoer](../../../articles/images/ironing_enabled_enabled.png) +![20% doorvoer](../../../articles/images/ironing_flow.png) + +U moet deze instelling hoog genoeg zetten om de druk op nozzle te behouden. Deze print moet de gaten aan de bovenkant opvullen. Als u een zeer ruw oppervlak heeft (vanwege het pillowing effect of te snel printen), moet u deze instelling mogelijk verhogen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_inset.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_inset.md new file mode 100644 index 000000000..8f9cdb345 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_inset.md @@ -0,0 +1,41 @@ +Uitsparing strijken +==== +Normaal gesproken maakt strijken niet glad tot naar de buitenrand. Als dit het geval zou zijn, zou de continue druk in de nozzlekamer ervoor zorgen dat het materiaal over de rand vloeit, waardoor een soort rimpeleffect ontstaat. Deze instelling bepaalt hoe ver van de rand wordt gestreken. + + + +![Standaard gebruik van halve lijndikte](../../../articles/images/ironing_enabled_enabled.png) +![Een grotere inzet van 1,2 mm](../../../articles/images/ironing_inset.png) + +Er zijn twee belangrijke gebruiksscenario's voor deze instelling: +* Om ervoor te zorgen dat het materiaal zich niet over de rand verspreidt. +* Als een manier om dunne strepen uit te filteren die normaal gesproken zouden worden gladgestreken. Als u een vlakke helling heeft, wilt u misschien niet dat elke laagstap in die helling wordt afgevlakt. Het verhogen van deze instelling kan de dunste strepen wegfilteren, maar heeft ook tot gevolg dat de grotere delen niet tot aan de rand worden gladgestreken. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_line_spacing.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_line_spacing.md new file mode 100644 index 000000000..d070e7c3c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_line_spacing.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Tussenruimte strijklijnen +==== +Deze instelling wijzigt de afstand tussen elke strijk lijn. De strijklijnen liggen meestal veel dichter bij elkaar dan de eigenlijke printlijnen, wat aanzienlijk bijdraagt aan de effectiviteit. + + + +![Normale lijn lafstand](../../../articles/images/ironing_enabled_enabled.png) +![Lijn afstand vergroot tot 0,3 mm](../../../articles/images/ironing_line_spacing.png) + +* Het vergroten van de lijn afstand leidt tot een vermindering van de printtijd. +* Het verkleinen van de lijn afstand verbetert echter de kwaliteit van het oppervlak. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_monotonic.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_monotonic.md new file mode 100644 index 000000000..2c77c6d23 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_monotonic.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Monotone strijkvolgorde +==== +Normaal gesproken regelt Cura de vloeiende lijnen zo dat de afstand ertussen klein is. Als deze instelling is geactiveerd, worden de vloeiende lijnen zo gerangschikt dat aangrenzende lijnen altijd overlappend in dezelfde richting worden geprint. + +Strijk lijnen zijn standaard veel dunner dan de nozzle waarmee ze worden geprint, dus de lijnen overlappen sterk met de aangrenzende lijnen. Deze overlap geeft de lijnen een lichte schuine stand, waardoor ze licht in verschillende richtingen anders weerkaatsen. Wanneer aangrenzende lijnen elkaar anders overlappen, verandert deze reflectie. Dit zie je terug in het eindresultaat. Het geeft verschillende glans aan verschillende delen van het oppervlak. Door in een monotone volgorde te printen, is de overlap over het oppervlak gelijk, dus er zijn geen verschillen in lichtreflectie. Hierdoor ziet het oppervlak er egaler en gladder uit. + +In tegenstelling tot [Monotone volgorde van boven naar beneden](../top_bottom/skin_monotonic.md), wordt dit effect bij het strijken echter met een heel ander effect. Tijdens het strijken is de doorvoersnelheid zo laag dat de verandering in de doorvoer die optreedt bij normaal printen erg groot is. Hierdoor wordt de laag die moet worden gestreken dikker aan het begin van de print, terwijl er nog steeds een merkbare rand overblijft waar de print werd onderbroken. Een vloeiend verloop zal deze randen niet elimineren. Hoewel het oppervlak er in de praktijk misschien wat gladder uitziet, is het in de praktijk niet effectief om de vloeiende lijnen in een monotone volgorde printen, tenzij uw printer zeer nauwkeurige controle heeft over de doorvoersnelheid. + +Door de monotone volgorde neemt de nozzle verplaatsingen iets toe, maar dit effect is zeer minimaal. + +Om een glad oppervlak te krijgen, moet u dit combineren met de instelling [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) en eventueel [Hoogte Z-sprong](../travel/retraction_hop.md) activeren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_only_highest_layer.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_only_highest_layer.md new file mode 100644 index 000000000..2ef3eac34 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_only_highest_layer.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Alleen hoogste laag strijken +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt strijken alleen toegepast op de bovenste laag van het object. Als uw model veel verschillende bovenvlakken heeft, maar alleen de bovenste zichtbaar is of alleen de bovenste moet worden gladgemaakt, kan deze instelling u veel printtijd besparen. + + +![De halve cirkel in de onderste laag is niet gladgestreken.](../../../articles/images/ironing_only_highest_layer.png) + +**Als er meerdere objecten in een print zijn, wordt de bovenste laag van elk object gestreken. Dit geldt ook voor alle onderdelen van een multi-extrusie print.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..88df941f4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/ironing_pattern.md @@ -0,0 +1,47 @@ +Strijkpatroon +==== +Bij het gladstrijken krijgt de bovenkant een patroon. Deze instelling bepaalt welk patroon wordt gebruikt om de bovenkant glad te maken. + +Het doel van het patroon is om een glad, doorlopend oppervlak te creëren. Wanneer het patroon wordt verbroken, verschijnt er een zichtbare rand op het oppervlak. Er zijn twee patronen beschikbaar. + +Zigzag +---- +![Zigzag gladmakend patroon](../../../articles/images/ironing_enabled_enabled.png) + +Hierdoor beweegt de nozzle heen en weer over het oppervlak. Dit werkt goed en betrouwbaar op de meeste oppervlakken, maar veroorzaakt iets meer randjes dan nodig is. + + +Concentrisch +---- +![Concentrisch gladstrijkpatroon](../../../articles/images/ironing_pattern.png) + +Dit zorgt ervoor dat nozzle cirkels van binnenuit creëert. Dit houdt de randjes tot een minimum beperkt, maar als de concentrische ringen in het midden erg klein worden, gaat de kwaliteit achteruit omdat de nozzle te lang op dezelfde plek blijft. Dit laat een zichtbare vlek op het oppervlak achter. Daarom werkt dit het beste op lange en dunne oppervlakken in plaats van oppervlakken die even breed als hoog zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/jerk_ironing.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/jerk_ironing.md new file mode 100644 index 000000000..1aca26771 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/jerk_ironing.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Schok (Jerk) strijken +==== +Met deze instelling wordt de jerk alleen aangepast in de gebieden waar de printer strijkt + +Net als bij de instelling [Schok Boven-/Onderkant](../speed/jerk_topbottom.md) kun je de jerk verminderen bij het gladmaken om een betere kwaliteit van de toplaag te krijgen. Als de jerk te hoog is, kunnen trillingen in het frame van de printer ervoor zorgen dat de platform op en neer beweegt (afhankelijk van het printerontwerp), waardoor "rimpelen" ontstaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/max_skin_angle_for_expansion.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/max_skin_angle_for_expansion.md new file mode 100644 index 000000000..ee790ccb8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/max_skin_angle_for_expansion.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Maximale skinhoek voor uitbreiding +==== +Omdat de skin in het hele model aanwezig is, is het niet nodig om al deze gebieden uit te breiden. In plaats daarvan worden alleen die gebieden vergroot waar de hoek tussen het oppervlak van de skin en de horizontale rand kleiner is dan deze instelling. Dit versterkt vlakke oppervlakken met uitstekende elementen zonder de printtijd voor de rest van het model onnodig te verlengen. + +![Een instelling van 90 graden zal de hele skin uitzetten met de "Skin Expansion Distance" instelling.](../../../articles/images/max_skin_angle_for_expansion_90.png) +![Een instelling van 45 graden vergroot alleen de vlakke gebieden.](../../../articles/images/max_skin_angle_for_expansion_45.png) + +De skin uitzetting is handig om de verbinding tussen de boven- of onderkant van de print en de wanden aan de zijkanten te versterken. Het kan echter ook de printtijd en het materiaalverbruik aanzienlijk verhogen. Met deze instelling kunt u het materiaal aan de zijkanten van de print uitfilteren waar het minder handig is voor het versterken van de hechting tussen wanden en skin. + +Bij deze instelling is 0° horizontaal. Bij een instelling van 0° wordt geen skin verlengd. 90° staat loodrecht en zorgt ervoor dat alle delen van de skin uitzetten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/min_skin_width_for_expansion.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/min_skin_width_for_expansion.md new file mode 100644 index 000000000..4d941bf01 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/min_skin_width_for_expansion.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Minimale skinbreedte voor uitbreiding +==== +Omdat de skin in het hele model aanwezig is, is het niet nodig om al deze gebieden uit te breiden. In plaats daarvan worden alleen de skinhoeken vergroot die al breder zijn dan deze instelling. Dit versterkt vlakke oppervlakken met uitstekende kenmerken zonder de printtijd voor de rest van het model onnodig te verlengen. + +![Indien ingesteld op 0 mm, wordt de hele skin vergroot met de instelling "Expansion Distance Skin".](../../../articles/images/max_skin_angle_for_expansion_90.png) +![Bij een instelling van 0,8 mm worden alleen de vlakke delen vergroot.](../../../articles/images/max_skin_angle_for_expansion_45.png) + +De skin uitzetting is handig om de verbinding tussen de boven- of onderkant van de print en de wanden aan de zijkanten te versterken. Het kan echter ook de printtijd en het materiaalverbruik aanzienlijk verhogen. Met deze instelling kunt u het materiaal aan de zijkanten van de print uitfilteren waar het minder handig is voor het versterken van de hechting tussen wanden en skin. + +U kunt deze instelling ook configureren met de instelling [Maximale skinhoek voor uitbreiding](max_skin_angle_for_expansion.md). Als deze instelling wordt gewijzigd, verandert deze instelling automatisch mee. Deze instelling is de instelling die daadwerkelijk wordt gebruikt voor het slicen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..a089f2ecc --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,32 @@ +Extruder bovenskin +==== +Voor printers met meerdere extruders wordt hier de extruder geselecteerd die moet worden gebruikt voor het printen van het oppervlak. + + +![Dit model is geprint met alleen de toplagen in een andere kleur](../../../articles/images/roofing_extruder_nr.png) + +Zo kun je het oppervlak een andere kleur of materiaal geven. Merk op dat de extruder voor de wanden niet wordt gewijzigd door deze instelling, dus er zal nog steeds een rand rond de bovenkant zijn. + +Behalve dat je de top een andere kleur geeft, kun je de top ook met een ander materiaal printen. Hiermee kunnen verschillende effecten worden bereikt: +* Print de boven- en buitenwand in PLA en print de rest met een stijver materiaal om een stevig object te krijgen dat er ook nog eens goed uitziet. +* De bovenkant is geprint met TPU, de rest met een harder materiaal voor een zacht, gripvast oppervlak. +* Druk de bovenkant af met een materiaal dat gladder is dan het zwaardere materiaal dat je nodig hebt voor de binnenkant van het model als je iets over het oppervlak wilt laten glijden. + +**Als het materiaal voor de bovenkant niet goed hecht aan het onderliggende materiaal, zal het na het printen gaan delamineren. Wees vooral voorzichtig met materialen met een hoge krimpfactor.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_layer_count.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_layer_count.md new file mode 100644 index 000000000..607f43a58 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/roofing_layer_count.md @@ -0,0 +1,42 @@ +Bovenste skinlagen +==== +Een deel van het bovenste deel van de print kan worden gescheiden en geprint met verschillende instellingen. Deze instelling bepaalt de grootte van het gebied dat wordt gescheiden. Voor hoeveel lagen van het bovenste deel van de print worden aparte aanpassingen gemaakt? + + + +![De bovenste laag van de skin wordt langzamer geprint (blauw) dan de rest van de skin (groen)](../../../articles/images/roofing_layer_count.png) + +Sommige instellingen kunnen de kwaliteit van de bovenkant van de print aanzienlijk verbeteren, maar ze kunnen ervoor zorgen dat de print veel langer duurt omdat ze op alle skinlagen worden aangebracht. Een soortgelijk effect kan worden bereikt als deze instellingen alleen voor de bovenste laag of twee lagen worden gemaakt, maar de overige lagen van de skin worden sneller geprint. Dit heeft dan niet zo'n grote negatieve invloed op de printtijd. + +Voor de bovenkant zijn de volgende instellingen mogelijk: +* [Extruder bovenskin](roofing_extruder_nr.md) +* [Bovenste oppervlak skindoorvoer](../material/roofing_material_flow.md) +* [Snelheid Bovenskin](../speed/speed_roofing.md) +* [Acceleratie bovenskin](../speed/acceleration_roofing.md) +* [Schok bovenskin](../speed/jerk_roofing.md) +* [Lijnbreedte bovenskin](../experimental/roofing_line_width.md) +* [Patroon bovenskin](../experimental/roofing_pattern.md) +* [Lijnrichting bovenskin](../experimental/roofing_angles.md) + +Om een mooier oppervlak te krijgen, probeer de snelheid te verminderen en de schok te vergroten. + +Bij het printen van de skin in een andere kleur (met behulp van de [Extruder bovenskin](roofing_extruder_nr.md) instelling), is het vaak nodig om meer dan één laag in de andere kleur printen. Anders zou de originele kleur nog doorschijnen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_angles.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_angles.md new file mode 100644 index 000000000..eb1df56e8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_angles.md @@ -0,0 +1,29 @@ +Lijnrichtingen boven-/onderkant +==== +Met deze instelling kunt u de richting wijzigen waarin de bovenste en onderste lijnen worden geprint. U kunt een door komma's gescheiden lijst van hoeken opgeven (in graden) en de lijnen worden per laag in een andere richting geprint. + + + +![lijnenpatroon met afwisselende hoeken van 0°, 60° en 120°](../../../articles/images/skin_angles.gif) + +Standaard wordt het lijnpatroon in de twee diagonale richtingen geprint. Bij Cartesiaanse portaalsystemen is dit het meest nauwkeurig omdat de printer zowel de X- als de Y-motor kan gebruiken om de nozzle te versnellen bij het verplaatsen voor de volgende regel. + +Er kunnen verschillende redenen zijn om deze richtingen te wijzigen: +* Om een optisch effect te creëren. +* Om kracht te optimaliseren. De print is meestal stabieler wanneer hij parallel aan de lijnen van de buitenskin (en opvulling) wordt geduwd en getrokken. +* Om de overhang te verminderen. Als een print in één richting erg dun is, kan de buitenskin die richting overbruggen om materiaal voor de vulling te sparen. Er is geen vulling nodig om de kloof te overbruggen. Op dezelfde manier kunt u ook een richting kiezen die loodrecht op de vulling staat om de overhang over de vulling te minimaliseren. Op deze manier kunt u een betere kwaliteit van het oppervlak bereiken. +* Om de nauwkeurigheid te optimaliseren als uw printer geen motor in X-richting en motor in Y-richting heeft, zoals: een printer met een H-bridge portal of een deltaprinter. + +Als u bijvoorbeeld '[0, 30, 60]' invoert, schakelt de richting tussen 0 graden vanaf de x-as, 30 graden vanaf en 60 graden vanaf. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_monotonic.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_monotonic.md new file mode 100644 index 000000000..d00c6e995 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_monotonic.md @@ -0,0 +1,58 @@ +Monotone volgorde van boven naar beneden +==== +Normaal regelt Cura de boven-/onderlijnen zo dat de afstand ertussen klein is. Als deze instelling is ingeschakeld, worden de boven-/onderlijnen zo gerangschikt dat aangrenzende lijnen altijd overlappend in dezelfde richting worden geprint. + +Bij het printen van boven-/onderlijnen overlappen de lijnen meestal een beetje met de aangrenzende lijnen omdat de vorm van een lijn geen perfecte rechthoek is. Deze overlap geeft de lijnen een lichte schuine stand, waardoor ze licht in verschillende richtingen anders weerkaatsen. Wanneer aangrenzende lijnen elkaar anders overlappen, verandert deze reflectie. Dit zie je terug in het eindresultaat. Het geeft verschillende glans aan verschillende delen van het oppervlak. Printen in een monotone volgorde zorgt ervoor dat de overlap over het oppervlak gelijk is, er zijn dus geen verschillen in lichtreflectie. Hierdoor ziet het oppervlak er egaler en gladder uit. + + + + +![Niet-gelijke volgorde](../../../articles/images/skin_monotonic_disabled.gif) +![Monotone volgorde, altijd beginnend vanaf de rechter benedenhoek](../../../articles/images/skin_monotonic_enabled.gif) + +Door de gelijkmatige volgorde neemt de nozzle verplaatsing iets toe, maar dit effect is erg klein. Het heeft alleen een optisch effect op de print. De gelijkmatige volgorde brengt geen mechanische verbeteringen. + +Om een glad oppervlak te krijgen, moet u deze instelling combineren met de instelling [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) en misschien ook [Hoogte Z-sprong](../travel/enable retraction_hop .md). Als alternatief kunt u ook [Strijken inschakelen](ironing_enabled.md) inschakelen, maar dat doet het voordeel van deze instelling volledig teniet. Strijken heeft zijn eigen [Monotone strijkvolgorde](ironing_monotonic.md). + +![De gloed is anders als de lijnen in een ongelijke volgorde worden geprint](../../../articles/images/skin_monotonic_disabled.jpg) +![Als de volgorde gelijk is, is de gloed overal hetzelfde](../../../articles/images/skin_monotonic_enabled.jpg) + + diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_no_small_gaps_heuristic.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_no_small_gaps_heuristic.md new file mode 100644 index 000000000..1188f285a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_no_small_gaps_heuristic.md @@ -0,0 +1,43 @@ +Geen skin in Z-gaten +==== +Als uw model een kleine horizontale opening heeft die kleiner is dan de boven-/onderskindikte, zal deze instelling de boven- en onderskin niet volledig vullen. Dit bespaart tijd bij het slicen en printen, maar kan ertoe leiden dat er vulmateriaal uitlekt. + + + + +![Er is meestal skin rond de kleine horizontale opening.](../../../articles/images/skin_no_small_gaps_heuristic_disabled.png) +![Als deze functie is geactiveerd, zal de skin niet goed sluiten.](../../../articles/images/skin_no_small_gaps_heuristic_enabled.png) + +Het belangrijkste doel van deze instelling is om de printtijd te verkorten. Deze instelling vermindert effectief de resolutie waarmee Cura controleert waar de skin moet worden geplaatst. Afhankelijk van de vorm van het model kan dit tussen de 5% en 30% aan printtijd besparen. Het bespaart ook printtijd wanneer er kleine openingen zijn, omdat de vulling wordt geprint in plaats van de buitenskin. + +Als het model geen horizontale openingen heeft die kleiner zijn dan de skindikte, is de enige impact een kortere printtijd. + +Als het model echter dergelijke horizontale gaten heeft, is de vulling zichtbaar in de opening. Als de opening echter klein genoeg is, zou de overhang de wanden voldoende doorhangen om toch niet zichtbaar te zijn. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_outline_count.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_outline_count.md new file mode 100644 index 000000000..48e3402c1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_outline_count.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Aantal Extra Wandlijnen Rond Skin +==== +Als u de boven- en onderkant print met het lijnenpatroon, kan de buitenrand van de skingebieden nog worden geprint met enkele concentrische lijnen. Dit is anders dan het printen van een extra wand omdat de extra wand van de skin ook tussen de skin en de vulling wordt geplaatst. + + + + +![Geen extra skincontouren.](../../../articles/images/skin_outline_count_0.png) +![Twee extra skin-contouren](../../../articles/images/skin_outline_count_2.png) + +Normaal gesproken kunnen de lijnen van de buitenskin eindigen in de dunne vulling. Je eindpunten zullen dan een beetje doorzakken. Als er extra wanden in de skin zitten, zal de printer eerst een rand rond de skin printen waar de normale skinlijnen aan kunnen worden bevestigd. De buitenskin zakt dan bij de eindpunten minder door. Uiteindelijk komt dit de kwaliteit van de bovenkanten enigszins ten goede. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap.md new file mode 100644 index 000000000..c727fbe97 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Overlapercentage Skin +==== +In deze setting overlapt de skin de aangrenzende structuren enigszins. Hierdoor hecht de buitenskin beter aan deze structuren. + +De overlap in deze instelling wordt uitgeprint als een percentage van de gemiddelde lijndikte tussen de skinlijnen en de binnenste wandlijnen. + + + + +![Geen overlap.](../../../articles/images/skin_overlap_none.png) +![Lichte overlap](../../../articles/images/skin_overlap_20.png) + +Deze overlap resulteert technisch in over-extrusie, maar het is zo klein dat je het niet kunt zien. Het heeft echter een aanzienlijke invloed op de sterkte omdat de buitenskin beter kan hechten aan de wanden en opvulling. Deze constructies voegen immers alleen sterkte toe aan het model als ze houvast hebben. + +Enige overlap kan ook helpen het optreden van skinhiaten te verminderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap_mm.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap_mm.md new file mode 100644 index 000000000..9ce01fb80 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_overlap_mm.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Overlap skin +==== +In deze setting overlapt de skin de aangrenzende structuren enigszins. Hierdoor hecht de buitenskin beter aan deze structuren. + + + + +![Geen overlap.](../../../articles/images/skin_overlap_none.png) +![Lichte overlap](../../../articles/images/skin_overlap_20.png) + +Deze overlap resulteert technisch in over-extrusie, maar het is zo klein dat je het niet kunt zien. Het heeft echter een aanzienlijke invloed op de sterkte omdat de buitenskin beter kan hechten aan de wanden en opvulling. Deze constructies voegen immers alleen sterkte toe aan het model als ze houvast hebben. + +Enige overlap kan ook helpen het optreden van skinhiaten te verminderen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_preshrink.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_preshrink.md new file mode 100644 index 000000000..8b44aa64a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/skin_preshrink.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Verwijderingsbreedte skin +==== +Met deze instelling worden zeer dunne stroken skin verwijderd en vervangen door vulmateriaal. + +De skin wordt alleen verwijderd als er vulmateriaal naast ligt. De buitenste schil wordt dus niet helemaal aan de boven- of onderkant van de print verwijderd, ook niet als deze erg dun is. + +![Geen skinverwijdering](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Dunne strepen zijn verwijderd](../../../articles/images/skin_preshrink_shrunk.png) + +De skin wordt meestal gegenereerd waar deze zich verticaal in de buurt van de boven- of onderkant van het object bevindt. Dit hoeft niet overal. Verticale wanden zijn meestal sterk genoeg dat, hoewel de skin normaal gesproken aan de hoekpunten van de verticale wanden moet worden bevestigd, u deze instelling met deze instelling kunt weglaten. Dit bespaart printtijd en materiaal. + +Voor de meeste printen is het handig om de lijnbreedte in te stellen op 1 of 2 om de printtijd te verkorten. Bovendien, wanneer de skin te dun wordt om printen, laat Cura een opening achter waar de skin had moeten zijn (maar te klein was). De vulling hecht dan niet goed aan de wanden. Als [Vul gaten tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) is aangevinkt, worden deze gaten opgevuld, maar deze opvulmodus kost meer tijd om printen dan de normale shell. Door deze instelling te verhogen naar ten minste [Lijnbreedte Boven-/onderkant](../resolution/skin_line_width.md) wordt dit voorkomen. + +Als u de instelling te veel verhoogt, kunnen er openingen ontstaan aan de boven- en onderkant waar de vulling wordt weergegeven. Wees vooral voorzichtig bij modellen met dunne stroken die een dunne strook skin nodig hebben. + +![Deze stukjes skin worden verwijderd en de vulling wordt zichtbaar.](../../../articles/images/skin_preshrink_problem.svg) +![De vulling is ook te zien in de laagweergave](../../../articles/images/skin_preshrink_problem_screenshot.png) \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/speed_ironing.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/speed_ironing.md new file mode 100644 index 000000000..aa96efcd2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/speed_ironing.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Strijksnelheid +==== +Omdat strijken zich op verschillende materialen heel anders gedraagt, kunt u met deze instelling bepalen hoe snel nozzle beweegt tijdens het strijken. + +De stijksnelheid is meestal aanzienlijk lager dan de snelheid waarmee de skin wordt geprint. Hierdoor kunnen de lijnen van de top in elkaar overlopen. Dit verhoogt echter ook de totale printtijd aanzienlijk, vooral als de lijnbreedte van de strijken klein is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_extruder_nr.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_extruder_nr.md new file mode 100644 index 000000000..6b4c364a8 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_extruder_nr.md @@ -0,0 +1,22 @@ +Extruder Boven-/Onderkant +==== +De boven- en onderkant van het object kunnen desgewenst worden geprint met een andere extruder dan de rest van het model. Met deze instelling kunt u kiezen welke extruder u voor de boven- en onderkant wilt gebruiken. + + + +![De boven- en onderkant van dit object zijn rood geprint](../../../articles/images/top_bottom_extruder_nr.png) + +Deze instelling heeft geen invloed op de wanden die naast de boven- en onderkant worden geprint en zijn zichtbaar vanaf de boven- en onderkant van uw print. + +Toepassingsvoorbeelden zijn voor het printen van het boven- en ondergedeelte met een andere extruder +* Print in een andere kleur voor een visueel effect. +* Ze zijn geprint met een zachter materiaal, waardoor het model zacht aanvoelt en de wrijving verhoogt, waardoor het gemakkelijker vast te houden is. +* Bedrukking met een hard materiaal om het model meer horizontale sterkte te geven met behoud van de mooie visuele kwaliteit van het andere materiaal op de wanden. +* Druk af met materiaal met een lage wrijvingscoëfficiënt om het voor andere objecten gemakkelijker te maken om over het oppervlak te schuiven wanneer bewegende delen in uw uiteindelijke model zijn opgenomen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern.md new file mode 100644 index 000000000..75384602b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern.md @@ -0,0 +1,54 @@ +Patroon Boven-/Onderkant +==== +Met deze instelling kunt u specificeren hoe de boven- en onderkant met materiaal moeten worden gevuld. Er zijn verschillende printpatronen beschikbaar, maar de patronen zijn hier beperkter dan bij de vulling. Alleen patronen die dichte lagen creëren, zijn beschikbaar. + + +Lijnen +---- +![lijnen](../../../articles/images/top_bottom_pattern_lines.png) + +Het basispatroon Lijnen trekt rechte lijnen over het oppervlak. Standaard zijn deze lijnen zo georiënteerd dat ze goed worden ondersteund door de vulling en support. De richting van de lijnen wisselt tussen lagen. +* Zorgt voor een mooie afwerkingskwaliteit. +* Zeer rigide in de richtingen waarin de lijnen worden getrokken. +* Hecht sterk aan de wanden waardoor relatief sterke delen ontstaan. + + +Concentrisch +---- +![Concentric](../../../articles/images/top_bottom_pattern_concentric.png) + +Het concentrische patroon gaat verder in het model en tekent contouren. +* Even sterk in alle richtingen. +* Voorkomt de vorming van luchtbellen en kieren. Met dit patroon is het makkelijker om waterdichte objecten te maken. +* Uitstekende overhangkwaliteit, omdat de lijnen zeer goed overbrugd kunnen worden. +* Als het onderdeel cirkelvormig is, kan er een lelijke plek in het midden zijn waar de contouren samenkomen. +* De oppervlaktekwaliteit is niet ideaal. + + +Zigzag +---- +![Zigzag](../../../articles/images/top_bottom_pattern_zigzag.png) + +Het zigzagpatroon lijkt erg op het lijnpatroon, maar in plaats van de lijnen in de wanden te beëindigen, blijven ze extruderen naar de dichtstbijzijnde skin. +* Biedt een geweldige oppervlaktekwaliteit. +* Zeer rigide in de richtingen waarin de lijnen worden getrokken. +* Houdt de extrusiesnelheid consistenter en verbetert de oppervlakteconsistentie op materialen die moeilijker te extruderen zijn. +* Plakt niet zo goed aan de wanden als aan het lijnenpatroon. Het effect [Overlappercentage Skin](skin_overlap.md) wordt verminderd. Dit verzwakt het onderdeel en vermindert de kwaliteit van de overhangen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern_0.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern_0.md new file mode 100644 index 000000000..913b57387 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_pattern_0.md @@ -0,0 +1,23 @@ +Eerste laag patroon onderkant +==== +Deze instelling configureert welk patroon wordt gebruikt voor de onderkant van het model waar het direct op de platformof het raft rust. Het patroon voor deze laag wordt afzonderlijk van de rest van de onderstaande lagen geconfigureerd. + + + +![De eerste laag is geprint met een concentrisch patroon, de rest is een lijnenpatroon.](../../../articles/images/top_bottom_pattern_0.gif) + +Het concentrische patroon hecht veel beter aan de platformdan andere patronen, omdat de spanning in de lijnen in alle richtingen wordt verdeeld als ze krimpen. Dit voorkomt kromtrekken en verbetert de printbetrouwbaarheid. Andere patronen trekken slechts in één richting samen. + +Bij het printen met een raft heeft het gebruik van het lijnpatroon de neiging om een iets dikker deel te krijgen. De lijnen worden dan ook uitgelijnd om de openingen tussen de raftlijnen goed te overbruggen, waardoor een gladdere onderkant ontstaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..e37594745 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_bottom_thickness.md @@ -0,0 +1,38 @@ +Dikte Boven-/Onderkant +==== +Met boven-/onderdikte kunt u instellen hoe dik u wilt dat de skin aan de boven- en onderkant van uw print is. + + + + +![Normale dikte boven/onder](../../../articles/images/top_bottom_thickness_0.8.png) +![Aanzienlijk dikkere boven- en onderkant](../../../articles/images/top_bottom_thickness_3.png) + +Dit heeft invloed op zowel de boven- als onderkant van de print.De boven- en onderkant kunnen ook afzonderlijk worden geconfigureerd met de instellingen [Dikte Bovenkant](top_thickness.md) en [Bodemdikte](bottom_thickness.md). + +Als deze instelling geen veelvoud is van de hoogte van de laag, wordt deze afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud. Deze instelling bepaalt alleen hoeveel lagen er aan de boven- en onderkant worden gemaakt. + +Het vergroten van de boven- en onderdikte heeft verschillende effecten die positief zijn voor de algehele kwaliteit, maar negatief voor de productiviteit. +* Uw onderdeel zal stabieler zijn. Meer toplagen betekent dat een kleiner deel van je print wordt gevuld met weinig vulling. In plaats daarvan is het volledig ingevuld. +* De bovenkant wordt gladder. Alle oneffenheden in de buitenste skin worden gladgestreken door de lagen erboven. +* Uw model is waarschijnlijk waterdicht. Er zijn meer lagen aan zowel de boven- als onderkant om het binnendringen van water of andere vloeistoffen te voorkomen en om overhangen te egaliseren. +* Uw print zal meer materiaal gebruiken omdat meer lagen volledig worden gevuld. +* Het printen duurt langer omdat er meer materiaal is om aan te brengen en deze lagen printen meestal langzamer dan de vulling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_layers.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_layers.md new file mode 100644 index 000000000..4a13beb25 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_layers.md @@ -0,0 +1,34 @@ +Bovenlagen +==== +Deze instelling bepaalt hoeveel dichte lagen er bovenaan de print worden geprint. Deze dichte lagen worden geprint in plaats van de vulling. Ze zijn bedoeld om de bovenkant af te sluiten. + + + + +![14 bovenste lagen](../../../articles/images/top_bottom_thickness_0.8.png) +![50 Top Lagen](../../../articles/images/top_thickness.png) + +Meer lagen hebben meerdere effecten, die een positieve invloed hebben op de oppervlaktekwaliteit, maar een negatieve invloed hebben op de productiviteit. +* Uw onderdeel zal stabieler zijn. Meer toplagen betekent dat een kleiner deel van je print wordt gevuld met weinig vulling. In plaats daarvan is het volledig ingevuld. +* De bovenkant wordt gladder. Alle oneffenheden in de buitenste skin worden gladgestreken door de lagen erboven. +* Uw model is waarschijnlijk waterdicht. Meer lagen aan de bovenkant kunnen voorkomen dat water of andere vloeistoffen binnendringen omdat meer lagen volledig gevuld zijn. +* Je print zal meer materiaal gebruiken naarmate meer lagen volledig gevuld zijn. +* Uw print duurt langer omdat er meer materiaal is om te leggen en deze lagen printen meestal langzamer dan de vulling. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_expand_distance.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_expand_distance.md new file mode 100644 index 000000000..306405cb3 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_expand_distance.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Uitbreidingsafstand van bovenste skinlaag +==== +Verbreedt of krimpt de dichte lagen bovenop de print in horizontale richting. Normaal gesproken worden de dichte lagen alleen gemaakt onder delen met lucht eronder. Met deze instelling kunt u ze echter iets meer horizontaal uitrekken, waardoor de sterkte verbetert door de buitenskin beter te laten hechten aan aangrenzende wanden en gaten in de skin op te vullen. + +![Hoe skins (de gele delen) er meestal uitzien](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Skins vergroot met 1 mm](../../../articles/images/expand_skins_expand_distance_1mm.png) + +* Als u kleine gaatjes heeft in de bovenste lagen van de skin (gaatjes die worden opgevuld met het vulpatroon), kunt u deze sluiten met een iets hogere waarde. Hierdoor kan de printer continu onderste lijnen printen, wat de sterkte aanzienlijk verbetert. +* Als de onderkant van uw print niet vlak is, zorgt een hogere instelling ervoor dat de skin buiten het gebied direct boven de wanden printt. Dit verbetert de hechting tussen de buitenskin en de wanden, wat op zijn beurt de sterkte verhoogt. +* Door deze instelling op een negatieve waarde in te stellen, wordt de breedte van de onderste lagen kleiner en vervangen door opvulling. Dit kan wat tijd besparen bij het printen, maar dit gaat ten koste van de sterkte. + +**Vanwege technische beperkingen kunt u deze instelling niet verlagen tot onder de waarde van [Verwijderingsbreedte bovenste skinlaag](top_skin_preshrink.md). Verhoog de instelling "Verwijderingsbreedte bovenste skinlaag" om meer skin te verwijderen.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_preshrink.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_preshrink.md new file mode 100644 index 000000000..41d767b4d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_skin_preshrink.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Verwijderingsbreedte bovenste skinlaag +==== +Verwijdert dunne delen van de volledig gevulde toplagen en drukt ze in plaats daarvan af met vulmateriaal. Dit bespaart printtijd en materiaal. + +Op stijl oppervlakken worden de bovenste lagen vaak erg dun. Ze zijn niet nodig, aangezien de horizontale sterkte van de wanden meer dan voldoende is wanneer het oppervlak bijna volledig verticaal is. + +![Voor het verwijderen](../../../articles/images/skin_preshrink_original.png) +![Na verwijdering](../../../articles/images/skin_preshrink_shrunk.png) + +Als u deze instelling te veel verhoogt, kan de bovenkant van kleine onderdelen open zijn omdat ze worden gevuld met opvulling in plaats van skin. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_thickness.md b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_thickness.md new file mode 100644 index 000000000..2e36ed01b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/top_bottom/top_thickness.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Dikte Bovenkant +==== +Deze instelling bepaalt hoe dik de effen bovenkant van de print moet zijn. Deze effen laag wordt geprint in plaats van de dunne vulling. Het dient om de bovenkant af te sluiten. + + + +![Typische topdikte](../../../articles/images/top_bottom_thickness_0.8.png) +![Aanzienlijk toegenomen dikte](../../../articles/images/top_thickness.png) + +Een dikker bovenoppervlak heeft verschillende implicaties die gunstig zijn voor de oppervlaktekwaliteit, maar nadelig voor de productiviteit. +* Uw onderdeel zal stabieler zijn. Een dikkere bovenkant betekent dat een kleiner deel van je print wordt gevuld met minder vulling. In plaats daarvan is het volledig ingevuld. +* De bovenkant wordt gladder. Eventuele oneffenheden in de buitenskin worden gladgestreken door de extra lagen. +* Uw model is waarschijnlijk waterdicht. Een dikkere bovenkant zorgt voor meer lagen die voorkomen dat water of andere vloeistoffen binnendringen naarmate meer lagen volledig gevuld zijn. +* Je print zal meer materiaal gebruiken naarmate meer lagen volledig gevuld zijn. +* Het printen duurt langer omdat er meer materiaal is om aan te brengen en deze lagen printen meestal langzamer dan de infill. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_x.md b/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_x.md new file mode 100644 index 000000000..ffad8c34c --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_x.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Begin laag X +==== +Als er meerdere onderdelen op één laag moeten worden geprint, optimaliseert Cura de volgorde waarin deze onderdelen worden geprint. Om het onderdeel te laten afkoelen voordat de volgende laag wordt geprint, wordt elke laag in ongeveer dezelfde volgorde geprint. De instellingen Begin Laag X en [Begin laag Y](layer_start_y.md) bepalen welk onderdeel het eerst wordt geprint: het gedeelte dat het dichtst bij de opgegeven coördinaten ligt. Deze instelling bepaalt de X-coördinaat van dit onderdeel. + +Dit is een andere instelling dan de Z-naad. De instellingen voor Z-naaduitlijning bepalen alleen waar de printer de omtrek van een onderdeel begint printen, terwijl deze instelling bepaalt met welk onderdeel het begint. + +Als uw printer iets specifieks doet bij het starten van een nieuwe laag of het wijzigen van de extruder, is het een goed idee om deze coördinaten in te stellen op de positie waar de printkop zal eindigen wanneer deze klaar is om door te gaan met printen. Dit minimaliseert verplaatsafstanden en vuil. + +Deze coördinaten bevinden zich in het G-code coördinatensysteem, dat verschilt van het coördinatensysteem dat Cura gebruikt om de positie van objecten weer te geven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_y.md b/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_y.md new file mode 100644 index 000000000..bff452b18 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/layer_start_y.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Begin laag Y +==== +Als er meerdere onderdelen op één laag moeten worden geprint, optimaliseert Cura de volgorde waarin deze onderdelen worden geprint. Om het onderdeel te laten afkoelen voordat de volgende laag wordt geprint, wordt elke laag in ongeveer dezelfde volgorde geprint. De instellingen [Begin laag X](layer_start_x.md) en Begin Laag Y bepalen welk onderdeel het eerst wordt geprint: het gedeelte dat dichtst bij de opgegeven coördinaten. Deze instelling bepaalt de Y-coördinaat van dit onderdeel. + +Dit is een andere instelling dan de Z-naad. De instellingen voor Z-naaduitlijning bepalen alleen waar de printer de omtrek van een onderdeel begint printen, terwijl deze instelling bepaalt met welk onderdeel het begint. + +Als uw printer iets specifieks doet bij het starten van een nieuwe laag of het wijzigen van de extruder, is het een goed idee om deze coördinaten in te stellen op de positie waar de printkop zal eindigen wanneer deze klaar is om door te gaan met printen. Dit minimaliseert verplaatsafstanden en vuil. + +Deze coördinaten bevinden zich in het G-code coördinatensysteem, dat verschilt van het coördinatensysteem dat Cura gebruikt om de positie van objecten weer te geven. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/limit_support_retractions.md b/resources/translations/nl_NL/travel/limit_support_retractions.md new file mode 100644 index 000000000..cb709a898 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/limit_support_retractions.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Supportintrekkingen beperken +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat het intrekken van het materiaal stopt als het van de ene plaats naar de andere gaat om een support printen, en in plaats daarvan gewoon direct beweegt zonder intrekken. + +Als deze optie is geactiveerd, wordt het materiaal niet meer ingetrokken wanneer u in een recht pad van support naar support gaat. Bij het verplaatsen van of naar de eigenlijke print of op een omweg, wordt het materiaal verder naar binnen getrokken om een botsing met de eigenlijke print te voorkomen. + +Enkele effecten van deze instelling in de praktijk: +* Het bespaart wat printtijd, vooral bij zachte materialen die moeilijk in te trekken zijn. +* Het voorkomt dat het materiaal erg verslijt bij het printen van zachte materialen. De feeder heeft de neiging het filament te beschadigen als het te vaak in hetzelfde gedeelte van het filament wordt doorgevoerd, tot het punt waarop het grip op het filament verliest en uw mnozzle lucht zal printen voor de rest van de print. +* Het voorkomt dat de materiaalstroom wordt onderbroken door intrekken. Sommige materialen, zoals: PVA heeft bijvoorbeeld moeite om de stroming in stand te houden, dus het terugtrekken van nozzle beïnvloedt de betrouwbaarheid ervan. nozzle kan verstopt raken. +* Er is meer sijpelen op tijdens verplaatsingen. Dit ziet er lelijk uit maar is ongevaarlijk voor de draagconstructie. Al het materiaal dat uitlekt, leidt echter ook tot onder-extrusie van de draagstructuur die vervolgens wordt geprint, wat de sterkte van de draagstructuur aantast. +* Lekkage van materiaal vergroot de kans op klonten op de pad. Als u herhaaldelijk tegen deze bulten aanstoot, bestaat het risico dat de support omvalt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_amount.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_amount.md new file mode 100644 index 000000000..befa893b1 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_amount.md @@ -0,0 +1,12 @@ +Instrekafstand +==== +Dit is de afstand in millimeters dat het materiaal van de nozzle wordt ingetrokken wanneer een intrekking wordt gemaakt. + +De setting heeft tal van effecten op veel verschillende manieren. +* Bij het aanzuigen van het materiaal ontstaat er een onderdruk in de nozzlekamer, die het materiaal terug in de nozzleopening trekt. Als het materiaal verder wordt aangezogen, neemt deze onderdruk toe zodat het ook werkt bij dichtere materialen. +* Bij lange verplaatsingsafstanden heeft het aangezogen materiaal nog enige tijd om in de nozzlekamer te smelten. Naarmate het materiaal verder wordt toegevoerd, duurt het langer voordat het gesmolten materiaal is uitgelekt, waardoor stringing wordt voorkomen. +* Tijdens het intrekken wordt het materiaal geschuurd op de punten waar de feeder het vasthoudt. Als het voor langere tijd wordt aangezogen, wordt er meer materiaal afgewreven. Hierdoor kan de feeder grip verliezen, waardoor de printer helemaal stopt met extruderen. +* Langere intrekkingen nemen meer tijd in beslag dan kortere. +* Als het materiaal op het oppervlak van het model wordt aangezogen, ontstaat er een grotere klodder omdat nozzle langer pauzeert terwijl het materiaal wordt aangezogen. + +Als de feeder erg ver van nozzle is verwijderd (bijvoorbeeld op een printer met een bowden-slang), heeft de intrekken van het materiaal meestal geen enkel effect, tenzij de intrekafstand erg groot is. In plaats van het materiaal uit de nozzle aan te zuigen, wordt slechts een deel van het filaments naar binnen getrokken. De druk op nozzle wordt dan verminderd, maar er blijft materiaal naar buiten komen. Om deze reden hebben printers met een Bowden-buis meestal veel grotere intrekafstanden nodig. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing.md new file mode 100644 index 000000000..cc720d01e --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing.md @@ -0,0 +1,46 @@ +Combing-modus +==== +Door te combineren wordt voorkomen dat de wanden van de print worden overschreden wanneer de printer van de ene naar de andere locatie gaat. Het oversteken van de wanden heeft de neiging een litteken op het oppervlak achter te laten wanneer de hete nozzle de print verlaat of binnengaat, wat in het algemeen ongewenst is. + +Alleen combineren zorgt er alleen voor dat nozzle de wanden vermijdt terwijl het zich door het binnenste van het model verplaatst. De functie [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](travel_avoid_other_parts.md) zorgt er echter voor dat de nozzle ook objecten buiten het gebied vermijdt. + + + +![Combing-modus uitgeschakeld, de route leidt over de wanden van de print](../../../articles/images/retraction_combing_off.png) +![De Combing-modus is geactiveerd en er wordt een omweg gemaakt om de wanden niet over te steken.](../../../articles/images/retraction_combing_on.png) + +Als er een pad van het begin naar het eindpunt is dat door het object gaat zonder wanden te raken, wordt dat pad genomen zonder inspringen. Als de start- en eindpunten zich op volledig gescheiden paden bevinden, beweegt de nozzle eerst naar de positie waar de twee delen het dichtst bij zijn, trekt vervolgens optioneel terug (als [Intrekken Inschakelen](retraction_enable.md)), reist naar het doelpad , optioneel duwt terug en beweegt dan door het nieuwe deel naar zijn eindbestemming. In beide delen, het vermijden van het aanraken van de wanden tijdens het verplaatsen door het interieur. Bij het verplaatsen van onderdeel naar onderdeel worden onderdelen alleen vermeden als de instelling [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](travel_avoid_other_parts.md) is ingeschakeld. + +Het doel van combineren is om te voorkomen dat de wanden van het object binnendringen en het aantal sporen dat op het oppervlak achterblijft te verminderen. Het vermindert ook het stringing dat zichtbaar is aan de buitenkant, omdat filament dat tijdens het reizen ontsnapt, aan de binnenkant van het model wordt geplaatst. Door te combineren wordt de baan echter ook langer. Soms moet hij een grote omweg maken. + +Er zijn vier opties in de vervolgkeuzelijst voor deze instelling: +* **Uit**: Combineren is uitgeschakeld. Routes worden altijd direct naar de bestemming geleid. Als er geen wanden worden aangetast, wordt er niet verplaatst. +* **Alle**: nozzle raakt de wanden niet terwijl het door de binnenkant van de print gaat, zoals hierboven beschreven. +* **Niet in de buitenskin**: Indien mogelijk raakt nozzle de buitenskin niet. Dit kan de kras op de bovenkant van de print verminderen als nozzle langs de wanden beweegt in plaats van door de skin. In sommige gevallen kan de nozzle echter niet ontwijken en moet het worden ingetrokken, anders zou het de buitenskin beschadigen. +* **Binneninvulling**: deze modus is de strengste van allemaal en laat alleen combineren via de vulling toe. Dit voorkomt dat nozzle zowel de binnen- als de buitenwand raakt en ook de buitenskin. Soms kan nozzle, wanneer het de binnenwanden raakt, aan de buitenkant nog steeds zichtbaar zijn omdat de buitenstraal van nozzle breder is dan de wanden. Dit voorkomt dit effect. Het moet echter vaker worden ingetrokken, omdat er vaak geen manier beschikbaar is. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing_max_distance.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing_max_distance.md new file mode 100644 index 000000000..d0147cc6f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_combing_max_distance.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Max.combing afstand zonder intrekken +==== +Intrekingen zijn meestal niet nodig als de nozzle alleen door het interieur van het model gaat. Eventuele draden die door nozzle zijn achtergelaten, bevinden zich sowieso aan de binnenkant waar ze niet zichtbaar zijn. Als de verplaatsafstanden echter erg groot zijn, kan het materiaalverlies door stringing zich manifesteren als onder-extrusie in wat vervolgens wordt geprint. + +Daarom kunt u met deze instelling een afstand van de verplaatsingsbewegingen kiezen, waarboven de verplaatsingsbeweging sowieso wordt ingetrokken, ook als er geen muren worden overschreden. Dit veroorzaakt meer terugtrekkingen die het filament kunnen verslijten en de afdruk kunnen vertragen, maar het kan op sommige plaatsen onder-extrusie voorkomen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_count_max.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_count_max.md new file mode 100644 index 000000000..ec193f03f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_count_max.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Maximaal Aantal intrekbewegingen +==== +Het feederwiel moet het filament aangrijpen om het goed te verplaatsen. Door het materiaal in te trekken, verslijt het feederwiel vaak het filament tot het punt dat het het filament niet meer goed kan vasthouden. Deze instelling beperkt het aantal intrekkingen binnen een bepaalde lengte van het filament om dit te voorkomen. + +De instelling specificeert het aantal keren dat het filament mag worden ingetrokken tijdens de filamentlengte die is opgegeven in de instelling [Retraction_extrusion_window.md]. Eventuele volgende intrekkingen in deze periode worden niet gedaan, maar gaan gewoon door zonder intrekken. + +![Visualisatie van het terugtrekken van het filament over een bepaalde lengte](../../../articles/images/retraction_count_max.svg) + +De lengte van het filament waar het aantal intrekkingen beperkt is, is een rekbaar venster. Met een lengte van 3 mm en een maximaal aantal intekkingen van 10 betekent dit dat een nieuwe intrekking is toegestaan zodra de 10e vorige intrekking meer dan 3 mm terug op de filament is. + +Door het maximale aantal feeds te verminderen, wordt de slijtage van de filamenten verminderd. Dit is handig voor zachtere materialen zoals PVA. Dit verhoogt echter ook het stringing, omdat het filament niet meer kan worden ingetrokken op een punt waar dit duidelijk gewenst was. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_enable.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_enable.md new file mode 100644 index 000000000..688dc0a26 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_enable.md @@ -0,0 +1,35 @@ +Intrekken Inschakelen +==== +Wanneer een 3D-printer stopt met het printen van materiaal, stopt het materiaal niet meteen met uitstromen uit het uiteinde van de nozzle. In de nozzle blijft een restmateriaal achter, dat onder druk staat en daardoor nog even blijft stromen. Om de materiaalstroom echt te stoppen, moet de printer het materiaal uit de nozzleopening intrekken. Dit is nodig om schone verplaatsingen zonder stringing mogelijk te maken. + + + +![Intrekken uitgeschakeld](../../../articles/images/retraction_enable_disabled.png) +![Ingetrokken verplaatsingen worden lichter blauw weergegeven.](../../../articles/images/retraction_enable_enabled.png) + +Het intrekken vindt plaats op routes die bijzonder gevoelig zijn voor stringing. verplaatsingen die alleen door de vulling of van support naar support lopen, worden meestal niet geprint. Er is ook een limiet aan het aantal keren dat het materiaal kan worden ingetrokken door de instellingen [Maximaal Aantal Intrekbewegingen](retraction_count_max.md) en [Minimal Afstandsgebied voor Intrekken](retraction_extrusion_window.md). + +Intrekken heeft belangrijke voordelen, maar ook enkele nadelen: +* Het vermindert het stringing aanzienlijk. Geen draden meer tussen verschillende delen van de print. +* Vermindert aanzienlijk het aantal en de grootte van klodders op het oppervlak waar nozzle de omtrek van een onderdeel binnenkomt. +* Intrekken duurt iets langer. +* Bij het intrekken wordt de materiaalstroom onderbroken. Dit heeft een negatieve invloed op de maatnauwkeurigheid, strepen en onder-extrusie. +* Het filament kan verslijten als het te vaak wordt ingevoerd, waardoor de feeder het materiaal niet meer kan vasthouden. + +**Flexibele materialen zijn moeilijker te voeden omdat het filament uitrekt door eraan te trekken in plaats van uit nozzle te trekken. Het kan erg tijdrovend en relatief ineffectief zijn om dergelijke materialen te laten intrekken.** \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extra_prime_amount.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extra_prime_amount.md new file mode 100644 index 000000000..b046dfda6 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extra_prime_amount.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Extra Primehoeveelheid na Intrekken +==== +Zelfs als het filament naar binnen wordt getrokken, kan het gebeuren dat er materiaal verloren gaat tijdens het proces. Deze instelling compenseert dit door het materiaal iets verder op te voeren dan het werd aangevoerd. + +Hoe hoger de bijvoeding, hoe meer druk er na het terugtrekken in de nozzlekamer wordt opgebouwd, wat het drukverlies in de nozzle compenseert. Als u deze te hoog instelt, verschijnen er vlekken op de plaats waar de nozzle terechtkomt na een ingetrokken verplaatsing. + +Dit is vooral handig bij flexibele materialen die langer nodig hebben om te voeden. Gedurende deze tijd loopt er meer materiaal weg, waardoor er meer materiaal verloren gaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extrusion_window.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extrusion_window.md new file mode 100644 index 000000000..c9df58547 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_extrusion_window.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Minimaal Afstandsgebied voor Intrekken +==== +Om ervoor te zorgen dat het filament correct wordt verplaatst, moet het feederwiel het filament vastgrijpen. Door het materiaal in te trekken, verslijt het feederwiel vaak het filament tot het punt dat het het filament niet meer goed kan vasthouden. Deze instelling beperkt het aantal feeds binnen een bepaalde lengte van het filament om deze slijtage te voorkomen. + +Intrekkingen worden beperkt door de combinatie van [Maximaal Aantal Intrekbewegingen](retraction_count_max.md) en deze instelling. Het materiaal mag niet verder worden teruggetrokken dan de Maximum intrekkingen binnen een filamentlengte die is gespecificeerd door deze instelling van het Minimaal Afstandsgebied voor Intrekken + +![Een specifieke filamentlengte waarbij het aantal intrekkingen beperkt is](../../../articles/images/retraction_count_max.svg) + +De lengte van het filament waarbij het aantal intrekkingen beperkt is, is een zogenaamd intrek lengte. Bijvoorbeeld bij een filament lengte van 3 mm en een maximaal aantal intrekkingen van 10 betekent dit dat een nieuwe intrekking is toegestaan zodra de 10e vorige intrekking meer dan 3 mm terug op het filament zit. + +Door het afstandsgebied te vergroten, wordt het aantal intrekkingen effectief verminderd. Dit maakt de print betrouwbaarder, maar verhoogt de hoeveelheid stringing en klodders op het oppervlak. Dit is vooral handig voor zachtere materialen die gevoeliger zijn voor slijtage. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop.md new file mode 100644 index 000000000..c6dcf55d4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop.md @@ -0,0 +1,10 @@ +Hoogte Z-sprong +==== +Bij het uitvoeren van een Z-sprong bepaalt deze instelling hoe ver nozzle omhoog zal gaan voordat het naar het doel gaat. + +![Een Z-hop met een bepaalde hoogte](../../../articles/images/retraction_hop_enabled.svg) + +Omdat de Z-snelheid tot 2 ordes van grootte langzamer is dan de X/Y-snelheid, kunnen Z-sprongen tijdrovend zijn. + +Hogere Z-sprongen nemen meer tijd in beslag, wat de algehele printtijd aanzienlijk kan verlengen en ook de druppelvorming enigszins kan verhogen, +Als u echter te diep over het oppervlak gaat, kan het uitgeprinte materiaal nog steeds de print raken, waardoor het doel van de Z-sprong teniet wordt gedaan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch.md new file mode 100644 index 000000000..33beea01f --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Z-sprong na Wisselen Extuder +==== +Wanneer deze instelling is ingeschakeld, zal de nozzle iets omhoog bewegen met een Z-sprong bij het wisselen van extruders. + +Door de extruderwissel heeft nozzle wat meer tijd gehad om te druppelen, dus je kunt besluiten om het een iets hogere z-jump te geven dan de normale z-jump tijdens het printen. + +Wanneer een primepijler wordt geprint, neemt de hoogte van de z-sprong alleen toe als u van de print af beweegt en in de richting van de primepijler. Aangezien er sowieso blobs op de primepijler worden verwacht, heeft het geen zin om deze instelling te veel te verhogen bij gebruik van een primepijler. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch_height.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch_height.md new file mode 100644 index 000000000..6549045a2 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_after_extruder_switch_height.md @@ -0,0 +1,5 @@ +Hoogte Z-sprong na wisselen extruder +==== +Deze instelling regelt het hoogteverschil bij Z-springen na het wisselen van de extruder. Deze hoogte kan afzonderlijk worden aangepast van de normale [Hoogte Z-sprong](retraction_hop.md) instelling. + +Dit kan handig zijn omdat nozzle de neiging heeft om meer te druppelen wanneer het op stand-by heeft gestaan en andere extruders hebben geprint. Deze overmaat is groter en vereist dus een grotere afstand tussen de nozzle en de laatste geprinte laag. Door de z-jump-hoogte iets hoger in te stellen na een extruderwissel, wordt voorkomen dat de druppels de print raken zonder de printtijd voor de meeste z-jumps te verlengen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_enabled.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_enabled.md new file mode 100644 index 000000000..afdd8af0a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_enabled.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Z-sprong wanneer ingetrokken +==== +Als deze instelling is ingeschakeld, wordt de nozzle iets boven de print getild wanneer de nozzle van de ene plaats naar de andere moet gaan. Het doel hiervan is dat de nozzle over de print heen gaat in plaats van met de nozzle de eerder geprinte delen raakt. + +![Verhogen wanneer Z-hop is ingeschakeld](../../../articles/images/retraction_hop_enabled.svg) + +Elke terugtrekking brengt de nozzle omhoog (of verlaagt de platform) om ruimte te creëren tussen de nozzle en de print. Dit heeft meerdere voordelen: + +* Het voorkomt dat de nozzle de print raakt tijdens verplaatsingen. Wanneer de nozzle de print raakt, laat het een zichtbaar litteken achter, dus het zou de visuele kwaliteit van de wanden van de print moeten verbeteren. +* Als het materiaal tijdens het verplaatsen uit de nozzle sijpelt, wordt de klodder afgezet waar de nozzle na de verplaatsbeweging terechtkomt, wat vaak in de vulling is waar het niet zichtbaar is. Dit vermindert vlekken op het oppervlak. +* Klodders op het oppervlak hebben de kans om uw afdruk omver te werpen, dus het inschakelen van deze instelling kan de betrouwbaarheid verbeteren. + +Het steeds op en neer bewegen van de nozzle kost echter iets meer tijd, dus het printen duurt langer. Ook kan de Z-as van de printer sneller verslijten, afhankelijk van de constructie van de printer. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_only_when_collides.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_only_when_collides.md new file mode 100644 index 000000000..24df04616 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_hop_only_when_collides.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Z-sprong Alleen over Geprinte Delen +==== +Deze instelling zorgt ervoor dat de printer andere objecten vaker horizontaal probeert te vermijden dan verticaal. + +Als de instelling [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](travel_avoid_other_parts.md) is ingeschakeld, vermijdt nozzle andere onderdelen wanneer u van de ene plaats naar de andere reist. Normaal gesproken is het niet meer nodig om geprinte delen te ontwijken bij het toepassen van een Z-sprong. Met deze instelling wordt deze logica omgekeerd: als geprinte delen niet kunnen worden vermeden, wordt een z-sprong uitgevoerd. + +Z-sprongen kunnen op sommige printers problematisch zijn voor slijtage van de Z-as. Met deze instelling kan het aantal Z-sprongen worden verminderd door een object horizontaal te verplaatsen in plaats van verticaal. Bij sommige printers kan horizontaal bewegen in plaats van verticaal ook sneller gaan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_min_travel.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_min_travel.md new file mode 100644 index 000000000..a6a3f3098 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_min_travel.md @@ -0,0 +1,20 @@ +Minimale Afstand voor Intrekken +==== +Deze instelling verhindert dat het materiaal over zeer korte verplaatsingsafstanden wordt ingetrokken. Tijdens dit verplaatsen heeft het materiaal toch maar heel weinig tijd om nozzle te verlaten, dus naar binnen trekken zou meer kwaad dan goed doen. + + +![Met de korte verplaatsafstand in het midden, is er geen terugtrekking.](../../../articles/images/retraction_min_travel.png) + +Het terugtrekken van het materiaal is bedoeld om stringing te voorkomen. Zeer korte verplaatsingen leiden niet tot stringing omdat het materiaal nog niet uit de nozzle heeft kunnen stromen. Bij extreem korte verplaatsingen van ongeveer één lijnbreedte overlappen de lijnen elkaar zelfs volledig, zodat er geen ruimte meer is om te stringing. Bij het intrekken daarentegen staat de nozzle korte tijd stil terwijl het materiaal in beweging is. Hierdoor kan wat materiaal stromen en ontstaat er een klodder. Om deze redenen is het beter om niet in te verplaatsen op korte routes, ook al bevinden deze routes zich op zichtbare delen van het model. + +Als u deze instelling te veel verhoogt, resulteert dit in stringing in zeer gedetailleerde delen van het model of waar delen dicht bij elkaar staan. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_prime_speed.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_prime_speed.md new file mode 100644 index 000000000..4041fb6ce --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_prime_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Intreksnelheid (Primen) +==== +Dit is de snelheid waarmee het materiaal na het intrekken weer in de nozzle wordt gevoerd. + +Over het algemeen moet u deze snelheid zo hoog mogelijk instellen zonder het materiaal op de feeder te beschadigen. Als je het filament met een hogere snelheid verplaatst, staat de nozzle korter stil, wat resulteert in een verkleining van de klodder waar het filament wordt ingetrokken en de printtijd iets wordt verkort. + +Als de snelheid echter te hoog wordt ingesteld, zal de kracht die door het feederwiel wordt uitgeoefend zo hoog zijn dat het feederwiel het filament gaat beschadigen. Dit verkleint de kans op succes voor de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_retract_speed.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_retract_speed.md new file mode 100644 index 000000000..742d94f98 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_retract_speed.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Intreksnelheid (intrekken) +==== +Dit is de snelheid waarmee het materiaal tijdens het intrekken uit de nozzlekamer wordt getrokken. + +Over het algemeen moet u deze snelheid zo hoog mogelijk instellen zonder het materiaal op de feeder te beschadigen. Als u het filament met een hogere snelheid verplaatst, rust de nozzle voor een kortere periode, waardoor de klodder waar het wordt getrokken kleiner wordt en de printtijd iets korter wordt. + +Als de snelheid echter te hoog wordt ingesteld, zal de kracht die door het feederwiel wordt uitgeoefend zo hoog zijn dat het feederwiel het filament gaat beschadigen. Dit verkleint de kans op succes voor de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_speed.md b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_speed.md new file mode 100644 index 000000000..a24508d43 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/retraction_speed.md @@ -0,0 +1,8 @@ +Intreksnelheid +==== +Dit is de snelheid waarmee het materiaal uit de nozzle wordt ingetrokken en na intrekken weer wordt doorgevoerd. + +Over het algemeen moet u deze snelheid zo hoog mogelijk instellen zonder het materiaal op de feeder te beschadigen. Als u het filament met een hogere snelheid verplaatst, rust nozzle voor een kortere periode, waardoor de klodder waar het materiaal wordt verplaatst kleiner wordt en de printtijd iets korter wordt. + + +Als de snelheid echter te hoog wordt ingesteld, zal de kracht die door het feederwiel wordt uitgeoefend zo hoog zijn dat het feederwiel het filament gaat beschadigen. Dit verkleint de kans op succes voor de print. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/start_layers_at_same_position.md b/resources/translations/nl_NL/travel/start_layers_at_same_position.md new file mode 100644 index 000000000..0dd0ef42a --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/start_layers_at_same_position.md @@ -0,0 +1,9 @@ +Begin lagen met hetzelfde deel +==== +Oorspronkelijk zorgde deze instelling ervoor dat de printer elke laag startte met het object dat zich het dichtst bij de positie bevindt die is opgegeven in de instellingen [Layer Start X](layer_start_x.md) en [Layer Start Y](layer_start_y.md) in plaats van het object dat het laatst is geprint in de vorige laag. + +**De instelling was verborgen in Cura 2.4 en is nooit correct verwijderd, daarom is deze instelling nog steeds aanwezig in deze lijst. Het heeft echter geen invloed op het printen.** + +De alternatieve methode was niet langer mogelijk nadat multi-threaded slicing was geïntroduceerd, dus de instelling is verborgen. + +Door alle lagen in dezelfde volgorde printen, wordt voorkomen dat twee lagen direct achter elkaar op elkaar worden gestapeld wanneer meerdere delen moeten worden geprint. Hierdoor kan de vorige laag langer afkoelen terwijl de nozzle bezig is met het printen van de andere delen. Dit verbetert de overhang en vermindert bandvorming en doorzakken. Aan de andere kant verplaatst dit de printer iets meer, waardoor de printtijd iets langer wordt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_distance.md b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_distance.md new file mode 100644 index 000000000..39ee4df20 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_distance.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Mijdafstand Tijdens Bewegingen +==== +Als u [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](travel_avoid_other_parts.md), definieert deze instelling hoe ver de nozzle wegblijft van de andere objecten die het moet vermijden. + +Merk op dat dit de afstand definieert tussen de andere objecten en de lijn van de verplaatsing. De lijn heeft geen dikte. Het is aan te raden om voor deze instelling een waarde te kiezen die in ieder geval groot genoeg is om te voorkomen dat de nozzlepunt tegen de andere onderdelen botst. + +Het verhogen van de waarde van deze instelling verkleint de kans dat nozzle reeds geprinte objecten raakt wanneer er omheen wordt genavigeerd. Het verhogen van de waarde van deze instelling resulteert echter ook in een lichte toename van de verplaatsafstanden, omdat de nozzle een grotere omweg moet maken. Dit verhoogt de printtijd en de hoeveelheid druppelen enigszins. Misschien nog ernstiger, dit verkleint de kans op het vinden van een geldig pad dat niet te dicht in de buurt komt van delen die al zijn geprint. Als er geen geldig pad wordt gevonden, trekt nozzle (misschien) zich terug en reist in plaats daarvan in een rechte lijn, waarbij hij zich neerlegt bij het raken van de andere delen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_other_parts.md b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_other_parts.md new file mode 100644 index 000000000..8836e6fca --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_other_parts.md @@ -0,0 +1,40 @@ +Geprinte delen mijden tijdens bewegingen +==== +Als u deze instelling inschakelt, raakt de printkop geen andere objecten aan terwijl deze door de print beweegt. In plaats daarvan zal hij een kleine omweg maken. Als een omweg mogelijk is zonder andere objecten te raken, wordt deze niet ingetrokken tenzij de lengte van het pad de instelling [Max. combing-afstand zonder intrekken](retraction_combing_max_distance.md) overschrijdt. + + + +![Indien uitgeschakeld, kunnen verplaatsingen door andere delen gaan](../../../articles/images/travel_avoid_other_parts_disabled.png) +![Indien geactiveerd, vermijden de verplaatsingen andere delen](../../../articles/images/travel_avoid_other_parts_enabled.png) + +Naast het vermijden van andere delen, proberen de verplaatsingen ook zo dicht mogelijk bij de wanden te blijven. Dit betekent dat wanneer nozzle een onderdeel door een wand verlaat of binnengaat, het loodrecht op de wand zal uitgaan of binnenkomen. + +Deze instelling heeft de neiging om de oppervlaktekwaliteit van de print te verbeteren, omdat nozzle niet zo vaak door de wanden gaat. Het oversteken van wanden laat een kras op de wand achter, die moet worden vermeden. + +Deze instelling verhoogt echter de hoeveelheid druppelen omdat er meer beweging wordt gemaakt zonder intrekken de reis langer is. Voor materialen die sterk druipen, kan het raadzaam zijn om het omzeilen van andere onderdelen uit te schakelen. + +De printtijd kan door de langere verplaatsafstanden iets toenemen, maar dit wordt meestal volledig gecompenseerd door het resulterende lagere aantal intrekkingen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_supports.md b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_supports.md new file mode 100644 index 000000000..90dce0682 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_avoid_supports.md @@ -0,0 +1,11 @@ +Supportstructuren mijden tijdens bewegingen +==== +Normaal gesproken doet Cura ook niet de moeite om supportstructuren te vermijden wanneer [Geprinte delen mijden tijdens bewegingen](travel_avoid_other_parts.md) is ingeschakeld. Met deze instelling omzeilt Cura ondersupportende structuren tijdens beweging. + +Supporten hoeven niet mooi te zijn, dus het is geen probleem als er een klodder op een support terechtkomt. Dit kan zelfs voorkomen dat er een klodder op de wand verschijnt. Zelfs een kras in de draagstructuur is geen probleem voor hun functie. Als het materiaal echter overloopt en de klodder herhaaldelijk op dezelfde plek op de drager wordt aangebracht, kan de klodder zo groot worden dat de nozzle uiteindelijk over de drager stoot. In dit geval kan het nuttig zijn om de ondersupportende structuren te omzeilen. + +Enkele voor- en nadelen van het inschakelen van deze instelling zijn: +* Grotere betrouwbaarheid omdat er minder kans is dat de supporten omvallen door herhaaldelijk op dezelfde klodder te slaan. +* Iets langere verplaatsafstanden en dus meer druppelvorming. +* De druppel wordt niet op de draagconstructie geveegd, maar komt terecht op de wand van het deel waar de nozzle naartoe gaat. +* Er mag niet om de draagstructuur heen. In dit geval zal de printer naar binnen trekken en in een rechte lijn reizen, wat extra tijd kost en mogelijk extra littekens op de wanden achterlaat. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/travel/travel_retract_before_outer_wall.md b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_retract_before_outer_wall.md new file mode 100644 index 000000000..7499d3f13 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/travel/travel_retract_before_outer_wall.md @@ -0,0 +1,7 @@ +Intrekken voor buitenwand +==== +Deze instelling geeft de printer de opdracht om altijd de doorvoer in te trekken bij het naderen van een buitenwand om klodders op die buitenwand te voorkomen. + +Als nozzle beweegt, kan er materiaal uit nozzle komen. Dit ontsnapte materiaal komt dan meestal op de wand terecht. Voor de buitenwand is dit vooral vervelend omdat de druppel aan de buitenkant zichtbaar is. Deze instelling is bedoeld om dit te voorkomen, omdat als het materiaal tijdens het verplaatsen wordt aangezogen, het materiaal minder druppelt. + +Anderzijds moet het materiaal ingetrokkend worden wanneer de gewenste positie op de buitenwand is bereikt. Tijdens dit intrekken staat nozzle een fractie van een seconde stil, wat ook een klodder veroorzaakt als het materiaal naar buiten stroomt en het materiaal van de buitenwand kan smelten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/aliasing.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/aliasing.md new file mode 100644 index 000000000..919048abd --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/aliasing.md @@ -0,0 +1,13 @@ +Aliasing +==== +Stappenmotoren draaien in vaste stappen. Uw vermogen om te rusten in een positie tussen deze stappen is beperkt. De stapgrootte van de motoren stelt een limiet aan de resolutie die de printer kan bereiken. Bij het printen van wanden die bijna, maar niet helemaal, zijn uitgelijnd met de X- of Y-as, wordt deze resolutie soms weergegeven als een patroon van lijnen. + +![Het aliaspatroon op de zijkanten van dit object](../../../articles/images/aliasing.jpg) + +De resolutie van een stappenmotor in een typische 3D-printer voor consumenten ligt in het bereik van 50 tot 200 stappen per millimeter. Dit betekent dat de grootte van elke stap in de orde van 10 micron is. Als een lijn bijna evenwijdig aan de andere as wordt getrokken, zeg 0,5° van orthogonaal, dan zal zo'n stap elke 1,15 mm langs de lijn plaatsvinden. Deze stap zelf is te klein om zichtbaar te zijn, maar de trillingen zijn zichtbaar, vooral wanneer ze resoneren met de natuurlijke frequentie van het frame. + +Preventie +---- +Stappenmotoren kunnen kiezen tussen verschillende strategieën om hun as te draaien, maar er is een afweging tussen resolutie, koppel en ruis. Sommige firmware past dit automatisch aan op basis van verplaatsingssnelheid. Bij sommige firmware kun je dit ook via G-code instellen. Zo kan het g-code commando `M350` in de start g-code worden geplaatst om dit handmatig te configureren. Cura heeft (momenteel) geen manier om dit automatisch te configureren op basis van snelheid of structuur. + +De meest betrouwbare manier om dit fenomeen te voorkomen is echter om het model zo aan te passen dat de aliasing niet zichtbaar is. Draai uw model zodat het aliasing-effect niet verschijnt. Als uw model een (bijna) rechte wand heeft, zorg er dan voor dat deze volledig is uitgelijnd met de assen of een hoek van enkele graden ten opzichte van de assen maakt. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/bed_adhesion_problems.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/bed_adhesion_problems.md new file mode 100644 index 000000000..14d3d33b9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/bed_adhesion_problems.md @@ -0,0 +1,52 @@ +Problemen met (print)bed hechting +==== +Een van de meest voorkomende soorten fouten bij 3D-printen is dat de print losraakt van het platform terwijl deze nog wordt geprint. In dit artikel worden enkele instellingen besproken die u kunt maken om dit te voorkomen. + +Als de print van de platform is verdwenen, zie je meestal veel losse draden over de hele platform. Als je geluk hebt, kan het zich gewoon manifesteren als [Laagverschuivingt](layer_shift.md) (en er is minder op te ruimen). Hoe dan ook, de print is verpest. + +Methoden van bed hechting +---- +Cura biedt verschillende methoden om de bedhechting te verbeteren. U kunt tussen deze methoden kiezen met de instelling [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md). De volgende opties zijn beschikbaar. +* Brim, de meest gebruikte techniek, voegt een brim toe rond de onderkant van de print, waardoor het oppervlak groter wordt zodat de print beter hecht aan de platform. +* Een raft is een plaat onder de totale druk. Ook deze plaat krijgt een groter oppervlak zodat deze goed hecht. Als het raft is geprint met een materiaal dat goed hecht aan de print (bijvoorbeeld hetzelfde materiaal) dan houdt dit de print op zijn plaats. +* Een skirt zit niet vast aan de print, maar omsluit hem. Deze lijn zorgt ervoor dat het materiaal stroomt voordat de eigenlijke print begint, dus er is geen onder-extrusie in de eerste laag die de hechting zou kunnen bederven. +* U kunt ook geen (aanvullende) aansprakelijkheid hebben door "Geen" te selecteren. Dit bespaart tijd en materiaal en voorkomt andere negatieve effecten van bovenstaande methoden. Gebruik dit alleen als uw printer een andere vultechniek heeft, zoals: een emmer. + +Brim and Raft zijn de meest effectieve technieken om de hechting te vergroten, omdat ze speciaal voor dit doel zijn ontworpen. Voor de meeste printen van redelijk formaat is een van deze twee technieken vereist. + +Als brim wordt gebruikt, kunt u de hechting verder vergroten door [Breedte Brim](../platform_adhesion/brim_width.md) te vergroten. U kunt ook een brim toevoegen aan de [Supportbrim inschakelen](../support/support_brim_enable.md) en de [Brim primepijler](../dual/prime_tower_brim_enable.md) en tussen de [Brim vervangt supportstructuur](../platform_adhesion/brim_replaces_support.md) en de [Brim alleen aan Buitenkant](../platform_adhesion/brim_outside_only.md) van het model. + +Wanneer Raft in gebruik is, kunt u de hechting verder vergroten door [Extra Marge Raft](../platform_adhesion/raft_margin.md) te vergroten. Het raft wordt echter altijd onder alles geprint, omdat de lagen moeten passen. Als hechting tussen het model en het raft een probleem is, overweeg dan om de [Luchtruimte Raft](../platform_adhesion/raft_airgap.md) tussen het raft en het model te verkleinen. U kunt ook overwegen om de [Lijnbreedte Grondvlak Raft](../platform_adhesion/raft_base_line_width.md) te vergroten. + +Kromtrekken voorkomen +---- +Wanneer uw print last heeft van kromtrekken, wordt het contactgebied tussen de print en de platform sterk verminderd. Om dit te voorkomen, zie het artikel over [Kromtrekken](warping.md). Samengevat zijn dit enkele instellingen die u kunt maken om kromtrekken te voorkomen. +* Zet het [Eerste laag patroon onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern_0.md) op concentrisch. +* Verlaag [Platformtemperatuur](../materiaal/materiaal_bed_temperatuur.md) en verhoog [Temperatuur werkvolume](../materiaal/bouwvolume_temperatuur.md). +* Pas het model zo aan dat er minder scherpe buitenhoeken zijn op de eerste laag. + +Diverse aanpassingen +---- +Deze instellingen kunnen ook worden aangepast wanneer normale bedadhesiemethoden niet voldoende zijn. +* Verhoog de [Hoogte Eerste Laag](../resolution/layer_height_0.md). Dit geeft wat meer ruimte voor fouten als de platform niet perfect vlak is. Het verhoogt ook de kracht waarmee materiaal uit nozzle en op de platform wordt geduwd. +* Verhoog de [Lijnbreedte eerste laag](../resolution/initial_layer_line_width_factor.md). Hierdoor wordt het materiaal ook met meer kracht naar buiten geduwd en hecht het goed aan de platform. +* Het verhogen van de [Printtemperatuur van de eerste laag](../material/material_print_temperature_layer_0.md) zorgt ervoor dat het materiaal meer op de platform vloeit en het contactoppervlak vergroot. +* Net als bij het verhogen van de temperatuur, kunt u ook de [Startsnelheid ventilator](../cooling/cool_fan_speed_0.md) verlagen of de [Normale Ventilatorsnelheid op Hoogte](../cooling/cool_fan_full_at_height.md) verhogen om te behouden het beeldmateriaal langer soepel te houden. +* Verlaag op dezelfde manier de [Snelheid Eerste Laag](../speed/speed_layer_0.md). Het verlagen van de [Printsnelheid Eerste Laag](../speed/speed_print_layer_0.md) zorgt ervoor dat het materiaal meer uitvloeit omdat de hete nozzle het materiaal langer vloeibaar houdt. Door de [Bewegingssnelheid Eerste Laag](../speed/speed_travel_layer_0.md) te verlagen, wordt de kans kleiner dat een traverse eerder geprinte lijnen van de platform trekt. Evenzo moet u de [Acceleratie Eerste laag](../speed/acceleration_layer_0.md) en [Schok Eerste Laag](../speed/jerk_layer_0.md) aanpassen. +* Verhoog het [Aantal lagen met lagere Printsnelheid](../speed/speed_slowdown_layers.md). Dit vermindert de kans op snelle bewegingen die de vorige lagen afpellen. + +Panelen bouwen +---- +Naast een goede print is een goed platform ook belangrijk voor de hechting. Een goed platform moet zijn: +* ...schoon zijn! Het is erg belangrijk dat de platform geen vet (bijvoorbeeld van uw vingers) en stof bevat. Reinigen onder een hete kraan is zeer effectief. Het gebruik van wat ontsmettingsalcohol, isopropanol en een microvezeldoek is ideaal. +* ...ook al! Als de platform te dicht bij nozzle staat, zal de filamentstroom uit nozzle ongelijkmatig zijn, wat resulteert in hobbels die nozzle de volgende keer zal afscheuren. Als de platform te ver van nozzle staat, wordt het materiaal niet goed op de platform geduwd, waardoor het oppervlak aanzienlijk wordt verkleind. Op de meeste printers kan de platform worden aangepast met een paar duimschroeven. Zorg er dus voor dat deze perfect waterpas staat en op de juiste afstand van nozzle. +* ...ruw! Met een licht opgeruwde platform is het contactoppervlak tussen de platform en de print enorm vergroot in vergelijking met een perfect gladde platform. Om deze reden zijn sommige printers uitgerust met mat glas of geanodiseerd metaal. + +Ook het materiaal van de platform heeft een grote invloed op de lijmeigenschappen. Dit kan heel verschillend zijn voor verschillende printmaterialen. Gebruikelijke platformmaterialen zijn glas, acryl, aluminium, staal of geanodiseerd aluminium. Elk van deze materialen hecht aan andere materialen. Kunststof platformen kunnen zich chemisch aan uw materiaal hechten. Andere materialen vertrouwen op een ruw oppervlak om het contactoppervlak te vergroten. + +Er zijn ook aanvullende bedadhesiemethoden die u op elke platform kunt toepassen: +* Algemene papierlijmsticks werken erg goed. Hoewel de lijm snel droogt, creëert het een ruw oppervlak met een grotere printvoetprint. +* Masking tape heeft een soortgelijk effect omdat het een ruw oppervlak van papier heeft, maar in tegenstelling tot papier blijft het perfect plat op de platform. De dikkere soorten afplaktape voor buitengebruik zijn het meest effectief. +*Haarlak werkt op dezelfde manier als lijm, omdat het een fijnkorrelig ruw oppervlak op de platform achterlaat. Het is heel eenvoudig om dit gelijkmatig aan te brengen. +* Breng voorzichtig wat schuurpapier aan op de platform om deze op te ruwen en het contactoppervlak te vergroten. Maar ruw ze niet te veel op, anders krijg je een oneffen oppervlak om op te printen. Gebruik hiervoor zeer fijn schuurpapier met een korrel van 500 of meer. +* Veel 3D-printerfabrikanten bieden speciale "plakvellen" aan die over de platform kunnen worden gespannen. Ze werken op dezelfde manier als plakband, maar zijn ontworpen om langer mee te gaan. Sommige zijn gemaakt van een plastic dat ook chemisch hecht aan het geprinte materiaal. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/blobs.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/blobs.md new file mode 100644 index 000000000..3b2deb8e7 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/blobs.md @@ -0,0 +1,56 @@ +Klodders +==== +Klodders zijn kleine vlekjes aan de zijkant van het model. Soms zijn het gewoon punten. Soms zijn er strepen. Ze zijn een optisch oppervlaktedefect en kunnen de wrijving verhogen tussen oppervlakken die in een mechanisme over elkaar moeten schuiven. + +![Sommige klodders op dit oppervlak](../../../articles/images/blobs.jpg) + +Er zijn verschillende mogelijke oorzaken van klodders. Het is een van de meest voorkomende fouten bij 3D-printen. In dit artikel worden enkele mogelijke oorzaken en hun oplossingen opgesomd. + +Nozzle vertraagd +---- +Als de nozzle in een bepaalde baan langzamer beweegt dan andere, kan daar meer materiaal worden gestort. Dit materiaal stroomt aan het wandoppervlak naar buiten en vormt een klodder. + +Dit zou waarschijnlijk de materiaaltoevoer moeten verminderen. Maar zelfs als de feeder langzamer beweegt, kan het enkele seconden duren voordat de doorvoer uit de nozzleopening dienovereenkomstig is verminderd. Gedurende deze tijd wordt er teveel materiaal geëxtrudeerd, wat resulteert in klodders. + +Om dit te voorkomen, dient u de volgende instellingen te maken: +* Pas de snelheid aan voor de [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md) zodat deze hetzelfde is als wat ervoor staat (zoals de [Snelheid Binnenwand](../speed/speed_wall_x.md) of [Vulsnelheid](../speed/speed_infill.md)). Dan is er geen vertraging. +* Verhoog de [Schok Buitenwand](../speed/jerk_wall_0.md). Dit voorkomt dat nozzle in bochten vertraagt. +* Verlaag de [Maximale resolutie](../meshfix/meshfix_maximum_resolution.md) en verhoog de [Maximale afwijking](../meshfix/meshfix_maximum_deviation.md) om te voorkomen dat de bewegingsbesturing nozzle vertraagt om gelijke tred te houden met de te verwerken g-codes. +* Schakel de instelling [Gelijkmatige overlappingen van buitenwanden](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_0_enabled.md) uit. Deze instelling kan nieuwe bewegingscommando's met verschillende voedingen genereren. Het uitschakelen van deze functie vermindert het aantal bewegingscommando's in de wand. + +Nozzle staat stil +---- +Als nozzle een beetje pauzeert tijdens het printen van de buitenwand, wacht het waarschijnlijk tot de processor in je 3D-printer nieuwe bewegingsopdrachten verwerkt. De motion planning-software van de printer houdt voor dergelijke gevallen, waarin de bewegingscommando's al zijn verwerkt, meestal een buffer bij van voorbewerkte commando's, zodat de printer precies weet wanneer de stappenmotoren of andere bewegingen moeten worden geactiveerd. Als deze buffer is uitgeput, spreekt men van een "buffer underrun". Hierdoor verschijnen er vlekken op het oppervlak. + +Om dit te voorkomen, moet u de resolutie van de G-code verlagen. +* Verhoog de [Maximale resolutie](../meshfix/meshfix_maximum_resolution.md) instelling, waardoor Cura langere lijnsegmenten uitvoert. +* Verhoog de [Maximale afwijking](../meshfix/meshfix_maximum_deviation.md) instelling, waardoor Cura de resolutie verder kan verlagen door verder af te wijken van het oorspronkelijke pad. +* Schakel de instelling [Gelijkmatige overlappingen van buitenwanden](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_0_enabled.md) uit. Als de buitenwand overlapt met andere buitenwanden, zou een deel van de wand een ander lijngewicht krijgen, maar dit vereist een extra bewegingscommando. Om het aantal bewegingscommando's te verminderen, kunt u deze functie uitschakelen. Dit kan echter ook leiden tot over-extrusie in deze wanden, wat ook blobs veroorzaakt. +* Verlaag de [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md). Dit vermindert de snelheid waarmee de bewegingscommando's moeten worden uitgevoerd, waardoor de CPU de achterstand kan inhalen. + +Nozzle verplaatsingen gaan door wanden +---- +Hoewel Cura over het algemeen zomin mogelijk de buitenwand oversteekt, is het soms onvermijdelijk. Als nozzle wat doorgesijpeld materiaal draagt terwijl het een buitenwand doorkruist, kan dat materiaal daar worden weggeveegd, waardoor een klodder achterblijft. + +Deze oorzaak van klodders kan worden voorkomen door de volgende instellingen: +* Zorg ervoor dat [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) is aangevinkt. Hierdoor gaat nozzle zoveel mogelijk om wanden heen in plaats van erdoorheen. +* Schakel [Z-sprong wanneer ingetrokken](../travel/retraction_hop_enabled.md) in. Wanneer de wanden worden gekruist, beweegt nozzle een beetje omhoog om over de wand te gaan in plaats van er doorheen. Het ingesijpelde materiaal wordt hoogstwaarschijnlijk niet op de wand geveegd, maar waar de nozzle na de rijbeweging terechtkomt. Cura zal altijd proberen om waar mogelijk in de vulling of skin te landen. +* Zorg ervoor dat de [Printvolgorde van wanden optimaliseren](../shell/optimize_wall_printing_order.md) is Dit vermindert het aantal bewegingen bij het printen van wanden, waardoor efficiëntere bewegingen mogelijk zijn en de kans kleiner wordt dat sommige van die bewegingen door een buitenwand moeten gaan. + +Opgebouwde druk +---- +Als de nozzle te veel wordt geëxtrudeerd, kan de extrusie onregelmatig worden. Deze druk kan plotseling ontsnappen wanneer een bepaalde hoek van uw print wordt geprint (vooral op overhangen). Soms barst deze opgehoopte druk los en laat een grote klodder achter. Meestal wordt de klodder dan gevolgd door een streep van geleidelijk afnemende druk in de nozzle. + +Om dit effect te verminderen, moet u enkele instellingen overwegen: +* Verklein de [Lijnbreedte Wand](../resolution/wall_line_width.md). Dit vermindert in het algemeen de druk in de nozzlekamer. +* Verlaag de waarde van [Uitsparing Buitenwand](../shell/wall_0_inset.md). Deze instelling zorgt ervoor dat de buitenwand overlapt met de aangrenzende binnenwand, waardoor de wand strakker tegen de binnenwand wordt geduwd, waardoor de sterkte toeneemt. Dit verhoogt echter ook de druk in de nozzlekamer. + +Nat filament +---- +Als er zich vocht in het filament heeft opgehoopt terwijl het nog op de spoel zit, zal dit vocht in nozzle boven het kookpunt worden verwarmd. De waterdamp ontsnapt plotseling uit nozzle. Deze kleine explosie kan wat plastic uit de weg blazen, wat resulteert in een kleine klodder op je oppervlak. + +Naden +---- +Er wordt een naad gecreëerd waar de omtrek van de buitenwand begint en sluit. Dit is niet wat gewoonlijk een klodder wordt genoemd, hoewel het er hetzelfde uitziet. Lees het artikel over [Naden](seam.md) hoe je dit effect kunt verminderen. + +Als de [Uitlijning Z-naad](../shell/z_seam_type.md) is ingesteld op "Random", wordt de naad verdeeld over het model, waardoor overal kleine naden worden gemaakt. Dit kan er precies uitzien als een klodder, ook al is het eigenlijk een naad. Wijzig de instelling Z-naaduitlijning om deze naden te verbergen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/elephants_foot.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/elephants_foot.md new file mode 100644 index 000000000..aa00fccef --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/elephants_foot.md @@ -0,0 +1,50 @@ +Olifantsvoet +==== +Soms is de onderkant van de print iets breder dan de rest van de print, waardoor er een rand ontstaat. Dit wordt "olifantenpoot" genoemd omdat het lijkt op de poten van een olifant, waarbij de tenen iets breder zijn dan de rest van het been. + +Er zijn verschillende effecten die olifansvoet worden genoemd en die totaal verschillende oorzaken hebben. Ook deze vragen om totaal andere oplossingen. Dit artikel helpt je de oorzaak te vinden. + +![Olifantsvoet veroorzaakt door de dikte van de skin](../../../articles/images/elephants_foot.jpg) + +Brim +---- +Soms is de olifantsvoet eigenlijk gewoon een deel van de brim die niet goed is verwijderd. Als je de brim met de hand hebt verwijderd, kun je zien dat de randlijn volledig grenst aan de normale wandlijn en de normale wandlijn direct onder de rest van de wand. Om de brim helemaal te verwijderen kun je het beste met een scherp mes langs de onderkant van je print snijden. + +Als het model geen grote bodem heeft, moet u in plaats daarvan [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md) op Skirt instellen. Als dit te veel problemen met de hechting van het bed veroorzaakt, kunt u alternatieve methoden proberen om de hechting te verbeteren, zoals het instellen van de [Eerste laag patroon onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern_0.md) instelling op "Concentric". . + +Kromtrekken +---- +Waarschijnlijk de meest voorkomende oorzaak van een echte olifantenpoot is kromtrekken. Als het materiaal afkoelt, krimpt het een beetje. Het materiaal van de onderste laag(en) kan soms niet krimpen. Het behoudt zijn oorspronkelijke grootte, maar de lagen erboven krimpen een beetje. Er zijn verschillende redenen waarom de onderste lagen niet kunnen krimpen: +* Het kleeft aan de platform die niet krimpt. +* Hij wordt verwarmd door de platform, waardoor hij niet krimpt. +* Er zit een buitenskin naast die krimpen tegengaat. (In hogere lagen kan er in plaats daarvan vulling zijn). + +Zie [Kromtrekken](warping.md) om het kromtrekken te voorkomen. Specifiek voor dit type kromtrekken zijn er een paar dingen die je kunt proberen: +* Vergroot de [Wwanddikte](../shell/wall_thickness.md) om te voorkomen dat de wanden naast de vulling krimpen. +* Verlaag de [Platformtemperatuur](../material/material_bed_temperature.md) om de eerste laag net zoveel te laten krimpen als de andere lagen. Als de bedtemperatuur erg hoog was, kan het materiaal ook wat doorzakken, waardoor het aan de onderkant breder wordt. Dit effect is meestal klein, maar kan ook worden voorkomen door de platformtemperatuur te verlagen. +* Verhoog de[Bodemdikte](../top_bottom/bottom_thickness.md) om geleidelijk naar een kleiner formaat te gaan. U kunt zelfs overwegen om het model volledig massief te printen (bij voorkeur door de bodemdikte extreem hoog in te stellen) om het verschil in krimp volledig te elimineren. + +Afstelling platform +---- +Olifantsvoet kan ook worden veroorzaakt doordat de platform te dicht bij nozzle zit bij het printen van de eerste laag. Hierdoor wordt de eerste laag te veel geëxtrudeerd en naar buiten geduwd. + +Raadpleeg de handleiding van uw 3D-printer om de platform aan te passen. De meeste printers hebben stelschroeven in het platform of portaal om het hoogteverschil van de platform tijdens de eerste laag aan te passen. Pas de platform tijdens het printen aan (bij voorkeur tijdens de brim, skirt of raft) totdat de eerste laag mooi glad is en niet dunner dan de andere lagen. + +U kunt de [Doorvoer eerste laag](../material/material_flow_layer_0.md) in Cura ook direct aanpassen om eventuele over-extrusie te compenseren. Als alternatief kan het verkleinen van de [lijnbreedte eerste laag](../resolution/initial_layer_line_width_factor.md) de extrusie voldoende normaliseren om de voet van de olifant te voorkomen. + +Vervorming boven de glasovergang +---- + +Bij zeer kleine prints bestaat de kans dat de vorige laag niet uithardt wanneer de volgende laag erop wordt aangebracht. Het materiaal wordt met aanzienlijke kracht uit nozzle geduwd. Als de vorige laag nog niet is uitgehard, wordt deze laag samengeprint en horizontaal uitgezet. Dit wordt uitgeprint in de vorm van een olifantenpoot. De oplossing voor dit probleem is ervoor te zorgen dat het materiaal is uitgehard tegen de tijd dat de volgende laag erop wordt aangebracht. Probeer de volgende instellingen te wijzigen: + +* Verlaag de [Printtemperatuur van de eerste laag](../material/material_print_temperature_layer_0.md) zodat het materiaal minder hoeft af te koelen. +* Verlaag de [Platformtemperatuur voor de eerste laag](../material/material_bed_temperature_layer_0.md) om de eerste laag sneller af te laten koelen door meer warmte af te geven aan de platform. Kunststoffen voor 3D-printen zijn ontworpen om zeer snel te stollen op een bepaald temperatuurpunt, de [glasovergangstemperatuur](https://en.wikipedia.org/wiki/Glass_transition#Transition_temperature_Tg). Om kromtrekken te voorkomen, moet je de glasovergangstemperatuur van je filament opzoeken in het datasheet en ervoor zorgen dat de temperatuur van het printbed niet te veel boven deze overgangstemperatuur stijgt. +* Verhoog de [Startsnelheid ventilator](../cooling/cool_fan_speed_0.md) om het materiaal sneller af te koelen. Overweeg ook om de instelling [Normale ventilatorsnelheid op hoogte](../cooling/cool_fan_full_at_height.md) te verhogen om de eerste paar lagen verder te koelen. +* Verlaag de [Snelheid Eerste Laag](../speed/speed_layer_0.md). Hierdoor heeft de eerste laag meer tijd om af te koelen na het printen. +* Verhoog de [Minimale laagtijd](../cooling/cool_min_layer_time.md). Dit is om ervoor te zorgen dat elke laag een bepaalde tijd heeft om af te koelen voordat de volgende laag erop wordt geplaatst, en gebruikt ook de [Maximale Vventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed_max.md). Dit maakt het gemakkelijker om de bovenstaande aanpassingen voor de initiële snelheid van de laag en de ventilatorsnelheid te combineren. Houd er echter rekening mee dat dit geldt voor de hele print, niet alleen voor de eerste laag. + +Algemene oplossingen +---- +Hier zijn een paar oplossingen die u kunt proberen om van elk type olifantsvoet af te komen, ongeacht de oorzaak: +* Door een [Raft (Type Hechting aan Platform)](../platform_adhesion/adhesion_type.md) te gebruiken, wordt alle druk van de platform weggenomen, waardoor de door de platform veroorzaakte effecten zoals de temperatuur en te sterke hechting aan de platform worden geëlimineerd, en ook de noodzaak voor een brim wordt geëlimineerd. dus vermeden. +* Verminder de [Eerste laag Horizontale uitbreiding](../shell/xy_offset_layer_0.md) (mogelijk tot een negatieve waarde). Dit compenseert de olivantsvoet in de eerste laag. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_shift.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_shift.md new file mode 100644 index 000000000..1b8c99624 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_shift.md @@ -0,0 +1,27 @@ +Laagverschuiving +==== +Laagverschuiving treedt op wanneer de lagen van een print niet goed op elkaar zijn gestapeld. Als om wat voor reden dan ook de printkop wordt verschoven tijdens het printen van een laag, zal de printer doorgaan met printen met een offset. Hierdoor wordt de bovenkant van de print verschoven ten opzichte van de onderkant. + +![Een laagverschuiving door een obstakel](../../../articles/images/layer_shift_single.jpg) + +Oorzaken +---- +Er zijn twee soorten laagverschuivingen. + +Eén type laagverschuiving wordt veroorzaakt doordat de printkop ergens onderweg wordt belemmerd. Hierdoor verschuift de laag op een punt in het midden van de print. Dit kan gebeuren wanneer de gebruiker iets in het printportaal plaatst tijdens het printen of wanneer de printkop een ander object raakt tijdens het printen in [Printvolgorde](../blackmagic/print_sequence.md). Als de printkop ergens tegenaan botst en niet kan bewegen, slaan de motoren een paar stappen over. Als de printer dit niet kan detecteren, zal hij gewoon doorgaan zonder deze beweging en de rest van de print uitstellen. + +Een ander type laagverschuiving treedt op wanneer de printtaak zelf te veel kracht op de printkop uitoefent, waardoor de stappenmotoren van de printer stappen verliezen. Elke keer dat er stappen verloren gaan, wordt de druk van daaruit verschoven. Doorgaans komen de verloren stappen in elke laag op dezelfde plaats voor vanwege een bijzonder scherpe hoek. Het resultaat is dat alle of een specifiek deel van de prent scheef lijkt. + +Preventie +---- +Het eerste type laagverschuiving wordt meestal niet voorkomen door de instelling van Cura. Cura is ontworpen om te voorkomen dat de zijkanten van het printvolume worden geraakt. Als de grootte van het printvolume correct is ingevoerd in Cura, mag het geen g-code genereren die buiten het printbare volume gaat. Mocht dit toch het geval zijn, dan kunt u in het dialoogvenster Apparaatinstellingen onder Printerbeheer de grootte van het printvolume aanpassen om een ​​correctie aan te brengen. Zorg er ook voor dat er geen obstakels in het printvolume zijn die de printkop of het bewegingssysteem tegen kunnen komen tijdens het printen. Printers kunnen dit meestal niet herkennen en blijven daarom vanuit een verschoven positie printen. Zoek naar kabels die in de weg zitten en zorg ervoor dat: Zorg ervoor dat alle kabels lang genoeg zijn om alle printerbewegingen mogelijk te maken. Zorg er ook voor dat de stepper-stuurprogramma's op de printplaat van de printer niet oververhit raken, wat een tijdelijke storing kan veroorzaken. + +Het andere type laagverschuiving dat continu door de print heen optreedt, wordt waarschijnlijk veroorzaakt door te veel kracht op uw bewegingssysteem. Hier zijn meerdere mogelijke oplossingen voor. + +Eerst moet je naar je hardware kijken. Zijn de riemen strak? Als dat niet het geval is, kunt u een manier zoeken om ze vast te zetten. Sommige printers hebben instelbare motorposities waarmee u de riemen kunt spannen. Slippen de katrollen? Draai voor de zekerheid de schroeven op de riemschijven weer vast. Een veelvoorkomend elektrisch probleem is dat de motoren niet genoeg vermogen krijgen om genoeg kracht te genereren voor een scherpe beweging. Controleer in dit geval of de voeding voldoende is. + +Als de hardware goed werkt, kun je Cura ook instellen om de hardware rustig aan te doen. Hier zijn enkele instellingen die u kunt aanpassen: +* Lagere [Printschok](../speed/jerk_print.md). Hierdoor vertraagt ​​de printkop voordat een hoek wordt geprint. Dit verzacht de bocht, het gaat zachtjes de bocht in in plaats van hard te draaien. +* Verlaag de [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md). Hierdoor vertraagt ​​de printkop zachter en langer voor een curve (hoewel de snelheid waarmee de printkop de apex van de curve doorloopt niet wordt beïnvloed; dat is het doel van de schokaanpassing). +* Verlaag de [Bewegingssnelheid](../speed/speed_travel.md). Dit vermindert de kracht waarmee de nozzle over reeds geprinte delen schuift. +* Schakel [Z-sprong wanneer ingetrokken](../travel/retraction_hop_enabled.md) in. Dit voorkomt dat de printkop eerder geprinte delen raakt als deze door vlekken of kromtrekken een beetje omhoog komen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_splitting.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_splitting.md new file mode 100644 index 000000000..9652de038 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/layer_splitting.md @@ -0,0 +1,43 @@ +Laag Splitsing +==== +Hechting tussen de lagen is vaak de zwakste schakel in de structuur van 3D-geprinte objecten. Wanneer de hechting tussen de lagen tijdens of kort na het printen wegvalt, wordt dit laagsplitsing, delaminatie genoemd. + +![De lagen zijn gesplitst aan de zijkant van deze container.](../../../articles/images/layer_splitting.jpg) + +Laagsplitsingen kunnen moeilijk zijn om mee om te gaan, omdat de print altijd op het zwakste punt splitst. De volgende suggesties zijn bedoeld om de print consistenter en de extrusie betrouwbaarder te maken om zwakke punten in de hechting van de lagen te elimineren. + +Kromtrekken +---- +De meeste laagsplitsingen worden veroorzaakt door [Kromtrekken](warping.md). Dit komt vooral veel voor bij semi-kristallijne polymeren. Als ze afkoelen, vormen ze microscopisch kleine kristalstructuren en krimpen ze aanzienlijk. De meest voorkomende vorm van kromtrekken is wanneer het onderste deel van de print naar boven vervormt, wat niet leidt tot delaminatie. Wanneer de vervorming zich echter verder op de print voordoet, zorgt dit ervoor dat de lagen wegbuigen van de aangrenzende lagen en uit elkaar splijten. + +Om kromtrekken in hogere lagen te voorkomen, kan men een paar dingen doen om de kans op laagsplitsing te verkleinen: +* Gebruik een concentrisch [Patroon Boven-/Onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern.md). Een lineair patroon heeft lijnen die allemaal in dezelfde richting krimpen, waardoor de lagen in dezelfde richting worden getrokken. Het concentrische patroon verdeelt deze kracht. +* Het verhogen van [Temperatuur werkvolume](../material/build_volume_temperature.md) vermindert de vervorming door [uitharding](https://en.wikipedia.org/wiki/Annealing_%28glass%29) van het plastic. Hiervoor heeft de printer een gesloten volume nodig waarin de warmte wordt vastgehouden. +* Het gebruik van een [Tochtscherm Inschakelen](../experimental/draft_shield_enabled.md) houdt ook een deel van de warmte binnen, zij het minder effectief dan een gesloten bouwvolume. +* Voorkom scherpe hoeken in 3D-model. Door een ronde aan een scherpe hoek toe te voegen, wordt voorkomen dat de lijnen van de skin direct tegen de onderliggende wanden aanliggen. Dit is vaak een plek waar de laag wordt gesplitst. +* Gebruik een materiaal dat niet zo veel krimpt. PLA vervormt bijvoorbeeld minder dan polypropyleen. De meeste mensen kiezen hun materiaal echter op basis van specifieke vereisten, dus dit is voor hen uitgesloten. + +Onvoldoende druk +---- +Om de lagen goed aan elkaar te laten plakken, helpt het om het plastic stevig op de vorige laag te printen. Als de nozzle niet genoeg materiaal uitwerpt, of het materiaal niet hard genoeg tegen de vorige laag wordt geprint, neemt de houdkracht tussen de lagen af, waardoor ze gemakkelijker kunnen scheiden. Hoewel dit de laag niet onmiddellijk doet barsten, vermindert het de sterkte van het voltooide onderdeel. + +Dit is vooral een probleem voor de wanden. De buitenskin heeft zo'n groot oppervlak dat deze niet scheurt. Tussen de vulling en de wanden zorgen de wanden voor het grootste deel van de laaghechting, omdat de vulling vaak zeer snel wordt geprint, met dun uit elkaar geplaatste lijnen en vaak niet verticaal gestapeld. + +Zorg ervoor dat er geen [Onder-extrusie](underextrusion.md) is om ervoor te zorgen dat er voldoende wordt geprint. Er zijn allemaal oorzaken van onder-extrusie, maar sommige zijn met name relevant voor het splitsen van lagen: +* Als u halverwege stopt met printen, duurt het even voordat de extrusie weer op gang komt. Het "Pauze op hoogte script" heeft een optie om één laag te herhalen . Dit bereidt het materiaal voor voordat het naar boven gaat en voorkomt een slappe laag met onvoldoende nozzledruk. +* Als u de [Wandsnelheid](../speed/speed_wall.md) verlaagt, worden de wanden gelijkmatiger geprint. Dit verkleint de kans op het ontwikkelen van zwakke punten en vermindert tegelijkertijd onder-extrusie op de wanden. +* Verlaag de [laaghoogte](../resolution/layer_height.md) of de [Lijnbreedte Wand](../resolution/wall_line_width.md). Hoge doorvoersnelheden vereisen een hogere druk. Als de printer deze print niet kan produceren, wordt er niet genoeg materiaal geëxtrudeerd om de dikke lagen of brede lijnen te vullen. Dit vermindert de druk. +* Verhoog de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) om ervoor te zorgen dat het materiaal breder uitvloeit en het contactgebied volledig benut in plaats van geconcentreerd te blijven in het midden van de lijn. +* Verklein de [Intrekafstand](../travel/retraction_amount.md). Lange terugtrekafstanden zorgen ervoor dat er meer materiaal naar buiten kan stromen tijdens het terugtrekken, wat later leidt tot onder-extrusie. Bovendien onderbreken ze de doorvoer meer. Het duurt dan langer voordat de stroming weer stabiliseert. Het verminderen van de terugtreklengte vermindert het risico dat zich een zwakke schakel vormt langs de hoogte van de druk als gevolg van een niet-uniforme stroming. + +Onvoldoende oppervlakte +---- +Hechting tussen lagen is een functie van de sterkte van de hechting tussen de materialen vermenigvuldigd met de hoeveelheid oppervlakte waarop kan worden gelijmd. Hoe groter het oppervlak, hoe kleiner de kans dat de lagen zullen splijten. + +De belangrijkste parameter hiervoor is de [Wanddikte](../shell/wall_thickness.md). Meer wanden vergroten het oppervlak drastisch. De wanden worden langzamer geprint en bevinden zich op het punt waar het splijten begint; ze zijn daarom een ​​zeer effectief middel om de hechting van de lagen te vergroten. Het printen van meer wanden verhoogt echter ook de printtijd en het materiaalverbruik drastisch. + +Onvoldoende oppervlak is vaak een probleem bij het printen van grote prints met slechts één wand en zonder vulling waar de vervorming ernstig is. De wand zal door de vervorming gaan knikken en er is geen manier om dit te voorkomen. Dit zou een reden kunnen zijn om het gebruik van [Buitenbcontour Spiraliseren](../blackmagic/magic_spiralize.md) uit te schakelen, omdat het slechts een enkele wand print en voorkomt dat er infill wordt gemaakt. In plaats daarvan moet u mogelijk met twee wanden printen en de opvuldichtheid handmatig op 0% instellen om een ​​soortgelijk effect te bereiken. + +Materialen die niet met elkaar samengaan +---- +Let er bij het printen met verschillende kunststoffen op dat de kunststoffen aan elkaar kleven. Kunststoffen met zeer verschillende krimpverhoudingen kunnen over het algemeen niet aan elkaar kleven. Verschillende chemische effecten zorgen er ook voor dat de kunststoffen elkaar afstoten en niet aan elkaar kleven. Als dit in een groot vlak gebied in het midden van je print gebeurt, bestaat het risico dat de print daar uit elkaar valt. diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/missing_parts.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/missing_parts.md new file mode 100644 index 000000000..4aea28238 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/missing_parts.md @@ -0,0 +1,31 @@ +Missende onderdelen +==== +Soms lijkt het bij het controleren van de slice-weergave (of, als u pech heeft, bij het printen) dat er delen van de print ontbreken. Dit kan verschillende redenen hebben. Dit artikel somt een aantal mogelijkheden op. + +Niet-gesloten netwerken +---- +Sommige rasters hebben gaten in het oppervlak of een extra geometrie aan de binnenkant. Dit brengt Cura in verwarring omdat niet meer duidelijk is welke delen van het volume tot het interieur behoren en welke niet. Als je naar een dwarsdoorsnede van het model kijkt, telt Cura van buiten naar binnen. Het eerste oppervlakgezicht dat het doorkruist, betekent dat het in het model gaat. Het tweede gebied betekent dat het weer naar buiten gaat. Het derde vlak dat het kruist, betekent dat het er weer in gaat, enzovoort. Als delen van de oppervlakte ontbreken, of als er extra losse oppervlaktes in het midden zijn, wordt het interieur dubbelzinnig, afhankelijk van van welke kant je ernaar kijkt. + +![Met gesloten mazen is het duidelijk waar het interieur van het model ligt](../../../articles/images/manifold_correct.svg) +![Bij niet-gesloten meshes is het volume van de mesh niet uniek](../../../articles/images/manifold_incorrect.svg) + +Meshes die zulke ontbrekende vlakken of extra delen hebben, worden non-manifold genoemd omdat ze in de echte wereld niet kunnen bestaan. Cura probeert ze in te vullen door kleine gaten op te vullen, maar als een oppervlak niet kan worden ingevuld, wordt het niet geprint (tenzij de [Surface Mode](../blackmagic/magic_mesh_surface_mode.md) erop is ingesteld). De ontbrekende of extra geometrie wordt ook weergegeven in de 3D-scène met een gestippeld patroon, of in rood in de voorbereidingsfase wanneer röntgenweergave wordt gebruikt. Het oppervlak is anders gekleurd als het tot een oneven aantal oppervlakken behoort, wat alleen het geval is als de mesh niet divers is. Zo kunt u problemen met uw netwerk identificeren. + +![In de röntgenweergave worden niet-gesloten mazen weergegeven met rode delen.](../../../articles/images/x_ray.png) + +Hoewel Cura er meestal van uitgaat dat de mesh divers is, kan het in sommige gevallen het model corrigeren. Dit zijn enkele dingen die u kunt proberen: +* [Uitgebreid Hechten](../meshfix/meshfix_extensive_stitching.md) kan beter omgaan met gevallen waarin extra geometrie aan de buitenkant van een model is bevestigd, hoewel het wat meer tijd kost om te snijden. +* [Oderbroken Oppervlakken Behouden](../meshfix/meshfix_keep_open_polygons.md) sluit alle open lussen met een rechte lijn. Hierdoor worden kleine openingen zeer goed gesloten. Dit kan er echter ook voor zorgen dat het model er heel vreemd uitziet als het grote gaten bevat. +* Als laatste redmiddel kan [Oppervlaktemodus](../blackmagic/magic_mesh_surface_mode.md) worden gebruikt om delen met gaten te printen, net als een enkele wand, zonder enige inhoud. Omdat het niet bekend is waar de binnenkant van dit deel is, zal er geen vulling of skin zijn, maar de omtrek kan in ieder geval worden geprint. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat de print er nog redelijk uitziet. + +Als deze opties niet de gewenste print opleveren, moet u deze handmatig corrigeren met behulp van 3D-modelleringstoepassingen. + +Dunne delen +---- +Als het model hele fijne details heeft, is niet alles te tekenen met de dikke lijnen die uit je 3D-printer komen. Cura past de lijnen aan de vorm aan die door je mesh wordt geschetst. Als dit niet mogelijk is, wordt er niets geprint. In dit geval kan het lijken alsof er delen van de print ontbreken. + +Er zijn een paar manieren om dit te veranderen: +* Verklein de [Lijnbreedte](../resolution/line_width.md). Als u iets printt met dunne wanden of randen, zorg er dan voor dat de lijnbreedte iets kleiner is dan de minimale breedte van het betreffende onderdeel. Als u de lijnbreedte echter te veel verkleint, kunt u [Onder-extrusie](underextrusion.md) krijgen vanwege onvoldoende doorstroming. Om de lijnbreedte verder te verkleinen, moet u een kleinere nozzle gebruiken. +* Voeg een [Horizontale Uitbreiding](../shell/xy_offset.md) toe aan de print. Hierdoor wordt het hele model aan alle kanten breder, ook de dunne delen. Hierdoor zijn ze minder dun waardoor ze nu geprint kunnen worden. Dit verpest natuurlijk ook de maatnauwkeurigheid en detail van de print naarmate alles dikker wordt. +* Schakel de instelling [Dunne wanden printen](../shell/fill_outline_gaps.md) in. Hiermee wordt geprobeerd de dunne delen te vullen met zeer kleine lijnen zonder de lijnbreedte van de rest van het model te verminderen. Dit veroorzaakt echter grote veranderingen in de doorvoer van het materiaal en vult de wanden mogelijk niet altijd met mooie, gelijkmatige lijnen. +*Vergeet niet om het model aan te passen aan de print door elk onderdeel minstens zo dik te maken als je lijndikte. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/overextrusion.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/overextrusion.md new file mode 100644 index 000000000..b5ff7513d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/overextrusion.md @@ -0,0 +1,33 @@ +Over-extrusie +==== +Over-extrusie is een term die wordt gebruikt wanneer de printer te veel materiaal op één plaats extrudeert. Hierdoor stroomt het materiaal naar de zijkanten of omhoog, waardoor het oppervlak erg ruw en onregelmatig wordt. Het kan ook resulteren in [Stringing](stringing.md) en veel [Klodders](blobs.md). + +![Deze print resulteerde in massale over-extrusie](../../../articles/images/overextrusion.jpg) + +Temperatuurregeling +---- +De meest voorkomende oorzaak van over-extrusie is te heet printen. Als de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) te hoog wordt ingesteld, zal het materiaal een lagere viscositeit hebben, waardoor het ongecontroleerd uit de nozzle vloeit. Het resultaat is meestal over-extrusie in sommige gebieden, zoals de buitenwanden, maar onder-extrusie in andere gebieden, zoals de vulling. + +Om dit op te lossen, moet u de temperatuur geleidelijk verlagen. Kijk goed naar het gegevensblad van het materiaal waarmee u print om te bepalen welk temperatuurbereik acceptabel is, en verlaag de printtemperatuur naar de onderkant van dat bereik. + +Diameter van het filament +---- +Er zijn verschillende normen voor de diameter van filamenten. De meest voorkomende zijn 1,75 mm en 2,85 mm, maar ook 3,00 mm zijn nog in omloop. Overigens produceren niet alle fabrikanten hun filament met een uniforme diameter. Als je filament breder is dan Cura verwacht, extrudeer je te veel materiaal omdat Cura de printer vertelt een bepaalde lengte filament te extruderen, wat dan te veel volume zal hebben. + +Om dit op te lossen, meet u eerst de werkelijke diameter van het filament met een schuifmaat. Het is het beste om dit op meerdere plaatsen te meten als het varieert en onder verschillende hoeken rond de omtrek. Vind het gemiddelde van deze metingen. Deze gemiddelde waarde kan in Cura op de pagina Materiaalbeheer worden ingevoerd als eigenschap van het materiaal. Als de diameter niet kan worden bewerkt omdat het een vooraf gedefinieerd materiaal is, moet u het materiaal mogelijk eerst dupliceren. Dan moet het mogelijk zijn om de diameter te bewerken. + +Extruderkalibratie +---- +Soms is het probleem dat de hardware niet overeenkomt met wat de firmware verwacht. Als de extrudermotor een stappenmotor is (wat gebruikelijk is bij 3D-printers), moet de firmware weten hoeveel stappen de motor neemt om een ​​bepaalde afstand te bereiken. De firmware heeft hiervoor een instelling die de nauwkeurigheid van de voeding meet in stappen per millimeter. Als deze instelling verkeerd is geconfigureerd, kan de transportband te snel of te langzaam bewegen. Deze instelling kunt u het beste in de firmware maken. Als dit echter niet mogelijk is, kan de [Doorvoer](../material/material_flow.md) in Cura worden aangepast om te compenseren. Pas dan ook de [Intrekafstand](../travel/retraction_amount.md) en [Intreksnelheid](../travel/retraction_speed.md) aan. + +Wand overlapt +---- +Normaal gesproken tekent Cura alleen de contouren van de print met een bepaalde lijndikte. Als de wanden op bepaalde punten in je print dicht bij elkaar staan, krijg je overlappende lijnen. Deze lijnen worden dik en creëren klodders omdat daar tot twee keer zoveel materiaal kan worden aangebracht als nodig is. Bij een grote overlap wordt voorkomen dat de tweede lijn extrudeert, waardoor de druk in de nozzlekamer toeneemt totdat deze wordt uitgeworpen, waardoor een klodder ontstaat. + +Dit kan worden voorkomen door [Gelijkmatige wandoverlappingen](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md) in te schakelen. De extrusie van de tweede lijn wordt verminderd, zodat slechts zoveel materiaal wordt geëxtrudeerd als nodig is om de resterende ruimte van de wand te vullen, waardoor over-extrusie wordt voorkomen. + +Als de wanden elkaar overlappen vanwege de instelling [Uitsparing Buitenwand](../shell/wall_0_inset.md), kunt u proberen deze parameter te verminderen om overlapping te voorkomen. Je kunt ook proberen om de [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md) printen. Het overtollige materiaal wordt vervolgens in het model geduwd waar het onzichtbaar is. + +Pas de doorvoer direct aan +---- +Als de oorzaak van de over-extrusie niet bekend is, kunt u de [Doorvoer](../material/material_flow.md) ook direct aanpassen. Verlaag de doorvoer totdat uw oppervlak weer glad lijkt. Dit kan een aantal onbekende factoren direct compenseren. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/pillowing.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/pillowing.md new file mode 100644 index 000000000..c2011d356 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/pillowing.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Pillowing +==== +Pillowing is een effect dat kleine bobbels of gaatjes creëert tussen de vullijnen aan de bovenkant van het model. Dit effect komt het meest voor op (anderszins) vlakke bovenzijden bij het printen met hoge stroomsnelheden. + +![Bobbels en kleine gaatjes in het oppervlak](../../../articles/images/pillowing.jpg) + +Oorzaak +---- +Pillowing is een combinatie van meerdere effecten die samenwerken om een uitpuilend effect op de bovenkant van de print te creëren. + +De opvallende uitstulping van de skin is eigenlijk een vorm van [Kromtrekken](warping.md), waarbij de skin wordt samengeprint door de omringende wanden en onderliggende vulling. Doordat de wanden en invulling in de onderste lagen eerst worden geprint, koelen en krimpen ze terwijl de buitenskin nog wordt geprint. Terwijl ze krimpen, duwen de wanden en vulling de lijnen van de skin naar binnen totdat ze uitpuilen. + +Een andere belangrijke factor bij pillowing is het verslappen van de skin tussen de vullijnen. Afhankelijk van de afstand tussen de vullijnen, moeten de buitenste skinlijnen een bepaalde afstand overbruggen. Als de koeling onvoldoende is, zal het plastic een beetje doorzakken. Als gevolg hiervan plakken de skinen niet zo goed aan elkaar en ontstaan er gaten tussen de vellen. Er zijn een paar skinlagen nodig om dit op te lossen. + +Het pillowing buigt naar boven in plaats van naar beneden. Hoewel het zowel omhoog als omlaag kan gaan, komt de uitstulping vaker voor omdat nozzle aan de bovenkant van het plastic trekt terwijl het door de skin gaat, wat een kort moment een opwaartse schuifkracht veroorzaakt. Als de lijnen naar boven buigen, houdt het kromtrekkende effect ze omhoog. + +Preventie +---- +Er zijn verschillende methoden om pillowing in Cura te voorkomen: +* Het verhogen van [Dikte Bovenkant](../top_bottom/top_thickness.md) is de meest effectieve manier om kussenvorming te voorkomen. Met meer [Bovenlagen](../top_bottom/top_layers.md) kunnen de hogere lagen op de gedeeltelijk gesloten openingen van de vorige lagen rusten. Hierdoor hebben ze een betere kans om de kieren te dichten en een sterke toplaag te vormen die niet doorzakt. Over het algemeen geldt: hoe dunner de lagen, hoe meer toplagen er nodig zijn, aangezien die lagen niet zo sterk zijn. +* Door de [Dichtheid Vulling](../infill/infill_sparse_density.md) te vergroten, worden de gaten die de skin moet overbruggen kleiner. Dit maakt het gemakkelijker om deze gaten te dichten. Als je dit combineert met [Stappen Geleidelijke Vulling](../infill/gradual_infill_steps.md) kan het grootste deel van de infill-dichtheid hetzelfde blijven. Alleen de bovenkant zal een hogere dichtheid hebben om demping te voorkomen. +* Printen bij een lagere [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) verbetert de overbrugging en kromtrekken in het algemeen, inclusief de bovenskin, waardoor het kussen minder wordt. +* Verhoog ook de [Ventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md) om ook de overbrugging te verbeteren. +* Het verlagen van [Snelheid Boven-/Onderkant](../speed/speed_topbottom.md) verbetert de bypass direct. Bovendien betekent dit dat de hogere lagen van de buitenskin beter op de lagere lagen worden geprint. Hierdoor sluiten de gaten ook sneller. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/ringing.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/ringing.md new file mode 100644 index 000000000..5e25a7c7b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/ringing.md @@ -0,0 +1,39 @@ +Rimpellen +==== +Rimpellen (soms "ghosting" genoemd) is een effect waarbij rimpels verschijnen op verder vlakke oppervlakken in de buurt van kleine details op dat oppervlak. De rimpelingen verschijnen kort nadat de kleine details zijn geprint. + +![Rimpelingen op het oppervlak](../../../articles/images/ringing.jpg) + +Oorzaken +---- +Het rimpellen wordt veroorzaakt door trillingen in uw 3D-printer. Het rimpellen proberen te voorkomen is om deze trilling te verminderen. Ze zijn vooral uitgesproken wanneer de printkop beweegt op een van de resonantiefrequenties van het printerframe. + +Duurdere 3D-printers proberen dit fenomeen meestal te voorkomen door een stijver frame te gebruiken dat minder trilt. Ze hebben een sterker portaal met gehard stalen staven en staven of een volledig gesloten frame van zeer stijf materiaal. Dit is echter duur, dus goedkope 3D-printers hebben niet de middelen om rimpellen te voorkomen. Het rimpellen is ook niet zo ernstig bij printers die zijn uitgerust met een Bowden-kabel, aangezien de printkop veel lichter is dan een printkop met directe aandrijving (omdat de zware invoermotor bovenop de printkop rust). + +Hoewel het rimpellen horizontaal waarneembaar is, zijn de trillingen niet altijd horizontaal. Het oscilleren van de platform ten opzichte van nozzle is ook een zeer belangrijk effect, omdat het plastic wordt geplet en breder wordt naarmate de platform dichterbij oscilleert, of dunner naarmate het verder oscilleert. + +Hardware-oplossingen +---- +Voordat je je print in Cura aanpast, moet je eerst kijken of je je hardware kunt verbeteren om rimpellen te voorkomen. Dit kan resulteren in een algehele verbetering van de printresultaten zonder dat dit ten koste gaat van andere kwaliteiten van de print, zoals sterkte of productiviteit. Hier zijn enkele dingen die u kunt overwegen: +* Voeg dempingselementen toe onder uw printer. U kunt rubberen voetjes gebruiken of de printer gewoon op een blok zacht schuim plaatsen. Dit voorkomt trillingen wanneer de tafel trilt en voorkomt dat de printer ook de tafel trilt. Dit vermindert de feedback van de trillende printer naar de tafel, wat op zijn beurt helpt om hoogfrequente trillingen te verminderen. +* Span de aandrijfriemen van het portaal weer aan. Als deze banden niet strak staan, kan de printkop gaan trillen door de elasticiteit van het rubber. +* Als uw printkop flexibele hulpstukken heeft, b.v. B. een bowdenkabel, deze dient u zo vast te maken dat ze niet meer kunnen wiebelen. Kabelbinders werken goed voor bowdenkabels als er iets is om ze aan te bevestigen. +* Voeg meer bulk toe aan het frame van uw 3D-printer. Dit maakt het frame moeilijker te verplaatsen vanwege de grotere traagheid en het zal moeilijker zijn om het te laten oscilleren. +* Verhoog de stijfheid van het frame van uw 3D-printer met extra beugels of kruisbeugels. Je zou deze kunnen maken van duurzame materialen zoals staal, maar als dat geen optie is, vind je misschien iets in een ijzerhandel dat met minimale aanpassingen past. Je kunt ook overwegen om deze beugels en kruisbeugels in 3D te printen, maar houd er rekening mee dat de meeste kunststoffen niet goed bestand zijn tegen aanhoudende kracht. + +De Cura-oplossingen +---- +Als de hardware-oplossingen uit den boze zijn, kun je het rimpellen ook verminderen door enkele aanpassingen te doen in de Cura-instellingen. + +Aangezien de trillingen worden veroorzaakt door de acceleratie van de printkop, zijn de belangrijkste verbeteringen gericht op het verminderen van deze versnellingen. +* Het verlagen van de maximale [Printsnelheid](../speed/speed_print.md) verkort de duur van de versnellingen. +* Het verlagen van [Printacceleratie](../speed/acceleration_print.md) vermindert direct de acceleratie en vermindert de trillingssterkte. +* In 3D-printen is [Printschok](../speed/jerk_print.md) een technische term voor onmiddellijke snelheidsveranderingen in bochten. Kort gezegd betekent dit dat je oneindig probeert te accelereren om niet in elke bocht te hard te moeten remmen. Dit leidt tot zeer hoge acceleraties gedurende korte tijd in elke bocht. Het verminderen van schokken kan dan ook helpen om trillingen te verminderen. In plaats van een korte, scherpe acceleratie, is de acceleratie langzamer en langer, waardoor hoogfrequente trillingen worden verminderd, maar laagfrequente trillingen toenemen. + +Door deze aanpassingen duurt het printproces langer. Maar er zijn andere manieren om het rinkelen te voorkomen, door de soorten bewegingen die het veroorzaken te stoppen: +* Schakel de methode [Vul gaten tussen wanden](../shell/fill_perimeter_gaps.md) uit en druk [Dunne wanden printen](../shell/fill_outline_gaps.md) niet af, aangezien deze methoden soms zeer kleine lijnsegmenten en extra verplaatsingsbewegingen gebruiken. Als er vervolgens een wand wordt geprint, trilt de printer nog een beetje. +* Als uw printer de platform op en neer beweegt in plaats van de printkop, moet u [Z-sprong wanneer ingetrokken](../travel/retraction_hop_enabled.md) niet gebruiken. Deze zorgen ervoor dat de platform lang nadat de sprong is voltooid op en neer blijft oscilleren. + +Je kunt ook de [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md) printen. Omdat het printen van de wanden meestal niet zoveel trillingen veroorzaakt als andere onderdelen, kan de printer stoppen met trillen voordat de zo belangrijke buitenwand wordt geprint. + +Afhankelijk van de geometrie van uw printportaal worden de trillingen soms in verschillende richtingen anders geabsorbeerd. De printer 45 graden draaien kan ook helpen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/sagging.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/sagging.md new file mode 100644 index 000000000..b52ac3177 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/sagging.md @@ -0,0 +1,75 @@ +Verzakking +==== +Met FFF-printers wordt een lijn van gesmolten plastic getrokken. Deze lijn is zacht en als hij nergens raakt, zakt hij naar beneden. Dit wordt verzakking genoemd. + +![Doorhangen in de overhangende delen](../../../articles/images/sagging.jpg) + +Doorhangen zorgt ervoor dat overhangende delen er vezelig uitzien. In plaats van het beoogde oppervlak van het model vloeiend te volgen, zal het te laag zijn. In extreme gevallen wordt de onderkant van een model zo gerafeld dat de holle binnenkant van de print te zien is. + +Oorzaken +---- +Verzakking wordt eigenlijk niet of nauwelijks veroorzaakt door de zwaartekracht. Het wordt voornamelijk veroorzaakt door de kracht van het materiaal dat uit nozzle wordt geduwd. Daarom doet dit fenomeen zich ook voor bij printers die ondersteboven worden geplaatst of in gewichtloosheid printen. De druk die wordt gebruikt om het materiaal te extruderen, duwt het materiaal naar beneden omdat nozzle (meestal) naar beneden wijst. + +Normaal gesproken is de druk in de nozzlekamer nodig om het (stroperig) materiaal naar buiten te duwen en het plat te maken tot een brede en vlakke lijn materiaal door tussen nozzle en de vorige laag of platform te knijpen. Als er echter geen materiaal in de vorige laag zat, is er geen tegendruk om de strook plat te maken. In plaats daarvan wordt het te ver naar beneden geduwd. + +Overbrugging +---- +Een techniek om de kwaliteit van overhangen te verbeteren, is het optimaliseren van de manier waarop de overhangende opening wordt overbrugd. Dit omvat het verminderen van de druk die wordt gebruikt om het materiaal uit nozzle te persen, evenals het proberen de viscositeit van het materiaal te verhogen of het sneller te laten harden. Ook kunnen de geprinte lijnen opnieuw worden uitgelijnd om de afstand waarover de lijnen niet worden ondersteund te verkleinen. Deze technieken samen worden bridging genoemd. + +Cura biedt een aantal manieren om de overbrugging te verbeteren. Het biedt zelfs nog meer wanneer [Brug instellingen inschakelen](../experimental/bridge_settings_enabled.md) is ingeschakeld. Als u deze optie activeert, worden er meer instellingen weergegeven en worden de printparameters voor de overbruggingsgebieden standaard aangepast. + +Houd bij het configureren van overbrugging om doorzakken te verminderen rekening met de volgende aanpassingen: +* Het verlagen van de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) maakt de thermoplast viskeuzer, waardoor deze minder uitzakt. +* Door de [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md) of [Lijnbreedte](../resolution/line_width.md) te verlagen, wordt de druk waarmee het materiaal uit de nozzle wordt geduwd, verlaagd. Dit vermindert niet alleen doorhangen, maar deze lijnen hebben ook een lagere thermische capaciteit, waardoor de ventilatoren op de printkop effectiever kunnen koelen. +* Als u de [Printsnelheid](../speed/speed_print.md) verlaagt, neemt ook de druk af waarmee het materiaal uit de nozzle wordt geduwd. In dit geval wordt de thermische capaciteit niet verminderd, maar blazen de ventilatoren langer op het materiaal, wat ook hun effectiviteit verhoogt en doorzakken vermindert. Als de bridge-instellingen zijn ingeschakeld, kan de printsnelheid van bridges afzonderlijk worden aangepast. Het verlagen van [Snelheid brugwand](../experimental/bridge_wall_speed.md) is effectief om hellende overhangen te verbeteren. Het verlagen van [Snelheid brugskin](../experimental/bridge_skin_speed.md) vermindert doorzakken in volledig horizontale overhanggebieden. Er is ook een variant hiervan die gebruik maakt van de [Snelheid Overhangende Wand](../experimenteel/wall_overhang_speed_factor.md). Deze instelling is ook van kracht wanneer het oppervlak niet perfect horizontaal is, dus een bepaalde overhangende printsnelheid is alleen mogelijk voor schuine wanden. +* [Doorvoer](../material/material_flow.md) reductie is vergelijkbaar met lijnbreedte reductie. Dit vermindert de druk die wordt gebruikt om het materiaal naar buiten te duwen en vermindert de warmtecapaciteit, waardoor het materiaal sneller stolt. Deze instelling kan ook alleen voor de overbruggingsgebieden worden aangepast, afzonderlijk voor de [Doorvoer brugwand](../experimental/bridge_wall_material_flow.md) of de [Doorvoer brugskin](../experimental/bridge_skin_material_flow.md). Het verminderen van de stroming voor grote oppervlakken resulteert echter ook in gaten in het oppervlak en een schokkerig uiterlijk, dus de overhang kan er visueel nog steeds slecht uitzien als dit wordt aangepast. De maatnauwkeurigheid moet echter worden verbeterd. +* Verhoog de [Vventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md) om de beelden sneller af te koelen. Hierdoor wordt het materiaal sneller hard en gaat het niet doorhangen. +* Print de wanden [Wandvolgorde](../shell/outer_inset_first.md). Hierdoor kan de buitenwand op de aangrenzende binnenwand leunen, waardoor deze niet valt. Dit is het meest effectief met een kleine [Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md). + + +Spport +---- +![Een draagconstructie ondersupportt het model](../../../articles/images/support_enable.png) + +De meest gebruikelijke en betrouwbare manier om overhangende onderdelen te verbeteren, is door ze tijdens het printen te ondersteunen met een draagstructuur. Deze draagstructuur wordt later verwijderd nadat het materiaal is gestold. Printsupport, ongeacht de grootte van het overhangende gebied, is zeer effectief in het voorkomen van doorzakken, maar het vereist extra tijd en materiaal en laat een litteken achter op de plaats waar de support werd geplaatst. + +Cura heeft twee technieken voor het genereren van support gespecificeerd met de instelling [Supportstructuur](../support/support_structure.md). Er is een "normale" methode en een "boom" methode. De normale methode is over het algemeen effectiever in het verminderen van doorzakken, maar resulteert soms in een ongelijke onderkant. De "boomsupport" betekent dat de strengen iets verder maar ook gelijkmatiger doorhangen. + + +Cura's supportgeneratie bepaalt automatisch waar support worden geplaatst. In de meeste gevallen werkt dit goed, maar op sommige modellen kan er te weinig of te veel support zijn. Gelukkig biedt Cura ook veel methodes om de plaatsing van de support aan te passen. +* Het aanpassen van de [Overhanghoek supportstructuur](../support/support_angle.md) is de gemakkelijkste manier om te bepalen hoeveel supportmateriaal wordt geplaatst. U moet deze parameter instellen om al uw overhangende gebieden te ondersupporten. Deze instelling bepaalt ook welke gebieden in de voorbereidingsfase rood worden getekend. Door de overhanghoek te verkleinen, wordt er meer support geprint, wat doorhangen in meer delen van de print vermindert, maar ook meer tijd en materiaal kost en meer littekens veroorzaakt. +* U kunt overhangende delen bovenop andere delen verwijderen door de instelling [Plaatsing Supportstructuur](../support/support_type.md) in te stellen op "Bed Touch". Als u in plaats daarvan "Overal" instelt, kunt u slechte overhangen voorkomen. +* Zorg ervoor dat de instelling [Minimumgebied supportstructuur](../support/minimum_support_area.md) geen dunne delen van de support wist. +* Met de tool Support Blocker kun je kubussen in je scene plaatsen om te voorkomen dat daar support wordt gecreëerd. Je kunt deze blokken ook markeren en Cura vertellen om ze printen als support in de instellingen per model. Ze worden vervolgens geprint als een nieuw stuk support. Zo kun je precies aangeven waar je de support moet plaatsen. U kunt zelfs een volledig 3D-model in Cura laden met de exacte vorm van uw support en Cura vertellen om het als support printen via de tool "Per Model Settings". + +Zelfs als de overhang wordt ondersteund door een support, kan deze nog een beetje doorzakken. Om de support te verwijderen, wordt een bepaalde [Z-afstand Supportstructuur](../support/support_z_distance.md) gehandhaafd tussen het model en de support. Het model zal tot deze afstand doorzakken voordat de support in werking treedt. Het verkleinen van de Z-afstand vermindert doorzakken (maar maakt de brace moeilijker te verwijderen). Sommige materialen zijn zo ontworpen dat ze gemakkelijker te verwijderen zijn omdat ze niet chemisch kunnen worden gecombineerd met het materiaal of kunnen oplossen. Deze materialen kunnen het zich veroorloven om de z-afstand te verkleinen, waardoor doorhangen verder wordt verminderd, terwijl ze toch in staat zijn om vervolgens de drager te verwijderen. De druk kan ook tussen de supportlijnen doorzakken, + +Het model aanpassen +---- +De vrijheid hebben om het model dat wordt geprint aan te passen, kan een veel schoner resultaat opleveren dan proberen de uitsteeksels te overbruggen of te ondersupporten. In plaats van het materiaal in de overhangen te laten zakken, ontwerp en oriënteer je je model zodat er geen overhangingen zijn. + + +![Deze oriëntatie maakt het mogelijk om het object printen met zeer weinig support](../../../articles/images/support_minimise_overhang.png) + +De eenvoudigste truc om dit te bereiken is door het model te draaien. Als uw printer in staat is om hoeken van 45 graden te printen zonder te verzakken, kunt u een model met een verticaal en een horizontaal deel roteren zodat ze twee schuine delen van 45 graden vormen, wat de kwaliteit van de verticale wand iets zal verminderen, maar doorhangen voorkomt in het horizontale deel. Zorg er echter voor dat het contactoppervlak met de platform niet te klein is, anders kan de print loskomen van de platform en beschadigd raken. + +Het toevoegen van afschuiningen kan ook helpen het aantal overhangen in het model te verminderen met relatief weinig extra materiaal. Cura biedt een automatische methode om afschuiningen aan uw model toe te voegen via de voorkeur [Overhang Printbaar Maken](../experimental/conical_overhang_enabled.md). Het toevoegen van afschuiningen voegt een supportstructuur toe aan het eigenlijke model. Ze worden dan naadloos in het model geprint, wat er mooier uitziet. Bovendien wordt materiaal bespaard in vergelijking met printsupport, omdat het supportmateriaal de krachten snel overdraagt ​​op de rest van het model. En uiteindelijk zal je object sterker zijn. + +Over het algemeen is het bij het ontwerpen van objecten voor 3D-printen het beste om overhangen helemaal te vermijden. Als de geometrie van het object dit niet toelaat, overweeg dan om het model in verschillende delen te verdelen en deze vervolgens samen te stellen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/scarring.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/scarring.md new file mode 100644 index 000000000..a55042a8b --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/scarring.md @@ -0,0 +1,14 @@ +Littekens +==== +Als een print een grote platte bovenkant heeft, bestaat het risico op littekens. Dit is wanneer er een duidelijk zichtbare lijn aan de bovenkant van de print is die geen deel uitmaakt van het normale patroon. Deze lijn ontsiert de verder gladde bovenkant van de print. + +![Een diagonaal litteken op het oppervlak](../../../articles/images/scarring.jpg) + +De littekens worden veroorzaakt door verplaatsbewegingen die over het oppervlak leiden. De hete nozzle schraapt het oppervlak, snijdt wat plastic weg, smelt ander plastic lichtjes en laat mogelijk wat extra materiaal in de spleten sijpelen. Het litteken is puur visueel. Er is geen significant verschil in de sterkte of nauwkeurigheid van de print, maar als er een litteken wordt gevormd op de eerste laag, kan door krassen de laag van de platform loskomen. + +Preventie +---- +Om littekens te voorkomen, moet u voorkomen dat nozzle krassen maakt op het bovenoppervlak. Je kunt ervoor kiezen om de top horizontaal (Combing-modus) of verticaal (z-jump) te vermijden, of de verplaatsbeweging helemaal niet uit te voeren. +* Als u de [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) instelt op "Niet in de skin", vermijdt nozzle tijdens het bewegen de skin te raken. Bij het verplaatsen door een model mag deze alleen door de vulling en de wanden verplaatsen. Omdat het niet door de skin gaat, zou je geen littekens moeten krijgen. Als de rijbeweging echter begint of eindigt in de skin, of als er geen pad beschikbaar is zonder een skin te raken, zal de rijbeweging recht zijn zonder iets te raken en bij voorkeur ook terugtrekken. +* Schakel [Z-sprong wanneer ingetrokken](../travel/retraction_hop_enabled.md) in om nozzle iets omhoog te laten komen voordat het over het oppervlak gaat. Hierdoor blijft er een zekere afstand tussen de nozzle en het oppervlak zodat de nozzle niet krast. Dit voorkomt ook het litteken. In de combinatiemodus probeert nozzle eerst de buitenste skin horizontaal te omcirkelen. Als er geen pad is, trekt het filament naar binnen en maakt dan een Z-sprong. +* Soms is het mogelijk om de noodzaak van een verplaatsbeweging te vermijden, of om een verplaatsbeweging alleen door een deel van de skin te laten gaan dat nog niet is geprint, simpelweg door de [Lijnrichtingen boven-/onderkant](../top_bottom/skin_angles.md) past zich aan. Cura regelt de lijnen om de verplaatsbeweging van de print te minimaliseren, maar biedt niet veel controle over deze opstelling. Als u de lijnen van de skin roteert, of het model roteert, worden alle lijnen anders gerangschikt, de printvolgorde anders en dit resulteert in verschillende verplaatsbewegingen. Het kan zijn dat een beweging niet meer nodig is. Dit is echter een proces dat veel experimenteren vereist. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/seam.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/seam.md new file mode 100644 index 000000000..33650e8d9 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/seam.md @@ -0,0 +1,24 @@ +Naden +==== +De wanden van je print worden als doorlopende lussen geprint, maar de printer moet die lus ergens beginnen en goed afsluiten. Als de lus niet goed gesloten is, zal er een zichtbare naad zijn. Deze steken zijn moeilijk volledig te verwijderen, maar er zijn dingen die u kunt doen om ze te verbergen of kleiner te maken. + +![Een lange verticale naad aan de oppervlakte](../../../articles/images/seam.jpg) + +Dit moet niet worden verward met een "Z-naad", een naad die wordt gevormd als nozzle naar het niveau van de volgende laag beweegt. Deze beweging stopt nozzle voor een kort moment en creëert daar een [Klodders](blobs.md). Cura's terminologie over naadinstellingen is in dit opzicht historisch onjuist, aangezien de zogenaamde "Z-naad" -instellingen eigenlijk gaan over waar de normale naad zou moeten worden geplaatst. + +Plaatsing van de naden +---- +Naden zijn moeilijk te voorkomen, maar het is vaak vrij eenvoudig om de naad te verbergen op een plek waar deze niet zo zichtbaar is. + +De belangrijkste instelling voor de plaatsing van de naad is de [Uitlijning Z-naad](../shell/z_seam_type.md). Om de naad te verbergen, plaatst u deze in de scherpste hoek. U kunt dan de instelling [Voorkeur van naad en hoek](../shell/z_seam_corner.md) gebruiken om te kiezen welk type hoek u wilt selecteren. Om de naad te verbergen, kiest u bij voorkeur voor "Verberg naad" of "Smart hide", waardoor de naad in een binnenhoek wordt geplaatst. Als uw model geen binnenhoeken heeft om te verbergen, kunt u Reveal Seam kiezen om de naad op een scherpe buitenhoek te plaatsen waar deze ook minder zichtbaar is dan op een verder vlak oppervlak. + +Als de automatische plaatsing niet goed werkt, kunt u de naad ook zelf plaatsen door te kiezen voor "Aangepast". In dit geval kunt u de coördinaten [Z-naad X](../shell/z_seam_x.md) en [Z-naad Y](../shell/z_seam_y.md) invoeren waarop de naad moet worden uitgelijnd. Kies een plek waar de naad niet zichtbaar is. + +Als al het andere niet lukt, kun je de naad ook over het hele gebied spreiden door "Willekeurig" te kiezen. In plaats van een doorlopende naad die over het onderdeel loopt, wordt de naad op willekeurige plaatsen over het oppervlak geplaatst. Het oppervlak zal wat pokdalig zijn, maar er is geen echte naad meer. + +De naad sluiten +---- +De naad kan ook minder zichtbaar worden gemaakt door de naad zorgvuldiger te sluiten bij het maken ervan. Er zijn enkele instellingen die de zichtbaarheid van de naad kunnen verminderen. +* Vergroot de Veegafstand buitenwand](../shell/wall_0_wipe_dist.md) iets. Deze instelling zorgt ervoor dat nozzle nog even rond de contour blijft bewegen nadat het een lus heeft voltooid. Dit voorkomt dat er een opening ontstaat wanneer de contour wordt gesloten. Als u deze instelling echter te veel verhoogt, kan dit ertoe leiden dat er te veel materiaal rond de naad wordt aangebracht, waardoor deze weer zichtbaar wordt. +* Het tegenovergestelde hiervan is het gebruik van [Coasting Inschakelen](../experimental/coasting_enable.md). Dit stopt het extruderen van materiaal net voordat de contour sluit. Dit vermindert de druk in nozzle. De gedachte hierachter is om niet te veel te extruderen wanneer de contour compleet is, waardoor het naar buiten uitsteken van de naad wordt verminderd. Zodra nozzle over het begin van de contour beweegt, heeft het eerder geïntroduceerde plastic de neiging om nieuw plastic te blokkeren, omdat de druk in nozzle niet in staat is om de tegendruk van de gestolde wandlijn te overwinnen. +* Print de buitenwand [Snelheid Buitenwand(langzamer)](../speed/speed_wall_0.md). Het materiaal kan dan beter uitvloeien om de naad aan het uiteinde te sluiten. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/stringing.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/stringing.md new file mode 100644 index 000000000..0df426ed4 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/stringing.md @@ -0,0 +1,28 @@ +Stringing +==== +Wanneer de printer klaar is met het printen van een deel van een laag en moet overschakelen naar een ander deel, moet hij tijdelijk stoppen met extruderen. Als het materiaal tijdens het transport blijft vloeien, wordt er een dunne kunststof draad tussen de twee delen getrokken. Dit wordt stringing genoemd. + +![Er zijn dunne lijnen plastic zichtbaar waar de nozzle van het ene onderdeel naar het andere is verplaatst.](../../../articles/images/stringing.jpg) + +Vaak worden de strengen op elkaar gestapeld omdat de nozzle in elke laag een onderdeel op dezelfde plaats afwerkt. Hierdoor ontstaat een verticale vlecht. Het extra plastic kan ook een back-up maken van het stringing van de vorige lagen, wat resulteert in lelijke klodders die overal verspreid zijn. + +Stringing gaat soms hand in hand met onder-extrusie. De slicer gaat er doorgaans van uit dat er geen materiaal verloren gaat tijdens traverse bewegingen, dus instrueert hij de printer om net genoeg materiaal te extruderen om het volgende deel te printen. Als er materiaal uit de nozzle komt tijdens een beweging (met als gevolg een streng), wordt dat materiaal niet gebruikt bij het printen van het volgende deel, waardoor er sprake is van onder-extrusie. stringing is meestal geen probleem als het zich voordoet binnen de vulling, maar als het stringing te extreem is, kan het daar ook een probleem veroorzaken, wat leidt tot onder-extrusie achteraf. + +Oorzaken +---- +Stringing treedt op omdat materiaal de nozzle verlaat tijdens een bewegingsbeweging. Hoewel de printer tijdens een beweging geen nieuw materiaal doorvoert, stopt de materiaalstroom niet direct. Tijdens het printen is er een bepaalde druk in de nozzlekamer, die wordt veroorzaakt doordat het filament een bepaalde kracht opbouwt als een veer. Terwijl nozzle door de lucht beweegt, kan deze druk wegvloeien, waardoor het materiaal onbedoeld uit nozzle wordt geperst. + +Zelfs als het materiaal vóór de verplaatsbeweging wordt teruggetrokken, is er nog wat materiaal in de nozzlekamer. Dit komt omdat het materiaal in de nozzle is gesmolten. Door het van één kant terug te trekken, wordt het filament niet teruggetrokken. Totdat het stolt, blijft er een druppel gesmolten materiaal in de nozzle. Tijdens een verplaatsbeweging komt deze druppel uit de nozzle als deze voldoende vloeibaar is. + +Preventie +---- +Intrekken is de belangrijkste techniek om stringing te voorkomen. Als u merkt dat uw printen vastlopen, kunt u het volgende proberen: +* Zorg ervoor dat [Intrekken Ingeschakelen](../travel/retraction_enable.md). Dit kost weliswaar extra printtijd, maar vermindert het stringing aanzienlijk. +* Verlaag de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md). Hierdoor wordt het materiaal minder vloeibaar en loopt het dus minder uit de nozzle. Bovendien wordt een effectievere toevoer mogelijk gemaakt naarmate er meer materiaal uit de nozzlekamer wordt getrokken. +* In het algemeen geldt dat als uw materiaal stroperig is, het verhogen van [Intreksnelheig](../travel/retraction_speed.md) de stringing bij korte bewegingen vermindert door een negatieve druk uit te oefenen op de nozzlekamer. Deze onderdruk zorgt ervoor dat het materiaal wordt aangezogen en niet uitloopt. +* Voor lange verplaatsingen zorgt het vergroten van de [Intrekafstand](../travel/retraction_amount.md) ervoor dat het materiaal op een koelere locatie blijft terwijl de verplaatsing wordt uitgevoerd, waardoor de snelheid waarmee het materiaal smelt en de nozzle verlaat, wordt verminderd. +* Soms probeert Cura filamentslijtage te voorkomen door het aantal feeds over een bepaalde lengte filament te beperken. Omdat er dan geen intrekkingen zijn, is stringing een noodzakelijk kwaad in plaats van een printfout. Als uw feeder het materiaal niet te veel sleept, kunt u het [Maximum Aantal Intrekbewegingen](../travel/retraction_count_max.md) verhogen of de [Minimaal Afstandsgebied voor Intrekken](../travel/retraction_extrusion_window.md) , waarlangs deze intrekkingen worden geteld. +* Als u [Combing-modus](../travel/retraction_combing.md) op meerdere plaatsen toestaat, gaat de nozzle door de binnenkant van het model, niet door de buitenkant. Dit voorkomt het stringing niet echt, maar maakt het onzichtbaar door het in het model te plaatsen. +* Als u [Printvolgorde van wanden optimaliseren](../shell/optimize_wall_printing_order.md) gebruikt, beweegt de nozzle minder vaak heen en weer tussen onderdelen, wat stringing vermindert. +* In het algemeen, als u de [Bewegingssnelheid](../speed/speed_travel.md) verhoogt, worden de draden dunner voor langere verplaatsingsbewegingen. Voor korte verplaatsingen maakt dit echter niet veel uit, omdat de acceleratiesimieten van de printers ervoor zorgen dat de nozzle deze snelheden toch niet haalt. +* Printen met een kleinere nozzle vermindert meestal ook het stringing. Het plastic kan gemakkelijker ontsnappen uit een grotere nozzle. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/topography.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/topography.md new file mode 100644 index 000000000..490c1072d --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/topography.md @@ -0,0 +1,17 @@ +Topografie +==== +Het "topografie"-effect wordt gecreëerd wanneer een schuine boven- of onderkant wordt geprint met een klein aantal lagen, zodat de grenzen tussen de lagen ver uit elkaar liggen en gemakkelijk te zien zijn. Het is genoemd naar [topografische kaarten](https://en.wikipedia.org/wiki/Topographic_maps), waar hoogteverschillen meestal worden aangegeven door hoogtelijnen. + +![Je kunt de randen van de lagen duidelijk zien](../../../articles/images/topography.jpg) + +Dit effect is alomtegenwoordig bij 3D-printen en is een van de gemakkelijkste manieren om te zien dat een object in 3D is geprint. Hoewel het kan worden voorkomen, vermindert het meestal de productiviteit aanzienlijk. + +Laaghoogte +---- +Aangezien het topografische effect optreedt wanneer de grenzen tussen lagen erg ver uit elkaar liggen, kan het verminderen van de [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md) het effect voorkomen. Naarmate de laaghoogte wordt verminderd, resulteren de kleinere verticale afstanden tussen lagen ook in kleinere horizontale stappen, waardoor het topografische effect wordt verminderd. Het verminderen van de laaghoogte verhoogt echter de printtijd aanzienlijk. + +In plaats van de laaghoogte voor de hele print te verlagen, kunt u ook de laaghoogte voor alleen de platte randen van de print verminderen met [Adaptive lagen gebruiken](../experimental/adaptive_layer_height_enabled.md). Dit vermindert het topografische effect aanzienlijk, terwijl de printtijd slechts minimaal wordt beïnvloed. Het is dan echter moeilijker om de druk af te stemmen op andere kwaliteiten, omdat de afstemming meestal afhangt van de laaghoogte. + +Modelaanpassingen +---- +U kunt ook overwegen het model te draaien, zodat er geen platte schuinte in de print zit. Dit betekent echter meestal dat u veel meer support voor uw model moet printen, wat ook de productiviteit vermindert, en de overhangen zien er misschien niet zo goed uit. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/underextrusion.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/underextrusion.md new file mode 100644 index 000000000..aab9753f5 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/underextrusion.md @@ -0,0 +1,75 @@ +Onder-extrusie +==== +Een van de meest voorkomende problemen met 3D-printen is dat de printer niet genoeg materiaal extrudeert om een mooi, stevig object te produceren. Wanneer dit gebeurt, wordt dit "onder-extrusie" genoemd: nozzle extrudeert minder materiaal dan zou moeten. + +![Een extreem geval van onder-extrusie waarbij je zelfs de binnenkant van het object kunt zien](../../../articles/images/underextrusion.jpg) + +Onder-extrusie kan zich ook op verschillende manieren manifesteren. In het meest extreme geval is het object erg broos en is het interieur door het oppervlak heen te zien. Soms zijn de lijnbreedtes te klein zodat ze niet aansluiten op de aangrenzende lijnen. Soms zijn het slechts kleine gaatjes in het oppervlak of kleine scheurtjes in de wanden die zichtbaar worden. + +Er zijn talloze mogelijke oorzaken van onder-extrusie, waardoor het erg moeilijk is om problemen op te lossen. In de rest van dit artikel worden enkele van de meest waarschijnlijke oorzaken beschreven en hoe u deze kunt verhelpen. + +Verstopte nozzle +---- +Als uw printer voorheen prima printte en plotseling onderextrudeert zonder veel verandering in het geprinte object of de instellingen, zit het probleem waarschijnlijk ergens in de extrudertrein. In de regel is de zwakste schakel hier de nozzle. + +Verstopte nozzles komen bij alle 3D-printers regelmatig voor. Dit kan gebeuren wanneer het filament vervuild is met dingen die niet goed smelten en in nozzle worden geduwd. Het kan ook gebeuren als het filament zelf in nozzle verbrandt. Dit kan gebeuren als het plastic te veel wordt verwarmd of te lang op een hoge temperatuur wordt bewaard. Het materiaal wordt afgebroken, de polymeren kristalliseren, waardoor een stuk hard plastic overblijft dat niet uit nozzle kan worden gesmolten. Om dit te verhelpen, moet u de aanslag uit de nozzle verwijderen. + +Er zijn verschillende technieken om de aanslag uit de nozzle te verwijderen. Als u een acupunctuurnaald of een andere dunne metalen naald heeft, kunt u deze van onderaf naar buiten duwen. De meest gebruikelijke techniek is echter wat bekend staat als de "Atomic Pull". Om deze techniek uit te voeren, neem je een stuk filament van minimaal 50 cm lang, bij voorkeur gemaakt van een materiaal met een hoog smeltpunt. Verwarm nozzle tot het smeltpunt van het filament (bijv. 190°C voor PLA) en gebruik een tang om het filament naar binnen te duwen totdat er materiaal uit nozzle komt. Laat nozzle vervolgens afkoelen tot de glasovergangstemperatuur (bijv. 60°C voor PLA) terwijl u het filament in nozzle duwt. Net voordat de glasovergangstemperatuur is bereikt, trek je het filament er snel uit. Als de punt van het filament vuil is met zwartgeblakerd plastic, knipt u de punt af en probeert u het opnieuw totdat deze schoon is. Probeer iets opnieuw printen en hoop dat het nu beter extrudeert. + +Doorslippende feeder +---- +Soms kan de feeder het filament niet stevig genoeg vastpakken om het hard genoeg door de nozzle te duwen. Tijdens het printen hoor je het filament dan periodiek met een zwakke klik om de paar seconden doorschuiven. Dit is de feeder die het filament naar binnen probeert te duwen, maar de feeder glijdt af en toe door. + +De meeste feeders hebben afstelpunten om de kracht te regelen die ze op het filament uitoefenen. Probeer de feeder iets strakker op het filament te laten drukken. Als de feeder te hard op het filament drukt, kan het filament breken of te veel wrijving veroorzaken en gaan slepen. Te weinig druk resulteert vaak in onder-extrusie. + +Ongelijke filamentdiameter +---- +Hoewel het meeste filament prima is, wordt er soms een batch geproduceerd waarbij het filament iets te dun is. Dit kan een grote impact hebben op de mate van extrusie in uw print. Goedkopere filamenten zijn vaak gevoeliger voor dit probleem. U kunt nonius schuifmaten gebruiken om de werkelijke diameter van uw filament te meten. Zorg ervoor dat u op verschillende punten langs het filament meet en niet waar de feeder het filament heeft geraakd. + +Als de diameter van het filament te veel afwijkt (een verschil van 50μm zal zichtbaar zijn in de print), dan kunt u de diameter van het filament aanpassen in de materiaalmanager. Als u materiaal gebruikt dat al in Cura bestaat, moet u dat materiaal dupliceren voordat u het bewerkt. Cura zal dan de nieuwe diameter compenseren door de voedingssnelheid aan te passen. + +Materiaal smelten +---- +Naast het in topconditie houden van uw 3D-printer, moeten de instellingen waarmee u print ook overeenkomen met de materiaaleigenschappen van het materiaal dat u gebruikt. De belangrijkste instelling is de printtemperatuur. + +Als de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md) te laag is, zal er zeer snel onder-extrusie optreden. Als het materiaal te koud is, wordt het erg stroperig, waardoor het moeilijk is om goed uit de nozzle te stromen. In combinatie met een hoge printsnelheid heeft het materiaal niet genoeg tijd om goed te smelten en in de juiste positie te vloeien. Sommige materialen, zoals PVA of Nylon, hebben de neiging om vocht uit de lucht op te nemen. Dit vocht verdampt wanneer het materiaal wordt geprint, waardoor het plastic afkoelt. Om dit effect te compenseren, moeten deze materialen bij een hogere temperatuur worden geprint wanneer ze gedurende een bepaalde periode aan lucht worden blootgesteld. + +Als de temperatuur te hoog is, kan het materiaal zeer snel ontleden. Afgebroken filament kan dan niet meer goed smelten, waardoor de nozzle verstopt raakt. De extra warmte kan er ook voor zorgen dat het materiaal verderop in de extruderstreng smelt. Dit kan wrijving in de extruderstreng veroorzaken, waardoor het moeilijker wordt om het materiaal naar buiten te duwen. Kijk goed naar de temperatuurclassificatie op uw filamentlabel om te zien in welk temperatuurbereik het kan worden geprint. + +In plaats van de temperatuur in te stellen, kun je ook de [Ventilatorsnelheid](../cooling/cool_fan_speed.md) instellen. Als de blower te hoog is ingesteld, kan de nozzle tijdens het extruderen van materiaal sneller afkoelen, waardoor het kouder is dan de temperatuursensor daadwerkelijk aangeeft. Speciaal voor materialen die van nature bij hoge temperaturen worden geprint, zoals: Polycarbonaat, het is vaak nodig om de ventilatorsnelheid te verlagen om onder-extrusie te voorkomen. + +Te snel printen leidt ook tot onder-extrusie, omdat er niet genoeg tijd is om het materiaal in de nozzlekamer te laten smelten. Het verlagen van de [Printsnelheid](../speed/speed_print.md) kan ook helpen om onder-extrusie te voorkomen. + +Laat het materiaal stromen +---- +Er is altijd enige vertraging tussen het materiaal dat door de printer wordt gevoerd en het daadwerkelijk starten van de extrusie. Deze latentie kan leiden tot onder-extrusie als er geen rekening mee wordt gehouden. Terwijl de printer het materiaal voortbeweegt, neemt de druk in de nozzlekamer geleidelijk toe totdat het voldoende is om het gesmolten materiaal aan de andere kant naar buiten te duwen. Het kan tot een seconde duren voordat het materiaal zijn normale doorvoersnelheid heeft bereikt. Als de printer een bowden-buis heeft tussen de invoer en nozzle, kan deze vertraging vele malen groter zijn, bijvoorbeeld 10 seconden of zo. + +Als de printer meer materiaal moet extruderen dan voorheen, zal het materiaal sneller worden doorgevoerd, maar het zal even duren voordat het bij de nozzlepunt komt. Ondertussen probeert nozzle een lijn te trekken, maar die lijn is onder-geëxtrudeerd. Vooral wanneer de print zeer gedetailleerd is, kan dit leiden tot aanzienlijke onder-extrusie. + +Om dit op te lossen, kunt u twee dingen doen: Voorbereiden en Snelheid aanpassen. + +Het materiaal voorbereiden betekent een klein beetje materiaal extruderenn voordat het belangrijke deel van de print begint. Vaak gebeurt dit in een aparte routine aan het begin van de print door een kleine lijn of klodder plastic in een hoek van de platform te printen. Als alternatief kunt u een [Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md) gebruiken die een reeks lijnen rond de print zelf printt. Wanneer het materiaal goed stroomt en alle lucht uit de nozzlekamer is ontsnapt, zal het gelijkmatiger extruderen. + +Als het materiaal wordt ingetrokken, wordt de materiaaldoorvoer onderbroken. Als het materiaal terug in nozzle wordt geduwd, kan het even duren voordat het weer begint te stromen. Door de [Intreksnelheid(Primen)](../travel/retraction_prime_speed.md) te verlagen, kan het materiaal beter smelten voordat het wordt geëxtrudeerd, wat een beetje helpt. Anders kunt u ook proberen het materiaal iets verder door te voeren dan vóór de intrekking door de [Extra Primehoeveelheid na Intrekken](../travel/retraction_extra_prime_amount.md) aan te passen om de onder-extrusie te compenseren. Deze instelling is echter zeer delicaat. + +Balanceren van de filamentdoorvoer +---- +Als de onder-extrusie alleen voorkomt in bepaalde structuren van de print, b.v. in de vulling en in de support moet je de nozzle van je print meer aanpassen. Er is altijd een vertraging tussen het toegevoerde materiaal en het daadwerkelijk uitstromen van het materiaal uit de nozzle. Wanneer de printsnelheid voor een deel van de print wordt verhoogd, versnelt de printkop relatief snel, maar blijft de materiaaldoorvoer achter totdat de druk in de nozzlekamer wordt verhoogd om de hogere extrusiesnelheid aan te kunnen. Dit leidt ook tot onder-extrusie. Het vertragen van de extrusiesnelheid resulteert altijd in wat over-extrusie. + +Sommige firmwareprogramma's kunnen dit effect compenseren. Marlin heeft een functie genaamd [Linear Advance](http://marlinfw.org/docs/features/lin_advance.html) die de druk in de nozzlekamer vooraf verhoogt, waardoor materiaal eerder uit de nozzle kan stromen. Sailfish heeft een [soortgelijke functie](https://www.sailfishfirmware.com/doc/tuning-jkn-advance.html) genaamd JKN Advance. Om de parameters van deze functies in te stellen, moet u de g-code opzoeken in de start-g-code. + +Wanneer dergelijke functies niet beschikbaar of niet effectief zijn, moet u ervoor zorgen dat er geen plotselinge, grote doorvoerveranderingen zijn tijdens het printen. Verlaag de [Dikte Vullaag](../infill/infill_sparse_thickness.md) en [Dikte vullaag supportvulling](../support/support_infill_sparse_thickness.md). Met deze instellingen wordt de extrusiesnelheid vermenigvuldigd om een grotere laaghoogte te bereiken. + +Wat nog belangrijker is, je zorgt ervoor dat de vulling, binnenwanden, buitenskin en support met een vergelijkbare extrusiesnelheid worden geprint. De extrusiesnelheid van een lijn is het product van lijnbreedte, laaghoogte, stroming en (gemiddelde) snelheid. Vermenigvuldig deze vier factoren met elkaar en zorg ervoor dat het resultaat voor de vulling ongeveer hetzelfde is ([Dikte Vullaag](../infill/infill_sparse_thickness.md), [Lijnbreedte Vulling](../resolution/infill_line_width.md ) , [Doorvoer vulling](../material/infill_material_flow.md) en [Vulsnelheid](../speed/speed_infill.md)), skin ([Lijnbreedte Boven-/Onderkantg](../resolution/skin_line_width.md) , [Doorvoer boven/onder](../material/skin_material_flow.md) en [Snelheid Boven-/Onderkant](../speed/speed_topbottom.md)), Buitenwand ([Lijnbreedte Buitenwand](../resolution/wall_line_width_0.md), [Buitenste wanddoorvoer](../material/wall_0_material_flow.md) en [Snelheid Buitenwand](../speed/speed_wall_0.md)), Binnenwand ([Lijnbreedte Binnenwand(en)](../resolution/wall_line_width_x.md), [Doorvoer binnenwand(en)](../materiaal/wall_x_material_flow.md) en [Snelheid Binnenwand](../speed/speed_wall_x.md)) en Support ([Dikte vullaag supportvulling](../resolution/infill_sparse_thickness.md), [Lijnbreedte Supportstructuur](../resolution/support_line_width.md), [Doorvoer support](../material/support_material_flow.md) en [Snelheid Supportstructuur](../speed/speed_support.md)). Als [Gelijkmatige wandoverlappingen](../shell/travel_compensate_overlapping_walls_enabled.md) is ingeschakeld, zorg er dan voor dat u [Balanceren van de filamentstroom](../speed/speed_equalize_flow_enabled.md)zodat de snelheid wordt aangepast in plaats van de doorvoer. + +Limieten voor nozzle +---- +Te veel materiaal door een klein nozzle extruderen kan ook leiden tot onder-extrusie. Bij het printen van grote laaghoogtes, lijnbreedtes of snelheden met een kleine nozzle kan het materiaal fysiek niet op tijd uit de nozzle stromen. Door de temperatuur te verhogen kan het materiaal tot op zekere hoogte vloeibaarder worden, maar er zijn nog steeds grenzen waaraan een nozzle kan extruderen. Als deze limiet wordt overschreden, moet u een grotere nozzle kopen. + +Anderzijds kan het extruderen van te weinig materiaal ook leiden tot onder-extrusie. Als de druk in de nozzlekamer erg laag is, kan de oppervlaktespanning van de vloeibare kunststof het materiaal in de nozzlekamer vasthouden. Af en toe wordt het er met een grote druppel uitgeperst, waardoor er op andere plaatsen lucht achterblijft. Dit kan resulteren in een effect dat lijkt op onder-extrusie. + +Directe instelling van de doorvoer +---- +Als al het andere faalt, heeft Cura ook een instelling om de [Doorvoer](../material/material_flow.md) rechtstreeks aan te passen. Deze tijdelijke oplossing kan een onbekende fout ergens in het systeem compenseren. + +Het werkt niet als het materiaal fysiek verhindert dat het sneller stroomt (bijvoorbeeld door een verstopte nozzle). In andere gevallen zal het op sommige plaatsen waarschijnlijk leiden tot over-extrusie. Het is echter een gemakkelijke manier om de druk naar behoefte aan te passen. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/unfinished_print.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/unfinished_print.md new file mode 100644 index 000000000..32275aa25 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/unfinished_print.md @@ -0,0 +1,27 @@ +Onvoltooide Print +==== +Soms is een print niet helemaal af. Hier kunnen een aantal redenen voor zijn, en sommige kunnen worden verholpen door de instellingen van Cura aan te passen. + +![Het filament stopte met stromen halverwege de print.](../../../articles/images/unfinished_print.jpg) + +Printerfout +---- +Soms is de oorzaak van een onvoltooide print een printerfout waarbij de printer niet doet wat hij moet doen. Cura kan daar meestal weinig aan doen. Hier zijn enkele veelvoorkomende oorzaken. +* Stroomstoring. Cura kan hier weinig aan doen, behalve sneller printen om de kans op een stroomstoring halverwege de print te verkleinen. +* Stroomstoring. Als een van de temperaturen (ofwel de [Platvormtemperatuur](../material/material_bed_temperature.md) of de [Printtemperatuur](../material/material_print_temperature.md)) te hoog is, hebben sommige printers een storingsmodus wanneer de voeding raakt oververhit of de temperatuursensoren melden fouten. Hierdoor wordt de printer uitgeschakeld en wordt het printen niet voltooid. +* Firmware loopt vast. Vanwege bugs in de firmware reageert de printer mogelijk niet meer. Als u begrijpt waar in de g-code de printer vastloopt (meestal aan het begin of einde van het printproces), kunt u wellicht achterhalen welke g-code de oorzaak is. Misschien moet begin-g-code of eind-g-code worden aangepast. +* De filamentspoel is verward. Het is een goed idee om *altijd* het uiteinde van het filament vast te houden wanneer het niet stevig vastzit in de feeder of in een van de gaten in de spoel (als uw spoel dergelijke gaten heeft). Als u het filament loslaat en het uiteinde van het filament terug op de spoel springt, kan het onder een van de andere wikkels glijden en verstrikt raken. Omdat de draad typisch honderden meters lang is, is deze knoop erg moeilijk los te maken als hij eenmaal in de knoop raakt. + +Filament slijpen +---- +De feeder duwt het filament soms heel hard om het door de extruderstreng te duwen. Dit beschadigt het filament. Als de feeder heel vaak aan hetzelfde stuk filament duwt en trekt, kan het zo erg beschadigd raken dat de feeder het filament niet meer kan pakken. Het materiaal stopt dan met stromen en de rest van de print wordt geprint met lucht in plaats van plastic. + +![Het filament is uitgeslepen door de feeder](../../../articles/images/grinding.jpg) + +Dit kun je tijdens het printen zien door een vinger op de opening te leggen waar het filament de feeder binnenkomt. U zou de vinger moeten voelen bewegen terwijl u drukt. Als het niet beweegt, is het hoogstwaarschijnlijk het materiaal vermalen en kan het er geen vat op krijgen. Je kunt het filament ook uit de printer trekken en kijken waar het beschadigd is. + +Om dit probleem te voorkomen, kun je de volgende aanpassingen maken in de instellingen van Cura: +* Verlaag het [Maximaal Aantal Intrekbewegingen](../travel/retraction_count_max.md) of verhoog het [Minimaal Afstandsgebied voor Intrekken](../travel/retraction_extrusion_window.md). Dit beperkt het aantal voedingen dat wordt uitgevoerd tijdens de extrusie van een gegeven filamentlengte. Dit beperkt het aantal keren dat de feeder heen en weer kan rollen over elk stuk filament. +* Verklein de [Intrekafstand](../travel/retraction_amount.md). Dit beperkt ook het aantal voorwaartse en achterwaartse verplaatsingen van de feeder over hetzelfde stuk filament. +* Verlaag de [Intreksnelheid](../travel/retraction_speed.md). Als het materiaal snel beweegt maar ergens onderweg wordt belemmerd, zal de feeder het materiaal malen. Als het materiaal langzamer beweegt, is de kans kleiner dat dit gebeurt. +* Print langzamer door [Laaghoogte](../resolution/layer_height.md), [Lijnbreedte](../resolution/line_width.md) of [Printsnelheid](../speed/speed_print.md ) te verminderen. Dit vermindert de kracht die de feeder op het filament moet uitoefenen, waardoor het risico op slijpen wordt verminderd. \ No newline at end of file diff --git a/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/warping.md b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/warping.md new file mode 100644 index 000000000..2062a8e77 --- /dev/null +++ b/resources/translations/nl_NL/troubleshooting/warping.md @@ -0,0 +1,36 @@ +Kromtrekken +==== +Kromtrekken is een probleem met de uiteindelijke print waarbij de print opkrult na het printen, waardoor het voltooide object wordt vervormd. Meestal krullen de hoeken aan de onderkant van de print omhoog of worden dunne delen van de print golvend. + +![De punten krullen omhoog](../../../articles/images/warping.jpg) + +Oorzaak +---- +De vervorming wordt veroorzaakt door een combinatie van effecten, maar voornamelijk interne spanningen die worden veroorzaakt door nozzle dat aan het gesmolten plastic trekt. Tijdens de glasovergang gedraagt ​​plastic zich een beetje als rubber of kauwgom. Als je eraan trekt, rekt het materiaal uit, maar als je stopt met trekken, keert het terug naar zijn oorspronkelijke vorm. Hetzelfde gebeurt ook bij het printen. Wanneer u een lange lijn print, trekt nozzle aan de plastic lijn, waardoor de lengte van de lijn wordt uitgerekt. Wanneer nozzle weg beweegt en stopt met trekken, zal de plastic lijn samentrekken. Deze samentrekking veroorzaakt een trekkracht op alles wat eraan vastzit. Als er genoeg plastic lijnen naar elkaar toe trekken, kunnen ze de print vervormen. Dit is vooral vaak het geval wanneer veel lijnen evenwijdig lopen, b.v. B. aan de buitenskin. + +Een tweede effect dat tot vervorming leidt, is de krimp van het materiaal als het afkoelt. De meeste materialen hebben de neiging om te krimpen als ze afkoelen. Als het object ongelijkmatig afkoelt, zullen sommige delen van de print meer krimpen dan andere delen van de print, waardoor het object kromtrekt. Naarmate het object verder afkoelt, zal het blijven stollen en zal de vervorming permanent zijn. + +Sommige materialen zijn meer vatbaar voor krimp dan andere vanwege hun kristalliniteit. Hieronder staan ​​enkele krimpcoëfficiënten voor veelgebruikte 3D-printmaterialen. Dit is de geschatte hoeveelheid die materiaal krimpt als het afkoelt van de glasovergangstemperatuur naar kamertemperatuur. Er zijn bepaalde afwijkingen tussen de afzonderlijke mengsels. Grotere krimp leidt tot grotere vervorming. +* PLA: 0,21% +* ABS: 0,70% +* TPU: 0,63% +* HIPS: 0,64% +* PETG en CPE: 0,45% +* Nylon: 0,62% +* PC's: 0,70% +* PP: 1,2% + +Ook kan kromtrekken worden voorkomen wanneer ander materiaal in de weg zit. Als een deel van de print volledig dicht is, kan het omringende materiaal minder of helemaal niet krimpen. Als andere delen niet helemaal strak zitten, is de print gedeeltelijk gekskinen. Het gekskinen deel van de print trekt aan de rest, wat ook kan leiden tot kromtrekken. Dit is vaak het geval op het grensvlak tussen de buitenskin en de vulling, aangezien de buitenskin volledig strak is, maar de vulling niet. + +Kromtrekken komt het meest voor aan de onderkant van de print. Hier is de temperatuurgradiënt het grootst, omdat de onderkant van de print vaak wordt verwarmd door een verwarmd platform, maar de rest van de print niet. Ook de onderzijde bestaat meestal uit vele lange skinlijnen. Als [Patroon Boven-/Onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern.md) is ingesteld op Lijnen of Zigzag, zijn deze lijnen lang, recht en evenwijdig, zodat ze in dezelfde richting samentrekken om het object te vervormen. + +Vermijden +---- +* Als het kromtrekken zich aan de onderkant van de print voordoet, stelt u [Eerste laag patroon onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern_0.md) in op concentrisch. Op deze manier zal de samentrekking van de onderste skinlijnen niet meer in de pas lopen. De interne spanning wordt gelijkmatig verdeeld over de binnenkant van de onderlaag. Als dit niet genoeg is om kromtrekken te voorkomen, kunt u ook het normale [Patroon Boven-/Onderkant](../top_bottom/top_bottom_pattern.md) op Concentric zetten. +* Om de temperatuurgradiënten binnen de print te verminderen, verlaagt u de [Platformtemperatuur](../material/material_bed_temperature.md). Het object moet dan gelijkmatiger afkoelen. +* Afhankelijk van uw printerhardware kan printen in een gesloten, verwarmde kamer ook kromtrekken voorkomen. Dit verkleint enerzijds het temperatuurverschil tussen het bouwvolume en de platform en het verschil tussen het bouwvolume en de nozzle. Het zorgt er ook voor dat het plastic langer kan uitharden (https://en.wikipedia.org/wiki/Annealing_%28glass%29), waardoor de interne spanningen en dus het trekken aan de geprinte lijnen die kromtrekken veroorzaken, worden verminderd. Als uw printer dit ondersteund, moet u de [Temperatuur werkvolume](../material/build_volume_temperature.md) verhogen. +* Om te voorkomen dat de bodem kromtrekt, is een goede hechting van de platform handig. Dit verhoogt de kracht die nodig is om het materiaal te laten kromtrekken. Vergroot bijvoorbeeld [Breedte Brim](../platform_adhesion/brim_width.md) of [Extra Marge Raft](../platform_adhesion/raft_margin.md). +* Het gebruik van een [(Raft i.p.v. Brim)Type Hechting aan Platform](../platform_adhesion/adhesion_type.md) haalt de print van het platform en plaatst er een stevig stuk plastic tussen dat bestand is tegen kromtrekken. +* Probeer te printen met een [Tochtscherm Inschakelen](../experimental/draft_shield_enabled.md). Dit creëert een beschermende kamer rond uw print, waardoor tocht van buitenaf uw print afkoelt voordat deze klaar is. Houd er echter rekening mee dat het tochtscherm zelf ook kan krimpen. Als het tochtscherm faalt, ziet u mogelijk veel stringing of spaghetti in uw print. +* Print met een materiaal dat minder krimpt, zoals: PLA. +* Als u de mogelijkheid heeft om het geprinte model aan te passen, probeer dan zeer scherpe buitenste hoeken op de platform te vermijden. U kunt bepaalde buitenhoeken afronden. Dit voorkomt dat alle kracht van interne spanning op één punt wordt geconcentreerd, waardoor de kans op kromtrekken wordt verkleind. \ No newline at end of file diff --git a/test/settings_guide_definitions.def.json b/test/settings_guide_definitions.def.json new file mode 100644 index 000000000..cea463c1f --- /dev/null +++ b/test/settings_guide_definitions.def.json @@ -0,0 +1,156 @@ +{ + "name": "Settings Guide", + "version": 2, + "inherits": "fdmprinter", + "metadata": { + "type": "machine", + "author": "Ghostkeeper", + "manufacturer": "Ghostkeeper", + "visible": false, + "position": 0 + }, + "settings": { + "troubleshooting": { + "label": "Troubleshooting", + "type": "category", + "description": "Various ways in which a print could fail and how to remedy them using Cura settings.", + "icon": "warning", + "children": { + "aliasing": { + "label": "Aliasing", + "description": "Limited stepper resolution is producing a jagged pattern in straight walls.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "bed_adhesion_problems": { + "label": "Problemen met (print)bed hechting", + "description": "The print got loose from the build plate while the print was still going on.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "blobs": { + "label": "Klodders", + "description": "Small specs on the walls.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "elephants_foot": { + "label": "Olifant voet", + "description": "The bottom layer(s) of the print is a bit wider than the rest.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "layer_shift": { + "label": "Laagverschuiving", + "description": "Layers are not properly stacked on top of each other.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "layer_splitting": { + "label": "Laag Splitsing", + "description": "Layers don't stick to each other and split open.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "missing_parts": { + "label": "Missende onderdelen", + "description": "Some parts of the model are missing from the final print.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "overextrusion": { + "label": "Over-extrusie", + "description": "Too much material is being extruded, causing the surface to become irregular and rough.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "pillowing": { + "label": "Pillowing", + "description": "The top side is showing bulges or holes in between the infill lines.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "ringing": { + "label": "Rimpellen", + "description": "There is a ripple effect on flat surfaces next to small details.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "sagging": { + "label": "Verzakking", + "description": "Overhanging areas droop down.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "scarring": { + "label": "Lidtekens", + "description": "There are visible lines on the top or bottom side that don't belong to the top/bottom pattern.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "seam": { + "label": "Naden", + "description": "A surface defect where the contour is started and closed.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "stringing": { + "label": "Stringing", + "description": "There are strings of plastic in places where the nozzle travels from one place to another.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "topography": { + "label": "Topografie", + "description": "The borders between the layers are visible on the top or bottom side.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "underextrusion": { + "label": "Onder-extrussie", + "description": "The printer is not extrusing enough material to make a strong, solid object.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "unfinished_print": { + "label": "Onvoltooide Print", + "description": "The print is only partly completed.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "warping": { + "label": "Kromtrekken", + "description": "The print curls up due to shrinkage when it cools down.", + "type": "str", + "default_value": "" + } + } + }, + "about": { + "label": "About", + "type": "category", + "description": "About this plug-in", + "icon": "info", + "children": { + "glossary": { + "label": "Glossary", + "description": "Terminology used by Cura.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "preferences": { + "label": "Preferences", + "description": "Adjust the behaviour of this plug-in.", + "type": "str", + "default_value": "" + }, + "contributors": { + "label": "Contributors", + "description": "Everyone that helped in creating this plug-in.", + "type": "str", + "default_value": "" + } + } + } + } +} \ No newline at end of file